MICHIEL JANZEN
DE AANSLAG DIE MOEST GEBEUREN
MICHIEL JANZEN
DE AANSLAG DIE MOEST GEBEUREN
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp | Wil Immink Design Zetwerk | Banananas Dit verhaal is een gedramatiseerde interpretatie van feiten en fictie. Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust op louter toeval. Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact nemen met onze redactie: redactielifestyle@lannoo.com Š Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018 D/2018/45/650 – NUR 331 isBN: 978 94 014 5562 6 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
– Voor haar –
Het is niet voor te stellen waartoe een mens in staat is om zijn ziel te redden. Het is nog minder voor te stellen welke offers en welke misdaden hij zal begaan om zijn huid te redden. Curzio Malaparte
Hoofdstuk 1
D
e man op de scooter is gespannen, maar laat niks blijken. Niemand heeft oog voor hem. De meeste voorbijgangers die hem passeren, zitten in een auto. Ze rijden Den Haag in of uit. De avond is donker en nat, en het licht van de koplampen weerspiegelt op het glimmende asfalt. De man heeft, vanuit de plek waar hij staat, een perfect zicht op de Utrechtsebaan, de grote uitvalsweg naar het oosten. Zittend op zijn scooter, op de uiterste hoek van het Malieveld, wacht hij en rookt een sigaret. Zijn uitzicht bestaat uit het Haagse Bos, een tankstation en het voormalige Esso-hoofdkantoor ‘De Rode Olifant’. De enkele fietser of jogger die hem passeert, vermoedt in de man met de donkere huid en het groene trainingspak een verveelde observant. Ze schenken hem geen aandacht, ze willen gewoon zo snel mogelijk naar huis. De man op de scooter laat zijn gedachten niet afdwalen. Hij moet het verkeer in de gaten houden. Na acht sigaretten verschijnt de stoet waar hij op wacht. Drie donkerblauwe BMW’s van het meest luxueuze type komen met bovengemiddelde snelheid vanuit het centrum aanzetten. Met het blauwe zwaailicht op het dak dwingen ze het overige verkeer opzij te gaan en hun vrije baan te geven. Vanwege de geblindeerde ruiten kan niemand zien wie er achter in de middelste auto zit, maar het moet een ambassadeur of belangrijk politiek persoon zijn. De drie BMW’s slaan rechts af en draaien de Utrechtsebaan op. Ze versnellen hun tempo. De man op de scooter weet genoeg. Hij drukt op een toets en krijgt iemand aan de lijn. Hij geeft een korte boodschap door, hangt op, trapt met zijn doorweekte snea-
7
ker de laatste peuk uit en start de scooter. Na bijna drie uur wachten verlaat hij zijn observatieplek. Het is 19 september 2018 - 23:15 uur. Anderhalve kilometer verderop wordt de boodschap aangenomen door een man met een Noord-Afrikaans uiterlijk. Hij stoot een kreet uit en de bestuurder naast hem geeft gas. De zilveren Porsche Cayenne sprint weg. Daarachter volgt nog een Cayenne, een zwarte. Beide dragen een Frans kenteken eindigend op 59. De inzittenden houden zich vast en weten wat er van hen verwacht wordt. Vanaf de Schenkkade stuiven de twee Porsche SUV’s met volle vaart de Utrechtsebaan op. De uitlaatpijpen van de V8-motoren brullen voluit als het gaspedaal diep wordt ingetrapt. Met een lichtsignaal van de xenonlampen worden andere weggebruikers opzij gedwongen. De twee Porsches razen over de invoegstrook van de Utrechtsebaan en komen kort achter de BMW’s de driebaansweg op. De BMW’s blijven in formatie rijden. Er is geen acuut gevaar. Dat verandert als de Porsches zich naast de middelste en achterste BMW manoeuvreren. De voorste BMW is een X5 Security Plus, een extra zwaar gepantserde SUV, die vooral de weg moet vrijmaken. Deze auto is geen doelwit. De passagiers in de BMW-limousines daarachter zien de achterruiten van de grote Porsches omlaag zakken. In het schijnsel van de straatverlichting wordt een figuur met zwartgeruite hoofddoek half zichtbaar. De keffiyeh is zo omgedaan dat alleen de ogen vrij blijven. De korte loop van een UZI-pistoolmitrailleur verschijnt in de raamopening en meteen hameren de kogels op de donkere ramen van de gepantserde limousines. Vanuit beide Porsches wordt met repeterend vuur op de achterste twee BMW’s geschoten. Uit het dak van de eerste Porsche rijst een man omhoog met identieke hoofddoek en een AK-47 in zijn handen. Hij legt aan en neemt de middelste BMW onder vuur. Het gedreun van de wapens klinkt als een vernietigende stampede over de natte snelweg. De bestuurders van de BMW’s versnellen hun tempo. De snelheidsmeter nadert de 180, maar de Porsches laten hun prooi niet meer los.
8
De bestuurder van de X5 probeert de voorste Cayenne, die schuin achter hem rijdt, van de middelste rijbaan te duwen. Met een gewicht van bijna vier ton is de BMW net zo zwaar als een kleine vrachtwagen. Staal tegen staal, de vonken springen ervan af. De Cayenne wordt door pure massa opzij gedwongen. De onervaren bestuurder van de Porsche schreeuwt en trekt aan het stuur om de auto in het spoor naast de BMW-limousine te houden. Hij mist de ervaring die de chauffeur van de geblindeerde auto tijdens zijn rijopleiding heeft opgedaan. De kogels uit de AK-47 vliegen alle kanten op. Door het lagere gewicht is de Porsche wendbaarder dan de zware BMW. Wanneer de auto’s even losraken, remt de paniekerige bestuurder af, juist op het moment dat de X5 opnieuw een aanval inzet. De gepantserde auto schiet naar voren en botst zijwaarts tegen een automobilist op de rechterbaan, die tegen de vangrail knalt. De remactie van de eerste Porsche is een verrassing voor de tweede. De twee belagers zitten nu bumper aan bumper. De achterste BMW houdt in, wijkt af van zijn baanvak en voert de snelheid weer op. Dat gaat bij een gepantserde auto niet zo snel. Bij deze snelheid nadert hij langzaam de zwarte Cayenne. De chauffeur, die praktisch geen zicht meer heeft door de grote inslagen op het kogelvrije glas, beukt met de voorkant van zijn auto tegen de achterbumper van de Porsche. Hij probeert door rambewegingen de SUV uit balans te brengen. De achterbumper van de Cayenne raakt los en stuitert op het asfalt, maar verder is het resultaat ontmoedigend. De Porsche wijkt niet van zijn koers. De gecamoufleerde schutters mikken op de banden van de BMW’s. De lucht ontsnapt en de luxe auto’s beginnen scheef te hangen, maar de runflatbanden zorgen ervoor dat de bestuurders de zware bolides stabiel kunnen houden. Met toegestane snelheid is de afstand tussen het Schenkviaduct en de afslag bij het Prins Clausplein in iets minder dan twee minuten af te leggen. De BMW’s en Porsches rijden ruim twee keer zo snel als toegestaan. Het overige verkeer wijkt opzij en kiest de veilige rechterbaan. De schutters achter in de Porsche SUV’s hebben hun UZI verwisseld voor een tweede exemplaar met vol magazijn. Met de vuurregelaar op full auto blijven ze de achterruiten van de BMW’s onder vuur nemen.
9
De lege hulzen tikken op het wegdek en vormen een kiezelspoor. De uitvoegstrook richting Amsterdam en Rotterdam dient zich aan. De bestuurder van de voorste Cayenne schreeuwt en stuurt die richting uit. De tweede Cayenne volgt. Vanuit de achterste BMW worden enkele schoten op de Porsches gelost. De achterruit wordt versplinterd en de kentekenplaat komt los. De twee Porsches schieten voor het overige verkeer en verdwijnen richting Rotterdam. Wat op de Utrechtsebaan achterblijft is een ravage. Zeventien auto’s hebben zware schade of zijn op elkaar gereden, waarvan tien aan de overkant door filmende chauffeurs. Bij Nootdorp gaan de twee beschadigde BMW’s de A12 af. De X5 volgt kort daarna. De carrosserieën van de gepantserde auto’s zijn bezaaid met stervormige gaatjes. Bij de tweede auto is de voorruit bijna volledig versplinterd. De chauffeur heeft het laatste stuk met zijn hoofd uit het raam gestuurd. Twee politieauto’s en een motorambulance arriveren binnen enkele minuten. De getrainde beveiligers brengen een gedetailleerd verslag uit. De Utrechtsebaan wordt afgezet voor sporenonderzoek, dat de hele nacht zal duren. Kort na de aanslag cirkelen de eerste drones boven de rampplek. Als bijen die het verse stuifmeel ruiken. Het is de start van een mediahype. Naamloze mannen in witte overalls, gestuurd door forensische opsporing, analyseren de profielafdrukken van de banden, de glasscherven van de verbrijzelde koplampen, de Franse kentekenplaat, de achterbumper en de honderden lege kogelhulzen die over het asfalt verspreid liggen.
10
Hoofdstuk 2
B
art Hoogstraten staat midden op straat en bekijkt de gevels. Die ogen weinig uitnodigend. Grauwe portiekwoningen met een willekeur aan gordijnen, vitrages en jaloezieën, steile portiektrappen – een architectonische truc om zoveel mogelijk woonruimte te creëren – en gevels verweerd door te weinig onderhoud. De nacht maakt de wijk nog somberder. Ik heb beter gezien, denkt hij. Een zwarte Chrysler 300 draait de hoek om. Een kort lichtsignaal. Bart steekt zijn hand op. De bestuurder heeft mazzel, er is net een plek vrij gekomen. Langzaam schuift de grote Amerikaan tussen de andere auto’s. De motor valt stil, het licht dooft. Een slanke man met donkerblond stekelhaar en zonnebril op zijn hoofd, stapt uit. Als een bankkluis valt de autodeur weer dicht. Met een bliepje wordt alles afgesloten. ‘Yo Bart!’ ‘Ha Rogier, dikke kar zeg.’ Ze boksen met hun rechtervuist. ‘Dezelfde auto als Walter White, je weet wel.’ Bart glimlacht. ‘Zit je ook in de methbusiness?’ ‘Ah-ah, ik ben een keurige huisjesmelker. Nou ja, bijna keurig. Ik geef niet alles op, als je begrijpt wat ik bedoel.’ Knipoog erbij. Hij stoot Bart zacht tegen zijn wang. ‘Hoe is het, gast? Lang niet gezien.’ ‘Klote. Ik ben weg bij Sylvia, mijn vriendin. Herstel, ex-vriendin. Nu heb ik dringend een woning nodig.’ ‘En toen dacht je: ik bel mijn oude buurjongen. Die kan wel iets voor me ritselen.’
11
‘Exact. Ik slaap al een week op de bank.’ ‘Is het zo erg?’ Bart trekt een pijnlijke grimas. ‘Misschien is dit iets voor je.’ Rogier haalt een pakje sigaretten tevoorschijn en kijkt omhoog naar de gevel voor hen. ‘Eerste etage. Die met die kapotte vitrages. Ik waarschuw je, er is nog wat werk aan.’ ‘A1-locatie’, glimlacht Bart. ‘Haha, welkom in de Schilderswijk. Dit is nou de multiculturele samenleving.’ Hij slaat Bart op de schouders. ‘Kom, we gaan binnen kijken.’ Ze lopen naar de portiektrap. Op de stoep staat een oude toermotor geparkeerd. Krassen op de kuip en het scherm. Een helm hangt aan het stuur. ‘Is die van jou?’ ‘Yep.’ ‘Cool.’ Rogier steekt zijn duim omhoog, terwijl hij de treden beklimt. ‘Nooit gedoe om een parkeerplaats.’ Het interieur oogt zo mogelijk nog slechter. Afgetrapte houten vloeren, vergeeld behang, kale deuren en een peertje aan het plafond dat de vochtplekken extra belicht. In de gang ligt smoezelige vloerbedekking, de keuken bestaat uit een scheefgezakt kastenblok, de tegelwand zit vol kookspatten. De badkamer met zwarte kitranden dateert uit de jaren zestig en ruikt muf. ‘Is dit appartement van jou?’ ‘Yep. Via een executieveiling gekocht.’ ‘Serieus? Je bent nog steeds een ritselaar. Vroeger met fietsen en brommers en nu pandjes. Wat doe je nog meer?’ ‘Haha, rustig aan Bartje. Er is wel meer dat je niet weet.’ Bart gluurt door het achterraam. Stenen binnenplaatsjes zonder poort naar de straat, verrotte balkonnetjes en overal tv-schotels. Een mistroostig uitzicht. ‘Hoe noemde jij het ook alweer? Een uitgewoond hok.’
12
‘Dat zeg ik.’ Rogier trekt aan zijn sigaret. ‘Zaten jarenlang illegalen in. De laatste bewoners waren een stel Marokkanen. Die zijn er door de politie uitgezet.’ ‘Waarom?’ ‘Weet ik veel. Stomme Mocro’s.’ Hij tikt as af. ‘Kan van alles geweest zijn.’ ‘Waarom maak je er geen Airbnb-huis van?’ ‘Pleur op! Da’s alleen maar gezeik. Ik ben pandjesbaas, geen kamermeisje.’ Ze staan in de woonkamer waar ooit een suite in zat. Bart kijkt rond. De ruimte is leeg op een doorgezakte bank en een verhuisdoos na. Rogier knikt ernaar. ‘Die troep laat ik wel wegflikkeren. Kom, ik zoek verder voor je. Ik heb in Laakkwartier nog een etage die binnenkort vrijkomt.’ Hardop pratend loopt hij naar de gang. Bart volgt niet. Hij opent een van de dozen. Waarschijnlijk vergeten bij de ontruiming. Er zitten kranten, losse papieren, een schriftje en een metalen kistje in. Hij haalt het eruit. Het oogt antiek, maar het materiaal is te licht om waardevol te zijn. De deksel wil niet open. Aan de voorkant zit een sleutelgat. Hij schudt er even mee. Er zit iets in. Zijn nieuwsgierigheid is gewekt. ‘Kom je?’ hoort hij Rogier roepen. Bart reageert niet. Hij zet het kistje terug, kijkt rond en ziet zijn oude kamer aan de Rapenburg voor zich. Een veel te klein hok in een eeuwenoud grachtenpand. Door voormalige studenten met kleurrijk taalgebruik volgekraste muren. Overal slingerden oude kranten en beduimelde tijdschriften van bedenkelijk allooi. De woonkamer was bezaaid met lege bierflesjes en koffiebekers vol peuken alsof het feest net afgelopen was. In de keuken – die alleen tijdens de examenperioden opgeruimd werd – kon je je kont niet keren of je stootte tegen de lege verpakkingen, etensresten en vuile vaat omdat iedereen alleen afwast wat hij nodig heeft. De onvermijdelijke schimmelranden in de koelkast, de amateuristische elektriciteitsaansluitingen en de bruin uitgeslagen toiletpot waarop je alleen plaatsneemt als je nergens anders heen kunt. “Niet zeiken. Goed voor je weerstand, lullo!”
13
Bart voelt zich opeens thuis in deze setting. Precies als toen. ‘Er moet wat aan gedaan worden…’ mompelt hij tegen zichzelf. Hij vindt Rogier terug met zijn hoofd in het gootsteenkastje. Die kijkt op en maakt een wegwerpgebaar. ‘Ouwe zooi. Dat gaat er allemaal uit.’ Bart neemt de ruimte op. Daar valt best iets van te maken. ‘Waarom ben je bij haar weg?’ vraagt Rogier. ‘Wie?’ ‘Je vriendin. Je “herstel ex-vriendin”. Hoe heet ze?’ ‘Sylvia. Lang verhaal kort. Zij werd gek van mijn ritme, ik werd gek van haar socialmediagedrag. You name it, zij deed het. Kon niet zonder haar telefoon. Ze is stewardess en leeft alleen nog maar voor de buitenkant. Je weet wel, alleen maar van die suffe selfies maken en posten. Overal waar ze geweest was. Altijd zo’n duckface.’ ‘Welk ritme?’ ‘Wat bedoel je?’ ‘Je zei: “Ze werd gek van mijn ritme.”’ ‘Oh, nou ik werk ’s nachts en lig vaak tot twee uur ’s middags te pitten.’ ‘En dan?’ ‘Dan ga ik gamen.’ ‘Nee, ik bedoel. Wat is daar zo erg aan?’ ‘Sylvia is een enorme controlefreak. Haar appartement ziet eruit als een hotelkamer. Alles tot in de puntjes verzorgd. Ik ben daar niet zo goed in.’ ‘Laat me raden. Jij maakt zelfs van het vriesvak een bende.’ ‘Zo kun je het omschrijven.’ ‘Hoe noem jij het dan?’ ‘Een moleculaire inrichting.’ ‘Haha, briljant. Is het een lekker wijf?’ ‘…’ ‘Nou?’ ‘Wat zal ik zeggen. Een stewardess.’ ‘Op wie lijkt ze?’ ‘Anderen zeggen een beetje op Penelope Cruz.’
14
‘Ha, killerbody dus!’ Rogier drukt zijn peuk uit in de spoelbak. ‘Die had ik dus nooit laten gaan.’ Bart glimlacht. ‘Wat is er?’ vraagt Rogier. ‘Ik neem het.’ ‘Je loopt te dollen.’ ‘Nee, serieus. Precies wat ik zoek. Er is zelfs ruimte voor Nyx.’ Rogier trekt een wenkbrauw op. Hij slentert terug naar de gang. ‘Ruimte voor je Nikes, heb je er zoveel?’ ‘Wat?’ ‘Sneakers. Laat maar.’ Een hoog bliepje. Rogier haalt zijn telefoon uit zijn broekzak. ‘Fuck man! Er is een aanslag op Gust Dewilde gepleegd!’
15
Hoofdstuk 3
D
e aanslag wordt breed uitgemeten in het nieuws. De persconferentie in Nieuwspoort is om halfeen ’s nachts, iets meer dan een uur nadat de eerste kogels rondvlogen. Vragen over de vermoedelijke daders en hun motief worden niet beantwoord. Alleen de feiten worden keer op keer herhaald en geanalyseerd. De aanslag duurde niet langer dan anderhalve minuut. Er werden ruim driehonderd kogels afgevuurd. Geen enkele van de 9 mm en 7.62 mm-patronen drong de gepantserde BMW’s binnen. Behalve vier onoplettende automobilisten raakte niemand gewond. De heer Dewilde is er met de schrik vanaf gekomen. De politie roept getuigen en omstanders op om zich te melden. Er komen tientallen tips binnen, waaronder foto’s en filmpjes van automobilisten die over de Utrechtsebaan reden en bellend achter het stuur zaten. De gemeente Den Haag opent een meldpunt voor iedereen die direct of indirect iets gehoord heeft over de aanslag. Ondanks de ernst van de situatie proberen verschillende bedrijven en personen een slaatje te slaan uit de aanslag. Natuurlijk twittert Dewilde er meteen over. Hij weet dat dit het moment is voor de NDV om zieltjes te winnen. BMW proclameert met een paginagrote advertentie in de landelijke dagbladen dat ‘de veiligheid van hun auto’s nooit eerder zo op de proef is gesteld.’ En dan zijn er de ramptoeristen. Voor hen zijn er gedenkborden, T-shirts en allerlei andere prullaria. Enkele handige Haagse ondernemers springen op de vele aandacht in en organiseren city-shootingtours. Dat BMW enig recht van spreken heeft, valt niet te ontkennen. De gepantserde limousines bleken bestand tegen de kogelregen van de aanslagplegers. De stalen veiligheidskooi en de centimeters dikke ra-
16
men voldoen aan beveiligingsniveau Vehicle Resistance niveau 9, een TNO-certificering die pas afgegeven wordt nadat proefondervindelijk gebleken is dat kogels uit lichte tot zware handvuurwapens niet kunnen doordringen tot in de cabine van de auto. VR 9 is bestand tegen de inslag van UZI’s en de AK-74. Het was niet alleen die bepantsering die de lakmoesproef doorstond, ook de runflatbanden en de stuurmanskunsten van de chauffeurs bleken de test met glans doorstaan te hebben. Dewilde krijgt een vloot van drie nieuwe auto’s toegewezen. Bij elke rit een ander Duits merk. Door de aanslag neemt de vraag naar gepantserde auto’s exponentieel toe. Andere ministers en hoogwaardigheidsbekleders kiezen nu ook een gepantserde auto als vervoermiddel. Wekenlang is de aanslag op Gust Dewilde een trending topic in het nieuws. De internationale media krijgen er maar niet genoeg van. De kranten staan vol met reconstructieschetsen en biografieën van Dewilde. Hoe de Belg met Vlaamse vader en Nederlandse moeder zich in 2003 van de N-VA afscheidde om een extreemrechtse koers te volgen. Hij doopte zijn ‘Groep Dewilde’ al gauw om tot de NDV, de Nationaal Democratische Volkspartij. Met zijn geblondeerde haar en Vlaams-Brabantse tongval was Dewilde een opvallende verschijning. Zijn queeste tegen de islamisering van België sprak een groot deel van de bevolking aan. Toen in 2004 de eerste kogelbrieven en doodsbedreigingen bij hem arriveerden, werd hij onder permanente beveiliging geplaatst. Dewilde en zijn Israëlische vriendin Noa verbleven voortaan op geheime adressen en verschenen nooit in het openbaar zonder een kordon aan beveiligers om hen heen. Dit geïsoleerde bestaan legde hem geen windeieren. Bij de verkiezingen van 2011 haalde de NDV twaalf zetels in het Belgische Parlement. Begin dit jaar heeft Dewilde bekend gemaakt dat hij opzij treedt voor een opvolger en zelf plaats zal nemen in het Europees parlement. Op die wijze wil hij meer invloed uitoefenen op het Europese asielbeleid. Een kritische journalist die hem vroeg naar een reactie op het stevige salaris dat Europarlementariërs ontvangen, kreeg als antwoord: ‘Nou en? Ik werk er keihard voor.’ De recherche volgt het spoor van de achtergebleven munitieresten en kentekenplaat. Kenners op het gebied van autobepantsering en
17
s pecialistische rijopleidingen worden opgetrommeld om antwoorden te geven en aan te schuiven in talkshows. Iedereen met enig verstand van een gewapende moordaanslag wordt gevraagd zijn mening te geven. Na twee weken weet elke Belg en Nederlander alles over de schietpartij op de Utrechtsebaan. In zijn woning buiten het centrum van Den Haag heeft een man nauwgezet alle berichtgeving rondom de aanslag gevolgd. Toen hij de eerste keer het nieuws hoorde, vloekte hij hardop. Naarmate er meer bekend werd, liet hij zijn eigen analyse op de moordpoging los. Hij begreep het niet. Wat was er misgegaan? Hij liep het in zijn gedachten nogmaals na. Hij had vernomen dat Dewilde ergens in Den Haag een selecte groep zou toespreken. Na enkele telefoontjes en toezeggingen had hij vernomen dat de geheime locatie een gerenommeerd hotel was en had hij de naam van een receptionist achterhaald. De receptionist in kwestie bleek ooit een hennepkwekerij gerund te hebben. Een jeugdzonde waarvan zijn werkgever niet op de hoogte was. Na enige verbale druk bleek de jongeman bereid om mee te werken. Op 19 september om 20:00 uur ontving hij een whatsapp van de receptionist. Hij is er! Zodra hij las dat Dewilde was gearriveerd, had hij zijn mannetje geactiveerd. De daders hadden zich bij het Malieveld en boven aan de Utrechtsebaan opgesteld. Het lange wachten begon. En nu was het alsnog mislukt. Waarom hadden die gasten het niet beter voorbereid? Waarom hadden ze geen zwaardere wapens ingezet? Wisten ze niet wat VR9 inhield? Hij kauwt op de poot van zijn bril en denkt na. Stelletje amateurs. Daar heeft hij niks meer aan. Hij moet het anders aanpakken. Hij heeft een nieuw gezicht nodig. Iemand van buiten.
18
Hoofdstuk 4
H
et afplakken van alle kozijnen, deurstijlen en stopcontacten kost Bart twee uur. Klussen is niet zijn ding, maar in deze omstandigheden moet hij wel. En dan kan ik het maar beter zo aangenaam mogelijk maken, denkt hij. Terwijl zijn favoriete playlist afspeelt, werkt hij met de klok mee de muren van de woonkamer af. Hij wrikt de emmer latex open, roert het goed door en doopt de roller erin. Op het moment dat hij met de steel in de aanslag staat om de eerste strook verf aan te brengen, hoort hij zijn telefoon overgaan. Zuchtend legt hij het druipende gereedschap neer. Sylvia. Wat zal hij doen? ‘Ja, met mij.’ ‘Wanneer kom je je spullen ophalen?’ Geen greintje emotie in haar stem. ‘Weet ik niet. Ik sta te schilderen.’ ‘En die griezel? Die wil ik vandaag nog weg hebben!’ Hij zucht. Ze is volledig opgefokt. ‘Hou de kas dicht, dan is er niks aan de hand.’ ‘Je luistert niet, hè? Kom die griezel vandaag ophalen, of ik laat Paul de hele zooi wegflikkeren!’ Opgehangen. Paul, haar jongere broertje, die is nog banger dan zij, denkt Bart. Hij kijkt rond. De ruwe houten vloer, de oude vloerbedekking slordig opgerold in de hoek, de emmers vol latex en het kale peertje aan het plafond. Hij was van plan vandaag alles aan te pakken, maar door de telefoon van Sylvia komt er niets van terecht.
19
Het begint te schemeren wanneer hij weer met de verfroller over de muur strijkt. ‘Meters maken’, zegt hij hardop. Zijn armen schuiven heen en weer. Eerst de grote stukken doen, daarna zal hij wel de randen afwerken. Hij is halverwege de woonkamer als met een doffe plop het licht uitvalt. ‘Shit, niet nu!’ Bezweet loopt hij naar de voordeur en opent het houten luikje. Een verouderde stoppenkast. Zijn ogen speuren naar reservezekeringen. Nergens te bekennen. ‘Shit! Shit!’ Een blik in de voorkamer. Daar brandt nog licht. Gelukkig. Het is halfzeven. Waar haalt hij nu nog dit soort zekeringen vandaan? De Gamma is open tot negen uur. Hij schiet zijn leren jack aan, voelt de motorsleutel in zijn zak en grist naar zijn helm. Zonder licht kan hij de rest van de avond afschrijven. Met handen vol verfspatten stormt hij de portiektrap af en botst bijna op een donkere schim die met gebogen hoofd naar boven komt. Het gaat net goed. ‘Maashallah!’ jammert de man die zich krampachtig vasthoudt aan de trapleuning. Een plastic zakje ligt aan zijn voeten. ‘Sorry… sorry… ik zag u te laat.’ ‘Is goed, is goed.’ De moslim zet zijn kufi recht, pakt het zakje op en kijkt Bart beduusd aan. ‘Nogmaals sorry, ik heb haast.’ ‘Haastige spoed is nooit goed’, gebiedt de man hem vriendelijk met toegeknepen ogen. ‘Zelden’, corrigeert Bart. ‘Huh?’ ‘Maakt niet uit. Ik moet verder.’ ‘Bent u hier komen wonen?’ Dit wordt een gesprek, denkt Bart. Hou het kort. ‘Ja, inderdaad. Ik ben aan het klussen maar mijn zekeringen zijn doorgeslagen en ik heb geen reserve-exemplaren. Ik moet dus snel naar de bouwmarkt.’ ‘Waarom?’ vraagt de moslim.
20