Skip to main content

9789401458368

Page 1

1

Alsof de Weg ons zocht




 Alsof de Weg ons zocht

Julie Hendrickx

Jeanne Devos en haar strijd voor de dienstmeisjes in India


Voor Noa, Luna, Mila, Arasi en Mark, kinderen van de zon


Inhoud Voorwoord  7 Inleiding  11 Kind van de Kiezel 1935 - 1958  15 Kinder- en lagere schooltijd  15 Tweede Wereldoorlog  26 Middelbare school: Heilig Hartinstituut Heverlee  33 Hogere studies  38 Keuze voor een religieus leven  43 Love is made fruitful in service (Rabindranath Tagore) Namaste, India. 1963 – 1984  55 Gegroet, dove kinderen  55 Gegroet, studenten  63 Gegroet, theologie van de bevrijding  69 Hulp in de rampgebieden  75 Gegroet, dienstmeisjes  91 opstart van de beweging  103 Vertrouwen is de vogel die het licht voelt en zingt wanneer de dageraard nog duister is (Rabindranath Tagore) Van deur tot deur  103 Terug naar af  107 Nieuwe adem  113 Het onzichtbare (leren) zien  119


groei van de beweging  139 Something put into motion is not easily put out of motion (isaac Newton) Beweging bij de huisarbeidsters  139 De beweging in beweging  146 Groeiende samenwerking met verschillende partners  162 De val  166 Waarom onmondigen mondig maken?  173 Een stroomversnelling: 1999-2010  177 Bevrijd mijn volk (Exodus 9,1)  211 Van India naar Genève  211 Van Genève terug naar India  238 De beweging na de conventie  241 Alsof de Weg ons zocht  249 Register  255 Afkortingenlijst  259 Bibliografie  261


Voorwoord 7

Drie jaar geleden las ik in de Sint-Amorkerk van Kortenaken tijdens de uitvaart van Godelieve Devos een briefje voor dat Jeanne Devos geschreven had voor het overlijden van haar oudste zus. Jeanne verbleef toen in India en kon er zelf niet bij zijn. Godelieve was een bijzondere dame, een straffe tante, zoals we in Vlaanderen zeggen. Nooit getrouwd, twee keer burgemeester van haar geboortedorp, Vlaams volksvertegenwoordiger en na het beëindigen van haar parlementaire carrière nog negen jaar voorzitter van de CVP- en later CD&V-­ senioren. Haar omvangrijke archief werd overgedragen aan KADOC, het Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie, Cultuur en Samenleving van de KU Leuven. Godelieve was ook letterlijk mijn tante. Na de begrafenis ruimde de familie haar huis uit. Ik ontfermde me over de kamer waar tante Jeanne weleens sliep als ze naar België kwam. Ook daar moesten heel wat spullen opgeruimd worden. Ik vond er enkele exemplaren van de boeken die al over haar geschreven waren: Zr. Jeanne Devos, In Naam Van Alle Kinderen (Greet Van Thienen, Lannoo, 2006) en Jeanne Devos, Denken en Doen (Getuigenissen van Jeanne Devos, opgetekend door Ria Goris, Davidsfonds, 2007). Ik heb die boeken destijds graag gelezen, maar het daagde mij, daar en toen, dat een belangrijk stuk geschiedenis zich nog niet voltrokken had op het moment dat ze gepubliceerd werden. Wat ze ervan vond dat nog niet alles geschreven was, vroeg ik mijn tante. Dat ze dat voor zichzelf niet erg vond, antwoordde ze, maar dat ze wel hoopte dat het verhaal van de beweging ooit opgetekend zou worden opdat het ten volle kon voortleven. En zo kwam het dat ik mij in het voorjaar van 2016 voornam om het verhaal van de National Domestic Workers Movement (NDWM) neer te schrijven.

Voorwoord


8

Is dit verhaal een biografie? De uitgever denkt van wel. Een biograaf ontrafelt een individueel leven om het dan woord voor woord weer op te bouwen. Toch is het boek om meerdere redenen geen biografie in de klassieke zin van het woord, te beginnen bij het feit dat de protagonist nog leeft. Het is wel een life story, die weliswaar over vele levens gaat, miljoenen zelfs. Want dat was net het punt dat Jeanne wilde maken: Het gaat niet om mij, maar om de beweging. En die telt vandaag meer dan twee miljoen leden. In hoofdzaak is dit het verhaal van de National Domestic Workers Movement, die natuurlijk één ondeelbaar geheel is met het leven van Jeanne. En andersom. Dat Jeanne Devos nog leeft, gaf mij het voordeel haar te kunnen spreken zo vaak als ik het nodig achtte. Toch wilde ik het verhaal op een gefundeerde en niet vooringenomen manier schrijven. Volgens de Engelse biograaf Richard Holmes is de biografie onverbiddelijk schatplichtig aan de waarheid, die, ook volgens hem, lastig en harteloos kan zijn. Tijdens een bezoek aan het kantoor van de NDWM in Mumbai heb ik met eigen ogen gezien hoe medewerkers zich letterlijk voor Jeannes voeten wierpen om ze te kussen. In zo’n sfeer is het niet vanzelfsprekend om kritische vragen ook kritisch beantwoord te krijgen. In mijn zoektocht naar een onafhankelijke stem interviewde ik daarom ook mensen buiten Jeannes directe kring. Dat leverde jammer genoeg ook niet echt kritische echo’s op. Wellicht was mijn positie als familielid daar onderhuids debet aan. Je zou dus kunnen twijfelen aan mijn objectiviteit, hoewel de feiten wel de feiten zijn. De Nederlandse Jolande Withuis, auteur van meerdere biografieën, stelt dat ‘een goede biografie [berust] op feiten, dus op wetenschappelijk onderzoek. Een biograaf mag niets verzinnen, interpreteren moet hij juist wel.’ Hoewel ik geen enkele academische allure pretendeer en dit boek noch een hagiografie, noch een wetenschappelijk onderzoek is, ligt de wetenschappelijke verantwoording van de tekst wel degelijk in de gecheckte bronnen. Of zoals Gerard Mulder en Paul Koedijk de term ‘wetenschappelijk’ definieerden in hun Parool-geschiedenis: ‘gedegen, logisch, steunend op verifieerbaar bronnenmateriaal.’ Aan de basis van dit verhaal liggen onder andere een deel van het archief van Jeanne, dat van de congregatie van de Zusters van het Onbevlekt Hart van Maria en het archief van de vzw Broederlijk Delen, alle drie even-


eens in bewaring bij KADOC. Daarnaast werden tal van mondelinge en literaire bronnen geraadpleegd, net als het familiearchief. De selectie van de feiten, op basis van het gewicht dat ze volgens mij leveren aan de geschiedenis van de beweging, is mijn eigen keuze geweest. De verhalende interpretatie ervan beschouwde ik als mijn vrijheid, zonder de waarheid daarbij geweld aan te doen. Voetnoten en achtergrondinformatie werden verweven in de lopende tekst met als bedoeling dit verhaal, dat geen roman is, aangenaam leesbaar te maken voor een breed publiek. Ikzelf ben de pen voor het verhaal van een vrouw met een onverzadigbare honger naar een rechtvaardige, participatieve samenleving, die, zowel in de waarden waarmee ze was opgegroeid als in haar congregatie, een bedding vond om voor dat ideaal te strijden. Via dit boek kan het levenslied van de National Domestic Workers Movement, zoals Jeanne het wenste, voortleven en hopelijk anderen inspireren om te blijven ijveren voor vrede en voor de waardigheid van ieder mens. Ik bedank iedereen die mij heeft gesteund en geholpen met interviews, doorverwijzingen, boeken, kritische bedenkingen en suggesties, geduld en aanmoediging. Uitgeverij Lannoo en in het bijzonder Maarten Van Steenbergen dank ik voor het vertrouwen. KADOC KU Leuven voor de gastvrijheid en prof. dr. Kim Christiaens, dr. Carine Dujardin, dr. Peter Heyrman, prof. dr. Idesbald Goddeeris, Benjamin Steegen, prof. dr. Leen Van Molle en Luc Vints voor hun adviezen en voor de tijd die ze vrijmaakten voor dit project. De Vlaamse Overheid dank ik graag voor de financiĂŤle steun. Vanzelfsprekend draag ik de eindverantwoordelijkheid voor de inhoud van het boek.

Julie Hendrickx

Voorwoord

9


Inleiding 11

‘Beste Moeke, Pa en allemaal,… Ne zalige Kerstmis voor ieder van u, seffens in de nachtmis zullen we wel heel sterk samen zijn, Kerstmis dat is toch zo ietske enigs he. Ik ben deze middag even tot bij de jongens geweest om ook hun huis (afdak) te versieren, ze moeten het gevoel krijgen dat er ook bij hen iets gebeurt als het Kerstmis is en dat het niet alleen een voorrecht is van de rijken…’ — Kerstbrief Jeanne, India, 24 december 1966 In de kerstnacht van 24 december 1966 draaide zuster Jeanne Devos in het klooster van de ICM Sisters in Chennai (het vroegere Madras) even voor halftwaalf een flinterdun aerogram in een typemachine. De klokken voor de middernachtmis zouden weldra luiden. Ze kon haar briefje in die korte tijdspanne onmogelijk afmaken, maar de sereniteit van het moment moet haar geïnspireerd hebben om de verbondenheid met haar familie in België al in enkele regels vast te leggen. Alsof ze op die manier even echt in gesprek was met hen, verzekerde ze dat ze de volgende dag verder zou schrijven. Wat het uiteindelijke briefje zo bijzonder maakt, is dat het onbedoeld meerdere lagen kreeg. Geheel in haar eigen stijl deed ze op het eerste gezicht wat schrijven naar huis altijd al betekende: de lezers deelgenoot maken van haar belevenissen in het verre India. Dit kerstbriefje was niet anders. Jeanne vertelde dat ze bij de straatkinderen was geweest om hun afdak te versieren en hun zo ook een kerstgevoel te geven. Dat haar medezusters op hun manier hadden bijgedragen door broeken te naaien voor ‘haar’ jongens en cake te bakken. En dat ze bovendien met haar gelachen hadden omdat ze op kerstochtend in vol ornaat naar de aartsbisschop vertrokken was voor het kerstdiner en ’s avonds, toen ze opnieuw naar de

Inleiding


12

straatjongens ging, er volgens hen meer uitzag als ‘een dutse, een sukkel’. Daar ontvouwt zich haast ongemerkt een tweede laag in de brief. Jeanne laat in haar hart kijken. Haar ouders krijgen niet alleen anekdotes en bewijzen van haar inzet. Ze deelt ook de intieme getuigenis over hoe ze zich het meest thuis voelde in het ongecompliceerde leven van en bij de armsten. Dat waren jongens die als minivolwassenen overleefden op straat door te bedelen, te stelen, gesnapt te worden door de politie en vervolgens geslagen om bekentenissen af te dwingen. Jongens die desondanks creatief en vol levenslust bleven. ‘De enkele centiemen die ze bijeen bedelen, sparen ze om naar de cinema te gaan, daar dromen ze in een andere wereld’, schreef Jeanne. Het weinige dat die kinderen af en toe te eten hadden – etensafval dat ze kregen van een hotel – deelden ze spontaan met haar als ze langskwam. De kerstcake die ze die dag voor hen had meegenomen, deelden ze onder elkaar én ‘ze spaarden een groot stuk voor de winkelier die hen voor zijn deur liet slapen, ook de grote bedelaars, melaatsen, kregen een stuk. Het is toch weer waar dat de armen de armen helpen.’ Dat was voor haar het echte leven: ontdaan van alle complexen en tierlantijnen op straat onder een afdak Kerstmis vieren. ‘Dat is dan echt de schoonste, veruit de schoonste kerstmis geweest van mijn leven… ik weet nu niet precies wie er het rijkste uitgekomen is, de jongens of ik.’ Voor de ontvangers moet het een speciaal briefje geweest zijn. En wat haar ouders wellicht het liefst hadden willen lezen, kregen ze ook: Jeanne was gelukkig. Al meer dan drie jaar had ze haar familie niet gezien. Vergeleken met honderd jaar eerder was het vooruitzicht dat ze na nog eens drie jaar op verlof mocht naar België een enorme versoepeling. Duizenden zendelingen voor haar hadden hun familie nooit meer teruggezien. Het verhaal luidt dat de jonge pater Damiaan in 1863 in het zicht van zijn wuivende ouders naar de hemel had gewezen toen hij vertrok uit het Vlaams-Brabantse Tremelo. In de hemel zouden ze elkaar terugzien. Ouders van missionarissen en de missionarissen zelf ervoeren het afscheid vaak als een begrafenis. Hoewel Jeanne en haar familie het vooruitzicht hadden op een weerzien bij leven en welzijn, knipte elke rood-blauw omrande enveloppe die op de mat viel, een stukje van de tijd weg tot aan die hereniging.  Op de binnenplaats van het Hof van Liefkensrode, de boerderij die Jeannes ouders pachtten. Vlnr: Godelieve, Jeanne, An, Louis Devos (Pa) op de achtergrond, Maria Vanthienen (Moeke), Agnes op de arm van een nichtje, Celine en nog een andere nicht. De foto dateert vermoedelijk van 1947.


13

Inleiding


Hoofdstuk 1

Kind van de Kiezel 1935 - 1958 Kinder- en lagere schooltijd Kortenaken, in de provincie Vlaams-Brabant, vormt de top van de Hagelandse driehoek Leuven-Tienen-Diest. De vele bossen waarin wolven, vossen en everzwijnen leefden, bepaalden tot de 18de eeuw het voornaamste uitzicht van het dorp. Door de expansie van de landbouw zijn ze de voorbije twee eeuwen grotendeels verdwenen, hoewel ook in het neolithicum op die plek al bossen werden platgebrand om er in de nog warme as graan te zaaien. Uitgestrekte akkers liggen vandaag als een lappendeken in en rond de vallei van de Velp, een zijrivier van de Demer. Toen in 1846 de eerste volkstelling uit de Belgische geschiedenis werd gehouden, bleek dat welgeteld 1063 inwoners Kortenaken ‘hun dorp’ konden noemen. In 1961 telde Kortenaken 2373 inwoners. Tot 1977 was Kortenaken 1405 ha groot. Door de fusie met de omliggende gemeenten Hoeleden, Kersbeek-Miskom, Ransberg en Waanrode in 1977 verviervoudigde de oppervlakte bijna. Vandaag telt (groot-)Kortenaken ongeveer 8000 inwoners met een dichtheid van maar 166 inwoners per vierkante kilometer. Als derde grootste perengemeente van België is de fruitproductie, naast veeteelt en akkerbouw, er van groot belang.

Jeanne Maria Elvire Devos zag het levenslicht in 1935 als zesde telg van Louis Devos en Maria Vanthienen. De eerstgeborene van het gezin was

 Jeanne tijdens haar middelbare schooltijd.

Kind van de Kiezel 1935 - 1958

15


16

Godelieve, op dat ogenblik bijna negen. Zij had al snel twee broers gekregen. Jef was genoemd naar een eerste broertje dat kort na de geboorte was gestorven. Na Jef kwam Florent en daarop volgden opnieuw meisjes: eerst Celine en twee jaar later Jeanne. Hun ouders waren jonge landbouwers die met succes een boerderij en bijbehorende gronden pachtten van om en bij de 50 hectare. Maria had van thuis nog eens 10 hectare grond gekregen. Daar werden later perenbomen op geplant. Naar Vlaamse normen was het bedrijf voor die tijd van bovengemiddelde grootte.

Volgens mondelinge overlevering moet de stichting van het Hof van Liefkensrode, de boerderij die de ouders van Jeanne pachtten van toenmalig barones Caroline de Bonhomme, van ergens rond 1284 dateren. Een zekere Hendrik Liefkint kwam daar regelmatig de bossen rooien. Rode betekent in het Germaans gerooid bos. Zo ontstond wellicht de straat- en hoevenaam Liefkensrode. Hendrik Liefkint was schepen in Diest. De ‘heren van Liefkensrode’ behoorden tot een rijke patriciërsfamilie die uitgestrekte landerijen bezat. In 1910 werd de aardeweg Liefkensrode verhard met kiezel en rechter getrokken. Sindsdien is de straat bij dorpsbewoners ook bekend als ‘de Kiezel’.

Hoofdstuk 1


Louis Devos en zijn vrouw waren sterk sociaal gericht, wellicht omdat ze zelf goede rolmodellen hadden gekend. Ook zij kwamen elk uit een boerengezin dat bewust te midden van en voor de gemeenschap leefde. De vader van Louis was lange tijd eerste schepen en Maria’s vader was een tijdlang burgemeester van Waanrode, een naburig dorp. Hoe trots zou hij niet geweest zijn op zijn kleindochter Godelieve, die later zelfs tweemaal burgermoeder van Kortenaken werd? De geschiedenis schreef echter voort: wie had toen kunnen bedenken dat het kleine Jeanneke van Vossens, geboren op een koude januariochtend, 82 jaar later in de raadzaal van het gemeentehuis het Kortenaakse ereburgerschap zou ontvangen, pal onder het burgemeerstersportret van grote zus Godelieve? op 27.11.2017 werd Jeanne ereburger van haar geboortedorp Kortenaken.

Kind van de Kiezel 1935 - 1958

17


18

Het gezin Devos: centraal Louis Devos (Pa) en Maria Vanthienen (Moeke) met achter hen in het wit Godelieve, links van Louis staat zoon Jef, rechts van Maria staat Florent. Celine staat voor haar vader en Jeanne zit op schoot bij Moeke. Achter Moeke staat Marcel, de pleegzoon van het gezin Devos. De andere aanwezigen zijn personeel van de boerderij.

Een gepaster Vlaams woord dan ‘deugniet’ om Jeanne als kind te beschrijven, is moeilijk voorstelbaar. Ze leerde al snel haar wereldje kennen en de wereld haar. De wereld: dat was voorlopig nog de boerderij, de buren en het dorp. Wanneer Louis en Maria thuiskwamen van de zondagsmis vonden ze hun derde dochter vaker niet thuis dan wel. ‘Gaan spelen bij de vijf jongens van nonkel Miel!’ rapporteerden de thuisblijvers dan. Of ze was ongegeneerd een boterham met spekvet en bruine suiker gaan bedelen bij Jef en Eulalie Clemens, die zelf maar liefst tien kinderen hadden. Ook later durfde ze weleens langer weg te blijven dan afgesproken. Terwijl Maria, Moeke, koortsachtig rozenhoedjes begon te bidden als een van de andere

Hoofdstuk 1


meisjes niet op tijd thuis verscheen, bleef iedereen kalm als het Jeanne betrof. Jeanne was gerust in het leven. Ze hield ervan, net als van de buitenlucht en de warmte van haar grote gezin. Dat gezin mocht na haar nog drie dochters verwelkomen: Josée, An en Agnes. Joséeke, qua guitigheid de evenknie van Jeanne, overleed helaas in maart 1941 aan polio. Ze was toen amper vier jaar. ‘Dokter Homans was om de twee dagen gekomen en had net bloed getrokken, waar Pa mee naar Hasselt gegaan was om het te laten onderzoeken. Pa was net een kwartier terug thuis toen Joséeke stierf’, herinnert Jeanne zich. Het immer zorgeloze Jeanneke werd voor de eerste keer ingehaald door het leven. Ook voor haar moeder moet het een zware klap geweest zijn. Een tweede maal rouwde ze om een dood kind in haar armen. Zo sterk als Louis en Maria zich inzetten voor de gemeenschap, zo sterk leefde de gemeenschap mee bij de dood van Josée. Maar voor het verslagen deugnietje hielp het allemaal niets. Haar maatje was niet meer. ‘Ze lag zo vredig en mooi opgebaard in haar mooiste kleedje dat het leek alsof ze sliep. Daarom hoopte ik dat ze nog zou ontwaken. Ik was helemaal verloren zonder haar. De begrafenisstoet zie ik ook nog voor me: een eindeloze sliert van familie, vrienden en buren die in stilte achter de kist stapten. Samen met een vriendinnetje mocht ik de krans dragen. Die krans was eigenlijk veel te groot en te zwaar voor ons. Mijn armen deden er pijn van maar voor Joséeke moest en zou Overlijdensprentje van Joséeke, het zusje van Jeanne ik het volhouden.’ Jeanne hield dat aan kinderverlamming stierf.

Kind van de Kiezel 1935 - 1958

19


20

het lang vol om elke dag het graf van Joséeke te bezoeken en er een teken van haar aanwezigheid achter te laten, al was het een keitje of een bloem. Eigenlijk, diep vanbinnen, wilde ze zo graag een nieuwe kompaan. Nog een zusje… De geboorte van Agnes nauwelijks een jaar later moet eventjes verwarrend geweest zijn voor Jeanne. Was het een teken van de genade van Jahweh – Jeanne betekent: de genade van Jahweh – of had ze dan toch het lot een handje kunnen helpen? Op vrijdagen bakte Moeke meestal een veertigtal broden en als er ook taarten gebakken werden en er geboterd werd, werd dat steevast gedeeld met de gemeenschap. Aan de meisjes werd dan gevraagd om enkele taarten naar de pastoor te brengen en de boter naar de zusters van het dorp. Omdat het Jeanne niet duidelijk was waar de pastoor die taarten steeds aan verdiend had, kon ze het op een dag niet meer opbrengen om haar moeder te gehoorzamen en parkeerde ze de taarten achter een bosje. Ook met de boter haastte ze zich niet naar de zusters, maar naar Leonie… de vroedvrouw! En zo liet een jaar na het overlijden van Josée in het Hof van Liefkensrode het zo gewenste zusje haar eerste kreetjes horen. Jeanneke van Vossens, dat was een deugniet. Het gezin Devos telde met de komst van Agnes uiteindelijk negen eigen kinderen van wie er twee vroeg stierven. Een neef wiens ouders tijdens de Eerste Wereldoorlog aan de Spaanse griep overleden waren, werd door Louis en Maria na hun huwelijk meteen in huis genomen. Marcel was daardoor in zekere zin de oudste van het gezin en hij is later door alle eigen kinderen nooit anders dan ‘onze Marcel’ genoemd. Hij was een van hen. En daar bleef het niet bij: Louis Devos zou zich nog vaker engageren als voogd voor wezen. Daardoor kon hij voorkomen dat de wettige eigendom van die weeskinderen verkocht werd, en konden zij er later zelf over beslissen. Niet alleen in de hoeve maar ook in het hart van Louis en Maria was er plaats voor velen. Zo werd tijdens de Tweede Wereldoorlog ook nog het Joodse meisje Janette opgevangen. Of beter gezegd, verborgen. Tijdens de weekends kwamen er dan ook nog kinderen uit het Seminarie van Mechelen mee-eten om aan te sterken en werd er op een bepaald ogenblik aan ruim tachtig vluchtelingen onderdak geboden in de stallen en schuren. ‘Dat was niet zonder gevaar: er was niet alleen het gevaar om verraden te worden maar het vermoeden leefde sterk dat zij ook het poliovirus meebrachten

Hoofdstuk 1


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Coverfoto © Belga Omslagontwerp en lay-out Studio Lannoo © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 en Julie Hendrickx D/2019/45/349 - ISBN 978 94 014 5836 8 – NUR 740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401458368 by Uitgeverij Lannoo - Issuu