Skip to main content

9789401455107

Page 1

Julian De Backer m et foto’s van

Els Vanopstal

Song writers Muzikanten over hun stiel


www.julian.be www.elsvanopstal.com www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Vormgeving Studio Lannoo © Uitgeverij Lannoo nv en Julian De Backer, Els Vanopstal ISBN 978 94 014 5510 7 – D/2018/45/558 – NUR 660 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


INHOUD 9

Woord vooraf van Kris Wauters

13 Inleiding 17

De geïnterviewden

23 25 41 67 89

Deel I: Muze & meta Het eerste nummer ooit Genese van een nummer Inspiratie en thematiek Knipogen naar eigen songs

101 103 133 145 179 191

Deel II: Werkwijze & oeuvre Het metier van de songwriter Verliefd op de demo Iconische nummers Op locatie, op kantoor Once you free your mind…

213 215 231 243 265

Deel III: Reactie & kritiek Tussen ontvankelijk en blasé De eeuwigheidswaarde van popmuziek Professionele jaloezie & bewondering voor anderen Het gevecht tegen de vooroordelen

283 Epiloog 285 Bronnen


Woord vooraf


Woord vooraf

10

Al zolang ik me kan herinneren, ben ik gek op goeie songs. Kleine en grote liedjes, melodieën die je doen wegdromen, refreinen die zich voor eeuwig in je geheugen nestelen, teksten die je doen nadenken of die je simpelweg amuseren, drums en gitaren die je doen springen: laat maar komen. Op m’n vijftiende kocht ik – na jarenlang weekgeld sparen – mijn eerste akoestische gitaar, en meteen ook een klein boekje waarin wat akkoorden stonden en vooral ook wat uitleg over hoe je je vingers moest zetten op de snaren. Een paar uur later speelde ik al relatief vlot de A, de D en de E. En nog een paar uur later had ik een eerste liedje gemaakt, een zelfgeschreven niemendalletje dat gelukkig de tand des tijds niet heeft doorstaan, zelfs niet in mijn eigen geheugen. Maar het zaadje was wel geplant: je kunt dus gewoon zélf iets verzinnen dat nog niet bestaat, je kunt met woorden en akkoorden en melodie een volledig nieuw liedje maken… Alleen al het idee vond ik wonderbaarlijk. En dat doe ik tot op de dag van vandaag: geen beter gevoel dan net iets gecreëerd te hebben, een liedje dat gisteren nog niet bestond en waar hopelijk over een paar weken of maanden andere mensen van kunnen genieten. Maar hoe doe je dat, een song schrijven? Eerlijk gezegd heb ik zelf na al die jaren nog geen sluitend antwoord op die fantastische vraag. Er zijn namelijk geen regels voor, ook al lijken veel songs te bestaan uit strofes en refreinen. Mijn beste gok is: je moet een bepaald talent hebben, ergens door geïnspireerd worden, goeie ideeën van minder goeie kunnen onderscheiden, bereid zijn om hard te werken en vooral niet te snel tevreden zijn. Er hangt ook een waas van geheimzinnigheid rond het schrijven van songs: de songwriter die in zijn afgesloten kamertje allerhande geweldige ideeën uit de lucht plukt – dat creatieve proces spreekt tot de verbeelding, ook al omdat je ‘inspiratie’ of ‘creativiteit’ moeilijk in beeld kunt brengen in de een of andere televisionele docusoap. Hoe een song precies tot stand komt, blijft een beetje mysterieus. En dat maakt de vraag ‘Hoe schrijf je een song?’ alleen maar prangender.


11

Met mateloze bewondering luister ik dan ook naar de grote songschrijvers van deze planeet. Burt Bacharach, Cole Porter, Lennon & McCartney, Stevie Wonder, Brian Wilson, Harry Connick jr.: mijn lijst van favorieten is werkelijk oneindig lang. Sommige songs zijn zó goed geschreven, zijn zó onweerstaanbaar, zó onvergetelijk dat je je afvraagt: hoe zijn ze in godsnaam op dat idee gekomen? Talent komt in vele gedaantes en ook in veel verschillende volumes: het is duidelijk dat sommige songschrijvers met abnormale hoeveelheden talent gezegend zijn en anderen met, laten we zeggen, íéts minder talent. Nadat Julian De Backer Clouseau door de jaren heen een paar keer had geïnterviewd bij het uitbrengen van nieuwe albums, vroeg ik hem om voor Clouseau30 – we maakten dertig jaar plaatjes – wat gefilmde interviews te doen op locaties die van belang waren geweest voor ons groepje. Alle vragen die hij stelde en vroeger gesteld had, verraadden een diepgewortelde interesse voor muziek, voor songs en voor het metier van songwriting. Vanuit het niets zei ik tegen hem: ‘Eigenlijk zou jij een boek moeten schrijven! En zou je alle vragen die je mij hier aan het stellen bent, ook aan de beste songwriters van het land moeten stellen. Dat boek bestaat in België nog niet, volgens mij.’ En kijk, u hebt het net opengeslagen: een boek waarin een heleboel songschrijvers van hier hun licht laten schijnen over dat mysterieuze proces van songwriting. Als u van muziek en van songs houdt, zal dit boek u zonder twijfel geweldig interesseren. Waar haalt Raymond van het Groenewoud zijn inspiratie vandaan? Hoe begint Alex Callier eigenlijk aan een nieuw nummer? Wanneer stopt Frank Vander linden met schaven aan een nieuwe song? De interne keuken van de songwriter, zeg maar. Het zal u op een andere manier doen luisteren naar vele liedjes. Veel leesplezier,

Kris Wauters


De geinter­ viewden


De geinter­viewden

18

Mira Bertels. Zang. Piano. Chroniqueur van twijfels en angsten. Samenwerking met Fixkes en Willem Vermandere. Probeer ‘Enkel glas’ met videoclip te bekijken en het droog te houden. Alex Callier. Piano. Gitaar. Arrangeur. Producer. Componist. Filmmuziek. Hoover, later Hooverphonic. Hairglow. Neus voor melodieën die ontroeren en beroeren, en componist van een karrenvracht internationale instanthits. Stef Kamil Carlens. Zang. Multi-instrumentalist. dEUS. Moondog Jr. Zita Swoon. Zita Swoon Group. Beeldend kunstenaar. Schrijver. Van veel markten thuis. Pieter Embrechts. Zang. Gitaar. Kakkewiet. Ramon Iglesias. Maakte met ‘Maanzin’ het beste Belgische debuut aller tijden. Tweede album ‘Onderwoud’ was opnieuw een pareltje. Meesterlijk stemgebruiker en acteur. Stefaan Fernande. Zang. Keyboards. Broodschrijver. Tientallen hits in opdracht. Werk voor Yasmine, Get Ready!, Clouseau, Els De Schepper en vele anderen. Opgenomen in de Eregalerij Radio 2 in 2018. Eigen werk met The Big Noise. ‘Iedereen Brullie’ voor de Ketnetactie ‘Move tegen pesten’ is een voltreffer. Johannes Genard. Zang. Gitaar. Leafpeople. School is Cool. Winnaar Humo’s Rock Rally. Muziek voor theater. Instantclassics met ‘Trophy Wall’, ‘New Kids in Town’ en ‘The World is Gonna End Tonight’. Piet Goddaer. Zang. Multi-instrumentalist. Ozark Henry. Popen filmmuziek. Symfonische bewerkingen van de grootste klassiekers met National Orchestra of Belgium. Producer. Grote ster in Italië. Heeft persoonlijke complimenten van David Bowie mogen ontvangen.


19

Arno Hintjens. Zang. Chevalier dans l’Ordre des Arts et des Lettres. Liefhebber van pseudoniemen. Solowerk als Arno. Groepswerk met Freckle Face, Tjens Couter, T.C. Matic, Tjens Matic, Charles et les Lulus, Charles and the White Trash European Blues Connection en Arno and the Subrovnicks. ‘Chanteur du charme râté’ in zijn eigen woorden. Schreef met ‘Le lundi on reste au lit’ en ‘Mourir à plusieurs’ twee prijsbeesten, boven op vaderlandse ijkpunten als ‘Oh la la la’, ‘Putain Putain’ en ‘Les yeux de ma mère’. Isolde Lasoen. Zang. Multi-instrumentaliste, met specialiteit percussie. Drummer van Daan. Les Bens. The Happy. Franse en Engelse solonummers. Jan Leyers. Zang. Gitaar. Piano. Soulsister, later Leyers, Michiels & Soulsister, daarna weer Soulsister. My Velma. Solo. De enige uit dit boek die de officiële Amerikaanse Billboard Hot 100 wist te bereiken, met ‘The Way To Your Heart’. Voorlopig laatste Soulsisterplaat ‘Closer’ bevat met onder andere ‘Old School Lovin’ en ‘Forgiven’ intacte popperfectie. Bert Ostyn. Zang. Gitaar. Piano. Absynthe Minded. Solo. Filmmuziek. Was amper vierentwintig toen hij met ‘My Heroics, Part One’ een instantklassieker schreef. Zou later nog twee toppers aan het vaderlandse pantheon toevoegen, met ‘Envoi’ en ‘Beam!’. An Pierlé. Zang. Piano. White Velvet. Artist in residence MSK Gent. Veel meer dan het meisje op de bal achter de piano. Filmmuziek voor ‘Le Tout Nouveau Testament’ kreeg internationale bijklank en lof.


De geinter­viewden

20

Liesa Van der Aa. Zang. Piano. Actrice. Moderne klassieke muziek en vele andere genres. Ambitieus drieluik ‘WOTH’ benadert alle songs op drie manieren en laat de luisteraar zelf kiezen. Collectief heet ‘One Trick Pony’, maar dat is ze allesbehalve. Frank Vander linden. Zang. Gitaar. De Mens. Solo. ‘Eigenlijk wel een goede gitarist’ (dixit mensen die pas na verloop van tijd zijn talent erkennen). Componeerde wellicht de definitieve ode aan een schrijver met ‘Jeroen Brouwers (schrijft een boek)’, en Vander linden deed dat goed. Raymond van het Groenewoud. Zang. Piano. Gitaar. Volksmenner eerste klas. Schrijver van menig hit. Muzikant en arrangeur par excellence. ‘Lied van de zee’ is pure perfectie. Kris Wauters. Gitaar. Piano. Zang. Clouseaulid sinds 1984. Recordhouder ‘aantal hits in het collectief muzikaal geheugen’ sinds 1987. Liefhebber van menig bolide. Internetmeme sinds 2014.


DEEL I

Muze & meta


Het eerste nummer ooit

Ik schrijf graag liedjes met een hoek af, nummers die niet perfect zijn | Alex Callier


DEEL I

Muze & meta

26

Het gehuil van baby’s is soms verrassend muzikaal en soms knap vervelend. Elk kind neuriet, mompelt en zingt op de speelplaats, in bad, onder de douche, wanneer het een aandachtig publiek heeft of wanneer het net helemaal niet opvalt. De songwriters uit dit boek waren ooit allemaal schattige baby’s, bijdehante kleuters en enthousiaste tieners. Mogelijk speelde muziek ook toen al een grote rol in hun leven. Maar weten ze nog wat het allereerste nummer was dat ze ooit schreven?


Het eerste nummer ooit

27

Stefaan Fernande werkte voor zijn doorbraak als liedjesschrijver in een platenwinkel, waarvoor hij de hitgevoeligheid van de nieuwste releases moest kunnen aanvoelen. Die affiniteit is gebleven, want ook vandaag volgt hij nog altijd de hitparades op de voet. Hij heeft een bijna analytisch correct muziekgeheugen en kan zich dus zonder probleem voor de geest halen wat zijn eerste compositie was: ‘Mijn eerste nummer heette ‘Yamaha’, ik schreef het als zesjarige. Het had aanvankelijk geen lyrics en ik kan het nog steeds spelen. Als negenjarige componeerde ik ‘Skateboard (You Make Dreams Come True)’ in tamelijk naïef Engels. Dat liedje zit nog steeds in mijn hoofd. Toen ik elf was, volgde ‘On The Run’, over mijn vriendin die zwanger was. Allemaal verzonnen, uiteraard, zogenaamd om met mijn imaginaire groepen The Panthers en The Gods te spelen. Ik ben heel lang in de boy meets girl-traditie blijven schrijven, die zo eigen is aan popmuziek. Nu probeer ik vooral in de jijvorm te schrijven. ‘My name is Luka, I live on the second floor’ is Suzanne Vega die in de huid van iemand anders kruipt.’

Hoe zijn allereerste nummer heette, weet Piet Goddaer niet meer, maar hij herinnert zich nog wel hoe hij ermee gestart is en in welke toon het geschreven was: ‘Ik speelde op mijn piano, en ik ben begonnen vanuit do. Ik wilde gitaar leren spelen, dus experimenteerde ik: wat is er makkelijk te spelen op piano, zodat het nadien hopelijk ook makkelijk is op gitaar? Ik vond het interessant dat ik meteen een soort Japans geluid te pakken had. Ik was elf en ben uiteindelijk maar tot mijn dertiende naar de muziekschool geweest. Ik ben altijd een dagdromer en een fantast geweest, ik vond het heerlijk om verhaaltjes uit te vinden, op welke manier dan ook. Tekenen, liedjes maken, schetsen, ik deed het allemaal even graag, maar nooit met het idee om er iets mee te doen. Sommige


DEEL I

Muze & meta

28

probeersels nam ik op met mijn cassetterecorder, ik heb een doos vol met cassettes zonder duidelijke markering. Het eerste nummer dat ik heb afgewerkt, heette ‘Up to the Sun’. Ik kan het in mijn hoofd horen, maar ik kan het niet meer spelen. Het nummer ‘Great’ op mijn debuut ‘I’m Seeking Something That Has Already Found Me’ is ook zeer oud. Dat heb ik er toen heel bewust op gezet, als knipoog naar mijn vroegere zelf. In dat opzicht is ‘Great’ vermoedelijk het eerste Ozark Henry-nummer.’

In het allereerste groepje van Jan Leyers speelde zijn broer op drums en stond zijn zus achter de microfoon. Hij had iedereen opgetrommeld en opgedragen mee te spelen. De nummers die hij daarvoor had geschreven, waren poppy: ‘Achteraf bekeken zou je ze als Beach Boys-achtig kunnen klasseren. Hoe mijn eerste nummer heette, weet ik niet meer, en er bestaat geen opname van. Ik herinner me enkel de vage contouren. We hebben het over 1972: ik was veertien, speelde gitaar, elk nieuw akkoord leidde tot een nieuw nummer. Ik denk dat het ‘I Can’t Just See’ heette. Ik kan zeggen wat ik wil, want niemand gaat me tegenspreken (lacht). Het was een nummer in D, en enkel de akkoorden D en A kwamen erin voor. Dat waren ook mijn eerste twee akkoorden, geleerd uit het boekje van Nonkel Bob. Wanneer je een D neemt, kun je er meteen tof op variëren door één vinger los te laten of je pink erbij te zetten. Zo kun je binnen het akkoord al een beetje een melodie spelen. D is een heel vrolijk, poppy, dankbaar akkoord. Heel anders dan E, dat donkerder is.. Mijn broer is blijven drummen tot ik een echte drummer had gevonden. Ik zal niet zeggen dat mijn broer tegen zijn zin speelde, maar het was toch niet uit volle overtuiging. In die tijd had je nog geen ritmeboxen, dus als ik iets met een andere beat wilde uitproberen, moest hij urenlang hetzelfde herhalen. Vandaag laat je op je computer gewoon een drumpatroon met de geschikte sound


Het eerste nummer ooit

29

lopen, vier dagen aan een stuk als je wilt. Met Beri-Beri probeerden we nummers te maken, maar dat werkte niet zo goed. Zowel Hugo Matthysen, Bart Peeters als ikzelf wilde elk een een andere richting uit. Beri-Beri is een uniek voorbeeld van een supergroep waarin het geheel kleiner was dan de som van de delen. Met onze eigen projecten lukte het veel beter dan samen. Wij waren een zwart gat van talent, en maakten elkaar ongelukkig door een veel te kritische ingesteldheid en eindeloos discuteren.’

Beïnvloed door het speelpleinscenario van cowboys versus indianen, schreef Bert Ostyn een bluesy nummer over cowboys, met mi-majeur-en la-mineurakkoorden: ‘Ik heb een heel lange weg afgelegd. Mijn eerste groep was Goldfish, zeer beïnvloed door Nirvana. Onze eerste cassette heette ‘Welcome to the World of Scatterbrain’, toen we veertien of vijftien waren. Allemaal zeer puberale, emotionele nummers. Ik schaamde me niet om ‘I’m all alone’ of ‘I’m such a loser’ te zingen. Mijn versie van Radioheads ‘Creep’, inderdaad. Ik ging altijd op zoek naar elementen om het cooler te maken. Onze tweede cassette heette ‘Dying in the Ditch – Tales of an Original Ditchhiker’, heel donker en zwart, met heel nineties-titels als ‘Tomorrow is Tomorrow, and Today is Today’. Mijn eigen stem heb ik pas met Absynthe Minded gevonden. Toen kwamen het instrumentarium en de gypsy feel erbij, en het gevoel van een hechte, familiale sfeer in de groep. Door constant in cafés te spelen wist ik waarover ik wilde schrijven. Ik dacht aanvankelijk dat ik moest schrijven over een outcast zijn, zoals Kurt Cobain. Maar pas door het nachtleven in te duiken heb ik mijn onderwerp gevonden: vrouwen. Ik was een laatbloeier op het vlak van relaties. Tot dan had ik nooit love songs geschreven.’


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook