Skip to main content

9789401459075

Page 1

de geschiedenis van NEDERLAND in 100 oude kaarten


Marieke van Delft en Reinder Storm

de geschiedenis van NEDERLAND in 100 oude kaarten

Met medewerking van Peter van der Krogt, Bram Vannieuwenhuyze, Marleen Smit, Huibert Crijns en Ronald Prud'homme van Reine


Woord vooraf

M

et een kaart kom je overal: van Zoutelande tot Zoetermeer, van IJsland tot Vuurland, van hier tot Tokio. De verhalen die kaarten kunnen overbrengen zijn onuitputtelijk – als je ze aansprekend toelicht en voor wie goed luistert. In dit boek zijn honderd kaarten bijeengebracht die het verhaal vertellen van de geschiedenis van Nederland, aangevuld met een rijkdom aan ander beeldmateriaal. Het merendeel van de kaarten in dit boek is afkomstig uit het Allard Pierson | De Collecties van de Universiteit van Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag. Ze worden daar bewaard en kunnen worden geraadpleegd door onderzoekers en studenten. Ook liefhebbers en geïnteresseerden zijn welkom om dit materiaal te bestuderen en ervan te genieten. Het boek De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten is een eerste kennismaking en een uitnodiging.

bekijken. Op zichzelf is dat misschien jammer, omdat plaatselijke geuren en couleur locale een bijzondere dimensie aan onderzoek kunnen toevoegen. Maar de voordelen wegen huizenhoog op tegen dit nadeel, zeker wanneer digitaal materiaal ook nog eens vindbaar en doorzoekbaar wordt gemaakt op nationale en internationale overkoepelende websites zoals Delpher en het Geheugen van Nederland van de KB, en Europeana. Daarnaast zijn initiatieven tot de systematische ontsluiting van erfgoedmateriaal cruciaal voor de beoefening van research in de eenentwintigste eeuw. Zonder voornoemde websites en de resultaten van het historisch cartografisch onderzoeksprogramma Explokart van de Universiteit van Amsterdam had dit boek niet gemaakt kunnen worden. Met deze overwegingen in het achterhoofd is De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten meer dan een bijzonder en aantrekkelijk samengesteld geschiedenisboek. Het is een verantwoording van onze activiteiten, een staalkaart van cartografische hoogtepunten uit onze collecties en een prikkelend voorbeeld van wat op basis van de verzamelingen van de KB en de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam aan verhalen te vertellen is. Het resultaat is indrukwekkend. Wij betuigen onze erkentelijkheid aan allen dankzij wie dit boek tot stand gekomen is, we feliciteren hen met het prachtige resultaat en we wensen u als lezer heel veel plezier en inspiratie.

Kaarten in het algemeen – en oude kaarten in het bijzonder – zijn kwetsbaar en vaak ook kostbaar. Het beheer moet aan complexe voorwaarden voldoen. Daarom zijn sinds de digitale revolutie grootschalige projecten geïnitieerd om online beschikbaarstelling mogelijk te maken. Veel bibliotheken, archieven, musea en andere erfgoedinstellingen presenteren hun collecties in digitale vorm op speciaal daartoe ingerichte websites en in beeldbanken. Dit maakt nieuwe vormen van onderzoek mogelijk en betekent bovendien dat men niet meer op reis hoeft om materiaal op moeilijk bereikbare plekken te gaan

Dr. Lily Knibbeler, Algemeen Directeur Koninklijke Bibliotheek nationale bibliotheek van Nederland

5

Drs. Maria Heijne, Directeur Bibliotheek Universiteit van Amsterdam


Inhoud en tijdlijn 400

1421

1473

Een routeplanner voor het Romeinse Rijk p. 24

Van land naar water p. 32

Eerste gedateerde boek Verzande toegangsin Nederland gedrukt poort van Brugge p. 48

p. 20

2de4de eeuw Romeinse forten in Nederland

p. 28

1307

800

Karel de Grote Het begin van de functionele cartografie tot keizer in de Lage Landen gekroond

1501

1526

1538

Karel V regeert over de Lage Landen p. 60

Stadslucht maakt vrij p. 63

p. 44

p. 40

p. 56

1490

1500

1524

1543

Verschuivende scheepvaarten handelsroutes

De Lage Landen en de Duitse Hanze

Getouwtrek rond de bisschop

Gelderland ingelijfd

p. 52

p. 16

1509 1512

69 De vroegste bewoners van Nederland

p. 36

1450

Erasmus publiceert Lof der Zotheid

Nederland verschijnt op de kaart

Concurrentie tussen Hollandse steden

1634

1642

1648

1663

Landerijen langs de IJssel p. 126

Rembrandt voltooit de Nachtwacht

Overijssel p. 138

De Amsterdamse grachtengordel voltooid p. 154

1624

1637

1641

1649

Propaganda in de Tachtigjarige Oorlog p. 116

Statenbijbel

Nederlanders op Deshima p. 134

Descartes in Nederland p. 146

p. 142

p. 122

1629

1648

De stedendwinger

De Vrede van MĂźnster

p. 119

p. 130

1624

1634

Nieuw-Amsterdam

Curaçao veroverd op de Spanjaarden

p. 66

p. 150

1650-1672 Eerste Stadhouderloze Tijdperk

1660 De hemel in Nederland


1545

1580

1609-1621

Dordrecht van middeleeuws havenknooppunt tot geïsoleerd eiland p. 69

Haringvisserij in de zestiende eeuw p. 84

Twaalfjarig Bestand p. 108

1558

1570

1584

1611

Dood Karel V

Schouwtoneel van uiteenvallende Nederlanden p. 76

Moord op Willem van Oranje

Hoogheemraadschappen op papier p. 112

p. 92

p. 72

p. 100

1548

1585

1594

1618

Belgisch Gallië of Bourgondische Kreits?

De val van Antwerpen

De Republiek in oorlog

Synode van Dordrecht

p. 88

p. 80

1566 Beeldenstorm

p. 96

p. 104

1602 1607

1574

1581

1589

Haring en wittebrood

De geschiedenis van Friesland

Het belang van de moedernegotie

Oprichting Nederland, VOC polderland

1664

1667

1700

1734

De wereld volgens Blaeu p. 158

De verovering van Suriname p. 170

De Republiek vaart naar de Oost p. 186

Turfwinning in Nederland p. 206

1665

1678

De eerste verharde verbindingsweg in Holland wordt geopend p. 162

Landjonkers en borgen p. 178

1702-1747

1718

Tweede Stadhouderloze Tijdperk

Nederland en ‘Indië’ p. 202

p. 174

p. 190

p. 194

1672

1707

1712

Het Rampjaar

De hoofdkraan van Nederland

Nicolaas Kruikius en de kunst van het landmeten

p. 166

p. 182

1666

1667

1680

Briefverkeer naar de Republiek

Tocht naar Chatham

Economische bloei rondom het ‘natte hart’ van Nederland

p. 198

1717 Het Binnenhof tijdens het Tweede Stadhouderloze Tijdperk


1747

1777

Het einde van het Tweede Stadhouderloze Tijdperk p. 210

Vervoer over water in Nederland p. 228

1755

1774

HĂŠt kasteel Planetarium van Nederland Franeker p. 222

p. 218

1781

1806

Pamflet Aan het volk van Nederland

Nederland onder Lodewijk Napoleon p. 246

1787

1797

1822

Wilhelmina van Pruisen tegengehouden p. 236

Een tussenfase van enkele maanden in de Bataafse Republiek p. 240

Een nieuwe kartering voor een nieuwe staat p. 258

p. 225

p. 243

p. 254

1753

1758

1798

1815

Zeeuws buitenleven

De ontdekking van het kind

Departementen en ringen

Noord en Zuid verenigd

p. 232

p. 214

p. 250

1747

1781

1813

Een onneembare vesting?

De Vierde Engelse Oorlog

Keizerlijke wegen voor Nederland

1901 1881

Bedrijvigheid onder de grond p. 328

1887

Zijn boekdrukkers Het onderwijs molenaars? in Nederland in p. 306 de negentiende eeuw p. 315

1883

1890

Van Gogh gaat naar buiten p. 309

Dood koning Willem III

1905 De ontdekking van de natuur p. 332

1896

1898

1909

Kaarten voor fietsers p. 318

Idealisme rondom de eeuwwisseling p. 321

Tweede Kamerverkiezingen p. 342

p. 324

1909

1898

Nederland schaatst

De vrouwenbeweging

p. 312

1883 Vooruitgang in Nederland

p. 339

p. 336

p. 346

1908 1909 Toerisme voor iedereen

De verzuiling


1830

1863

1877

Scheuring in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden p. 266

Afschaffing slavernij

Een iconische atlas voor heel Nederland p. 298

1831

1865

Burgeroorlog in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden p. 270

Stadsparken Kinderwetje in Nederland van Van p. 288 Houten

p. 273

p. 280

1874

p. 292

p. 295

p. 302

1839

1853

1867

Het begin van de trein in Nederland

Katholiek Nederland herademt

Een besmettelijke Het gevolg van ziekte in het Congres Amsterdam van Londen in 1867

1848 1850

1825 Overstromingen in grote delen van Nederland

De grondwet Nederland van Thorbecke grootschalig in kaart gebracht

1912

1929 1930

De onstuitbare opmars van de auto p. 349

Beurskrach Wall Street

Nederland aan de vooravond van de crisis p. 359

1915

1932

De Dodendraad p. 352

Afsluitdijk voltooid p. 362

Eerste Wereldoorlog

Ontruiming van een bedreigd eiland

1940 Nederland geeft zich over aan Duitsland p. 368

1940-1945 Tweede Wereldoorlog

1944 1949

Duitse bunkers Burgerluchtvaart tegen de invasie in Nederland p. 376 p. 380

p. 372

De Stijl Wilhelmina 25 jaar koningin

p. 384

1940

1941

1953

Leidingwater

De Jodenvervolging

De Watersnoodramp

p. 356

1917 1923

Industrialisatie in Nederland

1859

p. 365

1914-1918

1880

p. 284

p. 276

p. 262

1868

1949 Soevereiniteitsoverdracht IndonesiĂŤ


Kaarten: een zich ontvouwend universum Peter Vandermeersch

H

et begon bij mij ooit met ‘stafkaarten’ of, zoals ze officieel heten, topografische kaarten. Ik ontdekte ze toen ik als jongetje begin jaren zeventig van de twintigste eeuw – ik was een jaar of tien – voor het eerst met mijn ouders op vakantie ging naar de Belgische Ardennen. We huurden een wat krakkemikkig huisje in de buurt van Bastogne, waar op het eind van de Tweede Wereldoorlog het Ardennenoffensief had gewoed. Ik weet nog goed hoe mijn vader, kolonel bij de Belgische Rijkswacht (intussen omgevormd tot de Nationale Politie), in het handschoenenkastje van onze auto enkele netjes gevouwen stafkaarten meebracht. De kaarten – ze werden altijd met bijzonder veel respect en liefde behandeld – waren op een schaal van 1:25.000. ‘Eén centimeter op de kaart is gelijk aan tweehonderdvijftig meter’, doceerde mijn vader en hij leidde me tijdens lange wandelingen en fietstochten binnen in de wondere wereld van de cartografie. Voor mij ontvouwde zich een universum van zorgvuldig aangebrachte kleuren, lijnen, cijfers en symbolen waarin ik uren kon doorbrengen. Mijn liefde voor kaarten ontstond daar, in dat Ardense huisje dat, zo ontdekte ik, een klein blokje was naast dat witte kronkelige lijntje op die topografische kaart. Pas veel later zou ik merken dat mijn fascinatie voor kaarten gedeeld wordt door ontelbaar veel mannen én vrouwen. Het is een universeel gevoel dat diep in de mens lijkt

geworteld. Kaarten, de projectie van een werkelijkheid op een tweedimensionaal vlak, intrigeren en fascineren. Daar zijn vele redenen voor. Om te beginnen zijn veel kaarten gewoon erg mooi. Blader door dit indrukwekkende boek en of het nu de Peutingerkaart is die een routeplanner is voor het Romeinse Rijk (kaart 3) of de kaart bij het 25-jarig jubileum van koningin Wilhelmina (kaart 92), het eerste wat opvalt, is dat kaarten zo kunstig, kleurig en gestileerd kunnen zijn. Nog voor je de informatie tot je neemt, word je verleid door de schoonheid ervan. Kijk naar de indrukwekkende titelpagina van de magistrale Atlas Maior van Joan Blaeu uit 1664 (kaart 38) en geniet. Maar er is natuurlijk meer dan de esthetiek. Want kaarten fascineren vooral omdat ze verhalen vertellen met een mengeling van kleuren, tekeningen, symbolen, cijfers, lijnen en woorden. Dat gebeurt op papier en perkament, op textiel en in marmer. Het kan het intrigerende verhaal zijn van de haringvisserij in het Nederland van de zestiende eeuw (kaart 19), dat van de ambitieuze uitbreiding van de Amsterdamse grachtengordel in de tweede helft van de zeventiende eeuw (kaart 37) of dat van het aantal kinderen tussen zes en twaalf dat in 1887 geen lager onderwijs genoot in Nederland (kaart 80). Het zijn drie willekeurige voorbeelden van kaarten die in deze bundel zijn opgenomen en elk een razend interessant verhaal vertellen van een complexe realiteit. Juist omdat dat verhaal wordt verteld in tekeningen en kleuren, biedt de kaart de toeschouwer ruimte voor zijn of haar verbeelding. Wie waren ze eigenlijk, die zestiende-eeuwse haringvissers? Hoe was het om als vluchteling uit de Zuidelijke Nederlanden in de zeventiende eeuw in Amsterdam aan te spoelen? En wat leerde een achtjarige op de schoolbanken in Friesland in het laatste kwart van de negentiende eeuw? Nee, de kaarten geven daar niet letterlijk een antwoord op. Maar ze staan ons juist wel toe om ons eigen verhaal te construeren, weg te dromen, hiaten naar eigen believen in te vullen. In die zin zijn historische kaarten een heerlijke tijdreismachine. Even naar het Curaçao van 1634? Duik dan onder in de kaart van Gerard van Keulen (kaart 31). Verkies je het Nagasaki van 1641? Sla dan de bladzijde om (kaart 32). En nog enkele kaarten verder wandel je met de Fransman René

Deze ‘pascaart’ van de Noordzee door Frederik de Wit is een typisch voorbeeld van een zeekaart. Gegevens over zandbanken, (on)diepten en kustplaatsen zijn vrij nauwkeurig weergegeven, het binnenland is overal voornamelijk blanco. Amsterdam, Allard Pierson UvA, otm: hb-kzl xi a 3.

10


Descartes in 1649 van Middelburg naar Franeker, Leeuwarden en Deventer (kaart 35). Drie kaarten, drie totaal andere reizen.

attractie van levende mensen. En misschien wel de leukste kaart van dit hele boek is de gids voor wielrijders door Amsterdam van het eind van de negentiende eeuw (kaart 81).

In kaarten vatten we onze trots. Dat kan groots en luid, zoals bij de hemel- en wereldkaarten die naar aanleiding van de Vrede van Münster (1648) in marmer werden aangebracht in de vloer van de Burgerzaal in het Amsterdamse Stadhuis op de Dam (kaart 34). Maar het kan ook ontroerend klein, zoals bij het kaartje van Nederlands allerbelangrijkste sportgebeurtenis, de Elfstedentocht (kaart 87). Op ónze kaarten liggen wij altijd in het midden van de wereld. Ze tonen hoe belangrijk wij zijn. Kaarten fascineren omdat ze inzicht geven. Dat kan inzicht zijn in politieke of militaire situaties, in economische evoluties of culturele gebeurtenissen. Dat inzicht brengen kan gebeuren met educatieve bedoelingen, denk maar aan de hemel volgens Copernicus (kaart 36) uit 1660, en vooral aan het beroemdste Nederlandse voorbeeld, dat vrijwel elk kind in handen heeft gehad dat in de voorbije eeuw naar school ging: de Bosatlas (kaart 75). Soms visualiseren kaarten zaken die je in de fysieke wereld niet kunt zien. Ze tonen de grillige grens die in 1830 tot stand kwam tussen België en Nederland (kaart 66), maar die je op het terrein zelf, los van enkele douaneposten, niet kunt waarnemen. Hoewel die grens in de Eerste Wereldoorlog dan wel weer fysiek werd afgebakend met een ‘Dodendraad’ (kaart 91). Op die manier lijken veel historische kaarten op de infographics waarmee we de hedendaagse media zoals kranten en tijdschriften illustreren en onze lezers inzicht willen geven. De kaart van Nederland ‘met de industrieën waarin vrouwen werkzaam zijn in verschillende gemeenten’ (kaart 83) uit 1898 is daar een intrigerend voorbeeld van. Maar ook de kaart van de gereformeerden in Nederland (kaart 89) van een decennium later of die waarop te zien is welke gemeenten zijn aangesloten op het leidingwater in 1940 (kaart 95) kunnen zó in de krant of op de site. Dat ‘inzicht’ schurkt meteen dicht aan tegen ‘controle’ voor belanghebbenden: de kaart van de mijnen in Limburg (kaart 84) aan het begin van de twintigste eeuw of die van de landerijen langs de IJssel uit 1634 (kaart 30) hebben gemeen dat ze beide tot doel hebben om ‘mijn’ en ‘dijn’ van elkaar te onderscheiden. Dat het oudst bekende kaartje van het Nederlands grondgebied (gedateerd in 1307) een cijnsrol betreft uit Zeeuws-Vlaanderen (kaart 4) is veelzeggend: geen belastingen zonder een kadaster. Hij die een kaart heeft, heeft controle, oefent macht uit. Het zijn meteen ook voorbeelden van kaarten die ooit een praktisch nut hadden. Daar gaat voor mij een bijzondere aantrekkingskracht van uit. Ronduit fascinerend is de waardevolle VOC-kaart op perkament van het eind van de zeventiende of het begin van de achttiende eeuw, die de schepen veilig over de Noordzee moest loodsen (kaart 45). Maar minstens even boeiend is de ‘Wegwijzer op de wereldtentoonstelling in Amsterdam’ uit 1883 (kaart 79), waarmee je onder meer de weg kon vinden naar de ‘Surinaamse inboorlingen’, een populaire

Of het nu over grote of kleine kaarten gaat, uitbundig geïllustreerd of eerder kaal, uit de middeleeuwen of slechts enkele tientallen jaren oud, kaarten plaatsen ons in een positie waar we in de fysieke wereld nooit kunnen komen. Ze bieden een virtuele realiteit, waarbij elementen worden uitvergroot en vooral weggelaten, een perspectief wordt gekozen, van de toeschouwer gevraagd wordt om invulling te geven aan symbolen, kleuren en lijnen. Op die manier bepalen historische kaarten hoe we kijken naar het verleden en hoe we die historische realiteit zien. Ze vereenvoudigen en stileren die geschiedenis om die overzichtelijker en inzichtelijker te maken, en ze geven ons daardoor een soms ook wel vals maar bijzonder heerlijk gevoel van controle en rechtlijnigheid. Het is niet toevallig dat we, in Nederland en daarbuiten, weinig kaarten hebben uit de periode vóór 1500. Het begin van de grootschalige cartografie hangt namelijk samen met de zoekende mens; met de wetenschappers en avonturiers die de wereld en het heelal gingen exploreren en observeren; met anatomen en biologen die het menselijk lichaam en de natuur gingen onderzoeken; met het humanisme en de renaissance waarin de menselijke nieuwsgierigheid en ontdekkingszin een centrale plek kregen in het menselijke denken en zijn. Misschien vat dat het best de reden samen van de bijna universele fascinatie voor kaarten: ze bevredigen de menselijke nieuwsgierigheid en ze zijn onze ogen op de wereld. Historische kaarten zijn onze blik op de geschiedenis. Een geschiedenis zonder kaarten is onleesbaar. Een mens die geen historische kaart heeft, verdwaalt in het verleden. In de Franse tijd veranderde Nederland regelmatig van vorm, van naam en van indeling. Deze kaart van Evert Maaskamp dateert uit ca. 1810.Amsterdam, Allard Pierson UvA, otm: hb-kzl 33.34.47. Bruikleen KNAG.

11


Nederland in kaart: bij wijze van inleiding Marieke van Delft en Reinder Storm

G

eschiedenis kan op vele manieren worden verteld en getoond. In dit boek zijn kaarten als uitgangspunt genomen, want kaarten bieden een eigen kijk op historische ontwikkelingen. Allerlei aspecten van de geschiedenis van Nederland zijn aan de hand van kaarten te illustreren, zoals de nimmer aflatende strijd tegen het water, de worsteling om te komen tot een onafhankelijke staat in de Tachtigjarige Oorlog en het belang van de Republiek op het wereldtoneel in de Gouden Eeuw. Voor dit boek zijn honderd kaarten gekozen die een aspect van de Nederlandse geschiedenis belichten. Daarbij is ernaar gestreefd de grote gebeurtenissen uit de geschiedenis van Nederland aan bod te laten komen – niet alleen politieke maar ook andere ontwikkelingen. Dat heeft tot de volgende onderwerpen geleid: de belangrijkste oorlogen zoals de Tachtigjarige Oorlog, de Engelse Oorlogen en de Tweede Wereldoorlog; de tijd van de patriotten en de daaropvolgende Franse tijd, de afscheiding van België; grote overstromingen zoals de Sint-Elisabethsvloed, overstromingen in de vroege negentiende eeuw en de Watersnoodramp van 1953; belangrijke politieke ontwikkelingen zoals het rampjaar 1672 en het aan- of aftreden van stadhouders en koninginnen; religieuze ontwikkelingen; de opkomst van de steden en de handels-

netwerken, ook overzee; de verhoudingen van adel en kloosters met het platteland; de polderwerken en de aanleg van de Afsluitdijk; de infrastructurele ontwikkelingen zoals het aanleggen van wegen, de opkomst van nieuwe vervoermiddelen zoals de trekschuit, de fiets, de auto en het vliegtuig; de drinkwatervoorziening en de zorg voor het landschap; de wetenschap in de zeventiende eeuw met René Descartes en Christiaan Huygens; belangrijke Nederlandse cultuurdragers als Vincent van Gogh en Frederik van Eeden; sportieve evenementen zoals de Elfstedentocht. Bij de keuze van kaarten en onderwerpen is een tweesporenbeleid gevolgd. In overleg met kaarthistorici Peter van der Krogt en Bram Vannieuwenhuyze hebben we een lijst opgesteld van belangrijke kaarten van de Nederlanden. Vervolgens is een overzicht gemaakt van belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van Nederland en zijn daar, voor zover mogelijk, de kaarten aan verbonden. Het resultaat is ook vergeleken met onderwerpen in de Canon van Nederland, de lijst van vijftig vensters op de geschiedenis van Nederland. En ten slotte hebben we ernaar gestreefd alle regio’s van Nederland in het boek aan bod te laten komen. Wie alle stukken uit dit boek na elkaar leest, verwerft op soepele wijze inzicht in de grote lijnen en belangrijkste ontwikkelingen van de geschiedenis van ons land. Per hoofdstuk wordt een gebeurtenis of onderwerp behandeld aan de hand van een kaart.

Een blad van de grote wandkaart van Delfland uit 1712, die is vervaardigd door Nicolaes Kruikius. Het geheel omvat 25 bladen en beslaat meer dan 7 vierkante meter. Den Haag, KB, kw 395 b 18.

Het boek begint met de eerste eeuwen van onze jaartelling, toen de Romeinen tot aan de Rijn opgetrokken waren. Uit die tijd zelf zijn geen kaarten bewaard gebleven, dus daarbij worden recentere kaarten getoond. De eerste cartografen werkten in het Middellandse Zeegebied en hadden daar dus nauwkeurigere kennis van. Over de Lage Landen waren ze minder goed ingelicht. Op de oudste kaarten waarop de noordelijke delen van het Romeinse Rijk afgebeeld zijn, zijn de Lage Landen heel onnauwkeurig aangeduid. Pas in de veertiende eeuw werden voor het eerst kaartjes gemaakt in deze streken, maar dan ging het steeds om beperkte gebieden. In de zestiende eeuw werden de hele Lage Landen voor het eerst als afzonderlijk gebied gekarteerd. Vanaf toen kwam de cartografie hier tot grote bloei, mede door de troebelen van de Tachtigjarige Oorlog, waardoor veel

12


vaklui vanuit het Zuiden naar het Noorden trokken. Daar was minder repressie en heerste een gunstiger economisch klimaat. Antwerpen werd in 1585 door de Spanjaarden veroverd, de Schelde werd afgesloten voor grote zeeschepen en Amsterdam nam de vooraanstaande handelspositie van Antwerpen over. In Amsterdam kwam de cartografie vooral tot bloei dankzij Zuid-Nederlandse expertise. Gedurende de zestiende eeuw was de cartografie vooral in de Zuidelijke Nederlanden van grote betekenis geweest. Gemma Frisius publiceerde in Leuven zijn baanbrekende werk over de driehoeksmeting, Jacob van Deventer ontving eveneens in Leuven zijn scholing, Abraham Ortelius produceerde in 1570 in Antwerpen de eerste moderne atlas en zijn tijd- en streekgenoot Gerard Mercator was met zijn gedegen, wetenschappelijke manier van werken van groot belang voor de meer theoretische onderbouwing van de cartografie. De uit Mechelen afkomstige prentkunstenaar en geograaf Frans Hogenberg maakte afbeeldingen van de belangrijkste steden in de Lage Landen en publiceerde samen met de Duitser Georg Braun een meerdelige stedenatlas die nog lang nagevolgd zou worden. De belangrijke drukkers en cartografen die aan het eind van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw in Amsterdam actief werden, waren vrijwel allemaal afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden: Cornelis Claesz, Jodocus Hondius, Pieter van den Keere en Petrus Plancius. Hun namen zijn nu minder bekend, maar hun belang voor de bloei van de Amsterdamse cartografie is niet te overschatten. In het begin was veel cartografisch werk in Amsterdam gebaseerd op de publicaties van Ortelius respectievelijk Mercator. Maar met de Alkmaarder Willem Jansz Blaeu – nu eens geen uit het Zuiden afkomstige cartograaf – en zijn zoon Joan Blaeu werd een nieuwe weg ingeslagen. Blaeu bracht ook nieuwe kaarten uit, mede gebaseerd op informatie die hij zelf bijeenbracht. En de concurrentie tussen Joan Blaeu en Johannes Janssonius – buurmannen op ’t Water (het Damrak) – stuwde de productie van atlassen naar grote hoogte. Het waren de hoogtijdagen van de commerciële cartografie: uitgevers investeerden in cartografische producten door landmeters en cartografen aan het werk te zetten of hun kaarten te kopen, deze vervolgens te laten drukken en ten slotte met winst op de markt te brengen. Wie kapitaalkrachtig genoeg was, kocht een volledige atlas en liet deze prachtig inkleuren. Voor Blaeu’s meerdelige Atlas Maior kon zelfs een kast op maat worden gemaakt. Aan het eind van de zeventiende eeuw verplaatste het centrum van de cartografie zich naar Parijs, maar ook na de Gouden Eeuw zijn er belangrijke kaartenmakers en -uitgevers in Amsterdam aan het werk geweest, zoals Frederick de Wit, de families Covens & Mortier en Ottens, Petrus Schenk en Gerard Valk. Zij baseerden zich mede op de kaarten van hun beroemde voorgangers en gebruikten soms dezelfde koperplaten, die ze aanpasten, of ze lieten oudere kaarten kopiëren. Anderen die van belang zijn

Voor de veeldelige Grooten Atlas van de firma Blaeu uit 1664 werd soms een speciale pronkkast vervaardigd. Amsterdam, Allard Pierson UvA.

geweest voor de cartografische geschiedenis van Nederland zijn de achttiende-eeuwse Isaak Tirion en Evert Maaskamp, uit het begin van de negentiende eeuw. Beiden brachten veel kaarten uit, zowel los als in hun boekpublicaties. Onder Napoleon I werden veel overheidsdiensten gecentraliseerd. In Nederland werd het Topographisch Bureau opgericht, dat onder meer zorgde voor de productie van de kaarten die C.R.T. Kraijenhoff gemaakt had en later voor de topografische en militaire kaarten die tegenwoordig nog steeds op de markt gebracht worden. Kaarten brengen ruimtelijke objecten en hun onderlinge relaties in beeld en kunnen om die reden bijzonder functioneel zijn. Ze tonen en verklaren een landschappelijke of territoriale situatie of belichten een bepaalde visie daarop. Zo is het oudste Nederlandse kaartje in dit boek een geografische schets in woorden om een landheer een bepaalde situatie uit te leggen. Andere kaarten werden gemaakt vanwege grensgeschillen of om zicht te krijgen op de staat van dijken en waterwegen in een polder en vervolgens beleids- en beheersmaatregelen te nemen. Uiteraard werden ook kaarten gemaakt om dijken of wegen te ontwerpen en vanuit militaire overwegingen. Kaarten werden ook ingezet als propagandamiddel, om te laten zien hoe sterk of belangrijk een bepaalde stad of opdrachtgever was. Maar natuurlijk werden kaarten ook gemaakt om de weg te vinden over land en over zee. Tot de negentiende eeuw werden vooral topografische en geografische kaarten gemaakt, dat wil zeggen kaarten waarmee de makers beoogden verschijnselen op het aardoppervlak zo duidelijk mogelijk in beeld te brengen. Landen, streken, steden, rivieren en gebergten worden aangeduid. Bij het karteren van (delen van) de aarde ontstaat een bepaalde vertekening, omdat

13


negentiende eeuw kwamen ook andere soorten cartografie tot ontwikkeling. Vooral de thematische cartografie werd zeer belangrijk. Thematische kaarten tonen de ruimtelijke spreiding van maatschappelijke aspecten of tendensen binnen een bepaald gebied. Zo kon bijvoorbeeld de scholingsgraad verbeeld worden of de positie van de werkende vrouw, het verloop van een cholera-epidemie in Amsterdam, de bebossing in Nederland of de spreiding van verschillende religieuze of politieke opvattingen. Ook toeristische kaarten, wegenkaarten en humoristische kaarten kwamen in de negentiende en twintigste eeuw op en wijzen op een reeks nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen.

Kaarten kunnen de hele wereld in beeld brengen, maar soms ook een specifieke plaats of gebeurtenis. Dit is een weergave van de slag bij Houthalen, tijdens de Tiendaagse Veldtocht, in augustus 1831. Amsterdam, Allard Pierson UvA, otm: pr. e 4290.

Het is indrukwekkend dat in de vroegmoderne tijd al kaarten gemaakt konden worden. Tegenwoordig kan men met drones en vliegtuigen eenvoudig de wereld van bovenaf bekijken en foto’s van de aarde maken. In de vroegmoderne tijd was daar geen sprake van en moest op basis van andere methoden gewerkt worden. De Griekse geograaf Claudius Ptolemaeus probeerde aan het begin van onze jaartelling de wereld visueel weer te geven door van ongeveer 8000 plaatsen de geografische lengte en breedte te bepalen. Er is geen originele kaart van Ptolemaeus bewaard gebleven. Het oudst bekende manuscript van zijn geografische werk is pas ruim duizend jaar later tot stand gekomen; Ptolemaeus’ werk werd aan het eind van de dertiende eeuw ‘herontdekt’ en werd in de vijftiende eeuw herhaaldelijk gedrukt. Pas in 1533 beschreef de Friese hoogleraar Gemma Frisius een nauwkeurige methode om de aarde in kaart te brengen, de zogeheten triangulatie of driehoeksmeting. Deze maakt gebruik van gonio-

het bolvormige oppervlak vertaald moet worden naar een plat vlak. Daarvoor zijn in de loop van de geschiedenis verschillende manieren ontwikkeld, waarbij altijd een vervorming van de werkelijkheid ontstaat. Afhankelijk van het gewenste doel wordt een bepaalde projectie gekozen. Beroemd is de zogeheten Mercatorprojectie, genoemd naar de Vlaamse cartograaf Gerard Mercator. Omdat deze projectie zo vaak in negentiendeen twintigste-eeuwse schoolatlassen is gebruikt, heeft dit ons zicht op de wereld bepaald en zijn kaarten die volgens die projectie gemaakt zijn, voor ons het herkenbaarst. Vanaf de

Op deze kaart is het driehoeksnetwerk van C.R.T. Kraijenhoff te zien, dat hij gebruikte als basis voor zijn grote topografische kaart van Nederland. Den Haag, KB, kw 1054 a 10

14


metrie. Als van een driehoek één zijde en de aanliggende hoeken bekend zijn, is de derde hoek en de lengte van de twee overige zijden uit te rekenen. De hoeken werden vanaf hoger gelegen punten zoals heuvels of torens berekend, waarbij een vereiste is dat vanuit elk hoekpunt de twee andere zichtbaar zijn. Met behulp van deze methode werden gebieden in denkbeeldige driehoeken verdeeld en vervolgens in kaart gebracht, bijvoorbeeld door de eerdergenoemde Jacob van Deventer, die halverwege de zestiende eeuw de afzonderlijke gewesten op uniforme wijze karteerde. Maar pas in de negentiende eeuw pakte Kraijenhoff heel Nederland op deze manier aan. In dit boek zijn zowel kaarten van Van Deventer als van Kraijenhoff opgenomen, alsmede andere kaarten die op basis van driehoeksmeting zijn gemaakt. Voor het opmeten en tekenen van een kaart was een gedegen opleiding nodig, inclusief een flinke portie wiskunde. Nadat Willem van Oranje in 1574 succesvol het beleg van de Spanjaarden had afgeslagen, liet hij in Leiden de eerste universiteit van de Noordelijke Nederlanden oprichten. Deze protestantse universiteit trok studenten uit heel Europa. Zoals aan alle universiteiten werd hier gedoceerd in het Latijn. Maurits van Nassau, zoon van Willem van Oranje, richtte in 1600 in diezelfde stad nog een onderwijsinstelling op waar in de volkstaal onderwijs gevolgd kon worden in de zogenaamde ‘Duytsche Mathematique’. Deze school leidde studenten onder andere op tot landmeter – onontbeerlijk voor de verdediging van het land, maar eveneens voor het beheer van het versnipperde grondbezit van talloze particulieren en instellingen. Landmeters meten het land. Als dat gedaan was, legden ze in de vroegmoderne tijd hun bevindingen in toenemende mate vast in een tekening op papier. Landmeterskaarten zijn vaak manuscriptkaarten gebleven, maar wanneer men meerdere exemplaren wenste te maken, werden ze in de vroegmoderne tijd via koperplaatdruk gereproduceerd. Een kaart werd dan geëtst of gegraveerd in een koperen plaat, die meerdere keren afgedrukt kon worden. Dergelijke afdrukken waren zwart-wit en konden desgewenst met de hand worden ingekleurd. Tot de negentiende eeuw werden vrijwel alle gedrukte kaarten op deze manier gereproduceerd. Toen maakte een nieuwe techniek opgang: de lithografie of steendruk, waarmee zelfs in kleur gedrukt kon worden. In de loop van de negentiende eeuw verdrong de lithografie de koperplaatdruk. Tegenwoordig bestaan er allerlei andere technieken waarmee kaarten in kleur gedrukt kunnen worden. Er is nog een element waarin oude kaarten verschillen van moderne kaarten. Wij zijn eraan gewend dat het noorden vrijwel altijd boven aan de kaart ligt. Bij oudere kaarten is dat niet het geval. Een cartograaf streefde naar een esthetisch aantrekkelijk kaartbeeld of economisch gebruik van het papier. Zo kan het voorkomen dat Nederland ‘liggend’ is weergegeven of Amsterdam ‘ondersteboven’. Als moderne beschouwer van oude kaarten kost het soms moeite je te oriënteren. Als hulp-

In de negentiende eeuw werden voor het eerst thematische kaarten gemaakt: op deze kaart zien we bossen in Nederland. Amsterdam, Allard Pierson UvA, otm: hb-kzl 110.08.16. Bruikleen KNAG.

middel is bij elke kaart in dit boek vermeld waar het noorden zich bevindt. De detaillering van een kaart hangt af van de schaal waarop deze gemaakt is. Die wordt veelal bepaald door de grootte van het gebied dat is gekarteerd, maar evenzeer door het formaat van het papier. Op een wereldkaart kan veel minder gedetailleerd gewerkt worden dan op een kaart van een beperkt gebied of een stad. De schaal wordt bij oudere kaarten niet altijd aangeduid; als dat gebeurde, dan wordt die gewoonlijk vermeld in de lokale maat met een schaalstok. Pas in 1799 werd het metrieke stelsel ingevoerd op het Europese vasteland, met de meter als maateenheid; voordien had iedere regio zijn eigen maatstelsel. Daarom zijn op oudere kaarten soms meerdere schaalstokken te vinden met bijvoorbeeld verschillende regionale ‘voeten’ of Duitse en Franse mijlen. Bij de kaarten in dit boek is – voor zover mogelijk – de schaal berekend aan de hand van die schaalstokken of, als die ontbreken, op basis van de afstand tussen bepaalde topografische punten op de kaart. Dat is een van de elementen die bij de beschrijving van de kaart gegeven worden. Verder is bij iedere kaart de titel vermeld, evenals de maker, de datum, het formaat, de techniek, de aanduiding van het noorden en de collectie waartoe de kaart behoort. Kaarten en geschiedenis – het is een vruchtbare combinatie die een frisse, verrassende en aantrekkelijke kijk biedt op de geschiedenis van Nederland.

15


De vroegste bewoners van Nederland (69) 1 —


1 —

69 – De vroegste bewoners van Nederland Een achttiende-eeuwse kaart van de Bataven

MAKER(S) Kaart

Menso Alting (auteur); François Halma (uitgever) Descriptio veteris agri Batavi et Frisii omnisque regionis quae hodie est in dicione VII. Foederatorum cis et ultra Rhenum [= Beschrijving van de oude landen van de Bataven en de Friezen en alle gebieden die tegenwoordig tot de Zeven Verenigde Nederlanden aan beide zijden van de Rijn behoren] Datum 1718 (derde staat; eerste staat 1697) Techniek Koperplaatdruk Formaat 32 x 42 cm Schaal Ca. 1:900.000 oriëntatie Noorden boven Vindplaats Amsterdam, Allard Pierson UvA, otm: hb-kzl i 2 a 7

de Romeinse historieschrijver Tacitus (ca. 56-117). Hij schrijft over een opstand der Bataven in het jaar 69, onder aanvoering van iemand die we alleen bij zijn Romeinse naam Julius Civilis kennen. Overigens wordt hij vaak Claudius Civilis genoemd, omdat die naam voorkomt in de oudste handschriften van Tacitus. De Bataven waren bondgenoten van de Romeinen. Ze waren vrijgesteld van het betalen van belastingen en waren niet verplicht troepen te leveren. Maar veel Bataven dienden op vrijwillige basis in het Romeinse leger en hielpen de Romeinen met hun aspiraties om een stuk van Duitsland aan het rijk toe te voegen. Aanvankelijk verliep de Romeinse expansie voorspoedig. Maar bij de slag in het Teutoburgerwoud, naar nu wordt aangenomen nabij het huidige Osnabrück, werden de Romeinen totaal onverwacht verpletterend verslagen. In reactie daarop besloten ze dat de Rijn de grens van het rijk zou moeten worden. Die werd voorzien van een groot aantal legerplaatsen en de regio, inclusief de Bataven, kwam onder militair gezag te staan. Er werden nu onder dwang troepen geronseld en de Bataven verloren hun status als bondgenoot. Ze kwamen in opstand. Hun leider was Julius Civilis. Deze Batavier had eerder de Romeinen tot tevredenheid gediend, waardoor hij het recht had verkregen een Romeinse naam aan te nemen. Volgens Tacitus zou hij in opstand zijn gekomen om de onafhankelijkheid van de Bataven te herwinnen, maar enkele moderne historici veronderstellen dat hij streed tegen de willekeur van de Romeinen, die de Bataven als ondergeschikten behandelden. Civilis pretendeerde dat hij niet streed tegen Rome, maar tegen keizer Vitellius en voor diens concurrent Vespasianus. Hij wist medestanders te vinden en al spoedig kwam er een legertje Bataven op de been, dat Romeinse legerkampen langs de Rijn begon te overvallen. De Romeinen waren hierdoor volkomen verrast. Ze leden zware verliezen en trokken zich terug. Andere Bataven sloten zich bij Civilis aan. De strijd golfde op en neer, de Romeinen lieten van elders versterkingen aanrukken en brachten Civilis en zijn volgelingen weer in het nauw. Over de afloop van de strijd zijn geen gegevens beschikbaar, omdat het Tacitus-handschrift afbreekt juist op het moment dat Civilis in onderhandeling zou treden met de Romeinen. Aangenomen mag worden dat de Romeinen en de Bataven ten slotte een vredesverdrag sloten, want in latere eeuwen leefden Romeinse troepen en Bataven weer vreedzaam naast elkaar. Hoe het afliep met Julius Civilis is niet bekend.

Over de Batavieren of Bataven is niet veel bekend. Aangenomen wordt dat ze een afsplitsing zijn van de Chatten, een volk dat woonde op de grens van Nedersaksen en Hessen. Na een ruzie zouden ze zich afgescheiden hebben en naar de Betuwe zijn getrokken. Wat we wel over de Bataven weten, gaat terug op één enkele bron, een handschrift uit de elfde eeuw met een tekst van

In de cartouche op de kaart van Menso Alting zijn Bataven gekleed in beestenvellen afgebeeld (detail van de hoofdkaart). Amsterdam, Allard Pierson UvA, otm: hb-kzl i 2 a 7

18


Deze gebeurtenissen uit het begin van onze jaartelling leidden een verborgen bestaan, totdat er in de renaissance nieuwe aandacht ontstond voor de culturele en geestelijke erfenis van de antieke wereld. In dat kader werd de tekst van Tacitus herontdekt en kwam de hele geschiedenis van de opstandige Bataven weer onder de aandacht. De opstand bleek een perfect identificatiemodel, en talloos zijn de verwijzingen naar de vrijheidslievende Bataven, met de naam Batavia voor de hoofdstad van Nederlands-Indië als bekendste voorbeeld. Rembrandt maakte in 1661 een iconisch schilderij van de samenzwering van de Bataven onder Julius Civilis; de opstand aan het eind van de achttiende eeuw werd de Bataafse Opstand genoemd; in de negentiende eeuw voer het schip De Batavier op Engeland; en we hebben nog steeds het als solide bekendstaande fietsmerk Batavus.

vervaardigde een reeks historische kaarten, die werden gepubliceerd in een historisch werk over de geschiedenis van Friesland. In 1718 werden ze herdrukt in de atlas van die provincie. Deze atlas is een zorgvuldig en fraai stuk cartografisch vakwerk, uitgegeven door François Halma (1653-1722), met gedetailleerde kaarten van de Friese ‘grietenijen’ (gemeenten) van Bernardus Schotanus à Sterringa (ca. 16401704). De kaarten van het moderne Friesland worden voorafgegaan door Altings zeven historische kaarten, die het gebied van de Friezen tonen van de Romeinse tijd tot de middeleeuwen. Deze kaarten zijn getekend naar de beschikbare kennis van die tijd en vertonen weinig overeenkomst met de huidige kennis. De Waddenzee bestaat nog niet, de Zuiderzee is een binnenmeer. Friesland liep ten noorden van de Rijn en ten westen van de Eems. In de cartouche linksboven zien we trotse Bataven, gehuld in beestenvellen, die triomfantelijk de strijd aanbinden met de Romeinen. In de atlas van Halma zijn de kaarten van Alting voorzien van toelichtingen in het Nederlands. Deze zijn links en rechts naast de kaart gedrukt. Een enkele etymologische verklaring van een plaatsnaam in de marge komt naïef over: Lugdunum is volgens Alting afgeleid van ‘Loeg aan de Duinen’.

Er bestaan natuurlijk geen authentieke kaarten over de strijd van de Bataven en de Romeinen. Er zijn wel cartografische reconstructies van onze contreien ten tijde van de Bataven. Een interessant voorbeeld daarvan zijn de kaarten die eind zeventiende eeuw getekend werden door Menso Alting (1636-1712). Deze burgemeester van Leeuwarden en amateurhistoricus

Rembrandts schilderij De samenzwering der Bataven onder Julius Civilis dateert uit 1661. Stockholm, Nationalmuseum, nm 578.

19


Romeinse forten in Nederland (2de - 4de eeuw) 2 —


2 —

2de - 4de eeuw – Romeinse forten in Nederland Abraham Ortelius’ prent van de Brittenburg

MAKER(S) Kaart

Abraham Ortelius (auteur) Ruinarum arcis Britannicae apud Batavos typus [= Beeld van de ruïnes van de Brittenburg bij de Bataven]. Uit: Lodovico Guicciardini, Description de touts les Pais-Bas, autrement appellés la Germanie Inférieure, ou Basse Allemagne. Antwerpen: Christoffel Plantijn, 1582 Datum 1581 (tweede staat; eerste staat 1566-1568) Techniek Koperplaatdruk Formaat 22,5 x 32 cm Schaal Variabel Oriëntatie Noorden links Vindplaats Den Haag, KB, kw 1707 a 1

‘Ongeveer duizend zeshonderd schreden van Katwijk aan Zee en aan de monding van de Rijn’, aldus Lodovico Guicciardini in 1567, ‘hebben de Romeinen, en met name keizer Caligula, een geweldig sterk slot gebouwd, voorzien van een schone haven, van waaruit zij met groot genoegen en grote kunde heen en weer reisden naar Engeland, toen Brittania genoemd.’ Sinds de veertiende eeuw dook deze Brittenburg sporadisch uit het zeewater op. Dat gaf aanleiding tot allerlei verhalen: nog in 1960 getuigden vissers dat hun netten verstrikt raakten in restanten van muurwerk. Het fort zou ten noorden van de kerk van Katwijk liggen, ongeveer aan het uitwateringskanaal, waar de Rijn ooit in zee uitmondde. Een grootschalig archeologisch onderzoek in 1960 leverde echter geen resultaat op. Guicciardini schreef de bouw van de Brittenburg toe aan de Romeinse keizer Caligula (12-41 n.C.), maar wellicht kwam het bouwwerk in fasen tot stand tussen de tweede en vierde eeuw. Of de Brittenburg werd gebouwd om de oversteek van de Romeinse legers naar Engeland te faciliteren, is al even twijfelachtig. Waarschijnlijk was het fort het sluitstuk van de zogenoemde limes, de brede noordelijke grenszone van het Romeinse rijk aan de Rijn. Langs die limes lagen verscheidene forten, onder meer in Utrecht, Leiden en Voorburg. Sommigen zien in de Brittenburg geen militair gebouw, maar eerder een vuurtoren of tolhuis. Anderen leggen een verband met de Romeinse havennederzetting die in 1982 bij opgravingen in Katwijk werd ontdekt. Het gaat wellicht om Lugdunum, een plaatsnaam die op de Peutingerkaart (» 400 – Romeinse wegen) staat vermeld langs de kustlijn en waar twee wegen eindigen. De nederzetting was in gebruik van de eerste tot de vierde eeuw, maar werd vervolgens opgegeven vanwege de stijging van de zeespiegel.

In de eerste vier eeuwen van onze jaartelling woonden er Romeinen in het zuiden van Nederland. Ze legden wegen en allerlei bouwwerken aan, waaronder een aantal forten. Eén daarvan, de Brittenburg, spreekt al eeuwenlang tot de verbeelding.

Landkaart van de oude uytwateringen des Ryns ter wederzyde van ‘t Hof van Agrippina, of het t’hans genaamde Huys te Britte. [Den Haag: Pieter de Hondt, 1734]. Amsterdam, Allard Pierson UvA, otm: hb-kzl 108.02.48. Bruikleen KNAG.

Het onderzoek naar de Brittenburg heeft een lange geschiedenis. Omstreeks 1566 maakte de Antwerpse humanist en cartograaf Abraham Ortelius (1527-1598) een afbeelding van het grondplan van het fort. Hij tekende een vierkant gebouw van ca. 75 bij 75 m, mogelijk een graanopslagplaats, omgeven door een reeks buitenmuren met halfronde torens. Twee muren lopen de zee in, een andere muur naar de duinen, die prominent zijn weergegeven bovenaan de gravure, met de dorpen Katwijk aan de Rijn en Katwijk aan Zee rechts bovenaan. Mogelijk is Ortelius het fort in 1562 ter plaatse gaan bestuderen, want in dat

22


Afbeelding van de Brittenburg, in: H. Cannegieter, Dissertatio de Brittenburgo, Den Haag: Pierre de Hondt, 1734. Den Haag, KB, kw 3118 c 10.

jaar dook de Brittenburg kortstondig op uit de golven nadat bij een storm veel zand was weggeslagen. Eerder had de Brittenburg zich ook vertoond in 1520 en 1552, zoals te lezen is in de cartouche centraal op de prent. Ortelius’ prent biedt echter veel meer dan een grondplan en situering van de Brittenburg. Het is een assemblage die de toenmalige wetenschappelijke kennis over het fort samenvat. Het grondplan en de situatieschets zijn wellicht van Ortelius’ hand; de tekeningen van de munten en de inscripties onderaan zijn afkomstig van bevriende oudheidkundigen Hubertus Goltzius en Guido Laurinus. In de toelichtingen links en rechts worden hun onderzoeksmethode en inzichten toegelicht. De prent toont aldus dat zestiende-eeuwse oudheidkundigen veel meer belang hechtten aan materiële restanten dan aan kronieken. ‘De waarheid, zo goed als begraven en uitgeveegd door de nonsens en valsheid van recente schrijvers, moet hersteld worden door het licht van medailles en inscripties’, zo schreef de Engelse diplomaat Daniel Rogers aan Ortelius in 1572. Ook edellieden, schrijvers en tekenaars toonden belangstelling voor antieke vindplaatsen als de Brittenburg. Voor de heren van Wassenaar was het een middel om zichzelf een heroïsch en antiek verleden toe te eigenen. De Divisiekroniek uit 1517 stelde bijvoorbeeld dat ‘die heren van Britten, d’welc nu die heren van Wassenner zijn’, rechtstreeks afstamden van de

Romeinse bevelhebber van het fort. Toen de Brittenburg in 1520 uit het water opdook, liet Jan II van Wassenaar de Katwijkenaren het muurwerk uitgraven, hetgeen wordt beschouwd als de eerste archeologische opgraving op Nederlands grondgebied. Verscheidene objecten werden naar de residenties van de Wassenaars gebracht en tentoongesteld. Een van de inscripties onderaan Ortelius’ gravure is nog altijd te bezichtigen in kasteel Duivenvoorde, al is de ingemetselde steen wellicht afkomstig van fort Roomburg bij Leiden. Niet alleen de edellieden lieten de antieke vindplaatsen plunderen. Op Ortelius’ gravure zijn diverse figuren in de weer met bouwmaterialen. De Brittenburg fungeerde dus als steengroeve voor de lokale bevolking en zodoende wordt duidelijk waarom ze is verdwenen. Andere verklaringen zijn de erosie door de golven en de verschuiving van de kustlijn, die in de Romeinse tijd ongeveer duizend meter westelijker lag. Tot in de achttiende eeuw was het bouwwerk na hevige stormen of bij lage waterstanden nog enkele keren te zien, maar de materiële restanten verdwenen. De Brittenburg inspireerde vele zeventiende- en achttiende-eeuwse auteurs en tekenaars, maar hun bevindingen en tekeningen werden steeds fantasierijker.

23


www.lannoo.com www.kb.nl www.allardpierson.nl Registreer u op www.lannoo.com en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. auteurs co-auteurs cartografisch advies historisch advies

Marieke van Delft & Reinder Storm Peter van der Krogt, Bram Vannieuwenhuyze, Marleen Smit & Huibert Crijns Peter van der Krogt Ronald Prud’homme van Reine

Met dank aan Thérèse Beemster, Marike van den Berg, Eva Biesiot, Yvonne Bleyerveld, Gijs Boink, Jan Bos, Roelien Boter-Smit, Martine Brons, Antoinette Brummelink, Roderick Buijs, Cornelis Jetses Stichting (Groningen), Miluska Dorgelo, Astrid Dijkhuizen, Marco van Egmond, Mark van Egmond, Marissa Griffioen, Kees Arjen Heineken, Lauren Hillebrandt, Marjoleine Houben, Kirsten Hulsker, Pètra Huijgen, Anouk Janssen, Eric Jorink, Martha Kist, Christi Klinkert, Martine Koenders, Jacqueline van der Kort, Andrea Langendoen, Ad Leerintveld, magazijnmedewerkers en medewerkers uitleenbalie en balie Bijzondere Collecties KB en het Allard Pierson UvA, Hens Meengs, Pieter De Messemaeker, Jeroen Neus, Françoise Parlevliet, Juliette Rieff-den Boer, Marike van Roon, Lolita Sahakjan, Saskia Scheltjens, Günter Schilder, Ben Seghrouchni, Dirk Sellis, Louis Sloos, Annemarie Smit, Jan Smits, Maarten Van Steenbergen, Marc Stevens, Edo Storm, Rosa Storm, Martijn Storms, Marja Stijkel, Alice Taatgen, Yvonne Twisk, Jos Uljee, Peter Vandermeersch, Jeroen Vandommele, Mariëlle van de Ven, Ko Verlare, Bob Verschoor, Ed van der Vlist, Frédérique Vijftigschild, Tjeerd van der Werk, Matthijs Wiersma, Otto B. Wiersma en Lotte Wilms.

voorzijde Pieter van den Keere, Leo Belgicus, 1617. Den Haag, KB, kw 223 a 37 Het Nationaal Park De Veluwezoom, ca. 1938. Amsterdam, achterzijde Allard Pierson UvA, otm: hb-kzl vi 12 e 6 (70) Adriaen Coenen, [Haringkaart], 1577-1581. Den Haag, KB, kw 78 e 54 schutblad voor De groote Nederlandse stedenwyzer, ca. 1745. Amsterdam, Allard Pierson UvA, otm: hb-kzl 34.10.20 schutblad achter Tafel vande XVII Nederlandze provincien, ca. 1724. Amsterdam, Allard Pierson UvA, otm: hb-kzl 34.10.39 frontispice Nieuwe kaart van het Koningrijk der Nederlanden en het Groot Hert.m Luxemburg, ca. 1820. Amsterdam, Allard Pierson UvA, otm: hb-kzl 104.06.37 afbeelding p. 4 Titelpagina van Johan Sems en Jan Pietersz Dou, Praktijck des Lantmetens. Leiden: Jan Bouwensz, 1600. Den Haag, KB, kw 1791 f 103 [1] vormgeving Studio Lannoo i.s.m. Keppie & Keppie foto’s kb Beeldstudio (Theo de Nooij) foto’s allard pierson Stephan van der Linden & Pieter Kuiper @ Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, België; Koninklijke Bibliotheek, nationale bibliotheek van Nederland; Allard Pierson | De Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 2019. d/2019/45/418 – isbn 978 94 014 5907 5 – nur 688 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401459075 by Uitgeverij Lannoo - Issuu