Skip to main content

9789401453431

Page 1

Hoe groen klinkt   een gitaar?

Pieter BergĂŠ

en 99 andere met illustraties van Yule HermanS dingen die je moet weten over klassieke muziek


1 HEEL LANG GELEDEN Van heel lang geleden tot overmorgen...  9 1 2 3 4

I 5 6

Oerknal  11 Moeder Aarde  13 De klankenmaker  15 Vóór het woord  17 Wat is wat?  19 Onzekere echo’s  20 Klinkende beelden  22

4 BAROK Pendelbewegingen  61 19 De eeuwige Orpheus  63 20 Lang leve het spook van de 21 22

V 23 24

2 MIDDELEEUWEN Onbekend is onbemind  25

25 26

VI 27

7 In de naam van de Vader  26 II D e juiste noten  28 8 Één plus één is drie  30 III Verstrengelingen  32 9 In hogere sferen  34 10 Kathedraalmuziek  36 11 Singer-songwriters in de middeleeuwen  38 12 Klankarchitecten  40

28 29

overdrijving  65 Trommels, trompetten, serpenten en gamba’s  67 Muziek voor de Zonnekoning  69 In de maat!  71 Muziek over het Kanaal  73 Het orgelwonder  75 Hooggeachte meneer de sopraan  77 Van dans tot hogere wiskunde  79 Het spiegelpaleis  82  Bijbelse spanningen 84 Kijk naar mij! 86 Spelen bij het haardvuur  88

5 KLASSIEK Taalverwarringen  91 30 Opstandige zonen  93 31 De meester van de goede smaak  95 32 Prima la musica?  97

3 RENAISSANCE Onhoorbare grenzen  43 13 De zoete doorbraak  45 14 Een kwestie van generaties  47 15 En gaat nu allen heen in vrede…  49 16 De Kerk staat op haar strepen  52 17 De ontdekking van het woord  54 18 Er mag weleens gelachen worden  56

IV Het geheugen van de muziek  58

33 Een goed gesprek  99 34 leenotwuohcs nee si dlerew eD –

(of was het andersom?)  101 VII Klinkende architectuur  103 35 Over de doden niets dan goeds  105 36 De grote zacht-hardmachine  107


6 ROMANTIEK Alles en/of niets  111

64 Muziek voor alle dagen  180 65 Oude wijn in nieuwe zakken?  182 66 Orde op zaken  184 67 Veldwerk  186

37 Rock-’n- ro… mantiek  113

68 Duizend bommen en granaten  188

38 De Negende!  115

69 Klankfabriekjes  190

39 Wie het kleine niet eert  117

70 Grenzen verleggen  192

40 Rollercoaster Rossini  119

71 Rauwe waarheden  194

41 Duivelskunstenaars  121

72 Muziek op school  196

42 Verhalen zonder woorden  123

73 Een Parijzenaar in Amerika en

VIII Hoe groen klinkt een gitaar?  125 43 Iedereen pianist!  127 44 De olifant en de mug  129 45 Muziek voor kenners en liefhebbers  132 IX Steeds hetzelfde, altijd anders  134 46 En de winnaar is…  136 47 Welkom in Walhalla  138 48 Tutu’s in het zwanenmeer  140 49 Voor volk en vaderland  142 50 Viva Verdi!  144 51 Een pinguïn met een stokje  146 52 De lange schaduw van Beethoven  149 X Spelen met spanning  151 53 Slagroom en champagne  153 54 Rare jongens, die Britten?!  155 55 Een kunst van licht en kleuren  157

een Amerikaan in Parijs  198 74 Russische roulette  200 75 Exodus  202 76 De laatste romantici  204 77 Meer dan rekenkunde  206 78 De teerling is geworpen  209 79 Stop de stekker er maar in  211 80 De uitvoerder beslist  213 81 Lavastromen  215 82 Romeo en Julia in New York  217 83 De klank van cactus  220 84 Alles moet kunnen  222 85 Nieuwe eenvoud  224 86 Minder is meer  226 87 Op de barricades  228 88 Langzaam, langzaam…  230 89 Stukken en brokken  232

7 20ste & 21ste EEUW Opgelet! U betreedt de twintigste eeuw!  161 56 Een nieuw universum  163

90 Avant-garde, avant-jazz  235 91 Waar is God gebleven?  237 92 Alle getallen nog aan toe!  240 93 Klankwolken  242 94 Zoek de vrouwen

[Cherchez les femmes]  224

57 Crisis! Schandaal!  165

95 Blijven zoeken!  246

58 Een zonderling zonder verleden  167

96 Van ABBA tot Zappa  249

59 Zoeken naar een nieuwe taal  169

97 Buiten westen  252

60 De onbeantwoorde vraag  171

98 Tussen pop(corn) en klassiek  255

61 Woeste krachten  174

99 Moeilijk? Hoezo moeilijk?  258

62 Weg met de helden!  176

100 Overal, altijd  260

63 Het grote lawaai  178


Aan alle liefhebbers


‘Noten’ vooraf Als je dus wat meer wilt weten over één componist, zie je meteen waar die in het boek overal ter sprake komt en ook welke werken van hem of haar besproken worden. De lijst geeft ook een mooi overzicht van de belangrijkste componisten uit de muziekgeschiedenis en van de tijd waarin ze leefden. In het boek staan ongeveer vijfhonderd titels van meesterwerken uit de klassieke muziek. (Bijna) al die werken vind je terug op een spotifylijst die speciaal voor dit boek is samengesteld en ook Hoe groen klinkt een gitaar? heet. Die lijst is goed voor zo’n 333 uren muziek! Dat is wel heel erg veel natuurlijk. Daarom hebben we ook een top 100 gemaakt (Hoe groen klinkt een gitaar? – Top 100). Daar vind je de allergrootse ‘klassieke klassiekers’. Eerlijk gezegd zitten daar ook bijna al mijn eigen lievelingsstukken in. Om bij deze lijsten terecht te komen, moet je gewoon de codes op p. 263 inscannen met je smartphone. Enkele fantastische vrienden en collega’s hebben dit boek helemaal of gedeeltelijk gelezen voor het gedrukt werd: Irina Biscop, Camilla Bork, Ignace Bossuyt, David Burn, Mark Delaere, Jeroen D’hoe, Katherina Lindekens, Martine Sanders, en Lieven en Sarah Van Ael. Voor hun frisse blik en scherpzinnige tips wil ik hen hier heel hartelijk danken.

Dit boek maakt een lange wandeling door de onwaarschijnlijk rijke geschiedenis van de klassieke muziek. Het is verdeeld in honderd stukjes, maar het hadden er net zo goed duizend kunnen zijn. Als je ze leest van één tot honderd, volg je heel netjes de tijd van vroeger tot nu. Maar je kunt ze ook kriskras door elkaar lezen, want elk stukje staat op zich. Het boek is verdeeld in zeven grote hoofdstukken. Die komen overeen met de zeven periodes waarin men de muziekgeschiedenis meestal opdeelt. Eerlijk gezegd is die indeling wel een beetje kunstmatig, want de tijd gaat natuurlijk altijd verder, zonder duidelijke breuklijnen. Daarom lopen de nummers van de honderd stukjes ook gewoon door over de zeven delen. In de inleiding van elk hoofdstuk kom je ook iets meer te weten over wat dat nu eigenlijk is, zo’n ‘muziekgeschiedenis’. Her en der in het boek vind je een hoofdstukje met een gekleurde rand rond. Hierin krijg je extra uitleg over belangrijke muziekbegrippen zoals harmonie, partituur, vorm, contrapunt, enzovoort. Dat zal je zeker helpen om nog dieper in de muziek door te dringen. Want inderdaad, muziek is niet alleen een kwestie van voelen, er valt ook echt heel wat te begrijpen. Achteraan het boek staat een lijst van alle werken en componisten die erin voorkomen.

7


1 HEEL LANG GELEDEN Van heel lang geleden tot overmorgen... Muziek is van alle tijden. Je kunt je gewoon niet voorstellen dat er ooit géén muziek was. Altijd viel en valt er wel iets te horen: hoog of laag, hard of zacht, mooi of lelijk – altijd iets. Eerst kwam de muziek van het heelal, daarna van de natuur en ten slotte van de mens. Dit boek gaat vooral over de muziek van de mens. Om die muziek in kaart te brengen, hebben we bronnen nodig: voorwerpen, tekenin­ gen of teksten die ons vertellen hoe mensen vroeger muziek maak­ ten. De oudste muziekbronnen zijn echter maar enkele duizenden jaren oud. Dat lijkt misschien heel oud, maar eigenlijk vormen die duizenden jaren maar een heel klein stukje van de miljoenen jaren lange geschiedenis sinds het ontstaan van de mens. Hoe verder we teruggaan in het verleden, hoe vager ons beeld wordt. Maar het omgekeerde is natuurlijk ook waar: hoe dichter we bij onze eigen tijd komen, hoe meer sporen we terugvinden en hoe nauwkeuriger we de muziekgeschiedenis kunnen navertellen. Dat zie je ook terug in de opbouw van dit boek: de muziek van vóór onze jaartelling bespreken we in vijf hoofdstukjes, terwijl we er voor de muziek van na 1900 meer dan veertig nodig hebben. Dat komt ook doordat er steeds meer mensen op de aarde rondlopen, met steeds meer ideeën over hoe je muziek kunt maken. Daardoor lijkt de mu­ ziekgeschiedenis een beetje op een reusachtige boom.

9


De stam is de ‘klank’ vanwaaruit élke muziek vertrekt, maar daarna komen er steeds meer vertakkingen en daarna vertakkingen van vertakkingen, enzovoort. Dankzij die talloze vertakkingen is de mu­ ziekgeschiedenis onwaarschijnlijk rijk – veel rijker dan in dit boek verteld kan worden. Want hoe dik je dit boek ook vindt, eigenlijk gaat het maar over een klein deeltje van het hele muziekverhaal: het volgt de tak van de ‘westerse klassieke muziek’. Daarnaast is er natuurlijk ook oosterse muziek of Afrikaanse, of jazz, of popmuziek, en ga zo maar door. Dat zijn andere ‘takken’, die minstens even waardevol zijn, maar wel allemaal een wat andere geschiedenis hebben. Nu en dan zullen die andere takken in dit boek ook wel aan bod komen. Westerse klassieke componisten lieten zich immers meer dan eens inspireren door die andere muziekwerelden, wat vaak heel spannende werken opleverde. Zeker tegenwoordig, nu je met enkele tikken op je smartphone alle mogelijke ‘muzieken’ van de wereld kunt beluisteren, raken de takken van de grote muziek­ boom steeds meer met elkaar verstrengeld.

10


1 Oerknal

Over de harmonie der sferen

In het begin was er niets, zelfs geen stilte. Maar toen gebeurde het: de oerknal – de allereerste muziek uit de wereldgeschiedenis. Planeten en sterren vormden zich, grote en kleine, elk met een eigen toonhoogte en klankkleur. De kosmos vulde zich met muziek die we niet kunnen waarnemen, maar ons wel kunnen voorstellen: Saturnus bromt in de verte op een toon die duizenden keren lager is dan het menselijk oor kan horen; Mercurius spreekt met een hogere stem, maar is nog altijd onhoorbaar; zo heeft ieder hemellichaam zijn eigen toonhoogte. Op die manier stelden de oude geleerden zich het heelal voor, hoewel er in de ruimte geen zuurstof, en dus ook geen échte klank kan zijn. Het idee van de ‘harmonie der sferen’ sprak vanaf de oudheid enorm tot de verbeelding: de kosmos als een eindeloos kluwen van gierende tonen, van uitstervende en nieuwe samenklanken, een eeuwig en onmeetbaar klankenspel. Zelfs nu nog voelen veel componisten het verlangen om de vage herinnering aan die oerklanken levendig te houden. Al was het maar om iets uit te drukken wat we eigenlijk niet kunnen begrijpen.

11


Een prachtvoorbeeld hiervan is de zevendelige cyclus De Planeten [The Planets] van de Engelsman Gustav Holst. Holst koppelt aan elke planeet bepaalde eigenschappen. Zijn inspiratie haalt hij uit de namen die de Romeinen eraan gaven. In Mars, de oorlogszuchtige, overheersen tromgeroffel en trompetgeschal; Venus, de liefdevolle, loopt over van eindeloze, zoete strijkersmelodieën. Het laatste deel gaat over Neptunus, de mystieke. Het orkest en het koor moeten de laatste maat van het stuk blijven herhalen tot deze onhoorbaar wordt. Dat is een heel mooie manier om de oneindigheid van de ruimte weer te geven. Het lijkt wel alsof de muziek weer afstand neemt van de planeet en haar achterlaat in volstrekte stilte.

Luister zeker ook eens naar De Elementen [Les éléments] van Jean-Féry Rebel. In dat werk doet de componist zijn naam alle eer aan: de beginmaten beelden de chaos uit en dat mag je letterlijk nemen. Het klinkt alsof je met je platte hand zeven opeenvolgende witte toetsen op een piano neerslaat en dat dan enkele keren herhaalt. Dat klinkt chaotisch omdat er geen duidelijke vormen uit voortkomen. Uit de chaos ontstaan daarna de vier elementen: water, vuur, aarde en lucht. Daar wordt de muziek veel gewoner. Nog heel wat andere componisten hebben de schepping of de kosmos schitterend verklankt, onder meer Joseph Haydn (De Schepping [Die Schöpfung]), Karlheinz Stockhausen (Dierenriem [Tierkreis]), Darius Milhaud (De schepping van de wereld [La création du monde]) en George Crumb (Makrokosmos). Telkens klinkt het heelal weer totaal anders...

12


2 Moeder Aarde

Over de geluiden van de natuur

Er is één planeet die we écht kunnen horen: de Aarde. Luister maar eens hoe haar oceanen ruisen; hoe de wind over haar bergen en dalen schuurt; hoe de regen kletterend op haar neerstort; of hoe ze begint te fluisteren als de nacht zich neerlegt op haar achterzijde. Luister maar eens hoe anders sneeuw klinkt dan hagel; hoe het geritsel van een den verschilt van dat van een berk; of hoe anders een eikel neervalt dan een espenblad. Houd je oor maar eens aan een schelp als je wilt horen hoe de eeuwigheid ruist in zo’n klein en breekbaar niemendalletje. Planeet Aarde is één groots orkest, een orgie van klank: van zangvogels die strijden om de hoogste noot; van roofdieren die janken op hun jachtgebied; van insecten die zachtjes krioelen over de grond of brommen om je oren. Overal is er klank, of je het nu wilt of niet. En klank is de bron van alle muziek, want muziek ontstaat wanneer mensen klanken beginnen te ordenen. Al zolang de mens bestaat, heeft hij deze verleiding niet kunnen weerstaan.

De hele muziekgeschiedenis lang hebben componisten geprobeerd om de klanken van de aarde zo goed mogelijk na te bootsen. Honderden stormen werden er gecomponeerd, net als vogelconcerten en andere dierentaferelen. De Oostenrijkse componist Hanns Eisler schreef een stuk dat Veertien manieren om de regen te beschrijven [Vierzehn Arten den Regen zu beschreiben] heet. De Fransman Tristan Murail heeft de kleuren van de zonsonder-

13

gang op dertien verschillende manieren in klank omgezet (Dertien kleuren van de ondergaande zon [Treize couleurs du soleil couchant]). Olivier Messiaen schreef dan weer een hele Vogelcatalogus [Catalogue d’oiseaux], waarin hij dertien vogelsoorten meer dan twee uur lang laat kwetteren en tsjilpen… allemaal op één piano! Het ontwaken van de vogels [Réveil des oiseaux], ook van Messiaen, is een nog bonter vogelspektakel, want daarin laat de compo-


nist zelfs een heel orkest opdraven. Je kunt deze muziek bijna beluisteren alsof je een natuurdocumentaire aan het bekijken bent. De werken die de natuur nabootsen zijn haast niet te tellen. Georg Friedrich Händel schreef een orgelconcerto met een koekoek en een nachtegaal in de hoofdrol. Antonio Vivaldi verklankte in De vier jaargetijden [Le quattro stagioni] de lente, de zomer, de herfst en de winter. Beethoven was een van de velen die een storm componeerde (Zesde symfonie); de Fransman Gérard Grisey schreef met De draaikolk van de tijden [Vortex temporum] een werk dat de beweging en de tijdsbeleving van mensen, vogels en walvissen oproept.

De zee kun je onder meer horen kolken in Richard Wagners opera over het spookschip De Vliegende Hollander [Der fliegende Holländer], in De zee [La Mer] van de Belg Paul Gilson, of in Een zeesymfonie [A sea sym­phony] van de Engelsman Ralph Vaughan Williams.

14


3 De klankenmaker

Over de geluiden van de mens

Niets of niemand op aarde veroorzaakt zoveel verschillende klanken als de mens zelf. Om te beginnen maakt hij met zijn eigen lichaam al heel wat geluiden, vaak ook ongewild: hij ademt, snurkt, kucht, geeuwt, prot, gromt, slikt en smakt dat het een lieve lust is. Hij veroorzaakt ook heel wat extra geluiden door wat hij doet: hij hamert, schroeft of zaagt, kookt of doet de afwas, tekent, schrijft of tikt op zijn tablet, trapt strafschoppen, zet koffie op tafel, rammelt met het kleingeld in zijn broekzakken, parfumeert zich, enzovoort. Echt duizenden dingen doet de mens en elk daarvan brengt een eigen geluid voort, hoe stil ook. Voeg daar dan nog eens al zijn uitvindingen bij die ook weer elk hun eigen lawaai(tje) veroorzaken: potloden die over het papier glijden, straaljagers die door de hemel klieven (zelfs sneller dan hun eigen geluid!), tikkende klokken, ronkende wasmachines, zoemende ijskasten, ruisende radio’s, toeters en bellen, gierende banden, te veel om op te noemen. Al die klanken zijn op zich natuurlijk nog geen muziek, maar componisten kunnen ze wel gebruiken om er muziek mee te máken. Zeker vanaf de twintigste eeuw raakten componisten in de ban van ‘gewone’ geluiden. Vooral het drukke stadsleven, fabrieken en nieuwe uitvindingen spraken tot hun verbeelding. De Rus Arseny Avraamov schreef een Symfonie van fabriekssirènes en Karlheinz Stockhausen zelfs een stuk met vier helikopters in de hoofdrol. De Fransman Pierre Henry componeerde een reeks Variaties voor een deur en een zucht [Variations pour une porte et un soupir] en de Italiaanse futurist Russolo bouwde

15

speciale lawaaimachines voor zijn werken omdat hij ‘uitgeluisterd’ was op de traditionele instrumenten. Het ontwaken van een stad [Risveglio di una città] is een mooi voorbeeld van zijn nieuwe klankenwereld. De Hongaar Ligeti bedacht dan weer een Symfonisch gedicht voor 100 metronomen. Een metronoom is een toestelletje dat musici gebruiken om het juiste tempo te houden. In dit ongewone symfonische gedicht zijn er alleen maar metronomen. Ze tikken in allerlei verschillende tempo’s.


Omdat ze zijn opgedraaid met een veer, vallen ze na een tijdje één voor één stil. In het begin hoor je één groot geruis, maar naarmate er meer metronomen uitvallen, komen er steeds duidelijkere patronen. Een dolkomisch stuk is Muziek voor één appartement en zes drummers [Music for One Appartment and Six Drummers]. Wanneer een man en een vrouw hun appartement verlaten om de hond even uit te laten, dringen zes ‘drummers’ hun woning binnen. Achtereenvolgens bezoeken ze de keuken, de slaap-, de bad- en de woonkamer. In elke kamer musiceren ze met alles wat ook maar enig geluid kan voortbrengen. Zo wekken ze de verschillende ruimtes tot leven. Het leidt tot een schitterend schouw- en luisterspel waarbij ze letterlijk alles omtoveren tot muziekinstrumenten. Tegelijk doet het stuk je ook beseffen dat de wereld één groot klankenkabinet is!

Sommige componisten wilden bepaalde geluiden nabootsen, maar maakten daarvoor liever gebruik van ‘klassieke’ muziekinstrumenten, vaak aangevuld met een paar bijzondere slagwerktuigen. Zo laat Arthur Honegger in Pacific 231 met een groot symfonisch orkest horen hoe een stoomlocomotief langzaam in beweging komt, en Alexander Mosolov schetst in De Kopergieterij het helse geluid in een grote fabriekshal. Vaak combineerden de componisten ook de ‘klassieke muziekinstrumenten’ met moderne ‘lawaaimakers’. Een heel populair voorbeeld is Een Amerikaan in Parijs [An American in Paris] van George Gershwin, waarin autoclaxons vrolijk toeteren vanuit het orkest. Een minder bekend meesterwerk is George Antheils Mechanisch ballet [Ballet mécanique]. Naast piano’s en xylofoons doen hier ook vliegtuigpropellers en elektrische bellen mee. Lawaai wordt hier topkunst!

16


4 Vóór het woord

Over muziek en taal

Sommige filosofen denken dat er eerst muziek was en pas daarna taal. Dat klinkt een beetje vreemd, maar dat is het niet. Zingen of fluiten is eigenlijk veel gemakkelijker en je kunt er ongelooflijk veel gevoelens mee uitdrukken: met hoge, korte noten kun je bijvoorbeeld tonen hoe blij of opgewonden je bent; als je over iets twijfelt, kun je dat duidelijk maken door pauzes te laten vallen tussen de noten die je zingt. Als we spreken, zingen we trouwens ook altijd een beetje (om het even waar we wonen!): als we een vraag stellen, gaat onze zin aan het einde de hoogte in; als we boos zijn gaan we vaak luider praten; als we dreigen, verheffen we onze stem een beetje. Zo zijn er nog duizenden voorbeelden te bedenken. Je hoeft ook niet altijd exact te horen wat iemand zegt om te beseffen hoe verdrietig, onzeker, verliefd of dronken die wel is: de muziek in de woorden verraadt het allemaal. Toen je net geboren was, kende je trouwens zelf ook nog geen woorden. Maar reken maar dat je ouders aan je prille zangkunsten goed konden horen wat je wilde: lekkere moedermelk, een schone luier of gewoon een zachte, warme knuffel. Ja, we worden allemaal zingend geboren! Hoewel de mens al vele duizenden jaren kan ‘spreken’, zijn er nog altijd veel componisten die graag de menselijke stem gebruiken zonder tekst. Stukken voor stem maar zonder woorden heten ‘vocalises’. De Duitser Dieter Schnebel richtte in de jaren ’70 van de vorige eeuw een groep op om echt álles uit te proberen wat je met

17

een mensenstem kunt doen. Heel toepasselijk heet zijn ensemble De mondwerkers (Die Maulwerker) en een van zijn stukken Mondwerken [Maulwerke]. Daarin tuimelen de muzikanten van de ene emotie in de andere; alles is een beetje overdreven, zoals in het theater, maar het is onwaarschijnlijk boeiend om te zien en te horen


hoeveel verschillende sferen je kunt oproepen door alleen maar je stem te gebruiken. Je moet zeker ook eens je eigen ‘mondwerk’ maken – en laat anderen dan maar raden wat je nu eigenlijk ‘bedoelt’. Luister zeker ook eens naar de kwaadheid van de Koningin van de Nacht in Mozarts opera De Toverfluit [Die Zauberflöte]. In haar aria De wraak van de hel kookt in mijn hart [Der Hölle Rache kocht in meinem Herzen] laat ze op een bepaald moment de woorden voor wat ze zijn; ze zingt enkel nog ‘a-a-a-a-a-a-a-a’. De noten zijn daar ook zó hoog dat je er bijna geen woorden meer op kúnt zingen. Maar woorden of niet, je zult meteen doorhebben wat voor een akelig schepsel die koningin wel is. De Rus Rachmaninov schreef een échte romantische Vocalise, waar letterlijk geen enkel woord in voorkomt. Het is alsof de zangeres één wordt met de klank. De Amerikaan Crumb bedacht voor zijn Aanroeping van de zwarte engel [Invocation of the Black Angel] dan weer een hypermoderne vocalise, vol rare effecten op de piano. De pianist speelt daarbij niet alleen op de toetsen, maar ook rechtstreeks op de

snaren in het binnenwerk van de piano; alles klinkt daardoor bijzonder geheimzinnig! In het ballet Dafne en Chloë [Daphnis et Chloë] geeft Ravel zelfs een woordloze partij aan een heel koor! Op die manier lijkt het alsof het koor zelf een instrument van het orkest is geworden. Debussy doet hetzelfde in Drie nocturnes [Trois Nocturnes] om de ‘Sirenes’ uit te beelden. Die Sirenes zijn halfgodinnen uit de Griekse mythologie, met het lichaam van een vogel en het hoofd van een vrouw. Ze stonden erom bekend dat ze met hun stem iedereen in vervoering konden brengen. Toen Odysseus er ooit langs moest varen, liet hij de oren van zijn manschappen volgieten met was en zichzelf vastbinden aan de mast – om zeker de verleiding van het gezang te kunnen weerstaan. Het verhaal geeft dus mooi aan hoe we door muziek helemaal overdonderd kunnen worden.

18


i. Wat is wat? [Wat zijn muzikale genres?] In de muziek bestaan er veel verschil­ lende ‘genres’. Zo’n genre is eigenlijk een bepaalde ‘soort’ van muziek met enkele typische kenmerken. Je kunt het vergelijken met boeken. Zoals je weet bestaan die in vele vormen en formaten en dat is dan alleen nog maar de bui­ tenkant. Daarnaast is er natuurlijk de inhoud en ook daar zijn er verschillende types: romans zijn bijvoorbeeld iets heel anders dan toeristische gidsen, kookboeken zijn niet hetzelfde als poëziebundels en stripverhalen zijn gewoonlijk geen atlassen. Al die verschillende soorten boeken zijn ‘genres’. Soms kun je die genres ook nog verder onderverdelen: een roman kan bijvoorbeeld een briefroman, een historische roman of een thriller zijn. Nog lastiger wordt het als je bedenkt dat één boek gemakkelijk bij meer dan één genre kan horen: zo kan een historische roman ook een thriller zijn, of kan een kookboek geschreven zijn als een stripverhaal. Een ingewikkelde zaak dus. Toch heb je meestal wel door tot welk genre een boek behoort. Bij muziek is dat ook zo, hoewel het daar misschien wel iets moeilijker is om onder­ scheid te maken. De inhoud van muziek is immers minder duidelijk dan die van boeken. Een muziekstuk kan bijvoorbeeld wel spannend zijn, maar daarom is het nog geen thriller! In de muziekwereld kijkt men vooral naar de ‘bezetting’, dat wil zeggen naar de instrumenten die meespelen in een bepaald stuk. Daarbij zijn twee dingen van belang. Eén: hoeveel musici doen er mee? Zo maakt men een onderscheid tussen solowerken (stukken voor één muzikant), kamermuziekwerken (stukken voor enkele muzikanten) en orkestmuziekwerken (stukken voor een grote groep muzikanten). Een duidelijke grens tussen een ‘groot kamermuziekwerk’ en een ‘klein orkestwerk’ is er niet echt. Meestal spreekt men over kamermuziek als iedere muzikant een unie­ ke partij heeft. In orkestwerken spelen verschillende musici soms hetzelfde in een groepje; vooral bij de strijkers is dat de normale gang van zaken. De tweede vraag is: doen er zangstemmen mee? Zo ja, dan is er sprake van ‘vocale muziek’; zo niet, dan gaat het over ‘instrumentale muziek’. Een stuk met muziekinstrumenten én stemmen beschouwt men als een vocaal stuk. Binnen de vocale muziek maakt men dan ook nog een onderscheid tussen het soort van tekst dat een componist kiest. Hier speelt de inhoud dus wél een rol! Sommige teksten zijn ‘religieus’ of ‘geestelijk’, andere niet; die laatste noemt men ‘werelds’ of ‘profaan’. Met al die categorieën in het achter­ hoofd kun je nu bijna alle genres uit de muziekgeschiedenis thuisbrengen.

19


5 Onzekere echo’s

Over de oudste muzikale bronnen

We weten maar heel weinig over de alleroudste muziek. Volgens wetenschappers bestaat onze moderne mensensoort intussen zo’n 200.000 jaar, maar onze kennis over muziek reikt amper 3600 jaar terug! Er zijn weliswaar enkele muziekinstrumenten teruggevonden waarvan wetenschappers denken dat ze ongeveer 40.000 oud zijn, maar daarmee weten we jammer genoeg nog niet wat men daarop speelde. De alleroudste bron over de klinkende muziek zelf komt uit Mesopotamië, het Tweestromenland waar nu Iran en Irak liggen. Het gaat om drie kleitabletten, waarop tekst, muziek en een beetje uitleg staan – alles in spijkerschrift. Het stuk heet De bruiloft van Nikkel en Yarrich en is opgedragen aan de godin van de boomgaarden en de vruchtbaarheid. Waarschijnlijk werd het gezongen op trouwfeesten. De woorden op de kleitabletten hebben hun geheimen al lang prijsgegeven, maar de noten zijn nog altijd niet gekraakt. Heel wat geleerden hebben er hun tanden op stukgebeten. Sommigen hebben wel geprobeerd om de vreemde tekens om te zetten in modern notenschrift, maar dat leidde tot heel uiteenlopende resultaten! Voorlopig horen we dus alleen nog maar onzekere echo’s uit het verre verleden. Dat maakt de oudste muziek wel heerlijk mysterieus.

20


Ook uit de oude Griekse cultuur kennen we enkele stukken, maar die zijn een stuk ‘jonger’. Het bekendste is het Seikiloslied, waarschijnlijk uit de eerste eeuw na Christus. Dat lied is vooral zo beroemd omdat het volledig bewaard is, terwijl er meestal alleen maar fragmenten zijn overgeleverd. Een zekere Seikilos schreef het voor zijn overleden echtgenote. De tekst luidt: ‘Zolang je leeft, straal! Heb geen verdriet, want het leven is kort en de tijd raakt altijd op.’ Het Griekse notenschrift heeft men al wel grotendeels kunnen ontcijferen. Alleen is het jammer dat er zo weinig volledige stukken bewaard zijn. Daardoor blijft het moeilijk om een duidelijk klankbeeld te krijgen.

21

Ook redelijk goed bewaard zijn de Twee Delphische Hymnen uit de tweede eeuw voor Christus. Dat komt doordat ze gebeiteld staan in steen. Waarschijnlijk werden ze gezongen tijdens processies van Athene naar Delphi, zo’n honderdvijftig kilometer verderop. Delphi was in die tijd een belangrijke plek, omdat je er het orakel kon raadplegen. Je kunt de hymnes dus een beetje vergelijken met de liederen die mensen tegenwoordig zingen als ze op bedevaart gaan – de déftige liederen, welteverstaan!


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Š Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 Teksten: Pieter BergÊ Illustraties: Yule Hermans Omslagontwerp: Yule Hermans & Studio Lannoo (Nele Reyniers) Vormgeving: Studio Lannoo (Nele Reyniers) ISBN 9 789 40 145 3431 | D/2019/45/518 | NUR 221/249 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401453431 by Uitgeverij Lannoo - Issuu