Skip to main content

9789401453653

Page 1

Lezen en schrijven in de communicatiewetenschappen Annelore Deprez Sofie Van Bauwel Roel Vande Winkel


Uitgeverij Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent België info@academiapress.be www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv.

ISBN 978 94 014 5365 3 D/2018/45/291 NUR 810 Annelore Deprez, Sofie Van Bauwel en Roel Vande Winkel Lezen en schrijven in de communicatiewetenschappen Gent, Academia Press, 2018, XIV + 188 p. Zevende, herwerkte editie, 2018 Zesde, herwerkte editie, 2015 Vijfde, herwerkte editie, 2013 Vierde, herwerkte editie, 2012 Derde, herwerkte editie, 2011 Tweede, herwerkte editie, 2010 Eerste, herwerkte editie, 2009 Vormgeving binnenwerk: bvba Le Pur et l’Impur Vormgever cover: Studio Lannoo & Keppie en Keppie © Annelore Deprez, Sofie Van Bauwel en Roel Vande Winkel © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoudsopgave

Woord vooraf Inleiding

IX XI

Deel I: Academisch schrijven binnen de communicatiewetenschappen 1 Hoofdstuk 1. Het veld van de communicatiewetenschappen 3 1.1. Ter introductie: wat zijn de communicatiewetenschappen? 3 1.2. De verschillende subdisciplines 8 1.3. Internationale organisaties 14 1.4. Tijdschriften 15 Hoofdstuk 2. Het academische proces 2.1. Meta-invalshoeken 2.1.1. Epistemologische indeling 2.1.2. Ontologische indeling 2.1.3. Axiologische indeling 2.2. Onderzoeksopzet 2.3. Literatuur zoeken 2.4. Schrijfproces

19 20 21 21 22 24 30 30

Deel II: Bronnen binnen de communicatiewetenschappen Hoofdstuk 3. Bronnen 3.1. Soorten bronnen 3.1.1. Wat is een (gepubliceerde) bron? 3.1.2. Gepubliceerde bronnen: primaire en secundaire 3.2. Primaire bronnen

33 35 35 35 37 42

V


Lezen en schrijven in de communicatiewetenschappen

3.3.

3.2.1. Tijdschriften en kranten 3.2.2. Boeken 3.2.3. Internetbronnen Secundaire bronnen

42 48 56 56

Hoofdstuk 4. Vindplaatsen 4.1. Belangrijke ‘wegwijzers’ 4.2. Bibliotheken 4.2.1. Cruciale begrippen: IBL, VPN, SFX 4.2.2. De belangrijkste bibliotheken 4.3. Archieven en documentatiecentra 4.4. Buitenbeentjes: audiovisuele archieven

63 63 65 65 67 72 74

Hoofdstuk 5. Zoekstrategieën en hulpmiddelen 5.1. Goede zoekstrategieën 5.2. Extra tips voor het doorzoeken van geautomatiseerde bestanden

79 79 83

Hoofdstuk 6. Bronverwijzingen 6.1. Naar bronnen verwijzen 6.2. Bronnen aanhalen: citeren versus parafraseren 6.2.1. Citeren 6.2.2. Parafraseren 6.3. Plagiaat

87 87 89 89 92 93

Deel III: De academische paper Hoofdstuk 7. De academische paper 7.1. Vorm en structuur 7.2. Werkwijze 7.3. Het format van de academische paper 7.4. Vormelijkheid van de paper

95 97 98 98 102 106

Hoofdstuk 8. Het schrijven van een probleemstelling 8.1. Een analyse van het onderzoeksonderwerp 8.2. Het afbakenen van het onderzoeksonderwerp 8.3. Het schrijven van een probleemstelling 8.3.1. Een probleemstelling = doelstelling + vraagstelling 8.3.2. De doelstelling 8.3.3. De vraagstelling

109 110 112 116 116 116 120

VI


Inhoudsopgave

Hoofdstuk 9. Het schrijven van een abstract 9.1 Definitie 9.2 Soorten abstracts 9.3 Het format van een abstract 9.4 Stappenplan voor het schrijven van een abstract

125 125 127 130 132

Hoofdstuk 10. Refereren 10.1. Bronnen vermelden: belangrijkste referentiewijzen 10.1.1. Algemene principes 10.1.2. Verkorte referenties in de tekst zelf 10.1.3. Referenties in voet- en eindnoten 10.1.4. Referenties in de tekst met aparte literatuurlijst of bibliografie 10.2. APA-systeem: basiskenmerken 10.3. Bronvermelding in de tekst (APA-systeem) 10.3.1. Referenties naar een boek, een bijdrage in een reader, wetenschappelijke en vaktijdschriften 10.3.2.Artikels uit kranten, magazines, weekbladen 10.3.3.Ongepubliceerde werken 10.3.4.Brieven, faxen, e-mails, interviews, telefoongesprekken 10.3.5.Internet 10.3.6.Andere bronnen 10.3.7.Bron uit de tweede hand 10.3.8.Wetten, decreten, Koninklijke Besluiten 10.4. Bibliografie/ literatuurlijst in het APA-systeem 10.4.1. Algemene regels 10.4.2.Boeken en (bijdragen uit) readers 10.4.3.Artikels uit wetenschappelijke en vaktijdschriften 10.4.4.Artikels uit kranten, magazines en weekbladen 10.4.5.Ongepubliceerde bronnen 10.4.6.Internet 10.4.7.Brieven, faxen, e-mails, telefoongesprekken 10.4.8.Ander bronnenmateriaal 10.5. Automatisatie via bibliografische softwareprogramma’s

135 136 138 140 140

148 149 150 150 151 152 152 152 155 157 158 159 161 161 163

Besluit Bibliografie Glossarium Lijst figuren en tabellen Herkomst van de illustraties

169 171 179 187 187

141 141 144 144 147 148

VII


Woord vooraf

Lezen en schrijven in de communicatiewetenschappen, waarvan u de zevende herziene editie in handen houdt, is een inleidend handboek, gericht naar Bachelorstudenten die een eerste literatuurstudie uitvoeren of hun eerste paper schrijven. Maar het is ook een werkinstrument dat tijdens de verdere academische carrière van pas kan komen, bijvoorbeeld bij studenten die een onderzoekspaper of een masterproef schrijven. Dit handboek ontstond binnen een zeer specifieke context: als cursus voor het opleidingsonderdeel Academisch rapporteren in de Communicatiewetenschappen, dat door ondergetekenden gedoceerd werd aan de vakgroep communicatiewetenschappen van de Universiteit Gent. Het boek wil echter ook een ruimer publiek bereiken en laat daarom informatie die enkel en alleen relevant is voor Gentse studenten achterwege. Als auteurs zijn wij dank verschuldigd aan Prof. dr. Els De Bens, Prof. dr. Frieda Saeys en Prof. dr. Karin Raeymaeckers, die ons als docenten van een dergelijke inleidende cursus voorafgingen. Hoewel dit boek vooral onze signatuur draagt en eventuele tekortkomingen dus ook enkel aan ons te wijten zijn, is de indeling en inhoud ervan vanzelfsprekend beïnvloed door het werk van onze voorgangers en van hun onderwijsassistenten. Wij zijn tevens dank verschuldigd aan de studenten uit de Bacheloropleiding communicatiewetenschappen aan de Universiteit Gent, evenals aan de studenten uit de schakel- en voorbereidingsprogramma’s tot de Master communicatiewetenschappen aan diezelfde universiteit. Hun ‘leren’, suggesties en bijdragen hebben ons gestimuleerd extra na te denken over de noden van studenten en de verplichtingen die dat voor een handboek inhoudt.

IX


Lezen en schrijven in de communicatiewetenschappen

Onze dank gaat uit naar Lies Poignie van Academia Press, die dit handboek mogelijk maakte. Wij hebben deze zevende herziene editie zo actueel mogelijk proberen te maken. Maar een handboek is natuurlijk nooit echt ‘klaar’. Wij zijn daarom altijd zeer dankbaar indien lezers ons suggesties ter aanvulling of verbetering bezorgen. Gent, zomer 2018 Annelore Deprez, Sofie Van Bauwel & Roel Vande Winkel

X


Inleiding

Lezen en schrijven in de communicatiewetenschappen situeert zich, zoals de titel aangeeft, in het ruime veld van de communicatiewetenschappen. Het is echter geen boek ‘over’ dit wetenschappelijke veld. Voor een theoretische inleiding tot de evolutie van de communicatiewetenschappen of een exploratie van de verschillende onderzoeksdomeinen die onder de brede vlag van ‘communicatiewetenschappen’ schuilgaan, kan de lezer onder andere terecht bij het standaardwerk van McQuail (2010). Voor uitleg over de verschillende onderzoekstypen in de communicatiewetenschappen kan de lezer dan weer terecht bij Wester e.a. (2006). Het bovenstaande betekent niet dat het voorliggende handboek losstaat van de theoretische beschouwingen. Integendeel, het belang van theoretische achtergrondkennis blijkt duidelijk uit het eerste hoofdstuk, waarin het veld van de communicatiewetenschappen in vogelvlucht wordt overlopen. Deze theorie dient echter als basis, maar niet als centraal punt van het voorliggende boek, dat eerder praktisch van aard is. Dit handboek focust, zoals de titel eveneens aangeeft, op het ‘lezen en schrijven’ binnen de wetenschappelijke discipline van de communicatiewetenschappen. Dit is dus geen theoretisch werk, maar een concrete introductie tot de praktijk van het communicatiewetenschappelijk zoeken naar informatie en de verwerking ervan.

XI


Lezen en schrijven in de communicatiewetenschappen

Dit boek is dus bestemd voor communicatiewetenschappers in wording, studenten die geïntroduceerd willen worden tot het opzetten en uitvoeren van (literatuur)onderzoek enerzijds, het schriftelijk presenteren van de onderzoeksresultaten anderzijds. Daarbij gaat natuurlijk veel aandacht uit naar het correct en wetenschappelijk verwijzen naar de gebruikte bronnen. De vaardigheden die de lezer mee dankzij dit boek kan verwerven, zijn essentieel voor het schrijven van een onderzoekspaper of van een masterproef. Ze zijn bijvoorbeeld ook geschikt voor het bedrijven van onderzoeksjournalistiek, maar zijn niet gericht op het journalistieke schrijven. De tools die je hier krijgt aangereikt, introduceren je vooral tot de academische literatuur en tot het schrijven van academische teksten. Ze zijn, hoewel ook een wetenschappelijke tekst vlot mag lezen, dus minder geschikt voor de redactie van journalistieke teksten. Dit boek bestaat uit drie grote delen. Deel I gaat in op het academische veld van de communicatiewetenschappen waarin aandacht wordt besteed aan de verschillende subdisciplines, internationale organisatie en tijdschriften die de communicatiewetenschappen mee definieren. Daarnaast komt ook het academisch denk- en schrijfproces aan bod. Hier wordt gefocust op potentiële meta-invalshoeken voor een wetenschappelijke studie, het onderzoeksopzet en het schrijfproces. In deel II ligt de focus op de bronnen binnen de communicatiewetenschappen. We besteden aandacht aan de verschillende types bronnen die binnen de communicatiewetenschappen worden gehanteerd, de meest geëigende vindplaatsen voor dergelijke bronnen en de in die vindplaatsen aanbevolen zoekstrategieën. Natuurlijk wordt in dit hoofdstuk ook uitgebreid aandacht besteed aan wat wel (citeren, parafraseren) en niet geoorloofd (plagiaat) is. In dit deel wordt niet enkel aandacht besteed aan ‘klassieke’ geschreven bronnen, maar wordt ook ingegaan op audiovisueel bronmateriaal. Deel III gaat dieper in op de academische paper. Onze aandacht gaat uit naar de realisatie van een academische paper, het formuleren van een concrete probleemstelling, het schrijven van een abstract en het correct refereren waarbij het internationaal gezaghebbende APA-referentiesysteem als standaard wordt toegelicht. Inhoudelijke overlapping tussen de respectieve hoofdstukken en tussen de drie grote delen is natuurlijk onvermijdelijk. De vragen die

XII


Inleiding

daarin worden behandeld, zijn relevant voor iedereen die een onderzoek voorbereidt en literatuur zoekt. Onderzoekers die in andere wetenschappelijke disciplines actief zijn dan de communicatiewetenschappen (bijvoorbeeld politieke wetenschappen, sociologie, geschiedenis, literatuurwetenschappen enzovoort) worden vaak met dezelfde vragen geconfronteerd. De antwoorden die op die vragen geformuleerd worden, zijn natuurlijk anders voor elke discipline, al was het maar omdat bepaalde bronnen relevanter zijn voor communicatiewetenschappers dan voor, bijvoorbeeld, juristen (en vice versa). Juist daarom proberen we in dit boek enerzijds een voldoende algemeen beeld te scheppen en anderzijds extra aandacht te besteden aan bronnen, vindplaatsen en refereerwijzen die in het bijzonder voor communicatiewetenschappers interessant zijn. Nog enkele praktische tips: • Werken waarnaar in de lopende tekst slechts summier verwezen of gerefereerd wordt, staan voluit vermeld in de bibliografie achteraan in dit werk. Voor meer informatie over het hierbo-ven kort vermelde standaardwerk van McQuail (2010) – een naam die in dit boek nog herhaaldelijk zal opduiken – kan je dus terecht in de bibliografie. Deze bibliografie bevat overigens enkel referentiewerken, niet de vele andere boeken of andere bronnen die in dit boek louter als voorbeeld van een bepaald type bron of type referentie worden aangehaald. • Belangrijke termen of uitdrukkingen worden in het boek rood aangeduid. Dit wijst erop dat je die termen kan terugvinden in het glossarium: een verklarende woordenlijst achteraan in het boek.

XIII


DEEL I:

ACADEMISCH SCHRIJVEN BINNEN DE COMMUNICATIEWETENSCHAPPEN

In dit eerste deel van dit handboek behandelen we twee belangrijke vragen: 1. Wat is de discipline van de communicatiewetenschappen? 2. Wat houdt het academische proces in?


Hoofdstuk 1.

Het veld van de communicatiewetenschappen

1.1. Ter introductie: wat zijn de communicatiewetenschappen? ‘Communication … is not a secondary phenomenon that can be explained by antecedent psychological, sociological, cultural, or economic factors; rather, communication itself is the primary, constitutive social process that explains all these other factors’ (Craig, 1996, p. 126). De communicatiewetenschappen beslaan, zoals de meervoudsvorm ‘-wetenschappen’ al aangeeft, een ruim veld dat vele invullingen kent. De communicatiewetenschappen zijn niet alleen veelzijdig wat het onderwerp betreft, maar vormen ook in andere opzichten een dynamische discipline. De studie van een steeds veranderend object – de manier waarop we met anderen communiceren en de middelen die daartoe gebruikt worden, wijzigen constant – moet voortdurend ondersteund worden door nieuw wetenschappelijk onderzoek. Bovendien vormen de communicatiewetenschappen een vrij recente discipline, die ontstond vanuit interdisciplinariteit met andere humane wetenschappen. Deze laatste vertonen dan ook grote raakvlakken met het veld van de communicatiewetenschappen. Denk maar aan politieke wetenschappen, sociologie, economie, psychologie, geschiedenis, antropologie, literatuurwetenschappen enzovoort. Deze verwantschap blijkt ook duidelijk uit het feit dat de vakgroep communicatiewetenschappen van de Universiteit Gent oorspronkelijk ontstond binnen de faculteit rechten (waar hij werd opgericht door een historicus), maar nadien verhuisde naar de faculteit politiek en sociale wetenschappen. Aan de Vrije Universiteit Brussel maakte de opleiding communicatiewetenschappen dan weer lang deel uit van de faculteit letteren en wijsbegeerte, en bijvoorbeeld niet van de

3


Lezen en schrijven in de communicatiewetenschappen

faculteit van de economische, sociale en politieke wetenschappen. Kortom, deze interdisciplinariteit bestaat tot op vandaag. Tegelijkertijd zijn de communicatiewetenschappen uitgegroeid tot een volwaardige, zelfstandige discipline met een eigen object en een eigen arsenaal aan onderzoeksmethoden. Voor een overzicht van de onderzoekstypen in de communicatiewetenschappen, zie Wester e.a. (2006). Zoals McQuail (2005, p. 16) in de volgende definitie aangeeft: ‘Under the name communication science the field has been defined by Berger and Chaffee (1987: 17) as a science which “seeks to understand the production, processing and effects of symbols and signal systems by developing testable theories, containing lawful generalizations, that explain phenomena associated with production, processing and effect”. While this was presented as “mainstream” definition to apply to most communication research in fact it is very much biased towards one model of enquiry – the quantitative study of communicative behavior and its causes and effect.’ Wie zich afvraagt wat ‘de’ communicatiewetenschappen zijn, vraagt zich natuurlijk ook af: ‘wat is communicatie?’ Sommige definities van ‘communicatie’ hebben zich toegespitst op sociale en culturele aspecten. Andere focussen op gedrags- of cognitieve aspecten. Dit verschil tussen cultuur en cognitief vormde vaak de basis – en doet dat eigenlijk nog altijd – voor verschillen in theorievorming en theoretische benaderingen. Zo omschrijft Roger (1995, p. 35) communicatie bijvoorbeeld als een ‘process in which participants create and share information with one another in order to reach a mutual understanding’. In deze definitie ligt de focus duidelijk op het gedrag en niet zozeer op het sociale en culturele aspect. Dat is dan weer wel het geval in de volgende omschrijving van Price (1997, p. 5), die communicatie definieert als: ‘An activity in which symbolic content is not merely transmitted from one source to another, but exchanged between human agents, who interact within a shared situational and/or discursive context.’ De paradigma’s van Roger (1995) en Price (1997) worden tegenover elkaar geplaatst en weerspiegelen volgens Marsen (2006) heel eenvoudig gezegd de belangrijkste tradities binnen communicatiewetenschappen. Hieraan kan nog een derde, recenter paradigma worden toegevoegd: het paradigma van de tekstuele benadering, dat vooral sterk groeide vanuit de Europese en Franse traditie. De onderstaande figuur geeft de verschillende paradigma’s weer.

4


Hoofdstuk 1: Het veld van de communicatiewetenschappen

e gsb dra Ge g rin de na

Cu ben lturele ade ring

Figuur 1. Paradigma’s binnen de communicatiewetenschappen (bron: Marsen, 2006, p. 4)

Tekstuele benadering

De jonge communicatiewetenschapper/ster moet vertrouwd worden gemaakt met de klassieke en de nieuwe methoden voor het bestuderen van communicatie en media of voor het geïntegreerd bestuderen van het ganse communicatieproces vanuit een bepaalde invalshoek. Cruciaal daarvoor is natuurlijk dat deze onderzoeker/ster vertrouwd is met het veld van de communicatiewetenschappen. Omdat onderzoek naar communicatie vaak over de grenzen van de disciplines heen gaat, is het niet altijd evident om literatuur rond bepaalde onderwerpen terug te vinden. Het blijft, ondanks de eigenheid van de communicatiewetenschappen, belangrijk om ook buiten deze discipline op zoek te gaan naar informatie.

Een definitie geven van een discipline is altijd zeer moeilijk. Een disciplinering definiëren betekent immers dat je de contouren ervan vastlegt: dat beperkende ‘vastleggen’ is eigenlijk niet combineerbaar met de constante evolutie die een dynamische discipline als de communicatiewetenschappen doormaakt. Toch willen we hier nog eens de omschrijving van Denis McQuail aanhalen, die in zijn handboek McQuail’s Mass Communication Theory (2010) de communicatiewetenschappen aan de hand van verschillende onderzoeksinvalshoeken omschrijft:

5


Lezen en schrijven in de communicatiewetenschappen

Het object is COMMUNICATIE, dat we kunnen benaderen vanuit drie invalshoeken Invalshoek 1:

WIE communiceert met wie (zender en ontvanger) WAAROM is er communicatie (functies en doel) HOE wordt gecommuniceerd (kanaal, tekens, codes) WAAROVER wordt gecommuniceerd (inhoud, soorten informatie) GEVOLGEN van communicatie

Invalshoek 2:

Verschillende NIVEAUS van interpersoonlijke tot massacommunicatie

Invalshoek 3:

DYNAMISCH Steeds nood aan bijkomend onderzoek want object verandert telkens Blijvende interactie met veranderende maatschappij

De eerste invalshoek duidt vooral op de processen, functies, teksten en eventuele gevolgen van de communicatie. De tweede invalshoek duidt op de verschillende niveaus van communicatie (zie Littlejohn, 2002, p. 14-5) waarbij we interpersoonlijke, groeps-, institutionele of organisatiecommunicatie en massacommunicatie kunnen onderscheiden. Rubin e.a. (2010, p. 3-4) geven vooral in deze gedragsstrategie een definitie van communicatie en dus ook van wat zij zien als communicatiewetenschappen. Ze omschrijven communicatie daarbij als: ‘Here, we define communication as a process by which people arrive at shared meanings through the interchange of messages. When people create and manage meanings and share their understanding of social reality, many things become communication events.[…] Communication researchers examine the processes by which meanings are created and managed in other words, how people structure and interpret messages and use symbols such as language in several contexts.’

6


Hoofdstuk 1: Het veld van de communicatiewetenschappen

Deze velden van communicatiewetenschappen hangen niet alleen samen met het niveau van analyse en het niveau waarop de nadruk ligt, maar brengen ook specifieke onderzoeksmethodologieën met zich mee. De interactie in een klas van kinderen zal anders onderzocht en benaderd worden dan de mogelijke rol van televisie in het leven van diezelfde kinderen of dan het online mediagedrag van deze kinderen. Invalshoek drie duidt er ontegensprekelijk op dat deze verschillende perspectieven en tradities niet als rigide afgebakende en vaste velden moeten worden gezien. Bovendien verandert het onderzoeksobject constant, omdat het afhankelijk is van politieke, technologische, sociale en culturele contextuele factoren. De verschillende benaderingen kunnen soms ook samenhangen met nationale tradities, maar meestal wordt er gewerkt over de grenzen heen. De gedragsbenadering wordt vaak geassocieerd met de Amerikaanse traditie waar veel aandacht is voor psychologische processen. Als academische discipline zijn de communicatiewetenschappen in de Verenigde Staten van Amerika vooral geïnteresseerd in het onderzoek naar effecten van bijvoorbeeld politieke campagnes en publieke opinie onderzoek. Hier tegenover staat de culturalistische traditie die eerder gesitueerd wordt in de Britse traditie van mediastudies, een traditie met sterke linken naar de Cultural Studies benadering. De Duitse academische traditie wordt dan weer hoofdzakelijk gekenmerkt door de studie naar de ideologische dimensies van instituten. Toch zijn deze ‘nationale’ grenzen eerder iets uit het verleden: ze werden intussen grotendeels opgeheven. We vinden nu een veelheid aan subdisciplines terug in het ruime veld van communicatiewetenschappen. Als verdere inleiding raden we deze introducerende teksten aan: Craig, T. (1996). Communication theory as a field. New York: Guilford. Loisen, J. & Joye, S. (2016). Communicatie & media: een inleiding tot communicatiewetenschappen: onderzoek en theorie. Leuven: Acco. Marsen, S. (2006). Communication studies. London: Palgrave. Price, S. (1997). Communication studies. London: Longman. Rosengren, K.E. (2000). Communication. An introduction. London: Sage. Ott, B.L. & Mack, R.L. (2009). Critical media studies: An introduction. Oxford: Wiley-Blackwell. Taylor, L. & Willis, A. (1999). Media studies. Texts, institutions and audiences. London: Blackwell.

7


Lezen en schrijven in de communicatiewetenschappen

Als introducerende teksten rond onderzoeksmethodologie raden we volgende werken aan: Berger, A.A. (2002). Media and communication research methods. An introduction to qualitative and quantitative approaches. London: Sage. Wester, F. Renckstork, K. & Scheepers, P. (Eds.) (2006). Onderzoekstypen in de communicatiewetenschap.’s Gravenhage: Kluwer. Jensen, K.B. (Ed.) (1991). A handbook of qualitative methodologies for mass communication research. London: Routledge. Lindlof, T.R. & Taylor, B.C. (2002). Qualitative communication research methods (2nd ed.). London: Sage.

1.2. De verschillende subdisciplines Binnen het veld van de communicatiewetenschappen bevinden zich verschillende subvelden of zelfstandige studievelden. Deze subvelden worden bepaald door een gemeenschappelijkheid van het studieobject, door het gebruik van gemeenschappelijke methoden en/of door het hanteren van gelijkaardige theoretische perspectieven. De indeling in deze verschillende subvelden is natuurlijk niet exhaustief, je kan dus nog andere subvelden onderscheiden. De subvelden sluiten elkaar ook niet uit, het is juist typerend voor de multidisciplinariteit dat er overlappende terreinen zijn. Bovenal ontwikkelen deze velden zich constant en ontstaan er vandaag nog nieuwe velden. Desalniettemin proberen we hier een overzicht van belangrijke velden te geven (zie Rubin e.a., 2010; Marsen, 2006) waarbij de indeling vooral gebaseerd is op de subvelden die terug te vinden zijn in tijdschriften en internationale organisaties: • Interpersoonlijke communicatie: studie van interacties tussen mensen en studie van verbale en non-verbale interacties in verschillende typen van relaties. Dit veld behelst vooral de studie van de communicatie tussen twee individuen en kleine groepen van individuen in een context van interactie. Hier vinden we volgende deelgebieden terug: conflictmanagement, dyadecommunicatie (communicatie tussen twee personen, vaak in hechte relationele context), gender en communicatie, interpersoonlijke perceptie en relationele communicatie.

8


Hoofdstuk 1: Het veld van de communicatiewetenschappen

Introducerende teksten Borisoff, D. & Merill, L. (1998). The power to communication: Gender differences as barriers (3rd ed.). Prospect Heights: Harcourt Brace. Greene, J.O. & Burleson, B.R. (Eds.) (2003). Handbook of communication and social interaction skills. Mahwah: Erlbaum. Knapp, M.L. & Daly, J.A. (Eds.) (2011). Handbook of interpersonal communication (4th ed.). Thousand Oaks: Sage. Smith, S.W. & Wilson, R.S. (2009). New directions in interpersonal communication research. Thousand Oaks: Sage. • Groepscommunicatie: onderzoek naar communicatie in groepen van drie of meer personen. Vaak gaat dit onderzoek over de aard of de vorm enzovoort van communicatie in kleine groepen. McQuail (1975) duidt erop dat groepscommunicatie verschilt van interpersoonlijke communicatie door het kernelement van ‘behoren tot een groep’. Dit subveld is duidelijk gelinkt aan psychologie, linguïstiek en aan het subveld van interpersoonlijke communicatie. Hierin vinden we volgende deelgebieden terug: ‘decision making’, familiecommunicatie, groepsdynamiek, intergenerationele communicatie, intergroepscommunicatie, leiderschap en probleemoplossing. Introducerende teksten Barge, J.K. (1994). Leadership: Communication skills for organizations and groups. New York: St. Martin’s Press. Frey, L.R. (Ed.) (1999). The handbook of group communication theory and research. Thousand Oaks: Sage. Vangelisti, A.L. (2012). The Routledge handbook of family communication (2nd ed.). London: Routledge. Obregon, R. & Waisbord, S. (Eds.) (2012). The handbook of global health communication. London: Wiley. • Gezondheidscommunicatie: onderzoek naar communicatie rond ziekte en gezondheid. De nadruk ligt hier vaak op informatiecampagnes. Dergelijk onderzoek is gelinkt met interpersoonlijke communicatie en organisatiecommunicatie. Hierin vinden we volgende deelgebieden terug: communicatie met mensen met een handicap, communicatie met zieken, gezondheidscampagnes of communicatie met patiënten.

9


Lezen en schrijven in de communicatiewetenschappen

Introducerende teksten Thompson, T.L., Dorsey, A., Miller, K. & Paroot, R. (Eds.) (2003). Handbook of health communication. Mahlaw: Erlbaum. Thompson, T.L., Parrott, R. & Nussbaum, J.F. (Eds.) (2011). The Routledge handbook of health communication (2nd ed.). London: Routledge. • Instructionele communicatie: onderzoek met een focus op pedagogie of media-effecten in relatie tot kinderen en jongeren. Hierin vinden we volgende deelgebieden terug: communicatiepedagogiek, ontwikkelingscommunicatie, massamedia en kinderen/jongeren en interactie tussen leerkracht en leerling. Introducerende teksten Buckingham, D. (2003). Media Education/Literacy, learning and contemporary culture. Cambridge: Polity Press. Buckingham, D. (2007). Beyond technology: Children's learning in the age of digital culture. Cambridge: Polity. Jonassen, D.H. (Ed.) (2004). Handbook of research for educational communication and technology (2nd ed.). Mahwah: Lawrence Erlbaum. Macedo, D. & Steinberg, S.R. (Eds.). Media literacy: reader. New York: Peter Lang. Perse, E.M. (2000). Media effects and society. London: Lawrence Erlbaum. • Interculturele en internationale communicatie: onderzoek naar interpersoonlijke communicatie of massacommunicatie in relatie tot globale mediastructuren, tussen verschillende culturen enzovoort. Dit veld is vergelijkbaar met de studie van groepscommunicatie, maar het concept cultuur is hier veel sterker aanwezig. Hierin vinden we volgende deelgebieden terug: adaptatie en culturatie, vergelijkingen van mediasystemen, crossculturele communicatie, identiteit, ontwikkeling en communicatie. Interculturele communicatie zal eerder de nadruk leggen op een culturalistische benadering, terwijl internationale communicatie eerder de nadruk legt op structurele analyses waarin gefocust wordt op het politiek-economische aspect. Toch zien we ook hier dat er bijvoorbeeld veel aandacht is voor cultuur in het veld van het internationaal nieuws zoals in flowstudies of studies over het internationaal nieuws.

10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401453653 by Uitgeverij Lannoo - Issuu