Skip to main content

9789401457675

Page 1

anja feliers Het perfecte meisje


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met ­informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.

Tekst: Anja Feliers Opmaak: Asterisk*, Amsterdam Ontwerp opmaak: Studio Lannoo Coverontwerp: b’IJ Barbara Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact nemen met onze redactie: fictie@lannoo.be © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018 D/2018/45/602 ISBN: 9789401457675 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Roxane Ze reed naar huis toen het al donker was. De warmte van de afgelopen dagen hing nog in de straten waardoor haar vel nog smeriger aanvoelde dan het al was. Ze probeerde zich te concentreren op de weg voor haar. Op de huizen. Op de paar auto’s die haar voorbijreden. Alles was goed genoeg om haar af te leiden, om haar gedachten niet te brengen naar dat ene moment. Naar die ene kamer. De ka­ mer waar hij was. Waar hij haar verwachtte. Om dingen te doen die te goor waren om hardop uit te spreken. Toch kon ze er niet onderuit. Ze had beloofd alles te doen wat hij vroeg. Dat hij veel vroeg, was te verwachten. Dat zij het bijna niet meer kon verdragen, was iets waar ze te weinig rekening mee had gehouden. Toen ze thuiskwam, haastte ze zich om haar fiets in de ga­ rage te zetten. Haar moeder was nog niet terug. Daar was ze blij om. Ze opende de achterdeur, liep het huis in, de trap op, riep haastig een groet naar haar jongere zus die zoals gewoonlijk op haar kamer zat en vluchtte de badkamer in, deed de deur op slot. Ze schopte haar schoenen uit, trok haar kleren van haar lijf en ging ijlings in de douche staan. Ze opende de kraan, en kon nauwelijks wachten tot het water warmer werd. Het douche­ water stroomde over elke centimeter van haar lichaam, maar 5


nog voelde haar huid vies, besmet, geïnfec­teerd. Hoe hard ze ook schrobde en schuurde, hoeveel douchegel ze ook ge­ bruikte, aan haar binnenkant kon ze niet schuren en het was daar waar ze zijn vingers voelde. Dwingend. Eisend. Ze liet zich vallen tegen de muur en wist dat ze dit niet kon volhouden. Haar lichaam was een vreemde voor haar gewor­ den. Ze voelde er zich niet meer in thuis. Het voelde hol aan. Koud. Wat moest ze doen? Wat kon ze doen? Haar zusje Faye klopte plotseling op de badkamerdeur. Roxane schrok. ‘Is alles goed met je?’ klonk de stem van haar zus. ‘Ja’, antwoordde Roxane. Ze rechtte haar schouders, veeg­ de de tranen weg die zich vermengd hadden met het water en vermande zich. Het moest. Ze had immers geen andere keuze.

6


Julie De knal was luid en onverwacht. Julie bevroor. Even vergat ze dat ze maar half aangekleed in haar slaap­ kamer stond. Ze keek naar de openstaande deur en recon­ strueerde het geluid dat ze had gehoord. Ze vergat dat Lucas haar net had proberen te verleiden. Dat haar moeder net op tijd was binnengevallen en Lucas kordaat had weggestuurd. Julie had niet begrepen wat haar had bezield. Wat ze zich in hemelsnaam in haar hoofd had gehaald. ‘Mama?’ riep ze verbaasd, misschien een tikkeltje bezorgd, vanuit haar zolderkamer. Maar haar stem had niet hard genoeg geklonken. Haar moeder zou het onmogelijk kunnen horen. Ze stak haar andere been haastig in haar jeans toen de tweede knal weerklonk. Haar handelingen bevroren. Nu pas besefte ze wat dit geluid was. Verbijsterd keek ze op. Een schot. Dit was het geluid van een geweer of een pistool. ‘Mama?’ Julie vloog strompelend op de deur af, haastig haar broek optrekkend. Ze snelde naar de trapleuning en staarde naar beneden. Haar nog natte haar plakte tegen haar gezicht. Opnieuw riep ze haar moeder. Harder. Hard genoeg deze keer. Haar moeder moest haar nu wel horen, waar ze ook was. 7


Julie merkte hoe de angst in haar stem doorklonk. Ze pro­ beerde iets te zien. Maar de duisternis beneden in de gang maakte dat onmogelijk. Zonder zich te bedenken stormde ze op haar blote voe­ ten de trappen af. Op dat moment hoorde ze hoe een deur dichtsloeg. ‘Mama?’ riep ze nogmaals, maar er kwam geen antwoord. Toen ze eindelijk beneden kwam, bleef ze verbijsterd staan. In de halfdonkere gang ontwaarde ze op de grond het li­ chaam van haar moeder. Het schokte op een vreselijke ma­ nier en uit haar moeders keel ontsnapten gorgelende gelui­ den. ‘Oh my god’, fluisterde Julie ontzet. Ze haastte zich dichter­ bij, liet zich op haar knieën bij haar moeder vallen. ‘Mama?’ zei ze opnieuw. De angst verlamde haar stem. Ze keek naar haar moeder. Haar ogen waren gesloten. Haar li­ chaam bleef schokken. Haar handen zaten op haar buik ge­ klemd. Nu pas zag Julie het bloed. Het bloed dat zich door haar kleren heen een weg naar buiten zocht. ‘Oh my god, oh my god…’ Paniekerig herhaalde Julie steeds opnieuw de woorden. Ze vloog op en liep haastig, strompe­ lend naar de keuken. Ze zocht de huistelefoon, maar vond hem niet onmiddellijk. Zuur steeg op uit haar keel terwijl ze naar de woonkamer liep. Maar hoe ze ook zocht, ze vond de huistelefoon niet. De wanhoop die ze voelde, maakte haar bang. Doodsbang. Ze moest terug naar boven. Naar haar zol­ derkamer. Daar lag haar telefoon. Radeloos liep ze terug de gang in. Haar moeder lag daar nog steeds. Maar ze schokte niet meer. Julie bleef staan. Ze staarde haar verbijsterd aan. Wat moest ze doen? Wat moest ze in hemelsnaam doen? 8


Hevig gebonk op de voordeur deed haar schrikken. Even bleef ze besluiteloos staan tot ze besefte dat er misschien hulp was. Hulp van buitenaf. Ze liep langs het levenloze lichaam van haar moeder en snelde op de voordeur af. Er kleefde iets plakkerigs aan haar voeten. Ze besefte dat het bloed was. Haar moeders bloed. Toen ze de voordeur open­ de, stond ze opnieuw oog in oog met hem. Maar alles was veranderd. Lucas! Ze staarde hem aan alsof hij een geest was. Ook hij keek haar vreemd aan. ‘Lucas’, bracht ze toen met moeite uit. Haar stem klonk schor. ‘Mama’, voegde ze er alleen maar aan toe. Nu pas besefte ze dat haar gezicht nat was van de tranen. ‘Wat is er?’ zei Lucas. Zonder te aarzelen schoof hij de deur open en duwde hij Julie opzij. Door de openstaande deur werd de gang verlicht. Een spoor van bebloede voetstappen werd zichtbaar. Het spoor liep tot bij de stille gedaante op de vloer. ‘Kathleen!’ schreeuwde Lucas. De ontzetting in zijn stem was echt. Julie zag hoe hij naar haar toe snelde en zich op zijn knieën bij haar liet vallen. ‘Kathleen?’ zei hij. Steeds opnieuw. Steeds indringender. Maar er kwam geen reactie. Hij keek naar het bloed dat uit haar moeder stroomde. Julie liep langzaam terug de gang in. Lucas legde zijn vingers op haar moeders hals. Toen stond hij op en pakte zijn telefoon uit zijn broekzak. Wat Julie niet had kunnen doen, voerde hij koelbloedig uit. Hij belde de hulpdiensten. Hij gaf korte instructies. Duidelijk en zakelijk. Julie hoorde het, maar registreerde het nauwelijks. 9


Ze zag nu pas goed hoe erg haar moeder toegetakeld was. Haar gezicht was wit. Zo wit. IJzig wit. Het bloed op en rond­ om haar was zo rood en zo overvloedig dat Julie er misselijk van werd. Ze knielde naast haar moeder neer en pakte haar hand vast. Die voelde koud en krachteloos aan. Maar ook nat en plakkerig van het bloed. Julie boog zich voorover naar haar moeder. Haar stem klonk fluisterend, maar haar woorden waren duidelijk. ‘Niet weggaan, mams. Niet weggaan. Niet nu. Laat me als­ jeblieft niet alleen.’ Ze voelde nauwelijks dat Lucas zijn hand op haar schouder drukte. Ze voelde niks meer, behalve die eindeloze leegte in haar binnenste en het verstikkende gevoel dat ze alles wat ze had dreigde te verliezen.

10


Roxane Roxane keek naar het papiertje dat voor haar lag en slikte. Kathleen Verlinden. Ze had de naam van de psychologe toevallig opgevangen op school, maar haar moeder zei altijd dat toeval niet be­ stond, dus wist ze dat ze hier iets mee moest doen. Op weg naar huis, op de fiets samen met haar zus­ je Faye, was ze er bij elke kilometer die ze aflegde meer van overtuigd geraakt. Ze moest contact opnemen met Kathleen Verlinden. Roxane wist wel dat de psychologe haar probleem niet zomaar kon laten verdwijnen, maar ze was ervan overtuigd dat wanneer ze haar verhaal kon doen aan wie dan ook, het ergste leed misschien al gele­ den zou zijn. Ze had gehoord dat Kathleen Verlinden eer­ der deze week neergeschoten was. Daar had haar moeder aan de keukentafel iets over verteld. Maar Roxane wist niet hoe ernstig het gesteld was met de vrouw, dus wilde ze haar toch nog proberen te contacteren. Thuis had ze zich naar haar kamer gehaast. Haar moeder was nog niet terug van het werk en haar jongere zus ging met een zak chips voor de televisie zitten. Op het internet had ze al snel Kathleen Verlindens num­ mer gevonden en ook haar adres. Het was een meevaller dat ze op fietsafstand van hun huis woonde. Maar dat maakte het tegelijkertijd een stukje gevaarlijker. De kans dat ze ont­ dekt zou worden, werd zo een stuk reëler. 11


Nauwkeurig had Roxane alles op een papiertje geschreven terwijl ze voelde hoe haar hart bonkte in haar borstkas. Nu, met het telefoonnummer voor haar en de telefoon in haar hand, dook de twijfel op. Wat als het uitkwam? Wat als haar vreselijke geheim toch ontdekt zou worden? Roxane schudde haar hoofd, overtuigde zichzelf van de noodzaak dit te doen. Ze dacht na. Ze wist niet goed hoe ze het moest aanpak­ ken. Hoe vertelde ze iets wat zo verschrikkelijk was dat al­ leen de gedachten eraan haar al benauwden? De beelden in haar hoofd waren vreselijk. Het gevoel in haar lichaam was onbeschrijflijk. Maar ze moest hier iets mee doen. Het moest stoppen. En snel. Ze kon dit niet langer alleen dra­ gen. Daarvoor was de pijn te intens… Ze kon dit niet blijven volhouden. Elke keer dat hij haar aanraakte, werd het erger. Dacht ze het niet meer aan te kunnen. Maar ze moest. Een keuze had ze niet.

12


Julie Julie keek voor de zoveelste keer op haar telefoon. Het wach­ ten duurde eindeloos. ‘Ze is al meer dan anderhalf uur weg’, zei ze tegen Lucas, die naast haar zat. Ze waren de enigen in de wachtruimte. ‘Het kan nog wel even duren, Julie’, zei Lucas. Hij keek haar bezorgd aan. ‘Ik vermoed dat ze nog een tijd met haar bezig zullen zijn. Ze heeft veel bloed verloren en ze zullen haar de aandacht geven die ze nodig heeft.’ Julie knikte en beet op haar onderlip. Ze hoorde hoe voor­ zichtig Lucas in zijn uitspraken was. Ze besefte zelf ook dat haar moeder er erg aan toe was. Dat ze naar alle waarschijn­ lijkheid inwendig erg toegetakeld was. Maar ze durfde er niet verder over na te denken. Ze wist hoe Marc gestorven was. Ze wist wat een kogel kon aanrichten. Maar ze wilde zich niet voorstellen dat ze ook haar moeder zou kunnen verliezen. Ze was dit jaar al te veel kwijtgeraakt. ‘Nog geen reactie van je vader?’ vroeg Lucas. Julie keek opnieuw naar haar telefoon en schudde haar hoofd. Het voelde nog steeds vreemd om Lennert te zien als haar vader. Nog niet zo lang geleden dacht ze nog dat Marc dat was. Was Lennert niet meer dan de vroegere grote liefde van haar moeder. Maar alles was veranderd. Marc bleek niet haar biologische vader te zijn, alhoewel dat voor haar nog steeds zo aanvoelde, ook al was hij nu dood. 13


En Lennert… Hoe goed hij het allemaal ook bedoelde, ze had het er moeilijk mee om haar hart zomaar open te stellen en hem volledig als vader te erkennen. Het leek alsof ze Marc daarmee verraadde. ‘Nee’, antwoordde ze. ‘Maar ik heb een duidelijk bericht ingesproken. Ik vermoed dat hij het niet heeft gehoord. Anders zou hij al wel hier zijn.’ Julies telefoon maakte een geluid. Lucas keek op. ‘Berichtje van Liesbeth’, zei Julie voordat ze het binnenge­ komen bericht las. ‘Ze is onderweg hierheen.’ ‘Ze zal zich ook wel rot geschrokken zijn’, zei Lucas. ‘Ja, ze was net nog bij haar geweest’, zei ze. Julie stond op en liep naar het raam. Ze staarde naar bui­ ten, de duisternis in. Het was laat in de avond en op de weg naast het ziekenhuis zag ze de lichten van voorbijrijdende auto’s. ‘Ik vraag me af wie haar dit heeft aangedaan.’ Ze bleef naar buiten kijken en liet haar woorden hun werk doen. Toen draaide ze zich om en keek Lucas aan. ‘Wie haat haar zo erg dat ze neergeschoten moest wor­ den?’ Lucas staarde voor zich uit en haalde zijn schouders op. ‘Ik weet het niet’, zei hij emotieloos. ‘Ik begrijp dit ook niet.’ Julie bleef Lucas aankijken. Ze vond het vreemd dat hij te­ ruggekomen was. Haar moeder had Lucas de deur gewezen nadat hij had geprobeerd om haar, Julie, te verleiden. Het was bedoeld als een vreselijke wraakactie van Lucas naar haar moeder toe, ingegeven door een overvloed aan drank. En nu vocht haar moeder op de operatietafel voor haar le­ ven. 14


‘Waarom ben je teruggekomen?’ vroeg ze. Opnieuw haalde hij zijn schouders op. Zijn blik bleef afge­ wend. Hij aarzelde. ‘Ik weet het niet’, zei hij toen. ‘Ik voelde me slecht om wat ik had gedaan. Ik wist dat ik te ver was gegaan. Dat ik jou en Kathleen had gekwetst. Ik had dat niet mogen doen, Julie. Ik heb een ontzettende stommiteit begaan.’ Lucas keek Julie aan. Hoewel ze twijfelde aan de oprecht­ heid van zijn woorden en zijn excuses, klonk hij overtui­ gend. Ze ging op de vensterbank zitten. Ze sloot een tel haar ogen. De beelden van haar en Lucas in de douche zaten nog in haar hoofd, op haar netvlies gebrand. Ze huiverde als ze eraan dacht wat er tussen hen had kunnen gebeuren als haar moeder niet tussenbeide was gekomen. Ze mocht er niet aan denken dat ze seks zou hebben gehad met Lucas. Uitgerekend Lucas, de man die zo lang zo belangrijk was ge­ weest voor haar moeder. Maar daar was het natuurlijk juist misgegaan. Toen Lennert weer opdook in haar moeders le­ ven en ze daarmee alle zorgvuldig weggestopte gevoelens toeliet, maakte Lucas nauwelijks nog een kans. En dat ter­ wijl hij alles voor haar had achtergelaten. Julie opende haar ogen en keek naar Lucas. Misschien was het nu de tijd om alles uit te leggen. ‘We zijn beiden fout geweest, Lucas. Jij wilde wraak ne­ men op haar, maar ik ook.’ Lucas keek verbaasd op. ‘Je moet je niets in je hoofd halen. Ik voel niets voor jou. Niet zoals een vrouw iets voor een man kan voelen. Maar mama heeft mij zo gekwetst de laatste maanden. Mijn leven is niet meer wat het was. En dat zal het nooit meer worden. 15


Hoe graag ik ook wil geloven dat Marc mijn echte vader was, hij was het niet. Mijn hele verleden is herleid tot een leugen. Een leugen die in stand gehouden werd door mama.’ Julie staarde voor zich uit. Het deed goed om er zo openlijk over te praten. Ze had het zo lang opgekropt en weggeduwd. Nu besefte ze dat het eruit moest. ‘Dat jij mij wilde gebruiken om mama te raken, kwam mij goed uit. Maar geloof me, ik ben blij dat uitgerekend zij ons heeft tegengehouden. Ik zou jou, haar, maar ook mezelf niet meer in de ogen kunnen kijken. We hadden het bijna te ver laten komen, Lucas. Jij had daarbij het excuus dat je gedron­ ken had. Dat dat je vertroebelde. Dat had ik niet. Ik liet me verzwelgen door mijn woede, door de pijn die ik door haar voelde, door de leegte die in mij was ontstaan nadat ik de waarheid over Marc en Lennert had gehoord. Ik had bijna een onvergeeflijke, kolossale fout gemaakt.’ Julie durfde Lucas niet aan te kijken. ‘Mijn haat tegenover mama was er. Onmiskenbaar. Maar toen ik haar daar op de vloer van de gang zag liggen, stuip­ trekkend, besefte ik dat zij alles is voor mij. Echt alles. Ja, mijn woede was er. Ja, ik vind dat ze het anders had moeten aanpakken, maar ik besef ook dat mama toen ze in verwach­ ting was van mij, maar ongeveer even oud was als ik nu ben. En eerlijk, Lucas, ik neem wel vaker foute beslissingen. Die met jou was er een van.’ Julie keek Lucas vertwijfeld aan. Begreep hij wat ze wilde zeggen? ‘Ik heb mijn woede voor een deel kunnen loslaten. Noodgedwongen. Omdat ik nu voel dat ik haar niet kan en mag kwijtraken. Daardoor is er ruimte in mijn hoofd vrij­ gekomen. Het lijkt alsof mijn hersenen nu pas de ruimte 16


krijgen om open te staan voor haar situatie. Voor haar waar­ heid.’ Julie schudde haar hoofd. Ze moest dit zeggen. ‘En die waarheid is dat de man van wie zij toen zielsveel hield en die de vader was van haar kind haar de rug toekeer­ de. Zijn vrouw was ook zwanger en mama was te trots om hem voor een onmogelijke keuze te stellen. Dus koos zij in eerste instantie voor mij, haar ongeboren kind. Haar plan om Marc als mijn vader toe te wijzen moet een noodplan zijn geweest en ik begrijp nu dat eens die woorden hardop uitgesproken waren, er geen weg terug meer was. Dat be­ grijp ik nu. Dat zij als prille twintiger een oplossing zocht. Dat zij een vader zocht voor haar ongeboren kind. En ik mag blij zijn dat een man als Marc mij heeft opgevoed. Ik kan hem niks verwijten. En heel eerlijk: haar ook niet. Ik heb al­ leen maar aan mezelf gedacht. Voelde me een slachtoffer en wilde haar dat laten voelen. Maar eerlijk is eerlijk, ik had dat niet mogen doen. Ik ben te streng voor haar geweest.’ ‘Je bent te streng voor jezelf ’, reageerde Lucas op mijn woorden. ‘Ik wil er niet meer bij stilstaan. Ook ik walg van mezelf, maar dat is omdat ik besef dat de fout volledig bij mij lag en niet bij jou.’ Lucas schudde zijn hoofd. ‘Ik hoop alleen dat Kathleen het me kan vergeven. Ik weet dat het veel gevraagd is, maar ik blijf erop hopen dat ik met haar verder kan. Als dat nog kan na wat ik haar heb aange­ daan.’ Julie zweeg. Ze dacht aan Lennert, die net als Lucas hoop­ te om met haar moeder verder te kunnen. Ze wist dat haar moeder officieel voor Lennert had gekozen. Dat dat ook de 17


oorzaak was van Lucas’ frustratie. Maar ze wist niet of haar moeders keuze definitief was. Julie voelde onmiskenbaar dat beide mannen een bijzondere plek in haar leven hadden. Ze wist ook dat haar moeder, als het erop aankwam, haar eigen behoeftes aan de kant kon schuiven en met haar verstand kon kiezen. Had ze dat nu gedaan? Had ze voor Lennert ge­ kozen zodat zij nu een echte vader en moeder zou hebben? Een vader en moeder die samenleefden en zorgden voor een thuis zoals Julie dat nooit echt gekend had? Ze wist het niet.

18


Haastige voetstappen in de gang weerklonken en deden Julie en Lucas opkijken. ‘Liesbeth’, fluisterde Julie. Ze veerde op en haastte zich naar haar moeders beste vriendin. Die omhelsde haar en drukte Julie stevig tegen zich aan. ‘Meid’, fluisterde ze geëmotioneerd in Julies oor. ‘Gaat het wel met je?’ Julie drukte zich tegen Liesbeth aan. Tranen sprongen in haar ogen. ‘Ik weet het niet, Liesbeth’, fluisterde ze ontzet. ‘Ze is er erg aan toe. Ik weet niet of ze dit overleeft. Er was zoveel bloed… zo verschrikkelijk veel.’ Julie voelde hoe de druk van Liesbeths armen om haar heen zich verstevigde. ‘Je moeder is sterk, Julie. Ze zal zich niet zomaar gewon­ nen geven. Daar ben ik van overtuigd. En daar moet jij ook in geloven, hoe moeilijk dat ook is.’ Julie knikte, snufte nog even en maakte zich toen los van Liesbeth. ‘Ik ben blij dat je hier bent’, reageerde ze. Ze zag hoe Liesbeths blik zich verplaatste naar Lucas. ‘Lucas was bij me toen ik ontdekte dat mama was neerge­ schoten.’ Liesbeth nam Julies arm vast en leidde haar naar de stoel­ tjes in de wachtruimte. 19


‘Vertel nu eens wat er gebeurd is’, zei ze. Het viel Julie op dat ze Lucas nauwelijks een blik waardig gunde. Julie ging naast Liesbeth zitten en schudde haar hoofd. Ze wist niet goed hoe ze Liesbeth moest vertellen van het fiasco met Lucas. Liever verzweeg ze dat, maar ze besefte tegelijkertijd dat het vroeg of laat toch zou uitkomen. Ze keek Lucas vertwijfeld aan en schudde opnieuw haar hoofd. Liesbeth zag dat. ‘Julie’, zei ze indringend. ‘Wat is er gebeurd? Ik moet het weten.’ Julie knikte moeizaam. ‘Ja’, fluisterde ze. Ze durfde Liesbeth nauwelijks aan te kij­ ken. ‘Ik weet niet hoe ik dit moet zeggen, Liesbeth. Ik heb een fout gemaakt. Een grote. Maar mama heeft mij op tijd kun­ nen tegenhouden.’ Julie keek schichtig naar Lucas. Ze zocht naar haar woorden. Ze besloot om geen details aan Liesbeth te vertellen. Hoe goed haar band met Liesbeth ook was, dit kreeg ze niet over haar lippen. ‘Mama heeft me ervan overtuigd om weer thuis te komen wonen. Ik heb daarmee ingestemd. Terwijl zij naar beneden ging, zocht ik wat spullen bij elkaar. Even later hoorde ik een knal. Ik begreep eerst niet wat er aan de hand was, maar toen het geluid opnieuw klonk, besefte ik dat er geschoten werd. Toen ik beneden kwam, lag mama hevig bloedend op de grond. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik was volkomen in paniek… Even later kwam Lucas terug binnen. Hij heeft de hulpdiensten gebeld. Hij …’ Julie keek Liesbeth vertwijfeld aan. ‘Hij heeft alles goed­ gemaakt, Liesbeth. Als hij er niet was geweest… Ik was ten einde raad.’ 20


Liesbeth keek Lucas kil aan. ‘Heeft Kathleen nog iets gezegd?’ vroeg ze hem. Lucas schudde zijn hoofd. ‘Nee, ze was bewusteloos. Ze had ontzettend veel bloed verloren.’ Liesbeth knikte zwijgend. ‘Waar is ze geraakt?’ Lucas keek Liesbeth even aan. Julie zag dat hij het moeilijk had. ‘Ik denk in de buikstreek. Misschien in haar zij? Ik weet het niet zeker.’ Een vreemde stem deed Julie opkijken. ‘Mag ik even storen?’ Er stonden plotseling twee mannen bij de ingang van de wachtruimte. Ook Liesbeth en Lucas keken verbaasd op. ‘Dag Julie’, sprak de man en hij stapte op haar af. De man kwam Julie bekend voor, maar ze wist niet meteen wie hij was. ‘Inspecteur Vanlaer’, zei hij terwijl hij Julie de hand druk­ te. De man naast inspecteur Vanlaer gaf Julie eveneens een hand, mompelde zijn naam onverstaanbaar en knikte Julie toe. ‘Ik heb al enkele keren met je moeder samengewerkt’, ver­ klaarde inspecteur Vanlaer. ‘Vandaar dat ik jou ook ken. Ik heb je vroeger wel eens ontmoet.’ Er daagde Julie iets. ‘Ja’, bevestigde ze zijn woorden. ‘Dat was toen een van Marcs vriendinnen het op mij gemunt had. Jij hebt mama en mij toen gered.’ Vanlaer glimlachte. ‘Het is al even geleden. Je bent onder­ tussen enkele jaartjes ouder.’ Julie knikte. 21


‘En nu zien we elkaar weer in moeilijke omstandigheden.’ ‘Ja’, antwoordde Julie haast onhoorbaar. ‘Maar deze keer was er niemand die mama kon helpen.’ Inspecteur Vanlaer keek zorgelijk. ‘Wordt je moeder nu geopereerd?’ ‘Ja.’ ‘Weten jullie al iets meer?’ ‘Nee, voorlopig wachten we nog af.’ ‘Wat is er eigenlijk gebeurd?’ vroeg Vanlaer. Hij wierp een blik op Liesbeth en op Lucas. ‘Was je erbij toen je moeder neergeschoten werd?’ ‘Ik was boven op mijn zolderverdieping. Daar heb ik mijn kamer in het huis van Marc.’ Vanlaer keek vreemd op. ‘Marc? Dat is toch de man die een jaar geleden ook is neer­ geschoten? Bij je moeder thuis?’ Julie glimlachte vermoeid. ‘Ja, dat is zo. De geschiedenis lijkt zich op een tragische manier te herhalen.’ Julie keek Vanlaer aan. ‘Marc is de man die mij heeft opgevoed. Tot voor kort dacht ik dat hij mijn vader was.’ ‘Dat was hij niet?’ ‘Nee, een professor met wie mijn moeder iets had in haar jeugd bleek mijn echte vader te zijn. Mijn biologische. Mijn moeder heeft jarenlang geen contact met hem gehad, maar nu is hij terug in ons leven.’ Vanlaer knikte begrijpend. Hij keek opnieuw naar Liesbeth en Lucas. ‘Kunnen we jou even apart spreken over wat er zich van­ avond heeft afgespeeld?’ 22


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401457675 by Uitgeverij Lannoo - Issuu