Skip to main content

9789401455268

Page 1

OORLOG BEZETTING BEVRIJDING


België 1940—1945

OORLOG BEZETTING BEVRIJDING Wannes Devos Kevin Gony (red.)


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Eindredactie Wannes Devos Kevin Gony Fotobewerking Luc Vandeweghe Vertalingen Altair Vertalingen bvba Omslagontwerp Studio Lannoo (Mieke Verloigne) Coverfoto Belgische vluchtelingen, ca. 1940 (War Heritage Institute) Vormgeving Keppie & Keppie © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 en de auteurs D/2019/45/328 – ISBN 978 94 014 5526 8 – NUR 689 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


INHO D

VOORWOORD

CONTEXT

13

INLEIDING

19

1

27

9

Michel Jaupart

DE TWEEDE WERELDOORLOG IN PERSPECTIEF Luc De Vos

DE TWEEDE WERELDOORLOG IN STUKKEN Wannes Devos

VAN OORLOG TOT OORLOG

• TWINTIG JAAR RUST? DE BELGISCHE POLITIEK TUSSEN DE TWEE OORLOGEN Catherine Lanneau • DE CONTROLE VAN DE RIJN: WELKE INZET? Anne Godfroid • MULTILATERALISME OF ECONOMISCHE DIPLOMATIE? DE BELGISCHE ZENDING(EN) IN ETHIOPIË Manuel Duran • ECHTGENOTE EN MOEDER: DE VROUW IN DE NIEUWE ORDE Christine Van Everbroeck • EEN PRINS EN ZIJN LEGER: DE KONING, HET BELGISCHE LEGER EN DE REGERING Jean-Michel Sterkendries • DE BELGISCHE BUNKERLINIES: VELE VOETEN IN DE AARDE Erik Janssen • DE MOBILISATIE VAN 1939: KLAAR VOOR DE STRIJD? Pierre Lierneux

5

29 38

40

43 51

57 60


2

OORLOG EN STRIJD

• MEI 1940: DE ACHTTIENDAAGSE VELDTOCHT Dave Warnier • VAN STALAG TOT ARBEITSKOMMANDO: KRIJGSGEVANGEN BELGEN Jan Van der Fraenen • EEN KONING IN HET OOG VAN DE STORM Jean-Michel Sterkendries • KONING VERSUS REGERING: (ON)MACHT VAN EEN KRIJGSGEVANGEN KROONGETUIGE Piet Veldeman • D E OPERATIES VAN DE CONGOLESE FORCE PUBLIQUE IN AFRIKA Kris Quanten

3

OORLOG EN BEZETTING

• GRENZE(N)LOZE OORLOG: DE BEZETTING IN KAART Wannes Devos • PROPAGANDA Roel Vande Winkel • HET RECHT VAN DE STERKSTE: DE DUITSE REPRESSIE VAN HET VERZET Dimitri Roden • DE GEVANGENEN VAN BREENDONK Olivier Van der Wilt • HET NAZI-UNIVERSUM VAN CONCENTRATIEKAMPEN EN GEVANGENISSEN Jean Cardoen • VAN DOSSIN TOT AUSCHWITZ: DE ANTI-JOODSE VERVOLGING IN BELGIË Laurence Schram • KUNST IN HET VAANDEL: DUITSE CULTUURPOLITIEK EN KUNSTROOF Natasja Peeters • O VERHEID EN ECONOMIE: DE POLITIEK VAN HET MINSTE KWAAD Nico Wouters • OORLOG VANAF DE EERSTE RIJ Sarah Van Ruyskensvelde

6

63 65

79 82

90

97

111 113 125

128 142

145

149

163

172 184


• D E VIJAND, MIJN VRIEND: COLLABORATIE MET DE BEZETTER Bruno De Wever • HET VERZET: EEN STRIJD IN DE SCHADUW Fabrice Maerten • (OVER)LEVEN IN BEZET BELGIË Dirk Luyten • KUNST IN OORLOGSTIJD Sandrine Smets

4

201 217 231

OORLOG EN BEVRIJDING

• DE BEVRIJDING: EEN WOEST PORTRET VAN EMOTIES Peter Schrijvers • REPRESSIE EN EPURATIE Lawrence Van Haecke • HET DUITSE TEGENOFFENSIEF IN DE ARDENNEN Mathieu Billa • BELGIË ONDER DE V-BOMMEN: ANTWERPEN 1944-1945 Koen Palinckx • ‘VERNEDERD EN GEKRENKT’: HET EINDE VAN DE OORLOG IN EUROPA Kevin Gony • DE BEVRIJDING VAN DE KAMPEN Olivier Van der Wilt

5

187

235 237 251 254

261

271 282

OORLOG EN HERINNERING • DE HERINNERING AAN DE OORLOG

285 287

EPILOOG

297

EINDNOTEN SELECTIEVE BIBLIOGRAFIE AUTEURS

305 318 326

Chantal Kesteloot

DE TWEEDE WERELDOORLOG: EEN HISTORISCHE LES Richard Overy

7


VOORWOORD Michel Jaupart Op 10 mei 1940 schendt het Duitse leger de Belgische grens en maakt zo een einde aan de ‘Schemeroorlog’, die in september 1939 was begonnen na de invasie van Polen. Over die oorlog is alles al gezegd, en meestal in superlatieven. Een wereldoorlog, waarin niet alleen bijna alle onafhankelijke staten van de wereld werden meegesleurd, maar ook de koloniale bezittingen van de westerse staten. Een oorlog die een tot dan toe ongekend groot aantal slachtoffers met zich bracht – tussen 50 en 60 miljoen doden – en uiteindelijk aan meer burgers het leven kostte dan aan soldaten. Een oorlog, ten slotte, die eindigde met de inzet van kernwapens en leidde tot een nieuw tijdperk, waarin de mensheid definitief kan worden vernietigd als naar die massavernietigingswapens wordt teruggegrepen. Hoewel bij dit wereldwijde conflict, mutatis mutandis, dezelfde oorlogvoerende partijen als in de Eerste Wereldoorlog betrokken waren en historici het steeds meer beschouwen als het tweede luik van een oorlog die in 1914 begon en in 1945 eindigde, is deze oorlog toch anders. Dit tweede conflict vertoont een aantal kenmerken dat onze aandacht verdient en het een echt specifiek karakter verleent. Ten eerste is de oorlog van 1914-1918 nog een vrij klassiek conflict dat vooral over duistere territoriale en economische geschillen tussen een reeks landen gaat. Schrijver Éric Vuillard vat het in La bataille d’Occident samen als een ‘ruzie tussen neven’. De Tweede Wereldoorlog – die vanzelfsprekend ook een territoriaal en economisch aspect heeft – wordt echter vooral gekenmerkt door zijn ideologische dimensie. Het tweede wereldconflict groeit immers uit tot een gigantische confrontatie tussen drie verschillende visies op de wereld en de samenleving. Nazi-Duitsland en de meeste van zijn bondgenoten staan voor een rechts totalitarisme, dat niet-egalitair en racistisch is. Het linkse totalitarisme is officieel egalitair, maar discrimineert in grote mate de nationale minderheden van de USSR en bepaalde sociale klassen. De democratieën proberen te overleven in een wereld die heen en weer wordt geslingerd tussen die twee totalitaire visies die streven naar hegemonie. Een priester geeft de laatste zegen op de rand van een tijdelijk massagraf, gedolven op de binnenplaats van de abdij van Stavelot, januari 1945. In het graf liggen de lijken van Belgische mannen, vrouwen en kinderen die in december 1944 tijdens het Ardennenoffensief door Duitse SS’ers zijn vermoord in de omgeving van Stavelot. (War Heritage Institute, Brussel, D.1.26.53)

9


Zicht vanaf de Rathausturm op het zuiden van Dresden, februari 1945. In de nacht van 13 op 14 februari 1945 vallen bij het geallieerde tapijtbombardement op de stad naar schatting 25.000 doden en 30.000 gewonden. Tot vandaag heerst er controverse over dergelijke bombardementen: is dit ‘normale’ oorlogvoering of een oorlogsmisdaad? (War Heritage Institute, Brussel, D.2.47.2 – Sächsiche Landesbibliothek)

Ten tweede wordt het conflict gekenmerkt door een extreme ‘brutalisering’. Een oorlog is door de aard ervan een gewelddaad, maar de Tweede Wereldoorlog overschrijdt alle grenzen. De executie van krijgsgevangenen, de vernieling van steden en dorpen, en de moord op burgers laten de oorlog als een soort litanie van de gruwel klinken. Miljoenen Russische krijgsgevangenen sterven in Duitse kampen. De vernieling van onder meer Houffalize, Bande, Lidice of Oradour-sur-Glane staat nog in ieders geheugen gegrift, maar we moeten er ook aan herinneren dat bijna 80.000 steden en dorpen op dezelfde manier vernield zijn in Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland. Aan deze lugubere opsomming moeten nog de miljoenen verkrachte en vaak vermoorde vrouwen worden toegevoegd en – laten we dit eerlijk erkennen – de systematische bombardementen op burgers en cultuurgoederen, door zowel de asmogendheden als de geallieerden. Tot slot is de Tweede Wereldoorlog een racistische vernietigingsoorlog waarin weinig oorlogvoerende partijen terugdeinzen voor de ergste wreedheden tegenover vijandelijke troepen, maar ook tegenover burgers die als ‘raciaal’ minderwaardig worden beschouwd en al te vaak worden gestigmatiseerd. De massale, systematische, wetenschappelijk georganiseerde en geïndustrialiseerde uitroeiing van ongeveer zes miljoen Joden, Roma en Sinti in Europa is daar de afschuwelijkste en bekendste belichaming van, maar er zijn nog

10


andere die wij niet mogen vergeten. Zo plant nazi-Duitsland de dood van de Russische bevolking in de zones die het bezet. Vijftien miljoen Russische burgers komen in de loop van het conflict om. Zij sterven van de honger, maar ook door de kogels van de Wehrmacht en van de SS. Iets soortgelijks doet zich voor in China, waar het keizerlijke leger van Japan onder meer in Shanghai en Nanking een bloedbad aanricht onder de Chinese bevolking, die als minderwaardig wordt gezien. Het werk dat u gaat ontdekken, begeleidt de nieuwe vaste tentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog van het War Heritage Institute in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis. Het belicht de Belgische dimensie van dit titanische conflict. De auteurs beschrijven de geschiedenis van ons land in die woelige tijden, vanaf het interbellum tot de bevrijding, via een herinnering aan de Achttiendaagse Veldtocht en de verschillende houdingen die de overheden en de bevolking gedurende de bezetting aannemen. Het is de geschiedenis van onze grootouders, onze ouders en dus van onszelf. De auteurs behoren tot het kruim van de Belgische en buitenlandse experts inzake de behandelde thema’s. Ik wil hen bedanken voor hun voortreffelijke werk en hoop dat dit boek snel uitgroeit tot een referentie over het onderwerp. Ik wens u veel leesplezier en hoop dat dit boek u ertoe aanzet u te verdiepen in de geschiedenis van ons land tijdens de Tweede Wereldoorlog ‌ en de duizenden voorwerpen en documenten te komen ontdekken die het War Heritage Institute voor u tentoonstelt in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, in het Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk en in Bastogne Barracks.

11

VOORWOORD


1

VAN OORLOG TOT OORLOG


TWINTIG JAAR RUST? DE BELGISCHE POLITIEK TUSSEN DE TWEE OORLOGEN Catherine Lanneau

N

a de wapenstilstand van 1918 krijgt koning Albert de hoogste Japanse onderscheiding, met name de Opperste Chrysanthemumorde. Op het kasteel van Loppem ontvangt hij het juweel en zijn ordeketen uit de handen van een bijzondere afvaardiging, onder leiding van admiraal en keizerlijke prins Yorihito Higashifushimi (18671922). Van 11 tot 14 november 1918 vinden in Loppem, waar de militaire staf tijdelijk is ondergebracht, ook zeer belangrijke gesprekken plaats over de prioriteiten voor het naoorlogse België. Bijgestaan door Emile Francqui zit de vorst er rond de tafel met een reeks, vaak progressieve, prominenten. De gesprekspartners komen tot een overeenkomst over het schoolbestand, het algemeen stemrecht, de versterking van de taalgelijkheid en meer aandacht voor de maatschappelijke problemen. Het ongenoegen bij het behoudsgezinde ‘oude rechts’ is groot. Zij spreken van de ‘coup van Loppem’ en insinueren dat het revolutionaire gevaar is overschat om de koning onder druk te zetten. Tot in de herfst van 1921 behoudt de Belgische regering de nationale eenheid met drie (katholieken, liberalen, socialisten), een nalatenschap van de oorlog. Maar de verkiezing van de eerste naoorlogse wetgevende kamers in november 1919 via het algemeen stemrecht voor (vooral) mannen – op dat ogenblik overigens een inbreuk op de grondwet – wijzigt de politieke machtsverhoudingen ingrijpend. Voortaan staan katholieken en socialisten zij aan zij, terwijl de liberalen een derde minderheidspartij vormen waarvan de voornaamste leiders verknocht blijven aan de verdediging van het ‘Franse België’ uit 1830. Zij zullen de onontbeerlijke aanvulling worden voor de tweepartijencoalities. In het katholieke kamp helt de weegschaal steeds meer naar de christendemocratische en Vlaamse linkervleugel. Ordeketen en juweel van de Opperste Chrysanthemumorde, door Japan verleend aan koning Albert, 1918. Na de Eerste Wereldoorlog worden aan koning-ridder Albert wereldwijd tal van onderscheidingen verleend. Het prestige van de vorst straalt aanvankelijk ook af op de Belgische politiek. Tijdens het interbellum volstaat de figuur van de koning echter niet om aan alle sociaal-economische problemen het hoofd te bieden. (War Heritage Institute, Brussel, 805300-805301)

29


De gevolgen van de Groote Oorlog De grote politieke en maatschappelijke veranderingen van vlak na de oorlog weerspiegelen een vorm van consensus of van wederzijdse tegemoetkomingen tussen de verschillende zuilen. De afschaffing van artikel 310 van het strafwetboek, dat zware straffen oplegde voor elke belemmering van de vrijheid van arbeid, stelt in de eerste plaats de Belgische Werkliedenpartij tevreden. De wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, die hun rechtspersoonlijkheid toekent, komt dan weer vooral tegemoet aan de belangen van katholieke kringen. Op fiscaal gebied is de grootste hervorming de invoering van de progressieve inkomstenbelasting, die met het oog op meer rechtvaardigheid een systeem tenietdoet dat sterk op eigendom en indirecte belastingen was gericht. In een te herbouwen België, dat in een zorgwekkende economische en industriële toestand verkeert, verzachten bepaalde sociale maatregelen het klimaat. Zo is er de aanpassing van de lonen aan de kosten van het levensonderhoud of de oprichting van een Nationaal Crisisfonds, dat gedurende een beperkte periode de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen via de vakbonden waarborgt. Onder impuls van de Internationale Arbeidsorganisatie wordt de achturige werkdag de norm – al zijn er ook tal van afwijkingen voorzien om de concurrentiekracht van de bedrijven te vrijwaren. De vrijgekomen tijd kan worden besteed aan recreatie of voortgezet onderwijs, iets waar elke zuil zich – niet zonder paternalisme – meester van maakt. Er gaat ook aandacht naar volksgezondheid en volkshygiëne: denk maar aan de oprichting van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn of de zeer omstreden wet-Vandervelde, die een gedeeltelijk verbod op sterke drank introduceert. Net op het moment dat België een ongeziene golf van nationale trots kent, loopt het op diplomatiek vlak een zware teleurstelling op. De tekst van het Verdrag van Versailles lijkt het land zijn status van onschuldig slachtoffer en zijn inzet tijdens de oorlog geen recht aan te doen. Het verdrag herstelt België dan wel in zijn integriteit en ontheft het van de opgelegde neutraliteit, maar de gebiedsuitbreiding blijft beperkt tot de Oostkantons (Eupen, Malmedy, Sankt-Vith, Moresnet) en een mandaat van de Volkenbond over Ruanda-Urundi. Verlost van zijn oorlogsschulden aan de geallieerden, krijgt België een eerste vordering van 2,5 miljard toegewezen op de eerste schijf van de Duitse herstelbetalingen. Dat bedrag is echter verre van wat verwacht werd. De Belgische territoriale eisen tegenover Luxemburg en Nederland, die fel worden aangevuurd door de nationalistische lobby van het Comité de Politique nationale, blijven als voorwaarde verbonden aan latere bilaterale onderhandelingen. Van Den Haag zal Brussel niets krijgen. Een Belgisch-Luxemburgse Economische Unie komt pas na een Franse terugtrekking tot stand. België beloont Frankrijk hiervoor met een tegen Duitsland gericht bilateraal militair verdedigingsakkoord (1920), waarvan de vertrouwelijke bepalingen en alleen al het bestaan ervan stof leveren voor tal van ‘communautair’ of pacifistisch getinte discussies. Is België de aanhangwagen van Frankrijk? Moet de gezamenlijke bezetting van het Ruhr-

30


gebied (1923-1925), als tegenmaatregel voor de slechte herstelbetalingen, niet in die zin geïnterpreteerd worden? In 1925 lijken de verdragen van Locarno, die een hoogtepunt van collectieve veiligheid zijn, een tijdlang het debat te sussen. Krachtens het Rijnpact erkennen en waarborgen Frankrijk, België en Duitsland hun gemeenschappelijke grenzen, waarbij ook Groot-Brittannië en Italië zich borg stellen. Het Frans-Belgisch militair akkoord lijkt op die manier achterhaald. België wordt op dat moment bestuurd door een onuitgegeven coalitie van socialisten, onder leiding van Emile Vandervelde, en katholieken, voor het merendeel Vlamingen en christendemocraten onder leiding van eerste minister Prosper Poullet. Tussen het najaar van 1921 en het voorjaar van 1925 hadden katholiek-liberale ploegen elkaar opgevolgd. Zij hadden kunnen profiteren van de hervatting van de economische groei om een beleid van grote bouwwerkzaamheden op gang te brengen. De resultaten van de verkiezingen van 1925 vallen echter gunstig uit voor de socialisten en zeer negatief voor de liberalen. In haar streven om de diensttijd en de militaire uitgaven te verminderen, stoot de nieuwe regering het leger en de meeste oud-strijders voor het hoofd. Het economische en sociale beleid van de regering, dat wordt benadeeld door een monetaire instabiliteit die teruggaat tot de nadagen van de oorlog, wekt ook het wantrouwen van de industriële en financiële kringen. Geconfronteerd met een stijgende inflatie wordt in 1926 een driepartijenkabinet van nationale eenheid gevormd. Hoewel de katholiek Henri Jaspar het kabinet leidt, is de sterkhouder ervan Emile Francqui, een vertrouwensman van de koning en vicegouverneur van de Generale Maatschappij. Dankzij haar speciale bevoegdheden weet de regering de frank te stabiliseren op een zevende van zijn vooroorlogse waarde. Daardoor begint een korte periode van economische en commerciële welvaart die wordt gekenmerkt door de lancering van grote bouwwerken zoals het Albertkanaal, de groei van de Vlaamse economie (vooral te danken aan de haven van Antwerpen en de nieuwe steenkoolmijnen van de Kempen) en een concentratie van de markt in de industriële en bancaire wereld. In 1924 was op sociaal vlak al de verplichte ouderdomsverzekering ingevoerd en vanaf 1930 worden gezinstoelagen uitgekeerd aan alle loontrekkenden. Het lijkt dus een tijd voor optimisme, maar de tentoonstelling van het eeuwfeest van België, die in 1930 plaatsvindt in Antwerpen en Luik, zal later als een zwanenzang klinken. Aan een van de prioriteiten van Loppem, namelijk de vernederlandsing van de universiteit van Gent, wordt er zonder twijfel minder tegemoetgekomen, aangezien het voor de tegenstanders ervan zo gemakkelijk is om alle Vlaamse eieren in dezelfde activistische korf te leggen. Er wordt ingespeeld op de herinnering aan de oorlogsjaren, toen de Duitse bezetter in Gent de zogenaamde Von Bissinguniversiteit had opgericht. De aanhangers van Gand français, waarvan de Waalse militanten vanaf 1923 verdeeld zijn in de ‘unionisten’ van de Assemblée wallonne en de ‘federalisten’ van de Ligue d’ Action wallonne, doen er alles aan om de vernederlandsing uit te stellen, die ze als nadelig beschouwen voor de eenheid van België en zijn wetenschappelijke prestige. In 1923 voert de wet-Nolf een gedeeltelijke

31

VAN OORLOG TOT OORLOG


Een massa volk aan de voet van de IJzertoren in opbouw, 18 augustus 1929. Tijdens de tiende IJzerbedevaart wordt voor het eerst een internationale bloemenhulde in het teken van ‘Nooit meer oorlog’ gehouden. Met de opkomst van het VNV in de jaren 1930 wijkt de pacifistische koers echter steeds meer voor een radicaal Vlaams-nationalisme met anti-Belgische toon. (Archief Joris Lannoo, Tielt)

vernederlandsing van de universiteit in, waar niemand tevreden mee is. Het is nog wachten tot 1930, voordat het Nederlands de enige onderwijstaal wordt. Intussen hebben ook andere kwesties de debatten gepolariseerd, zoals de amnestie voor activisten uit de Eerste Wereldoorlog. Die kwestie wordt tijdelijk beslecht door een compromismaatregel, de zogenaamde uitdovingswet: de straffen worden niet opgeheven, maar als vervallen beschouwd voor alle veroordeelden, van wie August Borms de bekendste is. Laatstgenoemde wint in 1928 vanuit zijn gevangeniscel een tussentijdse verkiezing in Antwerpen. Het is symbolisch voor het alsmaar sterker wordende Vlaams-nationalisme. Bij de parlementsverkiezingen van 1929 gaan de Vlaams-nationalisten zelfs van vijf naar elf zetels. Van dan af tekent zich zowel in het noorden als in het zuiden van het land een meerderheid af om de regionale eentaligheid te bevestigen en te versterken. Door de wet-Van Cauwelaert van 1921 is die eentaligheid al ingevoerd voor het taalgebruik in de administratie. In de loop van de jaren 1930 worden verschillende wetten gestemd betreffende het bestuur en het onderwijs (1932), het gerecht (1935) en het leger (1938). Die laatste wet creëert eentalige eenheden tot op het bataljonniveau, maar in de praktijk strekt de homogenise-

32


ring op taalgebied zich algauw uit tot op het regimentsniveau. Hoewel de taalgrens niet vastligt en de verfransing in de Brusselse agglomeratie en het randgebied ervan voortgaat, krijgt de logica van een Nederlandstalig Vlaanderen, een Franstalig Wallonië en een tweetalige zone in de hoofdstad in de praktijk vorm. In 1937 wordt eindelijk een amnestiewet voor de activisten goedgekeurd. Het gaat gepaard met een heftige reactie van oud-strijders en een interne crisis bij de Liberale Partij. Al snel wordt ook de culturele dualiteit van het land bekrachtigd door de splitsing van de Belgische Academies en de oprichting van twee culturele adviesraden. Begin 1939 leidt de benoeming van een voormalig activist die amnestie kreeg, met name dokter Adriaan Martens, aan de (Vlaamse) Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België tot een regeringscrisis – de liberalen verlaten de regering – en tot de ontbinding van de kamers en vervroegde verkiezingen, waar de Liberale Partij versterkt uitkomt. Enkel door het ontslag van Martens kan opnieuw een katholiek-liberale coalitie worden samengesteld. Die verschillende episodes getuigen van een steeds grotere beladenheid van de ‘communautaire’ kwestie. Dat bewijzen ook de parlementaire voorstellen, die niet in overweging werden genomen, voor een federalistische staatshervorming (in 1931 van Herman Vos van de Frontpartij aan Vlaamse kant, en in 1938 van drie socialisten, onder wie Luikenaar Georges Truffaut, aan Waalse kant).

België tijdens de crisis De internationale beurskrach van 1929 en de bijbehorende financieel-economische crisis laat zich in België pas echt voelen vanaf de tweede helft van 1931. Vanaf 1932 breidt dit zich nog uit. Het Young-plan heeft de Duitse herstelbetalingen definitief begraven, het Britse pond is fors gedaald en brengt zo de Nationale Bank van België in moeilijkheden, de kapitaalhouders proberen hun vlucht te regelen en de schuldenput wordt steeds dieper. De recessie treft alle sectoren van de economie: zowel de industriële productie als de export neemt met ongeveer een vijfde af. Volledige of gedeeltelijke werkloosheid wordt een massaverschijnsel en in sommige regio’s, zoals de Borinage, heerst regelrechte ellende. Om de crisis het hoofd te bieden voeren de opeenvolgende regeringen, coalities van liberalen en katholieken, dankzij speciale bevoegdheden een deflatiebeleid dat de overheidsuitgaven drukt, de werkloosheidsuitkeringen en pensioenen verlaagt en de belastingdruk verhoogt. Het sociale klimaat wordt meer gespannen. Zo worden in 1932 de steenkoolbekkens getroffen door een grote stakingsgolf die vanuit Henegouwen komt. De crisis heeft ook een impact op de bankensector: enkele banken, die soms verbonden zijn aan politieke zuilen, worden het slachtoffer van onverstandig beheer en gaan failliet. Als reactie hierop maakt de overheid een einde aan de gemengde banken en legt zij de splitsing van de activiteiten op tussen deposito- en zakenbanken (holdings). Daarnaast roept ze ook een waakhond voor de sector in het leven, met name de Bankcommissie.

33

VAN OORLOG TOT OORLOG


DE CONTROLE VAN DE RIJN: WELKE INZET? Anne Godfroid

I

n het kader van het wapenstilstandsverdrag worden vanaf december 1918 tienduizenden militairen van de geallieerden en hun bondgenoten, onder wie 46.000 Belgen, gestationeerd op de linkeroever van de Rijn, van Kleve tot Landau, en op de rechteroever in de bruggenhoofden van Keulen, Koblenz en Mainz. De bezette gebieden worden in vier zones verdeeld die – van noord naar zuid – onder het toezicht komen van respectievelijk Belgische, Britse, Amerikaanse en Franse troepen. In afwachting van de vrede moeten de troepen de bezette gebieden beveiligen en de toegangen ertoe, zowel over land als over de rivieren, afsluiten. De bres in Limburg, langs de Duits-Nederlandse grens, wordt gedicht met een barrière van prikkeldraad die door Belgen wordt bewaakt. De Rijn, die ontegensprekelijk de hoofdas vormt waarlangs potentieel opstandige burgers of militairen kunnen binnendringen, moet hermetisch afgesloten worden. Maar achter de controle over deze rivier schuilen ook geostrategische en economische belangen. De Commission interalliée de Navigation de Campagne (CINC) en de Rijnflottielje maken deel uit van dat controlesysteem, dat ook Belgische militairen omvat. Achter het acroniem CINC zit een van de vele logistieke instanties die na de wapenstilstand in het leven worden geroepen om de clausules van het verdrag te doen naleven. De CINC moet de navigatie en overlading op de rivier beheren. De hier getoonde wimpel ontvangt het Koninklijk Legermuseum in 1921 van luitenant-kolonel Constant Dumont, 2

Wimpel van de Commission Interalliée de Navigation de Campagne, Belgische flottielje op de Rijn, Keulen, 1918-1923. (War Heritage Institute, Brussel, 801027)

38


die op dat moment hoofd is van de in Keulen gevestigde Belgische missie bij de CINC. De wimpel siert de mast van een van de twintig Belgische schepen die tot de Rijnflottielje behoren. Deze flottielje wordt in december 1918 opgericht en staat onder leiding van korvetkapitein François Darlan, die later admiraal wordt en in 1940 aan het hoofd van de Franse marine staat. De Belgische schepen voeren de vlag van de CINC en patrouilleren op de rivier ter hoogte van de Belgische sector, over bijna 140 kilometer. Ze hebben de opdracht om aan boord van vaartuigen te gaan en hun vracht te controleren. In de voornaamste overslagplaatsen op de rechteroever onderwerpen controlecommissies van de CINC de binnenschepen aan een grondige inspectie. Enkele kleine Belgische detachementen zijn gestationeerd in Emmerich, Wesel, Alsum, Walsum, Duisburg-Ruhrort en Düsseldorf. Zij zitten afgezonderd in een vijandige omgeving. Om hun taken uit te voeren hebben zij veelvuldig contact met Duitsers die in onbezet gebied wonen, zoals deze soldaat met de nodige beeldspraak getuigt: ‘Wij zijn voorbij de Rijn, in het land der spartakisten! En je mag geloven dat zij haar op de tanden hebben. Het zijn helemaal niet dezelfde burgers als op de linkeroever van de rivier.’ De inwoners van de onbezette gebieden blijven gespaard van de maatregelen die de fundamentele vrijheden van de inwoners van de linkeroever aantasten. Daardoor nemen zij wellicht een provocerende houding aan die de soldaten, van wie sommigen nogal snel naar de wapens grijpen, ergert. De situatie loopt dan ook geregeld uit de hand. De Duitse pers, die op de rechteroever vrij verspreid wordt, laat dergelijke incidenten niet onvermeld. Het is ook in dit gebied, tussen Walsum en Ruhrort, in Hamborn, dat in maart 1922 luitenant José Graff wordt vermoord. De straffeloosheid waarvan de moordenaars profiteren om te handelen en te vluchten is ook te wijten aan de ingewikkelde status in de regio, waar bezette en onbezette gebieden aan elkaar grenzen. Het voorval beroert de Belgische publieke opinie, en in het bijzonder de oud-strijders, die aandringen op strenge sancties en garanties voor de veiligheid van de Belgische bezettingstroepen in het Rijnland. Het incident is tekenend voor de verslechterde relaties tussen bezettende en bezette gemeenschappen – die vanaf het voorjaar van 1921 geleidelijk aan zijn gegroeid – en de bezetting van de rivierhavens van Duisburg-Ruhrort en Düsseldorf. Het langzame proces van culturele demobilisatie staat stil. Geweld verstoort steeds meer de betrekkingen tussen de bezetters en degenen die onder bezetting leven. Dat geweld bereikt een hoogtepunt in 1923, tijdens de Frans-Belgische operatie in het Ruhrgebied. Aan Duitse zijde leidt de giftige sfeer tot acties van burgerlijk en gewapend verzet, waaronder de dodelijke aanslag op een trein met Belgische vakantiegangers in Hochsfeld. Aan Belgische zijde komt er een staat van beleg en zijn er massale uitwijzingen. Pas tien jaar na de oorlogsverklaring in augustus 1914 normaliseren de betrekkingen tussen de voormalige oorlogvoerende partijen stilaan en is er opnieuw een vreedzame co-existentie aan de Rijn. In 1930 verlaten de Belgisch-Franse strijdkrachten als laatsten de Rijngebieden, uiteindelijk vijf jaar vroeger dan wat in het Verdrag van Versailles was vastgelegd. 3

39

VAN OORLOG TOT OORLOG


MULTILATERALISME OF ECONOMISCHE DIPLOMATIE? DE BELGISCHE ZENDING(EN) IN ETHIOPIË Manuel Duran

H

et Verdrag van Versailles maakt een einde aan de verplichte neutraliteit van ons land. De garanties die deze neutraliteit hadden geschraagd, hebben niet kunnen verhinderen dat één van de garanten ons land in 1914 is binnengevallen. Diplomatiek staat België vanaf nu op eigen benen. Na een korte periode waarin vooral de Franse kaart getrokken wordt, zet ons land na het Verdrag van Locarno in op multilateralisme, diplomatieke diversificatie en de behartiging van zijn commerciële belangen door middel van een steeds intensievere economische diplomatie.

Hoofddeksel van een Ethiopische bevelhebber, geschonken door de keizerlijke wacht van de negus (keizer) aan de Belgische majoor Ernest Polet, ca. 1935. (War Heritage Institute, Brussel, 506762)

40


Inheemse strijders in traditionele klederkracht tijdens de Italiaanse verovering, Ethiopië, 1936. De strijd in Ethiopië wordt met ongelijke wapens uitgevochten. Fascistisch Italië gebruikt tijdens de campagne zelfs mosterdgas en verboden munitie. De Europese naties, België inclusief, laten de bevolking aan hun lot over. (War Heritage Institute, Brussel, rechten voorbehouden)

In dit licht moeten we de opeenvolgende Belgische militaire zendingen in Ethiopië tussen 1930 en 1935 zien. Deze zendingen volgen op strikt geheime onderhandelingen tussen de Belgische regering en de Ethiopische vorst Ras Tafari Makonnen, waarbij op vraag van de vorst, dertien officier-instructeurs tussen 1930 en 1935 naar het Oost-Afrikaanse land worden gestuurd om in te staan voor de training en modernisering van het Ethiopische leger. Voor de Ethiopiërs is de komst van de Belgische militaire adviseurs onder leiding van majoor Ernest Polet en Auguste Dothée een manier om zich van de broodnodige Europese militaire expertise te verzekeren, zonder daarvoor een beroep te moeten doen op de grote koloniale mogendheden, inzonderheid Groot-Brittannië en Frankrijk. De Belgische regering heeft vooral mercantiele voordelen op het oog, zoals blijkt uit de belangrijke wapenbestelling bij FN Herstal die de Ethiopische overheid in de marge van deze zendingen plaatst. De ophanden zijnde invasie van het fascistische Italië maakt echter een einde aan de Belgisch-Ethiopisch militaire samenwerking. Ons land besluit zich terug te plooien op

41

VAN OORLOG TOT OORLOG


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401455268 by Uitgeverij Lannoo - Issuu