Marc Fleurbaey
Voor sociale vooruitgang Professoren op de barricade Olivier Bouin, Marie-Laure Salles-Djelic, Ravi Kanbur, Helga Nowotny, Elisa Reis
Dit boek is oorspronkelijk verschenen als A Manifesto for Social Progress. Ideas for a Better Society bij Cambridge University Press (2018). d/2019/45/98 – isbn 978 94 014 5939 6 – nur 741 Vormgeving omslag: Compagnie Paul Verrept Vormgeving binnenwerk: Banananas.net Vertaling: Katrien Meuleman © De auteurs & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Vaartkom 41 Postbus 23202 3000 Leuven 1100 DS Amsterdam België Nederland www.lannoocampus.be www.lannoocampus.nl
Inhoud
IPSP en dit boek
7
Voorwoord Amartya Sen
11
Dankbetuiging 13 Inleiding Deel I
We hebben de toekomst zelf in handen
Veel redenen tot bezorgdheid, maar ook redenen tot hoop
15 32
Hoofdstuk 1
Wereldwijde successen en dreigende rampen
33
Hoofdstuk 2
Globalisering en technologie: keuzes en beperkingen
55
Hoofdstuk 3
De groeiende kring van respect en waardigheid
79
Hoofdstuk 4 De grote uitdaging Deel II
Actie voor sociale vooruitgang
Hoofdstuk 5
Op zoek naar een nieuwe ‘derde weg’
101 124 125
Hoofdstuk 6 Hervorming van het kapitalisme
145
Hoofdstuk 7
165
Van welvaartsstaat naar emanciperende staat
Hoofdstuk 8 Van politieke polarisatie naar politiek beleid
193
Conclusie
215
Mobiliseer changemakers
Eindnoten
234
Appendix
239
Inhoudsopgave van het volledige IPSP-rapport
Bibliografie 244
Voor sociale vooruitgang
IPSP en dit boek De voorbije decennia is de armoede wereldwijd gedaald en in tal van landen is er meer democratie gekomen. Toch hebben veel mensen het gevoel dat het er in die periode op sociaal vlak op achteruit is gegaan. Er leeft veel twijfel over de mogelijkheid van duurzame, ingrijpende sociale vooruitgang, laat staan van een grondige transformatie die een einde maakt aan de huidige vormen van sociaal onrecht. De meeste intellectuelen durven zich niet aan utopisch denken te wagen en schrikken er zelfs voor terug toekomstanalyses op lange termijn te maken van sociale structuren. De crisis van de sociale democratie na de ineenstorting van de Sovjet-Unie lijkt in het Westen de hoop op een rechtvaardige samenleving te hebben aangetast, precies op het moment dat de levensomstandigheden van honderden miljoenen mensen in opkomende economieÍn drastisch zijn verbeterd. Ook die landen hebben de zoektocht naar een ander ontwikkelingstraject opgegeven: ze imiteren de ontwikkelde landen in plaats van een nieuw model te ontwikkelen, en sociale ontberingen zoals die uit de begintijd van het westerse kapitalisme zijn er wijdverspreid. Maar noch de ineenstorting van illusies noch de snelle ontwikkeling van het kapitalisme in ontwikkelingslanden zou het einde mogen betekenen van de zoektocht naar rechtvaardigheid. Als specialisten op dat vlak zouden sociale wetenschappers moeten nadenken over de evolutie van de samenleving, samen met experten uit de humane en de exacte wetenschappen. Als er hoop op vooruitgang mogelijk is, moeten zij die hoop bieden – als vooruitgang onmogelijk is, moeten zij uitleggen waarom. Paradoxaal genoeg zijn sociale wetenschappers nooit eerder zo goed uitgerust geweest om die verantwoordelijkheid op te nemen, dankzij de ontwikkeling van al de relevante disciplines sinds de Tweede Wereldoorlog. Maar de groei van het aantal disciplines, de steeds verder gaande specialisering en de globalisering van academisch onderzoek hebben ertoe geleid dat zelfs de grootste denkers niet langer in hun eentje de complexiteit van sociale mechanismes kunnen bevatten of ernstige voorstellen kunnen formuleren om instellingen en sociale structuren te veranderen. Die taak moet nu collectief en transdisciplinair worden aangepakt.
ďťż
7
International Panel on Social Progress Het Internationaal Panel over Sociale Vooruitgang, IPSP – www.ipsp.org – werd opgezet om zich aan die taak te wijden. Het panel bracht meer dan 300 academici samen (vanuit alle relevante disciplines, perspectieven en regio’s) die bereid waren een echte interdisciplinaire dialoog aan te gaan over de sleutelelementen voor sociale vooruitgang. Aan de hand van de meest recente wetenschappelijke bevindingen hebben deze sociale wetenschappers de wenselijkheid en de mogelijkheid bestudeerd van relevante vormen van sociale verandering op lange termijn. Ze hebben de huidige uitdagingen ontleed en hun kennis samengevoegd over de principes, mogelijkheden en methodes om de belangrijkste instellingen van moderne samenlevingen te verbeteren. Het panel is echt een gezamenlijke inspanning, zowel wat betreft de organisatie als de financiering, waaraan veel partijen hebben bijgedragen. Het wil werken op een manier die trouw is aan de sleutelwaarden en -principes die in zijn missie besloten zitten: welzijn en vrijheid, veiligheid en solidariteit, alsook pluralisme en tolerantie, herverdelende rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid, milieubescherming, transparantie en democratie.1 De groep heeft een drie boekdelen omvattend rapport samengesteld – Rethinking Society for the 21st Century – dat de belangrijkste socio-economische, politieke en culturele aspecten van sociale vooruitgang omvat en de waarden, opportuniteiten en beperkingen verkent die de basis vormen voor de allernieuwste kennis over mogelijke verbeteringen van instituties en beleid. Het rapport kaart zowel mondiale als regionale thema’s aan en staat stil bij de toekomst van verschillende gebieden in de wereld, met de diversiteit van de uitdagingen en hun interactie. Elk hoofdstuk van het IPSP-rapport focust op een specifieke reeks problemen en probeert inzicht te verwerven op twee vlakken: 1) wat zijn momenteel de belangrijkste risico’s en uitdagingen en 2) hoe kunnen instellingen en beleid verbeterd worden om de strijd aan te binden met ongelijkheid, segregatie, intolerantie, uitsluiting en geweld? Een uitgebreide inhoudsopgave en informatie over de auteurs vindt u achteraan in dit boek.
8
Voor sociale vooruitgang
Het doel van dit boek Dit boek is geschreven voor een breed publiek en wil de boodschap van hoop uitdragen die het uitgebreide rapport verkondigt: Een betere samenleving is wel degelijk mogelijk, de contouren ervan kunnen grotendeels beschreven worden, het enige wat we moeten doen is de krachten bundelen om die visie werkelijkheid te laten worden. Het boek put voornamelijk uit het rapport, maar het is er ook een aanvulling op en biedt een coherente analyse en een eigen, origineel perspectief. Het heeft niet de bedoeling de vele thema’s van het rapport samen te vatten en het pretendeert ook niet dat het de zienswijze van alle panelleden weergeeft. Het is een uitnodiging om deze thema’s ter harte te nemen en zich erin te verdiepen, en daarvoor ook een beroep te doen op het volledige rapport. Het team dat dit boek heeft geschreven, was ook ten volle betrokken bij het IPSP en bestaat uit wetenschappers die niet alleen overtuigd zijn van het belang van wetenschappelijk onderzoek, maar zich ook bewust inzetten om ervoor te zorgen dat sociale wetenschap het algemeen welzijn ten goede komt: • Olivier Bouin, secretaris-generaal van het European Network of Institutes for Advanced Studies (NetIAS), voormalig directeur van het Collège d’Etudes Mondiales (FMSH, Parijs) • Marie-Laure Salles-Djelic, professor en codirecteur van de School of Management, Sciences-Po, Parijs • Marc Fleurbaey, R.E. Kuenne Professor in Economics and Humanistic Studies, Princeton University, en lid van het Collège d’Etudes Mondiales (FMSH, Parijs) • Ravi Kanbur, T.H. Lee Professor of World Affairs, internationaal professor toegepaste economie en professor economie, Cornell University • Helga Nowotny, professor emerita sociale wetenschappen en technologie, ETH Zürich, en voormalig voorzitter van de Europese Onderzoeksraad • Elisa Reis, professor sociologie, Universidade Federal do Rio de Janeiro
IPSP en dit boek
9
De lezers worden hartelijk uitgenodigd om het werk van het IPSP op te volgen, de video’s te bekijken en de publieke evenementen bij te wonen. Alle informatie daarover vindt u op www.ipsp.org en op YouTube, Facebook en Twitter.
10
Voor sociale vooruitgang
Voorwoord Amartya Sen Kan sociale rechtvaardigheid gecultiveerd worden? Kan sociale vooruitgang versterkt worden door toegewijd onderzoek en de toepassing ervan? Dit manifest – met zijn sterke visie en praktische aanbevelingen – is gebaseerd op individueel en collectief onderzoek van meer dan 300 sociale wetenschappers. De onderzoeksresultaten zijn gebundeld en helder en krachtig geformuleerd door een team geleid door Marc Fleurbaey. Waar de epistemische boodschap van het Communistisch Manifest, dat 170 jaar geleden werd gepubliceerd, luidde dat ‘de geschiedenis van iedere samenleving tot nu toe de geschiedenis is van de klassenstrijd’, is de belangrijkste boodschap van dit manifest over sociale vooruitgang dat rechtvaardigheid wel degelijk gecultiveerd kan worden en dat de sociale vooruitgang aanzienlijk verbeterd kan worden door een constructieve visie te combineren met goed doordachte aanpassingen van instellingen en gewoonten. In de huidige debatten over politieke economie is er misschien al te veel tijd besteed aan argumentatie voor of tegen de markteconomie. We moeten een stap vooruit zetten en erkennen dat marktinstellingen nodig zijn, maar dat die alleen niet voldoende zijn als basis voor een rechtvaardige samenleving – een samenleving die rechtvaardigheid en menselijke waardigheid garandeert, maar die ook duurzaam en stabiel is. Het hedendaagse kapitalisme schiet te ver door in het – vaak kritiekloos – toepassen van de markteconomie door bepaalde prioriteiten door te drukken en bepaalde keuzes uit te sluiten, allemaal elementen die in vraag gesteld en grondig onderzocht moeten worden. Dit manifest stelt die vragen en onderzoekt welke veranderingen aan instellingen en gedrag nodig zijn om rechtvaardige sociale vooruitgang mogelijk te maken. Het is niet zo dat de nood aan dit soort manifest pas is ontstaan door recente signalen van ongelijkheid en kwetsbaarheid in de wereld. Adam Smith merkte meer dan tweehonderd jaar geleden al op dat de markteconomie het – zelfs toen al – verdiende om gesteund te worden, maar tegelijkertijd moest worden onderworpen aan een kritische blik. Hij pleitte ervoor om in normale omstandigheden de markten te laten werken, maar hij riep ook op om instellingen op te zetten die de contraproductieve marktactiviteiten van ‘verkwisters en bedriegers’ aan banden leggen en het de staat mogelijk maken om essentiële functies op te nemen die alleen de staat optimaal kan uitvoeren. Als dat evenwicht al
11
nodig was in de achttiende eeuw, aan het begin van het moderne kapitalisme, dan is het absoluut noodzakelijk in de welvarende maar toch onrechtvaardige wereld waarin we vandaag leven. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat dit manifest, dat berust op de resultaten van uitgebreid en diepgaand onderzoek, een aanzet zal zijn voor initiatieven die het aangezicht van de wereld kunnen veranderen. Radicale veranderingen zijn nodig in de zwaar beproefde en onrechtvaardige wereld waarin we leven, en er zijn goede redenen om te denken dat de positieve visie en de constructieve voorstellen die in dit manifest worden aangereikt een belangrijke bijdrage zullen zijn voor die broodnodige transformatie. Het wereldwijde belang van een verstrekkend manifest zoals dit kan onmogelijk overschat worden.
12
Voor sociale vooruitgang
Dankbetuiging Veel mensen hebben geholpen om dit boek tot stand te brengen en verdienen onze expliciete dank. Dank aan Damien Capelle, Brian Jabarian en Flora Vourch voor hun uitstekende onderzoeksondersteuning. Ottmar Edenhofer gaf heel nuttig advies in verband met belastingen op CO2 en op rente en JeanPaul Vallée over grassroots-initiatieven. Tijdens de verschillende fases van de totstandkoming van de tekst hebben we volop nuttige opmerkingen gekregen van Nico Cloete, David de la Croix, Fernando Filgueira, Nancy Folbre, Jeff Hearn, Nora Lustig, Wolfgang Lutz, Anne Monier, Fabian Muniesa, Gian Paolo Rossini, Saskia Sassen, Erik Schokkaert, Simon Schwarzman, Noah Scovronick, Greg Shaffer, Christiane Spiel, Alexander Stingl, Lorraine Talbot, Peter Wallensteen, Finn Wölm en drie anonieme lezers. De meer dan dertig instellingen die het volledige IPSP-project ondersteund hebben, verdienen ook erkenning, in het bijzonder het Center for Human Values van Princeton University, het Collège d’Etudes Mondiales (FMSH, Parijs), het Institute for Futures Studies (Stockholm). Tot slot gaat onze dank uit naar het team van Cambridge University Press (en dan vooral Karen Maloney, Stephen Acerra, Adam Hooper, Gail Welsch en Kristina Deusch), voor hun onmisbare steun bij het realiseren van dit project en ook het uitgebreide rapport, en naar LannooCampus en Metaforum (met name Erik Schokkaert en Veerle Achten), de interdisciplinaire denktank voor maatschappelijk debat van de KU Leuven, voor de uitgave van dit boek in het Nederlands.
13
Inleiding: We hebben de toekomst zelf in handen
Veel mensen hebben hun geloof in de toekomst verloren en denken dat de volgende generatie het slechter zal hebben. Ze zien niet alleen hoe de problemen in het dagelijkse leven toenemen, ze geloven ook niet langer in de ideologieën die in de twintigste eeuw een betere toekomst beloofden en sociale en politieke bewegingen inspireerden. Het communisme heeft zijn ziel verloren in de goelags en tegenwoordig gelooft niemand, zelfs in China, nog dat het communisme de droom van een radicaal andere, veel betere samenleving kan waarmaken. Libertaire ideeën hebben opnieuw de kop opgestoken en onder de benaming ‘neoliberalisme’ de voorbije decennia in veel landen enorm veel invloed gekregen, tot de grote financiële crisis bij veel mensen het geloof in de vrije markt deed wankelen. Het einde van ideologieën zou toegejuicht moeten worden. Het is een uitgelezen kans om oude dogma’s af te danken en opnieuw na te denken over hoe het nu verder moet. Wat kunnen we nieuw bedenken na de verwoestende strijd tussen het communisme en het ongebreidelde kapitalisme? Dit moment is hoogstwaarschijnlijk ook de laatste kans om onze ideeën en daden bij te sturen voordat de catastrofes die zich al aan de horizon aftekenen, losbarsten en onze sociale en ecologische systemen doen instorten. Dit boek is doordrongen van een gevoel van hoogdringendheid en ernst. Onderzoekers,2 burgers, actievoerders, elk van ons draagt verantwoordelijkheid, allemaal moeten we het hoofd bieden aan de uitdagingen waarmee we nu geconfronteerd worden en moeten we oplossingen vinden voordat de problemen te groot worden en ons in levensbedreigende crisissen storten. Dit inleidende hoofdstuk vat de belangrijkste boodschappen en de hoofdlijnen van dit boek samen. Het verduidelijkt ons idee van sociale vooruitgang en legt enkele van de meestvoorkomende fouten in de nu courante manier van denken bloot, fouten die moeten worden rechtgezet om het pad te effenen voor een betere manier van denken. Ongeduldige lezers kunnen de belangrijkste punten die we willen meegeven al in dit hoofdstuk ontdekken.
16
Voor sociale vooruitgang
Wat is sociale vooruitgang? Dit boek is geschreven door wetenschappers, maar het is veel meer dan een voorstelling van feiten en wetenschap. Het neemt ook standpunten in in het debat over welke richting politici en actievoerders moeten inslaan, want als we uitgaan van enkele basisveronderstellingen over hoe een goede samenleving eruit moet zien, zijn er een aantal duidelijke do’s-and-dont’s, en ook enkele veelbelovende ideeën om te verkennen en mee te experimenteren. Het kernidee van een goede samenleving is dat elke mens recht heeft op volledige waardigheid, los van gender, ras, godsdienst, opleiding, talent en economische productiviteit. Dat waardigheidsideaal betekent dat iedereen kan deelnemen aan het sociale leven, gelijkwaardig met anderen, en de controle heeft over alle belangrijke aspecten van zijn of haar leven. Sommigen zien gelijkwaardigheid als een zeer beperkt ideaal, maar wij scharen ons achter de Agenda 2030 van de VN en de daarin vermelde duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals, SDG’s) en beschouwen waardigheid als een krachtig begrip met verregaande praktische implicaties. Wanneer er in sociale relaties structurele ongelijkheid ontstaat, is de waardigheid in gevaar. Als je de samenleving om je heen bekijkt en jezelf de vraag stelt of iedereen echt evenveel waardigheid heeft, dan zul je terugkerende voorbeelden van ongelijkwaardigheid opmerken, het gevolg van flagrante of subtiele ongelijkheid op het vlak van status, rijkdom en macht. Aangezien de inspanningen om een betere samenleving tot stand te brengen heel breed moeten gaan en inclusief moeten zijn, vertrekt dit boek niet van een strak omschreven theorie over sociale rechtvaardigheid, maar zet het in op waarden en principes die in de meeste culturen van de wereld kunnen worden toegepast. Maar we moeten wel meteen toegeven dat het ideaal van gelijkwaardigheid onvermijdelijk botst met opvattingen waarbij de inclusie en waardigheid van mensen mee wordt bepaald door hun gender, etnische afkomst of seksuele geaardheid. Als je gelooft dat het de taak van de vrouw is om haar man te dienen en kinderen op te voeden, dat er een natuurlijke hiërarchie is in de rassen of dat homoseksuelen minderwaardig of afstotelijk zijn, dan zal dit boek met jouw visie botsen. Als je vindt dat gelijkwaardigheid belangrijk is, maar dat elke gemeenschap zuiver moet blijven en migratie en rassenvermenging moet vermijden, dan zal dit boek ook indruisen tegen jouw overtuiging,
Inleiding: We hebben de toekomst zelf in handen
17
want dit boek stelt de waardigheid en het welbevinden van het individu boven het beschermen van groepen of naties – terwijl het er tegelijkertijd naar streeft enge vormen van individualisme te vermijden. De kernwaarden en -principes die de grondslag vormen voor dit boek zijn welzijn en vrijheid, veiligheid en solidariteit, naast pluralisme en tolerantie, herverdelende rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid, milieubescherming, transparantie en democratie.3 Elk project dat fundamenteel conflicteert met een van die waarden en principes wordt in dit boek als onaanvaardbaar beschouwd.
Verkeerde ideeën en courante vergissingen We verwachten niet dat elke lezer volledig overtuigd zal worden door de argumenten in dit boek, maar we hopen wel dat elke lezer enkele stereotiepe ideeën zal willen laten varen die de blik van mensen tegenwoordig vertroebelen en die grote hindernissen vormen op de weg naar een betere samenleving. Het eerste verkeerde idee dat we moeten aanpakken, heeft algemeen ingang gevonden dankzij Margaret Thatcher, die heel vurig voor een vrije markt pleitte: het kan niet anders, ‘There is no alternative’ (TINA). Het werd ook verspreid in Fukuyama’s boek Het einde van de geschiedenis en de laatste mens (1992), waarin hij stelt dat de liberale democratie en het kapitalisme het eindpunt van de vooruitgang van de menselijke ontwikkeling zijn. Het is ironisch dat precies Thatcher dat idee gelanceerd heeft, want zij heeft als beleidsmaker belangrijke strategische beleidswijzigingen doorgevoerd die op lange termijn ingrijpende gevolgen hebben gehad. We hebben voor de toekomst wel degelijk keuze uit een waaier van mogelijkheden, zelfs zonder dat we innoveren of met nieuwe ideeën experimenteren. Er bestaan vele varianten van het kapitalisme en sommige daarvan zijn beter in het verhogen van menselijk welzijn dan andere. De ‘TINA’-doctrine is aantrekkelijk omdat ze gebaseerd is op het overduidelijke falen van de socialistische alternatieven die in de voormalige USSR, in China en in het voormalige Joegoslavië zijn uitgeprobeerd. En er zit ook een kern van waarheid in: er is geen alternatief waarbij geen centrale rol is weggelegd voor de markt als economisch mechanisme (mits de nodige
18
Voor sociale vooruitgang
correcties). Het is echter een grote vergissing dat respect voor het marktmechanisme samenvalt met ongebreideld kapitalisme. Zoals heel wat wetenschappers doorheen de jaren hebben gesteld, is de markt wel degelijk verenigbaar met het idee dat de mens de overhand moet hebben op anonieme marktmechanismes. Arbeid kan kapitaal inhuren, in plaats van ingehuurd te worden door kapitaal en in een dienende rol gedrukt te worden. In die zin stelt dit boek zelfs dat een markteconomie niet noodzakelijk ingepast moet worden in een kapitalistische samenleving. Zo hebben we veel meer mogelijke alternatieven dan alleen de huidige varianten op het kapitalisme. Met die alternatieven is hier en daar al geëxperimenteerd, en ze kunnen op grotere schaal toegepast worden. Kortom, we hebben hier al twee verkeerde ideeën geïdentificeerd in plaats van één: 1) dat er geen alternatief is voor het huidige systeem – eigenlijk bestaat dat niet eens, het huidige systeem, wereldwijd zijn er een heleboel varianten van; 2) dat markteconomie en kapitalisme hetzelfde zijn, en dat respect voor het eerste noodzakelijkerwijze aanvaarding van het tweede veronderstelt – we hebben de markt wel degelijk nodig, maar we hoeven niet vast te houden aan het kapitalisme. Een daarmee samenhangende misleidende en schadelijke opvatting, die vooral in de media erg veel aandacht krijgt, is dat traditionele sociale thema’s vervangen zijn door complexere, minder tastbare kritiek op de huidige toestand, die focust op culturele en identiteitsproblemen of milieucrisissen en die niet langer tot grootschalige sociale en politieke conflicten leidt. Dat foute idee ontstaat omdat de verminderde aantrekkingskracht van bepaalde sociale bewegingen verward wordt met het ogenschijnlijke verdwijnen van de onderliggende sociale problemen. En het wordt gevoed door het idee dat, als er geen alternatief is, alle bewegingen die voor alternatieven ijveren overbodig zijn geworden en dus gewoonweg genegeerd kunnen worden. Laten we het dus maar meteen heel duidelijk formuleren: de strijd om vrouwen, werknemers en tal van etnische groepen van hun al eeuwen durende onderwerping te bevrijden is nog niet gestreden. De strijd om mensen met een beperking als volwaardige leden van de samenleving op te nemen is ook nog niet gestreden. Hetzelfde geldt voor de integratie van migranten met een andere culturele achtergrond. Die traditionele problemen bestaan nog altijd, ze blijven belangrijk en moeten dringend aangepakt worden. Het klopt wel dat de moeilijke situatie van LHBTI-personen de laatste tijd meer aandacht heeft gekregen in ons collectieve bewustzijn en het verdient om aan deze lijst te worden toegevoegd. Het staat ook als een paal boven water dat de vernietiging van ecosystemen en het uitsterven van andere
Inleiding: We hebben de toekomst zelf in handen
19
soorten zo’n omvang heeft aangenomen dat er dringend ingegrepen moet worden. En de #MeToo-beweging tegen de seksuele intimidatie van vrouwen heeft in tal van culturen en continenten tot een kantelmoment van inzicht geleid. Maar op de keper beschouwd is de onverschilligheid van de gevestigde orde tegenover traditionele vormen van sociaal onrecht gewetenloos te noemen. Een ander wijdverspreid idee is dat de redding moet komen van de politiek en van veranderingen in het overheidsbeleid. De meeste mensen vinden dat de overheid ofwel te veel ofwel te weinig tussenbeide komt in de economie en samenleving, en dat we de huidige problemen het beste kunnen oplossen door daar iets aan te doen. Dit boek stelt dat, op lange termijn, maatschappelijke veranderingen in gang worden gezet door veel diepere lagen van onze samenleving, door veranderingen van methodes en conventies, van normen en gewoonten, en dat het overheidsbeleid daar vaak pas op volgt, om voor stabiliteit te zorgen en het nieuwe normaal vorm te geven. De inbreng van de politiek blijft belangrijk, maar is dus zeker niet de enige manier om verandering na te streven en te bewerkstelligen. Je hoeft geen politicus of politiek activist te worden om bij te dragen tot de verbetering van de wereld. We zullen in dit boek nog veel meer verkeerde ideeën aanpakken – bijvoorbeeld dat technologische vooruitgang een deterministisch pad volgt waarop wij geen invloed hebben, dat globalisering noodzakelijk tot de convergentie van economieën en tot botsingen tussen beschavingen leidt, of dat sociale vooruitgang alleen mogelijk is met economische groei ten koste van het milieu. Al die beweringen zullen we in de volgende hoofdstukken ontkrachten.
In een notendop Laten we de verhaallijn van dit boek even samenvatten. Met het aanbreken van het antropoceen, de nieuwe geologische periode waarin menselijke activiteit de belangrijkste oorzaak is voor veranderingen op onze planeet,4 werd de mens de sturende kracht op onze planeet. We beginnen allemaal te beseffen dat het helemaal mis zal gaan als we zo doorgaan: dan zullen verschillende fundamentele spanningen tot een breekpunt leiden en drastische omwentelingen veroorzaken. De ongelijkheid en het gebrek aan sociale cohesie worden almaar ondraaglijker, zowel tussen continenten als in de landen zelf, en dat mondt
20
Voor sociale vooruitgang