Skip to main content

9789401453561

Page 1

(red.)

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 3

16/08/18 16:12


d/2018/45/278 | isbn 978 94 014 5356 1 | nur 840 Vormgeving omslag: Peer De Maeyer Vormgeving binnenwerk: theSWitch © De auteurs & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018. Auteurs: Hans Annoot – Gert Biesta – Lieven Boeve – Carlijne Ceulemans – Goele Cornelissen – Adri De Brabandere – Bieke De Fraine – Patriek Delbaere – Kris Denys – Leni Franken – Ilse Geerinck en Ruth Wouters – Elias Hemelsoet – Bregt Henkens – Leen Helsen – Johan Lievens en Kurt Willems – Boris Mets en Steven Penneman – Raymonda Verdyck, Jan Fransen en Sven Gellens Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Citeerwijze: Geerinck, I. & Wouters, R. (red.) (2018). Een deliberatie over onderwijsvrijheid, Leuven: LannooCampus.

Uitgeverij LannooCampus Erasme Ruelensvest 179 bus 101 3001 Leuven België www.lannoocampus.be

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 4

16/08/18 16:12


INHOUD ONDERWIJSVRIJHEID ALS EEN GEDEELDE ZORG 9 VRIJHEID VAN ONDERWIJS: VRIJHEID VÓÓR, IN EN DOOR ONDERWIJS 12

ESSAYS VRIJHEID VÓÓR ONDERWIJS 25 Vrijheid, vooruitgang, verzuiling en verzoening: het onderwijsconflict in historisch perspectief Bregt Henkens 27 Is de droom van een eigen school een juridische nachtmerrie? De casus van het joods onderwijs Johan Lievens & Kurt Willems 39 Actieve onderwijsvrijheid, zuurstof voor kwaliteitsvol onderwijs Patriek Delbaere 50 Neutraal onderwijs als hefboom tot onderwijsvrijheid: over de onlosmakelijke verbondenheid van de actieve en passieve vrijheid van onderwijs Elias Hemelsoet 63 Recht op je eerste keuze? Aanmeldsystemen: een inbreuk op de vrijheid van onderwijs? Boris Mets & Steven Penneman 76 Overheidsbeleid en toezicht versus onderwijsvrijheid Adri De Brabandere 87

Inhoud

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 5

5

16/08/18 16:12


ESSAYS VRIJHEID IN ONDERWIJS 101 Ode aan de vrijheid van de leraar Carlijne Ceulemans 103 Onderwijsvrijheid is schadelijk voor leerlingen Bieke De Fraine 112 Onderwijsvrijheid waarmaken in dialoog Leen Helsen 124 Vrijheid van godsdienst en onderwijs 2.0: feit of fictie? Leni Franken 136 25 stellingen over vrijheid van onderwijs en eigentijds-tegendraads katholiek onderwijs in Vlaanderen Lieven Boeve 148 Van neutraliteit naar actief burgerschap binnen het GO! Raymonda Verdyck, Jan Fransen & Sven Gellens 159

ESSAYS VRIJHEID DOOR ONDERWIJS 171 Gelijkheid en vrijheid: een kwestie van pedagogisch handelen Goele Cornelissen 173 Vrijheid voor (nieuwe) scholen creëert een nieuwe samenleving Kris Denys 185 Onderwijsvrijheid kan niet zonder democratie. Of was het andersom? Over vrijheid, kwaliteit en de markt Hans Annoot 194 Onderwijs maakt vrij – en wat dan? Gert Biesta 207

6

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 6

Een deliberatie over onderwijsvrijheid

16/08/18 16:12


BERAADSLAGEND ONDERZOEK: SAMEN ROND DE TAFEL OVER ONDERWIJSKWESTIES 217

EINDNOTEN 229 LITERATUURLIJST 233 DANKWOORD 242 AUTEURS 244

Inhoud

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 7

7

16/08/18 16:12


Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 8

16/08/18 16:12


ONDERWIJSVRIJHEID ALS EEN GEDEELDE ZORG

Vrijheid van onderwijs is een veelbesproken onderwerp. Leraren klagen regelmatig dat ze weinig vrijheid in de klas ervaren vanwege de overvloed aan eindtermen en leerplandoelstellingen. Ze voelen zich gebonden aan handboeken en werkboeken en geven aan te bezwijken onder tal van administratieve eisen. Andere stemmen dringen dan weer aan om die didactische en pedagogische vrijheid van leraren en scholen verder in te perken in naam van beter en kwaliteitsvoller onderwijs. Daarnaast laten sommige onderwijsarresten scherp aanvoelen hoe een pedagogische onderwijsvisie of methode die uitgaat van een bepaald levensbeschouwelijk of pedagogisch kader haaks kan staan op het voeren van een kwaliteitsvol onderwijsbeleid. De vrije schoolkeuze lijkt bovendien steeds verder de segregatie in het onderwijs in de hand te werken. En als we afgaan op het kampeergedrag aan sommige schoolpoorten, stelt zich de vraag of er überhaupt nog wel sprake is van een ‘vrije’ schoolkeuze. Tot slot zien we ook een kloof verschijnen tussen zij die onderwijs graag zien als een efficiënt en effectief te reguleren organisatie gericht op leerwinsten en het versterken van (menselijk) kapitaal en zij voor wie onderwijs nog een andere rol te spelen heeft dan het aanleveren van competente mensen voor de arbeidsmarkt. Voor die laatsten ligt het doel van onderwijs in de vorming van mensen, ook wel bildung genoemd. Iedereen die vertrouwd is met onderwijs ervaart dat de discussie over onderwijsvrijheid complex is. De vraag naar de wenselijkheid van onderwijsvrijheid is zelf niet zomaar te herleiden tot een aantal voor- en tegenargumenten. Als we de kranten en de media erbij halen, lijkt het zelfs geen rationeel debat. De discussie over vrijheid van onderwijs wordt telkens gekleurd door gesprekspartners die altijd op de een of andere manier betrokken partij zijn. Voor elk van hen, voor elk van ons staat er wel degelijk iets op het spel als het over onderwijsvrijheid gaat. Maar waar hebben we het over als we spreken over de vrijheid van onderwijs? Wat zijn voor ons – als leerling, ouder, leraar, directie, onderwijsbegeleider,

Onderwijsvrijheid als een gedeelde zorg

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 9

9

16/08/18 16:12


onderwijsinspecteur, onderwijsambtenaar of onderwijsverstrekker – de kwesties en zorgen als het gaat om onze vrijheid van onderwijs? Dit boek wil een deliberatie over onderwijsvrijheid zijn én aanmoedigen. Daartoe brengen we zorgen en bekommernissen om onderwijsvrijheid onder de aandacht. Én daartoe besteden we in het laatste deel van dit boek aandacht aan de methode van deliberative inquiry of beraadslagend onderzoek. Deze zorgen om onderwijsvrijheid zijn zeker geen expliciet pleidooi voor of tegen vrijheid van onderwijs. Veeleer willen we in dit boek uiteenlopende bijdrages laten spreken. We vroegen daartoe aan verschillende mensen om aan te geven wat er voor hen op het spel staat rond onderwijsvrijheid. De auteurs zijn allen onderwijsliefhebbers die onderzoeken wat hen persoonlijk, hun dienst of organisatie raakt als het gaat over onderwijsvrijheid. Want, en dat is het uitgangspunt van dit boek, het is pas door het delen van deze vele en verschillende zorgen en bekommernissen dat het mogelijk wordt om publiek iets over onderwijsvrijheid te zeggen. We daagden auteurs uit om neer te schrijven wat hun specifieke bezorgdheid is als het over onderwijsvrijheid gaat, niet in een academische tekst maar wel in een essay. Een essay is bij uitstek een subjectieve beschouwing over een bepaald onderwerp, betrokken en van nabij geschreven. Deze persoonlijke essays laten we voorafgaan door een kadertekst, waarin we de contouren van het debat schetsen en een korte stand van zaken geven van hoe onderwijs (in Vlaanderen) georganiseerd wordt. We maken in dit boek een onderscheid tussen ‘vrijheid vóór onderwijs’, ‘vrijheid in onderwijs’ en ‘vrijheid door onderwijs’. Op die manier willen we een kader aanreiken waarnaar de essays kunnen verwijzen en vanwaaruit we kunnen spreken als we het hebben over onderwijsvrijheid vandaag. Lezers echter die verwachten dat dit boek de nodige informatie en duiding biedt om eindelijk een antwoord te kunnen geven op de vraag ‘En wat is het dan, onderwijsvrijheid?’ zullen allicht ontgoocheld zijn. Ze zullen ervaren dat hét antwoord op deze vraag niet bestaat. We hopen veeleer dat ze zelf tijdens het doornemen van de basistekst en het lezen van de afzonderlijke bijdragen waarin onderwijsvrijheid op een of andere manier ter sprake wordt gebracht, meegetrokken worden in de deliberatie. Dit proces van delibereren krijgt vorm door het samen aan de tafel zitten rond een bepaalde thema. Daar brengen gesprekspartners de eigen zienswijze, gedachten en oordelen mee in het spel. Wat we aan de auteurs gevraagd hebben om op papier te zetten, hopen we dat lezers in praktijk brengen, namelijk samen delibereren over onderwijsvrijheid.

10

Een deliberatie over onderwijsvrijheid

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 10

16/08/18 16:12


Dit boek wil dan ook iets teweegbrengen: het is niet zozeer gericht op het bieden van informatie, maar wil vooral een persoonlijke uitnodiging zijn om u met de vrijheid van onderwijs in te laten en u te verhouden tot dit onderwerp, opdat ook andere houdingen en perspectieven ten opzichte van de onderwijsvrijheid kunnen worden aangenomen. Dit is de betekenis van deliberatie van onderwijsvrijheid: ervan uitgaan dat het gesprek steeds openblijft en dat het steeds opnieuw op tafel gelegd moet worden om er betekenis aan te geven. We hopen dan ook dat na het lezen van dit boek een kostbaar goed als onderwijsvrijheid een grotere zorg zal worden van ons allemaal. En dat het op die manier echt een publieke zorg wordt – en dus geen geprivatiseerde of individuele aangelegenheid – in die zin dat wij allen het er steeds en altijd samen over moeten blijven hebben. Precies in het publieke debat zijn immers de betekenis van en onze verhouding tot de onderwijsvrijheid steeds mee in het spel. Want wanneer we erkennen dat het belang van de ene een andere zorg uitsluit, wordt onderwijsvrijheid pas echt zichtbaar. Anders gesteld, dan pas en alleen dan blijft onderwijsvrijheid niet voorbehouden aan één of ander individueel perspectief, maar wordt het een gedeelde zaak en van betekenis voor ons allen. Of zoals de Engelse uitdrukking het zo scherp stelt, common sense.

Onderwijsvrijheid als een gedeelde zorg

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 11

11

16/08/18 16:12


VRIJHEID VAN ONDERWIJS: VRIJHEID VÓÓR, IN EN DOOR ONDERWIJS

Wanneer we spreken over onderwijsvrijheid, dan denken we vooral aan de juridische bepaling van vrijheid van onderwijs zoals die is beschreven in de (Belgische) grondwet. Wanneer we deze grondwettelijke onderwijsvrijheid van naderbij bekijken, dan kunnen we stellen dat binnen de vrijheid van onderwijs de verhouding tussen vrijheid en onderwijs steeds op een andere manier speelt. Zo onderscheiden we achtereenvolgens een vrijheid vóór onderwijs, vrijheid in onderwijs en vrijheid door onderwijs. Deze tekst biedt een overzicht van de feitelijke stand van zaken. Ze wil een basiskader bieden waarnaar we kunnen verwijzen en waarbinnen we kunnen spreken als we het hebben over onderwijsvrijheid binnen een Vlaamse context.

Vrijheid vóór onderwijs De Belgische grondwet en het schoolpact Vrijheid vóór onderwijs slaat op de mogelijkheid om – als particulier of als vereniging – onderwijs in te richten en mogelijk te maken. Deze mogelijkheidsvoorwaarde is in de Belgische Grondwet ten tijde van de Belgische onafhankelijkheidsverklaring in 1831 vastgelegd. Het originele artikel 17 van die Grondwet luidde: Het onderwijs is vrij; elke preventieve maatregel is verboden; de bestraffing van misdrijven wordt alleen bij de wet geregeld. Het openbaar onderwijs, op staatskosten gegeven, wordt eveneens bij de wet geregeld. Op dat moment kantte België zich tegen het systeem zoals het onder Nederlandse, Franse en Oostenrijkse heerschappij had bestaan en waarbij de overheid

12

Een deliberatie over onderwijsvrijheid

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 12

16/08/18 16:12


het onderwijs naar zich toe kon trekken. De Belgische grondwet maakte het mogelijk dat in België het katholiek onderwijs kon blijven bestaan. Door de tijd heen leidde dit artikel 17 tot een aantal strijdpunten tussen gelovigen en vrijzinnigen en hun respectievelijke achterban (Van Orshoven, 1990). In de eerste schoolstrijd (1879-1884) was de centrale vraag of naast het vrij initiatief ook de overheid een volwaardig recht had in onderwijs te voorzien, dat dan neutraal moest zijn. De Kerk had via de organieke wet op het lager onderwijs van 1842 onder andere het recht verworven om het godsdienstonderwijs en de schoolboeken van de publieke scholen aan haar inspectie te onderwerpen. De tweede schoolstrijd (1950-1958) draaide rond de vragen of de overheid ook levensbeschouwelijk onderwijs diende te subsidiëren en of de overheid moest voorzien in een eigen publiek onderwijs dat toegankelijk en kosteloos was voor iedereen. Na twee schoolstrijden werd de zogeheten ‘schoolkwestie’ uiteindelijk beslecht in 1958. De leiders van de toenmalige nationale partijen – katholieken, liberalen en socialisten – werkten onder leiding van eerste minister Gaston Eyskens aan een compromis om de schoolstrijd te beëindigen. Op 20 november volgde de formele ondertekening. Vertrekkend vanuit het levensbeschouwelijk vrije keuzebeginsel vormt het schoolpact het compromis tussen de drie partijen waarin de schoolvrede werd geconsolideerd. Dit pact concretiseerde, in ruil voor een subsidiëringsregeling van het vrij – lees: katholiek – onderwijs, dat ook het rijksonderwijs verder mocht groeien en dat er nieuwe rijksscholen mochten worden opgericht. In de schoolpactwet van 29 mei 1959 werden vier principes van onderwijsvrijheid wettelijk verankerd: de erkenning dat er zowel publiek (‘officieel’) onderwijs is als vrij onderwijs; de keuzevrijheid van ouders en hun kinderen tussen officieel en vrij onderwijs; overheidssubsidies voor het officieel én het vrij onderwijs; en in officiële scholen de keuzevrijheid tussen rooms-katholieke godsdienst, protestantse godsdienst, israëlitische godsdienst en niet-confessionele zedenleer. De staatshervorming van 1988 was een volgende fase in de juridische afbakening van de onderwijsvrijheid: onderwijs is sindsdien een bevoegdheid van de Vlaamse, Franse en Duitstalige Gemeenschap. De beginselen van het schoolpact, met inbegrip van de vrijheid van onderwijs, werden expliciet ingeschreven in artikel 24 van de Grondwet.

Vrijheid van onderwijs: vrijheid vóór, in en door onderwijs

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 13

13

16/08/18 16:12


Artikel 24 § 1. Het onderwijs is vrij; elke preventieve maatregel is verboden; de bestraffing van de misdrijven wordt alleen door de wet of het decreet geregeld. De gemeenschap waarborgt de keuzevrijheid van de ouders. De gemeenschap richt neutraal onderwijs in. De neutraliteit houdt onder meer in, de eerbied voor de filosofische, ideologische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerlingen. De scholen ingericht door openbare besturen bieden, tot het einde van de leerplicht, de keuze aan tussen onderricht in een der erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer. § 2. Zo een gemeenschap als inrichtende macht bevoegdheden wil opdragen aan een of meer autonome organen, kan dit slechts bij decreet, aangenomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen. § 3. Ieder heeft recht op onderwijs, met eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden. De toegang tot het onderwijs is kosteloos tot het einde van de leerplicht. Alle leerlingen die leerplichtig zijn, hebben ten laste van de gemeenschap recht op een morele of religieuze opvoeding. § 4. Alle leerlingen of studenten, ouders, personeelsleden en onderwijsinstellingen zijn gelijk voor de wet of het decreet. De wet en het decreet houden rekening met objectieve verschillen, waaronder de eigen karakteristieken van iedere inrichtende macht, die een aangepaste behandeling verantwoorden. § 5. De inrichting, erkenning of subsidiëring van het onderwijs door de gemeenschap wordt geregeld door de wet of het decreet.

Het Vlaamse onderwijslandschap Vanuit een beleids- en organisatieperspectief is de ‘vrijheid vóór onderwijs’ een belangrijk verklarend concept voor de huidige Vlaamse onderwijsstructuur. Zo is uit de grondwet en artikel 17 een complex Vlaams onderwijslandschap ontstaan met onderwijsnetten, onderwijskoepels en organisaties.

14

Een deliberatie over onderwijsvrijheid

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 14

16/08/18 16:12


In het Vlaamse officieel onderwijs zijn er twee netten, met name het gemeenschapsonderwijs en het gesubsidieerd officieel onderwijs. Het gemeenschapsonderwijs is het officieel onderwijs dat de openbare instelling GO! van de Vlaamse Gemeenschap organiseert in opdracht van de Vlaamse overheid. De Raad voor het GO!, de centrale inrichtende macht, is geen onderwijskoepel van GO!scholen, maar bepaalt samen met de afgevaardigd bestuurder het centrale beleid voor alle GO!-scholengroepen en -scholen. Het gemeenschapsonderwijs is verplicht neutraal. Dat houdt volgens de grondwet in: ‘de eerbied voor de filosofische, ideologische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerlingen’. Het gesubsidieerd officieel onderwijs omvat alle scholen die door een lokale overheid (gemeente, stad of provincie) worden ingericht. Deze schoolbesturen zijn verenigd in twee koepels: de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) en het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen (POV). Net zoals het GO! zijn deze officiële scholen grondwettelijk verplicht om neutraal onderwijs aan te bieden. Daarnaast moet zowel het gemeenschapsonderwijs als het gesubsidieerd officieel onderwijs tot het einde van de leerplicht de keuze aanbieden tussen onderricht in een der erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer. Dit betekent dat leerlingen er momenteel kunnen kiezen uit onderricht in een van de zes officieel erkende erediensten (rooms-katholieke, anglicaanse, orthodoxe, protestants-evangelische, islamitische en israëlitische godsdienst) of in de nietconfessionele zedenleer. In het vrij onderwijs is er één onderwijsnet, met name het gesubsidieerd vrij onderwijs. Elke gesubsidieerde vrije school wordt georganiseerd door een privépersoon of privéorganisatie. Deze scholen richten onderwijs in volgens een eigen pedagogisch project of een onderwijsvisie gefundeerd op een levensbeschouwelijke, religieuze, filosofische en/of methodische grondslag. Vrije scholen moeten daarnaast onderwijs verstrekken in een of meer (erkende) godsdiensten, in niet-confessionele zedenleer of in cultuurbeschouwing. Het schoolbestuur is vaak een vereniging zonder winstoogmerk (vzw). De grootste groep binnen dit onderwijsnet zijn de katholieke scholen, die aangesloten zijn bij en vertegenwoordigd worden door de koepel Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Daarnaast zijn er in het vrij onderwijs nog andere kleinere koepels, met name de Federatie van Onafhankelijke Pluralistische Emancipatorische Methodescholen (FOPEM, een vereniging waarin een negentiental onafhankelijke freineten/of ervaringsgerichte scholen zich groeperen), de Federatie Steinerscholen, de Raad van Inrichtende Machten van het Protestants-Christelijk Onderwijs (IPCO) en het Vlaams Onderwijs OverlegPlatform (VOOP, dat vooral de vrijzin-

Vrijheid van onderwijs: vrijheid vóór, in en door onderwijs

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 15

15

16/08/18 16:12


nige scholen groepeert). Om hun gezamenlijke belangen te kunnen verdedigen in diverse beleidsorganen van de Vlaamse overheid, verenigen deze koepels zich in het overlegplatform ‘Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers’ (OKO). Een minderheid van scholen van het vrij onderwijs is niet aangesloten bij een koepel of een overlegplatform. De joodse scholen in Vlaanderen (voornamelijk gesitueerd in Brussel en Antwerpen) bijvoorbeeld hebben zich tot dusver niet georganiseerd in een formeel orgaan wegens de uiteenlopende strekkingen binnen de joodse gemeenschap. Ook de pluralistische vrije en niet-confessionele Lucernacolleges en Lucernabasisscholen behoren tot deze minderheid: ze vormen samen een scholengemeenschap zonder een vertegenwoordiging op het macro-onderwijsbeleidsniveau.

Actieve en passieve vrijheid De juridische bepaling waarin de vrijheid van onderwijs is vastgelegd, omvat zowel een actieve vrijheid als een passieve vrijheid. Op de actieve vrijheid kunnen onderwijsverstrekkers en toekomstige schoolbesturen zich baseren om een school op te richten, in te richten en er de richting van te bepalen (De Groof & Willems, 2018). In België mag elke burger het initiatief nemen een school te stichten en deze conform een eigen visie op mens en samenleving richting te geven. Bovendien mag een schoolbestuur of inrichtende macht haar school autonoom organiseren. Met de vrijheid van oprichting wordt verwezen naar de vrijheid van privépersonen en overheden om scholen op te richten en er te onderwijzen en dit zowel naar vorm als naar inhoud. Het omvat eveneens het recht om rechtsgeldige studiebewijzen en getuigschriften toe te kennen aan leerlingen. De vrijheid van richting duidt op de vrijheid om een school te baseren op een filosofische, religieuze, ideologische of pedagogische opvatting. Dit impliceert dus de vrijheid om onderwijs aan te bieden dat zich baseert op een confessionele (zoals de katholieke scholen) of een niet-confessionele levensbeschouwing (zoals de vrijzinnige scholen) of vanuit een pedagogische en/of onderwijskundige visie (zoals het steineronderwijs, freinetonderwijs of de methode- en leefscholen). De vrijheid van inrichting duidt op het recht van schoolbesturen om de organisatie en de werking van hun scholen autonoom te bepalen, zonder inmenging van de overheid. Zo zijn scholen onder meer vrij om al dan niet te kiezen voor een leerstofjaarklassensysteem, mogen ze hun eigen evaluatiesystemen en toetsbeleid ontwerpen, kunnen ze zelf personeel aanwerven en beslissen ze autonoom over

16

Een deliberatie over onderwijsvrijheid

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 16

16/08/18 16:12


eventuele sancties. Voorwaarde is wel dat dit steeds binnen bepaalde juridische grenzen gebeurt, zoals de brandveiligheid, het arbeidsrecht en het tuchtrecht. De werkzaamheid van ‘vrijheid vóór onderwijs’ is eveneens terug te vinden in de zogenaamde passieve vrijheid. Die verwijst naar de vrije schoolkeuze van ouders en kinderen. De grondwet kent het recht toe aan ouders en leerlingen om een school te kiezen die overeenstemt met hun levensbeschouwelijke, religieuze, ideologische en/of pedagogische visie. Die vrije keuze veronderstelt dat ouders het recht hebben om hun kind in te schrijven in een school overeenkomstig hun levensbeschouwelijke opvattingen en dit op een ‘redelijke’ afstand van hun woonplaats. De passieve vrijheid van onderwijs krijgt ook vorm in het officieel onderwijs, waar elke leerling grondwettelijk kan kiezen tussen de verschillende levensbeschouwelijke vakken. Vanaf het moment dat de ouders van minimaal één leerling vragen om lessen in een erkende godsdienst of om niet-confessionele zedenleer, dient de betrokken school van het GO!-onderwijs of het gemeentelijk, stedelijk en provinciaal onderwijs dit in te richten. Indien ouders bezwaar hebben tegen het volgen van een van deze vakken, dan kunnen ze sinds 1990 ook een vrijstelling aanvragen: de vrijgekomen lestijden moet de leerling dan gebruiken voor de studie van zijn of haar persoonlijke levensbeschouwing; de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de ouders. Vooral de getuigen van Jehova maken hier gebruik van, maar ook sommige protestanten die zich niet kunnen vinden in het vak protestants-evangelische godsdienst vragen om vrijstelling. In het vrij onderwijs is men verplicht om het ingerichte levensbeschouwelijk vak te volgen en kan men geen vrijstelling aanvragen. In de praktijk komt dit erop neer dat de overgrote meerderheid van leerlingen in het vrij onderwijs het vak rooms-katholieke godsdienst volgt.

Vlaamse overheid en kwaliteit De Vlaamse overheid behoudt zich het recht voor een aantal kwaliteitseisen te stellen voor alle netten. De belangrijkste kwaliteitseis is het nakomen van de onderwijsdoelen in het lager en secundair onderwijs met het oog op het toekennen van een erkend diploma. Deze onderwijsdoelen worden in Vlaanderen geformuleerd als eindtermen. Volgens het nieuwe decreet vertrekken de eindtermen van zestien sleutelcompetenties. Het vroegere onderscheid tussen vakof leergebiedgebonden en vakoverschrijdende eindtermen valt daarmee weg. Bovendien zullen er nu eindtermen basisgeletterdheid bereikt moeten worden naast de ‘gewone’ eindtermen. Daarnaast worden er ook uitbreidingsdoelen

Vrijheid van onderwijs: vrijheid vóór, in en door onderwijs

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 17

17

16/08/18 16:12


voor Nederlands geformuleerd. De verschillende onderwijsverstrekkers concretiseren deze eindtermen in leerplannen, waarbij rekening wordt gehouden met het eigen pedagogisch project. In Vlaanderen is de juridische onderwijsvrijheid dan ook niet absoluut: de Vlaamse overheid bewaakt de kwaliteit van haar scholen door scholen door te lichten. Indien het doorlichtingsrapport van de onderwijsinspectie niet voldoet, kan het gebeuren dat de overheid haar subsidie of financiering stopzet en de school sluit. De doorlichtingsverslagen van elke school worden steeds publiek gemaakt. Sinds 2017 heeft de onderwijsinspectie haar doorlichting en aanpak vernieuwd onder de naam ‘Inspectie 2.0’, waarbij de overheid haar verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs uitzet in het referentiekader Onderwijskwaliteit, afgekort het OK. Voor privéscholen, die niet gefinancierd worden en onder het systeem van huisonderwijs vallen, bewaakt de overheid de kwaliteit van het verstrekte onderwijs door de leerlingen te verplichten te slagen voor de examens van de Examencommissie. Ook de inspectie controleert het leerproces van deze leerlingen op individuele basis.

Levensbeschouwelijke vakken Het curriculum, het opstellen van de leerplannen, het begeleiden en inspecteren van het onderwijs en andere administratieve aspecten van de godsdienstige en levensbeschouwelijke vakken vallen onder de verantwoordelijkheid van de verschillende externe (religieuze) instanties. Zo is bijvoorbeeld voor het vak nietconfessionele zedenleer de externe instantie de Raad voor Inspectie en Begeleiding niet-confessionele Zedenleer, die deel uitmaakt van de Unie Vrijzinnige Vereniging (UVV). Het Huis van de Protestanten is de erkende instantie voor de protestantse godsdienst. De erkende instantie voor rooms-katholiek godsdienstonderwijs is de Interdiocesane Dienst voor Katholiek Godsdienstonderwijs (IDKG) onder het voorzitterschap van een bisschop. Tot op heden is een van de voorwaarden om een mandaat rooms-katholieke godsdienst te kunnen aanvragen, dat men gedoopt is in de katholieke kerk. Voor het islamitische onderwijs is de erkende instantie het Centrum voor het Islamonderwijs, een instantie georganiseerd door het Executief van de Moslims van België (EMB), het vertegenwoordigende orgaan van de moslims in Vlaanderen, dat in 1998 werd opgericht en zeventien leden telt.

18

Een deliberatie over onderwijsvrijheid

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 18

16/08/18 16:12


Vrijheid in onderwijs Met vrijheid in onderwijs verwijzen we naar de mogelijkheid van de school, de leraar en de leerling om zelf de (in)richting van onderwijs te bepalen. Scholen zijn vrij om hun onderwijs te kleuren door een pedagogisch project of een onderwijsvisie. Facetten als leerplannen, (professionele) autonomie van de leraar, keuze in organisatie- en werkvormen, pedagogisch-didactische methoden en leermiddelen, alsook vrije studiekeuze van leerlingen kunnen verbonden worden met deze betekenis van onderwijsvrijheid (zie ook Wouters, Geerinck & Lievens 2017).

Pedagogisch project Binnen het vrij gesubsidieerd onderwijs in Vlaanderen vormt het katholiek onderwijs de grootste groep. Daarnaast omvat het vrije onderwijsnet een aantal vrijzinnige, protestantse, joodse, Lucernascholen en methodescholen. Zo zijn er in Vlaanderen acht protestantse basisscholen aangesloten bij IPCO, waarvan er een ook buitengewoon onderwijs aanbiedt. Voornamelijk Antwerpen telt een aantal erkende joodse scholen, gaande van de eerder seculiere Tachkemonischool tot de orthodoxe Jesode Hatora - Beth Jacobschool. Tot het vrij onderwijs behoren tevens een aantal scholen die hun onderwijs vormgeven volgens een bepaald pedagogisch gedachtegoed (Dalton, Freinet, Steiner, Montessori, Jenaplan en Decroly) of werken op basis van een bepaald didactisch model zoals het model van het ervaringsgericht onderwijs of spelend leren. In Vlaanderen zijn er een twintigtal steinerscholen, waarvan het merendeel basisscholen. Daarnaast zijn er rond de negentig scholen die de freinetmethode hanteren, waarvan een kleine minderheid binnen het secundair onderwijs. Zes basisscholen krijgen vorm vanuit de methode Montessori. Verder zijn er ongeveer tien scholen volgens het jenaplanonderwijs en tien daltonscholen. Niet alle methodescholen behoren echter tot het vrij onderwijs. Zo zijn er in Vlaanderen een aantal GO!-scholen en gemeentelijke scholen die de methode van Freinet of jenaplan volgen. Omgekeerd zijn er een aantal vrije scholen (zoals Lucerna) die zich beroepen op het leerplan van het GO!.

Vrijheid van onderwijs: vrijheid vóór, in en door onderwijs

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 19

19

16/08/18 16:12


Vrijheid van de school, de leraar en de leerling In Vlaanderen zijn scholen zelf bevoegd om getuigschriften en diploma’s toe te kennen aan leerlingen. Studievoortgang en diplomering van leerlingen hangt dus, anders dan in heel wat andere (Europese) landen, niet af van een bepaalde uitslag op centrale examens of van verplichte door de overheid ingerichte eindtesten. Een belangrijke vrijheidsgraad van scholen krijgt dan ook vorm in de klassenraad. Een klassenraad komt samen om te beraadslagen en te beslissen of een leerling al dan niet toegelaten wordt tot een bepaalde studierichting (de toelatingsklassenraad), om te beraadslagen over de vorderingen en begeleiding van een leerling (de begeleidende klassenraad) of om te delibereren of een leerling al dan niet geslaagd is in een bepaald leerjaar van een bepaalde studierichting (de delibererende klassenraad). Bij betwisting kan de leerling in beroep gaan tegen de beslissing van de klassenraad. Met uitzondering van een kleine groep leerlingen die ervoor kiest om een getuigschrift lager onderwijs, een getuigschrift eerste of tweede graad secundair onderwijs, of een diploma secundair onderwijs te behalen via de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, behaalt het merendeel van de leerlingen een getuigschrift of diploma van zijn of haar eigen school. Leerlingen die huisonderwijs volgen, worden echter verplicht om een diploma te halen via de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap. Leraren kennen in Vlaanderen een grote professionele vrijheid. De vrijheid van de leraar bestaat er bijvoorbeeld in dat hij of zij geen vastgelegd script moet volgen, zoals in sommige scholen in de Verenigde Staten, waar leraren lesgeven via scripted instruction of een strikt vastgelegd draaiboek met een precieze timing, instructies en vragen. Hier heeft elke leraar de vrijheid om autonoom keuzes te maken in bijvoorbeeld de voor die les na te streven lesdoelen, om al dan niet te werken met (delen van) handboeken, of om uitbreidingsoefeningen en remediÍringslessen op te zetten en uit te werken. Binnen het pedagogische project van de school zijn leraren vrij in het kiezen van hun werkvormen en leermiddelen, hun didactische aanpak, het opstellen en afnemen van (eind)toetsen, en het bepalen van de criteria en hun normering. Leerlingen en hun ouders zijn ten slotte vrij in het kiezen van hun school en studierichting op basis van hun interesses en talenten en binnen de adviezen en beslissingen van de klassenraad. Ook binnen het pedagogisch gebeuren krijgen zij de kans om eigen accenten te leggen en zichzelf te ontplooien. In sommige scholen worden keuzevakken aangeboden en/of extra curriculaire activiteiten om ruimte te bieden aan de vrijheid en eigenheid van de leerling.

20

Een deliberatie over onderwijsvrijheid

Een deliberatie over onderwijsvrijheid.indd 20

16/08/18 16:12


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook