Skip to main content

9789401455794

Page 1

HET VLIEGTUIGENBOEK VA N O N T W E R P TOT V LU C H T JA N VA N D E R V E K E N


ONDERDELEN PROPELLERVLIEGTUIG groen navigatielicht rechts

→

De schroef trekt het vliegtuig vooruit.

aanvalsboord of voorkant van de vleugel

→

De spinner zorgt voor een aerodynamische flow van de wind over de neus van het toestel.

→

→

landingslicht

→

→

→

rolroer

brandstoftank

→

→

→

landingslicht

vluchtboord of achterkant van de vleugel waar de beweegbare delen van de vleugel zitten

→

wandelstrip

rood navigatielicht links De navigatielichten zorgen ervoor dat een piloot van een ander t o e s t e l i n h e t d o n ke r k a n zien of het vliegtuig naar hem toe vliegt of juist wegvliegt. 16

Een rolroer of aileron is een bewegende flap die het vliegtuig in staat stelt om naar links of rechts te draaien.

staartstuk

→

→

→

→

flaps

wit navigatielicht achter


BEECHCRAFT BONANZA / 1947

Extrados of de bovenkant van de vleugel is gewelfd zodat de lucht een langere weg moet afleggen dan die aan de onderkant, waardoor een onderdruk en opwaartse lift ontstaan.

Het richtingsroer en hoogteroer zorgen ervoor dat het vliegtuig omhoog en omlaag kan gaan.

landingslicht

→

→

→

→

→

landingslicht

Intrados of de onderkant van de vleugel geeft overdruk, die de vleugel omhoog duwt.

cockpit

neuswiel

De torque link zorgt ervoor dat het neuswiel opgelijnd blijft met de langsas van het vliegtuig.

wit navigatielicht achter

→

→

→

→

→

→

→

radioantenne

n o o d z e n d e r o f E LT Emergency Location Tr a n s m i t t e r

hoofdlandingsgestel 17


LIFT

WEER

S TA N

D

GEW

ICHT

W E L K E K R AC H T E N W E R K E N I N O P E E N V L I E G T U I G ?

20

Om beter te begrijpen welke delen belangrijk zijn bij het

toestel ondervindt luchtweerstand aan de vleugels, staart,

ontwerpen van vliegtuigen, moeten we weten welke grote

neus en romp. De luchtweerstand wordt bepaald door de

krachten inwerken op het vliegtuig. Dat zijn er ruwweg vier.

vorm van het toestel. Ontwerpers proberen vliegtuigen

Sommige krachten maken vliegen gemakkelijker, andere

zo gestroomlijnd mogelijk te maken. Als dat goed lukt,

juist niet. De zwaartekracht en luchtweerstand maken het

‘snijdt’ het toestel door de lucht met een hoge snelheid en

vliegen moeilijker. Een vliegtuig is een zware machine met

met zo weinig mogelijk weerstand. De vliegbevorderende

een massa. De zwaartekracht trekt het naar de aarde. Elk

krachten komen van de motor en de vleugels. De motor


TREK

K R AC

HT

drijft een schroef aan en zorgt voor trekkracht, die het

evenwicht. Maar als het vliegtuig klimt of daalt, verandert

toestel voorttrekt door de lucht. Zo stroomt er lucht over

dat. Bij het dalen is er minder trekkracht nodig en vliegt

de vleugels, waardoor het vliegtuig wordt opgetild en in de

het toestel dichter naar de aarde toe, onder invloed van de

lucht blijft. Die opwaartse kracht heet ‘lift’. De beweging

zwaartekracht. Bij het stijgen is juist weer meer trekkracht

van het vliegtuig wordt bepaald door het evenwicht tussen

nodig, om het vliegtuig meer lift te geven. Sommige

vliegbevorderende en niet-vliegbevorderende krachten.

toestellen kunnen zelfs verticaal klimmen. Dan is er geen lift

Als het toestel rechtdoor vliegt, blijven die krachten in

meer nodig: de schroef trekt het toestel recht omhoog! 21


RO

LLE

N

H O E B E W E E G T E E N V L I E G T U I G I N D E LU C H T ?

24

Vliegtuigen zijn echte acrobaten van het luchtruim. Als we

draait, stuurt de neus naar links of naar rechts. Die beweging

de bewegingen die een vliegtuig kan maken, willen begrijpen,

wordt ‘gieren’ genoemd.

helpt het om drie denkbeeldige lijnen te trekken door het

Een tweede as gaat horizontaal door het toestel heen en

toestel. Rond die drie ‘assen’ kan het vliegtuig draaien en zo

volgt de vleugels. Als het vliegtuig rond die lijn draait, gaat

bepalen piloten waar ze naartoe vliegen.

de neus op en neer. Dat noemt men ‘stampen’.

De eerste denkbeeldige as gaat verticaal door het toestel

De laatste as gaat ook horizontaal door het toestel, maar dan

heen, van boven naar onder. Als het toestel rond die as

van de voorkant naar de achterkant. Als het vliegtuig rond


N RE GIE

S TA M P E N

die as draait, bewegen de vleugels aan de ene zijde omhoog

bewegen. Aan het uiteinde van de vleugels zitten rolroeren,

en aan de andere omlaag. Dat heet ‘rollen’.

die zorgen dat het vliegtuig kan rollen.

De piloot bepaalt de richting door die drie bewegingen te

Het besturen van een vliegtuig is precisiewerk en een toestel

combineren. Aan de staart zit een verticaal richtingsroer dat

is gevoelig. De piloot moet de stuurknuppel heel voorzichtig

de piloot kan bewegen met een voetenstuur, waardoor het

heen en weer bewegen. Hoe verder de roeren bewegen,

vliegtuig kan gieren. Stampen gebeurt door het horizontale

hoe heftiger het vliegtuig reageert en rond de verschillende

deel van de staart – ook wel het hoogteroer genoemd – te

assen draait. 25


U I TG E L I C H T : N O R T H R O P L I F T I N G B O DY H L - 1 0 / 1 9 6 0

40

De Northrop HL-10 kreeg de bijnaam ‘Vliegende Badkuip’

personenwagen, op de uitgestrekte vlakte van een

door zijn gekke vorm. Het was een van de vijf experimentele

opgedroogd meer. Later werden ze onder de rechtervleugel

lifting bodies die het Amerikaanse ruimtevaartagentschap

van een veel groter toestel gehangen. Als dat toestel een

NASA testte.

hoogte van 15 kilometer bereikte, werd de Northrop HL-10

Dat deden ze in Edwards Air Force Base, in Californië, op

losgelaten. Daarna zette de piloot in de HL-10 de raketmotor

een spectaculaire manier. De eerste prototypes hadden

aan en klom het toestel verder tot op een hoogte van

geen eigen motor en werden voortgetrokken door een

24 kilometer.


Daar aangekomen was de brandstof op en viel de motor uit.

Het toestel landde met een snelheid van 300 kilometer

Vervolgens vloog de piloot steil naar beneden. Zo kon het

per uur op het opgedroogde meer van Edwards Air Force

toestel genoeg snelheid houden om bestuurbaar te blijven

Base.

tot net voor de landing.

Deze experimentele zweeftoestellen leidden tot de

Vluchten duurden nooit lang, er was brandstof aan boord

ontwikkeling van de spaceshuttle, die zelf ook als een

voor een klim van 100 seconden. Van de 37 testvluchten

zweefvliegtuig terug de dampkring in kwam na een

met een HL-10 duurde de langste 7 minuten.

ruimtemissie!

41


HET GRONDEFFECT

42

Als een vleugel dicht bij de grond komt, gedraagt die zich

het toestel zachtjes op de grond neer te zetten. Sommige

anders dan in volle vlucht. Als een vliegtuig lager dan

vliegtuigen, zoals de Ekranoplan, maken daar handig gebruik

5 meter boven de grond vliegt, ontstaat het zogenaamde

van. De vleugel is op een specifieke manier ontworpen,

kussen- of grondeffect.

waardoor die vliegtuigen maar zo hoog als het grondeffect

De lucht kan niet meer weg onder de vleugel en vormt

kunnen vliegen.

een soort luchtkussen, waarop het toestel verder glijdt.

Toch is dat effect niet voor elk toestel handig. Zweef-

Landende vliegtuigen kunnen het kusseneffect gebruiken om

vliegtuigen met hun lange vleugels zijn ontworpen om zo


E K R A N O P L A N A 9 0 - O R LYO N O K / 1 9 6 0

ver mogelijk te zweven zonder te dalen en kunnen daardoor

Onderzoekers ontdekten dat watervleermuizen die laag

soms zelfs niet landen. Ze blijven steeds verder zweven.

over het wateroppervlak scheren, veel minder energie

Om dat tegen te gaan, worden er remkleppen ingebouwd

verbruiken, waardoor hun hartslag laag blijft.

die de luchtstroom over de vleugel verstoren, waardoor die

Een rimpelloos, rustig wateroppervlak geeft daarbij de beste

minder lift produceert. Op die manier kan het toestel wel

resultaten.

landen.

Zeevogels zoals albatrossen en pelikanen kennen ook de

Ook de dierenwereld maakt gebruik van dat grondeffect.

voordelen van het grondeffect. 43


D E W E R K I N G VA N D E F L A P S

58

We weten ondertussen dat de rolroeren de vleugels

het vleugeloppervlak vergroten of verkleinen. Dat geeft

afzonderlijk veranderen van positie en het vliegtuig zo in

vliegtuigen die met een lage snelheid vliegen, voldoende lift

een bepaalde richting kunnen sturen.

en maakt ze stabiel.

Maar er zijn nog meer bewegende delen aan de vleugels, en

Dat is belangrijk bij blusvliegtuigen, zoals de Canadair. Die

die noemen we ‘flaps’. Ze zitten dichter bij de romp. Als je

moeten een grote hoeveelheid water kunnen opscheppen

ooit in een lijnvliegtuig vlak bij de vleugel hebt gezeten, heb

en vervolgens weer vlot kunnen klimmen, ondanks het

je ze misschien in en uit de vleugel zien schuiven. Ze kunnen

extra gewicht. Naast een groot vleugeloppervlak en twee


krachtige turbopropellers zorgen enorme flaps ervoor dat

te verliezen. De piloot krijgt genoeg tijd om het water te

het toestel zijn moeilijke taak kan vervullen. De flaps zijn zo

lozen en de vlammen te doven.

groot dat het staartstuk groter moest zijn om het toestel in

Sommige vliegtuigen hebben ook vooraan op de vleugel

balans te houden.

delen die het oppervlak kunnen wijzigen. Uitschuifbare

Als het vliegtuig boven het vuur vliegt, is de lucht heel

latten vooraan over de hele lengte van de vleugel worden

turbulent en onstabiel. Ook daarbij zijn de flaps belangrijk.

‘slats’ genoemd en worden samen met de flaps gebruikt om

Het toestel kan traag blijven vliegen, zonder lift of stabiliteit

lift te behouden bij lage snelheid. 59


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook