DE S CHO O L VAN DE MAGIS CHE DIEREN
M A R G I T AU E R
DE S CHO O L VA N DE
Vertaald door Corry van Bree Met illustraties van Martijn van der Linden
www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 ISBN 978 94 014 5935 8 D/2019/45/338 NUR 282/283 Oorspronkelijke titel Die Schule der magischen Tiere © Tekst Margit Auer, 2013 © Illustraties Martijn van der Linden © Oorspronkelijke uitgever Carlsen Verlag GmbH, Hamburg © Nederlandse editie Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 © Vertaling Corry van Bree, 2019 Vormgeving omslag: Studio Lannoo, Mieke Verloigne Vormgeving binnenwerk: Mieke Smalle
DE WINTERSTEINSCHOOL Een heel gewone school met een directeur, een conciërge en een groot schoolplein. Heel gewoon? Bijna. Als het geheim er niet was geweest…
MISS CORNFIELD Leerkracht aan de Wintersteinschool. Soms is ze een beetje streng, maar ze heeft het beste voor met haar leerlingen. En ze weet heel precies wie van hen hulp nodig heeft. 5
MENEER MORTIMER MORRISON Eigenaar van de magische dierenwinkel met magische, pratende dieren. Al deze dieren wachten op het kind dat precies bij hen past.
MENEER MORRISONS BUS Daarmee reist hij over de hele wereld om magische dieren op te halen. 6
PINKIE De brutale ekster is het magische dier van meneer Morrison. Ze haalt heel vaak kattenkwaad uit.
ASHANTI DE ZWARTE MAMBA & LEONARDO DE WANGZAKEEKHOORN Twee pratende dieren in de magische dierenwinkel. Net als alle magische dieren willen ze niets liever dan een hartsvriend of -vriendin hebben.
7
DE KLAS VAN MISS CORNFIELD Een heel normale schoolklas met 24 leerlingen. Wie van deze kinderen heeft de grootste behoefte aan een magisch dier?
DE ARROGANTE JO?
DE AMBITIEUZE IDA?
DE KATTIGE HELENE? 8
DE DROMERIGE BENNI? DE VERLEGEN ANNA-LENA?
OF DE ONHANDIGE EDDIE?
9
INHOUD Hoofdstuk 1: DE VERHUISWAGEN Hoofdstuk 2: TANTE ELFRIEDE Hoofdstuk 3: DE GEHEIMZINNIGE BUS Hoofdstuk 4: DE GYMLES Hoofdstuk 5: MORRISON MELDT ZICH Hoofdstuk 6: PINKIE VEROORZAAKT CHAOS Hoofdstuk 7: ALLES GAAT MIS Hoofdstuk 8: POST VAN DE MAGISCHE DIERENWINKEL Hoofdstuk 9: IDA EN BENNI KRIJGEN HUN MAGISCHE DIEREN Hoofdstuk 10: BIJ IDA THUIS Hoofdstuk 11: BIJ BENNI THUIS Hoofdstuk 12: DE MAGISCHE DIEREN GAAN MEE NAAR SCHOOL Hoofdstuk 13: RABBAT HEEFT TREK IN CHOCOLADEKOEKJES Hoofdstuk 14: STANK IN DE AULA Hoofdstuk 15: DE LIEFDESBRIEF Hoofdstuk 16: DE STINKENDE TOVERDRANK Hoofdstuk 17: EEN NACHTELIJK UITSTAPJE Hoofdstuk 18: BETRAPT! Hoofdstuk 19: DE STINKBOM BELANDT IN DE VUILNISBAK Hoofdstuk 20: IDA EN BENNI WORDEN VRIENDEN Laatste hoofdstuk: DE WEDSTRIJD
17 27 39 45 50 62 67 76 82 92 98 104 113 118 130 136 141 146 155 165 172
Telegram. Gedicteerd in postkantoor Port Lockroy, Antarctica
Van: Mortimer Morrison Aan: Mary Cornfield Hallo, zusje +++ Hoe gaat het thuis? +++ Weet je al aan welke school je les gaat geven? +++ Ben op dit moment in Antarctica om magische dieren op te halen +++ De motor van de bus was kapot, maar die is weer gerepareerd +++ Tot gauw. Mortimer
12
D
e bus reed ronkend over de ijsvlakte en kwam met piepende remmen tot stilstand. Een man die dik aangekleed was stapte uit. Hij keek om zich heen. Overal staken ijsbergen uit het gladde wateroppervlak onder de blauwe hemel. Witte, zacht glooiende sneeuwbergen glinsterden in de zon. Het was doodstil. Ineens hoorde hij zacht gegrom en kreten die een beetje aan de geluiden van een trompet deden denken. De man lachte, schoof zijn bontmuts recht en begon in de richting van het geluid te lopen. Na een halfuur wandelen bereikte hij de pinguĂŻnkolonie. Hij keek naar alle zwarte koppen, ging op zijn hurken zitten en begon zachtjes te praten. ‘Ik ben Mortimer Morrison, de eigenaar van de magische
dierenwinkel. Magische dieren zijn veilig bij mij. Wie wil mag naar me toe komen.’ Hij wachtte. De dieren hadden niet in de gaten dat hij er was. ‘Magische dieren zijn uniek’, ging hij verder. ‘Iedereen die zich uniek voelt, mag naar me toe komen.’ Mortimer Morrison wachtte. Ineens leek er een schok door de kolonie te gaan. Een van de pinguïns draaide zich om. Het dier liep tussen de andere door en bleef voor de man met de bontmuts staan. Ze keken elkaar aandachtig aan. ‘Versta je wat ik zeg?’ vroeg Mortimer Morrison nieuwsgierig. De pinguïn knikte en klepperde met zijn snavel. ‘Krrrch’, zei hij. ‘Probeer het nog een keer’, moedigde Mortimer Morrison hem aan.
‘Krrcheech’, gromde de pinguïn en hij haalde diep adem. ‘Ik wist helemaal niet dat er nog iemand is die mijn taal spreekt’, zei hij aarzelend. Hij hief zijn rechtervleugel en wees naar de pinguïnkolonie. De dieren stonden dicht tegen elkaar aan. ‘Ik voelde me verschrikkelijk eenzaam.’ Er rolde een traan over zijn zwarte pinguïnwang. ‘Dat is nu voorbij’, zei Mortimer vriendelijk. ‘Als je met me meegaat, vind je vrienden.’ ‘Zijn er nog meer wezens die mijn taal spreken?’ vroeg de pinguïn opgewonden. ‘Jazeker.’ De man knikte. ‘Alle magische dieren verstaan elkaar. Omdat ze elkaar normaal gesproken niet tegenkomen, rijd ik in mijn bus rond en haal ze op. Bij mij krijgen ze een nieuw thuis. Hoe heet je?’ ‘Juri’, antwoordde de pinguïn. Mortimer Morrison lachte. ‘Welkom, Juri. Je hoeft je nooit meer eenzaam te voelen.’ De pinguïn schudde zijn veren op. Vervolgens liep hij zonder nog één keer achterom te kijken met de man met de bontmuts mee.
Hoofdstuk 1
DE VERHUISWAGEN
‘A
aaahhh! Au! Nee!’ Benni schoot met een razende vaart door de Leeuwerikstraat en belandde midden in een rozenperk. Het was de laatste dag van de zomervakantie en Benni was voor één keertje buiten. Anders luisterde hij altijd naar zijn
17
lievelingsprogramma, De derde dimensie, maar dat werd vandaag niet uitgezonden. Hij had het skateboard dat zijn oom Johnnie hem voor Pasen had gegeven, uit de kelder gehaald. Zijn oom had gezegd dat hij daarmee indruk kon maken op de meisjes. Benjamin Schubert zuchtte en kroop uit het rozenperk. Dat had er beslist niet indrukwekkend uitgezien. Hij hinkte naar de stoep en trok de pijp van zijn spijkerbroek omhoog. Zijn rechterknie was geschaafd, maar bloedde gelukkig niet. Op dat moment zag hij de verhuiswagen. Die stond onder de kastanjeboom op het Johannisplein, een mooi plein dat aan het eind van de Leeuwerikstraat lag. Op het plein stonden woningen en winkels, zoals een bakkerij, een fietsenwinkel en kapsalon Elfriede. De kapsalon had aan het begin van de maand een nieuwe eigenaar gekregen. En blijkbaar verhuisden ze vandaag naar de woning op de eerste verdieping. Benni besloot een kijkje te nemen. Hij ging met trillende benen op zijn skateboard staan en rolde voorzichtig dichterbij. De deuren van de verhuiswagen stonden wijd 18
open. Benni zag een staande lamp, boekenplanken, een kledingkast en heel veel dozen. Verhuizers droegen meubels, opgerolde vloerkleden en in plastic verpakte schilderijen het huis in. Een gestreepte eekhoorn rende voor zijn voeten langs en verdween in de kastanjeboom. Benni bleef staan. Ineens ging zijn skateboard ervandoor en rolde de weg op. Een fietser met een zwarte helm op zijn hoofd scheurde eropaf. Hij vloekte en probeerde het skateboard te ontwijken. Daardoor botste hij bijna tegen de verhuizers aan, die precies op dat moment een grote spiegel over het plein sjouwden. Er klonk een doordringende fluittoon. De fietser keek op en stuurde net op tijd naar links. ‘Hou je troep bij je!’ riep hij tegen Benni en hij reed verder. Benni lette niet op hem. Hij wist zeker dat de fluittoon afkomstig was van het eekhoorntje dat daarnet over het plein was gerend. Nu zat het 19
boven in de kastanjeboom, keek op hem neer en zwaaide met zijn borstelige staart. Benni had nog nooit een eekhoorntje horen fluiten. En sinds wanneer hadden eekhoorntjes strepen? De verhuizers droegen een ladekast vol stickers de woning in. Benni ging weer op zijn skateboard staan en rolde dichterbij. Au, zijn knie deed nog steeds pijn. Op de laadvloer van de vrachtwagen stond een bureau met paarse laden. Paars? Toen een van de verhuizers een bioscoopposter met de tekst Nacht der Vampieren uit zijn handen liet vallen, wist Benni het zeker. Boven de kapsalon kwam een meisje wonen. Hij haalde zijn schouders op en besloot naar huis te gaan. Hij kon wel een vriend gebruiken, maar een meisje? Nee, dank je wel. Benni rolde langzaam door de Leeuwerikstraat naar huis. Plotseling hoorde hij gesis uit de heg komen. Het was net alsof iemand een luchtbed liet leeglopen. Wat was dat? Benni stapte van zijn skateboard en zette heel zachtjes zijn ene voet voor de andere. Hij kon erg goed sluipen. Bij de heg ging hij op zijn
20
hurken zitten en staarde naar het donkere gat. Hij schrok. Tussen de takken en de bladeren lag een slang. Een echte, levende slang met olijfgroene schubben. Benni’s hart begon sneller te slaan. De slang had donkerbruine, waakzame ogen. Hij opende zijn bek en zijn tong schoot naar buiten. Zijn mondholte was blauwzwart. Benni trilde zo hevig dat het hem nauwelijks lukte om weg te lopen. Toen hij weer bij zijn skateboard stond, aarzelde hij geen seconde. Hij skatete zo snel mogelijk weg en stopte pas toen hij thuis was.
Ida Kronenberg zat op de vensterbank van haar nieuwe kamer en bungelde met haar benen. Eén been binnen, één been buiten. Zo zat ze het liefst.
21
Ze had genoeg van de verhuizing. Eerst had ze alles moeten inpakken en nu moest ze alles weer uitpakken. Daar had ze helemaal geen zin in. Het was middag en een straatveger had zijn oranje kar op het Johannisplein geparkeerd. Zou hij kapsalon Elfriede binnen zijn gegaan om zijn haar te laten knippen? Haar ouders hadden de kapsalon samen en het was er verschrikkelijk druk. Zelfs vandaag, op de dag van de verhuizing, moesten ze werken. De kapsalon had lang leeggestaan en blijkbaar hadden alle bewoners van de wijk erop gewacht tot er in kapsalon Elfriede weer geknipt, gefรถhnd en gekleurd zou worden. Ida keek naar het Johannisplein. De woningen hadden kleurige gevels en kleine balkons. Veel ramen stonden open, iemand oefende op een viool. Het klonk behoorlijk vals. Ineens voelde ze zich heel verdrietig. Haar beste vriendin Miriam speelde ook viool. Ze miste haar zo! Ida vond dat het veel beter klonk als Miriam speelde. Morgen was haar eerste schooldag op de Wintersteinschool, waar ze voortaan naartoe zou gaan. Hoe zou het daar zijn? Ida kende er niemand. 22
Ook in de buurt had ze nog geen kinderen gezien, behalve de bleke jongen die zo onhandig op zijn skateboard bezig was geweest. De deurbel van de kapsalon rinkelde en de straatveger kwam met zijn nieuwe kapsel naar buiten. Ida boog zich nieuwsgierig naar voren – te ver! Er klonk een schelle fluittoon. Ze kon nog net op tijd het raamkozijn vastpakken. Ida kreunde. Ze was bijna naar beneden gevallen. Ze vroeg zich af wie er gefloten had. In de kastanjeboom, die midden op het plein stond, zat een diertje met een borstelige staart dat naar haar knipoogde. Het zwaaide zelfs naar haar, maar dat zag Ida niet. Toen de straatveger zijn kar pakte en rammelend over de stoep wegliep, glipte het diertje weg. Het was al tussen de takken van de kastanjeboom verdwenen toen er een tweede fluittoon klonk. Dat was om afscheid van haar te nemen, maar dat hoorde Ida ook niet.
Thuis bracht Benni eerst zijn skateboard naar de kelder, daarna ging hij naar zijn kamer. Hij sloeg 23
de dierenencyclopedie open en bladerde langs een heleboel bladzijden voordat hij vond wat hij zocht: een foto van een slang met olijfgroene schubben en een blauwzwarte bek.
Zwarte mamba: Een van de gevaarlijkste slangen ter wereld. Hij is heel snel en zijn gif is dodelijk. Is afkomstig uit Oost-Afrika. Hij bladerde verder en vond een dier dat op een eekhoorntje leek, maar het niet was. Wangzakeekhoorn: De wangzakeekhoorn heeft een bruine vacht en zwarte strepen op de rug. Hij trekt de aandacht door hard te fluiten. Zijn leefgebied is Noord-Amerika. 24
Benni sloeg het boek verward dicht. Waarom had hij een slang uit Oost-Afrika en een wangzakeekhoorn uit Noord-Amerika in zijn straat gezien?
’s Nachts was het warm en de hemel was vol vallende sterren. Benni lag in zijn piratenbed en draaide onrustig van zijn ene zij op de andere. Hij droomde heel eng. Hij moest in een hardloopwedstrijd uitkomen tegen een gestreepte slang en een groene eekhoorn, maar kwam niet van zijn plek. De dieren lachten hem uit, ze lachten en lachten… Benni opende zijn ogen slaapdronken. Buiten begon het licht te worden, maar dat merkte hij niet. ‘Ik wil niet altijd de laatste zijn’, snikte hij en hij draaide zich naar de muur.
Een paar woningen verderop zat Ida bij het raam. Ze kon niet slapen omdat ze veel te opgewonden 25
was. Morgen zou ze in de nieuwe klas beginnen. Zou ze snel vriendinnen krijgen? Wow, alweer een vallende ster! Ida wenste heel snel, voor de zevende keer al, dat ze het op de nieuwe school naar haar zin zou krijgen.
26