Lene Kaaberbøl
De wilde heks
De belofte
de kronieken van de kroon Lene Kaaberbøl
De
wilde heks Jennifer A. Nielsen
De belofte
Vertaald door Corry van Bree
www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. ISBN 978 94 014 5513 8 D/2018/45/541 NUR 282/283 © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018 Oorspronkelijke titel Vildheks 6 – Genkommeren Oorspronkelijke uitgever Florlaget Alvilda, Kopenhagen, 2014 Copyright: © Lene Kaaberbøl, Kopenhagen, 2014 Gepubliceerd in overeenkomst met Copenhagen Literary Agency ApS, Kopenhagen © Vertaling Corry van Bree © beelden in cover verwerkt: Shutterstock Vormgeving omslag: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Mieke Smalle
1
EEN VLIEGENDE SPEURHOND Ik lag op mijn rug in het zand en keek naar de nevelige blauwe hemel. Het was ochtend en de papegaaien in de bomen schetterden en maakten meer herrie dan een schoolplein vol kinderen vlak voordat de bel ging. Ik wist dat ik zo meteen moest opstaan, maar het was heerlijk om nog even te blijven liggen. Om mijn armen en benen, die doodmoe waren van het klimmen, springen, draven, kruipen en vechten, te laten rusten en aan niets anders te denken dan het zand, de zon en de blauwe hemel. Ineens zag ik een enorme vogel, met vleugels die zo breed waren dat hij op een vliegende deur leek. Hij cirkelde langzaam in de warme luchtstroom, steeds een beetje lager, en door zijn enorme vleugelwijdte leken 5
de papegaaien in de bomen wel kleine felgekleurde mussenjongen. Was het een adelaar? Ik wist niet welke vogelsoorten ik in de buurt van Kahla’s eiland kon verwachten. Nee, het was beslist geen adelaar, daar was zijn nek te lang voor. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes tegen de zon om beter te kunnen zien. De enorme vogel daalde nog een paar meter en was nu zo dichtbij dat ik een beetje ongerust werd. Het was een gigantisch beest, en hoewel roofvogels zelden mensen aanvallen… Een van de ravenjongen piepte geschrokken. Ik kon niet horen of het Arkus’ wilde vriend Erya was of de kleine mannelijke raaf, maar Arkus mompelde kalmerend tegen allebei. Ik kwam overeind toen de vogel dook. Hij landde vlak voor me en deed een paar onhandige stappen in mijn richting. De huid rond zijn ogen was roze en gerimpeld, en afgezien van de krachtige gele snavel leek hij een beetje op een chagrijnige oude man. Zijn ogen glansden kwaadaardig en donkerrood, en op de veren op zijn kop en rond de snavel zat opgedroogd bloed. ‘Ga weg!’ riep ik automatisch terwijl ik mijn handen voor mijn gezicht hield om mezelf te beschermen. Op dat moment voelde ik een scherpe pijn in mijn onderarm. Ik rook een zoetige rottende geur en werd geraakt 6
door een krachtige vleugel toen de gier een paar keer klapwiekte, waarna hij snel opvloog en boven de zee verdween. ‘Au!’ Vlak onder mijn elleboog zat een diepe wond. Je zou er een vinger in kunnen steken als je daar zin in had. Dat had ik niet. Ik staarde zwijgend naar de wond. Die begon te kloppen en er welde bloed in op, dat langs mijn arm begon te stromen. ‘O nee’, jammerde Niks geschrokken. ‘Wat is er gebeurd?’ Kahla was gaan staan. ‘Dat was een gier’, zei ze. ‘Een vale gier, denk ik.’ Het was al erg genoeg om in mijn arm te worden gebeten door een adelaar, maar een gier? Een aaseter die zijn snavel gebruikte om in rottende ingewanden te wroeten? Jakkes. ‘Hij heeft me gebeten’, zei ik. Oscar keek naar het bloed. Ik vond dat hij best een beetje minder kalm mocht zijn. ‘Het is een hartstikke diepe wond’, verkondigde hij. ‘Ik kan de pezen en zo zien zitten.’ Het deed inmiddels erg veel pijn. ‘Kahla’, zei ik. ‘Kun jij…’ Ik begon een beetje duizelig te worden. Een gier. Wat smerig! 7
Kahla pakte mijn pols vast en begon te zingen. Ik kon als het ware zien hoe het bloed langzamer begon te stromen en opdroogde. De wond ging een beetje dicht, maar niet helemaal. Dat was zelfs voor een goede wilde heks als Kahla te moeilijk. ‘Je moet de wond wassen’, zei ze en ze wees naar de golven die zachtjes het strand op rolden. ‘In het zeewater? Dat gaat branden en…’ ‘Zout water remt de ontsteking’, onderbrak ze me. ‘Doe gewoon wat ik zeg!’ Ik waadde een paar meter de zee in en stak mijn arm aarzelend in het water. Het brandde verschrikkelijk en ik moest heel goed mijn best doen om me te concentreren op alle slechte gierbacteriën die het zoute water wegspoelde. ‘Ik dacht dat gieren geen levende mensen aanvielen’, zei Oscar. ‘Misschien dacht hij dat je dood was. Je lag tenslotte heel stil…’ ‘Ik ging rechtop zitten! Hij kan dus niet gedacht hebben dat ik dood was.’ ‘Vale gieren vinden het niet prettig om over water te vliegen’, zei Kahla. ‘Maar deze vloog rechtstreeks naar de zee toen hij verdween. Bovendien blijven ze meestal in berggebied. Er klopt iets niet…’ ‘Zou het een slaafdier zijn geweest?’ 8
Een slaafdier was een dier dat van zijn vrije wil was beroofd. Net als de slangen die Kahla’s moeder in haar macht had gehad. Maar die waren uiteindelijk in opstand gekomen en hadden haar gedood. ‘Misschien wel.’ Maar wie zou zoiets willen doen? Nu Lamia dood was, kende ik maar één andere wilde heks die dit zou bedenken. ‘Denk je dat het Bravita Bloedling was?’ ‘Hoe moet ik dat weten?’ snauwde Kahla. ‘Ik heb geen idee wat alle gemene wilde heksen in de wereld doen. Alleen omdat mijn moeder… Alleen omdat mijn moeder…’ Haar stem stokte. Ik zag haar schouders schokken en wist dat ze haar uiterste best deed om niet te gaan huilen. ‘Zo bedoelde ik het niet’, zei ik verontschuldigend. ‘Je bent gewoon zo veel beter dan wij. Of in elk geval dan ik. Je weet meer.’ Ze kreeg haar schouders onder controle en glimlachte verdrietig naar me. ‘Doet het nog steeds pijn?’ vroeg ze. Het deed nog pijn, maar het zoute water brandde niet meer en ik voelde me nu in elk geval schoner. ‘Het valt wel mee’, zei ik. ‘Maar ik moet iets hebben om de wond mee te verbinden.’ 9
Kahla gaf me zwijgend een van de zijden sjaals die bij de ‘prinsessenkleding’ hoorde die ze van haar moeder had moeten dragen. ‘Een gier heeft een heel fijn reukzintuig’, zei ze nadenkend. ‘Ze kunnen het verschil tussen een vers kadaver en een rottend lijk op kilometers afstand ruiken.’ ‘Daar weet ik alles van!’ zei Oscar stralend van enthousiasme. ‘Op sommige plekken gebruiken ze gieren om lekkages in lange transcontinentale gasleidingen op te sporen.’ Het was grappig om een volwassen woord zoals ‘transcontinentaal’ uit Oscars mond te horen. Soms wist hij de vreemdste dingen. ‘Waar heb je dat vandaan?’ vroeg ik. ‘En hoe doen ze dat?’ ‘Er wordt een gas toegevoegd dat naar rottende lijken ruikt en dan wachten ze tot er ergens gieren rondcirkelen. Ik heb een televisieprogramma gezien over dieren met vreemde taken. Wist je dat ze fretten gebruiken om leidingen door lange buizen te trekken onder voetbalvelden en zo?’ ‘Nee’, antwoordde ik afwezig. ‘Maar waarom is dat zo belangrijk? Niet dat over die fretten, maar dat gieren goed kunnen ruiken.’ Het was een beetje verrassend,
10
vond ik. Je denkt niet echt aan vogels als het om reuk gaat. Ze hebben tenslotte snavels en geen neuzen. Kahla staarde naar de zee. De gier was natuurlijk allang verdwenen, maar er was blijkbaar iets anders wat haar aandacht trok. ‘Als je een speurhond zou gebruiken’, zei ze. ‘Een die in heel weinig tijd een enorm gebied kan doorzoeken…’ ‘Daarom gebruiken ze gieren voor de transcontinentale leidingen’, zei Oscar, die nog steeds helemaal in ‘nerd’-modus was. ‘Een gierspeurhond?’ vroeg ik en ik voelde een koude rilling over mijn rug gaan die niets te maken had met het weer. Het was hier minstens dertig graden. ‘O nee’, zei Niks. ‘Er is iemand naar ons op zoek.’ Ze keek naar het zijden verband rond mijn arm, waarop inmiddels een bloedvlek zat. ‘En het is iemand die ons niet mag.’ Arkus had nog steeds niets gezegd. Hij was vaak zo stil dat je bijna vergat dat hij er was, maar nu ging hij rechtop zitten. ‘We moeten de raven naar de Ravenvallei terugbrengen’, zei hij. ‘Het is hier niet veilig voor ze.’ Ik pakte mijn arm voorzichtig vast en bedacht dat het hier voor geen van ons veilig was.
11