Skip to main content

9789401458719

Page 1

Bea Van Robaeys & Vicky Lyssens-Danneboom

KWETSBAAR VERBONDEN De duomethodiek in Vlaanderen

BW.indd 3

15/10/18 16:04


D/2018/45/682 – ISBN 978 94 014 5871 9 – NUR 740 Vormgeving omslag: Stéphane de Schrevel Vormgeving binnenwerk: Keppie & Keppie Omslagillustratie: Randall Casaer © Bea Van Robaeys, Vicky Lyssens-Danneboom & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en /of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Uitgeverij LannooCampus Erasme Ruelensvest 179 bus 101 3001 Leuven België www.lannoocampus.be

BW.indd 4

8/10/18 13:58


Inhoud 1 Inleiding 1.1 Situering onderzoek 1.2 Leeswijzer 1.3 Gehanteerde terminologie

7 9 11 12

2 Kwetsbaar geborgen 2.1 Allemaal mensen, allemaal anders 2.2 Sociale kwetsbaarheid 2.3 Burgerschap als kracht

15 16 19 23

3 Ik geef, dus ik leef 31 3.1 Het klikt (niet) 32 3.2 Vriendschap(pelijk) 33 3.3 Basishouding 40 3.4 In beweging 48 3.5 Het micro surplus 54 3.6 Het macro surplus 63 3.7 Schaduwzijde(n) 66 4 De sociale professional ‘werkt’ 4.1 Werft 4.2 Screent 4.3 Matcht 4.4 Ondersteunt 4.5 Vormt 4.6 Waardeert 4.7 Verandert

79 82 84 90 94 97 101 104

inhoud | 5

BW.indd 5

8/10/18 13:58


5 Gespreksstof voor mens, professional en beleidsmaker 5.1 Burgervriendschap: een nieuw soort sociale relatie 5.2 Waardig eigen-aardig 5.3 De kruisbestuiving van twee soorten 5.4 De sociale professional als verbindingskunstenaar 5.5 Versterkend en verbindend beleid

107 108 108 109 110 113

Dankwoord

115

Referentielijst

117

6 | kwetsbaar verbonden

BW.indd 6

8/10/18 13:58


1 Inleiding

Inleiding| 7

BW.indd 7

8/10/18 13:58


Duowerkingen kennen een sterke opmars in de Vlaamse welzijnspraktijk. Een duowerking laat zich bondig omschrijven als een methodiek waarbij een vrijwilliger een-op-een gekoppeld wordt aan een (sociaal) kwetsbaar persoon (of gezin). Door de inzet van een vrijwillig ‘maatje’ worden kwetsbare medeburgers ondersteund bij hun participatie aan de samenleving. Wat alle duowerkingen verbindt, is de overtuiging dat ook kwetsbare mensen het recht hebben om er als volwaardige burgers bij te horen, en dat een samenleving zich daartoe ontvankelijk, gastvrij en ondersteunend moet opstellen (Hambach, 2013; Kal, 2012; Kal, e.a., 2012). Duowerkingen (ook vaak buddywerkingen genoemd) zijn geen nieuw maatschappelijk gegeven. De duomethodiek vindt haar oorsprong in de Verenigde Staten (Shanti-project in Berkeley) waar ze omstreeks 1970 de vorm aannam van informele praktische en emotionele ondersteuning aan mensen met aids (Burrage & Demi, 2003). De Amerikaanse buddyzorg vormde vanaf de jaren 90 de inspiratie voor de zogenaamde ‘maatjesinitiatieven’ in Nederland. Nog later volgde België (Amssoms, e.a., 2014-2015). Duowerkingen worden vandaag ingezet in een brede waaier van sectoren en ter ondersteuning van tal van kwetsbare doelgroepen, in Europa zowel als in Noord-Amerika en Australië (Behnia, 2007; Dean & Goodlad, 1998; Foundation, 2009; Lester, e.a., 2012; Philip & Spratt, 2007). In de huidige tijd van vermaatschappelijking, bezuiniging en de daarmee gepaard gaande nadruk op actief burgerschap zijn duowerkingen een populaire sociale interventie (Melis & Driessens, 2012). Sommigen zien in de methodiek vooral de mogelijkheid om een deel van het takenpakket van de sociale professional over te hevelen naar de actieve burger. De sociale professional biedt daarbij van een afstand ondersteuning (Dekker, e.a., 2013; Van den Tier & Potting, 2015). Anderen benadrukken dat het om een informele vorm van zorg gaat die complementair is aan de professionele hulpverlening (Kal, 2013).

8 | kwetsbaar verbonden

BW.indd 8

8/10/18 13:58


1.1  Situering onderzoek

In tegenstelling tot haar lange voorgeschiedenis in het buitenland staat de duomethodiek in Vlaanderen vooralsnog in de kinderschoenen. Ondanks de onverminderde toename van het aantal duowerkingen in uiteenlopende domeinen in het Vlaamse landschap doet de methodiek nog veel vragen rijzen. Wat is er nodig om een duowerking op te zetten? Aan welke voorwaarden moet ze voldoen om tot kwaliteitsvolle resultaten te komen? Hoe werkzaam is de duomethodiek daadwerkelijk? Wat zijn de beoogde en effectieve uitkomsten en opbrengsten? Waar situeren zich eventuele hindernissen en hoe kun je ze verhelpen? In 2013 werd in Vlaanderen, op initiatief van enkele organisaties uit diverse welzijnssectoren, het Lerend Netwerk Duowerkingen opgericht, een platform voor informatie-uitwisseling en kennisdeling met betrekking tot de duomethodiek. In maart 2014 organiseerde het Lerend Netwerk een trefdag waarop uiteenlopende Vlaamse duowerkingen elkaar konden ontmoeten. Uit die ontmoeting en dialoog volgde een breed gedragen vraag naar wetenschappelijke ondersteuning bij de verdere uitbouw en ontwikkeling van de duomethodiek. Enkele verdienstelijke aanzetten daargelaten (Adriaenssens, 2014; Amssoms, e.a., 2014-2015; Haesendonckx & Pyl, 2015) werd in Vlaanderen tot nog toe geen onderzoek naar de duomethodiek verricht. Gluren we bij onze Nederlandse buren, dan detecteren we iets meer onderzoekswerk naar de praktijk en effecten van duowerkingen (Dekker, e.a., 2013; Van den Tier & Potting, 2015). Het leeuwendeel van de bestaande studies is afkomstig uit het Angelsaksische taalgebied en is hoofdzakelijk gewijd aan een specifieke vorm van duowerking, met name mentoring. Het ontbreken van onderzoek vormt een belangrijk hiaat. Onderzoek is elementair voor de ontwikkeling van nieuwe projecten en voor de professionalisering van bestaande projecten. Het voorliggend onderzoek is een praktijkgericht evaluatieonderzoek, met als doel de werking zowel als de uitkomsten van de duomethodiek in Vlaanderen te beschrijven. De centrale onderzoeksvraag luidt: hoe en met welke betekenis en uitkomsten toont zich de duomethodiek in Vlaanderen? De centrale inleiding | 9

BW.indd 9

8/10/18 13:58


onderzoekvraag valt uiteen in twee deelvragen die in opeenvolgende onderzoeksfasen werden behandeld. De eerste deelvraag – welke duo-projecten hebben zich in Vlaanderen tot op heden ontwikkeld, en hoe kunnen we deze projecten karakteriseren? – hebben we beantwoord aan de hand van een webenquête. 78 duowerkingen ontvingen een uitnodiging om aan die enquête deel te nemen. Deze werkingen werden geïdentificeerd aan de hand van een bestaande lijst van duowerkingen, in 2014 samengesteld door het Lerend Netwerk Duowerkingen Vlaanderen, en via de leden van de resonansgroep verbonden aan het onderzoek. Voorts hebben we een uitgebreide zoektocht verricht op het internet en zijn we te rade gegaan bij koepelorganisaties van verschillende sectoren in het sociaal en welzijnswerk. De gehele zoektocht leverde dus een lijst van 78 duowerkingen op, waarvan er 55 aan de websurvey hebben deelgenomen. In de webenquête hebben we de duowerkingen bevraagd over hun algemene werking en typerende kenmerken: reikwijdte, doelgroep, doelstellingen, het aantal betrokken deelnemers en vrijwilligers, evenals het aantal faciliterende beroepskrachten. Hoewel we ons ervan bewust zijn dat zo’n bevraging slechts een momentopname van een snel wijzigend sociaal landschap biedt, en er vandaag, twee jaar later, tal van werkingen zijn bijgekomen, heeft de bevraging ons toch in de mogelijkheid gesteld om een zicht te krijgen op de uiteenlopende domeinen, thema’s en doelgroepen waarrond duowerkingen in Vlaanderen worden opgezet.1 De tweede deelvraag – waaruit bestaat de werkzaamheid van de duomethodiek en wat zijn haar uitkomsten en opbrengsten voor de deelnemers, vrijwilligers en ondersteunende (professionele) organisaties? – hebben we beantwoord aan de hand van diepte-interviews. Aan de duowerkingen die hebben gereageerd op de webenquête hebben we gevraagd wie bereid was deel te nemen aan een meer uitgebreide kwalitatieve bevraging. Uit de reeks van bereidwillige kandidaten hebben we 1

Het tussentijds onderzoeksrapport: Van Robaeys, B. & Lyssens-Danneboom, V. (2016) Duowerkingen in Vlaanderen. Eerste tussentijdse onderzoeksverslag (oktober 2016). Antwerpen: Karel de Grote Hogeschool – Expertisecentrum Krachtgericht Sociaal Werk, kan worden gedownload via https://www.kdg.be/duowerkingen-in-vlaanderen.

10 | kwetsbaar verbonden

BW.indd 10

8/10/18 13:58


zelf een selectie gemaakt van elf duowerkingen. We hebben daarbij, met als doel een zo groot mogelijke diversiteit van werkingen te betrekken, gekeken naar de doelgroep, de sector en de omvang van de werking. In elk van de participerende duowerkingen hebben we telkens één coördinator en twee duo’s – deelnemer en vrijwilliger apart – bevraagd. Zo konden we een diepgaand inzicht verkrijgen in de uitkomsten, opbrengsten en werkzame factoren van de duomethodiek vanuit het perspectief van alle relevante betrokkenen.

1.2 Leeswijzer

Na de inleiding gaan we in deel 2 van dit boek dieper in op de kenmerken van de duowerkingen die deelgenomen hebben aan het onderzoek. Het is belangrijk voor de lezer dat hij deze contextuele informatie in het achterhoofd houdt: de individuele praktijkcontexten vormen immers de achtergrond waartegen de ervaringen, percepties en inzichten van de bevraagden vorm, kleur en betekenis krijgen. We belichten de beweegreden(en) die ten grondslag liggen aan de beslissing van organisaties om met de duomethodiek van start te gaan, en besteden daarbij aandacht aan het concept (sociale) kwetsbaarheid als hét centrale gegeven waarrond de duomethodiek zich organiseert. Daarnaast introduceren we het concept actief burgerschap om het betoonde engagement van deelnemers en vrijwilligers te kaderen en te karakteriseren. Over de uiteenlopende doelgroepen en doelstellingen heen is de generieke missie van duowerkingen telkens weer het verhogen van de levenskwaliteit van deelnemers. Dat gebeurt door hen, via de inschakeling van een vrijwilliger, te ondersteunen bij hun dagelijkse functioneren in en participeren aan de samenleving. In deel 3 verleggen we de aandacht naar datgene wat de duomethodiek werkzaam maakt: de verbinding tussen deelnemer en vrijwilliger. Wat is precies die verbinding? Hoe laat ze zich definiëren? Hoe beleven deelnemers en vrijwilligers haar en via welke activiteiten komt ze tot stand? Welke (interne en externe) obstakels verhinderen dat verbinding tot stand komt? inleiding | 11

BW.indd 11

8/10/18 13:58


De kracht van de duomethodiek komt slechts ten volle tot haar recht in verbinding met de ruimere samenleving. Continue ondersteuning en begeleiding door sociale professionals is hierbij een belangrijke randvoorwaarde. In deel 4 beschrijven we de professionele activiteiten die de kansen op een geslaagde duowerking maximaal ondersteunen. In deel 5 reflecteren we ten slotte over de wijze waarop duowerkingen (als een vorm van informele hulp) zich verhouden tot en kunnen samenwerken met organisaties in het professioneel sociaal werk. Wat valt er voor het professioneel sociaal werk, maar ook het beleid te leren vanuit de praktijken van de duowerkingen? Die reflecties combineren we met enkele praktische overwegingen, ter inspiratie en ondersteuning van opstartende en al gevestigde duowerkingen.

1.3  Gehanteerde terminologie

Een van de vragen die we de participanten aan ons onderzoek hebben voorgelegd, had betrekking op de begrippen die ze hanteren om hun deelnemers en vrijwilligers te benoemen. Niet geheel onverwacht deed die vraag een gekleurd scala van benamingen bovendrijven. Gehanteerde termen om de deelnemer(s) aan het ondersteuningstraject te benoemen, variëren van cliënt, jongere, patiënt en kwetsbare vrijwilliger tot steungezin. Naar de vrijwilliger wordt verwezen met termen als buddy, coach, mentor en (bezoek)vrijwilliger. De ondersteuningsrelatie tussen deelnemer en vrijwilliger wordt veelal aangeduid als georganiseerde vriendschap, steunrelatie of buddytraject. Wat alle bevraagde duowerkingen in meer of mindere mate delen is dat er een zorgvuldig denkproces aan de toekenning van deze benamingen voorafgegaan is. Dat voorafgaandelijk denkproces weerspiegelt een grote bekommernis om de gelijkwaardigheid tussen deelnemer en vrijwilliger ook in de gehanteerde benamingen te doen doorschijnen. Terwijl er voor vriendschap en liefdesrelaties voorgevormde concepten en begrippen voorhanden zijn om zulke verbindingen onder woorden te brengen, ontbreekt dat voor het soort relatie dat zich binnen het 12 | kwetsbaar verbonden

BW.indd 12

8/10/18 13:58


kader van de duomethodiek ontwikkelt. Het gaat hier immers om een nieuw type sociale relatie dat in de ‘georganiseerde’ praktijk ontstaat en zich traag maar gestaag een eigen specifieke identiteit begint aan te meten:

‘We hebben hier gekozen voor “bezoekvrijwilliger”, omdat we destijds dachten: ja, maatjes, dat doet in Vlaanderen denken aan vis.’ (coördinator)

Naast een passende term voor de deelnemers en vrijwilligers die betrokken zijn in de steunrelatie, blijkt ook de benaming en precieze typering van de geboden ondersteuning geen sinecure te zijn:

‘”Begeleidt” is niet het juiste woord. Dat doet mij aan de hulpverlening denken, wat het dan toch niet is. “Coaching” is het ook niet. “Ondersteunt” vind ik dan nog beter klinken. Dat is veel ruimer. En ondersteuning kan op evenveel vlakken. Da’s bij elke vrijwilliger anders.’ (vrijwilliger)

‘Dat is zeer moeilijk te definiëren. Iets tussen vriendschap of buurmanschap, wat hulp verlenen, want op zich biedt de buddy wel hulp, maar het is geen hulpverlener. Het heeft wel een therapeutisch neveneffect, maar het is niet het opzet. Buddy’s hebben bij ons nooit een resultaatsverbintenis, alleen een engagementsverbintenis. Het gaat niet over een doel bereiken, het gaat over samenzijn.’ (coördinator)

inleiding | 13

BW.indd 13

8/10/18 13:58


Om redenen van duidelijkheid, consistentie en neutraliteit hanteren we in dit boek systematisch de begrippen deelnemer, vrijwilliger en coรถrdinator, met uitzondering van de letterlijk weergegeven citaten van de bevraagden. Voorts spreken we, zonder daarmee afbreuk te willen doen aan het grote aantal vrouwen bij deelnemers, vrijwilligers en sociale professionals, over de bevraagden gemakshalve in de mannelijke vorm.

14 | kwetsbaar verbonden

BW.indd 14

8/10/18 13:58


2 Kwetsbaar geborgen

BW.indd 15

8/10/18 13:58


2.1  Allemaal mensen, allemaal anders

Eerder stelden we dat de duomethodiek in Vlaanderen vandaag nog in de kinderschoenen staat. Die prilheid vinden we bevestigd in de resultaten van onze websurvey. Zo blijkt niet alleen dat de meeste duowerkingen nog maar een beperkt aantal jaren actief zijn, maar eveneens dat een groot aantal werkingen zich ofwel nog in de projectfase bevindt, of als kleinere, aparte werking deel uitmaakt van een groter geheel. De financiering van de werking gebeurt veelal via de overheid (lokaal, Vlaams of federaal) of via projectfinanciering. Ook private financiering komt voor. De duowerkingen zijn veeleer kleinschalig, met een bezetting van gemiddeld twintig tot vijftig deelnemers en vrijwilligers. De coördinatie van de duowerking berust doorgaans bij een deeltijds aangestelde professionele kracht. Slechts de grotere duowerkingen beschikken over een voltijdse coördinator. Vrijwilligers in een duowerking zijn overwegend vrouwelijk, terwijl de meeste deelnemers mannen zijn. Het Vlaamse landschap van duowerkingen is sterk divers gekleurd. Hoewel duowerkingen zich op uiteenlopende maatschappelijke domeinen situeren, zien we een sterke vertegenwoordiging in de domeinen cultuur, vrije tijd en sport, welzijn, gezondheid en integratie. De doelgroepen waarrond duowerkingen worden ingezet zijn dermate uiteenlopend dat we ze onmogelijk onder één noemer kunnen vatten. De groep die het vaakst eenduidig benoemd wordt, is die van personen met een psychische kwetsbaarheid. Eén vijfde van de bevraagde werkingen geeft aan deze deelnemers te beogen. Vaak wordt een bijkomende specificering aan de doelgroep toegevoegd, bijvoorbeeld ‘langdurig psychisch kwetsbaren’, ‘in sociaal isolement levend’, ‘ernstig psychisch kwetsbaren’, ‘psychisch kwetsbaren die zelfstandig wonen of van plan zijn dat te doen’. Aan de kwalitatieve fase van het onderzoek namen twee duowerkingen deel die rond psychische kwetsbaarheid werkzaam zijn: Metawonen Gent vzw en het psychiatrisch ziekenhuis Bethaniënhuis in Zoersel (Antwerpen). Metawonen Gent wil het isolement van (zelfstandig wonende) psychisch kwetsbare mensen doorbreken door een vriendschappelijke vertrouwensband met een vrijwillige 16 | kwetsbaar verbonden

BW.indd 16

8/10/18 13:58


buddy te installeren en te ondersteunen. Het psychiatrisch ziekenhuis Bethaniënhuis beschikt over een uitgebreide vrijwilligerswerking, bestaande uit afdelingsvrijwilligers zowel als bezoekvrijwilligers. Het systeem van de bezoekvrijwilligers is, vanwege het een-op-eencontact en de onderliggende doelstellingen, vergelijkbaar met duowerkingen in niet-residentiële settings. Een tweede doelgroep die sterk uit de bevraging naar voren kwam, zijn kansarme, kwetsbare personen. Er worden verschillende benamingen gehanteerd: ‘eenzame, kwetsbare mensen’, ‘kansarme gezinnen’, ‘kinderen en jongeren in precaire omstandigheden’ (armoede, isolement), ‘kwetsbare gezinnen’, ‘mensen in armoede’ enzovoort. Negen organisaties omschrijven hun deelnemers in deze termen. Daarnaast benoemen drie organisaties hun doelgroep als ‘kwetsbare zwangeren’. In het raam van ons kwalitatieve onderzoeksluik interviewden we deelnemers, vrijwilligers en ondersteunende sociale professionals van Steun op Maat, Budget in Zicht, Mix & Match en Kompanjon vzw. Steun op Maat is een project van De Lage Drempel (Mechelen) dat vrijwilligers koppelt aan een steunvragend gezin in armoede. Budget in Zicht (BIZ) Limburg ondersteunt een kwaliteitsvolle (schuld)hulpverlening. De dienst selecteert en leidt vrijwilligers op tot buddy, ter ondersteuning van financieel en/of administratief kwetsbare cliënten van een in Limburg gevestigd OCMW of CAW. Mix & Match (Antwerpen) ondersteunt maatschappelijk kwetsbare personen bij de zoektocht naar en het van start gaan met vrijwilligerswerk. Kompanjon vzw (Gent) wil de onderwijskansen van kinderen en jongeren uit kansarme gezinnen verhogen en organiseert daartoe studie- en opvoedingsondersteuning aan huis. Een student komt wekelijks aan huis ter ondersteuning van een of meerdere kinderen van het gezin. Een derde groep duowerkingen richt zich naar ‘personen met een migratieachtergrond’. Vijf organisaties focussen op ‘anderstalige nieuwkomers’, één richt zich op ‘anderstalige Antwerpenaren’, nog een andere organisatie richt zich op ‘personen met een migratieachtergrond’ en drie organisaties focussen op ‘erkende vluchtelingen’. We zijn dieper in gesprek gegaan met Duo for a Job (Antwerpen en Brussel), een mentoringproject kwetsbaar geborgen | 17

BW.indd 17

8/10/18 13:58


dat de jobkansen van werkzoekende jongeren met een migratieachtergrond wil verdubbelen door hen in contact te brengen met vijftigplussers die hen vrijwillig begeleiden bij hun zoektocht naar werk. Een vierde groep duowerkingen richt zich tot ‘personen met een beperking/ziekte’. Twee organisaties hanteren deze ruime omschrijving, andere organisaties zijn specifieker: mensen met jongdementie; mensen met een niet-aangeboren hersenletsel die isolement ervaren; kinderen, jongeren en volwassenen met autisme, en jongeren en volwassenen met kanker. Aan de kwalitatieve fase van het onderzoek namen respondenten deel van Het Ventiel (Hulste bij Kortrijk) en de Buddywerking Jongeren van Kom op tegen kanker. Het Ventiel biedt individuele activiteiten aan personen met jongdementie aan via een persoonlijke buddy. De werking is opgericht door en uitsluitend bestaande uit mantelzorgers en vrijwilligers. De jongerenwerking van Kom op tegen kanker biedt individuele ondersteuning aan jongvolwassenen met kanker via de inschakeling van een buddy. Meerdere duowerkingen geven een veeleer complexe omschrijving van de door hen beoogde doelgroep via een combinatie van kenmerken. Wij omschrijven deze groep deelnemers als ‘personen in een specifieke complexe en multiprobleemsituatie’. Het gaat onder meer om 1) vrouwelijke vluchtelingen met medische problemen, zonder huisvesting en verblijfspapieren; 2) gezinnen die leven in armoede of sociaal isolement of die om een andere reden een moeilijke periode doormaken; 3) thuislozen, meervoudig gekwetsten, multiproblematiek; 4) thuiswonende personen die door fysieke of psychische ziekte, door bepaalde psychosociale problemen, financiële problemen of uitsluiting nood hebben aan positieve sociale contacten; 5) mensen die de Nederlandse taal niet (goed) machtig zijn, niet over een netwerk beschikken en niet vertrouwd zijn met het Belgische systeem, evenals 6) erkende vrouwelijke vluchtelingen die zich, vanuit een opvangcentrum, in een transitiefase naar logement/huisvesting bevinden. We interviewden de betrokkenen van De Overzet vzw en YAR Vlaanderen. De Overzet (Antwerpen) biedt opvang en ondersteuning aan alleenstaande vrouwen zonder wet18 | kwetsbaar verbonden

BW.indd 18

8/10/18 13:58


tig verblijf, met of zonder kinderen, die medische zorgen behoeven. YAR Vlaanderen (Youth at Risk) is een coachingprogramma dat jongeren tussen vijftien en achttien jaar, met moeilijkheden op verschillende levensdomeinen, ondersteuning biedt door middel van een persoonlijke coach. Zodoende kunnen de jongeren hun leven weer in eigen handen nemen.

2.2  Sociale kwetsbaarheid

Het verwoede zoeken van duowerkingen naar een accurate omschrijving van de door hen beoogde ‘doelgroep’ reflecteert vlekkeloos onze almaar complexer wordende sociale realiteit (Van Robaeys, 2016). Onze hedendaagse postmoderne samenleving kenmerkt zich door verstedelijking, superdiversiteit en individualisering. De gestage evolutie van een plaatsgevende naar een plaatszoekende samenleving (Van Ewijk, 2010), en de daarmee gepaard gaande verschraling van sociale netwerken, zoals familie, buurt en kerk, heeft een toegenomen sociale kwetsbaarheid met zich meegebracht. Mensen zijn in hun doen en laten niet langer gebonden aan (traditionele) voorschriften en gewoonten, maar kunnen tegelijk ook minder terugvallen op formele en informele steunsystemen. Ongeziene individuele vrijheden en keuzemogelijkheden gaan hand in hand met processen van hulpafhankelijkheid, vereenzaming en sociale uitsluiting, in het bijzonder bij kwetsbare burgers. Sociale kwetsbaarheid refereert, aldus Van Ewijk (2018, p. 5) naar het – als gevolg van beperkingen, verwarring, trauma’s of armoede – onvoldoende toegerust zijn van mensen om op voldoende wijze aan de samenleving te participeren. Werd voorheen de oorzaak van maatschappelijke kwetsbaarheid overwegend structureel begrepen (Walgrave, 1996), dan lijkt die benadering vandaag niet langer te volstaan. Hoewel ongelijkheid op het vlak van gezondheid en welzijn onmiskenbaar samenhangt met structurele ongelijkheden en problemen, zoals armoede en sociale uitsluiting, is het belangrijk ook andere beïnvloedende factoren in rekening te brengen. Kwetsbaarheid ontstaat in de interactie tussen individu en context (Van Ewijk, 2014). kwetsbaar geborgen | 19

BW.indd 19

8/10/18 13:58


Het leeuwendeel van de deelnemers van de door ons bevraagde duowerkingen bevindt zich in een maatschappelijk kwetsbare positie. Wat deze mensen verbindt, is de opgave om vanuit een realiteit van sociaal isolement en uitsluiting de complexe wereld tegemoet te treden. Sociale kwetsbaarheid dringt in toenemende mate door tot alle sociale lagen en bevolkingsgroepen. Om die reden moeten we meer dan ooit inzetten op het bevorderen van maatschappelijke participatie voor ĂŠlke burger. Maatschappelijke participatie behelst meer dan het hebben van werk of een woning. Het gaat ook over verbondenheid, ergens bij horen en van betekenis zijn. Kwaliteitsvolle relaties zijn onmisbaar voor het leven en welzijn van mensen. Ieder mens heeft anderen nodig om tot bloei en zelfrealisatie te komen. Verbinding met anderen behoedt tegen eenzaamheid en vormt de basis van een (veer)krachtig en gelukkig bestaan (Driessens & Van Regenmortel, 2006). Vlaanderen beschikt over een stevig uitgebouwd professioneel ondersteuningsaanbod in het brede domein van welzijn en volksgezondheid. Naast dit formele aanbod wordt een aanzienlijk deel van de zorg en ondersteuning informeel verleend, door familieleden, vrienden, buren en vrijwilligers. Een informele zorgvorm die de laatste jaren sterk aan populariteit wint, is de duomethodiek. Deze vrijwilligersmethodiek, waarbij een burger individuele (psychosociale en praktische) steun verleent aan een kwetsbare medeburger, strekt ertoe de maatschappelijke participatie en integratie van kwetsbare groepen in de samenleving te bevorderen. Daarnaast evolueerde ook onze kijk op het mens-zijn. Het traditionele biomedische model ter verklaring van het algemene menselijk functioneren werd ingeruild voor een holistische mensvisie en een bijbehorend verklaringsmodel, dat naast biomedische ook psychologische en sociale factoren in rekening neemt. Een nog ruimer en meer verfijnd mensbeeld, waarbinnen ook de werkzaamheid van de duomethodiek zich laat verklaren en begrijpen, definieert de mens bijkomend als ecologisch en existentieel wezen (Strategische Adviesraad 20 | kwetsbaar verbonden

BW.indd 20

8/10/18 13:58


Welzijn, Gezondheid & Gezin, 2015). Deze existentiële component van de mens, zijn zogenaamde ‘zijnservaring’, is – of zou dat idealiter moeten zijn – essentieel richtinggevend bij het bieden van integrale zorg en ondersteuning. Wat is het leven dat de ander wil leiden? Wat staat er voor hem op het spel? Zorg en ondersteuning moeten zich richten tot de mens zoals die zich vandaag aandient, met al zijn zorgen, twijfels, hoop en verlangens. Naast deze individuele existentiële component heeft het mens-zijn ook een collectieve en contextuele component. Dat is de mens als ecologisch wezen, de mens in interactie met zijn (sociale) omgeving. Zo functioneert de mens slechts binnen de verbindingen die hij heeft en de relaties die hij onderhoudt (Driessens, 2003). Het disfunctioneren van de mens heeft dan ook vaak een relationele oorzaak. Een ontwrichtende kink in de verbindingskabel met anderen. De sociale kwetsbaarheid van de holistische mens is de achtergrond waartegen we de werkzaamheid van de duomethodiek beschrijven en verklaren. Sociale kwetsbaarheid en duowerkingen gaan samen zoals paard en kar. Het ene zet het andere in beweging. De duomethodiek confronteert. Daagt uit. Dwingt tot reflectie. Over de eigen kwetsbaarheid. Over de plaats van kwetsbaarheid in de samenleving. Een samenleving die autonomie en zelfredzaamheid promoot. Die kwetsbaarheid verafschuwt en verfoeit. Ten spijt. Want kwetsbaarheid is geen onwaarde. Kwetsbaarheid is verbonden met een bijzondere en waardevolle gevoeligheid, met een gehechtheid aan wat dierbaar is. Kwetsbaarheid werkt humaniserend (Baart, 2013). De onvoorwaardelijke acceptatie van de ander in zijn kwetsbare anders-zijn als essentiële voorwaarde tot verbinding. Verbinding, als sleutel tot een andere, meer inclusieve samenleving waarin alle burgers, met behoud van hun eigenheid en diversiteit, een kwaliteitsvol leven kunnen leiden. Baart (2013, p. 193-194) pleit voor een genuanceerder en meer diepgaand begrip van kwetsbaarheid. De diepste laag van kwetsbaarheid is de broosheid, zo stelt hij, een onontkoombare basisconditie waarin we als mens niet van elkaar verschillen. Ieder van ons kan elk moment iets overkomen. Ieder van ons kent ooit een einde. De tweede laag noemt kwetsbaar geborgen | 21

BW.indd 21

8/10/18 13:58


Baart de breekbaarheid, een meer beïnvloedbare gestalte van kwetsbaarheid. De meest maak- en bestrijdbare ook, omdat sociale factoren hier een grote rol spelen en beleid, veerkracht, macht en recht een verschil kunnen maken. De derde laag van kwetsbaarheid betreft dat wat delicaat en hachelijk is. Deze kwetsbaarheid hangt samen met de relaties die we als mens aangaan met geliefden, kinderen en vrienden, evenals de idealen die we aanhangen en nastreven. Dat wat ons vatbaar maakt voor verlies en verdriet. En ten slotte zijn er volgens Baart raakbaarheid en verwondbaarheid, het openstaan voor en overgeleverd zijn aan de gevoelens die anderen bij ons oproepen: iemands lijden of geluk en het appel van de ander (Baart, ibid.). Deze gelaagde kwetsbaarheid is de essentie, de grondstof waar deelnemers, vrijwilligers en ondersteunende sociale professionals van de duowerkingen dagelijks mee werken. Deelnemers en vrijwilligers van duowerkingen zoals Het Ventiel en de buddywerking van Kom op tegen kanker kijken de broosheid van het leven recht in de ogen. Maar ook armoede en sociale uitsluiting, psychische kwetsbaarheid en verlieservaringen beïnvloeden het inwendige en uitwendige functioneren én de ontwikkeling van mensen. Waar sommigen de capaciteit ontbreken om sociaal te functioneren in een complexe wereld (bijvoorbeeld mensen met een grote psychische kwetsbaarheid), is voor anderen de buitenwereld dermate onderdrukkend dat hun innerlijke vermogens, hoe groot ook, geen of onvoldoende mogelijkheid tot zelfrealisatie bieden (bijvoorbeeld bepaalde jongeren met een migratieachtergrond). Voor deelnemers zowel als vrijwilligers geldt dat zij in elke ontmoeting oefenen in raakbaarheid en verwondbaarheid: beiden stappen ze in een relatie waarin appel gedaan en gevoeld wordt en kwetsbaarheid tastbaar wordt.

22 | kwetsbaar verbonden

BW.indd 22

8/10/18 13:58


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401458719 by Uitgeverij Lannoo - Issuu