EN DE AARDMANNETJES Andy Stanton Met illustraties van
Mattias De Leeuw Vertaald door
Edward van de Vendel
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/ of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 ISBN 978 94 014 5802 3 D/2019/45/274 NUR 282 / 283 Oorspronkelijke titel Mr Gum and the Goblins © Oorspronkelijke uitgever Egmont, 2007 © Tekst copyright Andy Stanton 2007 © Nederlandse editie Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 Illustraties Mattias De Leeuw Vertaling Edward van de Vendel
INHOUD 1
HARTJE WINTER
11
2
ALS JE HET OVER DE DUIVEL HEBT
22
3
AAN HET HOF VAN DE AARDMANKONING
38
4 JE BENT EEN SLECHT MENS, MENEER WASSERETTE!
54
5
59
DE BIJEENKOMST BIJ DE STENEN TAFEL
6 GROOTSE GESCHENKEN
71
7 DE DRIE ONMOGELIJKE UITDAGINGEN
83
8 NACHT OP DE AARDMANBERG
99
9 POLLY EN VRIJDAG IN DE GROT
114
10 HET TUNNELLIED
133
11 HELDEN IN DE SNEEUW
138
12 HET FRUITKAUWGOMPJE VAN BABYLON
157
13 DE WAARHEID VAN HET GEHEEL
176
Hoofdstuk 1
HARTJE WINTER
H
et was HARTJE WINTER en het stadje LAMME GRIEMEL lag onder een deken van sneeuw en ijs. Waar je ook keek, zag je sneeuw en ijs. Op de bomen – sneeuw en ijs. Op de grond – sneeuw en ijs. Binnen in het Museum van Sneeuw en IJs – sneeuw en ijs. Het was de koudste winter die ze zich konden heugen. In de herbergen en de kroegen zaten de mannen bij de vlammende haardvuren, ze dronken bier en vertelden elkaar verhalen over die-vergetenwe-nooit-meer-helden als Hoeheettie en Die Ene
Lange Met Zijn Overhemd Die Al Die Draken Versloeg.
In de huizen brachten de moeders hun kinderen naar bed, ze zongen zoete slaapliedjes over wilde leeuwen en krokodillen.
11
In een klein hutje bij de weide zat een hobbit In de ban van de ring te lezen, met zijn voeten in de oven om warm te blijven. Ja, hoor, ’t was HARTJE WINTER. Op dit late uur was het stil in de straten van Lamme Griemel, maar opeens klonk er het geluid van voetstappen, toen drie schaduwrijke figuren de hoofdweg in liepen. En nu ga ik vertellen wie ze waren, want ik heb ze al eens eerder gezien – misschien kennen jullie ze ook wel.
12
De leider was VRIJDAG O’MIJDAG, een wijze, oude man die de geheimen kende van Ruimte en Tijd. Hij had een lantaarn in zijn hand, die een spookachtig geel licht wierp over de beijsde klinkerstenen. Naast hem liep een negenjarig meisje dat POLLY heette. Ook zij droeg een lantaarn, en die straalde dapper en oprecht, net als haar pure, sterke hart. En ten slotte was daar ALEX TOLMAN, de schooldirecteur van het Sint-Pterodactylus College voor de Armen. Hij was een mannetje van peperkoek, met elektrische spieren, en hij was maar 15,24 centimeter lang. Alex Tolman was veel te klein om een lantaarn te kunnen dragen, maar hij had een eikeltje in glow-in-the-dark-verf gedoopt en dat was bijna net zo goed.
13
14
‘Vrienden, ’t is laat’, fluisterde Vrijdag O’Mijdag toen de kerkklokken tien keer sloegen, wat in de winternacht klonk als het geloei van een stelletje enorme marshmallows. ‘We moeten thuis zien te geraken, want wie weet welke vreemde geesten rondwaren in HARTJE WINTER.’ ‘Vreemde geesten bestaan niet, beste Vrijdag’, giechelde Alex Tolman. ‘Naar mijn idee heb je iets te lang in de herberg zitten luisteren naar het holle geklets van al die dolle dronkaards!’ ‘Hé’, zei Polly. ‘Werom prate jullie opeens zoas ze in ouwe boeken doen? We ginge gewoon maar naar buiten voor afhaalkebab.’
15
Maar precies op dat moment voerde de wind een afschrikwekkend jammergeluid aan, dat klonk als een vals zingende operazanger die langs een ouderwets schoolbord getrokken werd. Polly en Alex Tolman sprongen op van schrik en Vrijdag begon uit doodsangst een stuk of wat push-ups te doen. ‘WIEW!’ bibberde hij. ‘Wat was dat?’
‘’k Hep geen idee’, slikte Polly. ‘Maar dat geluid bevalt me heulemaal niet één klein pietsie beetje.’
‘Wat doen we als…’ piepte Alex Tolman, en van angst plaste hij dapper in zijn broek, ‘als het MENEER GOM is?’ Toen hij die naam noemde, werden ze alle drie heel stil, want alles is beter dan meneer Gom, zelfs per ongeluk in een vulkaan vallen die gevuld is met geschiedenisleraren. Want meneer Gom en zijn waardeloze vriend WILLEM WILHELMUS DE DERDE waren de ergste misdadigers die Lamme Griemel ooit had gekend. En ze hadden een paar eeuwig schokkende dingen gedaan, zoals:
17
1. een kolossale kolos van een hond die John heette proberen te vergiftigen, met dood en verderf tot gevolg;
2. een miljard euro proberen te stelen van die arme kleine Alex Tolman;
3. nog heel veel meer, ik kom er nu even niet op.
18
‘Maar Alex Tolman, niemand hep meneer Gom al tijden niet meer gezien’, zei Polly. ‘Desalniettemin kan hij teruggekeerd zijn’, sprak Vrijdag plechtig. ‘Denk maar aan dat bekende spreekwoord – “Hij kan teruggekeerd zijn.” Kom, dit gaan we onderzoeken!’ En de drie vrienden gingen op weg om te zien wat er aan de hand was. Hun lantaarns slingerden hoopvol in de duisternis. Met elke stap werd het gejammer luider, totdat –
19
‘Het komt uit het steegje achter de snoepwinkel van mevrouw Schattig’, zei Vrijdag. Hij had het nog niet gezegd of een verschrompeld figuurtje doemde op in het nauwe straatje, en het wankelde met uitgestrekte armen op hen af, als een mummie. Maar duidelijk niet als een leuk soort mummie. Je weet wel, zo’n type met stoffige verbandjes dat ’s nachts achter je aan rent in een museum omdat je hem opgegraven hebt uit een piramide, want je bent een onderzoeker en dat doen onderzoekers nu eenmaal.
20
‘Maar, wacht eens’, fronste Polly. ‘We hebbe de laatste tijd heulemaal niet in piramides rondgerommeld. Dit ken dus geen mummie weze! Kijk dan!’ riep ze uit. ‘Het is MEVROUW SCHATTIG! En ze is heulemaal opgefrommeld en door elkaar gedraaid!’ ‘NEE!’ riep Vrijdag bezorgd, want mevrouw Schattig was zijn vrouw en hij hield van haar als van een barbecue. ‘NEE!’ schreeuwde hij in de koude, koude avond. ‘NEEEE!’
21
HOOFDSTUK 2
ALS JE HET OVER DE DUIVEL HEBT
M
aar helaas, het was inderdaad mevrouw Schattig, eigenaar van de snoepwinkel en een honderd procent lieve schat. Ze kwam op hen af, ze struikelde halfblind over een paar pizzadozen, de hele tijd akelig doorjammerend. Vrijdag schoot haar ogenblikkelijk te hulp met troost en hazelnootjes – en ze viel bewusteloos in zijn armen. 22
Het was heel dramatisch en zo. ‘Wat is er met u voorgevallen?’ snikte Vrijdag. Hij snikte en trok haar tot dicht bij zijn oor. ‘Welke slechtigheden zijn er aan u gebeurd,
o vrouwliefdeslief?’
‘Laat die vragen maar, Vrijdag’, adviseerde Alex Tolman. ‘Mevrouw Schattig heeft een shock en om haar verschrikkelijke verhaal te kunnen vertellen heeft ze wel wat meer dan wat hazelnootjes nodig. Kom, we brengen haar eerst naar binnen, zodat ze bij kan komen.’ 23