Het complete
ketnet
KOOKBOEK
Het complete
ketnet
KOOKBOEK Van hapje
tot dessert
www.lannoo.com www.ketnet.be Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Eerste herziene editie © Uitgeverij Lannoo nv / Ketnet, 2018 Tekst: Sabrina Crijns, Kokirina en Hilde Smeesters www.kokirina.be Foto’s: Yannick Vermeire, Whitespray, Heikki Verdurme en Shutterstock Grafische vormgeving: Mieke Smalle en Studio Lannoo Met dank aan Anna, Gilles, Louis, Pieter-Jan, Gracy, Sarah, Laura, Simon, Siebe, Flo, Saloua, Chaimae, Jeremy, Vidar, Zoë, Margo, Gilles, Renée, Thomas en Maxim ISBN 978 94 014 5535 0 D/2018/45/622 NUR 216
INHOUD 10
De regels van de keuken
12
Wat is dat?
14 Kookweetjes 15 Keukenlatijn
17
APERITIEFJES
18
Mulino
20
Sneeuwwitje
22
Ananashartje
24
Aardbeien-icetea
27 Indische theepunch
29
HAPJES EN SNACKS
31
Bloementoastjes
32
Wraps uit de box
34
Rupswraps met appel-tonijn
36 Smile-olijvencakejes 38 Pizza 41
Mexicaanse pizza
42
Panini mozzarella-tomaat
45
Muffins met erwtjes en ham
46 Naanbroodjes
4
49 Yoghurtdip 50 Roomkaasdip 52 Tzatziki 54
Halloween worteltaart
56
Miniworstenbroodjes met maxismaak
58 Loempia 61 Hapjesbeest 62 Rijstballetjes 65 Kipnuggets 66
Gevulde sigaartjes
69 Croquegezichtje 70
Groene spookjes-spinaziepannenkoeken
73
Braziliaanse kaasbolletjes
75
VOORGERECHTEN EN SOEPEN
77 Appel-seldersoepje 78 Zonnestraal-paprikasoepje 80 Appel-tomaat-honingsoepje 82 Pompoensoep 84
Tomatensoep met balletjes
86 Cazuela 89 Erwtensoep 90
Kaassoep met croutons
93
Omgedraaide kerstomaattaart
94
Indische aardappeltorentjes
5
97 Fetaslaatje 98 Perzikbootjes 101
Vrolijke inktvis
102 Lieveheersbeestjes 105
Vis onder een mantel
106 Notenburgers 109
Appeltje in cadeau met kip
111
HOOFDGERECHTEN
112
Zuiders gevulde tomaatjes met couscous
114
Brochette van gehaktballetjes en courgette
117 Ananaschutney 118
Komkommerbootjes met kalfsfilet
120
Vegetarische spinazie-seitanschotel
122 Hamburgers 125 Frietjes 126
Piratenribbetjes met matrozensausje
6
129
Viskokospotje met koriander
130 Mosselkoekjespot 132
Exotische waterlelie met vis en mangosalsa
134
Kerriekip met banaan en rijst
136
Rundvlees met pindasaus
138
Krokante zalm met raitasausje
141 Aardappelmuffins 142
Fishsticks met augurkensaus
145 Aardappelkoekjes 146
Appelmoes met gebakken aardappelen
en worst
150
Puree met spekjes en appel
152 Tomatensaus 154
Spaghetti bolognaise
157
Pasta met pesto
158
Macaroni met gehakt
161
Pasta met ham en kaas
162
Gehaktballetjes met wortel-tomatensaus
165
Gehaktschotel met paprika en bloemkool
166
Pita met falafelballetjes
169
DESSERTEN
170
Bessen-crumbletaart met verliefde hartjes
172 Kerstmanpeperkoek 174 Chocomousse
7
177
Snelle gegratineerde fruitsalade
178
Soldaatjes met chocolade
181 Bananenbrood 182 Rabarbertaart 185 Fruittaart 186 Aardbeientrifle 189 Notentaart 190
Puddingtaart met rozijnen
193 Yoghurtcake 194 Caketrein 197 Vlindercakejes 198
Vulkaantaart met aardbeien
201 Petit-beurretaart 202
Gevulde peertjes met marshmallows
205
Appeltjes uit de oven
206 Appelflappen 209 Tapijtcake 210 Bosbessenmuffins 213 Ananassoepje 214 Waterijsjes 217 Driekleurenijs 218
De snelste appeltaart
221
De snelste chocoladecake
8
222 Chocoladefondue 224
Chocolade aardbeien
225 Chocoladeworst 226 Chocoladepralines 229 Kokospralines 230 Chocoladepizza 233
Chocolate chip cookies
234 Marshmallowkoekjes 236
Grappige ventjes
238 Speculaas 240
Chocoladekoekjes met marsepein
242 Kokosrotsjes 245 Mielie-plaatkoekjes 246 Anzac-koekjes 248 Zandkoekjes 250 Wafels 252
Gevulde koeken
254 Jam
9
De regels van de keuken PAS OP MET MESSEN
DRAAI DE STEEL VAN JE STEELPANNETJES OF KOEKENPAN ALTIJD NAAR DE ZIJKANT
Gebruik een scherp mes als je harde ingrediënten – zoals aardappelen, hard fruit of groenten – moet snijden. Dat gaat beter dan een bot mes. Steek eerst de punt van het mes in wat je moet snijden. Als het niet meteen lukt, vraag dan even hulp. En snijd niet in je vingers! Dat is namelijk ten strengste verboden in dit kookboek.
Zo blijf je niet haken achter de steel. BLIJF ALTIJD BIJ HET VUUR ALS JE KOOKT OF BAKT
Zo merk je meteen als er iets dreigt over te koken of aan te bakken en kun je het vuur altijd zachter zetten.
PAS OP MET VUUR ZET HET VUUR EN DE OVEN UIT ALS JE KLAAR BENT
Je kunt je branden aan het fornuis of aan de oven, maar je kunt ook iets heel heets over je heen krijgen. Pas dus goed op met hete olie (voor frietjes) of met kokendheet water of andere vloeistoffen. Vraag een volwassene om je te helpen en in de buurt te blijven.
Draai alle knoppen dicht zodra je de potten van het vuur haalt. TREK ELEKTRISCHE APPARATEN UIT ALS JE KLAAR BENT
Een mixer, een croque-monsieurapparaat... je laat de stekker beter niet in het stopcontact steken!
OVENWANTEN OF PANNENLAPPEN ZIJN GEEN OVERBODIGE LUXE!
Vraag ze cadeau voor je verjaardag of kerst of leen die van je ouders. Ze zijn onmisbaar om hete potten van het vuur of een bakplaat uit de oven te halen.
10
De moeilijkheidsgraad van de recepten is aangeduid met sterretjes, van heel eenvoudig tot wat moeilijker
.
WAS JE HANDEN VOOR JE BEGINT
Maak er een goede gewoonte van om als kok steeds je handen met water en zeep te wassen.
LEES HET HELE RECEPT VOOR JE BEGINT
Misschien hebben jullie geen oven of mag je van je ouders niet met het fornuis werken. Kijk daarom het recept na voor je alle ingrediënten gaat mengen. Zet alle ingrediënten en keukengerei van tevoren klaar. Dat werkt stukken gemakkelijker en sneller.
MAAK ER GEEN PUINHOOP VAN
Een keuken is geen slagveld of speeltuin. Probeer netjes te werken en zet eventueel een bak met afwaswater klaar, zodat je alles meteen kunt schoonmaken. Dat doen chefs in restaurants ook!
WEEG ALLES AF MET EEN WEEGSCHAAL, ZEKER ALS JE BAKT
DOE EEN SCHORT VOOR
Schatten kan echt niet als je gaat koken!
Sommige ingrediënten maken lelijke vlekken op je kleren. Het zou zonde zijn je favoriete T-shirt te verknoeien door een lelijke chocoladevlek, niet?
PROEF!
Een echte kok moét proeven of zijn gerechten lekker zijn. Misschien ben je het zout in de soep vergeten of de suiker in je taart! Proeven kan nooit kwaad – maar doe het met één lepeltje tegelijk...
MAAK EEN BOODSCHAPPENLIJSTJE
Niets zo vervelend als ontdekken dat de suiker op is als je taart aan het bakken bent. Ga eerst winkelen met een lijstje of geef je lijstje aan je ouders mee als ze naar de supermarkt gaan. Schrijf er ook op hoeveel je van een bepaald ingrediënt nodig hebt, zodat je zeker genoeg (en ook niet te veel!) meebrengt.
RUIM DE KEUKEN OP ALS JE KLAAR BENT
Dan vinden je ouders het vast niet erg als je vraagt om nog een keertje iets te mogen klaarmaken. 11
Wat is dat? Een KOEKENPAN bestaat in alle maten. Je hebt ze met en zonder antiaanbaklaagje. Als er een antiaanbaklaag in de pan zit, hoef je geen of heel weinig vetstof te gebruiken.
Een PANNENLIKKER heeft meestal een houten of plastic handvat met bovenop een beweeglijk stukje waarmee je het laatste beslag uit de kom krijgt of waarmee je bijvoorbeeld heel voorzichtig eiwit onder iets roert.
Een KLOPPER heb je heel vaak nodig. Je hebt de gewone kloppers met de ijzerdraden die over elkaar gaan, maar er zijn ook kloppers met bolletjes op het uiteinde of met een soort ‘spiraal’ over een draadje. Gebruik gewoon de klopper die bij jou thuis in de keukenlade ligt.
Een FORNUIS dient om op te koken. Je hebt gasfornuizen, elektrische fornuizen, fornuizen met keramische platen en inductiefornuizen. Vraag je ouders hoe het fornuis werkt voor je aan de slag gaat. In een OVEN kun je bakken. Er zijn elektrische ovens en gasovens en ovens met of zonder hete lucht. Vraag je ouders hoe de oven werkt voor je aan het bakken slaat.
Een MIXER heeft vaak meerdere ‘opzetstukken’. Je hebt een staaf waarmee je allerlei dingen – soep, fruit, yoghurt... – kunt fijnmixen en een ‘klopper’ waarmee je bijvoorbeeld eiwit of room kunt stijf kloppen. Vraag je ouders om uitleg als je hem de eerste keer gebruikt.
Een keuken lijkt soms wel een labo vol geheimzinnige instrumenten. Zorg dat je de juiste keukenspullen gebruikt.
Een BLENDER is een mixer in een keukenmachine. Hij mixt ook alles fijn. Een SPATEL is een soort platte ‘lat’ met een handvat. Je gebruikt ze om iets in de pan om te draaien. 12
Een MAGNETRON is heel gemakkelijk om allerlei zaken snel op te warmen. Meestal kun je hem op meerdere ‘vermogens’ gebruiken. Vraag je ouders hoe de magnetron werkt voor je hem gebruikt.
Met een WEEGSCHAAL meet je alle ingrediënten af. Een digitaal exemplaar werkt het gemakkelijkst. Een CITRUSPERS gebruik je om het sap uit sinaasappels, citroenen, limoenen en pompelmoezen te persen. Er bestaan handmatige en elektrische citruspersen.
BAKVORMEN bestaan in alle maten, vormen en materialen. Je hebt vormen voor muffins, voor taarten en voor cakes. Als je een siliconen vorm gebruikt, zet hem dan op de bakplaat voor je het beslag erin giet. Omdat hij zo flexibel is, loopt het beslag eruit als je hem nog moet verplaatsen. Een ‘springvorm’ heeft een veer aan de zijkant waarmee je hem kunt openen zodat je cake of taart er gemakkelijk uit kan.
Een DUNSCHILLER is een mesje waarmee je wortels, komkommers, enzovoort fijn kunt schillen. Je kunt een dunschiller ook gebruiken om appels en aardappels te schillen, maar je kunt daarvoor ook een aardappelmesje gebruiken. Een WOK is een diepe pan waarin je kunt roerbakken. Wokken is een techniek die vooral in de oosterse keuken wordt gebruikt.
Een SNIJPLANK bestaat in verschillende maten en is gemaakt van hout of hard plastic. Een ZEEF gebruik je om vloeistof en vast te scheiden van elkaar – bijvoorbeeld bij een blikje worstjes of ananas. Een zeef gebruik je ook om klonters uit de bloem te halen. Een VERGIET is eigenlijk een grote zeef. Je gebruikt het om groenten te wassen onder stromend water of om de patatjes of andere groenten in af te gieten. 13
Kookweetjes best smelt, anders loop je de kans dat je eerst moet poetsen voor je kunt beginnen bakken. Of dat je chocolade verbrand is en je helemaal opnieuw moet beginnen! Gebruik alleen schalen van aardewerk, dik glas of plastic in de magnetron. Zet geen metaal of aardewerk met een gouden of zilveren randje in dit soort oven, want dan krijg je vonken en is de oven misschien stuk.
DE OVEN Vraag altijd eerst uitleg aan je ouders voor je met de oven of met het fornuis werkt. In heel wat recepten staat dat je de oven moet ‘voorverwarmen’. Dat betekent dat de oven al moet warm zijn als je het gerecht erin zet. Je moet hem dus minstens 10 minuten van tevoren aanzetten. Zet cakes, taarten en quiches altijd in het midden van de oven. Dat betekent dat je de bakplaat op de middelste richel zet en dat je je bakvorm in het midden van de bakplaat zet. Open de oven niet als je een cake bakt, anders zakt je cake in door de koude lucht die binnenstroomt. Laat de ovendeur dicht tot minstens ¾ van de baktijd verstreken is. Test of je cake genoeg gebakken is met een tandenstoker of – nog beter – een satéstokje. Prik daarmee in het midden van de cake. Als het er droog uitkomt, is je baksel klaar. Als je cake of taart te donker wordt maar nog niet helemaal klaar is, dek je hem af met een stuk aluminiumfolie en zet je hem terug in de oven.
EIWIT KLOPPEN Voor heel wat (bak)recepten moet je eiwitten stijf kloppen. Dat betekent dat er lucht onder het eiwit komt. Een elektrische mixer werkt het gemakkelijkst, maar het lukt ook met een klopper. Vraag eventueel iemand om hulp als je te lang moet kloppen. Gebruik altijd een volledig schone en vooral vetvrije kom en zorg dat er geen eierdooier onder het eiwit zit, anders krijg je het niet opgeklopt. Het eiwit moet zo stijf geklopt worden dat je de kom kunt omdraaien zonder dat het eruit valt. Gebruik het meteen, want anders gaat de lucht er weer uit en zakt het eiwit in.
DE MAGNETRON Heel gemakkelijk als je dingen snel wilt ontdooien of smelten. Let wel goed op: een magnetron werkt snel. Vraag je ouders op welk vermogen je bijvoorbeeld chocolade of boter 14
Keukenlatijn AFGIETEN betekent dat je het vocht weggiet. Je doet het ingrediënt dan in een zeef of vergiet. Soms moet je dat vocht opvangen om later te gebruiken. Lees dus goed het recept! AU BAIN-MARIE is een techniek die vaak wordt gebruikt om chocolade te smelten. Je vult een kookpot met water en zet hem op een zacht vuurtje. In het water zet je een kleinere kookpot of een glazen mengkom. Doe de chocolade in de kleinste pot en blijf roeren terwijl de chocolade smelt.
INVETTEN doe je met olie of boter. Je gebruikt een kwastje of een plastic zakje waar je je hand in stopt en waarmee je het bakblik of de schotel invet. KNEDEN doe je met je handen. Je doet alle ingrediënten in een kom, roert ze door elkaar en gaat dan aan het kneden. Meestal doe je dat om brood- of koekjesdeeg te maken.
Een bakblik bekleden met BAKPAPIER doe je om het baksel niet te laten kleven. Bakpapier is speciaal bruin of wit papier dat je op de gewenste grootte kunt knippen of scheuren. BESLAG is een vloeibaar mengsel, bijvoorbeeld voor pannenkoeken of cake.
SPATELEN gebeurt met een spatel. Je gebruikt het om bijvoorbeeld opgeklopt eiwit of slagroom door een beslag te mengen. Zo blijft het mengsel heel luchtig.
BRUNOISE is een snijwijze, het is het in zeer kleine blokjes (ongeveer 3 mm) snijden van groenten.
Door te ZEVEN haal je grotere brokjes uit bijvoorbeeld bloem. Zo krijg je geen deeg of beslag met stukjes in.
DEEG is een vast mengsel, iets wat je in een bol kunt rollen – bijvoorbeeld voor koekjes.
15