Skip to main content

9789401453301

Page 1

Patrick Cornillie

KOERSEN IN DE GROOTE OORLOG OORLOG

lannoo


inhoudsopgave 7

9

Proloog DEEL I VOOROORLOGSE KLASBAKKEN voor 28 juni 1914

57

DEEL II DE DOOD OF DE GLADIOLEN 28 juni 1914 – 11 november 1918

169

DEEL III OP KARAKTER na 11 november 1918

189

Finale

192

Koersverloop

202

Deelnemerslijst

205

Bloemen


Voor facteur en champetter

14

Dankzij de uitvinding van de safety bike — de lage, veilige tweewieler — is de opmars van de fiets niet meer te stuiten. Ambachtelijke fietsateliers worden moderne fietsfabrieken. Door de massa­ productie zakt de prijs van het vehikel ziender­ ogen. Geïntroduceerd als verzetje voor rijkeluis­ zoontjes en aristocraten, wordt de fiets hét ver­ voermiddel bij uitstek van de gewone man. De fiets is een wonderlijk instrument van mobiliteit en bovenal ook een praktisch vervoermiddel. Het biedt arbeiders de mogelijkheid ook verder van huis te gaan werken, kinderen de kans om niet louter nog onder de eigen kerktoren een opleiding te volgen. Met de veilige fiets kun je afstanden snel overbruggen en lasten vervoeren. Loop­ jongens worden fietskoeriers, ook mensen die niet over een paard, koets of kar beschikken, raken voortaan zonder problemen 20, 30 kilo­ meter ver. Al vlug voorziet de Belgische staat de posterijen van fietsen en in 1895 verschijnen in landelijke gebieden de eerste fietsende veld­ wachters. Brandweerlui rukken uit met de fiets en in het leger komen er cyclisten. Tussen 1893 en 1900 stijgt het aantal fietsen in België van 20.000 naar 115.000 en treft men ‘velorijders’ niet alleen in de steden, maar ook op het platteland aan. Nog voor 1900 verschijnen de eerste fietsende veldwachters en postbodes.

Ondanks zijn naam is de safety bike toch niet altijd zo veilig…


15

De fiets doet zijn intrede in de legers Italië is het eerste Europese land dat in zijn leger met fietsen experimenteert. Zeker de safeties blijken een uitstekend en snel transportmiddel, dat op veel terreinen voetvolk en zelfs de cavalerie te vlug af kan zijn. Ze worden uitgetest door de Bersaglieri, de elitetroepen van het Piemontese, later het Italiaanse leger. Op de slechtste wegen en zelfs diep in de bossen zijn de fietsen met wielen van gelijke grootte zeer wendbaar. Aan­ vankelijk zet het leger de cyclisten in als koeriers, daarna vooral ook als verkenners. Ze verraden hun komst niet door hoefgetrappel en kunnen zelfs ’s nachts opereren, wat voor ruiters een stuk moeilijker is. Bovendien hoef je een fiets niet te voederen. Al vlug beproeven ook Oostenrijkse (1884), Franse en Duitse (1885) troepen het nut van de fiets, later volgen de Nederlanders en de Zwitsers (1886). In 1887 richten Engelsen hun London Cyclist Corps op, naar een idee van luitenantkolonel A.R. Savile. België denkt er eveneens aan fietsen in het leger te introduceren, al stelt de militaire leiding zich aanvankelijk nogal weiger­ achtig op — het paard is nu eenmaal de trots en hét symbool van de cavalerie. De voorstanders van het fietsgebruik in het leger hameren echter op de vele voordelen. Als in 1888 grote manoeuvres worden gehouden, vraagt de minister van Oorlog Charles Pontus de Fédération Vélocipédique Belge enkele vrijwilligers met hun fietsen ter beschikking te stellen.

De Italiaanse Bersaglieri zijn de eersten die met legerfietsen experimenteren.

Over die eerste test zijn de oversten tevreden. Daarom wordt het experiment het jaar daarna herhaald en geeft de minister in 1890 de toestem­ ming een sectie cyclisten op te starten in de Regi­ mentsschool van de Karabiniers in Waver. Kapi­ tein-commandant Hubert Soleil krijgt de leiding. De vélocipédistes militaires worden geselecteerd op basis van hun fysieke en intellectuele capaci­ teiten. Ze moeten snelle boodschappers worden. Jaarlijks zullen 25 soldaten een opleiding ge­ nieten. In één week tijd leren ze fietsen, daarna moeten ze etappes afleggen, en dat op alle moge­ lijke terreinen en in alle weersomstandigheden, waarbij de afstand stelselmatig wordt opgedreven. In de lente van het jaar daarna is de sectie klaar voor operationele inzet. Ze trekt, uiteraard per fiets, naar het Kamp van Beverlo, voor technische en tactische testen. De resultaten zijn naar wens en bij wet wordt de oprichting van het ‘Korps der militaire Wielrijders’ aangekondigd. Het Regiment organiseert nog een opgelegde proefrit van 350 kilometer, gespreid over drie dagen. Na de proefrit krijgen de wielrijders-estafetten definitief groen licht. In 1885 heeft het Duitse leger zijn eerste Radfahrer-Kompanie.


Cyclocross, een uitvinding van militairen Zeggen dat Vlaanderen de bakermat van de cyclo­ cross is, klopt historisch gezien van geen kanten. Het is in het Franse leger dat deze wielerdisci­ pline ontstaat. Dat gebeurt door enkele soldaatcyclisten. Die doen precies wat mensen nooit kunnen laten: zich meten met een ander. Na de grote legeroefeningen van de Franse landmacht in 1900 trommelt soldaat Daniel Gousseau enkele kameraden op voor wat stoerdoenerij. ’s Zondags houden ze wedstrijdjes onder elkaar, hossen ze met hun legerfietsen door velden en bossen. De combinatie van om ter snelst fietsen, lopen en springen met de fiets over sloten en boom­ stammen doet een nieuwe en unieke tak van de wielersport ontstaan: cross country. Omdat ze dus ook vaak te voet verder moeten, wordt de term cyclo-pédestre eraan toegevoegd.

Wat begint als een ludieke bedoening wordt een serieuze bezigheid. Gousseau klopt aan bij de Union Vélocipédique de France, geniet steun van zijn legeroversten en wordt bovendien aangemoe­ digd door sportjournalist Géo Lefèvre, later de bedenker van de Tour de France. De soldaat speelt het klaar om op 16 maart 1902 nabij de militaire basis Le Kremlin-Bicêtre in Parijs uit te pakken met een eerste officieel Frans veldritkampioen­ schap. Een meevaller is dat ook niet-militairen en zelfs enkele toprenners zich in de daaropvolgende jaren ontpoppen als de grote promotoren van deze sport. De nog jonge Octave Lapize, de eerste die bij moeilijke passages de fiets op de schouder neemt, behaalt de nationale titel in 1907. Tussen 1909 en 1914 zal Eugène Christophe zelfs zes opeenvolgende keren Frans kampioen cross country cyclo-pédestre worden. Het is ook in Frankrijk dat na de Eerste Wereldoorlog, in 1924 in Suresnes bij Parijs, met het ‘Critérium Inter­ national’ het eerste officieuze wereldkampioen­ schap plaats zal vinden.

Cyclocross, bij wijze van zondagse ontspanning ontstaan in het Franse leger.

22


Tijdens het eerste wereldkampioenschap cyclocross in 1932. Op het spectaculaire parcours van Suresnes duiken de renners het beruchte Trou du Sable in.

Omdat renners bij cross country ook lopen, wordt de term cyclo-pĂŠdestre eraan toegevoegd.


“Pliez bicyclettes! Bicyclettes du dos! “ In 1898 beslist de Belgische minister van Oorlog Jules Vandenpeereboom in elk van de vier batal­ jons Karabiniers één compagnie wielrijders op te richten. Ze zijn uitgerust met Belgica-vouwfietsen en krijgen bij cavalerie-eenheden hoofdzakelijk beveiligings- en verkenningsopdrachten toe­ gewezen. Om te trainen worden de pelotons, circa vijftig man sterk, onderverdeeld in secties. Elk peloton krijgt begeleiding van een arts, meca­ niciens en een vrachtwagen. Vaste richtlijnen en doelstellingen komen er pas in 1906, met de Instruction pour les Compagnies Cyclistes. Bij elke oefening wordt voortaan zo’n 60 kilo­ meter afgelegd, tegen een gemiddelde snelheid van 12 kilometer per uur. Wel zijn op het parcours telkens enkele passages voorzien die ze te voet moeten afleggen, met de fiets naast zich of op de schouder — steeds in volledige uitrusting, geweer incluis. Er zijn ook driloefeningen, waarbij ze op bevel de fiets vouwen, op de schouder gooien,

Aangetreden Karabiniers-Wielrijders. De geringe hoogte van de fiets laat toe om snel af te stijgen.

weer ‘ontvouwen’ en vertrekkensklaar op de grond plaatsen. Als instructie geldt dat de gevouwen fiets met de wielen naar links, het tandwiel naar rechts en het zadel achter de linkerschouder moet worden gedragen.

26


27

Dit detachement neemt een geknielde schiethouding aan en draagt de vouwfiets van het merk Belgica op de rug.

Een originele Belgica vouwfiets.


45

“Heeren, vertrekt!“ Léon Van den Haute is een ondernemend man en Karel Van Wijnendaele weet intussen hoe het er in de Italiaanse en vooral in de Franse wielren­ nerij aan toegaat. Het zijn de kranten die daar de grote koersen organiseren en het levert ze pakken publiciteit op. Als dat ginds lukt, dan moet het ook mogelijk zijn Sportwereld te promoten met een eigen wielerwedstrijd. Die moet qua afstand, lastigheidgraad en prestige te vergelijken zijn met Parijs-Roubaix, Milaan-Sanremo en de Ronde van Lombardije. Geen Kampioenschap van Vlaan­ deren of twintig rondjes van 5 kilometer rond de kerktoren van Koolskamp dus, maar een lange tocht door West- en Oost-Vlaanderen. Kortom, een echte Rónde van Vlaanderen. Voor hun idee gaan Van den Haute en Van Wijnendaele voluit. De eerste zorgt voor de centen, zijn kompaan moet de nieuwe koers met veel bombarie aan­ kondigen in de krant. Met de legendarische woorden ‘Heeren, ver­ trekt!’ zet Karel Van Wijnendaele op 25 mei 1913 om 6.15 uur de allereerste Ronde van Vlaanderen op gang. Dat gebeurt in Gent, aan de herberg en fietsenwinkel van Frans Demeuyninck, op de hoek van de Rooigemlaan en de Brugsesteenweg. Demeuyninck is schatbewaarder van de Ghent Bicycle Club; in zijn café komen de deelnemers het controleblad tekenen en laten ze hun fietsen loden. Een aantal renners heeft er, gezien het vroege startuur, ook overnacht. Het parcours gaat over liefst 324 kilometer en doet steden als Sint-Niklaas, Aalst, Oudenaarde, Kortrijk, Ieper, Oostende, Roeselare en Brugge aan.

Paul Deman, op 25 mei 1913 winnaar van de allereerste Ronde van Vlaanderen.

Een echt succes is die eerste Ronde van Vlaan­ deren niet. Van de 53 coureurs die vooraf zijn ingeschreven, waaronder ook tweevoudig Tour­ winnaar Lucien Petit-Breton, komen er uitein­ delijk maar 37 opdagen. Nog voor halfweg koers ligt de wedstrijd in een definitieve plooi. Twaalf renners rijden met een ruime voorsprong voorop, zes daarvan zullen uiteindelijk voor de zege spurten. De streep is getrokken op het houten pistje van Oscar Braeckman in Mariakerke. Bij het binnenrijden van de baan haken Arthur Maertens en Jan Van Ingelghem in elkaar. Paul Deman blijft overeind en is sneller dan Jef Vandaele, Victor Doms en August Dierickx. “Was me dat een brokke sport!”, schrijft Van Wijnendaele ’s anderendaags in Sportwereld. De winnaar van de eerste Ronde van Vlaan­ deren is een... Franstalige. Paul Deman is wel opgegroeid in het West-Vlaamse Rekkem, bijna pal op de Frans-Belgische grens. De 24-jarige renner heeft als amateur al de Ronde van België gewonnen. Zijn zege in de Ronde van Vlaanderen krijgt in het buitenland maar weinig aandacht, die in de marathonklassieker Bordeaux-Parijs van 1914 des te meer. Hij staat op de drempel van een internationale carrière. Maar helaas, niet eens drie maanden later breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Vanaf oktober 1914 zal ook West-Vlaanderen door Duitsers worden bezet; van koersen is geen sprake meer.

Sportwereld van maandag 26 mei 1913.


Lenaers, ‘Caporal ‘ krijgsgevangene Bij de soldaten die de forten rond Luik verde­ digen, hoort ook een wielrenner. Victor Lenaers, pas negentien jaar, is lid van de Vélo Club Tongrois. Tussen 1910 en 1913 is hij in zowat alle nieuwelingenwedstrijden waaraan hij deelneemt de beste. Omdat hij in de jeugdcategorieën niks meer te leren heeft, stapt hij vervroegd over naar de onafhankelijken. Lenaers blijft winnen. Zijn bijnaam in het peloton is ‘Caporal’ of Korporaal, naar een verre voorouder die ooit nog in het leger van Napoleon zou hebben gediend. In 1914 moet echter ook de jonge Victor ‘soldaatje gaan spelen’. Hij wordt opgeroepen om naar Fort Lantin te vertrekken en te vechten tegen de Duitsers. Velen gaan ervan uit dat de forten rond Luik onneembaar zijn en de Duitsers nooit voorbij de Maas komen, maar in Tongeren zullen ze de beloftevolle renner vier jaar lang niet meer terug­ zien. Vanaf 10 augustus wordt het Fort Lantin door de vijand stevig onder vuur genomen. Het betonnen bolwerk houdt even stand, maar één zaak heeft de bouwheer over het hoofd gezien. Er is geen ventilatie. Omdat bij het afvuren van de eigen kanonnen giftige gassen vrijkomen, dreigt de bemanning — 220 artilleristen en 82 infante­ risten — te stikken. Bovendien blijven Duitsers het fort onophoudelijk bestoken. Op 15 augustus 1914 besluit de commandant de strijd te staken en Fort Lantin over te geven. De Belgische militairen worden gevangengenomen en afgevoerd; via Luik komen ze in kampen in Duitsland terecht. Ook Victor Lenaers is krijgsgevangene; hij leeft en werkt in de meest erbarmelijke omstandig­ heden. Pas eind 1918 kan hij terug naar Tongeren. Hij is ziek en totaal uitgeput. Geen mens die erin gelooft dat de uitgemergelde jongeman ooit nog met een koersfiets zal rijden. En toch. Verbazend snel komt Lenaers weer op krachten. Hij her­ neemt zijn carrière bij de onafhankelijken en wint in 1920 de Scheldeprijs. Het seizoen daarna vraagt hij een proflicentie aan en finisht meteen zesde in Parijs-Brussel en zevende in Luik-BastenakenLuik. In dat debuutjaar wil de Limburger meteen ook naar de Tour, maar dat is niet vanzelfsprekend. Omdat hij geen vaste ploeg heeft, moet hij als isolé of ‘onverzorgde’ starten, wat wil zeggen dat hij alle kosten voor bevoorrading, verplaatsingen en overnachtingen uit eigen zak moet betalen.

Naar verluidt zamelen Tongerse supporters geld in, zodat ‘hun’ Victor toch maar zou kunnen deel­ nemen. Het enthousiasme wordt beloond. Lenaers rijdt een goeie Tour; in het totaalklassement wordt hij zesde. De renners die voor hem eindigen  — Léon Scieur, Hector Heusghem, Honoré Barthélémy, Luigi Lucotti en Hector Tiberghien —  zijn allemaal fabrieksrenners, wat maakt dat Victor Lenaers eigenlijk de Ronde van Frankrijk van de ‘onverzorgden’ wint. Hij krijgt prompt een contract bij Automoto aangeboden en komt naar huis met 20.000 (Belgische) frank op zak, genoeg om er in de Jekerstraat in Tongeren een huis mee te kopen. Hij zal er na zijn wielercarrière, en nadat hij in de Tour van 1922 nog eens vijfde is geëindigd, een fietsenwinkel beginnen. Zijn ‘Cycles Caporal’ prijst hij aan met de volgende advertentie: “Wilt gij een goed rijwiel hebben, gaat dan naar Victor Lenaers en vraagt hetzelfde waarmee hij de Ronde van Frankrijk gewonnen heeft.”

Victor Lenaerts, hier met Félix Sellier op de Aubisque tijdens de Tour van 1922, zit vier jaar lang opgesloten in Duitsland.


71

Van de Tour naar het slagveld Omdat het de Belgische neutraliteit schendt, krijgt het Duitse Rijk meteen ook het Britse wereldrijk op zijn nek. 37 dagen na de aanslag op de Oostenrijks-Hongaarse aartshertog Franz Ferdinand zijn nu alle Europese grootmachten met elkaar in oorlog en zullen uiteindelijk, door allerlei verdragen en bondgenootschappen, 33 landen én hun vele kolonies met en tegen elkaar strijden. In al die landen worden de dienst­ plichtigen gemobiliseerd. In totaal zijn ze met zo’n twintig miljoen, al zal dat aantal snel op­ lopen. Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid wordt een conflict op zo’n grote schaal uitgevochten; het is de eerste ‘echte’ wereldoorlog. Anno 2018 lijkt het onwezenlijk dat pakweg Chris Froome, Romain Bardet, Fabio Aru of Marcel

Kittel een week na de Tour verplicht worden hun koersplunje te ruilen voor een legeruniform, maar in 1914 is het voor velen bittere realiteit. De ene zondag fietsten ze nog richting Parijs, de zondag die volgt, worden ze onder de wapens geroepen. Overigens zullen zeventien deelnemers aan die Tour van 1914 de oorlog niet overleven. De eerste raakt al op 10 september vermist. Het gaat om Emile Engel, de 25-jarige renner die op 2 juli nog de Touretappe naar Brest won, maar na afloop van de achtste rit wordt uitgesloten. Met het 72ste Infanterieregiment probeert hij aan de Marne de snelle Duitse opmars richting Parijs staande te houden. In een goeie week tijd vallen aan beide zijden duizenden doden. De renner vinden ze niet meer terug; pas op 25 mei 1917 zal zijn overlijden worden bevestigd.

Emile Engel, op 2 juli 1914 ritwinnaar in de Tour, op 10 september 1914 vermist.


‘Vive le vélo!‘ wordt ‘Vive la république!‘ Als de Duitsers tussen 28 september en 9 oktober 1914 Antwerpen proberen te veroveren, bekleedt de plaatselijke autofabrikant Minerva verschei­ dene auto’s met stalen bepantsering. Ze worden ook voorzien van mitrailleurgeweren en ka­ nonnen. Zo ontstaat een nieuwe eenheid binnen het Belgische leger: het Korps Autos-CanonsMitrailleuses of het ACM. Net als alle overige eenheden trekt het zich na de val van Antwerpen terug achter de IJzer. In de loopgravenoorlog hebben de pantserwagens echter geen nut. Koning Albert I beslist het ACM uit te lenen aan Rusland. Dat gebeurt na een officieel verzoek van de tsaar, die het korps wil inzetten aan het oostfront. Het AMC vertrekt op 22 september 1915 vanuit Brest met 361 manschappen, onder wie ook de auteur Marcel Thiry en Constant le Marin, wereldkam­ pioen Grieks-Romeins worstelen. Het ACM be­ schikt over twaalf pantserwagens, 46 auto’s, 23 motorfietsen en 120 fietsen en komt op 13 oktober aan in Archangelsk. Via Petrograd gaat het naar de Karpaten, waar het met de Russen moet vechten tegen Oostenrijks-Hongaarse troepen.

Bij de Belgen in het verre Rusland hoort ook Henry George, geboren in Charleroi op 18 februari 1891. Nog maar pas heeft hij zich gemeld als oor­ logsvrijwilliger, vooral met de bedoeling bij het leger te leren autorijden. George is weliswaar amateurwielrenner, maar zeer gefascineerd door automobielen, het nieuwste speeltje van de rijken. Dat hij in het Korps Autos-Canons-Mitrailleuses niet bij de chauffeurs, maar wel bij de cyclisten wordt ingedeeld, is dan ook een dikke tegenvaller. En dus doet hij alsof hij helemaal niet kán fietsen. Hij krijgt het vehikel zogezegd niet onder con­ trole en laat zich constant vallen. Zijn onderof­ ficier, ene Julien Lahaut, maakt er echter korte metten mee. Hij neemt Henry George onder zijn hoede en verplicht hem het te proberen en nog eens te proberen en nog eens, tot het lukt. In de zomer van 1916 neemt het ACM met Russische troepen deel aan een groot offensief, maar dat wordt door de vijand afgeslagen. Ook een tweede aanval, in juli 1917, mislukt volkomen. Er sneuvelen zestien Belgen. Als twee maanden later de tsaar vermoord wordt en de bolsjewieken

Henry George (derde van links) als cyclist bij het ACM-korps.

88


de macht grijpen, sluit het Russische Rijk vrede met de Duitse keizer. Voor het ACM, beschouwd als ‘tsaar-gezind’, draait de expeditie uit op een odyssee. Het korps kan niet westwaarts terug naar België. Per trein moeten Henry George en zijn kompanen dwars door Siberië naar Vladivostok, daarna op de boot richting San Fransisco. Tijdens de tocht van de Amerikaanse westkust naar New York houdt het ACM in een aantal grote steden een parade; de bevolking onthaalt de soldaten van ‘Brave Little Belgium’ met enthousiasme. Na de Atlantische overtocht arriveert het Korps Autos-Canons-Mitrailleuses op 24 juni 1918

in Bordeaux. Het wordt er meteen ontbonden. Daarmee is Henry George echter niet van de oorlog af. Hij moet opdraven tijdens het eind­ offensief in West-Vlaanderen en raakt daarbij gewond. Onderscheiden met enkele militaire eretekens herbegint hij na de wapenstilstand het wielrennen. De Waal is dan 28 jaar en beoogt geen profcarrière meer. Op de weg behaalt hij enkele mooie ereplaatsen. Zo wordt hij in 1919 derde in het Belgisch kampioenschap voor amateurs, in 1921 zelfs tweede. Maar bovenal is hij pistier. George wordt nationaal uurrecordhouder achter tandem en raakt geselecteerd voor de Olympische Spelen die in 1920 plaatsvinden in Antwerpen.

Dankzij de Antwerpse autobouwer Minerva ontstaat het Korps Autos-Canons Mitrailleuses.


Ook winnaar Ronde van Vlaanderen wordt spion Ook Paul Deman, de winnaar van de allereerste Ronde van Vlaanderen, wordt in de loop van 1915 oorlogsspion. Hij wordt daarvoor aangesproken door ene commissaire Alphonse Lenfant. Die is lid van l’Oiseau de France, de sluikpers, en het inlich­ tingennetwerk van Louise de Bettignies. Deze 35-jarige Française komt uit een oud adellijk geslacht en studeerde in Oxford, om vervolgens als gouvernante te gaan werken bij verscheidene vooraanstaande families in heel Europa. Ze spreekt zowel Engels, Duits als Italiaans. Opmer­ kelijk feit is dat ze in het voorjaar van 1914 ge­ vraagd wordt om de gouvernante te worden van de kinderen van... aartshertog Franz Ferdinand van Oostenrijk, diezelfde Franz Ferdinand die enkele maanden later het slachtoffer wordt van de aanslag in Sarajevo. Voorwaarde is wel dat ze de Oostenrijkse nationaliteit aanneemt, iets waar ze niet op ingaat.

Bij het uitbreken van de oorlog is Louise de Bet­ tignies wel in dienst bij een Duitse familie. Haastig pakt ze haar koffers en probeert ze via Nederland en Engeland bij haar moeder in Rijsel te raken. In de haven van Folkestone staan veiligheidsagenten de passagiers gade te slaan, op zoek naar personen die voor de de Britse Intelligence Service zouden kunnen werken. Ze zijn verbaasd over haar talen­ kennis en vragen Louise een opleiding tot spionne te volgen. Ze leert er boodschappen coderen en decoderen, plannen opstellen, inlichtingen ver­ zamelen enzovoort. Haar opdracht bestaat erin om vanuit Noord-Frankrijk en België een inlich­ tingennetwerk op te zetten tot in het neutrale Nederland. In bezet gebied moet ze in de dorpen verkenners en koeriers rekruteren, maar ook langs de spoorlijnen Kortrijk-Antwerpen en KortrijkBrussel. Het netwerk van de Bettignies krijgt de codenaam ‘Ramble’; zelf opereert ze onder het pseudoniem ‘Alice Dubois’.

De dodendraad: het stroomstootwapen dat door de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog wordt ingezet langs de hele Belgisch-Nederlandse grens.

108


109

Al vlug telt Ramble meer dan zestig ‘agenten’. Ze komen uit de regio Rijsel-Roubaix-TourcoingMenen. Dat Louise de Bettignies een van haar compagnons naar Paul Deman stuurt, is niet zo verwonderlijk. De man in kwestie, Alphonse Lenfant, woont in Tourcoing, aan de Franse kant van de grens, de renner is afkomstig van het nabije Rekkem, aan de Belgische kant. Bovendien is Deman Franstalig. En vooral: hij is een coureur! Zo iemand kan hard fietsen en kan lange af­ standen aan en is dus zeer geschikt voor een job als passeur of koerier. De organisatie is min of meer gelijk aan die bij Gustaaf Mus: spionnen staan en liggen op de loer, verzamelen informatie over Duitse troepencon­ centraties, grondplannen van munitiedepots, militaire transporten, spoorwegen, vliegveldjes. In het geval van de groep Ramble worden de rapporten bezorgd op geheime plaatsen in Tour­ coing en Rijsel en van daaruit moeten passeurs ze in Nederland en vervolgens op de ferry naar Folkestone zien te krijgen. Paul Deman woont intussen in Outrijve; een ritje naar Zeeuw-Vlaanderen betekent al vlug een kleine 100 kilometer fietsen. Maar voor een coureur is dat peanuts. Deman is bereid met Lenfant mee te werken en wordt passeur. Het komt erop aan zo onopvallend mogelijk door het bezette gebied te komen en vooral ook met de goed verstopte informatie aan de grens te raken. De koeriers zijn er zeer bedreven in. Vaak worden documenten in koffers met valse bodem of petten met dubbele voering gestopt. Het is niet denk­ beeldig dat Deman de rapporten op kleine papier­ tjes in zijn fietsframe propt. Bij de Nederlandse grens moeten ook de pas­ seurs van Ramble die informatie nog voorbij de dodendraad, een elektrische versperring van 2000 volt (!), zien te krijgen. Soms worden pakjes op een afgesproken plaats en tijdstip over de drie­ dubbele afsluiting gegooid, een andere keer kruipen ze er zelf onderdoor, op gevaar van elek­ trocutie. Dat gebeurt meestal in Boekhoute. Zo bereiken ze Philippine, het eerste dorp op Neder­ landse bodem. Daarna reizen ze door naar Bres­ kens en Vlissingen of Middelburg, waar andere koeriers op de boot naar Folkestone wachten. Op hun terugweg smokkelen de passeurs dan boter,

koffie en andere eetwaren over de grens, even­ tueel ook brieven van gevluchte Belgen of front­ soldaten, bestemd voor hun familie in het bezette gebied. Het spreekt voor zich dat zo’n tocht een zeer riskante onderneming is. Op spionage staan de zwaarste sancties, in het ergste geval dus de dood­ straf. Overigens loopt de opdrachtgeefster van Deman bij zo’n Duitse controlepost tegen de lamp. Louise de Bettignies wordt eind 1915 gevangen­ gezet in Siegburg en zal er van ontbering sterven. Maar ook zonder de Bettignies blijft Ramble actief en vervult de Ronde van Vlaanderen-winnaar verder allerlei spionageopdrachten. Keer op keer slaagt hij erin die tot een goed einde te brengen. Voorlopig toch...

Paul Deman, winnaar van de eerste Ronde van Vlaanderen, wordt tijdens de oorlog koerier voor het spionagenetwerk van Louise de Bettignies.


121

Een Ronde van Vlaanderen... op de velodroom! Ook voor Léon Van den Haute en Karel Van Wij­ nendale betekent de Eerste Wereldoorlog een lelijke streep door de rekening. Met de Ronde van Vlaanderen hadden de mannen achter Sportwe­ reld de ambitie een prestigieuze wielerwedstrijd te lanceren. De eerste twee edities waren echter allesbehalve een succes. Zowel in 1913 als in 1914 kwamen weinig deelnemers opdagen en de be­ langstelling vanuit het buitenland was bedroevend. Nu de oorlog blijft aanslepen, dreigt het met die koers helemáál een hopeloze zaak te zullen worden. Omdat het parcours zich in het Etappengebiet, deels zelfs in Operationsgebiet bevindt, kan er alvast geen derde Ronde van Vlaanderen worden georganiseerd. Toch niet op de openbare weg. Maar dat is buiten de hardnekkigheid en de vin­ dingrijkheid van Léon Van den Haute gerekend. Ondanks alles blijft de Brusselaar, die tijdens de bezetting in Gent verblijft, zich verder voor de wielersport engageren. Zodra de Duitsers in 1915 toelaten dat er op de piste gekoerst mag worden, klopt hij aan bij Désiré De Poorter, eigenaar van de velodroom van Evergem. Ze besluiten op zondag 15 augustus een meeting te organiseren, “... ingericht ten voordeele van de Kantien der krijgsgevangenen”. De wedstrijd wordt aangekondigd in De Gen­ tenaar: “50 kilometers met 5 klassementen voor Beroepsrijders — 30 kilometer met 3 klassementen voor de tien beste nieuwelingen — Schoone prijzen zijn geschonken door bekende sportmannen.” Helaas, op die Hemelvaartdag valt de regen met bakken uit de hemel. De houten baan ligt er spek­ glad bij en de meeting wordt uitgesteld tot zondag 22 augustus. Van den Haute kent tijdens die week blijkbaar een begenadigd moment. Hij wil het wat grootser aanpakken, trekt de afstand van de baan­ koers op tot 150 kilometer en kondigt die aan als een heuse Ronde van Vlaanderen. Het Volk schrijft dat die ‘derde’ Ronde van Vlaanderen “... aldus ingericht [wordt] dat men al de wederwaardigheden zal kunnen bijwonen die de rijders gewoonlijk tegenkomen op deze baankoers, zooals de vliegende en vaste kontrolen, de breuken aan de rijwielen, waarbij elke rijder zich zelf uit den slag moet trekken, enz.”. Bovendien gaat de pistewedstrijd over een imaginair wegparcours.

Leon Buysse, winnaar van de ersatz-Ronde van Vlaanderen van 1915.

“De wegwijzer is aldus verdeeld: Gent, vertrek, Aalst en Sottegem, vliegende kontrool, Audenaerde, vaste kontrool, Kortrijk en Thourout, vliegende kontrool, Brugge, vaste kontrool, Eekloo, vliegende kontrool en aankomst op den velodrom van Ever­gem. Aan de vaste kontrolen, die zullen aangeduid worden op de piste zullen de deelnemers drie minuten afstappen en den stempel ontvangen. Dat het zondag zal stroomen te Evergem hoeft geen betoog.”

Uit Het Volk van 25 augustus 1915.


koersverloop 25.05.1913 Paul Deman wint de eerste

editie van de Ronde van Vlaanderen. 28.05.1913 In België voert minister van

Oorlog Charles de Broqueville de veralgemeende dienstplicht in, om zo de legersterkte van 180.000 tot 340.000 man te verhogen. Dat cijfer zal echter nooit worden gehaald. 08.06.1913 De zege in Parijs-Brussel gaat

naar Octave Lapize (Fra.). Cyriel Van Hauwaert is 2de, Charles Crupelandt 3de en Paul Deman 4de.

02.11.1913 De Ronde van Lombardije

heeft een volledig Frans podium. Henri Pélissier wint, voor Maurice Brocco en Marcel Godivier. 15.12.1913 Bij de hervormingen in

het Belgische leger wordt het 5de Bataljon van het Karabiniersregiment zelfstandig. Het krijgt de naam ‘Bataillon de Carabiniers Cyclistes’, kortweg les Cyclistes. Het stalen ros krijgt nu definitief zijn plaats naast het paard van de cavalerie. 08.02.1914 Cyriel Van Hauwaert wint

22.06.1913 In Philippeville wordt

Joseph Van Daele Belgisch kampioen op de weg. 06.07.1913 Na een eerste editie voor

profs in 1912 is Luik-Bastenaken-Luik weer uitsluitend een wedstrijd voor onafhankelijken. Winnaar wordt Maurice Moritz.

samen met de Nederlander John Stol de Zesdaagse van Brussel. De Fransen Lapize-Miquel eindigen tweede, de Australiër McNamara en de Amerikaan Moran derde. 22.03.1914 De zege in de Ronde van

Vlaanderen gaat naar Marcel Buysse. Henri Vanlerberghe is 2de, Pier Van de Velde 3de.

22.08.1913 In Parijs brengt Oscar Egg

(Zwi.) het werelduurrecord zonder gangmakers op 42,360 km.

05.04.1914 Ugo Agostoni is de beste

in Milaan-Sanremo. Eerste Belg is Jules Messelis, op de 13de plaats.

23.08.1913 In Berlijn en Leipzig vinden

tot en met 31 augustus de wereld­ kampioenschappen baanwielrennen plaats. 11.09.1913 In Koolskamp wint

René Anno de 6de editie van het Kampioenschap van Vlaanderen. 20.09.1913 Marcel Berthet (Fra.)

verbetert het werelduurrecord van Oscar Egg. In de Parijse velodroom Buffalo legt hij 42,741 km af. 31.10.1913 In Gent wordt de Wereld­

tentoonstelling afgesloten. Ze liep sinds 6 april en vond plaats op de plek waar zich nu het Citadelpark en het Miljoenenkwartier bevinden.

12.04.1914 Roubaisien Charles Crupe­

landt wint Parijs-Roubaix. De Belgen Mottiat, Rossius, Van Hauwaert en Van de Velde finishen 3de, 5de, 6de en 7de. 19.04.1914 Primus in Parijs-Tours is

Oscar Egg (Zwi.). Philippe Thys finisht als 3de. 10.05.1914 Costante Girardengo (Ita.)

wint Milaan-Turijn. Die wedstrijd wordt voor het eerst verreden in 1876 en is daarmee de oudste wieler­ wedstrijd ter wereld. 17.05.1914 Paul Deman zegeviert in

Bordeaux-Parijs, voor Marcel Buysse en Cyriel Van Hauwaert.

192


25.05.1914 In Namen wordt Victor

28.07.1914 Oostenrijk-Hongarije

Dethier Belgisch kampioen op de weg. 31.05.1914 Parijs-Menen wordt

gewonnen door Philippe Thys. De Fransen Emile Engel en Marcel Godivier bezetten de overige podiumplaatsen.

In Winterslag wordt op 485 m diepte de eerste kolenlaag aangesneden en de eerste steenkolenklomp van het Limburgse bekken bovengehaald.

29.07.1914 Stijn Streuvels begint aan een 03.06.1914 In Antwerpen verschijnt het

eerste nummer van De Volksgazet, opgestart door Camille Huysmans. Tijdens WO I zal de krant niet gedrukt worden.

06.08.1914 Luik is in Duitse handen,

verklaart de oorlog aan Servië.

07.06.1914 Parijs-Brussel krijgt een

Waals podium: Louis Mottiat wint, voor Louis Heusghem en Joseph Vandaele.

maar enkele van de twaalf forten rond de stad houden stand tot 17 augustus.

In Labouxhe wordt Jacques Julémont gefusilleerd. Hij is de eerste Belgische wielrenner die tijdens de Eerste Wereldoorlog het leven laat.

oorlogsdagboek. Het zal eind 1915, begin 1916 verschijnen in zes deeltjes, onder de titel In Oorlogstijd.

08.08.1914 Na zware gevechten komt

Ook de Gentse schrijfster Virginie Loveling, tante van Cyriel Buysse, begint een heel gedetailleerd oorlogs­ dagboek als kritisch reporter. Dat zal pas in 2006 in boekvorm verschijnen.

09.08.1914 Een van de zes Duitse

het fort van Barchon in handen van de Duitse troepen.

zeppelins die in dienst zijn, zorgt in Luik voor het eerste luchtbom­ bardement uit de geschiedenis. 12.08.1914 In Halen wordt de Duitse

01.08.1914 Duitsland, bondgenoot van 14.06.1914 De Belgen Oscar Robaye

cavalerie door de Belgen terug­ gedreven tijdens de zogeheten Slag der Zilveren Helmen. Daarbij spelen de Karabiniers-Cyclisten een belangrijke rol.

Oostenrijk, verklaart het Russische Rijk, bondgenoot van Servië, de oorlog.

en Charles Chabard eindigen op 1 en 3 in Luxemburg-Nancy. 2de is de Fransman Gustave Lorain.

02.08.1914 Duitsland bezet Luxemburg

In Parijs-Nancy gaat de zege naar Maurice Brocco. Hij is sneller dan zijn landgenoot Louis Trousselier.

en vraagt België vrije doorgang voor zijn troepen naar Frankrijk, bond­ genoot van het Russische Rijk. De Belgische regering wijst het Duitse verzoek van de hand.

18.06.1914 Oscar Egg (Zwi.) neemt

revanche op Berthet en pakt met 43,525 km/u zijn werelduurrecord terug. Het zal standhouden tot 1933. 28.06.1914 In Sarajevo vermoordt de

In Parijs gaat de 12de Tour de France van start. Philippe Thys wint de eerste rit naar Le Havre.

de oorlog.

van Frankrijk. In de eindstand gaat hij Henri Pélissier en Jean Alavoine vooraf.

193

De Belgische koning, koningin en de regering vestigen zich in Antwerpen. Albert I voert het bevel over het leger.

Opening van het Panamakanaal. Het Amerikaanse stoomschip Ancon vaart als eerste rechtstreeks van de Atlantische naar de Stille Oceaan.

04.08.1914 Na de weigering van het

Duitse ultimatum door koning Albert I vallen de Duitsers rond 7.30 uur in de buurt van Gemmenich België binnen. Er komen die dag al 22 Belgische militairen om.

Erich Aberger is de eindwinnaar van de tweedaagse wielerwedstrijd Wenen-Berlijn. 2de is Fritz Bauer, 3de Adolf Huschke.

26.07.1914 Philippe Thys wint de Ronde

de kruitkamer van het Fort Loncin dat deel uitmaakt van de fortengordel rond Luik. Er volgt een enorme explosie; het fort wordt een gigantisch massagraf.

03.08.1914 Duitsland verklaart Frankrijk

Servische nationalist Gavrilo Princip kroonprins Franz Ferdinand van Oostenrijk en zijn vrouw Sophie Chotek.

15.08.1914 Een Duitse obus doorboort

In Moelingen wordt Marcel Kerff gearresteerd. Hij was de best geklas­ seerde Belg in de allereerste Tour de France van 1903. Enkele dagen later zal de ex-renner met andere burgers worden opgehangen en gedumpt in een massagraf.

18.08.1914 Bij hevige gevechten aan

Het Britse Rijk verklaart de oorlog aan Duitsland.

19.08.1914 Duitsers zijn de Maas over-

In Rome overlijdt paus Pius X, sinds 1903 de leider van de katholieke kerk.

de Gete tracht het Belgische leger de opmars van de Duitsers vergeefs te stuiten. In Sint-Margriete-Houtem, Grimde en Oplinter verliest de Belgische 3de Linie bijna de helft van zijn troepen.

gestoken en nemen ook Aarschot en Leuven in.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401453301 by Uitgeverij Lannoo - Issuu