Het Groot Nederlands Vloekboek
1
INHOUD
2
achterlijke gladiool
belhamel
8 - 13
14 - 19 fuck
godverdomme
20 - 25
28 - 33
hufter
kankerlijer
36 - 41
42 - 47 kloothommel
kreng
48 - 53
56 - 61
krijg de tyfus
kut
62 - 67
68 - 73
lijpo
lul
76 - 81
82 - 87 pleur op
randdebiel
88 - 93
94 - 99
schurftig hondsvot
shit
102 - 107
108 - 115 slet
sodeju
116 - 121
124 - 129
stoephoer
teef
130 - 135
136 - 141
3
4
Welke plant snapt er niks van? Tip: je bent een zwaard zonder hersenen
5
i gebr u n i d woor c he ld A ls s 970. ren 1 a j e d
6
ds k si n
(ach-ter-lijk-e) gla-di-ool
(de; m,v ; meervoud: gladiolen) Bepaalde sierplant
1
Deze verwensing, van lokale origine in Nederland, kun je zelfs zonder tanden nog prima gebruiken. Echt schaden doe je er mensen niet mee, of het moeten al te fanatieke tuinmannen zijn. Omdat het uitspreken nogal wat tijd kost, moet je het zaaien van de belediging goed plannen: met haast is er kans dat de oogst verloren gaat.
scheldschade
De wekker gaat. Gapend rekt de boer zich uit. Vijf uur in de ochtend. Tijd om de velden te bewateren. Met zijn gieter in zijn hand sloft de boer langs de gewassen. Hier een druppel, daar een plens. Als laatste gaat de boer naar een achteraf gelegen stukje grond. Daar
staat maar één plant. Een speciale plant. Een plant met een verstandelijke beperking. De boer staat er even stil naar te kijken. Dan begiet hij hem en zegt zachtjes: “Goedemorgen, achterlijke gladiool.”
7
Gebruik ook eens een andere plant! Leg er lekker veel nadruk op beklierde basterdwederik, anemoon, ranonkel, acacia, akkerdistel, dovenetel, poelruit, zwart tandzaad, bostulp, stijve klaverzuring
8
Schelden met een plant
De dood of de gladiolen
De gladiool, ook wel zwaardlelie genoemd, is een bloem uit de familie Iridaceae. Zijn oorspronkelijke naam was gladiolus, een verkleinwoord van het Latijnse woord gladius, ‘zwaard’. Die naam komen we voor het eerst tegen in de Naturalis Historia (77-79 AD) van de Romeinse schrijver Plinius de Oudere. Hij kende die naam toe omdat de bloem zwaardvormige bladeren heeft. Tot zover is er niks aan de hand. Maar waarom zou je schelden met een bloem? Bloemen zijn toch juist mooi? Dat is zeker zo, maar daar gaat het niet om. Het is de uitspraak in het oorspronkelijke dialect die telt, aldus Marc de Coster, schrijver van het Groot Scheldwoordenboek: “De gerekte uitspraak van de a (in âch- en in gla-) en de eveneens typisch Utrechtse uitspraak van -oal (de oo wordt heel gesloten en zonder een spoor van verglijding uitgesproken).” De Coster wist ook te achterhalen dat de uitvinder van gladiool als scheldwoord, de Utrechtse cabaretier Herman Berkien, het woord waarschijnlijk in 1975 voor het eerst gebruikte. Hebben we toch nog wat gehad aan de jaren 1970.
De Nijmeegse Vierdaagse is een hel. Vier dagen afzien, tot het bloed en pus uit de blaren in je sokken loopt, om daar een zompig laagje te vormen dat bij iedere stap meeklotst. Maar aan het eind wacht de beloning: een bloem. Hoera... Die bloem is traditiegetrouw een gladiool, en dat is geen willekeurige keuze. De gladiool is namelijk symbool gaan staan voor heldenmoed en doorgaan tot het bittere gaatje. Zie ook natuurlijk het gezegde ‘de dood of de gladiolen’. Het gerucht gaat dat die uitdrukking een verbastering is van ‘De dood of de gladiatoren’, wat in de Romeinse rechtspraak zou worden gebruikt. Een andere theorie stelt dat het gezegde is bedacht door wielrenner Gerrie ‘De Kneet’ Knetemann (1951-2004). Duidelijk is in ieder geval dat de term in wielerkringen al in de jaren 1970 voorkwam. Inmiddels is de uitdrukking een heus exportproduct, met dank aan Louis van Gaal. De bekende voetbalcoach gaf zijn persconferenties meestal in de taal van het land waar hij coachte. Bij Bayern München was dat dus Duits, bij Manchester United was het Engels. Bij beide clubs waren er momenten waarbij het alles of niets was voor de bacardi-cola drinkende trainer, en zo werden ‘Tod oder Gladiolen’ in het Duits en ‘death or the gladioli’ in het Engels geïntroduceerd.
De klanken van scheldwoorden Niet ieder woord is even geschikt als scheldwoord. Bepaalde klanken kunnen dit vergemakkelijken. Bij scheldwoorden hebben we een voorkeur voor zogenaamde stemloze plofklanken. Dat zijn klanken waarbij je een stootje lucht meegeeft, maar waarbij je stembanden niet trillen: de p, t en k zijn voorbeelden hiervan in het Nederlands. Kut, fuck, klootzak, pik, eikel, hoor die plofklanken eens ploffen! Een andere voorkeur lijkt er te bestaan voor de klank die we schrijven als u. Kut, lul, sukkel, trut, fuck. Zo bezien is kut klanktechnisch (met u én twee plofklanken) misschien wel het meest geslaagde scheldwoord dat er is! Interessant is overigens ook de tegenovergestelde voorkeur: mooi vindt men vooral de m en de n, en lange klinkers. Dat levert ‘mooie’ woorden op als maan. Roep dus maar lekker ‘Fuck de maan!’, en breng mensen echt in verwarring. Naast voorkeuren zijn er ook relaties tussen klanken en betekenis. Dat lijkt in te gaan tegen een van de basisprincipes van de taalwetenschap, dat stelt dat er geen reden is dat een hond een hond wordt genoemd. De relatie tussen klank en betekenis zou willekeurig zijn. Nou, niet helemaal. Er is inderdaad geen reden om hond te gebruiken als woord voor onze viervoetige vriend. Maar op een abstracter niveau zijn er wel degelijk patronen waarneembaar in welke klanken bij welke soort woorden passen. Zo komen de klanken i en ie gemiddeld vaker voor bij woorden die in de betekenis iets kleins, smals of hoogs hebben. De o en a worden juist meer geassocieerd met rond, dik en wijd. Een bekende manier om dit te testen is om tekeningen te maken van de verzonnen woorden kiki en bouba. Grote kans dat je kiki-tekening puntiger is dan die bij bouba.
“Toen de bedrieger wegreed, haalde hij opgelucht adem. Wat een poeha van zo’n achterlijke gladiool, dacht hij.”
- Corine Hartman, Hels verlangen -
9
10
Belhamel
Welke deugniet lapt de regels aan zijn laars? Tip: het is een ondeugend dier zonder zaakje
11
b I n de
12
e t e ke
n is
e ug n va n ‘d
ie t ’ i n
geb
i nd s r uik s
1626.
bel-ha-mel
(de; m,v; meervoud: belhamels) baldadig kind
1
Dit ouderwetse, milde en liefkozende scheldwoord kunnen oma’s en opa’s prima inzetten voor kleinkinderen die ‘dolle fratsen met hen uithalen’ of ‘hun een poets bakken’. Geen opa of oma? Je kunt het ook prima gebruiken als je houdt van onschadelijk retroschelden.
scheldschade
Het welgemanierde scheldwoord belhamel ademt een nostalgisch verlangen uit. Het verwijst naar een tijd waarin kinderen onschuldige kwajongensstreken uithaalden: belletje lellen, rotjes laten knallen, onbekende nummers bellen en giechelend ophangen. Het waren
geintjes die de krant niet haalden en geen strafblad veroorzaakten. Hooguit deden ze vaders harde hand heffen. Kortom: een jongen die belhamel genoemd wordt, zal zich niet beledigd voelen. En dat terwijl hij toch eigenlijk flink op zijn mannelijkheid getrapt wordt...
13
“Ik ken uw soort, raasde hij, zielige profiteur, bandiet, rotte appel, belhamel, smerig klein ventje met uw laffe gebibber, denk maar niet dat ik in uw vuile, achterbakse streken trap, als ik kon, ik sloeg u dood, en ik zeg u: durf een stap in mijn richting te zetten, en ik zal het nog proberen ook, met mijn blote vuist sla ik uw schedel kapot, en het weinige wat erin zit, in uw luie kop, voer ik aan de duiven, nee, aan de ratten, stinkend rotkind.”
- Marnix Peeters, De dag dat we Andy zijn arm afzaagden -
14
Klein maar gecastreerd
Eraf met z’n ballen!
Een hamel of een gecastreerde ram kun je makkelijk bij een kudde ooien zetten zonder dat die de vrouwtjesschapen dekt. Handig is namelijk dat de hamel met zijn ballen dan wel zijn mannelijkheid verliest, maar niet zijn leiderscapaciteiten. Daarom bonden boeren de hamel, die de kudde als aanvoerder voorging, een bel om: zo werd deze dus een belhamel. Het woord werd in 1562 een eerste keer opgetekend en betekende toen al meteen overdrachtelijk ‘de aanvoerder van allen’. In 1626 kreeg het de schimpende betekenis ‘aanvoerder bij oproer, oproerkraaier’. Pas in 1896 duikt belhamel voor het eerst op in de betekenis die we nu kennen: ‘kwajongen, deugniet’. Hij is nog steeds de leider, maar de aard en omvang van zijn oproer is behoorlijk verkleind.
Het werkwoord castreren werd door het Nederlands ontleend aan het Latijnse castrare, dat net als het Nederlandse woord ‘ontmannen’ betekent. We kunnen dit woord nog verder herleiden, tot de oudst bekende voorvader van onze taal, het Proto-Indo-Europees. In die taal hebben we geen overgeleverde woorden, maar slimme taalkundigen hebben waarschijnlijke woorden weten te reconstrueren. Een van die woorden is ḱes, dat ‘snijden’ en ‘mes’ betekent, woorden die bij castreren natuurlijk een belangrijke rol spelen. Overigens is de hamel zeker niet het enige dier waarbij de balloze variant een eigen naam kreeg. Ook gecastreerde exemplaren van een aantal andere gedomesticeerde diersoorten kregen in het Nederlands een speciale naam: een gecastreerde hengst, stier, varken en haan werden zo respectievelijk een ruin, een os, een barg en een kapoen. En bij de mensen kreeg het natuurlijk óók een aparte naam: die van eunuch.
Bekende belhamels, boefjes en donderstenen Pietje Bell, Ciske de Rat, Dik Trom, Madelief, Ronja de roversdochter, Pippi Langkous, Tijl Uilenspiegel, Calvin en Hobbes, Kwik en Flupke, Pietje Puk
Belgische belhamel Grappig genoeg wordt het woord belhamel zelden gebruikt. In Vlaanderen gebruiken ze een ander gecastreerd dier om zo’n vlegel aan te duiden: een kapoen. Dat is namelijk een gecastreerde haan. Terwijl dat woord in Nederland alleen nog geassocieerd wordt met gesneden hanen, noemen Vlamingen deugnieterige kinderen liefkozend kapoentjes. Dat is een afgezwakte versie van een tweede betekenis van kapoen: ‘schurk, bandiet’. In de negentiende eeuw kwam de fictieve schurk Klaas Kapoen vaak op spotprenten voor. Sommigen vermoeden dat deze Klaas zijn familienaam uitleende aan de heilige Klaas: Sinterklaas Kapoentje. Anderen denken dat het (vermoedelijke) celibaat van de bisschopkindervriend in verband gebracht werd met castratie. (Al zingen we misschien net zo goed Sinterklaas Kapoentje omdat het zo mooi rijmt op schoentje). Sowieso is het opvallend dat er flinke verschillen zijn tussen de scheldwoorden die in Vlaanderen dan wel Nederland voorkomen. Aan ziektes doen ze onder Baarle-Nassau nauwelijks: als je iemand voor kankerlijer uitscheldt, dan weet iedereen in Antwerpen dat ze met ne Hollander te maken hebben. Daar staat tegenover dat een aantal op Franse leest geschoeide scheldwoorden in het noorden dan weer een stuk zeldzamer zijn. Crapuul of nondeju: kom er Gouda of Zwolle tegenwoordig maar niet mee in. Miljaar kent ieder Nederlands kind wel uit ‘Suske en Wiske’ (bijvoorbeeld uit De belhamel-bende, waar dan ook weer het woord belhamel in voorkomt!), maar gebruiken doen ze het niet: dat is zo gemarkeerd als maar kan. En dan hebben we het niet eens over abstractere woorden als sloef, of het geweldige scheve lavabo. Als je meer over deze en andere scheldwoorden wilt weten, dan zul je toch echt Het Groot Vlaams Vloekboek moeten kopen, het zusje van dit boek.
15
Bibliografie Voor het Groot Nederlands Vloekboek (net als voor het Groot Vlaams Vloekboek) maakten de auteurs dankbaar gebruik van de vele bronnen op het gebied van vloeken en scheldwoorden. Enkele bronnen verdienen een speciale vermelding. De Etymologiebank, samengesteld door Nicoline van der Sijs in 2010 en raadpleegbaar op http:// etymologiebank.nl, leverde een niet-aflatende schat aan informatie over de oorsprong van de vloek- en scheldwoorden. De betekenisdefinities van vloeken en lemma’s uit het Standaardnederlands zijn gebaseerd op Van Dale Onlinewoordenboeken: Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal (De Dikke Van Dale Online). Ook het Algemeen Nederlands Woordenboek en de Historische Woordenboeken Nederlands, beide online initiatieven van het Instituut voor de Nederlandse taal en raadpleegbaar op achtereenvolgens http://anw.inl.nl en http://gtb.inl.nl, waren van onschatbare waarde voor de auteurs. Tot slot was dit werk er niet gekomen zonder de online Woordenbank van de Nederlandse dialecten, te raadplegen op dialectloket.be en via woordenbank.be. • Aalbrecht, H., Wagenaar, P., & Tange, J. (2007). Woordenboek van platte taal. ’s-Gravenhage: BZZTôH. • Adams, M. (2016). Joseph Mitchell, A. S. Colborne, and the Anti-Profanity League. [Online geraadpleegd via https://stronglang.wordpress.com/2017/02/26/ joseph-mitchell-a-s-colborne-and-the-anti-profanityleague/]. • Akkerman, F. (2013, 21 februari). Over lulmeiers, lulhannesen en kuthufters. [Online geraadpleegd via http://florisakkerman.blogspot.com/2013/02/overlulmeiers-lulhannesen-en.html]. • Allan, K., & Burridge, K. (2006). Forbidden words: taboo and the censoring of language. Cambridge: Cambridge University Press. • Andersson, L., & Trudgill, P. (1992). Bad language. London: Penguin books. • Battistella, E.L. (2005). Bad language: Are some words better than others? New York: Oxford University Press. • Belga (2003, 3 oktober). Bond tegen vloeken: teveel gevloek in kinderboeken. Gazet van Antwerpen. [Online geraadpleegd via https://www.gva.be/cnt/ oid264565/archief-bond-tegen-vloeken-teveelgevloek-in-kinderboeken]. • Bergen, B.K. (2016). What the F: What Swearing Reveals About Our Language, Our Brains, and Ourselves. New York: Basic Books. • Bindervoet, E. & Henkes, R. (2015). Dat boek met die kuttitel: kankerhomo’s, moederneukers en andere teringlijers. Schelden en vloeken in het Nederlands: een cursus voor beginners en gevorderden. Amsterdam: Prometheus Bert Bakker. • D’Souza, J. (2016, 20 januari). NSFW: The History Of Swearing In Movies. Huffington Post. [Online geraadpleegd via https://www.huffingtonpost. ca/2016/01/20/swearing-in-movies_n_9029982. html]. • Dehennin, H. (1999). Erycius Puteanus, Sedigh leven, daghelycks broodt (1639). Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. [Online geraadpleegd via http://www.dbnl.org/tekst/ pute001sede02_01]. • De Coster, M. (2007). Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef. Antwerpen: Standaard. • Den Boon, T. (samensteller) (2009). Van Dale Modern uitroepwoordenboek: van aanvallûh tot ziezo en 848 andere uitroepen. Utrecht/Antwerpen: Van Dale. • De Smet, H. (2008, 20 augustus). Wat is de etymologische betekenis van de Vlaamse vloek ‘miljaar(de)’. [Online geraadpleegd via https:// www.ikhebeenvraag.be/vraag/1115/Wat-is-deetymologische-betekenis-van-de-Vlaamse-vloekmiljaar-de]. • De Tier, V. (1999). Schele tinken: dialectwoorden voor de zeelt en andere vissen in vergelijkingen en scheldwoorden. WVD-KONTAKT, 13, 14–20. • De Tier, V. en Reker, S. (2011). “Krimpkloot en pienekeutel zijn gierigaards: hoe wij schelden in taal en dialect”. In: Veronique De Tier & Ton van de Wijngaard (2011). Sprekend van aard: bijnamen en karaktereigenschappen in streektalen. Groesbeek: Stichting Nederlandse Dialecten, 53-59. • Devriese, T. (2018, 7 maart). Damso: onbeschaamd
16
vulgair [Online geraadpleegd via https://www.bruzz. be/music/damso-onbeschaamd-vulgair-2018-03-07]. • Dewaele, J.-M. (2010). “Christ fucking shit merde!” Language Preferences for Swearing Among Maximally Proficient Multilinguals. Sociolinguistic Studies 3(3), 595-614. [Online geraadpleegd via https://www.researchgate.net/ publication/228084852_Christ_fucking_shit_merde_ Language_Preferences_for_Swearing_Among_ Maximally_Proficient_Multilinguals]. • Donaldson, B. (1991). The Influence of English on Afrikaans. Pretoria: Academia. [Online geraadpleegd via http://www.dbnl.org/tekst/dona001infl01_01/ dona001infl01_01_0061.php]. • Farasyn, M. (2013). Over dolle grieten, ongelikte beren en schijnheilige brokken: tendensen in de pejoratieve benamingen voor mannen en vrouwen in de Vlaamse dialecten. Universiteit Gent. [Online geraadpleegd via: https://lib. ugent.be/fulltxt/RUG01/002/060/389/RUG01002060389_2013_0001_AC.pdf]. • Flood, A. (2017). Shocking figures: US academics find ‘dramatic’ growth of swearing in books. [Online geraadpleegd via https://www.theguardian.com/ books/2017/aug/08/shocking-figures-us-academicsfind-dramatic-growth-of-swearing-in-books]. • Gosler, G. (z.d.). Slome duikelaar. [Online geraadpleegd via http://www.joodsamsterdam.nl/ slome-duikelaar-gerrit-gosler]. • Haemers, J. en Dumolyn, J. (2012). ‘A bad chicken was brooding’: subversive speech in late medieval Flanders. In: Past and Present: a Journal of Historical Studies 214. 45-86. • Harbeck, J. (2014). Phonology of cusswords: some initial observations. [Online geraadpleegd via https:// stronglang.wordpress.com/2014/12/13/phonologyof-cusswords-some-initial-observations/]. • Heestermans, H. (1988). De toren van Babel. Scheldmuseum (2). in Onze Taal 1988 (9). 127 • Heestermans, H. (1989). Luilebol!: het Nederlands scheldwoordenboek. Amsterdam: Rap.Haemers, J. (2014). Filthy and indecent words. Insults, defamation, and urban politics in the southern Low Countries, 1300-1550. In: Jan Dumolyn e.a. (red.). The voices of the people in late medieval Europe: communication and popular politics. Turnhout: Brepols. 247-267. • Islamaj, D. (2017, 13 juli). Kut, flamoes of foef: hoe heet de vagina van een meisje? [Online geraadpleegd via http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/ cultuur%2Ben%2Bmedia/kunsten/1.3023831]. • Jansen, M., Sijs, N. van der, & Van der Gucht, F. (2017). Atlas van de Nederlandse taal: editie Nederland. Tielt: Lannoo. • Jay, T. (1999). Why we curse: a neuro-psycho-social theory of speech. Amsterdam: Benjamins. • Jansen, F. (1984). Schelden op migranten. In: Hollands Maandblad, jg. 1984. 434-445. [Online geraadpleegd via http://www.dbnl.org/tekst/_ hol006198401_01/_hol006198401_01_0064.php] • Jansen, M. (2007, 11 mei). Nog meer vloeken. [Online geraadpleegd via https://www. nemokennislink.nl/publicaties/nog-meer-vloeken/]. • Jay., K.L. and Jay, T.B. (2013). A Child’s Garden of Curses: A Gender, Historical, and Age-Related Evaluation of the Taboo Lexicon In: The American Journal of Psychology 126 (4). 459-475. [Online geraadpleegd via http://www.jstor.org/ stable/10.5406/amerjpsyc.126.4.0459]. • Kantelberg, A. (1998). Vloekenboek: een verzameling hedendaagse verwensingen. Amsterdam: Prometheus. • Kossmann, M. (2013). The Arabic Influence on Northern Berber. Leiden: Brill. • Kraaijeveldt, J. (1995, 9 september). Kutkever als vrouwelijke variant voor kloothommel. Trouw. [Online geraadpleegd via https://www.trouw.nl/home/kutkever-als-vrouwelijke-variant-voor-kloothommel~a8c6972d]. • Levis, E. (2011). “Een vrêwe es een goe gerief moar… ge meugt da nie in huis hèn: hoe Gentse vrouwen getypeerd worden”. In: Veronique De Tier & Ton van de Wijngaard (2011). Sprekend van aard: bijnamen en karaktereigenschappen in streektalen. Groesbeek: Stichting Nederlandse Dialecten, 157-162. • Ljung, M. (2011). Swearing: a cross-cultural linguistic study. Houndmills, Basingstoke, Hampshire: Palgrave Macmillan. • Mohr, M. (2013). Holy shit: a brief history of swearing. New York: Oxford University Press.
• Narkive Newsgroup Archive (2009). Randdebielen [Online geraadpleegd via http://nl.taal.narkive. com/4C1nYUwy/randdebielen]. • (n.n.) (n.d.). Vloeken versterkt de band tussen het gezin. [Online geraadpleegd via https://www. oudersvannu.nl/nieuws/vloeken-versterkt-de-bandtussen-het-gezin]. • (n.n.) (n.d.). Vloeken, schelden en de vieze woordenfase. [Online geraadpleegd via https://www. oudersvannu.nl/peuter/ontwikkeling/vieze-woordenfase/]. • (n.n.) (2011, 8 mei). People’s names as names for genitalia. [Online geraadpleegd via https://english. stackexchange.com/questions/24308/peoplesnames-as-names-for-genitalia]. • (n.n.) (2012, 9 januari). Geen zier. Onze Taal. [Online geraadpleegd via https://onzetaal.nl/taaladvies/ geen-zier]. • (n.n.). (2012, 9 november). KUT. [Online raadpleegbaar via http://stichtingnederlands.nl/ reactor/2012/11/09/kut]. • (n.n.) (2014, 21 april). Sinterklaas kapoentje. Onze Taal. [Online geraadpleegd via https://onzetaal.nl/ taaladvies/sinterklaas-kapoentje]. • (n.n.) (2014, 3 augustus). Mama Drama: gleufemisme. Trouw. [Online geraadpleegd via https://www.telegraaf.nl/nieuws/926962/ gleufemisme]. • (n.n.) (2015, 24 juni). Van labbekak tot schobbejak: oud-Hollandsch schelden. [Online geraadpleegd via https://www.rtlnieuws.nl/editienl/van-labbekak-totschobbejak-oud-hollandsch-schelden]. • (n.n.) (2015, 23 oktober). Zo scheldt Nederland op Twitter. [Online geraadpleegd via https://nos.nl/op3/ artikel/2064534-zo-scheldt-nederland-op-twitter. html]. • (n.n.) (2017, 4 september). De ‘lachend kakske’-emoji betekent eigenlijk iets anders … en je moet er twintig jaar voor teruggaan in de tijd. [Online geraadpleegd via http://newsmonkey.be/article/81799]. • Pinker, S. (2008). The seven words you can’t say on television. Londen: Penguin Books. • (red.) (2016, 3 februari). Personages pornoparodie ‘F.C. De Kapoenen’ lijken erg op de originele: een overzicht. Het Laatste Nieuws. [Online geraadpleegd via: https://www.hln.be/bizar/personagespornoparodie-f-c-de-kapoenen-lijken-erg-op-deoriginele-een-overzicht~aa1a7ea4]. • Sanders, E. (2014). Oude, vuile jood!. In: Onze Taal 2014 (9). 228-229. • Sanders, E. (2017, 12 april). Zoeken naar woorden. NRC Handelsblad. [Online geraadpleegd via https:// www.nrc.nl/nieuws/2017/04/12/zoeken-naarwoorden-8146454-a1554281]. • Sanders, E. & Tempelaars, R. (1998). Krijg de vinkentering: 1001 Nederlandse en Vlaamse verwensingen. Amsterdam/Antwerpen: Contact. [Online geraadpleegd via https://www.vitaaldenhaag. org/pdf/1998-sanders-en-tempelaars-krijg-devinkentering-(2ed).pdf]. • Staelens, S. (2017, 8 december). Waarom betekent het woord poepen in België ‘neuken’ en in Nederland ‘schijten’? [Geraadpleegd via https://www.vice.com/ be/article/nedzeb/waarom-betekent-het-woordpoepen-in-belgie-neuken-en-in-nederland-schijten]. • (tg). (2017, 29 november). “Busschauffeur van De Lijn wordt woest na ‘belletjetrek’ en rijdt negen haltes voorbij zonder te stoppen”. Het Nieuwsblad. • Traa, M. (2013, 12 november). Tien dingen die je nog niet wist over vloeken en schelden. [Online geraadpleegd via: https://www.quest.nl/artikel/10dingen-die-je-nog-niet-wist-over-vloeken-enschelden]. • van den Hoven, P. (1997). Uit de onderbuik. Over het scabreuze kindervers. Literatuur zonder leeftijd 11 (42), 213-236 [Online geraadpleegd via http://www.dbnl.org/tekst/hove012uitd01_01/ hove012uitd01_01_0001.php]. • Van der Graaf, J. (1997, 18 september). Globaal gekeken: vloekverzachters. [Online geraadpleegd via https://www.digibron.nl/search/ detail/00e47434c3fbd122cf32bd0593189fdb/ globaal-bekeken]. • Van der Gucht, F., De Caluwe, J., & Jansen, M. (2017). Atlas van de Nederlandse taal: editie Vlaanderen. Tielt. • Van der Hulst, A. (2014, 29 oktober). Slet, bitch en downie veelgebruikte scheldwoorden onder jongeren. NRC Handelsblad. [Online geraadpleegd via www.nrc.nl/nieuws/2014/10/29/slet-bitch-
en-downie-veelgebruikte-scheldwoorden-onderjongeren-a1421426] • Van der Meer, M. (z.d.). Deze 15 voornamen werden een scheldwoord. [Online geraadpleegd via https:// www.vernoeming.nl/voornamen-scheldwoord]. • Van Hensbergen, J.A.M. (1967). Verslag van een hospiteerperiode aan de Pancrasschool voor debiele jongens te Leiden. [Online geraadpleegd via: http:// gaingate.com/pancras/frame.htm]. • Van Sterkenburg, P. G. J, & Van Sterkenburg, R. P. (1997). Vloeken: een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie. Den Haag: SDU. • Van Sterkenburg, P. G. J. (2008). Krachttermen: scheldwoorden, vervloekingen, verwensingen, beledigingen, smeekbeden en bezweringen. Schiedam: Scriptum. • Vanderplank, R. (2011). Je bent lelijker dan een apenoksel. Schelden in alle talen. Amersfoort: BBNC Uitgevers. • Vantyghem, P. (2017, 7 november). F*ck! Vrouwen vloeken meer dan mannen. De Standaard. [Online geraadpleegd via http://www.standaard.be/cnt/ dmf20161106_02558636]. • Waszink, V. (2013). Woord!: de taal van nederhop. Amsterdam: Nieuwezijds. • Wijckmans, G. (2017, 22 november). Het ABC van de Brusselse hiphop. [Online geraadpleegd via https:// noisey.vice.com/nl/article/9kq4j5/het-abc-van-debrusselse-hiphop]. • Zaltzman, H. (2017). Curse Soup. [Online geraadpleegd via https://www.theallusionist.org/ transcripts/curse-soup] • www.brusselmans.be • www.bondtegenvloeken.nl Index vloek- en scheldwoorden aalscholver 140 aap 141 Anita 100 asshole 75, 93 ballen 18, 51, 52 barg 18 beest 141 belhamel 16-19 bep 100 bitch 75, 86, 93, 119 boekenwurm 52 cholera 66 crapuul 19 debiel 87, 98 doos 72 dronkenlap 120 duikelaar, slome 100 dweil 120 eikel 13, 40, 75, 86 etter(tje) 42, 61 etterbak 61 etterbuil 61 ezel 140 fuck 13, 22-25, 53, 74, 112 fucking 24, 53, 111, 113 gans 141 giechelkut 71 gladiool, achterlijke 5, 10-12 godver 71, 75, 129, 135 godverdomme 5, 30-31, 71, 73-75, 129, 135 graftyfuskankerpleuris 92 gratenkut 105 haas 140 hamel 18 hoer 5, 73, 86, 119, 132, 134, 140 hoerenzoon 121 homo 81, 87 hond 140 hondenkut 106 hondsvot 46, 104-107 hufter 38-40 idioot 75, 97, 98, 100 imbeciel 73, 98 Judas 100 kakkerlak 52 kankerlijer 5, 19, 44-46, 81 kapoen 18, 19 kech 119 Kenau 100 kleumer 40 klier 61, 114 kloot 73 kloothommel 5, 50-53
klootviool 52 klootzak 13, 46, 51, 73, 75, 87, 93, 135, 141 klote 5, 24, 74, 75 klotenbijter 52 klotenklapper 52 koe 141 kont 72, 106 konthond 140 koolgalmug 52 kreng 58-61 krimper 40 kut 13, 24, 70-75, 105, 106, 135 kuthoer 46 kuttenkop 46 lamlul 87 lap 120 lavabo, scheve 19 leuter 73 lijpo 5, 79-80, 100 loeder 60, 61 lul 5, 13, 71, 73, 74, 75, 84-87, 100, 101, 120 lullo 80 manwijf 100 mechander, vertiefte 105 merde 111, 113, 114 mierenneuker 46, 52, 87 miljaar 19 moederneuker 106 mongool 75, 87 nazi 87 nietsnut 120 nondeju 19, 128 oen 75 oetlul 73 oppleuren 90-92 pisbakmuil, ranzige 105 pleur op zie oppleuren ploert 41 poep 25 potver 129 potverdikkeme 129 prij 60, 61 proleet 41 prostituee 132, 134 pruim 73 randdebiel 96-99 reetkever 52 schaamluis 52 schietmot 52 Schlemiel 100 secreet 59, 61 shit 5, 25, 74, 75, 93, 110-115 Sjonnie 100 slet 55, 86, 118-121 sloef 19 smeerlap 120 snol 73 sodeju 126-128 spintmijt 52 stoephoer 132-134 sukkel 13, 40, 75, 100 superkut 24 tang 61 teef 26 teef 5, 105, 106, 138-140 tits 112 trien 100 trut 13, 73 truus 100 tyfus, krijg de 64-67, 75, 92 varken 18, 141 verdomme 32, 71, 75 vos 140 vot 105, 106 wichtje, dom 100 wijf 5, 72, 99, 100 zuiplap 120 zuurpruim 73 zwakbegaafde 98 zwijn 141
17