d/2018/45/275
– isbn 978 94 014 5353 0 – nur 740, 870
Vormgeving omslag: Gert Degrande | Witlofcompagnie Vormgeving binnenwerk: theSWitch Omslagfoto: Marco Mertens © LSRP vzw, Paul Huybrechts, Frieda Van Wijck & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. LannooCampus Publishers Erasme Ruelensvest 179 box 101 3001 Leuven Belgium www.lannoocampus.com
Désiré Collen.indd 4
16/05/18 11:22
Inhoudstafel Voorwoord
9
Deel I: Van natuurlijk t-PA naar recombinant t-PA Hoofdstuk 1: De wording van een onderzoeker Een voorbeeldige jongen Liever Cristal dan Stella Bloed voor Marc Verstraete Klonter, oorzaak of gevolg? De twijfel blijft bestaan Het voorbeeld van Guido Tytgat Scheikunde in een woelige stad Collen loopt hepatitis B op New York stelt teleur Met een Viking in Zweden Liever lab dan ziekenzaal Verdediging van het vaderland Ontdekking van α2-antiplasmine In Winksele tussen de konijnen Hoofdstuk 2: De ontwikkeling van t-PA De proeven van Björn Wiman Dank aan mevrouw Bowes en Fons Billiau Dick Rijken en Osamu Matsuo Hoofdstuk 3: Genentech treedt aan DNA vindt geld Het meisje in de roze trui Kloneren van recombinant cDNA van t-PA Een patiënte in Rotterdam Testen in Saint Louis De lege cirkeltjes van Diane De concurrentie zit niet stil Hoofdstuk 4: De weg naar bevestiging Testen met rt-PA in Leuven en Boston De eerste Leuvense patiënt FDA staat testen met rt-PA toe
Désiré Collen.indd 5
15 18 20 22 25 28 31 34 37 39 42 44 46 51 55 56 60 65 68 72 75 77 79 81 84 88 91
5
16/05/18 11:22
Verstraete mobiliseert Europese cardiologen Rt-PA wint van streptokinase Hoofdstuk 5: FDA keurt rt-PA goed Rt-PA wordt Activase Vuurwerk in San Francisco Het mislukte Innovi-avontuur Het manna van de Collen Research Foundation Voor de rechtbank in Delaware Maar wat is nu het beste? Roche neemt Genentech over Oxford laat nog eens van zich horen De eindbalans van rt-PA Rt-PA nog standaard bij hersentrombose
93 95 101 104 106 109 112 114 117 120 122 123
Deel II: Trombolyse voor de armen Hoofdstuk 1: Ondernemen met Thromb-X Met de hulp van Yakult Ierland en de Kaaimaneilanden De bavianen helpen de mens Naijver onder professoren Productie in het Oost-Duitse Jena Het werkt ook bij patiënten! Lijken uit de Duitse kast Fase III-studies onbetaalbaar Hoofdstuk 2: De muizen van Carmeliet Carmeliet, een volbloed onderzoeker Muizen krijgen eigen animalium Het ontstaan van bloedvaten Nieuwe moleculen komen eraan Collen krijgt vleugels Afscheid van de universiteit Ere wie ere toekomt
127 128 132 135 137 139 142 144 147 149 152 154 156 159 162
Deel III: De ondernemende universiteit Hoofdstuk 1: Ons nieuw Kilo-Moto Royalty’s als twistappel
6
Désiré Collen.indd 6
169
Désiré Collen. Biotechpionier
16/05/18 11:22
De Somer drukt zijn stempel Erik De Clercq temt hiv De volgelingen van De Somer Lusten en lasten Leuven flirt met Silicon Valley Leuven leert grenzen stellen KU LRD als businessunit De geldstromen van de universiteit KU LRD int nu elk jaar een ‘Collen’ Techtransfer is mainstream Leuven is uniek in Europa Hoofdstuk 2: De visionair Van den Brande Op studiereis in de VS De Bayh-Dole Act Het manna uit de hemel Leuven had ons niet nodig De top van Europa
170 172 174 175 176 178 180 181 184 186 188 192 194 195 198 200
Deel IV: De roetsjbaan van ThromboGenics Hoofdstuk 1: Van zelfvertrouwen naar overmoed Een gevaarlijke reis Je zoekt India … Kijk uit voor Eroom’s Law Afscheid van een paradepaardje Als de artsen het vertikken Mensen zijn pas een risico! Het oog en het hart Microplasmine doet wonderen Vijf voor twaalf in Ierland Beleggers kopen Collen en Dehaene Met de hakken over de sloot De ploeg van Collen Vermeng geen belangen Versterking voor Collen De zeven vette jaren Geen crisis maar groot lot Focus op het netvlies
Inhoudstafel
Désiré Collen.indd 7
207 209 212 215 217 218 220 222 225 228 230 233 235 239 240 243 244
7
16/05/18 11:22
In het oog, uit het hart Ocriplasmine in de startblokken De deal van het jaar Tien op tien bij de FDA Hoofdstuk 2: Collen overboord Tu quoque Brute! De ezels van ThromboGenics Verkoop dat ding nu! ’Het is mismeesterd’ De val van Icarus Een zootje ongeregeld Te koop maar geen kopers De mislukking is een wees Kaars en bril Na de calvarie de verrijzenis?
246 248 249 251 256 258 262 266 268 270 273 275 277 278
Deel V: De emeritus zit niet stil Hoofdstuk 1: Fund+ verdrijft de minnen Weldaden, wijn en Beethoven LSRP krijgt een turbo De Désiré Collen Stichting De eerste halte Zet er een +-teken achter Collen overtuigt families Injectie van federale holding Het wonder van Kana Een fonds van tweehonderd miljoen Drummen voor investeringen Hoofdstuk 2: De vriendendienst CoBioRes De strategie van André Trouet Waartoe wijn leiden kan
312 316
Dankwoord
319
Bibliografie
321
Register
337
8
Désiré Collen.indd 8
287 290 292 293 296 298 301 304 306 309
Désiré Collen. Biotechpionier
16/05/18 11:22
Voorwoord Mensen gaan dood. Ze verliezen het gevecht tegen de tijd, tegen virussen, bacteriën of kankers. Soms hapert het hart of valt het gewoon stil. De pomp laat het dan afweten, die het bloed door de organen jaagt waarmee mensen ademen, bewegen, denken, zien en overleven. Met dat sterven hebben de mensen zelden vrede. Iedereen wil zo lang mogelijk leven! En sinds ergens in de vorige eeuw is de mens aan de winnende hand. De dood moet wijken! Met wetenschappelijke kennis, ingrepen en medicatie wapenen we ons tegen kwaadaardige virussen en bacteriën en proberen we kankers af te houden. Ook het bloed en het hart gaven geleidelijk hun geheimen prijs. Die kennis maakte een reuzensprong toen het schrift, het DNA, werd ontcijferd waarmee het leven is geschreven. Grote wetenschappers zorgden al die tijd voor doorbraken. Désiré Collen is er een van. Lange tijd werd er getwijfeld: wat sterft er eerst, het hart of het bloed? Stolt het bloed, omdat het hart het begeeft? Of stopt het hart, omdat het bloed ergens stremt? Bleek dat het bloed soms klontert. Dan kan het hart de omloop niet op gang houden. En sterft met dat hart, die mens. De vraag is dan: hoe houden we dat bloed vloeibaar, zodat het hart kan blijven kloppen? Désiré Collen droeg in belangrijke mate bij tot de oplossing van dat probleem en redde zo talloos veel levens. En hij ontdekte nog andere medicamenten – zoals onder meer, met zijn beursgenoteerd bedrijf ThromboGenics, een remedie voor retinopathie, een kwaal aan de achterkant van het oog. Soms lukt het genezen niet, maar dan is er morgen weer een nieuwe dag. Dan gaan in de wereld weer tienduizenden onderzoekers aan de slag in de wellicht nooit eindigende strijd tegen de dood. Dat gevecht kunnen België en Vlaanderen voortaan volhouden mede dankzij een groot deel van het geld dat Collen met zijn uitvinding, de ontdekking van t-PA, verdiende. Met een eigen stichting en een duurzaam fonds blijft Collen tot in lengte van jaren wetenschappelijk onderzoek financieren. Gezien de onuitputtelijke behoeften gaat het onvermijdelijk om een bescheiden bijdrage. Maar mede daarmee kunnen de universiteiten, zoals de KU Leuven, verder hun maatschappelijke roeping
Voorwoord
Désiré Collen.indd 9
9
16/05/18 11:22
waarmaken als biotoop van ondernemingsgerichte research. Met voor ons allen hopelijk nog veel extra levensjaren. Deze biografie werd geschreven in opdracht van Désiré Collen. Als journalisten beschikten we daarbij over de vrijheid en de onafhankelijkheid waarzonder geen integer werk mogelijk is. Er werd op alle vragen geantwoord. Mislukkingen komen even uitvoerig aan bod als successen. Deugden net zoals ondeugden. Onze opdrachtgever had daar geen enkele moeite mee; integendeel, hij stond er zelf op. Het was voor ons niet alleen een eer, maar ook een echt professioneel plezier om met Désiré Collen samen te werken. En met de vele academici en anderen die ons hielpen, bereidwillig en vaak met engelengeduld. Dank u. Frieda Van Wijck en Paul Huybrechts Redactie: maart 2017 - mei 2018
10
Désiré Collen.indd 10
Désiré Collen. Biotechpionier
16/05/18 11:22
Désiré Collen.indd 11
16/05/18 11:22
Désiré Collen.indd 12
16/05/18 11:22
DEEL 1
VAN NATUURLIJK t-PA NAAR RECOMBINANT t-PA
DÉSIRÉ
biotechpionier
COLLEN Désiré Collen.indd 13
16/05/18 11:22
H OO F D S T U K 1
De wording van een onderzoeker
DĂŠsirĂŠ Collen.indd 14
16/05/18 11:22
Samenvatting: Désiré Collen wordt geboren in het Haspengouwse stadje Sint-Truiden, als zoon van kleine middenstanders, die zich uit de boerenstiel hebben opgewerkt. Hij blijkt een voorbeeldige leerling en studeert geneeskunde in Leuven. In het lab van professor Marc Verstraete leert hij Guido Tytgat kennen, die van de studentikoze Collen een wetenschapper maakt. Hij trouwt met Louisa Reniers, behaalt zijn doctoraat geneeskunde én scheikunde, en schoolt zich bij in de VS en in Zweden. Terug in Leuven in 1973 legt hij zich toe op trombolyse, het oplossen van bloedklonters bij hartinfarcten. Collen ontdekt α2-antiplasmine, een natuurlijke remmer van vrij circulerend plasmine in het bloed, een stof die verhindert dat patiënten doodbloeden. Het levert hem zijn eerste octrooi op.
Een voorbeeldige jongen Een oorlogskind. Désiré José Louis Collen wordt geboren in de kleine Limburgse stad Sint-Truiden op 21 juni 1943, tijdens de Duitse bezetting van België. Sint-Truiden is in die oorlog het toneel van heftige botsingen tussen collaborateurs die met de Duitsers meewerken, en verzetslui. Als enige Limburgse stad krijgt Sint-Truiden een burgemeester die als Belg lid is van de SS, de gevreesde Duitse Schutzstaffel. Die Duitse ijzeren hand heeft te maken met de nabijheid van de luchthaven van Brustem, ten zuiden van de stad. Daar is de Duitse Luftwaffe gevestigd, die vanaf 1942 de Engelse bommenwerpers moet neerhalen tijdens hun vlucht naar Duitse doelwitten. Een Duits piloot met 121 succesrijke nachtelijke raids, krijgt in Engeland de naam ‘the spook of St Trond’. Brustem wordt door de geallieerden zwaar gebombardeerd en de Truienaars moeten met paard en kar de kraters vullen. In die eerste levensjaren van Désiré komt het voor vader en moeder Collen, zoals voor de meeste Truienaars, aan op overleven. De vruchtbare grond van Haspengouw, de streek rond Sint-Truiden, is gelukkig gul, en honger wordt er niet geleden. In de familie Collen zorgen kleine boeren altijd wel voor proviand. Collens vader is ambtenaar, verificateur bij de belastingen. Samen met moeder Collen, Maria Hoebrechs, baat hij een café uit, nabij het Begijnhof in de Slachthuisstraat. Met handjeklap verkopen dierenhandelaren daar hun beesten. Die worden meteen vlakbij geslacht. Liefst zestien cafés telt dan de
De wording van een onderzoeker
Désiré Collen.indd 15
15
16/05/18 11:22
levendige en volkse buurt rond het slachthuis en de Sint-Jacobskerk, de parochiekerk van de wijk Schurhoven. Na de oorlog wordt vader Frans Collen zelfstandig fiscaal raadgever en Désirés ouders nemen begin jaren zestig het ruimer café Sportwereld over op de Grote Markt van Sint-Truiden. Een drukke markt, waar tot 1973, wanneer de E40-snelweg klaar is, veel verkeer voorbij moet, vooral reis- en streekbussen die daar mogen parkeren. Een orkestje zorgt er elke dag voor ambiance. Op die Grote Markt, in een herenhuis van de welstellende familie Baltus, woonde veel eerder ook Uncle Spencer van de befaamde Britse schrijver Aldous Huxley.1 Het lijkt wel of het leven van Désiré Collen pas begint, wanneer hij zich op achttienjarige leeftijd inschrijft aan de Katholieke Universiteit in Leuven, de KU Leuven. Zijn jonge jaren aan de lagere school in Sint-Truiden gaan geruisloos voorbij, en ook over zijn humaniora zijn er weinig anekdotes bekend. Veel kinderen van België verteren in die jaren vlijtig een verwoestende oorlog. Er moest wederopgebouwd worden! Schoolmakkers herinneren zich Désiré Collen als een intelligente en zelfverzekerde humaniorastudent: eerste van de klas, en altijd piekfijn in hemd en das. ‘Zoals hij er nu nog bijloopt’, merkt klasgenoot Piet Siffert op. Een voorbeeldige jongen. Hoewel van Sint-Truiden, studeert hij Latijn-wiskunde aan het Atheneum in Leuven, zo’n 45 km van Sint-Truiden. Dat hebben zijn ouders zo beslist. Niet dat er in Sint-Truiden geen goede scholen waren, maar ouders willen, zeker in de jaren vijftig, het allerbeste voor hun kinderen. Voor veel jonge mensen uit de Slachthuisstraat is in die tijd het alternatief voor student vooral mijnwerker in de ondergrond van Waterschei en Winterslag. Of staalarbeider in Luik. Gelukkig zijn er uitwegen. Kinderen kunnen het beter doen dan hun ouders. Midden jaren vijftig leeft in Europa het gevoel dat alles weer mogelijk wordt: de oorlog is achter de rug, de economie groeit jaarlijks met vier à vijf procent en draait zelfs zo goed dat er arbeidskrachten uit het buitenland moeten worden aangevoerd. Een auto is niet langer het privilege van de notabelen. Ook de modale Belg schaft zich een eerste Simca aan en rijdt ’s zondags naar zee. Er is weer vooruitgang en vader Collen wil de best mogelijke opleiding voor zoon Désiré. Vader Collen had zelf zijn humaniora afgemaakt, en is tot dan de hoogst gediplomeerde van de familie. Voor zijn zoon gaat vader Collen eerst te rade bij
16
Désiré Collen.indd 16
Van natuurlijk t-PA naar recombinant t-PA
16/05/18 11:22
de directeur van het Kleinseminarie op de Stenaertberg in Sint-Truiden. De directeur ziet hem graag komen en polst meteen of zoon Désiré de intentie heeft om priester te worden. ‘Dat weet ik niet,’ moet vader Collen toen geantwoord hebben, ‘maar ik denk van niet.’ Volgens de overlevering verliep het gesprek nadien nogal koeltjes. Van een bevriende kruidenier wist vader Collen dat die zijn zoon naar een internaat in Leuven had gestuurd. Weliswaar geen katholieke school, maar een atheneum, een staatsschool. Tussen beide schoolnetten bestond in die tijd een grote rivaliteit. Al in de 19de eeuw lagen de katholieke scholen en de staatsscholen in België met elkaar overhoop. Die ‘schoolstrijd’ tussen katholieken en vrijzinnigen duurde tot beide partijen in 1958 een ‘schoolpact’ sloten. De familie Collen is zeker niet antiklerikaal, maar trouwe kerkgangers zijn vader en moeder Collen ook niet. Besloten wordt de jonge Désiré naar het Koninklijk Atheneum van Leuven, het Hogenheuvelcollege in de Naamsestraat, te sturen, en meteen ook op kostschool. Zijn zus gaat naar een katholiek internaat bij kloosterzusters, Les Dames De l’Instruction Chrétienne in Ans, vlak bij Luik. Bij de vraag of hij dat erg vond, op kostschool gaan, blaast Désiré Collen. ‘De eerste jaren mocht je alleen naar huis met Allerheiligen, Kerstmis, carnaval en Pasen. Maar als je dan wat ouder was, mocht je elke zaterdagnamiddag naar huis.’ In het begin kent hij in Leuven alleen de zoon van de kruidenier uit SintTruiden. Veel opwindends valt er volgens hem over die kostschooljaren niet te vertellen. In het weekend gingen ze wandelen als de studiemeester daar zin in had. Die stapte al eens graag naar Heverleebos voor tochtjes van vijf à tien kilometer. En ’s zondags gingen ze naar het voetbal kijken, naar Stade Leuven of naar Daring in Kessel-Lo, al naargelang welke ploeg thuis speelde. Een echte voetballiefhebber is hij niet geworden. Hij is vooral bezig met zijn studies, gaat graag naar de les en wiskunde en wetenschappen fascineren hem. Ja, muziek ook wel, maar een instrument bespeelt hij niet, en daar heeft hij nu wel spijt van. Toen hij een jaar of acht was, waren er pogingen om zijn muzikaal talent te laten ontluiken in de gemeentelijke muziekschool van SintTruiden. ‘Maar dat ging daar niet vooruit. De eerste keer moesten we allemaal onze naam op het bord schrijven, en de tweede keer was het de notenbalk met solsleutel, en dan ging het van do-re, do-re, do-re. Daar hield het op voor mij.’ Einde muziekcarrière.
De wording van een onderzoeker
Désiré Collen.indd 17
17
16/05/18 11:22
Hobby’s had hij naar eigen zeggen niet. Hij was vooral een toegewijde student. ‘Hij was heel verstandig. Heel zelfbewust ook, maar niet pretentieus’, herinnert voormalig klasgenoot Piet Siffert zich. ‘Hij wist heel goed wat hij kon. Maar hobby’s? Hij zat in Leuven van maandagmorgen tot zaterdagmiddag, en was dus niet veel in Sint-Truiden. Daar zat hij waarschijnlijk ook vooral met zijn neus in de boeken. En als intern in Leuven kon hij nooit met de externen, de studenten die elke dag naar huis gingen, mee gaan voetballen. Of tafelvoetbal spelen op café.’ Als primus perpetuus van het Atheneum is het maar logisch dat Désiré Collen in 1961 naar de Leuvense universiteit gaat. Populaire richtingen in die tijd zijn: rechten, geneeskunde of ingenieur. Dokters waren toen in Vlaanderen samen met de plaatselijke notaris, de goed verdienende notabelen, mensen met aanzien in een gemeente. Maar een notaIk ben een dokter van muizen riaat moest je kopen. Ingenieur was, zeker in die tijden van wederopbouw, een beroep met toekomst. Maar voor ingenieur moest je een ingangsexamen doen. Voor geneeskunde niet, en dus werd het geneeskunde. Een roeping was het niet, en een echte geneesheer is hij ook niet geworden. ‘Ik ben een dokter van muizen’, is zijn laconieke antwoord als er naar zijn praktijkervaring wordt gevraagd, verwijzend naar de proefdieren van het lab.
Liever Cristal dan Stella In 1961 is de Leuvense universiteit nog een tweetalige instelling, hoewel ze in Nederlands taalgebied ligt. De Franstaligen willen die structuur zo houden. Alleen op die manier kan de belangrijke plaats worden gevrijwaard die Leuven als oudste katholiek denkcentrum in de wereld bekleedt, zo vinden zij. Frans is uiteindelijk een wereldtaal. Maar de dominantie van de Franstaligen komt onder druk. Almaar meer Vlaamse professoren worden benoemd. Ook omdat zij vaak tweetalig zijn, terwijl het merendeel van de Franstalige professoren nauwelijks Nederlands spreekt. En in 1960 schrijven zich aan de Leuvense universiteit voor het eerst ook meer studenten in aan de Nederlandstalige afdelingen dan aan de Franstalige. Vóór WO II verkozen veel Vlamingen nog om zich in te schrijven aan de Franstalige sectie, omdat ze van thuis uit Frans spraken, en omdat Frans toen ook de lingua franca van de Vlaamse elite was.
18
Désiré Collen.indd 18
Van natuurlijk t-PA naar recombinant t-PA
16/05/18 11:22
Na WO II verandert dat: Vlamingen kiezen steeds meer voor studies in het Nederlands. Dat eerste jaar in Leuven is Désiré Collen een voorbeeldige student. In een ‘pedagogie’ of studentenhuis gaan zitten zoals gebruikelijk was voor veel eerstejaars, lijkt hem te veel op een nieuwe kostschool. In een pedagogie geldt een avondklok en is er strikte controle op bezoek van het andere geslacht. Dus pendelt hij elke dag braaf een uurtje met de trein heen en weer tussen Leuven en Sint-Truiden. Hij volgt dat eerste jaar alle lessen, studeert vlijtig en slaagt met onderscheiding. Het tweede jaar lijkt het toch praktischer om tijdens de week in Leuven te blijven en bij particulieren een studentenkamer te huren. Zijn zus is inmiddels getrouwd en de tante van haar man verhuurt kamers in Leuven. Is het omwille van de vrijheid en de verlokkingen van het studentenleven die hij nu pas ontdekt, of is het omdat geneeskunde toch niet echt een passie was maar eerder een rationele keuze, feit is dat Désiré Collen dat jaar meer tijd door- Collen werd zedenmeester brengt in het studentencafe Ambiorix op de Oude Markt, dan in de lessen. De Ambiorix is een notoire kroeg voor de Limburgse studentengilden. Daar wordt Cristalbier uit het Limburgse Alken geschonken, in tegenstelling tot de meeste andere kroegen, waar Leuvense Stella wordt getapt. Désiré Collen engageert zich enthousiast in het studentenleven. Hij wordt vice-preses en het jaar nadien ‘zedenmeester’. ‘Dat was een soort voordrinker’, herinnert hij zich. Een taak die moest worden uitgeoefend bij cantussen en studentendopen. En die vooral uit zingen en drinken bestond. De resultaten zijn navenant. Neen, niet gebuisd, maar voor het eerst in zijn leven behaalt Désiré Collen gewoon een ‘voldoende’. Daar waren behalve het studentenleven en de Ambiorix nog wel wat redenen voor. De basisvakken werden niet echt goed gegeven, vond hij. Als je al zonder passie aan een studie begint, dan kan een boeiende lesgever nog veel rechttrekken, maar dat was dus dat tweede en derde jaar niet het geval. Examens afleggen bestond uit het reproduceren van wat in de cursus stond. Bij scheikunde waren dat de bekende fiches van professor Verhulst, herinnert Collen zich. Wie die van buiten kon aframmelen, kreeg 16 op 20. Hij had dus 16 op 20 en dat was ook de reden waarom hij later zonder extra voorwaarden scheikunde kon bijstuderen. Dat
De wording van een onderzoeker
Désiré Collen.indd 19
19
16/05/18 11:22
vak fascineerde hem al meer: ‘Ach, geneeskunde ook natuurlijk, al vond ik vooral farmacologie interessant.’
Bloed voor Marc Verstraete ‘Eigenlijk ben ik toevallig tot inkeer gekomen’, bekent Désiré Collen. Professor Marc Verstraete, destijds hoofd van het door hemzelf gestichte laboratorium voor onderzoek naar bloedings- en vaatziekten, zocht bloedgevers voor zijn onderzoek naar hemostase en trombolyse. Hemostase is het mechanisme waarover ons lichaam beschikt om bloedingen te voorkomen. Trombolyse is het oplossen van stolsels of klonters in een bloedvat. Begin jaren zestig deed professor Verstraete onderzoek met coumarinederivaten bij patiënten. Coumarinederivaten zijn stoffen die de bloedstolling tegengaan. Die worden in de geneeskunde gebruikt ter voorkoming of behandeling van de vorming van bloedklonters in de bloedvaten (tromboses). Voor die proeven had professor Verstraete dagelijks bloed van gezonde mensen nodig. Het medicijn Marcoumar dat daaruit werd ontwikkeld, zou naar professor Marc Verstraete zijn genoemd. Het middel bestaat nog altijd. Wanneer professor Verstraete op een dag na zijn les, andermaal vrijwilligers vraagt om de volgende dag bloed te komen geven, besluit Collen zich op te geven als bloeddonor. En zo verzeilt hij in 1964 eerder per toeval in het lab van professor Marc Verstraete, waar een vijftiental onderzoekers werkt. Het lab was ondergebracht in het Sint-Rafaëlziekenhuis aan de Kapucijnenvoer in ‘de rattenkelder van Maisin’. De rattenkelder was het lokaal waar de vermaarde kankerspecialist Joseph Maisin zijn proefdieren hield. Professor Maisin zelf was inmiddels naar de Franstalige afdeling in Sint-Pieter in Leuven verhuisd. ‘Een kelder zonder ramen: dat was het lab van professor Verstraete, die toen al een internationale reputatie had!’, verbaast Collen zich nog altijd. ‘Pas jaren later zijn we verhuisd naar het gebouw van de aankoopdivisie. Dat was al beter, daar hadden we ramen, maar we waren nog altijd klein behuisd.’ Professor Marc Verstraete (°Brugge, 1 april 1925) studeerde af als doctor in de genees-, heel- en verloskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven in 1951. Hij specialiseerde zich verder in inwendige geneeskunde in Bazel, Oxford en New York. Zijn interesse voor bloedstolling had te maken met
20
Désiré Collen.indd 20
Van natuurlijk t-PA naar recombinant t-PA
16/05/18 11:22
zijn voorgeschiedenis. Zijn vader, een gynaecoloog, werd een paar keer geconfronteerd met intravasculaire coagulatie bij een bevalling, ook bekend als het defibrinatiesyndroom, dat zich uitte in overdreven bloeding. Bovendien waren drie van de vijf zonen van een oom overleden aan mysterieuze bloedingen, die later te wijten bleken aan de ziekte van Von Willebrand. De eerste publicatie van Marc Verstraete ging over het antistollingseffect van een heparinebehandeling bij honden. Van heparine was bewezen dat het bloedstolling verhindert. Het werd destijds uit de lever en later uit de darmen van runderen gewonnen, maar intussen wordt het ook chemisch aangemaakt. In 1955 stichtte Verstraete aan zijn alma mater in Leuven zijn eenmanslaboratorium voor hemostaseonderzoek. Hij zocht naar een middel om bij een acuut hartinfarct de bloedstolsels op te lossen die de hartslagaders verstopten. In 1969 publiceerde hij in Acta Medica Scandinavica, samen met A. Amery, G. Roeber en H.J. Vermeulen de resultaten van een klinische studie over de toediening van streptokinase aan patiënten met een hartaanval, een behandeling waardoor het hart opnieuw zuurstof kreeg.2 Streptokinase is een eiwit gewonnen uit de streptokokkenbacterie, dat bloedklonters oplost bij hartinfarcten of bij longembolie. In 1971 en 1979 publiceerde de European Working Party on streptokinase onder de leiding van Verstraete nog bijkomende studies over de werking van streptokinase in de British Medical Journal en in de New England Journal of Medicine. Pas vele jaren later werd trombolytische therapie, het oplossen van bloedstolsels, de routinebehandeling bij hartinfarcten.3 4 Professor Verstraete deed ook onderzoek naar hemofilie en naar de ziekte van von Willebrand, allebei stollingsziekten die veroorzaakt worden door het ontbreken van een bepaalde stollingsfactor bij de patiënt. Marc Verstraete was verder een van de initiatiefnemers voor het oprichten van de Vriendenkring voor hemofilielijders en bouwde een multidisciplinair centrum uit voor de behandeling van hemofilie en bloedziekten. Naast een driehonderdtal wetenschappelijke publicaties schreef hij acht boeken, gewijd aan zijn specialiteit, waarvan verschillende vertalingen verschenen.
De wording van een onderzoeker
Désiré Collen.indd 21
21
16/05/18 11:22
Klonter, oorzaak of gevolg? Met het gebruik van heparine en streptokinase om bloedstolsels op te lossen bij hartinfarct, was Marc Verstraete, de mentor van Désiré Collen, een aanhanger van de school die geloofde dat hartinfarcten ontstaan doordat een klonter de toevoer van bloed naar de hartspier blokkeert. Collen was dezelfde overtuiging toegedaan en dat bepaalde ook zijn later onderzoek. Het mag nu eigenaardig lijken dat er nog tot lang in de twintigste eeuw onenigheid bestond over oorzaak en gevolg van hartinfarcten en bloedklonters. Wat hapert er eerst, een bloedklonter of de hartspier? Sommigen, zoals professor Verstraete, waren ervan overtuigd dat een hartinfarct het gevolg was van een bloedklonter die de bloedtoevoer naar de hartspier verstopte, en zo de hartspier geheel of gedeeltelijk deed afsterven. Maar een aantal wetenschappers zaaide twijfel met de theorie dat een coronaire trombose, met andere woorden, een klonter in de kransslagader, ontstaat ná een myocardiale necrose, dus na het afsterven van de hartspier. De Amerikaanse patholoog van Noorse afkomst Ludvig Hektoen (1863-1951) beschreef tijdens een autopsie voor zijn studenten in het mortuarium van het Cook County Hospital op 17 mei 1892 het geval van een man van 32 jaar, die zestien uur eerder was gestorven. Het ging om een timmerman die ’s ochtends op zijn werk onwel was geworden, naar het ziekenhuis werd gevoerd, maar onderweg overleed. ‘Een weldoorvoede, gespierde man’, zo beschreef Hektoen de dode op zijn autopsietafel, terwijl hij alles overliep wat hij met het blote oog kon waarnemen. Lever, gal, nieren, maag en zo verder bleken in normale toestand, maar in de aorta, juist boven de aortaklep, stelde hij een niet-occlusieve klonter vast (een klonter die het bloedvat niet helemaal afsluit), en in de linkerkransslagader een occlusieve klonter (die het bloedvat volledig afsluit). Die klonter van vier op drie millimeter was samengesteld uit een netwerk van fibrinedraden. En hij besloot zijn onderzoek met: ‘We hebben hier een mooie illustratie van overlijden door een blokkade van de bloedstroom naar de hartspier, een van de grootste oorzaken van plots overlijden.’ Voor Hektoen was het duidelijk: een klonter blokkeerde de bloedtoevoer naar de hartspier, waardoor deze afstierf, en de timmerman bijgevolg overleed. In 1899 beschreef hij samen met de internisten sir William Osler (1849-1919) en George Dock (1860-1951) de pathofysiologie van een myocardinfarct of hartinfarct: ‘While
22
Désiré Collen.indd 22
Van natuurlijk t-PA naar recombinant t-PA
16/05/18 11:22