Skip to main content

9789401455824

Page 1

JORIS HESSELS & DOMINIQUE VAN MALDER ALLEMAAL GAGA


D/2018/45/474 – ISBN 978 94 014 5582 4 – NUR 740 Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Studio Lannoo Zetwerk binnenwerk: Studio Lannoo © De auteurs Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent – België www.academiapress.be


KARAKTERS  Filosofie en literatuur in zakformaat

JORIS HESSELS & DOMINIQUE VAN MALDER ALLEMAAL GAGA


Brief aan Franky D’hont, de gekroonde stoorzender

Beste Franky, Rod Stewart, player, Tom Cruise, astronaut, Ron Wood, vrouwenmagneet, Van Gogh, action figure, Koen Wauters en ga zo maar door. Je was het allemaal. Dat sprak ook de priester uit tijdens zijn openingsgebed in het kleine en dunbevolkte kapelletje van het Guislaininstituut, op je begrafenis, nu drie jaar geleden. Het was een prachtige dienst. Intiem, maar ook lekker verstoord door enkele collega-patiënten. Zij trokken zich niks aan van de rituele geplogenheden. Zo zou je het gewild hebben, heerlijke­psychotische stoorzender die je zelf was. Ik mis je. En ik schrijf je deze brief, omdat ik het tegen jou nooit gezegd kreeg toen je nog leefde. Dat had soms te maken met jouw concentratieboog, soms met die van mij. Of gewoon omdat het moment daar niet was. Of er kwam weer iets tussen. Of jij kwam er weer tussen. Zo gaat dat dus in het dekselse leven. Nu vertoef je zelf tussen de sterren. Alleen niet in Hollywood tussen die andere sterren waar je zo graag naartoe wilde. Ik ging jou Hollywood binnenloodsen, zei je keer op keer. Dat is

5


jammer genoeg niet gelukt. Net niet. Dan zongen we als troost maar samen een lied van, jawel, Frankie goes to Hollywood. En we relaxten ons te pletter. Nu ben je zelf een ster. Aan de hemel. Waarschijnlijk. Wie zal het zeggen? Deze brief is een hommage aan jou, onze mascotte ­van het (twee)jaarlijkse Guislaintoneel. Een ode aan hoe fijn het was met jou theater te mogen maken. Het is ook een eerbetoon aan jouw geweldige fantasie. Met deze brief wil ik ook ontzag wekken voor de helse pijnen die je soms voelde. De pijn van het zijn. En daar was niks romantisch aan. De demonen die je kwelden tot in den treure. En het onbegrip van ‘de gemeenschap der normalen’ waarop je vaak stuitte. Onze eerste kennismaking was nogal indrukwekkend. De wereld was net van eeuw gewisseld en ik werd uitgenodigd door een psychiater van het Psychiatrisch Centrum Guislain om het te hebben over een mogelijk theaterproject. Als vers afgestudeerde aan de theaterschool was ik nog nooit verder het terrein opgewandeld dan het fantastische Museum dr. Guislain. Deze keer moest ik dus in het ziekenhuis zijn, het Guislaininstituut zelve.

6


Mijn God, gesteld dat die bestaat – jij vond van wel – wat een immense wereld ging er voor mij open. Tijdens mijn tocht naar de Meander, het sociocultureel clubhuis van de instelling zeg maar, kwam ik heel wat boeiende mensen tegen, die met me praatten. Of me dingen toefluisterden. Schreeuwden. Schreiden. Maar ook schaapjes die blaatten alsof hun leven ervan af hing. Ik zag een ­bedrijvigheid van rare minibusjes die gezwind flets voedsel aan het vervoeren waren. Althans, zo deed de geur vermoeden. Ik botste bijna op een tractor, vol met dode struiken in een aanhangwagen. Fietsers, auto’s, joggers. Rennende verplegers. Vergaderende therapeuten. Veel vergaderende therapeuten. Toen ook al. Het rook er naar koffie en tabak. Ik raakte waarlijk verdwaald in het bos van afdelingen dat het Guislain herbergde. Het bleek zowaar een Mentaal Dorp te zijn, vol met zwaarkoppige bewoners. Na een half uur vermist te zijn, was ik eindelijk aangekomen op mijn bestemming, een bestemming die mijn leven veranderd heeft. Ik dacht er een een-op-een-gesprek met de psychiater van dienst te hebben over dat eventuele toneelproject, maar dat draaide anders uit. Kijk, daar zaten zomaar eventjes 25 patiënten te wachten. Op iemand van de buitenwereld. Die te laat was. Omdat hij verloren gelopen was in de binnenwereld.

7


Je viel meteen op, beste Franky. Je stoof naar mij, thermos koffie in de aanslag, terwijl je getormenteerde hoofd aan het druipen was van het zilte zweet. Je doorweekte T-shirt hing vol met, naar ik hoopte, koffie- en melkvlekken. Je vloog me in de armen met de mededeling dat je heel graag wilde ­toneelspelen. Om dan plots een mok koffie uit te schenken. Da’s lief, dacht ik. Maar toen dronk je diezelfde koffie ad fundum uit. De toon was gezet. En ik hield meteen van die toon. Ja, ik was danig onder de indruk. Een beetje geïntimideerd zelfs. Eerst dacht ik dat je me wou aanvallen, maar het bleek bijgod om een stevige knuffel te gaan. Tegelijkertijd voelde ik me ook ergens veilig op deze plek, waar niets volgens een welbepaalde norm moest zijn. Waar abnormaal de norm mag zijn. Een norm opgelegd door een niet-normale. Het werd alsnog een zeer fijne middag en al mijn twijfels, of ik dit wel aankon als jonge kerel, verdwenen, omdat ik zoveel goesting voelde bij iedereen. De pure noodzaak ook om toneel te spelen. We zouden wekelijks afspreken. We zouden samen wat teksten lezen en improvisatie-oefeningen doen bij wijze

8


van kennismaking. Ondertussen zou ik nadenken over een mogelijk stuk. Ik had ook enkele voorschriften, regels bedacht. Voorschrift 1. Ik wou een bestaand stuk kiezen, want de drang om eindelijk iemand anders te mogen zijn, en niet 24 uur op 24 uur jezelf te moeten zijn, primeerde. Ik wou dus niet uitgaan van jouw problematiek. Ik wou de wereld van de fantasie betreden, los van je losgeslagen realiteit. Voorschrift 2. Ik wou ook vooraf geen dossierkennis hebben. Ik wou de nadruk leggen op samen theater maken met een groep, los van aandoeningen. Die zouden me wel ter ore komen, na de repetities. Bij jou ging dit heel vlot, beste Franky. Na repetitiedag 1 wist ik al heel wat van je verleden, al wist ik nog niet wat wel of niet waar was. Maar het was wel duidelijk dat je tijdens je jeugd meer drugs hebt genomen dan je lief was. En dat dat leidde tot zware psychoses. Zo zwaar dat je het moeilijk had nog in een realiteit te wonen, zoals de samenleving die georganiseerd had. Je raakte betrokken in ­zware­vechtpartijen, je zag overal de duivel in. Uiteindelijk werd je opgenomen in de psychiatrie. Levenslang. Dat wist je. Heel helder. Ook al kon je soms ‘zo weg als een huis zijn’.

9


Voorschrift 3. Ik wou ook niet dat het ‘psychotische aapjes kijken’ zou worden, dus wilde ik dat ook therapeuten, psychologen, psychiaters, kuisvrouwen, mensen van de cafetaria, van den bureau, van de groendienst, ja zelfs van het museum zouden meespelen. Iedereen mocht participeren, zodat we allen dezelfde première­stress zouden ervaren. Dat maakte ons gelijk, want jouw psycholoog heeft evenveel stress als jij, Franky, neem dat van mij aan. Oh ja, en ik wou ook niet dat het een therapie werd (uiteindelijk bleek het wel therapeutisch te werken), want ik ben ook geen therapeut. Het moest deel uitmaken van je vrije tijd. Voorschrift 4. Aangezien iedereen behoorlijk wat stress had omtrent het memoriseren van de teksten, wou ik werken met een speelse souffleur die ook muziek speelde. Theater gaat immers niet over hoe goed je wel tekst van buiten kan leren. Theater gaat over uiten, van binnen naar buiten. Geen psychologie, maar biologie! Niet inleven, maar uitleven. De nadruk zou en moest op het s­ pelplezier komen te liggen, want als wij ons amuseren, dan amuseert een publiek zich ook. Dat wist jij als de beste, Franky, publieksspeler die je was. Maar ook wie niet wou spelen, was welkom. Er was genoeg werk met het maken van het decor, het bij elkaar zoeken van kostuums, het tekenen van een affichebeeld, het componeren van muziek en het maken van een video. Voor elk wat wils dus.

10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401455824 by Uitgeverij Lannoo - Issuu