Cornelius Ryan
De langste dag
Over de auteur Toen hij 21 was begon CORNELIUS RYAN met journalistiek, als een plaatselijke correspondent voor Reuters, en in 1943 ging hij bij The Daily Telegraph aan het werk als oorlogsverslaggever. Hij maakte D-Day mee, eerst aan boord van een bommenwerper die over de stranden vloog, en daarna op een patrouilleboot. Na D-Day kreeg hij de taak verslag uit te brengen over de tocht van het 3de Leger van generaal George S. Patton, dat door Frankrijk, BelgiĂŤ, Duitsland en Oostenrijk oprukte, en in Tsjecho-Slowakije eindigde. Na de wapenstilstand in Europa kreeg Ryan de toestemming om de oorlog in de Stille Oceaan te verslaan, maar hij kwam pas aan nadat de Japanners zich al overgegeven hadden. Hij werkte een jaar lang vanuit het kantoor van de Telegraph in Tokio, voordat hij naar Palestina overgeplaatst werd. Tijdens zijn verblijf in het Midden-Oosten tekende Ryan een contract bij Time Inc. en emigreerde hij naar de Verenigde Staten, waar hij in 1951 een genaturaliseerd burger werd. Van dan af ging hij aan de slag bij het tijdschrift Collier als auteur en redacteur, en toen het ter ziele gegaan was in 1956, begon hij met zijn onderzoekswerk voor De langste dag. Het boek werd uitgegeven op de vijftiende verjaardag van D-Day en werd onmiddellijk een bestseller. Tot nu toe zijn er al meer dan 30 miljoen exemplaren van verkocht, in minstens dertig talen. Ryan zette dat succes voort met nog twee andere boeken over de Tweede Wereldoorlog. Hij wilde een boek schrijven over het einde van de oorlog in Europa, waarin hij specifiek aandacht wilde besteden aan de verovering van Berlijn door de Sovjets. Daarvoor moest hij op het hoogtepunt van de Koude Oorlog onderzoekswerk verrichten in Moskou. Het resultaat was De laatste slag, dat in 1966 verscheen en het eerste bewijsmateriaal bevatte dat Hitler op 30 april 1945 zelfmoord gepleegd had in zijn FĂźhrerbunker. Ryan begon toen met onderzoekswerk over Operatie Market Garden. Een brug te ver verscheen op de dertigste verjaardag van de slag. Cornelius Ryan overleed twee maanden later, op 23 november 1974, na een lange strijd tegen kanker. Zijn drie klassiekers kwamen allemaal tot stand via nauwgezet onderzochte verslagen uit de eerste hand van duizenden mannen die in Europa gevochten hadden.
Inhoud OVER DE AUTEUR INLEIDING
4
9
VOORWOORD: D-DAY, DINSDAG 6 JUNI 1944
19
Deel 1
Het wachten 21 Deel 2
De nacht 103 Deel 3
De dag 173 OVER DE SLACHTOFFERS
275
DANKBETUIGING BIJ DE EERSTE UITGAVE
277
VETERANEN VAN D-DAY – NAOORLOGSE CARRIÈRE BIBLIOGRAFIE REGISTER
295 298
VERANTWOORDING VAN DE ILLUSTRATIES
304
280
Inleiding door Douglas McCabe, curator van het Cornelius Ryan Archive H
C
H
H
H
ORNELIUS JOHN RYAN was misschien wel voorbestemd om een gewaardeerd auteur van boeken over de Tweede Wereldoorlog te worden. Hij werd geboren in Dublin, Ierland, op 5 juni 1920 en was de zoon van een Ierse vader die soldaat was in het Britse leger. Via moederszijde was hij de kleinzoon van een propagandist van het IRA, het Iers Republikeins Leger. Zou die vreemde combinatie ertoe hebben geleid dat hij een oorlogscorrespondent werd toen hij 21 was? Misschien. In elk geval was Ryan eerst een plaatselijke correspondent voor Reuters en nadien voor The Daily Telegraph in Londen. Zijn eerste opdracht was verslag uit te brengen over de Amerikaanse 8ste en 9de Luchtmachteenheden of Air Forces, omdat zijn uitgever vond dat ‘jij beter zult kunnen opschieten met die yanks dan onze Britse reporters’.
Hij ervaarde voor het eerst gevechtshandelingen tijdens bom-
Canada, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland. Dit was een
bardementen, zoals de aanvallen op de Duitse verdedigingsli-
van de eerste pogingen om achter ‘de geschiedenis van de ge-
nies tijdens de ochtend van 6 juni 1944. Die bomaanval van
wone man’ te komen. Om zijn doel te bereiken werkte Ryan
de Amerikaanse 9de Air Force kostte de correspondent bijna
samen met Reader’s Digest omdat zij hem konden helpen bij het
zijn leven, toen een motor van het vliegtuig geraakt werd en
onderzoek, onder meer met secretariaats- en vertaaldiensten, en
het toestel er nauwelijks in slaagde naar Engeland terug te ke-
met hun kantoren in Ottawa, Londen, Parijs en Bonn. In ruil
ren. Niettemin was hij later op de dag nog ondernemend ge-
daarvoor kreeg Reader’s Digest de eerste keus voor het boek in
noeg om mee te varen met een motortorpedoboot en voor de
beknopte vorm, vlak voordat het als hardcover zou verschijnen.
stranden te patrouilleren.
10 H
Om al dat onderzoek te vergelijken en verifiëren, tikte
In 1947 ging Ryan voor het tijdschrift Time werken en
Ryan notities uit officiële documenten en secundaire bronnen
emigreerde hij naar de Verenigde Staten. Hij schreef voor
over op systeemkaarten (er bestonden nog geen pc’s in de ja-
het eerst uitvoerig over D-Day in twee krantenartikelen, die
ren 1950!), en dat deed hij ook met details uit vragenlijsten,
verschenen in een reeks van acht artikelen, getiteld Operatie
interviews, getuigenissen en dagboeken. Die kaarten werden
‘Terugkeer naar het bruggenhoofd’. Die artikelen vormden een
dan ingedeeld bij de desbetreffende sectoren van de slag – zoals
kroniek van de inspanningen voor het herstel van de oor-
Omaha en Sword Beach, het Kanaal, Franse dorpen en steden,
logsverwoestingen, vanaf de Franse kust tot in het hart van
en zelfs Londen, Berchtesgaden of Omaha in Nebraska – en
Duitsland. Ryan beweerde altijd dat hij al tien jaar lang aan
chronologisch gerangschikt volgens periodes van 55 minuten.
De langste dag werkte, voordat het boek in 1959 verscheen.
Het was mogelijk dat er voor een persoon of document meer
Maar pas vanaf 1956, toen het tijdschrift Collier, waar hij voor
dan één kaart was, afhankelijk van de hoeveelheid informatie
werkte, over de kop ging, kon hij zich volledig wijden aan het
die de persoon gegeven had, of van de hoeveelheid details die
onderzoek en het schrijven. Net zoals andere journalisten en
een document bevatte. Dat was vooral het geval bij de mensen
militaire historici uit die tijd, noteerde hij zaken uit boeken
die Ryan in de tekst op wilde nemen en naar voren brengen.
en artikelen die hij las, en trok hij naar archieven om ernaar
Hij noemde hen ‘reizigers’.
te kunnen verwijzen met officiële documenten. (Sommige van
Toen werd het tijd om het manuscript te ordenen. Dat
die documenten werden speciaal voor hem vrijgegeven.) Maar
hield in elk geval veel meer in dan gewoon bindteksten tussen
daar liet hij het niet bij.
belangrijke gebeurtenissen schrijven. Zoals goede auteurs dat
Ryan was vastbesloten iets uitzonderlijks te doen: hij vroeg
doen, moest Ryan beslissen hoe het verhaal zou beginnen, hoe
aan de mensen die aan D-Day deelgenomen hadden om con-
het zou verlopen en wanneer het moest eindigen. Hij moest
tact op te nemen met hem en hem hun verhaal te doen, zodat
zijn beste schrijfkunst bovenhalen om te weten met welke stra-
hij het eventueel in het boek kon gebruiken. Hij wilde vooral
tegische sleutels hij zou werken, of hij tegengestelde onder-
ook anekdotes van alle nationaliteiten en liet kleine adverten-
werpen zou opnemen en wanneer hij een climax zou opbou-
ties plaatsen in kranten en tijdschriften in de Verenigde Staten,
wen. Die vaardigheden werden aangescherpt, terwijl hij tussen
DE LANGSTE DAG
1947 en 1949 verslag uitbracht vanuit Israël. Hij plaatste zich-
naal van het 7de Leger). Daar komen nog verscheidene versies
zelf toen ‘volledig “in” het conflict zelf dat zich afspeelde, door
bij van het filmscript voor De langste dag, zakelijke documen-
zich van de ene naar de andere zijde te verplaatsen en zo te
ten en briefwisseling met de uitgevers, en fanmail.
proberen een allesomvattend beeld te schetsen binnen de sfeer
Ryan verzamelde ook uitgebreid onderzoeksmateriaal
en de context van wat er gebeurde’. Die aanpak verklaart, in
voor zijn twee andere oorlogsboeken, De laatste slag en Een
combinatie met zijn vroegere muzikale opleiding en zijn werk
brug te ver, en dossiers met achtergrondmateriaal voor zijn
in het theater, de ‘Ryan-stijl’.
talrijke tijdschriftartikelen. Alles bij elkaar genomen bestaat de verzameling uit meer dan 21.000 primaire bronnen. Ze-
H H H
venhonderd daarvan zijn volledig uitgeschreven interviews die Ryan afgenomen had van burgers, militairen en belang-
De Cornelius J. Ryan Collection of World War II Papers, Ryans
rijke bevelhebbers, als sir Frederick Morgan, generaal James
verzameling oorlogsdocumenten over de tweede wereldbrand,
Gavin en generaal Maxwell Taylor. Er zijn ook dossiers over
kwam in 1981 in handen van de Universiteit van Ohio. De
meer dan drieduizend personen van acht nationaliteiten. Om
verzameling bestaat uit drie delen: Ryans persoonlijke biblio-
een overzicht te krijgen van de verzamelingen kunt u surfen
theek, memorabilia en de onderzoeksbestanden. In de biblio-
naar http://www.library.ohiou.edu/about/collections/archives-spe-
theek bevinden zich boeken en andere publicaties over de
cial-collections/manuscripts-collections/cornelius-ryan-collecti-
oorlog, maar ook over de eerste ruimteverkenningsprogram-
on-of-world-war-ii-papers/.
ma’s en de Ierse geschiedenis. De memorabilia omvatten naast
Ik ben heel opgetogen over deze nieuwe uitgave van Cor-
schetsboeken, foto’s, prijzen en het bureau van Ryan, ook nog
nelius Ryans De langste dag. Ze combineert de oorspronkelijke
voorwerpen als een tegel van Hitlers urinoir en een sigaretten-
onverkorte tekst met 120 beelden en facsimiledocumenten uit
koker van de Japanse generaal Tojo.
de onderzoeksbestanden van de auteur. Zo ervaart ook u eens
De onderzoeksbestanden vormen de kern van de verzameling. Overweeg even de volgende cijfers in verband met De
zelf het originele achtergrondmateriaal dat behandeld werd in een van de beste boeken over die monumentale dag.
langste dag: Ryan had contact met 1144 mensen – Amerikanen, Britten, Canadezen, Fransen en Duitsers. Via hen verzamelde hij 969 vragenlijsten, 172 interviews, 18 getuigenissen en 7 dagboeken. Hij maakte 125 dictafoon- en geluidsbanden van interviews en notities, en verzamelde 100 foto’s. Hij verwierf uit archieven in de VS en Europa dozijnen officiële
Doug McCabe
documenten, zoals gevechtsrapporten, telefoonlogboeken, be-
Curator van manuscripten
richtbestanden en geheime inlichtingenrapporten (sommige
Universiteit van Ohio
werden speciaal voor hem vrijgegeven, zoals het oorlogsjour-
Athens, Ohio, VS
INLEIDING
H
11
Document 1 Cornelius Ryan Brief aan uitgeverij Henry Holt Brief van Cornelius Ryan van 19 november 1957, gericht aan William Buckley van Henry Holt, waarin hij zijn visie uiteenzet voor een boek over de Slag van D-Day, gebaseerd op getuigenissen uit de eerste hand.
12 H
DE LANGSTE DAG
Van: Cornelius Ryan, 230 Fast 48th St, New York, N.Y Plaza 5–7937 Wm Buckley, Esq., Henry Holt & Co, Inc., 383 Madison Ave, New York 19 november 1957 Mijn beste Bill, Dank je voor het gesprek van onlangs en ook voor de goede raad. Ik sprak Phyllis aan de telefoon en wij gaan maandag lunchen om mijn zaken kritisch te bekijken. Ze is een competente vrouw. Ik ken haar en haar man al een aantal jaren – voor mij volstaat het in elk geval dat jij haar aanbevolen hebt. Ik dacht zelf aan Matson, maar Phyllis en MCA zijn waarschijnlijk beter voor al mijn problemen. Ik bespreek het hoe dan ook met haar en zie wel hoe we eruit komen. Nu even over het idee in verband met D-Day. Eerst en vooral, de gedenkdag van de gebeurtenis is 6 juni 1959 – het zal dan precies vijftien jaar geleden zijn, de dag waarop we onze adem inhielden. Sinds ik me aan de andere kant van het bureau bevind – nu als redacteur, niet als auteur – weet ik verdomd goed dat ik in januari of februari 1959 na zou denken over een herdenkingsstuk, mocht ik nog bij een tijdschrift werken. De timing van dit idee voor een boek is dus belangrijk. Ik denk dat we ons moeten inspannen voor het voorjaar van 1959, maar dat de gelijktijdige publicatie in een aantal tijdschriften al in het vroege najaar van 1958 gerealiseerd moet worden – uiteraard als iemand zoals McCalls, Life of wie dan ook al niet vooraf meedoet door een deel van de onderzoekskosten te dragen (zoals bij Dag van de schande). Tot zover de timing. Ik vermeld die eerst vanwege het belang ervan en opdat alle betrokkenen kunnen zien hoe we het best spoed kunnen zetten achter de hele prestatie. Hier volgt het volledige idee voor het boek. Er zijn al te veel boeken over de oorlog geschreven waarin D-Day alleen vanuit de ogen van de generaal gedocumenteerd werd. En ja, er is ook al eens geschreven over alleenstaande voorvallen en dergelijke meer. Een van de redenen waarom D-Day zich heeft laten wegborstelen – als ik dat zo mag zeggen – is dat het hele doek te vol lijkt te zijn. En welke schrijver kan zich financieel het zware onderzoek veroorloven dat dit met zich meebrengt? Wel, mijn idee is niet om te proberen het hele, betrokken verhaal te vertellen van de ongeveer 70.000 mannen die op die eerste dag geland zijn. (Je krijgt trouwens altijd de indruk dat er enkele miljoenen geland zijn.) Ik ben alleen geïnteresseerd in de, laat ons zeggen, eerste twee of drie uren, toen slechts enkele duizenden mannen met de moed der onwetendheid die verdomde stranden aanvielen. En ik ben niet alleen geïnteresseerd om te achterhalen wat onze jongens deden, maar ook wat soldaat Hans Schmidt uit Dormstadt deed en hoe hij zich voelde toen hij uit zijn bunker keek en de invasievloot voor de kust zag. En ook hoe Pierre Boucher, de landbouwer, zijn vrouw en zijn kinderen zich voelden, toen er ’s nachts plots paratroepers landden in hun achtertuin. Met andere woorden, Bill, ik zie dit als een zorgvuldig gedocumenteerd, persoonlijk verhaal dat alleen handelt over gewone mensen die in een angstaanjagende crisissituatie terechtkomen. Je weet dat dit mijn sterke
zijde is. Het boekje Eén minuut voor de noodlanding op water, dat ik schreef voor uitgeverij Ballantine, bevat vijf van mijn stukken die het best een voorbeeld vormen van mijn stijl – het bevat ook de twee stukken waar ik dit jaar de Benjamin Franklin Award en de Overseas Press Club Award voor won. Als ik dit boek dus met dezelfde eenvoudige, persoonlijke en intieme bewoordingen schrijf, dan kan het misschien een ongelooflijke impact hebben. Zoals het verhaal van die jonge soldaat, met zijn M1-geweer onder de ene en zijn hondje onder de andere arm. Hij wist niet wat te verwachten toen hij die stranden aanviel. Hij waadde naar de kust, terwijl hij zijn wapen en zijn hond boven zijn hoofd hield. Hij bereikte het strand en nog voordat hij ooit geleerd had waar het allemaal over ging, was hij dood, lag hij daar in zijn eigen bloed. Het hondje wist ook niet wat er allemaal aan de hand was. Het bleef gewoon bij het lichaam, want het kon nergens anders heen. Er is nog een ander voorbeeld: het verhaal van de Howitzer Company. Ze hadden tien houwitsers – die belandden elk in een landingsvaartuig. Negen vaartuigen zonken onder het gewicht van hun lading of werden door granaten geraakt. Eén bleef er nog over. Het maakte water en was aan het zinken. De soldaten kregen het bevel het vaartuig te verlaten, maar één moedige snuiter werd boos: hij wilde niet vertrekken en was vastbesloten het kanon aan land te brengen. Dus manoeuvreerde hij in zijn eentje het landingsvaartuig op en neer voor het strand, maar niemand beschikte over een hijskraan of een schans om hem te helpen het kanon op het strand te krijgen. Hij lag voortdurend onder vuur en helde over, omdat hij geleidelijk aan het zinken was. Maar hij wilde niet opgeven. Eindelijk, na meerdere uren, legde hij het vaartuig aan langs een tijdelijke steiger, gemaakt met gezonken landingsvaartuigen. Hij liep over de steiger en smeekte hem te helpen. Maar iedereen had het te druk met vechten en probeerde zijn eigen leven te redden. Uiteindelijk overtuigde hij de bemanning van een tank met een kleine hijskraan erop om hem te helpen. Ze stopten met vuren, lang genoeg om de tank terug in het water te rijden, de kraan achterop om te draaien en het kanon over het water te tillen. Het kanon werd aan land gehesen en was de enige houwitser die op die dag in actie kwam. Maar de tankbemanning die de soldaat met zijn kanon geholpen had, raakte nooit meer terug op het strand. Onmiddellijk nadat ze de houwitser aan land gezet hadden, kreeg hun tank een voltreffer. Ze stierven schreeuwend, toen ze levend geroosterd werden door hun eigen munitie die ontplofte. Nog een: de jonge Duitse soldaat die oog in oog kwam te staan met een Amerikaanse soldaat. Ze hadden allebei een bajonet op hun geweer. Hoelang keken ze elkaar aan tijdens die vreselijke momenten? Beide mannen werden teruggevonden in een afschuwelijk, vreemd doodstafereel – elk van hen was door de bajonet van de ander gedood. En zo verder. Er moeten duizenden dergelijke verhalen bestaan zowel aan de Amerikaanse, Britse, Franse als aan de Duitse kant – beeld je eens in wat voor een boek dat zou worden? Ik wil uitgebreid onderzoekswerk verrichten, daaruit het beste selecteren en een echt buitengewoon menselijk document schrijven. Vergeef me als mijn ego hier spreekt, maar hoewel er gemakkelijker boeken zijn om te schrijven, toch wil ik dit ene echt schrijven. Misschien zal het alleen over het eerste uur van die 24 uur handelen – dat weet ik momenteel nog niet, maar ik weet dat het verhaal er is en dat het bijzonder is. Ik zou eerst contact opnemen met elke Amerikaanse divisie en hun geschiedenis onderzoeken, en dan de
personen schrijven van wie ik de namen kon achterhalen in dat onderzoek. Dat alleen al zal een werk van lange adem zijn. Tegelijkertijd zou ik contact opnemen met de Duitsers en achterhalen welke eenheden zij hadden in Normandië. Ook de Franse regering zou helpen, weet ik, via de burgemeesters van de talrijke Normandische gemeenten om zo de families te helpen aanbrengen die zich die dag in de omgeving bevonden van of die bij manier van spreken overgebracht waren naar enkele grotere gemeenten. (Gemeenten als Carentan, Sainte-MèreÉglise, Nehou en zo meer, vlak achter de stranden of op het schiereiland, zouden verhalen kunnen onthullen over de dropping van de paratroepers tijdens de nacht van 5 op 6 juni.) Als ik dat basisonderzoek uitgewerkt heb (en elk verdomd ding gelezen heb dat er tot nu toe over D-Day geschreven is), zou ik verschillende maanden moeten doorbrengen in Duitsland, Groot-Brittannië of Frankrijk of er onderzoekers aanwerven. Ik besef dat dit een monumentaal werk is dat een volledig jaar in beslag zal nemen, maar ik denk dat het realiseerbaar is. Zoals ik al je verteld heb, vond McCalls (Henry Ehrlich) het een fantastisch idee – hoewel ik het alleen terloops aan Ehrlich gezegd heb. Hij wil dat Otis Weiss en ik samen gaan zitten om het te bespreken. Dus ik denk dat je hen mogelijk aan de haak kunt slaan om een deel van de rekening te betalen. (Ik was enigszins verrast door Ehrlichs reactie, omdat ik niet dacht dat McCalls voor zoiets zou gaan. Maar hij zei – en het is de moeite waard om dat te onthouden – ‘In godsnaam, uiteraard zijn we geïnteresseerd – denk aan al die moeders, vrouwen en liefjes die mannen verloren hebben op D-Day!’) Ik weet ook dat Digest op zoek is naar een boek over D-Day. Zoals ik je al zei, vertelden ze me op een dag, bij de lunch, over het Landmark Book over D-Day (van Bruce Bliven jr.) en dat zij het aanvaard zouden hebben, maar dat het zo slecht was. Het lijkt me, Bill, dat we een of ander herenakkoord moeten uitwerken, want er zitten jaren van intensief werk in dit idee en ik moet intussen ook kunnen leven, vrij veel reizen en een heleboel onderzoekswerk betalen. Maar ik geloof oprecht dat dit een speciale aanbieding is en dat het een goede is. Ik wens je het beste. Cornelius Ryan
H
H
H
H
INLEIDING
H
13
Voorwoord: D-Day Dinsdag 6 juni 1944 H
O
H
H
H
PERATIE OVERLORD, de geallieerde invasie van Europa, begon om precies 15 minuten na middernacht, op 6 juni 1944 – tijdens het eerste uur van de dag die voor altijd als D-Day bekend zou worden. Op dat ogenblik verlieten enkele speciaal voor dit doel uitgekozen mannen van de Amerikaanse 101ste en 82ste Airborne Divisions, luchtlandingsdivisies, hun vliegtuigen in de maannacht boven Normandië. Vijf minuten later en 80 kilometer verder dook een kleine groep mannen uit de vliegtuigen van de Britse 6de Airborne-divisie. Zij waren de pioniers, de mannen die met lichten de landingszones moesten aangeven voor de paratroepers en de in zweefvliegtuigen vervoerde infanterie, die spoedig zouden volgen. De geallieerde luchtlandingstroepen gaven duidelijk de buitengrenzen aan van het Normandische slagveld. Tussen die grenzen in lagen vijf invasiestranden langs de Franse kust: Utah, Omaha, Gold, Juno en Sword. Tijdens de uren voor de dageraad, toen de paratroepen achter de donkere hagen van Normandië vochten, begon de grootste armada die de wereld ooit had gekend, zich te verzamelen tegenover die stranden: bijna 5000 schepen, met meer dan 200.000 soldaten, zeelui en kustwachters aan boord. Vanaf 06.30 uur, na een zwaar scheeps- en luchtbombardement, waadden enkele duizenden van die mannen naar de kust tijdens de eerste invasiegolf. Wat hier volgt, is geen militaire geschiedenis. Het is het verhaal van mensen: de mannen van de geallieerde strijdkrachten, de vijand die ze bevochten en de burgers die verzeild raakten in de bloedige verwarring van D-Day – de dag waarop de strijd begon die een eind maakte aan Hitlers waanzinnige gok om de wereld te beheersen.
boven: Veldmaarschalk
Erwin Rommel inspecteert een deel van de Atlantikwall, vier maanden voor D-Day. Hij bezocht de verdedigingswerken in NormandiĂŤ regelmatig omdat hij, terecht, vreesde dat de geallieerden daar zouden landen.
Deel 1
Het wachten Het dorp lag roerloos in de nevelige juniochtend. 1
H
ET HEETTE LA ROCHE-GUYON en bijna twaalf eeuwen lang had het ongestoord in een wijde, flauwe bocht van de Seine gelegen, ongeveer halverwege Parijs en NormandiĂŤ. Jarenlang was het alleen maar een plaats geweest waar mensen op doorreis passeerden. Het enige bijzondere aan dit dorp was zijn kasteel, het stamslot van de hertogen De la Rochefoucauld. En het was dit kasteel, dat vanuit de achtergrond van de heuvels achter het dorp naar voren sprong, dat een eind had gemaakt aan de rust van La Roche-Guyon. In de grauwe ochtendschemering doemde het kasteel dreigend op boven de hele omgeving, met zijn massieve muren die glinsterenden van het vocht. Het was bijna 06.00 uur, maar er bewoog nog niets op de twee grote, bestrate binnenplaatsen.
Buiten de poorten strekte zich de hoofdweg breed en verlaten
moe waren, grapten bitter dat de zone van het 7de Leger in
uit, en in het dorp waren de luiken voor de ramen van de rood-
Normandië de ideale plaats voor een rustkuur was. Daar was
gedakte huizen nog altijd gesloten. In La Roche-Guyon was
nog nauwelijks een bom gevallen.
het heel rustig – zo rustig dat het er uitgestorven leek. Maar de
Rommels troepen hadden maandenlang in hun beton-
stilte was bedriegelijk. Achter de gesloten luiken wachtten de
nen kustforten gewacht, achter een fantastisch oerwoud van
mensen op het luiden van een klok. Om 6 uur zou de klok van
strandversperringen en mijnenvelden. Maar in het blauwgrijze
de 15de-eeuwse Sint-Samsonkerk naast het kasteel het angelus
Engelse Kanaal had zich geen schip vertoond. Er was niets ge-
luiden. In vrediger dagen had dat een eenvoudige betekenis
beurd. Vanaf La Roche-Guyon was op deze sombere en vredige
gehad – dan sloegen de dorpelingen van La Roche-Guyon een
zondagmorgen nog altijd geen teken te bespeuren van de ge-
kruis en pauzeerden ze even om te bidden. Maar nu betekende
allieerde invasie.
het angelus veel meer dan een ogenblik van meditatie. Wan-
Het was 4 juni 1944.
neer de klok deze morgen luidde, zou dat het einde aangeven van het uitgaansverbod en het begin van de 1451ste dag van
2
de Duitse bezetting. Overal in La Roche-Guyon bevonden zich wachtposten. Gehuld in hun camouflagejassen stonden ze onder de beide
H H H H
poorten van het kasteel, bij de wegversperringen aan elke kant van het dorp, in de kleine bunkers die waren uitgehouwen in
ROMMEL WAS ALLEEN in de kamer op de benedenverdie-
de kalkstenen uitlopers van de heuvels, en in de verbrokkel-
ping, die hij als werkkamer gebruikte. Hij zat bij het licht van
de ruïne van een oude toren op de hoogste heuvel boven het
een enkele bureaulamp te werken aan een massieve renaissan-
kasteel. Van daaruit konden de mitrailleurs alles zien dat zich
ceschrijftafel. De kamer was groot en had een hoog plafond.
bewoog in dit zwaarst bezette dorp van heel bezet Frankrijk.
Aan een van de muren hing een verbleekte gobelin. Aan een
Ondanks het landelijke aanzien was La Roche-Guyon ei-
andere keek het hooghartige gezicht van hertog François de La
genlijk een gevangenis, want voor elk van de 543 dorpelingen
Rochefoucauld – een 17de-eeuwse schrijver van spreuken en
in en rondom het dorp waren er driemaal zoveel Duitse solda-
een voorvader van de huidige hertog – neer uit een zwaar ver-
ten. Een van die soldaten was veldmaarschalk Erwin Rommel,
gulde lijst. Hier en daar stonden enkele stoelen op de geboen-
opperbevelhebber van Legergroep B, de sterkste strijdmacht
de parketvloer en er hingen zware gordijnen voor de ramen,
aan het Duitse westfront. Zijn hoofdkwartier bevond zich in
maar dat was het dan ook.
het kasteel van La Roche-Guyon. Van hieruit bereidde een gespannen, vastbesloten Rommel
met zijn leven te maken had. Er stonden geen foto’s van zijn
zich, in dit beslissende vijfde jaar van de Tweede Wereldoorlog,
vrouw Lucie-Maria of van zijn 15-jarige zoon Manfred. Er wa-
voor op het wanhopigste gevecht in zijn militaire loopbaan.
ren geen herinneringen aan zijn grootse overwinningen in de
Onder zijn commando bezetten meer dan een half miljoen
woestijnen van Noord-Afrika – zelfs niet de pralerige maar-
mannen de verdedigingswerken langs een enorm lange kust-
schalksstaf die Hitler hem zo enthousiast gegeven had in 1942.
strook, die zich over een afstand van ruim 1200 kilometer uit-
(Rommel had de 45 centimeter lange en anderhalve kilogram
strekte, van de dijken in Nederland tot aan de door de Atlan-
zware, gouden staf, waarvan het roodfluwelen foedraal bezet
tische Oceaan omspoelde kust van het schiereiland Bretagne.
was met gouden adelaars en zwarte swastika’s, slechts eenmaal
Zijn voornaamste strijdmacht, het 15de Leger, was geconcen-
gedragen, namelijk op de dag dat hij hem kreeg.) Er hing zelfs
treerd bij het Nauw van Calais, op het smalste punt van het
geen kaart die de positie van zijn troepen aangaf. De legendari-
Kanaal tussen Frankrijk en Engeland.
sche ‘Woestijnvos’ bleef nog altijd even ongrijpbaar en schim-
Nacht na nacht bombardeerden de geallieerden deze streek. Veteranen van het 15de Leger, die de bombardementen
24 H
Behalve Rommel bevond zich in het vertrek niets dat iets
DE LANGSTE DAG
mig. Hij had de kamer uit kunnen lopen zonder een spoor achter te laten.
Hoewel Rommel er ouder uitzag dan zijn 51 jaar, was hij
ken van Rommels afgetobde uiterlijk. Blumentritt zou nooit
nog altijd even onvermoeibaar. Niemand in Legergroep B kon
vergeten dat Rommel er ‘vermoeid en gespannen uitzag... een
zich één enkele nacht herinneren waarin hij langer dan vijf
man die hoognodig eens een paar dagen thuis, bij zijn gezin,
uur had geslapen. Zoals gewoonlijk was hij deze morgen al
door moest brengen’.
voor 04.00 uur opgestaan. En nu wachtte ook hij ongeduldig
Rommel was gespannen en uiterst prikkelbaar. Sinds de
op de klokslag van 6 uur. Op dat tijdstip zou hij met zijn staf
dag waarop hij tegen het einde van 1943 in Frankrijk aange-
ontbijten en daarna naar Duitsland vertrekken.
komen was, hadden de problemen in verband met waar en hoe
Dit zou Rommels eerste verlof naar huis zijn in maanden.
ze de geallieerde aanval aan zouden pakken, een bijna ondraag-
Hij zou per auto reizen. Hitler had het voor opperofficieren
lijke last op zijn schouders gelegd. Zoals ieder ander aan het
bijna onmogelijk gemaakt om te vliegen, door te eisen dat
invasiefront had hij in een nachtmerrie van spanning geleefd.
ze dan gebruik zouden maken van ‘driemotorige vliegtuigen,
Hij was voortdurend overgeleverd aan de noodzaak om de ver-
begeleid door een escorte jagers’. Rommel had overigens een
moedelijke bedoelingen van de geallieerden een slag voor te
hekel aan vliegen. Hij zou de acht uur durende reis naar huis –
zijn – hoe ze zouden aanvallen, waar ze zouden trachten te
naar Herrlingen bij Ulm – maken in zijn grote, zwarte Horch,
landen en vooral wanneer.
een cabriolet.
Slechts één persoon wist echt onder welke druk Rommel
Hij verheugde zich op de tocht, maar het besluit om te
gebukt ging. Aan zijn vrouw, Lucie-Maria, vertrouwde hij alles
gaan was niet gemakkelijk geweest. Op Rommels schouders
toe. In minder dan vier maanden had hij haar meer dan veertig
rustte de enorm grote verantwoordelijkheid om de geallieer-
brieven geschreven en in bijna om de andere brief had hij een
de aanval af te slaan op het moment dat die begon. Hitlers
nieuwe voorspelling gedaan over de geallieerde aanval.
Derde Rijk wervelde van de ene ramp in de andere. Dag en nacht beukten duizenden geallieerde bommenwerpers op
Op 30 maart schreef hij:
Duitsland in. De indrukwekkende troepen van Rusland waren
‘Nu maart ten einde loopt en de Britten en
Polen binnengedrongen. De geallieerde troepen stonden voor
Amerikanen niet met hun aanval begonnen zijn,
de poorten van Rome… Overal werden de machtige legers
begin ik te geloven dat ze het vertrouwen in hun
van de Wehrmacht teruggedrongen en vernietigd. Duitsland
onderneming verloren hebben.’
was nog lang niet verslagen, maar de geallieerde invasie zou de beslissende strijd ontketenen. Niets meer of minder dan de
Op 6 april:
toekomst van Duitsland stond op het spel en niemand wist dat
‘Hier wordt de spanning van dag tot dag groter...
beter dan Rommel.
Vermoedelijk scheiden ons nog slechts enkele weken
Toch vertrok Rommel die morgen naar huis. Maanden-
van de beslissende gebeurtenissen...’
lang had hij gehoopt begin juni een paar dagen in Duitsland te kunnen doorbrengen. Om velerlei redenen geloofde hij nu
Op 26 april:
te kunnen vertrekken, en hoewel hij het nooit toegegeven zou
‘Het moreel in Engeland is slecht... daar begint de ene
hebben, had hij toch een wanhopige behoefte aan rust. Slechts
staking na de andere, en de kreet “Weg met Churchill
enkele dagen geleden had hij getelefoneerd met zijn superieur,
en de Joden” en de roep om vrede worden steeds luider...
de bejaarde veldmaarschalk Gerd von Rundstedt, de opperbe-
dat zijn slechte voortekenen voor een dergelijk
velhebber aan het westelijk front, en hem verzocht de reis te
riskant offensief.’
mogen maken. Het verzoek was onmiddellijk toegestaan. Vervolgens bracht hij een beleefdheidsbezoek aan Von Rundstedts
Op 27 april:
hoofdkwartier in Saint-Germain-en-Laye, even buiten Parijs,
‘Klaarblijkelijk zullen de Britten en Amerikanen
om formeel afscheid te nemen. Zowel Von Rundstedt als zijn
niet zo inschikkelijk zijn om in de nabije toekomst
stafchef, generaal-majoor Günther Blumentritt, was geschrok-
te komen.’
D E E L 1 – H E T WA C H T E N
H
25
26 H
DE LANGSTE DAG
Op 6 mei: ‘Nog altijd geen teken van de Britten en Amerikanen… Elke dag, elke week… worden we sterker...
3 H H H H
Ik zie de strijd met vertrouwen tegemoet… misschien zal die op 15 mei beginnen, misschien aan
IN DE WERKKAMER van de stafchef, aan het einde van de
het eind van de maand.’
gang van de werkkamer van de veldmaarschalk, nam kapitein Hellmuth Lang, Rommels 36-jarige adjudant, het ochtend-
Op 15 mei:
rapport op. Dat was altijd zijn eerste karwei voor de opperbe-
‘Ik kan niet veel grote [inspectie]tochten meer
velhebber. Rommel vond het prettig om het rapport vroeg te
maken... omdat je nooit kunt weten wanneer de
krijgen, zodat hij het tijdens het ontbijt met zijn staf kon be-
invasie beginnen zal. Ik geloof dat het slechts een
spreken. Maar het bevatte deze morgen niet veel bijzonders: het
kwestie van enkele weken is voordat er hier in het
invasiefront bleef rustig, afgezien van de aanhoudende nach-
westen dingen gaan gebeuren.’
telijke bombardementen aan het Nauw van Calais. Er scheen geen twijfel mogelijk: naast alle andere aanwijzingen wees dit
Op 19 mei:
marathonbombardement het Nauw van Calais aan als de plaats
‘Ik hoop dat ik vlugger met mijn plannen kan
die de geallieerden uitgekozen hadden voor hun aanval. Als het
opschieten dan eerst... [maar] ik vraag me af of ik in
tot een invasie zou komen, zou die daar plaatsvinden. Bijna
juni een paar dagen de tijd zal hebben om er eens
iedereen scheen dat te denken.
even tussenuit te breken. Op dit ogenblik zie ik daar geen kans toe.’
Lang keek op zijn horloge. Het was enkele minuten voor 06.00 uur. Ze zouden om klokslag 7 uur vertrekken en goed
links: Veldmaarschalk
Rommel draagt het Ridderkruis van het IJzeren Kruis. Vanaf december 1943 was hij bevelhebber van de Legergroep B en pleitte hij voor gegroepeerde pantseraanvallen in combinatie met sterk verankerde verdedigingsstellingen om zo elke mogelijke geallieerde landing te bedwingen.
Maar er bestond toch een kans op. Een van de redenen waar-
doorrijden. Er was geen escorte, alleen
om Rommel besloot op dat moment te vertrekken, was zijn
twee auto’s, die van Rommel en die van
eigen inschatting van de bedoelingen van de geallieerden. Voor
kolonel Hans George von Tempelhof, de
hem, op het bureau, lag het wekelijkse rapport van Legergroep
commando-officier van Legergroep B,
B. Dit minutieus samengestelde rapport moest tegen de mid-
die met hen zou meegaan. Zoals gewoon-
dag van de volgende dag naar veldmaarschalk Von Rund-
lijk waren de diverse militaire comman-
stedts hoofdkwartier worden gezonden, of naar het OB West
danten van de districten waar de tocht door zou voeren, niet
(Oberbefehlshaber West), zoals dat in het militaire jargon heette.
op de hoogte gebracht van de plannen van de veldmaarschalk.
Daarna zou het, na nog wat opsmukking, deel uitmaken van
Rommel had dat liever zo. Hij had er een hekel aan te worden
het algemene rapport en worden doorgezonden naar Hitlers
opgehouden door de poeha en het protocol van met de hakken
hoofdkwartier, het OKW (Oberkommando der Wehrmacht).
klakkende commandanten en door motorescortes die hem bij
Een deel van Rommels inschatting luidde dat de geallieerden ‘een hoge mate van paraatheid’ bereikt hadden, en dat er
elke stad zouden opwachten. Dus met een beetje geluk zouden ze om een uur of drie Ulm moeten bereiken.
een ‘toenemende hoeveelheid boodschappen naar het Franse
Het gebruikelijke probleem rees: wat neem je mee voor
verzet ging’. ‘Maar,’ zo vervolgde hij, ‘volgens de ervaring in het
de lunch van de veldmaarschalk? Rommel rookte niet, dronk
verleden is dit geen aanwijzing dat er een invasie ophanden is...’
zelden en had zo weinig zin in voedsel dat hij soms vergat te
Deze keer had Rommel het verkeerd ingeschat.
eten. Vaak, als hij met Lang de regelingen voor een lange reis besprak, streepte Rommel met een potlood de voorgestelde lunch door en schreef in grote zwarte letters ‘Eenvoudige veldkeukenmaaltijd’. Soms bracht hij Lang nog meer in de war door te zeggen: ‘Als je er natuurlijk een paar karbonaadjes bij
D E E L 1 – H E T WA C H T E N
H
27
boven:
Een Duitse waarnemer speurt het Kanaal af naar tekenen van militaire voorbereidingen door de geallieerden. Ondanks dergelijke voorzorgsmaatregelen slaagde de Wehrmacht er niet in de locatie van de landingen op 6 juni te voorspellen. rechts: Hitlers Atlantikwall was indrukwekkend. Nooit eerder hadden aanvalstroepen aan dergelijke versterkingen het hoofd moeten bieden – en de verdedigingslinie was slechts gedeeltelijk voltooid. Deze foto’s (uitvergrotingen van een Duitse 16mm-propagandafilm) geven een idee van de met zwaar geschut uitgeruste stalen en betonnen versterkingen die de invasiekust omgordden. Verbindingsloopgraven, mitrailleursnesten, mortierkuilen en mijnenvelden vulden de zwaarbewapende bunkers aan, en de stranden lagen bezaaid met een labyrint van ondermijnde antiinvasiehindernissen.
wilt doen, heb ik daar niets op tegen.’
nengekomen was, maar Lang wist wel beter dan hem te storen.
De attente Lang wist nooit precies wat
Hij stond geduldig te wachten.
hij in de keuken bestellen moest. Deze
Rommel keek op. ‘Goedemorgen, Lang’, zei hij.
morgen had hij, behalve een thermosfles
‘Goedemorgen, veldmaarschalk. Hier heb ik het rapport.’
bouillon, verschillende soorten belegde
Lang gaf het hem. Toen verliet hij de kamer en wachtte buiten
boterhammen besteld. Hij vermoedde
op de gang om Rommel naar het ontbijt beneden te begeleiden.
dat Rommel zoals gewoonlijk de lunch
De veldmaarschalk scheen het deze morgen buitengewoon druk
wel vergeten zou.
te hebben. Lang, die wist hoe impulsief en veranderlijk Rommel
Lang verliet de werkkamer en liep
Rommel was niet van plan de reis af te zeggen. Hoewel
brisering had. Uit de kamers aan weerszij-
er nog geen definitieve afspraak was gemaakt, hoopte hij met
den klonk het geroezemoes van gesprek-
Hitler te spreken. Alle veldmaarschalken hadden toegang tot de
ken en het getik van schrijfmachines.
Führer, en Rommel had zijn oude vriend, generaal-majoor Ru-
Op het hoofdkwartier van Legergroep B
dolf Schmundt, Hitlers adjudant, opgebeld om een afspraak te
heerste in die dagen een geweldige drukte.
maken. Schmundt dacht dat de ontmoeting wel ergens tussen
Lang had zich dikwijls afgevraagd hoe het
6 en 9 juni geregeld kon worden. Het was typerend voor Rom-
mogelijk was dat de hertog en de herto-
mel dat niemand buiten zijn eigen staf wist dat hij met Hitler
gin, die de bovenverdieping bewoonden,
wilde spreken. In de officiële dagboeken op Von Rundstedts
ondanks al dat lawaai konden slapen.
hoofdkwartier stond alleen maar genoteerd dat Rommel een
Aan het eind van de gang hield Lang
28 H
kon zijn, vroeg zich af of ze wel werkelijk zouden vertrekken.
door de gang, die een eikenhouten lam-
paar dagen verlof thuis doorbracht.
stil voor een massieve deur. Hij klopte zachtjes, draaide de kruk
Rommel was er volkomen gerust op dat hij zijn hoofd-
om en ging binnen. Rommel keek niet op. Hij was zo in de
kwartier op dit tijdstip kon verlaten. Nu de maand mei verstre-
voor hem liggende papieren verdiept dat hij er zich volkomen
ken was – en het weer in deze maand was ideaal geweest voor
onbewust van scheen te zijn dat zijn adjudant de kamer bin-
de geallieerde aanval – was hij tot de conclusie gekomen dat de
DE LANGSTE DAG
invasie nog wel enkele weken op zich zou laten wachten. Hij was daar zo zeker van dat hij zelfs een einddatum vastgelegd had voor de voltooiing van alle anti-invasiehindernissenprogramma’s. Op zijn schrijftafel lag een aan het 7de en het 15de Leger gericht order: ‘Er moet alle mogelijke moeite worden gedaan,’ zo stond er, ‘om alle nodige versperringen aan te brengen zodat een landing bij eb alleen maar mogelijk is ten koste van enorme vijandelijke verliezen… er moet haast gemaakt worden met het werk... op 20 juni moet aan mijn hoofdkwartier worden gerapporteerd dat het werk voltooid is.’ En nu redeneerde hij – net als Hitler en het Duitse opperbevel – dat de invasie of tegelijk met het zomeroffensief van het Rode Leger plaats zou vinden, of kort daarna. Ze wisten dat de Russische aanval niet kon beginnen tot de late dooi in Polen inviel, en daarom meenden ze dat het offensief pas in de tweede helft van juni plaats zou vinden. In het westen was het verscheidene dagen slecht weer geweest en het beloofde zelfs nog slechter te worden. Het weerbericht van 05.00 uur, dat was opgesteld door kolonel professor Walter Stöbe, de chef van de meteorologische dienst van de Luftwaffe in Parijs, voorspelde toenemende bewolking, krachtige wind en regen. Nu al stond er in het Kanaal een wind met een windkracht van 32 tot 48 kilometer per uur. Rommel achtte het nauwelijks mogelijk dat de geallieerden hun aanval gedurende de eerstkomende dagen zouden durven te beginnen. Zelfs in La Roche-Guyon was het weer tijdens de nacht omgeslagen. Bijna tegenover Rommels schrijftafel kwamen
4 H H H H
twee hoge glazen deuren uit op een terrasvormige rozentuin. Die tuin leek deze morgen niet veel op een rozentuin, want de
ROMMEL EN LANG hadden een vlotte, informele relatie. Ze
rozenblaadjes, afgebroken takken en twijgen lagen overal ver-
waren maandenlang voortdurend samen geweest. Lang had zich
spreid. Kort voor de dageraad was uit het Engelse Kanaal een
in februari bij Rommel gevoegd en sindsdien was er nauwelijks
korte zomerstorm komen opzetten, die langs een deel van de
een dag voorbijgegaan, zonder dat ze een verre inspectietocht
Franse kust gewoed had en dan doorgetrokken was.
gemaakt hadden. Gewoonlijk waren ze al om 04.30 uur op weg
Rommel opende de deur van zijn werkkamer en liep de
en reden ze met topsnelheid naar een of ander verafgelegen deel
gang in. ‘Goedemorgen, Lang,’ zei hij, alsof hij zijn adjudant
van het gebied dat onder Rommels commando stond. De ene
tot dan toe nog niet gezien had. ‘Zijn we klaar om te vertrek-
dag was dat Nederland, de andere dag België, de volgende dag
ken?’ Samen gingen ze naar beneden om te ontbijten.
Normandië of Bretagne. De vastberaden veldmaarschalk had elk
Buiten, in het dorp La Roche-Guyon, luidde de klok van
ogenblik benut. ‘Ik heb nu maar één werkelijke vijand,’ had hij
de Sint-Samsonkerk het angelus. Elke klank trachtte het geloei
tegen Lang gezegd, ‘en dat is de tijd.’ Om tijd te winnen spaarde
van de wind te overstemmen. Het was 06.00 uur.
Rommel zichzelf noch zijn mannen. Zo was het altijd geweest sinds hij in november 1943 naar Frankrijk gezonden was.
D E E L 1 – H E T WA C H T E N
H
29
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. oorspronkelijke titel The Longest Day. The Illustrated Edition oorspronkelijke uitgave André Deutsch Ltd copyright tekst © 1959, 2014, 2015 The Cornelius Ryan Estate © 2015 André Deutsch Ltd copyright omslagillustratie voor: © Rodrigo Bressane/www.bressane.com achter: National Archives and Records Administration, Washington D.C. vertaling Just Publishers en Ineke Vander Vekens vormgeving André Deutsch Ltd en Keppie & Keppie © nederlandse editie Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 D/2018/45/694 – ISBN 978 94 014 5530 5 – NUR 689 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.