Skip to main content

9789401459105

Page 1

BRIGITTE HERREMANS DE MENS IN OPSTAND Van middelmaat tot meesterschap


D/2019/45/73 – ISBN 978 94 014 5910 5 – NUR 740 Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Studio Lannoo Zetwerk binnenwerk: Studio Lannoo © De auteurs Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent – België www.academiapress.be


KARAKTERS  Filosofie en literatuur in zakformaat

BRIGITTE HERREMANS DE MENS IN OPSTAND Hoe verhalen de strijd voor mensenrechten voeden


DAT VREEMDE IN MIJN HOOFD REDDE ME

Of ik dan tenminste mijn boek kon meenemen in de cel? De bewaker voelde er niets voor, maar liet me begaan wanneer hij zag hoe verbeten ik was. Hij had net mijn gsm afgenomen en ik had afleiding nodig. Enkele uren daarvoor was me de toegang tot Israël geweigerd omdat ik de contactgegevens van mijn collega’s en vrienden in de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en Israël niet aan de Israëlische veiligheidsdiensten wilde geven. ‘Omwille van veiligheidsredenen wordt je gedurende tien jaar de toegang tot Israël ontzegd.’ Al had ik me de afgelopen jaren voorbereid op dit scenario, toch voelde ik de grond onder mijn voeten wegzakken. Het voelde als een wrede straf om afgesneden te zijn van Palestina en Israël, twee gebieden die ik al sinds mijn tienertijd ­bezocht. Daar lag ik op mijn brits, afgewend van de andere vrouwen die nieuwsgierig mijn richting uitkeken. Ik maakte duidelijk geen deel uit van hun groep, sekswerkers die het land werden uitgezet op basis van ‘illegale immi­gratie’. Ik wilde niet praten over de reden voor mijn korte verblijf in het detentiecentrum, tot ik op het

5


eerstvolgende vliegtuig naar België werd gezet. Ik stortte me dan maar op Dat vreemde in mijn hoofd van Orhan Pamuk, een roman die ik had meegegrist toen ik vertrok. Het boek leidde me af van de ‘wat als’-gedachten in mijn hoofd. Wat als ik mijn contacten toch had gegeven? Mocht ik een dag eerder vertrokken zijn, was ik dan misschien wel het land in geraakt? Had ik mezelf in een lastig parket gebracht door een boek over het conflict te schrijven? Ik blokte die gedachten af en begon te lezen. Niet voor het eerst behoedde een roman me voor zelfbeklag. Als tiener verbleef ik in een streng internaat, waar ik mijn plaats niet vond. Ik zat talloze uren op mijn kamer en doodde de tijd met lezen. Na een paar lastige maanden besefte ik dat ik met boeken in mijn leven nooit alleen zou zijn, dat ik altijd antwoorden zou vinden in verhalen. Ook die avond in het detentiecentrum hielp een boek me om zowel kwetsbaar als weerbaar te zijn. Ik voelde wat verhalen allemaal voor mensen in opstand betekenen: ze bieden schoonheid, afleiding en troost. Dit gevoel riep bij mij een sterke verbondenheid op met mensenrechtenactivisten en dissidenten, al hoefde ik niet bang te zijn voor fysieke mishandeling. Albert Camus kwam me ook voor de geest. In De mens in opstand analyseerde hij waarom mensen zich verzetten en hij toonde veel empathie met mensen die gebukt

6


gaan onder onrecht. Ik besefte hoe schrijvers en hun gedachtengoed een houvast kunnen bieden voor mensen in opstand, ze geven hun hoop en voeden solidariteit. Van kindsbeen af ben ik gefascineerd door mensen die zich verzetten tegen onrecht. De verhalen van familie­ leden over het verzet in de Tweede Wereldoorlog raakten me diep. Ze leerden me dat er mensen bestaan die alles op het spel zetten voor anderen. Dat inzicht voedde mijn interesse voor de geschiedenis van het Joodse volk. Ook de notie van rechten boeide me al snel. Eerst kwamen de dierenrechten. Een vriendin en ik leurden op school met een zelfgemaakt krantje ten voordele van WWF. Strijden voor rechtvaardigheid leek me hoopvol. Toen de juf in het zesde leerjaar, in 1989, opgewonden vertelde dat de Muur was neergehaald, deelde ik in haar vreugde. Niet lang daarna kwam de icoon van de antiapartheidsbeweging Nelson Mandela vrij en voelde ik hoe noodzakelijk de strijd voor een andere wereld is. Hij stond voor mij altijd symbool voor hoop. Ook was ik verrukt toen ik ­jaren later Hope in the Dark van de Amerikaanse activiste Rebecca Solnit las. ‘Hoop betekent dat een andere wereld mogelijk is, niet beloofd, niet gegarandeerd. Hopen is jezelf uitleveren aan de toekomst. Dat engagement voor de toekomst maakt het heden leefbaar.’1

7


DE LEZENDE ACTIVIST

Het was mijn moeder die zowel mijn liefde voor boeken als mijn empathie voor de mens in opstand aanwakkerde. Ze las me geen kinderverhalen voor maar vertelde geestdriftig over de boeken die zij las. Die boeken vormden onze geliefkoosde gespreksonderwerpen. Ze ging uitvoerig in op personages die een plaats in haar hart hadden veroverd. Het waren vaak vrouwen met een tragische levensloop zoals Emma Bovary en Anna Karenina. Centraal stond de mens in de marge, de anti­ held die wars van conventies leefde. Een aantal van haar lievelingsboeken was doorspekt met thema’s als onrecht, gevangenschap en slavernij, maar ook feminisme; die onderwerpen ontdekte ik door naar haar te luisteren. Zo verbaasde ze zich over het uithoudingsvermogen van Aleksander Solzjentitsyn die in De Goelag Archipel schreef over zijn dwangarbeid in de strafkampen van Stalins Sovjet-Unie. Ook was ze diep getroffen door Sethe, de moeder uit Beminde van Toni Morrison die haar kind doodde om het te redden van de slavernij. Via de literatuur leerde mijn moeder me inzien dat een zekere graad van pessimisme heilzaam is en tot zelf­relativering aanzet. Als kind vond ik het volstrekt

8


normaal om me te laten onderdompelen in al deze verhalen over veelal ongelukkige mensen. Nog voor ik het aankon deze boeken zelf te lezen, ontdekte ik wat het betekent om mee te leven met anderen. Ik vond het spannend om deelgenoot te worden van het lot van vreemden; mensen om wie ik weinig zou geven als ik ze in het dagelijkse leven zou ontmoeten. Of ze nu kneuterig, drammerig of pervers zijn, over romanpersonages vel ik geen oordeel. Ik verwerp hun ideeën niet a priori, maar observeer hen. Meer nog dan mijn technische kennis over het internationaal recht, heeft deze vrijheid van denken, of de wil om zaken onbevangen te bekijken, me gesterkt in mijn activisme voor mensenrechten. Boeken legden de kiem voor dat activisme. Een reis met mijn vader zorgde voor de echte vonk. In 1994 reisde ik als veertienjarige met mijn vader naar Israël om zijn vriend Jakob te bezoeken. We trokken met zijn drieën naar Jordanië. Jakob vertelde dat hij nooit had gedacht het land in vredestijd te kunnen bezoeken. Het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen was net op gang getrokken. Het optimisme contrasteerde met het geweld tijdens de Eerste Intifada (1987-1993). Palestijnse burgers verzetten zich toen collectief tegen de bezetting. Israëlische soldaten braken de beenderen van jongeren met de stenen waarmee ze naar het leger gooiden.

9


Die beelden stonden op mijn netvlies gebrand. Door die reis kreeg ik de Midden-Oostenmicrobe te pakken. Kort daarna gaf ik op school mijn eerste lezing over het Israëlisch-Palestijns conflict. Toen ik mijn studiekeuze moest bepalen, koos ik voor Oosterse Talen en Culturen: Arabisch en Bijbels Hebreeuws. Tijdens de Tweede Intifada (2000-2005), wanneer de hoop op vrede aan diggelen was geslagen door het geweld van het Israëlische leger en de Palestijnse gewapende groeperingen, ging ik aan de slag bij Broederlijk Delen en Pax Christi. In de jaren dat ik voor ngo’s werkte, verdiepte de link tussen literatuur en mensenrechten zich in mijn leven. Dit bleek verrijkend voor mijn werk. Proza en poëzie stelden me in staat me te verzoenen met het groot­schalige onrecht in de regio. Poëzie hielp me om betekenis te geven aan het onvatbare en me te laven aan de herstellende kracht van schoonheid. Verhalen lieten me toe om mentale grenzen te overbruggen en mensen te raken. Om die reden is storytelling nu erg populair in de ngo-­ wereld. Toch wordt het potentieel van literatuur er naar mijn mening onvoldoende benut. Verhalen worden al te vaak gezien als een manier om sympathie los te weken, en soms ook zo ingezet. Maar literatuur kan volgens mij meer betekenen in de strijd voor mensenrechten.

10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401459105 by Uitgeverij Lannoo - Issuu