Skip to main content

9789401458177

Page 1

Grensverleggende beelden Literaire transfer uit de Lage Landen naar Zuid-Europa


Lage Landen Studies Lage Landen Studies is de reeks van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. In deze serie verschijnen monografieën en thematische bundels die het resultaat zijn van zowel individuele studies als van samenwerkingen tussen wetenschappers werkzaam op het gebied van de neerlandistiek. De reeks bevordert internationaal onderzoek naar de taal, literatuur en cultuur van de Lage Landen. Laatst verschenen: LLS 8

Minoes, Minnie, Minu en andere katse streken. De internationale receptie van Annie M.G. Schmidts Minoes Jan Van Coillie & Irena Barbara Kalla (red.) ISBN 978 94 014 4493 4

LLS 9

Denken over poëzie en vertalen. De dichter Cees Nooteboom in vertaling Désirée Schyns & Philippe Noble (red.) ISBN 978 94 014 5245 8

LLS 10

Tussen twee stoelen, tussen twee vuren. Nederlandse literatuur op weg naar de buitenlandse lezer Lut Missinne & Jaap Grave (red.) ISBN 978 94 014 5211 3

LLS 11

Dichters op reis. Moderne Nederlandstalige poëzie over het buitenland Irena Barbara Kalla & Dirk de Geest (red.) ISBN 978 94 014 5292 2

LLS 12

Over taalbewustzijn en taalvariatie. Taalideologie bij docenten Nederlands aan Europese universiteiten Truus De Wilde ISBN 978 94 014 6244 0

Centrale redactie Zuzanna Czerwonka-Wajda, Uniwersytet Wrocławski, Polen Jaap Grave, Westfälische Wilhelms-Universität Münster, Duitsland Annika Johansson, Universiteit Stockholm, Zweden Irena Barbara Kalla (voorzitter), Uniwersytet Wrocławski, Polen Bram Lambrecht, KU Leuven, België Franco Paris, Università degli Studi di Napoli “l’Orientale”, Italië Internationale Vereniging voor Neerlandistiek Universiteit Utrecht Trans 10 / kamer 2.37 3512 JK Utrecht Nederland bureau@ivn.nu


Grensverleggende beelden Literaire transfer uit de Lage Landen naar Zuid-Europa Paola Gentile & Dolores Ross (red.)

Lage Landen Studies 13


Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent België info@academiapress.be www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ISBN 978 94 014 5817 7 D/2020/45/622 NUR 620 Paola Gentile & Dolores Ross (red.) Grensverleggende beelden: literaire transfer uit de Lage Landen naar Zuid-Europa Gent, Academia Press, 2020, ii + 236 p. Vormgeving cover: Kris Demey Vormgeving binnenwerk: Punctilio © De afzonderlijke auteurs & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud Grensverleggende beelden: literaire transfer uit de Lage Landen naar Zuid-Europa . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Inleiding DOLORES ROSS & PAOLA GENTILE

1

GRENZEN, BEELDEN EN IDENTITEIT De complexe transfer van beelden en grenzen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . LUC VAN DOORSLAER

23

De beelden van de Lage Landen in Italiaanse literaire vertalingen . . . Het verband tussen de selectie, receptie en beeldvorming van Nederlandstalige literatuur in Italiaanse vertalingen (2000-2018) PAOLA GENTILE

41

Beeldvorming en culturele identiteit bij Ilja Leonard Pfeijffer en Gerrit Komrij. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Een imagologische studie LUDO BEHEYDT

65

BEELDEN VAN DE LAGE LANDEN IN ITALIAANSE VERTALING ‘De kievieten en Wilhelmina’ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Het Nederland van Giuseppe Ungaretti na Guicciardini en De Amicis FRANCO PARIS

87

Het verdriet als legkaart . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101 Vlaamse stereotypen in de Italiaanse vertaling FRANCESCA TERRENATO

i


I NHOUD

De eerste Italiaanse vertaling van Hendrik Conscience. . . . . . . . . . . . . . 123 Een imagologische verkenning ROBERTO DAGNINO

RECEPTIE, BEELDVORMING EN CULTUREEL KAPITAAL Het culturele netwerk van Cees Nooteboom in Italië. . . . . . . . . . . . . . . . 151 DOLORES ROSS Beeldvorming in vertaling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187 Actoren, teksten en parateksten GOEDELE DE STERCK Nederlandstalige literatuur in Italië. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 223 Inzichten uit het veld STEFANO MUSILLI Over de auteurs. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 234

ii


G RENSVERLEGGENDE LITERAIRE TRANSFER UIT DE NAAR

BEELDEN :

L AGE L ANDEN

Z UID -E UROPA Inleiding

Dolores Ross & Paola Gentile Universiteit van Trieste

Beeldvorming over Nederland en Vlaanderen 1 De beeldvorming over Nederland en Vlaanderen zoals die tot uiting komt in vertalingen van Nederlandstalige literatuur in Zuid-Europese landen is een onderzoeksgebied dat tot op heden weinig verkend is. De artikelen2 die in deze bundel worden gepresenteerd, proberen deze leemte enigszins op te vullen. De centrale vraag is hierbij hoe literaire vertalingen uit het Nederlands in het Spaans, het Portugees en vooral het Italiaans bepaalde beelden van de Lage Landen weergeven en wie aan die beeldvorming meewerkt. Op de website imagologica.eu zijn er veel verwijzingen te vinden naar onderzoek over de Engelse, Franse en Duitse beeldvorming van de Lage Landen. Maar tot op heden zijn er over de Spaanse beeldvorming van de Lage Landen slechts negen studies uitgevoerd (de recentste is Literary Hispanophobia and Hispanophilia in Britain and the Low Countries (1550-1850) door Rodríguez Pérez, 2020), er is geen materiaal over de beeldvorming in Portugal en het onderzoek naar de beelden tussen Italië en Nederland is ook zeer schaars. De enige uitzondering voor het Italiaans lijkt te zijn de bundel L’immagine dell’Olanda e delle Fiandre nella letteratura italiana; l’immagine dell’Italia nelle letterature dell’Olanda e delle Fiandre (Zucchini & van Leeuwen, 1991). In de Italiaanse literatuurgeschiedenis Harba Lori fa gewijd aan de Nederlandse en Vlaamse literatuur en samengesteld door een groep Italiaanse en intramurale neerlandici, wordt dan ook gewezen op de onbekendheid van de Nederlandstalige cultuur in Italië (Koch et al., 2012, p. 11). 1


D OL ORE S R OSS & P AOLA G E NT I LE

Aangezien deze bundel een eerste poging is om, zoals in de titel aangegeven, het parcours van de Nederlandstalige literatuur naar Zuid-Europa te traceren, worden andere Romaanse talen voorlopig buiten beschouwing gelaten. De editors van deze bundel hadden met ‘Zuid-Europa’ vooral een mediterrane cultuur voor ogen, en onder meer daarom zijn andere Romaanse talen zoals het Roemeens en het Frans buiten beschouwing gelaten; op één bijdrage na waar het Frans bij de Romaanstalige vergelijking is betrokken. Het was de bedoeling te focaliseren op landen met een culturele en literaire traditie die tot het Middellandse Zeegebied behoort. Dit verklaart waarom ook bijvoorbeeld Kroatië niet in beschouwing is genomen: geografisch gezien behoort het misschien tot Zuid-Europa maar cultureel en taalkundig gezien staat het veel dichter bij de traditie van Midden-Europa. In de organisatie van de internationale neerlandistiek maakt dit land geen deel uit van MediterraNed, het platform voor de neerlandistiek in het Middellandse Zeegebied, maar van Comenius, waarbij de afdelingen Nederlands van Centraal-Europa zijn aangesloten. Turkije en Griekenland hebben daarentegen wel een mediterrane cultuur, hun nationale talen behoren echter niet tot de Romaanse familie. Om die redenen beperkt deze bundel zich tot de beelden van de Lage Landen in een nauw cultureel cluster: Italië, Spanje en Portugal. Bovendien ligt het zwaartepunt hier op receptie en imagologie in Italië, hetgeen ook ingegeven werd door praktische overwegingen: er zijn namelijk meer extramurale neerlandici die deze thema’s tot hun onderzoeksinteresses rekenen. Wel is er inmiddels een veel grootschaliger project opgezet3 dat diverse afdelingen neerlandistiek in meerdere Europese landen omvat, waarbij ook andere taalfamilies betrokken zijn.

Ontwikkelingen op het snijvlak van imagologie en vertaling De bijdragen bestrijken twee onderzoeksgebieden. Er wordt vooral ingehaakt op de recente wederopleving van de imagologie, maar in diverse analyses is dit imagologische referentiekader verrijkt met een vertaalsociologische dimensie. De belangstelling voor imagologie werd in het eerste decennium van de jaren 2000 opnieuw aangezwengeld met de publicatie van het opus magnum getiteld Imagology. The cultural construction and literary representations of national characters (Beller & Leerssen, 2007). De meest noemenswaardige ontwikkeling op het gebied van imagologie is de exponentiële groei van publicaties (Vanderlinden et al., 2011; Van Doorslaer et al., 2016; Miralles, 2016; Köhler, 2016; Laurušaitė, 2018) en congressen.4 Het valt niet te ontkennen dat de imagologie als tak van wetenschap een wisselend succes heeft gehad. Dit heeft ook te maken met de volkspsychologische 2


G RE NS VER LE GGE ND E

BE EL DE N :

I N LE ID I NG

voorgeschiedenis van de imagologie (Dyserinck, 2002, pp. 57-59), maar vooral werd ze beschouwd als het stiefkindje van de vergelijkende literatuur: er bestond immers geen geloofwaardige methode om een doorbraak als zelfstandige discipline te bewerkstelligen (Leerssen, 2007). Toch staat de relevantie van het studieobject van imagologie – culturele/nationale beelden en het effect daarvan op de samenleving – buiten kijf, niet alleen voor letterkundigen maar ook voor wetenschappers van andere pluimage. Dit blijkt uit het grote aantal studies dat verschijnt over de weergave van culturele beelden in verschillende gebieden. Er is dan ook sprake van een groeiende interdisciplinariteit tussen imagologische studies en de sociale wetenschappen (Terracciano et al., 2005), mediastudies (Van Doorslaer, 2010) en design (Gimeno-Martínez, 2016). De veelzijdigheid van de concepten van beeld, reputatie, brand en identiteit blijkt uit recente studies (Ingenhoff et al., 2019), die hebben nagegaan hoe dit soort begrippen voortdurend wordt gehanteerd in de internationale politiek en de diplomatie (waar vooral wordt ingezet op nation branding) maar ook in andere sectoren, zoals de marketing, en tevens de academie, met name de psychologie: ‘Such practices are becoming more and more popular as political leaders as well as business managers are increasingly concerned about how their country is perceived by foreign publics and how it is portrayed in foreign mass media’ (ibid., p. 3). Men hoeft niet te ver in de tijd terug te gaan om de effecten van nationale stereotypen op de politieke en economische betrekkingen tussen landen op te merken. Nooit als tijdens de huidige Covid-19-pandemie hebben oude stereotypen weer de kop opgestoken. De reacties van Europese lidstaten eerst op de Italiaanse, vervolgens op de Spaanse lockdown in maart 2020 zijn daar een treffend voorbeeld van. Italiaanse en Spaanse politici werden als ‘overdreven’ (Odell, 2020) en ‘hypochondrisch’ (Globalist, 2020) bestempeld en de sluiting van bedrijven, scholen, universiteiten, restaurants en winkels werd door een Britse arts gezien als ‘een excuus om een lange siësta te houden’ (Harrison, 2020). Dit is het diep verankerde stereotype van de arbeidsschuwe zuiderlingen lijdend aan aanstelleritis, wat ook in de politieke discussie over een Europese aanpak van de eonomische crisis ter sprake kwam. In dit geval heeft onder meer Nederland zich verzet tegen de creatie van Europese obligaties door te benadrukken dat de Italianen onbetrouwbaar zijn en dat ze niet goed met geld kunnen omgaan, waarop de Nederlanders werden uitgemaakt voor ‘medogenloze, benepen en egoïstische geldwoekeraars’ (Leijendekker, 2020). Deze tweespalt is in de daaropvolgende besprekingen van de Europese regeringsleiders en staatshoofden over het coronaherstelfonds alleen nog maar verder op de spits gedreven. Nooit is Nederland zo in de belangstelling van de Italiaanse pers geweest als tijdens de slepende onderhandelingen in de zomer van 2020. Deze hele discussie toont dat Noord-Zuidstereotypen, die op de een of andere manier 3


D OL ORE S R OSS & P AOLA G E NT I LE

diep geworteld zijn in het collectieve geheugen van ieder van ons, opdoemen in geval van politieke of economische spanningen. Derhalve, in een tijd waarin we steeds vaker worden geconfronteerd met de gevaarlijke gevolgen van stereotypen in de politiek, heeft de analyse van de manier waarop deze worden aangemaakt en verspreid een dringende en actuele relevantie. Zoals Chew stelt: ‘If ever a scholarly field had direct relevance to contemporary social issues, it must certainly be imagology’ (2006, p. 180). Hoewel de verhouding tussen nationale beelden en politiek zeer boeiend is en een mogelijke nieuwe onderzoekslijn kan vormen, is het doel van deze bundel het potentieel van de combinatie van imagologie en de circulatie van symbolische goederen verder te onderzoeken. Naast het vermogen van de massamedia (Van Doorslaer, 2012), films en televisie om nationale beelden te verspreiden – denk bijvoorbeeld aan de manier waarop het aanbod van Netflix verandert afhankelijk van het land waar de producten worden geleverd – mogen de imagologische kracht van literaire vertalingen en de ontvangst ervan in de doelcultuur niet over het hoofd worden gezien. De relevantie van de kruisbestuiving tussen imagologie en vertaling werd nog niet zo lang geleden verwoord door Flynn et al.: ‘Though it is the stated purpose of Imagology to trace ethnotypes and tropes across time and space as they become manifest in literary representation, how such manifestations are mediated by translation and its agents […] has as yet remained largely unexplored’ (2016, p. 8). Deze stelling illustreert twee essentiële elementen die leiden tot de publicatie (of niet-publicatie) van een boek: de eerste verwijst naar de selectiecriteria van een te publiceren boek en de tweede naar de rol van de vertaler en alle andere actoren die betrokken zijn bij de totstandkoming en publicatie van de vertaling. Wat het eerste element betreft, wijst Soenen (1992) erop dat er diverse niveaus zijn in het vertaalproces die beïnvloed kunnen worden door nationale beeldvorming, waaronder de keuze van het te vertalen werk en de vertaling zelf. Beide worden veelal afgestemd op het verwachte beeld dat het doelpubliek heeft. Zo laat Soenen zien dat het wijdverspreide beeld van Vlaanderen in Duitsland dat van een sensuele, mystieke gemeenschap was. Daarom was het geen verrassing dat Felix Timmermans uitgebreid werd vertaald en gepubliceerd als de Vlaming ‘bij uitstek’ en werd voorzien van stereotiepe kenmerken, zoals ‘a sensual joy of living and a naïve form of religion’ (ibid.). Op dit nationale beeld dat deze en andere auteurs naar het buitenlands publiek projecteerden werd zo sterk gehamerd dat de publicatie van het boek Schemeringen van den Dood (1910) in Duitsland verboden werd, om toch vooral geen afbreuk te doen aan het positieve en optimistische beeld dat de Vlamingen in Timmermans’ werken hadden. Er zijn in de literatuur legio voorbeelden aan te halen waarin de beeldvorming 4


G RE NS VER LE GGE ND E

BE EL DE N :

I N LE ID I NG

een substantiële rol speelt. Zo toonde Martina Seifert aan dat de vertaling van Canadese kinderliteratuur in Duitsland tot de jaren tachtig in overeenstemming was met het reeds bestaande beeld in de broncultuur van een ‘uitgestrekte noordelijke wildernis, bewoond door natives en enkele blanke adolescenten’ [mijn vertaling uit het Duits] (Seifert, 2011, p. 233). Een ander voorbeeld wordt verstrekt door een analyse van Emer O’Sullivan (2016) over twee Duitse vertalingen van Alice in Wonderland (van 1922 en 1949). In het origineel werd via de parateksten het typisch Engelse karakter van het boek gemarkeerd, maar in de twee vertalingen werd dat volledig geneutraliseerd, om zodoende een beeld van Alice te scheppen als een typisch Duitse meisje. Nog een saillant voorbeeld is te vinden in het onderzoek van Jansen inzake de selectie en receptie van Italiaanse romans in Denemarken. Zij heeft uitgewezen dat Italiaanse romans vertaald in het Deens werden gekozen op basis van vooraf bepaalde en vaak stereotiepe verbeeldingen van Italië: ‘These features aimed at meeting the “common” Danish readers’ preconceived notions about Italian culture, lifestyle and society. And presumably these are also the traits that have led the publishers to select the texts for translation’ (Jansen, 2016, p. 174). Hier wordt dus wederom gewezen op de alomtegenwoordigheid van culturele beelden in het vertaalproces. Overigens, op een veel vroeger tijdstip hadden Bassnett en Lefevere in diverse bijdagen van hun Translation, History and Culture (1990) al op doeltreffende wijze geïllustreerd hoe vertalers hun tekst manipuleren om een eigen ideologie naar voren te schuiven (Marinetti, 2011, p. 26). Om nog één laatste voorbeeld aan te halen, Demirkol-Ertürk heeft Pamuk’s İstanbul (2003) en de ‘metonymie’ van het vertalen van steden geanalyseerd, hetgeen haar voerde tot de slotsom dat ‘translations can challenge and change the stereotyped images of cities as perceived by receiving audiences’ (2013, p. 199). De Sloveense vertaling van Istanbul heeft kennelijk de perceptie van de stad behoorlijk veranderd: van de typische zuidelijke, zonnige en gekleurde stad tot de grijze, melancholische en nostalgische toegangspoort tot het oosten, zoals beschreven in Pamuks roman. Er zijn echter nog vele andere aspecten van de koppeling tussen imagologie en vertaling die nader dienen te worden bestudeerd. In de eerste plaats moet men met beschouwingen over de imagologie nationale categorieën aan de kant zetten, en eveneens dient er rekening te worden gehouden met de subjectiviteit van begrippen inzake Noord-Zuid en centrum-periferie die tot voor kort het imagologische discours hebben gedomineerd (Leerssen, 2000). Verder is er behoefte aan een duidelijke methode voor de classificering van beelden op zowel (para)tekstueel als transnationaal niveau. Met name moet onderzocht worden hoe deze terug te vinden zijn in de beslissingen van de verschillende actoren betrokken bij de selectie van de te vertalen boeken. Eén van de aspecten die dienen te worden ontrafeld en 5


D OL ORE S R OSS & P AOLA G E NT I LE

die in deze bundel op de voorgrond treden, is de manier waarop culturele heterobeelden van de Lage Landen zijn ontwikkeld door de eeuwen heen (zie in deze bundel Paris) en waarop ze in de negentiende eeuw (Dagnino), in de twintigste eeuw (Terrenato) en vandaag de dag (Gentile, Musilli) tot stand zijn gekomen in vertalingen. Een interessante aanvulling op die heterobeelden zijn de zelfbeelden ontwikkeld door Nederlandse schrijvers die zich in het zuiden hebben gevestigd (Beheydt). Tot slot is het verband tussen receptie en beeldvorming in de vertaling (Ross en De Sterck) fundamenteel om te begrijpen hoe de beelden die tijdens de selectie- en productiefase zijn ‘gefilterd’ worden geïnterpreteerd in de doelcultuur.

Terminologische beschouwing Alvorens verder in te gaan op de in deze bundel gepresenteerde studies, die zich hoofdzakelijk op het snijvlak van imagologie en vertaalkunde bewegen, is het van belang om enige terminologische orde op zaken te stellen met betrekking tot een paar imagologische hoofdbegrippen, met name ‘beeld’, ‘imago’, ‘stereotype’ en ‘cliché’, die veelal in onderlinge wisselwerking worden gebruikt. Een beeld (of imago) kan worden gedefinieerd als ‘een uiting, al dan niet literair, van een relevante scheiding tussen twee culturele werkelijkheden’ (Martínez Luna, 2018, p. 20). Zoals Martínez Luna stelt, impliceert het bestaan van een beeld dat er een dichotomie is tussen een ‘ik’ en een ‘ander’ en dat de nationale identiteit alleen kan worden versterkt door zich tot iemand anders te relateren. Voor het gebruik van de term beeld in deze bundel sluiten we aan bij het begrip zoals dat wordt gehanteerd in de door Beller en Leerssen geredigeerde bundel Imagology. Zij gebruiken de term image (beeld of imago in het Nederlands) als ‘the mental silhouette of the other, who appears to be determined by the characteristics of family, group, tribe, people or race. Such an image rules our opinion of others and controls our behaviour towards them’ (Beller, 2007, p. 4). Volgens het Algemeen Letterkundig Lexicon (DBNL, z.d.) is het beeld dat men van een bepaalde literatuur heeft vaak een stereotype, en het ‘bepaalt mee of en hoe een bepaald werk uit die literatuur in de andere literatuur ontvangen zal worden’. Dit wijst overigens op de onlosmakelijke band tussen imagologie en vertaling, omdat de receptie in de doelcultuur alleen betrekking kan hebben op de vertaling. In de imagologische terminologie zijn er drie soorten beelden: het zelfbeeld, duidend op het beeld dat een gemeenschap of volk van zichzelf heeft; het heterobeeld, wijzend op het beeld dat een gemeenschap heeft van een andere gemeenschap; het meta-beeld, dat verwijst naar het beeld waarvan een gemeenschap denkt dat dit haar door anderen wordt toegeschreven. 6


G RE NS VER LE GGE ND E

BE EL DE N :

I N LE ID I NG

De begrippen ‘stereotype’ en ‘cliché’ worden daarentegen altijd bedoeld als een weergave van een etnotype (‘the stereotypical representation of a character according to ethnic features’, García-González, 2017). Hoewel de twee termen vaak als synoniemen worden gebruikt, zijn ze niet synoniem. Beide komen uit de boekdrukkerij ‘en duiden een beeldvorming aan waarbij datgene wat verbeeld of beschreven wordt, voor de hand ligt, logisch is of juist verteken(en)d’ (Knoops, 2016). Volgens het Algemeen Letterkudig Lexicon (DBNL, z.d.) is cliché een ‘term uit het grensgebied van stijlleer en literaire kritiek ter aanduiding van een vorm van beeldspraak die zo vaak gebruikt is dat men deze ervaart als een afgesleten metafoor of metoniem’. Het stereotype lijkt daar veel op: het is een generalisatie, ‘een overdreven beeld van iets, iemand of een groep, dat niet of slechts ten dele met de werkelijkheid overeenkomt’ (Knoops, 2016). In tegenstelling tot clichés worden stereotypen vaker gebruikt om negatieve connotaties aan te duiden, juist omdat deze slechts een gedeeltelijke weergave zijn van de werkelijkheid (ibid.). Volgens Leerssen worden etnotypen gemaakt door imagemes, ‘stereotypical schemata characterized by their inherent temperamental ambivalence and capable of being triggered into different actual manifestations’ (Leerssen, 2000, p. 267). Imagemes zijn gebaseerd op het bipolarisme van nationale stereotypen (de Italianen als creatief en crimineel, de Britten als gentlemen en hooligans, enzovoort). Ze bevatten een positief en een negatief beeld: zo heeft de botheid als kenmerk van de Nederlandse identiteit ook een positieve waarde gekregen van zakelijkheid, een vorm van betrouwbaarheid en directheid (Frijhoff, 2019, p. 11). Tegen deze achtergrond zal in de onderhavige bundel de term beeld vooral geassocieerd worden met de manier waarop de Lage Landen en hun literatuur voorgesteld worden, terwijl stereotype een beeld met soms negatieve connotaties aanduidt. Toekenning van beelden en stereotypen aan de Lage Landen wordt overigens nog extra moeilijk gemaakt doordat het Nederlands een pluricentrische taal is en de Lage Landen gevormd worden door een land (Nederland) en een staatloze staat (Vlaanderen) (zie ook Van Doorslaer in deze bundel). Daar waar dit verschil relevant is, zal in deze bundel niet verwezen worden naar ‘nationale’ beelden en stereotypen maar naar ‘culturele’ beelden en stereotypen, tenzij het alleen over een specifiek Nederlands werk of auteur gaat.

Receptie, beeldvorming en cultureel kapitaal Het beeld van de Lage Landen zoals dat tot uiting komt in Nederlandstalige literatuur vertaald voor de Zuid-Europese markt is tot op heden nogal vaag, vooral ook 7


D OL ORE S R OSS & P AOLA G E NT I LE

omdat er tot het begin van de jaren negentig relatief weinig romans zijn vertaald. Afgezien van wat passanten in het verleden over de Lage Landen hebben gezegd en geschreven (zie Kooiker & Feijten, 2019 voor een overzicht), kan gesteld worden dat de beeldvorming van de Lage Landen in Zuid-Europa vooral in recente tijden meer ondergrond heeft gekregen, dankzij de belangrijke bijdrage van literaire vertalingen. Zoals bekend, wordt de verspreiding van Nederlandstalige literatuur in het buitenland bevorderd door twee publieke cultuurfondsen in Nederland en Vlaanderen – het Nederlands Letterenfonds en Literatuur Vlaanderen.5 Dit zijn echter slechts twee van de verschillende belanghebbenden die bij het vertaal- en uitgaveproces betrokken zijn. Zoals in deze bundel wordt benadukt, is het proces van totstandkoming van vertaalde literatuur geen eenrichtingsverkeer maar de uitkomst van een complex netwerk van actoren met diverse politieke, sociale en vooral economische belangen. Gezien de vooraanstaande rol die beeldvorming over de Lage Landen in Zuid-Europa in deze bundel speelt, hebben we ervoor gezorgd dat tevens nagevorst werd wie buiten de Lage Landen deze beelden mee helpt bepalen en creëren. Vandaar de tweede onderzoeksfocus van deze bundel: de aandacht voor agency zoals die tot uiting komt in vertaalwetenschappelijke studies die met name opereren in een vertaalsociologische optiek. Het begrip agency begon zich halverwege de jaren negentig te verspreiden in de vertaalwetenschap, toen de onderzoeksinteresse opschoof van het tekstuele naar het culturele niveau (Khalifa, 2014, p. 9), en binnen pakweg één decennium is dit begrip een hype geworden. Er zijn diverse definities van agency in omloop. Volgens één daarvan duidt de term op ‘het vermogen om macht uit te oefenen op een intentionele wijze’ (Buzelin, 2011, p. 6). Een translating agent is elke entiteit (persoon, instelling, zelfs een tijdschrift) die verwikkeld is in een proces van culturele innovatie en uitwisseling (Buzelin, 2011, p. 6, die Milton & Bandia (2009) aanhaalt). Nog meer in detail kan agency gerepresenteerd worden als een ‘perception-decisionaction loop’ (Khalifa, 2014, p. 14): perception duidt op een bereidheid om op te treden, hetgeen verwijst naar ‘a particular internal state and disposition’, decision is het vermogen om op te treden, waarbij het begrip agency gerelateerd wordt aan ‘constraints and issues of power(lessness), highlighting the intrinsic relation between agency and power’, en action komt neer op ‘exerting an influence in the lifeworld’ (Kinnunen & Koskinen, 2010, pp. 6-7). Khalifa trekt daaruit de krachtige conclusie: To address the idea of agency in translation is thus to highlight the interplay of power and ideology: what gets translated or not and why is always (at least partly) a matter of exercising power or reflecting authority. (2014, p. 14) 8


G RE NS VER LE GGE ND E

BE EL DE N :

I N LE ID I NG

Het grote aantal agency-studies is één van de bewijzen dat er opmerkelijke verschuivingen plaatsvonden en nog steeds vinden in de vertaalwetenschap, verschuivingen die systematisch vragen om herbezinning op conventionele opvattingen over wat vertaling inhoudt en wat de positie van de vertaler is (Brems et al., 2012, p. 2). In dit opzicht zijn met name de ontwikkelingen op het vlak van de literaire vertaling veelbelovend, voor alle betrokkenen. In de eerste plaats is er sprake van een recente, opmerkelijke waardevermeerdering van literaire vertaling, zoals Helgesson en Vermeulen noteren: Standard accounts of translation used to devalorize translated texts as diminished products, and early versions of world literature at times considered the reliance on translation as regrettable inevitabilities […]. Current world literature perspectives, in contrast, emphasize that the global circulation of texts crucially depends on translation, and they underline that this necessitates a more fine-grained calculus of loss and gain. (2016, p. 9)

Vertaling wordt, met andere woorden, minder negatief benaderd dan in vroegere stadia van de Translation Studies gebeurde. In de vertaalkunde is er immers hard aan de weg getimmerd om een betere en meer volledige kijk te krijgen op vertaling in het algemeen en literaire vertaling in het bijzonder. We zijn onderhand ver verwijderd van de tijd dat de storytelling rondom vertaling beladen was met negatieve beelden, waarbij vertalingen en vertalers te pas en te onpas werden beticht van ontrouw en verraad (belles infidèles, traduttore-traditore, en meer van dat soort). Er waren gezaghebbende vertaalkundigen als Holmes, Lefevere, Toury, Venuti, Bassnett en vele andere, ook minder prominente wetenschappers voor nodig om ons ervan te doordringen dat vertaling neerkomt op creatief handelen (Bassnett, 2017, pp. 119-120). Deze creativiteit wordt fors in de hand gewerkt door de moderne mogelijkheden. In het digitale tijdperk maakt de traditionele onzichtbaarheid van literaire vertalers geleidelijk plaats voor een bewuste positie als interculturele bemiddelaar. De huidige generaties literaire vertalers bestaan uit erkende professionals die steeds meer functies op zich weten te nemen: posteditors, interviewers, recensenten, poortwachters van de buitenlandse letteren. Dankzij dit bemiddelend optreden wordt het vertaalproduct een belangrijke vorm van transfer van literair kapitaal. Vertaalsociologisch onderzoek heeft voorts uitgewezen dat naast de vertaler andere figuren de aandacht verdienen. Er zijn diverse actoren die sleutelrollen vervullen in de voorbereiding, vormgeving en verspreiding van literaire vertalingen: ‘These include commissioners, mediators, literary agents, text producers, transla9


D OL ORE S R OSS & P AOLA G E NT I LE

tors, revisers and editors’ (Munday, 2016, p. 240). Maar van alle actoren is de vertaler degene die het meest op het interculturele vlak opereert en de enige die teksten over taalgrenzen heen helpt (Bassnett 2019, p. 2). Daardoor is vertaling het voornaamste wapen in de strijd voor literaire legitimatie. Het onderzoek naar de agency en de (on)zichtbaarheid van de vertaler dateert niet van gisteren, maar het blijft een onverminderd essentieel discussiepunt, vooral in de literaire vertaling. Aan de ene kant is ‘onzichtbaarheid’ het door Venuti gekozen etiket om ‘the translator’s situation and activity in contemporary Anglo-American culture’ te rubriceren (1995, p. 1). Aan de andere kant is de vertaler door Maier (2007, p. 2) gedefinieerd als an intervenient being, wat betekent dat ‘(s)he intervenes, participates, affects and is affected physically and mentally by what he or she is doing’. Zonder in te gaan op de details van deze vexata quaestio, is één vraag cruciaal voor een imagologische benadering in de vertaalwetenschap: hoe plaatst de vertaler zich in het samenspel van keuzes gemaakt door uitgeverijen, literaire agenten en andere belanghebbenden? In de neerlandistiek is de agency van de vertalers en van de verschillende actoren die betrokken zijn bij de selectie van vertalingen bestudeerd vanuit diverse invalshoeken: van het co-auteurschap van de vertaler in Benali’s De langverwachte (Gentile, 2019) via de ideologie weerspiegeld in de vertalingen van Anne Frank in de DDR en in het communistisch Rusland (Missinne & Michajlova, 2019) tot de transnationale productie en receptie van Nederlandstalige literatuur in vertaling (Broomans et al., 2006; Brems et al., 2017; McMartin, 2019; McMartin & Gentile, 2020). Naast de imagologische bevindingen die in de onderhavige bundel worden gepresenteerd, wordt de lezer dus ook een kijkje gegund achter de schermen van de ‘complexe machinerie’ die ingezet wordt bij de productie van een literaire vertaling, nu de mythe van de vertaler als eenzame tekstproducent voorgoed tot het verleden behoort (Alvstad et al., 2017, pp. 3-4). Daarbij wordt ook wel verwezen naar het begrip ‘meervoudig auteurschap’, bedoeld als: The multiplicity of agents that influence the production of translations, from the selection of texts to be translated to the appointment of the translator, the drafting of the translation itself, its revision by various other agents, its ‘wrapping’ (layout as well as cover, illustrations, and so on), and its final marketing in the target context. (ibid., p. 9)

Erkenning van dit meervoudig auteurschap houdt in dat vertaling wordt gezien als sociale activiteit die een hoge graad van interactie en samenwerking tussen de actoren impliceert (Alvstad et al., 2017, p. 8). Het belang van de vertaler komt in deze 10


G RE NS VER LE GGE ND E

BE EL DE N :

I N LE ID I NG

bundel vooral tot uiting in de bijdragen van Dagnino, Musilli, Terrenato en Ross: de doorslaggevende rol van de vertaler maakt het verschil, niet alleen in de vertaling zelf, maar ook in de receptie van het betreffende werk.

Presentatie van de bijdragen Grenzen, beelden en identiteit De eerste reeks van bijdragen van de hier voorliggende bundel, getiteld ‘Grenzen, beelden en identiteit’, biedt een theoretisch kader voor de analyse van de belangrijkste beelden van de Lage Landen in vertaling. Luc van Doorslaer opent de reeks met een artikel waarin hij zich richt op de manier waarop grenzen en beelden verbonden zijn. De vestiging van geografische, politieke en mentale grenzen heeft bijgedragen tot de creatie van culturele beelden, niet alleen in de Lage Landen, maar ook elders in Europa. De aanwezigheid van verschillende contrasten, zoals NoordZuid, centrum-periferie, katholiek-protestant, alsook de culturele grenzen die deze discursieve tropen afbakenen, maken de constructie van culturele beelden complexer; vooral in het geval van de Lage Landen, waar zelfs iets eenvoudigs als de benaming van de taal – Nederlands, Hollands, Vlaams – talloze mogelijkheden biedt voor het creëren (en vertalen) van culturele beelden. De Lage Landen zijn het perfecte gebied om geografische, politieke, linguïstische en imagologische grenzen te bestuderen. Ze vormen een land en een staatloze staat die verbonden zijn door dezelfde taal en die toch opmerkelijke culturele verschillen vertonen: een calvinistische en een katholieke cultuur, een ander taalgebruik en een andere culinaire traditie. Hoewel de imagologische studies zich hebben geconcentreerd op de evolutie van culturele afbeeldingen en etnotypen door de eeuwen heen en de frequentie van verschijning daarvan in literaire werken, is er weinig gezegd over hoe beelden in literaire teksten kunnen worden opgespoord. In dit opzicht stelt de bijdrage van Paola Gentile een methode voor – ontwikkeld samen met Joep Leerssen – om de beelden van de Lage Landen in vertaalde teksten te identificeren. Gentile volgt een drieledige aanpak, door middel waarvan ze de selectie, receptie en beeldvorming van Nederlandstalige fictie in Italië bestudeert. Zij laat zien dat de selectie- en receptieprocessen van Nederlandstalige fictie vertaald in het Italiaans wel degelijk van invloed zijn op de creatie van culturele beelden van de Lage Landen in Italië. De bijdrage van Gentile vormt ook de eerste poging om de beelden van de Lage Landen te identificeren en te classificeren op grond van een corpus van 47 romans vertaald tussen 2000 en 2018. De eerste resultaten tonen aan dat enkele terugke11


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401458177 by Uitgeverij Lannoo - Issuu