Skip to main content

9789401457699

Page 1

Watskeburt, Lage Landen?


VAN DY R E CK T E P

WATSKEBURT, LAGE LANDEN? Een eigenzinnige canon van het Nederlandstalige lied


Opgedragen aan Jos Van Dyck (1925–1988) en Lieve Stesses (1930–2013) Mijn ouders, die de liefde voor muziek en taal aan me doorgaven


Inhoud 5

De wil om liedjes te maken – Spinvis

1

2

VOLKSZANGERS

CHANSONNIERS & CABARETIERS

10

98

De schaduw van de oorlog over

Jacques Brel, Ramses Shaffy, Liesbeth

The Ramblers, Eddy Christiani,

List, Wim De Craene, Della Bosiers,

Bobbejaan Schoepen, Jean Walter,

Jaap Fischer, Robert Long

Bob Benny, Teddy Scholten, Sylvain Poons & Oetze Verschoor 17

Levenslied trekt een popjasje aan over Rika Jansen, Johnny Jordaan, Willy

Wim Kan, Wim Sonneveld, Toon Hermans,

Deugddoende ellende over Johnny Hoes,

schoonheid’ – Herman van Veen spreekt 137 De leerlingen van Willem over Willem

Wilmink, Don Quishocking, Joost Prinsen,

Cramer, Erik Van Neygen, Sanne

Ivo de Wijs, Hans Dorrestijn, Neerlands

‘Humor is mijn afweermechanisme’

Hoop, Freek de Jonge, Bram Vermeulen 147 Bekend van tv over Annie M.G. Schmidt,

Ongekuiste volksliedjes over Wannes

Conny Stuart, Harry Bannink, André van

Van de Velde, RUM, Madou, Fungus,

den Heuvel, Leen Jongewaard, Hetty Blok,

Wolverlei, Overstekend Wild, Kapitein

Frans Halsema, Jenny Arean, Willem

Winokio, Kadril, Laïs, Ambrozijn

Nijholt, Adèle Bloemendaal, Jasperina de

Willem Vermandere, Gerard van Maasakkers, Gé Reinders, Arno Adams,

Jong, Gerard Cox, Wim T. Schippers, Koot & Bie, André van Duin 160 Zonder gêne over Brigitte Kaandorp,

Axl Peleman, Berlaen

Yentl en de Boer, Katinka Polderman,

‘De liedjestekst is als een scenario’

Urbanus, Kamagurka, Theo Maassen,

– Boudewijn de Groot spreekt 82

128 ‘Ik dien geen enkel ander belang dan de

Corry Konings, Jacques Herb, Ben

61 Streekproducten over Ivan Heylen,

72

Vanuytsel, Johan Verminnen 122 De oude conferenceschool over

Paul van Vliet

– Guido Belcanto spreekt 47

Ann Christy, Conny Vandenbos, Zjef

Johnny White, Paul Severs, Joe Harris,

Zangeres Zonder Naam, Pierre Kartner,

38

113 Catchy met inhoud over Louis Neefs,

Alberti, Willeke Alberti, André Hazes, The Strangers, Will Tura, Jimmy Frey 31

De Franse slag over Jules de Corte,

Duveltjeskermis, Jo Leemans,

Dylan (en de vrouwen) achterna over Armand, Kris De Bruyne, Wigbert, Jan De Wilde, Lieven Tavernier, Lieven, Alex Roeka, Ernst Jansz, Lucky Fonz III

André Manuel, Maarten van Roozendaal 172 ‘Liefde is politiek op de vierkante meter’

– Kommil Foo spreekt 181 Absurdisme op doktersvoorschrift

over Drs. P, Jean Blaute, De Nieuwe Snaar, De Zwarte Komedie, Hans de Booij, Hauser Orkater


3

4

POLDERROCKERS

POPMELOMANEN

190 Vernuftige onzin over Bob Rocky,

276 Biet uit de kleigrond over Karin Kent,

The Seabirds, The Jokers, Peter

Patricia Paay, Mariska Veres, Liliane

Koelewijn, Normaal

Saint-Pierre, Anneke Soetaert, Ria Valk,

196 ‘Soms ben ik een sater’

– Raymond van het Groenewoud spreekt 209 De Aertsvader over Johan Verminnen

(bis), Kris de Bruyne (bis), Luk Vankessel, Bert De Coninck, Big Bill 217 De kunst van het weggooien over

Bob Bouber, ZZ en de Maskers, Het, Rob de Nijs, The Kik 285 ‘Het liedje is de baas. Altijd’

– Henny Vrienten spreekt 296 Nederpop onder atoomdreiging over

Harrie Jekkers/Klein Orkest, Frank

De Kreuners, De Kommeniste,

Boeijen, Het Goede Doel, René Froger,

Paul Tornado, Tedje en de Flikkers,

Henk Westbroek, Toontje Lager,

De Brassers, Gruppenbild, Aroma di

Mondo Leone

Amore, Bange Konijnen, De Legende, De Div 230 Briljante luiheid over Stijn Meuris/

Noordkaap/Monza, Gorki, De Mens 241 Mededogen voor de verliezer over

Tom Pintens, Het Zesde Metaal, Hugo Matthysen, CPeX, Helmut Lotti 248 ‘Vooraan op het podium groei je

306 Hitmachines over Leopold 3, Isabelle A,

K3, Yasmine, Marco Borsato, Abel 316 ‘Twee uur tobben over twee woorden

die niet op hun plaats staan’ – Kris Wauters van Clouseau spreekt 325 Engels op de pauzeknop over Maggie

MacNeal, Frédérique Spigt, Sarah Bettens, Stephanie Struijk, Ellen ten

als tekstschrijver’

Damme, Angela Groothuizen, Henk

– Rick de Leeuw spreekt

Hofstede, Ronny Mosuse, Jan Leyers,

257 Blauwdruk over Thé Lau, De Dijk,

Jan Rot, Bløf, Van Dik Hout 268 Als een stripverhaal over Boegies,

Heideroosjes, De Fanfaar/Fleddy Melculy, Belgian Asociality, De Raggende Manne, Vankatoen, Bert Heerink

dirk Blanchart 335 Nekkapop over Yevgueni, Senne Guns,

Buurman, Jonas Winterland, Kasper van Kooten, Pieter Embrechts


5

7

NIEUWE MEISJES

SPEELVOGELS & HIPHOPPERS

346 ‘Artiesten verenigen de wereld’

415 Dadaïstische spielerei over Ton

– Eva De Roovere spreekt 354 Slalommen tussen koddig en kattig

over Mira, Hannelore Bedert, Jackobond 358 ‘Ik wil binnen tien jaar niet vaststellen

dat iedereen van me is weggelopen’ – Roosbeef spreekt 365 Kreten en gehijg van sterke meiden

Lebbink, Tom America/MAM, Arbeid Adelt!, Marcel Vanthilt, Walter Verdin, Pas de Deux, Meindert Talma, Bazart 426 ‘Inspiratie is een soort spier

die je kan oefenen’ – Spinvis spreekt 436 Stoer versus gevoelig over Osdorp Posse,

over Eefje de Visser, Aafke Romeijn,

Extince, Brainpower, Lange Frans & Baas

Rita Zipora, Wende, Kiki Schippers

B, Opgezwolle, Rico & Sticks, Typhoon 446 Punchlines van straatschoffies over

6

De Jeugd van Tegenwoordig, Fresku,

KOSMOPOLIETEN

MocroManiac, Sef, New Wave, SFB,

373 Van Zweden naar de Balkan over

Lijpe, Boef

Cornelis Vreeswijk, Rocco Granata, Think Of One, Jaune Toujours, De Kift 381 ‘Liedjes kunnen pijn een plaats geven’

– Bart Peeters spreekt 389 Van Indonesië naar Zuid-Afrika

457 ‘Ik kan soms behagen scheppen

in een slecht gevoel’ – Flip Kowlier spreekt 468 Traag groeiende frithop over ABN,

Freestyle Fabrik, Fixkes, Tourist LeMC,

over Anneke Grönloh, Kazzen, Johan

Slongs, Fatih, Froze, STIKSTOF,

Verminnen (bis), Bløf (bis), Johannes

Zwangere Guy, Brihang

Kerkorrel, Koos Kombuis 396 ‘Wanneer een Zuid-Afrikaan zingt, geeft

hij een stem aan zijn voorouders’ – Stef Bos spreekt 406 Van de Antillen naar de VS over Max

Woiski, Lieve Hugo, Trafassi, Dirk Van Esbroeck, Rowwen Hèze, Daniël Lohues

481 Epiloog 487 Bibliografie 490 Index


De wil om liedjes te maken

“It’s in them songs…” fluistert acteur Bob Hoskins tegen zichzelf in de tv-serie Pennies From Heaven van Dennis Potter. Hoskins speelt een handelsreiziger in bladmuziek. Hij is ervan overtuigd dat er een diep mystiek geheim schuilt in de amusementsliedjes die hij voor weinig verkoopt. Ergens in zo’n liedje van drie minuten leeft een waarachtigheid, echter en eeuwiger dan in welke grote klassieke symfonie dan ook, zo is zijn overtuiging. Ik denk dat hij gelijk heeft. Het mengsel van kunst en amusement is een delicaat goedje. Vaak ontstaat er een slap sapje dat nergens naar smaakt, maar soms, heel soms, niemand weet hoe of waarom, ontstaat er een nieuwe stof met nieuwe eigenschappen. Een zeldzame nectar. Het zit wel in een bijna vergeten onehitwonder als Jesamine van The Casuals, maar niet in de negende van Beethoven. Ik vind het in Jesus Christ Superstar, maar niet in de Matthäus Passion. Sorry. Misschien heeft het te maken met de bedoeling van de maker. Of eerder juist zijn/haar onopzettelijkheid. Misschien krijgt iemand die op een ochtend met een gitaar aan de keukentafel zit – niets anders van plan dan een bruikbare, wellicht verkoopbare melodie vinden, soms per ongeluk en eigenlijk illegaal – eerder toegang tot de Magische Elyseïsche Muziekvelden dan de zwoegende kunstenaar, worstelend met God en Zichzelf, zoekend naar vormen en klanken. Ik weet het niet. De meest commerciële schurken hebben de mooiste dingen geschreven en de meest integere mensen hebben hun leven lang vergeefs op deuren gebonkt. Nee, eerlijk is het niet. Niets is eerlijk. Het boek dat u nu in handen hebt, gaat, voor mij althans, precies daarover. Voordat je een liedje maakt, is er eerst nog iets anders, en dat is de wil om een liedje te maken. Wat denk je nog in hemelsnaam te kunnen toevoegen aan de miljoenen liedjes die er sinds mensenheugenis zijn gemaakt? Waarom wil je een liedje maken? Heb je iets te melden? Voor het geld? Of heel simpel voor het plezier dat je erin hebt? Of misschien komt het ten goede aan het zelfbeeld van het soort iemand dat je graag wilt zijn, een bevestiging van je identiteit? Kan allemaal. Kan ook allemaal tegelijk. Wat de mensen die in dit boek aan het woord komen met elkaar gemeen hebben, is die wil om liedjes te maken. De een wil gewoon een hit, liefst wereldwijd, de ander mikt op respect in zijn kleine niche van kubistische dada-techno. De waaromvraag komt niet zo vaak aan de orde. Het zou ook zoiets zijn als een hond vragen waarom hij blaft. “... Omdat ik een hond ben.”

5


6

Dit boek gaat ook over taal. Het huwelijk tussen taal en muziek is in popliedjes heel bijzonder. “Een goede melodie met een slechte tekst is nog altijd een goed liedje, en nooit andersom”, heb ik Henk Westbroek ooit horen beweren. En zo is het. Een goede liedjestekst moet aan heel andere regels voldoen dan een goed gedicht. Soms krijg ik het verzoek om poëzie op muziek te zetten. De dichter is dan pas overleden of kreeg een prijs. Het mislukt altijd. Poëzie moet je lezen, niet zingen. Poëzie heeft genoeg aan zijn tijdloze bladspiegel, meer dan dat is te veel. Een liedje leeft niet op papier, een liedje leeft in de tijd. Drie of vier minuten, dat is het. In die minuten mag je zingen, schreeuwen, huilen, fluisteren, samplen. De stem van een mens. Iedere betekenis is meegenomen, maar het gaat over geluid. Niet over poëzie. De meeste liedjes, ook die nu nog worden uitgebracht (liedje, lied, track, nummer, single… hoe heet het eigenlijk?), duren ergens rond de drie, vier minuten. Ooit is die lengte bepaald door de technische beperkingen van de vinylplaat. Nu muziek gestreamd kan worden beluisterd, is die beperking niet meer nodig. Toch blijven we gehecht aan die paar minuten. Het is dan ook een heerlijke duur. Of het een biologisch bepaalde tijdsduur is weet ik niet, daar zullen vast wel theorieën over zijn (oermens had drie minuten om iets te zingen voor zijn rivaal zijn hersens insloeg, of zoiets). Natuurlijk mag je nummers van een uur of van drie dagen maken, maar het frame van die paar minuten wijst er juist op dat popmuziek ook een spel is, een gezelschapsspel voor een paar honderd miljoen mensen. Een spel waarbij ieder moment iemand de regels kan hebben veranderd. Zoals gezegd, het mengsel van kunst en amusement is een delicaat goedje. Drop It Like It’s Hot van Snoop Dogg is een kunstwerk. Maar de hemel zij dank dat het niet in een museum hangt. Er is geen origineel. Het bestaat uit miljoenen klonen die wereldwijd verspreid op ieder moment door iedereen gehoord kunnen worden. Een liedje schrijven is stelen van een dief. Ook daar gaat dit boek over. We staan allemaal in de rij. Hoezeer je jezelf ook non-conformistisch of subversief zou willen noemen, we maken allemaal deel uit van een traditie, van een verhaal. Wat je krijgt, geef je door. Dit is een geschiedenisboek. En zoals elk geschiedenisboek was het al lang begonnen voor de eerste pagina en gaat het altijd door na de laatste. Het beslaat een heel klein stukje tijd. Het gaat over liedjes in een stervende taal. In een klein gebied in West-Europa. Ooit is het zo gegaan. Who cares? Ik. Want het is mijn leven. Spinvis, juni 2019

WATSKEBURT, LAGE LANDEN?


tip

Check ook de luisterlijsten – netjes gerangschikt per hoofdstuk – op Spotify (zoek op ‘Watskeburt, Lage Landen?’)


1

VOLKSZANGERS Het levenslied. De smartlap. Folk. Dialectzangers. Angelsaksisch georiĂŤnteerde singer-songwriters.


De schaduw van de oorlog

10

Zou het kunnen dat ik zo-even haar ogen zag oplichten in het donker? En hoorde ik haar zachtjes neuriën? Ik kan het me inbeelden, maar waarover absoluut geen twijfel bestaat: wanneer de zaallichten van de Mark Liebrecht Schouwburg in Mortsel weer aanfloepen, buigt mijn 71-jarige moeder zich naar me toe. Ze fluistert, met een zwaai van haar arm in de richting van de andere aanwezige zestigplussers: “Ik geef het je op een briefje: al die mensen voelen zich nu veel jonger.” Toch is DUVELTJESKERMIS , de seniorenvoorstelling die het Nederlands-Vlaamse koppel Esmé Bos en Bart Voet bij het krieken van de 21ste eeuw brengt, meer dan een nostalgietrip. Als oudere jongere ben ik prettig verrast dat dit duo me met andere oren doet luisteren naar de liedjes uit de naoorlogse periode die mijn ouders grijsdraaiden toen ik opgroeide. Neem nu Diep In Mijn Hart (1959), dat ik ken in de versie van JO LEEMANS – in Nederland bekend in de uitvoeringen van Nellie Verschuur, Tante Leen en Willeke Alberti. Vroeger moest ik lachen om de plechtstatige manier waarop Jo Leemans de regel “want jij bent heus niet slecht” in de mond nam. Esmé Bos zingt het ongekunsteld, waardoor de pure schoonheid van het lied zich ontvouwt. Dit nummer uit de oorlogstijd is geschreven door accordeonist Jaap Valkhoff. Niemand zat toen op smartlappen te wachten, maar lieflijke, romantische liedjes kunnen de ellende verzachten, zo meende Valkhoff. Een in het oog springende muzikant in het Duveltjeskermis-programma is drummer Louis Debij alias Charlie Dynamite. Het paar achter Duveltjeskermis had hem op een avond in een café zien optreden en raakte onder de indruk van zijn entertainerscapaciteiten. Toen hij Diep In Mijn Hart inzette, wisten de twee: deze man hebben we nodig voor onze seniorenvoorstelling. Bart Voet: “Louis heeft zoveel bagage: opgetreden met Toots Thiele­ mans en Boudewijn de Groot, jazz gespeeld, met tv-orkesten de grootste internationale sterren begeleid... Eerst dachten we dat hij niet zou toehappen. Hij was bereid om naar Antwerpen te komen om met ons te jammen en te zien of het klikte. Net voor we startten met musiceren, vertelde hij langs zijn neus weg dat hij nog met de grote jazzman Stan Getz had gespeeld. Alsof ik nog niet zenuwachtig genoeg was.” Naast Amerikaanse, Engelse, Duitse en Franse evergreens uit vervlogen tijden bevat Duveltjeskermis ook nog een andere onsterfelijke Nederlandstalige

WATSKEBURT, LAGE LANDEN?


parel: Hij Wel (1947) van het jazzy dansorkest THE RAMBLERS uit Amsterdam. De ik-figuur in het lied is verliefd op buurmeisje Petronel. Hij mag haar in tegenstelling tot een andere minnaar niet zoenen. Met genoegen komt hij tot de conclusie: “Zij is met hem getrouwd / en ik bleef vrijgezel / maar ik heb er geen spijt van / hij wel.” Auteur is Wim Poppink. Zijn collega Marcel Thielemans zingt de originele versie. De zanger-trombonespeler uit Schaarbeek – naar eigen zeggen heeft hij wel 20.000 keer moeten vertellen dat hij geen familie is van die andere Brusseleir Jean ‘Toots’ Thielemans – is in 1933 bij The Ramblers gehaald door oprichter Theo Uden Masman. Thielemans zingt ook Wie Is Loesje? (1939) en Weet Je Nog Wel, Die Avond In de Regen (1940) naar de eeuwigheid, liedjes die de handtekening dragen van Jack Bulterman. Deze begaafde trompettist en arrangeur is zich gaan toeleggen op het schrijven van Nederlandstalige liedjes – sinds in 1936 de auteursvereniging Stemra is opgericht, valt daar goed geld mee te verdienen. Bulterman speelt daar zelfs zo opportunistisch op in dat hij de bijnaam King Krabbel krijgt toebedeeld. Het repertoire van The Ramblers, dat tot dan vooral bestaat uit Amerikaanse swingmuziek, wordt zodoende verrijkt met shownummers in eenvoudige spreektaal, soms op het mierzoete af. In de oorlogsjaren onderhoudt de bigband een tweeslachtige relatie met de Duitse bezetter. The Ramblers zijn, in de bewoordingen van Marcel Thielemans, “bereid tot enkele concessies” om te blijven optreden en de Arbeitseinsatz te ontlopen, de gedwongen inschakeling van werkkrachten uit bezette gebieden in de Duitse oorlogseconomie. Zo’n ‘toegeving’ is ook het wegsturen van de Joodse leden Sem Nijveen en Sal Doof. Op andere momenten deinst het orkest er niet voor terug in de clinch te gaan met de Gestapo, bijvoorbeeld over hun muziek – de Duitsers vinden die te jazzy (lees: te negroïde). Dat neemt niet weg dat het label ‘fout in de oorlog’ in vredestijd nog een tijdje aan het orkest blijft kleven. Op de eerste optredens na de bevrijding trakteert een woedende menigte de muzikanten op rotte tomaten en rookbommen. De zuiveringscommissies pleiten The Ramblers dan wel vrij, de neergang is ingezet. Het ontslag van Jack Bulterman, die in België artiesten gaat begeleiden, en de opkomst van de rock-’n-roll slaan hen knock-out. Pas in de vroege jaren 1970 staat een verjongd ensemble op uit de dood. Het is deze bezetting die ik leer kennen. Hun elpee The Ramblers’ Story In Stereo, die in medleyvorm door alle hits fietst, ligt vaak op de draaitafel bij ons thuis. Van de kunsten van de uitmuntende trompettisten Ado Broodboom en Wim Kuylenburg en de al even fenomenale drummer Kees Kranenburg blijft het genieten. Ook EDDY CHRISTIANI is een figuur die verbinding zoekt tussen de Amerikaanse amusementsmuziek en de Nederlandse levensliedtraditie van Lou Bandy

1 | VOLKSZANGERS

11


12

en Willy Derby. Wanneer hij zich bij het dansorkest van John de Mol sr. voegt, spiegelt hij zich aan Charlie Christian, gitarist bij het Benny Goodman Sextet. Dat rondzingende gitaargeluid, dat wil hij ook. Christiani is in 1939 de eerste in Nederland en naar eigen zeggen zelfs in Europa die een elektrische gitaar omgordt. Een Epiphone ES 120, die hij op afbetaling koopt. Met tekstschrijver Han Dunk fabriceert hij voor en tijdens de oorlog krakers als Zonnig Madeira (1938) en Ouwe Taaie (1943). In de periode van die laatste hit moet hij een tijdje onderduiken in België, door problemen met de Kultuurkamer – het Duitse instituut dat de Nederlandse artiesten onder de knoet houdt. Wanneer de bommenwerpers zwijgen, keert hij naar Nederland terug en past hij de succesformule toe die we ook van Jack Bulterman kennen – een instant verstaanbare Nederlandse tekst op swingende muziek – in Spring Maar Achterop (1952). Christiani wordt de eerste popster van Nederland. De bergen post die hij ontvangt, steken de concurrentie de ogen uit. Net als bij The Ramblers doet de opkomst van de rock-’n-roll hem een toontje lager zingen. Christiani trekt zich achter de schermen terug als sessiemuzikant. In die hoedanigheid stort hij zich in geluidseffecten zoals de echo, tremelo en wahwah, zijn vriend Chet Atkins achterna. Even ziet het ernaar uit dat Modest Schoepen gedoemd is om in de familie­ zaak te stappen: zijn ouders baten in Boom eerst een smidse en daarna een supermarkt uit. De jonge Modest moet als hulpinkoper al om halfvier ’s morgens naar de markt om verse groenten te halen. Onderweg neuriet de jongen constant melodietjes, het is een molentje dat nooit stopt. Zijn zingende halfzus Liske heeft zijn muzikale talent snel in de gaten. Zuslief gelooft zo in zijn kwaliteiten dat ze in 1943 een contract voor hem versiert bij het revue­ theater Ancienne Belgique in Antwerpen. Bij zijn eerste optreden wordt Modest opgepakt door de Gestapo omdat hij niet-Duitsgezinde teksten zingt. De nazi’s eisen hem op om voor de Vlaamse dwangarbeiders in Duitsland te zingen. Teruggekeerd in Boom na een tournee langs de grote industriesteden, onder een regen van brandbommen, zet de Witte Brigade hem achter de tralies op verdenking van collaboratie. Een Britse kolonel, die tijdens de oorlog kon onderduiken bij de familie Schoepen, krijgt hem gelukkig vrij. De invloedrijke Belgische muziekuitgever en manager Jacques Kluger doet Modest het aanbod om de Amerikaanse Special Forces te verstrooien tijdens de Neurenbergse processen. Gek van heimwee, zullen deze troepen het wel appreciëren dat hij country speelt, redeneert de Vlaming. Hij neemt een voorbeeld aan Roy Rogers en trekt voor zijn eerste optreden een inderhaast bijeengeraapt cowboypak aan. En of het aanslaat! Na het laatste nummer

WATSKEBURT, LAGE LANDEN?


regent het chocolade, sigaretten en dollarbiljetten. Voor Kluger het sein om zijn pupil ertoe te bewegen Nederlandstalige cowboynummers te maken. Als BOBBEJAAN SCHOEPEN koppelt Modest de Amerikaanse country aan het levenslied. Onverwoestbare succesnummers zijn De Lichtjes van de Schelde (1951) en Café Zonder Bier (1959). Het eerste is op tekst van de Nederlander Anton Beuving, de auteur van de smartlap Ketelbinkie. Beuving verrast Bobbejaan geregeld met een bezoek en bij zo’n gelegenheid leest hij zijn vriend de tekst voor. De legende wil dat de zanger simultaan, in een handomdraai, de ijzersterke melodie bedenkt. In Café Zonder Bier valt het vleugje humor op. “Toen Janssens ging zwemmen in Leopoldville / botste hij met geweld tegen een krokodil / en van schrik zwom Jan Janssens van Congo naar hier / maar dat is nog niet zo erg als een café zonder bier.” Het zijn echte volksliedjes met niet al te veel akkoorden (“want dan vinden de mensen het al gauw te modern”, dixit Schoepen) die goed sporen met het optimisme dat na de oorlog oplaait. Ook de Amerikanen lusten de Belgische koejongen wel. Bobbejaan treedt een paar keer op in de legendarische Grand Ole Opry in Nashville, als eerste Europeaan, en mag in de tv-show van Ed Sullivan opdraven. De fifties zijn z’n gouden jaren, Europese podia delend met supersterren als Catherina Valente, Josephine Baker, Gilbert Bécaud en Dalida. Om landgenoot Jacques Brel te lanceren, laat Bobbejaan de chansonnier in 1955 in zijn voorprogramma spelen. Zo populair en machtig is de zingende cowboy op dat moment. Schoepen is wat je een totaalartiest noemt: hij kan zingen, fluiten, jodelen, gitaarspelen, entertainen en zelfs ondernemen. Zoon Tom noemt hem een ‘fantaisist’, “omdat hij iemand was die alle fantasierijke aspecten van zijn persoonlijkheid in zijn werk legde”. Op een gegeven moment is hij het toerleven kotsbeu; hij wil dichter bij zijn Nederlandse vrouw Josée en zijn kroost zijn. Om die reden bouwt hij in 1961 – op het moeras van meer dan 30 hectare dat hij in Lichtaart heeft gekocht – Bobbejaanland, met een vijver, een speeltuin, een concertzaal en attracties. Hij zal er elke dag optreden. Het runnen van het variétécentrum weerhoudt hem er niet van nog pareltjes uit zijn pen te doen vloeien. Ik Heb Mij Dikwijls Afgevraagd (1968) bijvoorbeeld, dat het in de door Richard Anthony vertolkte vertaling Je Me Suis Souvent Demandé tot monsterhit schopt in Frankrijk. Schoepen draagt veel zorg voor de arrangementen. “Ik ontwikkelde die meestal in mijn hoofd en probeerde ze dan uit te leggen aan de arrangeur”, vertelt de zanger in 1999 aan Jan Delvaux in Knack. In het geval van Ik Heb Me Dikwijls Afgevraagd staat hij in Meise bij Etienne Verschueren aan de piano en suggereert hij: “Zet daar trompetten aan een graf bij.” De orkestratie zal de

1 | VOLKSZANGERS De schaduw van de oorlog

13


14

tekst perfect ondersteunen. “Ik heb me dikwijls afgevraagd / waarom op ’t graf van een soldaat / alleen een houten kruisje staat / ik heb me dikwijls afgevraagd / waarom een moederhart nooit klaagt / en zoveel van haar kind verdraagt.” Dode soldaten in Ieper, “begraven door kameraden”, duiken ook op in het verkillend mooie Een Koude Wind Waait (1971). Bobbejaanland gaat als attractiepark met zoveel aandacht aan de haal dat het grote publiek juweeltjes als deze nauwelijks registreert. De artistieke rehabilitatie komt niet te vroeg: in 2002 speelt Dead Man Ray op De Nachten – een happening waarop muziek andere kunstdisciplines ontmoet – een nieuwe soundtrack bij De Ordonnans (alternatieve titel: Café Zonder Bier), een langspeelfilm uit 1962 waarin Schoepen acteert en die verrast door absurde humor à la Monty Python. Tom Schoepen grijpt de hernieuwde belangstelling aan om samen met zijn vader Verankerd (2008) te schrijven, een song die gebaseerd is op een stukje dat de zoon opdiept uit meer dan honderd banden die zijn vader in de periode 1966–1979 heeft opgenomen. “Als je oud bent, als je ziek bent / geen toekomst meer, je bent verankerd / te dragen, te verwerken / geen leven meer, uitgekankerd”, zingt Bobbejaan kwetsbaar, een beetje zoals Johnny Cash die aan het einde van zijn leven Hurt vertolkt. Het nummer kruipt onder je huid, zeker als je weet dat het laffe beest K Bobbejaan dan al enige tijd in zijn klauwen heeft. Een mooie tekst, zo blikt ook zoon Tom terug. “Al had hij het zeer moeilijk om het woord ‘uitgekankerd’ over zijn lippen te krijgen”, vertelt hij in De Morgen. “Natuurlijk omdat het over zijn ziekte ging. Maar in de studio, in ons huis, zie ik ons moeder nog altijd achter hem staan. Haar handen lagen op zijn schouders en ze zei alleen: ‘Bob, het is zoals het is’. Hij wilde het wel doen, het was een emotionele overwinning voor hem en hij perste er alles uit. Als een soort ingehouden woede.” Op 17 mei 2010 overlijdt de zingende cowboy en postuum verschijnt Er Rest Mij Niets (2016), een sneetje rauwe tristesse dat Tom uit de kluizen van zijn vader heeft gered en dat voor eens en altijd het imago van de flierefluiter Bobbejaan nuanceert. Tulpen Uit Amsterdam (1956) lijkt oer-Hollands, maar is van oorsprong Duits.

Het origineel Tulpen Aus Amsterdam is een schlager die in de melodie refereert aan de Bloemenwals uit de Notenkrakerssuite van Tsjaikovski. De Vlaamse zanger JEAN WALTER neemt onder begeleiding van het orkest van dirigent Werner Müller de Nederlandse vertaling op in de Polydor-studio’s in Berlijn. De zanger is tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland beland. Hij moest er op bevel van de Duitsers met een – raar genoeg – Joods orkest rondtoeren. Op een reünie van het platenlabel Polydor in Hamburg mag Walter van Jacques Kluger uit enkele liedjes iets kiezen dat hij wil vertolken. Dat hij Tulpen Uit

WATSKEBURT, LAGE LANDEN?


Amsterdam eruit pikt, zal hem niet spijten: het wordt een overdonderend succes. Pas een jaar later, in 1957, komt het nummer thuis in Amsterdam, wanneer Herman Emmink het in zijn repertoire opneemt. BOB BENNY heeft veel gemeen met Jean Walter: opgegroeid in Sint-­ Niklaas, veel in Duitsland gezongen (Benny staat zes seizoenen lang in het Berlijnse Friedrichstadt-Palast, het grootste variététheater van Europa) en doorgebroken met een bewerking van een Duits lied. Het meeslepende en rijk gearrangeerde Waar en Wanneer (1963) is een Nederlandstalige versie van Als Flotter Geist, gecomponeerd door Johann Strauss. “’n Beetje / verliefd was je wel meer, meneer, dat weet je / je hart kwam wel eens meer op een ideetje / dat speet je, ach weet je / soms vergeet je wel een beetje gauw je eedje / van trouw.” TEDDY SCHOLTEN articuleert de tekst van ’n Beetje (1959) bijzonder keurig en behaalt er de eerste plaats op het Eurovisiesongfestival 1959 in Cannes mee. De tekst is van de uit de cabaretsfeer komende Willy van Hemert en die herhaalt hiermee zijn krachttoer van 1957 (toen won Corry Brokken hetzelfde songfestival met het door hem geschreven Net Als Toen). Van Hemert tovert iets later ook de Zuiderzeeballade (1960) uit zijn pen, een lied waar een vreemd verhaal achter schuilt. De VARA vraagt aan Van Hemert om samen met Harry de Groot liedjes te schrijven voor een radioprogramma, waarbij telkens een Nederlandse provincie wordt bezongen. Vlak voor de uitzending ontdekt men dat Flevoland over het hoofd is gezien. Omdat Harry de Groot zich niet snel genoeg vrij kan maken, schakelt men Joop de Leur in. Die heeft een tangoachtige melodie klaarliggen. De volgende dag al wordt de Zuiderzeeballade op de radio gezongen door SYLVAIN POONS en Godert van Colmjon. Die versie slaat niet aan. Voor de ultieme plaatopname laat men de toen veertienjarige OETZE VERSCHOOR de kleinzoon van Poons spelen. De parlando die zich ontrolt tussen de opa en het jochie is het ontbrekende stukje dat de puzzel compleet maakt. Opa: “Kijk, die jongeman ben ikke, ja ikke was de kapitein! Hiero, en die grote dikke, ja dat moet malle Japie zijn.” Kleinzoon: “Opa, en die blonde jongen vooraan bij de fokkeschoot? … Opa, zeg nou wat!” Opa: “Die jongen… is je ome. Die is dood!”

Als het perfecte relaas van de inpoldering van de Zuiderzee, ontwikkelt het zich tot een soort alternatief volkslied. Na die kleine reeks klassieke nummers legt Van Hemert zich toe op de regie van tv-drama’s als De Kleine Waarheid

1 | VOLKSZANGERS De schaduw van de oorlog

15


(naar een trilogie van Jan Mens en met Willeke Alberti in de cast) en Dagboek van een Herdershond (de doorbraak voor de Vlaamse topacteur Jo de Meyere). In 1993 sterft Willy van Hemert na een lang ziekbed op 81-jarige leeftijd in een Belgisch ziekenhuis. 16 meer luistervoer Bob Benny

Jo Leemans

vEsmé Bos & Bart Voet

• Que Sera Sera (1956) • Welkom Thuis (1959)

Eddy Christiani

Jo Leemans & Jef Cassiers (2)

• Vader (1) (2018)

• Daar Bij De Waterkant en • De 10.001ste Nacht en Er Is Rosemarie Polka (1953) een Gaatje In Mijn Emmer • Falderie Faldera (1954) (1970) • Hoe Je Heette Dat Ben Ik Vergeten (1955) Lize Marke • Sucu! Sucu! (Zoeken, Zoeken, • Als het Weer Lente Is… Mijn Sombrero!) (1961) (1965) Joop de Knegt

• Ik Sta Op Wacht (1957) Ray Frank y

• Zing Signorita (1954) La Esterella

• Oh Lieve Vrouwe Toren (1953) • Alle Moeders (1954) • Arrivederci Roma (1956)

Bobbejaan Schoepen

• Rosse Marie (1957) • De Jodelende Fluiter en In De Schaduw van de Mijn (1961) • De Koereur (1963) • Als Het Vriest In Madagascar en Daar Moet Je Nu Toch Een Stomme Ezel Voor Zijn (1967) • Ik Heb Eerbied Voor Jouw Grijze Haren (1970)

(1) Na omzwervingen langs vele talen kiezen Esmé Bos en Bart Voet in 2018 met het programma Lied resoluut voor het Nederlands; het resultaat is ontroerend mooi. (2) Jo Leemans zet met acteur-regisseur Jef Cassiers (bij tv-kijkers bekend als ‘Het Manneke’) een eigenzinnige cover van Je T’aime… Moi Non Plus van Serge Gainsbourg (De 10.001ste Nacht) en een oud volksliedje (Er Is Een Gaatje In Mijn Emmer) neer. De chemie tussen de twee zit goed, het zijn eerder miniconferences dan zangduetten.

Bob Scholte (3)

• Ik Heb Jou Gekust In Honolulu (1948) The Sk ymasters (4)

• Kijk Eens In de Poppetjes Van Mijn Ogen (1951) • Welbedankt Voor ’t Gezellige Avondje en Zambesi (1955) • In de Bus Van Bussum Naar Naarden (1956) Jan Verbraeken

• Aan het Noordzeestrand (1951) • Mijn Moeder Was een Wenerin en ’t Liedje van de Straat (1955) • Op de Golvende Baren (1958)

(3) Bob Scholte is een Joods-Nederlandse zanger die als bij wonder de oorlog overleeft. Treedt lange tijd op in kamp Vught. Aan het einde van de oorlog wordt hij nog gedeporteerd naar Auschwitz, maar ook daar ontsnapt hij aan de dood. Zijn vrouw en zijn familie is een minder gelukkig lot beschoren. (4) The Skymasters zijn als bigband de grootste concurrenten van The Ramblers. Zangeres van Kijk Eens In de Poppetjes Van Mijn Ogen is Annie de Reuver, zangeres van Zambesi en In de Bus Van Bussum Naar Naarden is Maria Dieke, een Haagse die in 1953 in Zweden gaat wonen.

WATSKEBURT, LAGE LANDEN?


Drummer Louis Debij loopt als een rode draad door de geschiedenis van het naoorlogse Nederlandstalige lied. Hij stelde zijn roffelkunsten ten dienste van folkband

Fungus, Amazing Stroopwafels, Boudewijn de Groot, Martine Bijl, het liedjesprogramma Duveltjeskermis en Spinvis. (Fotograaf Ronald Rietman)


The Ramblers in Hilversum. Het populaire jazz- en dansorkest, dat ons klassiekers als Wie Is Loesje? en Hij Wel schonk, verzorgde vanaf 1928 meer dan tweeduizend radio-uitzendingen, voornamelijk voor de vara. (Allard Pierson| De Collecties van de Universiteit van Amsterdam)

↑ André van den Heuvel, Conny Stuart, auteur Annie M.G. Schmidt en Leen Jongewaard nemen op 30 november 1965 de langspeelplaat in ontvangst die gemaakt is van hun baanbrekende musical Heerlijk Duurt Het Langst. Van den Heuvel en Jongewaard vertolkten de evergreen Op Een Mooie Pinksterdag, Stuart het al even onsterfelijke Het Is Over. (Nationaal Archief, fotocollectie Anefo, fotograaf Joop van Bilsen)

WATSKEBURT, LAGE LANDEN?


Johnny Hoes maakt van Mary Servaes een ster. Dat had hij haar beloofd nadat hij in de ban was geraakt van haar kinderlijke stem op een bandje dat op zijn bureau was beland. Door haar onbestemde keelgeluid doet hij haar de artiestennaam Zangeres Zonder Naam cadeau. (anp Photo, Kippa) ↓ In het Carlton Hotel in Amsterdam ontvangen auteur Willem Wilmink en Don Quishocking (Pieter van Empelen, Fred Florusse, George Groot, Anke Groot en Jacques Klöters) in 1974 een cheque van 2500 gulden, verbonden aan de Louis Davidsprijs. Dat jaar maken ze de nostalgische parel De Oude School. (Nationaal Archief, fotocollectie Anefo, fotograaf Rob Mieremet)


Zo hebben de neven Johnny Jordaan en Willy Alberti hun eerste stappen als entertainer gezet: de ziel uit hun lijf zingend op straat in de Jordaan, de volkswijk in Amsterdam. (anp Photo, Kippa)

↗ Lennaert Nijgh dolt met het uithangbord van zijn lyriek. “We konden onszelf zijn bij elkaar”, zegt Boudewijn de Groot. “We hadden een soort organische band, maar boezemvrienden waren we niet. Die heb ik sowieso amper.” (Fotograaf onbekend)

→ Liesbeth List schrikt zich een hoedje wanneer ze tijdens een tentoonstelling over Jacques Brel in Brussel ontdekt dat een foto van hun ontmoeting – naar aanleiding van de gouden plaat voor haar Brelbewerkingen – bij hem thuis ophing. Het toont aan hoeveel waardering hij voor haar had. (Nationaal Archief, fotocollectie Anefo, fotograaf Rob Mieremet)

WATSKEBURT, LAGE LANDEN?


Tot slot een warm dankwoord aan:

Alle muzikanten, en de managers en platenfirma’s achter hen, voor hun zeer gewaardeerde medewerking én natuurlijk ook voor al die mooie liedjes waarover dit boek gaat. Zonder hen was er simpelweg niets om over te schrijven. De websites muziekarchief.be en discogs.com (als bronnen van disco­ grafische info) en de media YouTube en Spotify (als bronnen van – soms verloren gewaande – muziek). De proeflezers Jan De Smet, Hans Kusters, David Van der Maat, Wim Groos en Wim Schuer voor de feedback. Vormgevers Tom Hautekiet, Thijs Kestens en Steven Theunis, uitgever Maarten Van Steenbergen, fondsredacteur Pieter De Messemaeker en alle anderen bij Lannoo voor het mogelijk maken van dit boek. Vrienden, familie, mijn kinderen Lise, Jef, Robbe en Seppe en mijn vrouw Ann voor de aanmoedigingen aan de zijlijn en het begrip.

485


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met

informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.

Omslagontwerp Tom Hautekiet

Vormgeving Thijs Kestens & Steven Theunis, Armée de Verre Bookdesign © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 en Peter Van Dyck D/2019/45/524 – ISBN 978 94 014 5769 9 – NUR 666

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt

in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige

andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401457699 by Uitgeverij Lannoo - Issuu