Skip to main content

9789401459129

Page 1

Expressionistisch dichtwerk

LiV-moens-binnen.indd 1

24/01/19 09:10


LiV-moens-binnen.indd 2

24/01/19 09:10


WIES MOENS

EXPRESSIONISTISCH DICHTWERK Bezorgd door Els van Damme en Yves T’Sjoen Literatuur in Vlaanderen 1900–1950

LiV-moens-binnen.indd 3

24/01/19 09:10


Literatuur in Vlaanderen 1900–1950 Cyriel Buysse Oorlogsverhalen ISBN 978 94 014 2139 3 (2014) Daan Boens Frontpoëzie ISBN 978 94 014 2140 9 (2014) Joris Vriamont Proza ISBN 978 90 382 2579 1 (2016) Victor Brunclair Gedichten ISBN 978 90 382 2664 4 (2017) René de Clercq De noodhoorn en andere gedichten ISBN 978 94 014 5234 2 (2018) Raymond Brulez André Terval ISBN 978 94 014 5351 6 (2018) —

Uitgeverij Academia Press Ampla House Coupure Rechts 88 (3de verdieping) 9000 Gent België www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ISBN 978 94 014 5912 9 D/2019/45/75 NUR 306 Boekverzorging: Stéphane de Schrevel Coverfoto: Letterenhuis © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt © Els van Damme & Yves T’Sjoen © Nawoord: Els van Damme Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

LiV-moens-binnen.indd 4

24/01/19 09:10


Inhoudsopgave

DE BOODSCHAP 7

DE TOCHT 31

OPGANGEN 69

LANDING 105

NAWOORD (ELS VAN DAMME) 151

EDITIEVERANTWOORDING 173

LiV-moens-binnen.indd 5

24/01/19 09:10


LiV-moens-binnen.indd 6

24/01/19 09:10


DE BOODSCHAP [1920]

7

LiV-moens-binnen.indd 7

24/01/19 09:10


Ut cantet canticum novum sit novus homo Augustinus (De decem chordis)

Aan Moeder, tot gedachtenis 8

LiV-moens-binnen.indd 8

24/01/19 09:10


I

Als ik kom om tot je in te gaan, schoeisel en mantel zal ik laten op je drempel. Mijn mantel is zwaar van het stof van vele wegen, de keien hebben mijn schoeisel ontwricht. Let niet op het beven van mijn handen, let niet op de schaduwen die door mijn ogen dwalen. Ik breng mijn hart mee als ik tot je in ga, ik kom om mijn hart te breken als een reukvaas over je haren.

9

LiV-moens-binnen.indd 9

24/01/19 09:10


II

Ik zal naar mijn Liefde reizen. Achter lichtende heuvelen schemert mijn weeldeland. Wierook brandt in mijn paleizen. Mijn slaven zochten kruiden na zonnedalen. Priesteressen hebben mijn reukwerk bereid. De rode voorhang daalt in zware plooien. Als mijn stap klinkt op de marmervloer, openschuiven zal de rode voorhang zo rode lippen opendoen. De geur van mijn specerijen hangt gonzende in de lucht! Ik hoor het vreugde-borrelen van mijn volle oliekruiken, als de koningsdochter wordt binnengeleid.

10

LiV-moens-binnen.indd 10

24/01/19 09:10


III

Toen wij ontwaakten (nog lagen roze vrouwenarmen gestrengeld om onze hals) ging ons begeren naar U. Wij hoorden Uw stem als een ver, ver lied van bekoren – en zagen het wuiven van Uw witte handen langs de morgenkim. Toen wij gingen over markt en pleinen (onvoldaan joeg de vlam in ons) – Gij hebt U vertoond aan de steeghoek waar vrouwen wachten, Uw gelaat was onder hen die aanschoven voor de hospitalen. En in de avond (we zaten alleen en nutten ons vesperbrood onder de lamp) Uw schreden nog hebben wij buiten vernomen. Voor de deur onzer woning zacht klonk Uw trage stap.

11

LiV-moens-binnen.indd 11

24/01/19 09:10


IV

Knielen zal ik tussen Uw simpele luiden. Het tempo van hun hart is de rustige regelmaat van koperen slingers, in antieke klokkasten van eikehout. Ik zal het jagen stilleggen van mijn hart, met kalme riemslag roeien naar Uw meren van licht. Daar is geen rimpel in het meervlak, lijk daar geen rimpel groeft door Uw effen gelaat. Knielen zal ik tussen Uw simpele luiden. Zij dragen ruige baard en spuwen op de vloer van Uw heiligdom; maar in hun ogen is de eenvoud der kleinen, terwijl zij luisteren naar Uw woord. Ik zal de wortel der ijdelheid rukken uit mijn oogappel, de hoge pracht der begeerlikheid wassen van mijn netvlies: dat mijn ogen worden gewijd voor het aanschouwen van wintermisère en de bespotting van dompelaars langs de straatweg.

12

LiV-moens-binnen.indd 12

24/01/19 09:10


V

Loven wil ik U, Heer, om wat Gij mij hebt geschonken! Licht in mijn ogen toen over mijn ziel klaar uw gesternte openviel – en dat ik uw vreugd heb gedronken, de diepten van uw liefdemeer. Loven wil ik U, Heer, om wat Gij mij hebt genomen: smart en verblijden! En dat Gij mij liet ledig en dor, en mijn armoe ziet maar spreekt: ‘nog is mijn uur niet gekomen’ – en tot uw lafenisbode: ‘keer!’ Loven wil ik U, Heer, ook, ook om mijn zonden! En dat de boze zijn angel dreef diep in mijn vlees, tot hij meester bleef… Toen ik U weer heb gevonden dauwden Uw tranen over mij neer.

13

LiV-moens-binnen.indd 13

24/01/19 09:10


VI

Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang! Tussen geringen staan en hun ogen richten naarboven, waar blinken Uw eeuwige sterren. Ik wil een snoeier zijn in de wijngaard, een werkman bij de druivepersen. Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang! Mijn woord in de mond van stamelaars, mijn hand voor die liggen langs het pad. En voor het raam van mijn woning een vlam in de nacht: dat wie verdolen mocht richt zijn schreden naar het Huis van Toevlucht. Ik zal het wasbekken klaar zetten, brood en wijn op de tafel – en het Boek geopend aan de parabel van de Goede Herder.

14

LiV-moens-binnen.indd 14

24/01/19 09:10


VII

Zie naar de velen! Hoe zij breken met schuldige handen het vat van hun levensgenade, en storten de kostbare speciĂŤn over de grond. Zie naar de weinigen! Hoe zij dragen voor zich uit de broze kruik, vol van de talenten des levens, voor zich uit, met witte handen van aanbidding, naar het Huis der offerande: dat de balsemgeuren verblijden de ingang van het Heilige der Heiligen! Nog gaat langs eenzame wegen goede Samaritaan, en zalft de wonden van die verlaten liggen langs het pad, en geeft van zijn drank aan de dorstige die koorts verteert. Hem wordt gemeten aan de ingang de volle maat: dat zijn offervaten overlopen en de balsem druipt van de altaarsteen.

15

LiV-moens-binnen.indd 15

24/01/19 09:10


VIII

Een enkele maal, als vaardig wordt over me de genade der grote dingen, te geven mijzelf. Een enkele maal mijzelf te bieden, vlees en ziel, op de tafel der hongerigen. Te breken mijn geluk in stralen die vallen over hoofden van deemoed, mijn weelde in sterreregen druipend over onbegenadigden. En over de diepten nog woord, ĂŠĂŠn klare klepelslag: ademloos staan zielen in het luisteren. Dan mogen de banden lossen, verloren vloeien de kracht. Wie zich-zelf mocht geven dus een enkele maal, groot zal hij opgaan over de aarde: cherubijn van Vervulling.

16

LiV-moens-binnen.indd 16

24/01/19 09:10


IX

Die met ons kind was blijft ons verwant. Want dat we saam in de nacht slapend werden thuisgebracht uit cirkusvertoningen, is sterker band nog van ziel tot ziel dan banden van bloed. Zo die met ons stond in kazuifels uit oude kranten, en zijn offerkelk had hij moeizaam gedraaid uit blinkende foelie (een geschenk van de winkelvrouw) – hij heeft als wij een kelk in zijn reiszak geborgen en houdt zijn bloed warm voor het uur der offerande. Die met ons kind was en het woord vernam als wij, hij gaat met ons de lange weg waar de vuren nog branden van oude veroveraars, en breekt zijn brood met ons en legert in hetzelfde bivak.

17

LiV-moens-binnen.indd 17

24/01/19 09:10


X

Slaat in mijn ziel de wonden die verkankeren, rukt aan mijn hart dat de vezels jammeren – juichen zal ik in verwinnende wellust, ik zal zingen als het koren dat gegeseld wordt. Laat uw vuistslagen branden op mijn gelaat, uw brandmerk schroeien mijn lillende vlees – ik weet handen die mijn gelaat zullen wassen, een mond die de brandwonden zoenen zal. Luistert, hoe ik bereid mijn uur van wraak: in de stilte scherp ik de grote verzoeningswoorden, laaiende kolen zal ik over uw hoofden verzamelen, ik wil u zien smelten in de gloed van mijn Liefde!

18

LiV-moens-binnen.indd 18

24/01/19 09:10


XI

Als over mijn hoofd de zware eskadronnen gaan: door luisterende nachten loopt hun tocht met omwonden banieren – Moeder, mijn heilige, vul gij mijn lamp met olie vers en overvloedig. Als in de lichtende dag mijn droom staat gedicht, sluitsteen in het gewelf van zingende bogen: plechtig ruist mijn aarde – Moeder, mijn heilige, vouw gij mijn handen en leer me nog dit kindergebed. Als ik word opgeroepen voor de tocht van waagnis, als de werver gaat van deur tot deur en vreemde handen stoppen het brood in mijn ransel – Moeder, mijn heilige, terwijl mijn hart al is onder de scharen, laat stil uw hart nog kloppen aan het mijn. Als ik schildwacht sta op hete barrikaden: zwart de rode vanen in de nacht, in mijn ogen de rosse gloed van puinbrand – Moeder, mijn heilige, 19

LiV-moens-binnen.indd 19

24/01/19 09:10


geef uw gelaat aan de man naar wie ik mikkend mijn roer richt!

20

LiV-moens-binnen.indd 20

24/01/19 09:10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401459129 by Uitgeverij Lannoo - Issuu