HOE WORD IK WERELD FIETSER
HOE WORD IK WERELD FIETSER
BEPROEFD STAPPENPLAN VOOR EEN GESLAAGDE FIETSREIS MARJA KERST & PIM VERVER
Met getuigenissen van ervaren wereldfietsers
4|
Inhoud I INLEIDING Waarom fietsen?
10
Hoofdstuk 1 Wat bezielt de fietser? 13 1. Ultieme vrijheid 13 2. Intense beleving 14 3. Fit as a fiddle 14 4. Na inspanning wacht de beloning 15 5. Bindmiddel 16 6. Manpower (M/V) 17 7. Terug naar de basis 19 8. Verrassingen onderweg 19 9. Saamhorigheid 20 10. Opgestoken duimen 21 11. Relatietest 21 Pioniers 24 Interview Nelly en Henny Barelds 26
Hoofdstuk 2 Wie is geschikt als wereldfietser? 33 Wereldfietser: een ondubbelzinnig begrip? 33 1. Rek tussen de oren 33 2. Survivalman (M/V) versus luxepaard 36 3. Buitenlucht 37 4. Zin voor avontuur 37 5. Doorbijter 37 6. Droom in uitvoering 39 7. Omgaan met teleurstellingen en tegenslagen 41 8. Plezier in fietsen 41 9. Techneut 41 10. Regelneef 41 Interview met BBC-verslaggever en wereldfietser Mark Beaumont 43 Wereldfietsers onder de loep 48 Met wie ga je? 48 Fietsen met kinderen 51 Interview met Ben Vroom en Liesbet Winkelmolen 54
II DE VOORBEREIDING
60
Hoofdstuk 1 De planning 63 Dromen wordt doen Het afstemmen van tijd en geld: een rekensom 1. Voorbereiden op de bestemming(en)
63 63 65 |5
2. Gezond zijn en blijven 3. Uitstippelen van de route 4. En dan nu ‌ de fiets! 5. Werken aan je conditie 6. Proefdraaien met de tent 7. Afscheid nemen
71 77 83 88 88 89
Hoofdstuk 2 Het materiaal 91 De ideale wereldfiets 91 Banden en wielen 91 Frame 91 Aandrijving 91 Spatborden 93 Interview met Marco de Wit van Bike4Travel 94 Remmen 97 Zadel 97 Pedalen 98 Slot 98 Fietstassen/fototas 99 Bagagedragers 100 Stuur 100 Verlichting 100 Standaard 101 Pompje 102 Fietsbel 103 De alternatieve fiets: de tandem, de ligfiets, de e-bike 103 Kleding 105 Gereedschap 106 Elektronica 107 Fietshelmen 109 Bidons 110 Fietsbrillen 111 Kampeerspullen 111 Interview met Eric Schuijt van De Vakantiefietser 112 Paklijst 116
III ONDERWEG
118
Hoofdstuk 1 Ontmoetingen 121 De mooiste ontmoeting van Nicole en Ingrid Fiets+hengel = contact Zomaar een pub in Mendooran, New South Wales Even geen zin
122 123 125 128
Hoofdstuk 2 Het zit tegen 131 Veiligheid en omgangsvormen Gevaar mijden Veilig op de fiets 6|
131 133 135
Goede fiets, meer plezier onderweg 138 Voorkomen is beter dan genezen 138 Zelf sleutelen 139 Gezond onderweg 142 Bonje 142 Redders in nood 142 Vreselijke nachten 142 Interview met Ingrid De Wilde en Nicole Dierckx 145
Hoofdstuk 3 Het weer 151 Weersvoorspellingen 151 Kou 152 Hitte 152 Natuurbranden 153 Sneeuw en ijs 155 Wind 157 Regen 158 Wolken lezen 159
Hoofdstuk 4 Wildlife 163 Op de weg 163 Eerste hulp bij buideldieren 164 Berenetiquette 165 In de tent 167 Kleine belagers 167 Vogelconcerten en luchtaanvallen 168 Blik op het water 170
Hoofdstuk 5 Hoe zwaar is het? 171 Klimmen 172 Luisteren naar je lijf 174 Verkeer en wegdek 175 Kiezen 178 Sportdrankjes: energieboost of onzin? 180 Het verschil tussen moe en moe 181 Interview met Ward van Loock 184
IV HUISWAARTS
189
Omschakelen 191 Met één been in België/Nederland 191 Uitsmijter 192 Weer thuis: wennen aan een geregeld leven 193 Ben je veranderd? 193
|7
8|
|9
DEEL I
Waarom fietsen? Zomaar een dag op de pedalen. Rugwind, beetje zon maar niet te fel. Ik fiets in de wolken. Driekwart van mijn blikveld wordt in beslag genomen door bewegende wolkenpartijen. Een blauw-wit perpetuum mobile met een gouden schil van koren als onderzetter. Slowtravel. Kilometer na kilometer uitgestrekt tot in de tiende macht. Koeien rennen mee, grijze ganzen vliegen op in grote V’s en krekels klinken overal. Ik trap mee op de golven van hun gezang. Alles valt op zijn plek. Hoezo uitleggen wat hier mooi aan is? Toegegeven, er zijn ook andere momenten. Bergop ploeterend met twintig vliegen in het gezicht wil ik wel eens denken ‘Hier moeten ze me geld voor geven’. En ook als ik tot op de laatste draad ben natgeregend, word achternagezeten door een grote hond, vastzit in de modder of na twee lekke banden in één dag is de romantiek er wel vanaf. Stoere taal verdampt. Wat bezielt de fietser? Misschien toch niet zo’n gekke vraag. In elk geval één met vele denkbare antwoorden.
12 |
1. WAT BEZIELT DE FIETSER? Zoveel fietsers, zoveel meningen. Ook als het over het waarom van fietsen gaat. Maar over één ding zijn ze het eens: het doet iets met je. Heel intens. Vaak zet het je kijk op de wereld en je eigen leven op zijn kop.
1. Ultieme vrijheid Avonturier en wereldfietser Mark Beaumont gaat ervoor terug naar zijn jeugd. Mark is een begrip in de categorie diehard-fietsers. In 2007/2008 fietst hij in een recordtijd van 194 dagen en 17 uur in 29.401 kilometer de wereld rond. Twee jaar later zet hij een ongeëvenaarde prestatie neer met zijn ‘Cycling the Americas’s’ van Anchorage in Alaska tot Ushuaia in Argentinië, waarbij hij tussen neus en lippen door ook nog de twee toppen van Mount Denali en Aconcagua beklimt. Waar komt zijn passie vandaan? ‘I learned to discover my own adventure,’ vertelt hij, ‘dat is mij in mijn kinderjaren in de Schotse Highlands met de paplepel ingegoten.’ Je eigen avontuur. Zo vrij als een vogel. Opstappen en wegwezen wanneer jij dat wilt, of dat nu bij de voordeur is van je eigen huis, of na een boot-, trein-, bus- of vliegreis – in het laatste geval is het een kwestie van banden oppompen, trappers monteren, stuur rechtzetten en je bent weg. Wat volgt is een ‘ritme van het loslaten’. Het op je af laten komen. Therapeutisch en bevrijdend voor iedereen die in meer of mindere mate iets van een controlfreak in zich heeft. Elke dag een andere omgeving, nieuwe ontmoetingen, je weet niet waar je ’s avonds slaapt, hoe houdt het weer zich? Begrip van tijd vervaagt. Je bent
los van alle kaders van thuis. En elke morgen weer verder trekken geeft een gevoel van vrijheid waarvan het effect met de dag groter wordt.
3 TIPS
1 Sta open voor tips van de locals, zij wijzen vaak de bijzonderste bezienswaardigheden aan, die het waard zijn om een omweg te maken. 2 Maak het fietsschema niet te strak, maar las extra dagen in, zodat je vrij bent om ergens langer te blijven. 3 Zorg dat je materiaal in orde is, pech maakt afhankelijk van derden.
Langs de Alaska Highway De teller staat op 1700 kilometer, 4 lekke banden, 15 herten, 2 elanden, 1 vos, 3 zwarte beren, 10-tallen ontmoetingen waaronder 4x met medefietsers, 1 bergpas, ontelbare kuitenbijters, 5 regenbuien, 1200 kilometer tegenwind en zo’n 240 mueslirepen.
© Mark heeft zijn avontuur ontdekt.
| 13
Valdez, dinsdag 15 juli Vandaag stond een dag van 137 kilo- ‘Voorzichtig afdalen, hoor, het wegdek meter op het programma, waarvan moet hier slecht zijn’, hoor ik Pim nog 87 tot de top van de Thompson Pass, roepen. Ik ben al weg, schiet als een de rest naar beneden. En dat in de pijl uit een boog naar beneden. Bijna regen, wat zou er zo overblijven van 17 kilometer non-stop steil omlaag, alle vergezichten? gelukkig goed overzicht en nergens Inderdaad is het zo nu en dan zwoegen gaten in de weg. Pas in een nauwe en blijft veel van het landschap ver- kloof als we nog 120 meter hoogte scholen. Ondanks dat is het een feno- hebben, gaat de snelheid eruit. menale tocht, een ‘toptiener’ van deze Om halfzes bereiken we dit vissersreis. Nevelslierten komen en gaan en dorp Valdez, ingesloten door massieve geven flarden van een onherbergza- bergwanden waarvan alleen de conme wereld prijs. Een rood toendrata- touren zichtbaar zijn. We hebben het pijt, rots, gletsjerijs, een rivier in de geflikt. Euforie! Nu eerst een warme diepte, een kletterende waterval. Kijk douche en droge kleren. Als we nog gauw, want voor je het weet, is het nagloeiend in het restaurant een wijnuitzicht veranderd. Ik bikkel in licht tje drinken, zijn we domweg gelukkig. verzet naar de top.
2. Intense beleving Een van de vele voordelen van fietsen is het zintuiglijk ervaren van de omgeving. Geen cocon van staal en glas als schild. Opgaan in de wereld om je heen. Bocht na bocht zigzaggen, alleen jij en de zee, de heuvels, het bos. De bomen, de manshoge varens; het groen groeit naar binnen. Neem de gletsjers en ijskappen in Canada en Alaska; soms liggen ze zo vlakbij dat het lijkt of je ze kan aanraken. Vanuit de auto al een hele ervaring, maar op de fiets een betovering zó intens dat je het nooit meer vergeet. Bovendien gaat het niet zo snel, er is alle tijd om te observeren, te voelen en luisteren. Er klinkt geen motorgeronk. Geluid van omrollende golven, cicada’s en vogels hoog in het bomendak, wind in de oren. Ook het ruiken van pas gemaaid gras of een kruidig gewas in de berm hoort er helemaal bij. Soms pakt dat ruiken minder plezierig uit. Langs de kant van de weg willen wel eens kadavers liggen en wat dat doet met het reuk14 |
orgaan is onbeschrijflijk. Tientallen meters voor de plaats des onheils dringt al in je neusgaten door wat er komen gaat …
3. Fit as a fiddle De broeken beginnen zo langzamerhand af te zakken. Een prettig bijverschijnsel van fietsen. Aanvankelijk imponeren de afstanden en toppen, maar met de dag groeit het gevoel van ‘die pak ik wel’. Na de ergste gevechten in het begin met de ademhaling en tegensputterende knieën, neemt de conditie toe. En het fysiek sterker worden gaat hand in hand met mentale kracht. Grenzen verleggen. Een betere remedie tegen depressies en een midlifecrisis is er niet. Bijkomstigheid is een lijf dat zienderogen strakker wordt.
4. Na inspanning wacht de beloning Hard werken en genieten zijn communicerende vaten. Dat geldt tijdens de rit en erna. Hoe meer je klimt, hoe spectaculairder de vergezichten en hoe sensationeler de afdaling; met 60 kilometer of meer naar beneden, daar kan geen kermisattractie tegenop. Na alle zweetdruppels onderweg is er een diepe voldoening. En … kun je met een gerust hart aanschuiven voor een steak, een pizza, een koel schuimende pint of die verrukkelijke chocoladebom op het menu. ‘s Avonds ben je fysiek moe en val je vaak als een blok in slaap.
5 TIPS 1 Je hoeft echt niet als een bezetene te trainen, maar zorg thuis alvast voor een fit bodempje. Maak fietstochten of klim elke dag een half uur op de hometrainer en draai een keer proef voor meerdere dagen achtereen. Bevalt het? 2 ‘Is dat ook nodig als ik al regelmatig zwem/tennis/wandel?’ Ja, al zit het wel snor met de basisconditie, bij fietsen gebruik je andere, specifieke spieren en pezen. 3 Maak het niet zwaarder dan nodig door te veel bagage mee te nemen. Bagagevrijheid in een vliegtuig is niet de maatstaf; leuk die 32 kilo, maar ze moeten allemaal mee bergop! 4 Bouw het, als het even kan, vanaf de eerste fietsdag ter plekke langzaam op. Begin met kortere dagafstanden en wacht met die bergpas tot later op het traject. 5 Wil je een zware (deel)route doen, kies er dan eventueel voor deze in groepsverband te boeken. Bagage wordt veelal meegenomen en de aanwezigheid van medefietsers – en niet te vergeten een bezemwagen – stelt gerust.
5. Bindmiddel Waar ook ter wereld, ga met de fiets en iedereen klampt je aan. Ze vinden je mesjogge, maar stiekem ook een beetje leuk en stoer. Daarbij ben je in hun ogen minder de rijke toerist. Je bezoekt onbekende dorpen, kleine winkels, zoekt een kampeerplek, moet water halen. Er is snel contact en je belandt vaak bij de mensen thuis. Zo ook in Thailand. Inwoners vinden het reuzegrappig als er zo’n grote bleekneus op de fiets voorbijkomt. ‘Hello,
hello!’, klinkt het enthousiast vanuit de jungle, kampongs en scholen. Groet terug en steevast volgt een schaterlach. Duimen worden in bewondering omhooggestoken en menig kind peddelt een eindje mee. Bij gebrek aan gezamenlijk vocabulaire wordt het hoofdbestanddeel van gesprekken gevormd door de opsomming van plaatsen die je onderweg aandoet. Dat betekent voortdurend schaven aan de uitspraak van namen waar je tong over struikelt. Met engelengeduld doen de mensen voor hoe het moet klinken: ‘Aoloek, Laamsaak, Toengjaho, Bomoeang.’
bo muang, zondag 25 februari Vanuit Krabi varen we met een met kleurrijke linten versierd vissersbootje naar het vasteland. De kapitein helpt onze fietsen voorzichtig in het bootje leggen en stut ze met tassen zodat ze niet kunnen schuiven. Een paar uur later verschijnt een piepklein plaatsje met huizen op palen. We zijn al opgemerkt. Van alle kanten snellen dorpelingen toe om de fietsen aan wal te krijgen. De vrouwen laten hun handen rusten op de netten en knopen niet verder, maar letten nieuwsgierig op. Onder veel bekijks hangen we de tassen aan de fietsen en zwaaien de kapitein uit. Hij moet meteen terug. De enige kamers die hier te huur zijn, zijn snel gevonden. ‘Kom maar mee’, wenkt een vrouw en ze loodst ons een paadje in. Vlak voor mijn voeten schiet een groen-oranje hagedis weg onder een steen. We bereiken een smal, donker gangetje waar verschillende deuren op uitkomen. De één na laatste wordt het. Ze rommelt wat om de juiste sleutel in het hangslot te krijgen en dan zwaait de deur open. Onder het golfplaten dak gaat een bewerkt plafond schuil. Het tweepersoonsbed heeft goudkleurige knoppen op de hoeken, waarvan er één afvalt als ik er langs loop. Ze tapt water voor ons, een emmer vol is de voorraad voor de rest van de dag.
16 |
Is er meer nodig dan moeten we het zeggen, maak ik op uit haar gebaren. Met dezelfde gebarentaal wordt zonneklaar dat ze wil dat we bij haar blijven eten. Dus nemen we even later plaats op een van de houten banken achter het huis. Lang duurt het niet of de familie verzamelt zich rond de tafel. Een meisje van een jaar of dertien schuift giechelend aan. Ze spreekt vrij goed Engels en fungeert trots als tolk tussen pa en die twee maffe fietsers. Er verschijnen schalen met garnalen en gebakken rijst. De gesprekken zijn vragend, niet alles wordt begrepen, maar onoverbrugbare raadsels zijn in no time weggelachen. Haar vader vertelt over Saoedi-Arabië, waar hij jaren heeft gewerkt. ‘Hard work’, vertaalt ze en ze glundert ervan. Na een hartverwarmende avond zoeken we ons bed op. Via een shortcut door het huis, brengt de dochter ons terug naar de kamer. Ik heb de sleutel op tafel laten liggen zodat we even later samen voor een dichte deur staan. Veel en vrolijk gelach is het gevolg. De ventilator staat op zijn maximum. Pim en ik besprenkelen ons bed met DEET en gaan op het laken liggen. Nog even luister ik naar het rollen van de golven, vóór ik in slaap val. Morgen weer op de fiets.
3 TIPS 1 Leer op zijn minst een paar woorden en zinnetjes uit je hoofd in de taal van het gastland en je bent ‘binnen’. 2 Oefen jezelf in het op een vriendelijke manier ‘nee’ zeggen, voor als je na een volle fietsdag een keer geen zin hebt in drukte. 3 Sprakeloos? Met het handzame ‘Ohne Wörter Buch’ van uitgeverij Langenscheidt communiceer je via tekeningen. Het werkt en mensen vinden het grappig. (ISBN 978-3-468-29838-7).
6. Manpower (M/V) Fietskilometers zijn schone kilometers. De brandstof bestaat uit onder andere pasta, fruit en water, zo nu en dan aangevuld met een sportdrankje of energiereep. De spieren doen het werk. Het afleggen van een traject op eigen kracht geeft een kick. Bovendien reis je relatief goedkoop en is je radius groter dan die van een wandelaar.
å De fietsen varen mee in het kleurrijke bootje.
Voetafdruk van een fietser Al fietsend belast je het milieu niet of nauwelijks. Zou je denken. Maar … hoe groot is de milieubelasting van het totaalplaatje van je reis? Dat vroegen ze zich ook af bij het NHTV Centre for Sustainable Tourism and Transport (onafhankelijk onderzoeks- en kennisinstituut binnen de Universiteit voor Toegepaste Wetenschappen in Breda). Hun onderzoeksrapport ‘Reizen op Grote Voet 2008’ verscheen in 2009. Belangrijkste conclusie: de milieubelasting van al ons gereis is groot, wordt groter en moet minder. Om een getal uit het rapport te noemen: de gemiddelde vakantie zou een 70 procent kleinere voetafdruk moeten achterlaten om als duurzaam te boek te staan. Voor het bereiken van dat doel is het zaak verre vakanties buiten Europa, vliegvakanties en hotelvakanties te beperken. Geen opzienbarende conclusies, want diep in zijn hart weet iedereen wel – ook ondergetekenden – dat een vliegreis naar Nieuw-Zeeland, hoe milieuvriendelijk je daar ook rondfietst, geen schoonheidsprijs verdient. Kortom; met het aantal vliegkilometers, vervliegt het positieve effect van het fietsen. Voor cijferfetisjisten: surf naar www. vakantievoetafdruk.nl. Hier staat ook
Het getal is de voetafdruk per vierkante meter. In absolute zin niet interessant, relatief gezien natuurlijk wel. En ook wel even slikken; met het vliegtuig naar Italië en daar vervolgens per huurauto rondtoeren is nog altijd bijna vier keer zo milieuvriendelijk als fietsen in Nieuw-Zeeland! Het is wellicht een goed idee waar mogelijk voor andere vormen van openbaar vervoer te kiezen of om binnen Europa te blijven. En het aller- allerbeste is je fietsvakantie beginnen en eindigen bij de eigen voordeur! Voetnoot (om het geweten lichtelijk te sussen?): vaak is de vakantie niet de enige fietsactiviteit. Wie thuis ook de fiets pakt om van en naar het werk en de supermarkt te geraken, om naar dat tuincentrum aan de rand van de stad te gaan of je lieve moeder met een bezoek te vereren, maakt in het alledaagse leven wel degelijk verschil. En blijft in blakende conditie …
Vliegen naar Nieuw-Zeeland, ter plekke met de fiets
28029
Vliegen naar Nieuw-Zeeland, ter plekke met de huurauto
32858
Fietsen naar en in Italië, geen vlucht
3469
Met de auto naar en in Italië, geen vlucht
6554
Vliegen naar Italië, ter plekke met de huurauto
7306
Vliegen naar Italië, ter plekke met de fiets
4945
Via onder andere www.greenseat.nl en www.treesforall.nl kun je achterhalen wat jouw vliegticket aan CO2-uitstoot oplevert en een bedrag betalen ter
18 |
de specifieke uitleg omtrent de betekenis en samenstelling van de cijfers. Om een indruk te geven toch een lijstje, met als uitgangspunt dat je slaapt in een trekkerstent en zelf kookt, voor de duur van twee maanden:
compensatie, waarvoor bomen worden aangeplant. Klimaatneutraal vliegen is het niet, maar alle beetjes helpen.
7. Terug naar de basis Tijdens een fietsreis draait het om simpele zaken: ‘Hoe blijf ik warm, droog, gezond, hoe hou ik de trappers draaiend?’ Het leven bestaat uit fietsen, eten en slapen. Mede hierdoor ontstaat vaak ruimte om over van alles na te denken. Op onverwachte momenten is daar ineens een heldere ingeving rond besognes van thuis. Ook in materiële zin is het bestaan ontdaan van veel franje. Ervaren is zo veel belangrijker dan bezit. Verbazingwekkend hoe makkelijk er valt te leven met de inhoud van vier of vijf fietstassen!
Fietstassen zijn niet van elastiek Als een windvlaag het zonnepetje van mijn hoofd waait, komt aan de overkant van de weg een enorme wolk struisvogelveren in beweging. Er zit een man in. Ik wil afstappen om de pet op te rapen, maar de verenbundel roept: ‘Wait!’ Hij snelt achter mijn hoofddeksel aan en komt hem met een brede grijns overhandigen. Ik bedank hem hartelijk en wijs op mijn fiets; geen plek, ik kan geen veren van je kopen. Hij moet lachen en laat me even voelen hoe zacht ze zijn.
4 TIPS 1 Werk als het gaat om kleding met laagjes. Met een fietsbroek, dun fleece en een goed waterdicht jack kom je een heel eind. 2 Voor een eenvoudig notitieboekje om je ingevingen op een rijtje te zetten, is altijd wel plaats. 3 Hou de meest voorkomende windrichting in de gaten en plan je (lijn)route er niet tegenin! 4 In veel landen kun je buienradars raadplegen op smartphone of tablet.
8. Verrassingen onderweg Niet alleen het gaan van A naar B is belangrijk, maar ook het genieten van de weg zelf. Waar backpackers vaak reizen om ergens te komen, fietsen fietsers om onderweg te zijn. Een afvinken van highlights verandert in een blijven ‘hangen’ op onverwachte, in de ogen van anderen misschien wel onbeduidende plaatsen, waar meestal geen toerist valt te bekennen. Er is tijd voor diepte en het uitpluizen van kleinschalige zaken. Het heeft iets weg van het rijgen van kostbare kralen aan een ketting. Nu eens een pauzeplek aan een meer, dan weer een gesprek op het dorpsplein, een zoektocht naar het graf van een gouddelver, een onvoorziene visstek of het melken van koeien met de boer uit de streek.
Vannacht slapen we aan zee. Een groep kinderen speelt een balspel op het strand. Ik hoor hun uitgelaten kreten en word er vrolijk van. | 19
¢ Ontmoeting met Amerikaanse medefietsers in Yukon: ‘Hoelang zijn jullie al onderweg?’
Een onverwacht bospad voert naar een plekje met honderden graven. Op sommige staat een steen. Er liggen Britten, NieuwZeelanders, Chinezen, Oostenrijkers, Schotten en Denen, allemaal ooit afgekomen op de roep van het goud.
9. Saamhorigheid De onderlinge band tussen fietsers is hecht. Of dit nu is met de mensen waarmee je vanuit huis bent vertrokken, of met medefietsers die je onderweg ontmoet, je staat elkaar bij, geeft raad, deelt lief, leed, water en bandenlichters. Hoe 20 |
zit het met de watervoorziening op de eerstvolgende camping? Is die onverharde weg verderop goed onderhouden, die helling zo zwaar als iedereen zegt? Vraag het een tegemoetkomende fietser en je hebt advies uit de eerste hand (vertrouw zeker geen automobilisten als het gaat om de afstand en zwaarte van de tocht). Een ontmoeting met een collegafietser is een feestje van herkenning, er wordt gestopt om bij te praten. De mate waarin andere fietsers het pad kruisen, hangt vanzelfsprekend af van het gebied. Er zijn populaire fietsbestemmingen en regio’s waar dagen voorbijgaan zonder iemand tegen te komen. Uitzondering: tegenliggers die dankzij meewind als een raket voorbijschieten, dienen te worden genegeerd.
Of we al plannen hebben voor de kerstdagen, vraagt ze.
Sommige medefietsers blijven je altijd bij. Neem nou Sigi en Seffie, een fietsstel uit Jeruzalem. Tijdens een zoektocht naar onze sokken in de laundry van een Tasmaanse camping komen we elkaar voor het eerst tegen. Het weer is nat en koud en we hebben alle vier net een pittige, maar prachtige dag klimmen achter de rug. Het klikt. Gedeeld afzien en genieten kweekt een band. De volgende ochtend fietsen ze ons achterop. ‘Over dertig kilometer volgt een mooi uitkijkpunt.
10. Opgestoken duimen
Wat vinden jullie ervan als we daar samen eten?’, vraagt Sigi. Een plek op de kaart wijst waar we elkaar zullen ontmoeten. Net als we denken ze te zijn misgelopen, duikt Sigi’s paarse fleecetrui op. We hoeven maar aan te schuiven voor een mix van een heerlijke, koosjere zalmlunch en spontane gesprekken midden in de natuur. Enkele dagen later nemen we afscheid als zij besluiten wat bij te verdienen met het plukken van fruit en wij verder fietsen naar Hobart.
11. Relatietest
‘Als jullie na die drie maanden nog steeds We zijn vandaag bejubeld, samenzijn, zit het wel bewierookt, er werd voor goed met de liefde.’ ons gesalueerd en een Samen met je lief rondfietsen – en met man riep vanuit zijn alle ups en downs die daarbij horen – is een ultieme houdbaarheidstoets voor je autoraampje: ‘You are relatie. Verschillen worden uitvergroot. doing well!’ En dat 24 uur per dag. Kun je thuis nog Soms is fietsen een ware oppepper voor het ego. Net als je in een gevecht bent verwikkeld met jezelf, klinkt een ‘Good on you!’. Het geeft de burger moed en kietelt de eigenwaarde.
enigszins langs elkaar heen leven, onderweg ontkom je niet aan elkaar. Hij wil slapen in kleine dorpen, met het liefst een cappuccino en een krantje in de ochtend. Zij zoekt liever de leegte op. Hij houdt van lekker knallen in een korte,
| 21
3 TIPS 1 Verdeel wat praktische zaken vooraf. Degene die thuis de financiën doet, waakt over het budget, de beste techneut overlegt met de fietsenmaker. 2 Respecteer elkaars tempo. 3 Geef elkaar de ruimte om er ook eens alleen op uit te trekken. steile klim, terwijl zij altijd in zo’n fijn ritme komt tijdens een lange, geleidelijke helling. Eten is voor hem van groot belang, op een karige avondmaaltijd van bonen-uit-blik knapt hij volledig af. En bij haar moeten ze niet komen aan de privacy, luidruchtige campingburen kunnen de sfeer tot op de bodem verzieken. Wie stapt op de herriemakers af? Wie regelt een lift bij onweer, repareert een losgeschoten spaak? Een toverformule is er niet. Het heeft alles te maken met leven met elkaars eigenaardigheden, kibbelen, het sluiten van compromissen en vinden van een balans tussen elkaar loslaten en zorgen voor elkaar. Lukt het binnen alle pieken en dalen plezier te hebben – het liefst op dezelfde momenten – dan kom je er sterker uit. Als een geolied koppel kom je thuis, het nagenieten duurt maanden, zo niet jaren. ‘Waar was dat ook alweer?’ ‘Weet je nog …’ Duizenden beelden en herinneringen maken voorgoed deel uit van je leven.
TIP (VOOR VROUWEN EN MANNEN) In een aantal landen, waaronder Australië en Nieuw-Zeeland, wassen ze hun kleding op lagere temperaturen en soms zelfs koud. Ter compensatie worden agressievere zeepproducten gebruikt dan wij thuis gewend zijn. Met als gevolg mogelijke huidirritatie. Zeker als je in je pas gewassen wielrennersbroek een lange dag in het zadel zit. Beperk de hoeveelheid zeep en het euvel is gauw verholpen. 22 |
10 redenen om je rijwiel thuis te laten (vooraf te besluiten) of in het ravijn te gooien (mocht het tegenvallen) 1. Tegenwind. Nog slapjes van de vorige dag, steekt een nieuwe muur op en er zijn nog zo veel kilometers te gaan. 2. Zadelpijn. Alhoewel hierin een prachtig excuus ligt besloten voor een weldadige massage. 3. Je partner fietst altijd harder dan jij. Aan de horizon verdwijnende fietskuiten kunnen erg ontmoedigen. 4. Hitte. Er zijn temperaturen die niet meer verantwoord zijn zo zonder airco. 5. Te veel kilo’s. Misschien is het een beter idee die spijkerbroek (beginnersfout!), extra pannenset of driedelige vogelencyclopedie te dumpen. 6. Klimpartijen die zo steil zijn, dat het voorwiel van de weg af komt. 7. Slecht wegdek. Kilometerslang gaten en van die nare ribbels, waardoor polsen bezwijken en kronen en bruggen rammelen in het gebit. 8. Meeliftende vliegen. Ze hebben het altijd gemunt op binnendringen in neus en oren. 9. Te lang, te saai, te recht die weg. Geestdodend. 10. Lekke band, afgebroken zadel en eraf floepende ketting. En dat allemaal op één dag.
¢ Bekijks bij het plakken van de zoveelste band.
Edele delen Voor mannen is er nog een prangende reden om de fiets in de wilgen te hangen: ze zouden impotent of onvruchtbaar raken van fietsen. Fabel of feit? Alles draait om het zogeheten perineum. Voorovergebogen op een smal zadel steunt de helft van het lichaamsgewicht op dat kleine gebied tussen de twee zitbeenderen in. En laten daar nu juist de bloedvaten en zenuwen lopen die in de knel kunnen raken! Toch valt het in de praktijk wel mee. Er zijn nauwelijks of geen fietsers met blijvende klachten. Het bekende ‘verdoofde kruis’ verdwijnt al snel na het afstappen. Ook over vruchtbaar-
heid hoeven mannen zich geen zorgen te maken. Fanatieke wielrenners beschikken weliswaar soms over minder en trager sperma, maar dat komt eerder door een hormonale onbalans die bij intensieve duursporten hoort. En ook dat effect is van tijdelijke aard. Wie desondanks iets aan het afknellen wil doen, koopt een ouderwets, ovaalvormig dameszadel. Zo’n zadel geeft minder druk, probleem opgelost. Al denken sommige mannen dat iedereen dan meteen ziet dat er ‘iets’ aan de hand is …
| 23
Pioniers Zo’n 150 jaar geleden wordt het rijwiel vrouwelijk mogelijk uit te zien. Het is uitgevonden. In het begin is fietsen met ondenkbaar om je als vrouw te hullen name een hobby voor de welgestelden. in comfortabele fietskledij. Maar vanaf 1920 komt de fiets binnen Daar trekt Aletta Jacobs zich weinig van het bereik van iedereen. Fietsen verlost aan. Deze voorvechtster van vrouwenje uit een plaatsgebonden isolement; je rechten, eerste vrouw die de universikunt er zonder al te veel moeite grote teit bezoekt en eerste vrouwelijke arts, dagafstanden mee overbruggen. pioniert ook op het gebied van fietsen. Is de fiets in eerste instantie in de ste- Zij deelt haar fietsenthousiasme met den populair om je ermee van werk echtgenoot Carel Gerritsen. Tijdens naar huis te begeven, later trekken hun tochten houden ze dagboeken bij, fietsers ook massaal het platteland in. bijvoorbeeld als ze in 1898 naar en in Het glimmende metaal dat soms met Groot-Brittannië fietsen. Het maakt hoge snelheid door het landschap zoeft, hen tot een van de eerste wereldfietveroorzaakt nogal onrust bij de boeren. sers. Het stel heeft een aantal gouden De koeien zouden slechte melk afle- tips voor degenen die in hun sporen veren en paarden zouden van schrik willen treden: op hol slaan. - Het zelf kunnen verhelpen van een Helemaal uit den boze zijn fietsende ‘puncture’ is erg handig. dames. We leven eind 19de eeuw in een - Een cyclometer is onmisbaar, je weet tijd waarin vrouwen worden geacht zo dagelijks welke afstand je hebt zich te beperken tot het zorgen voor afgelegd. manlief en de – liefst grote – schare kin- - Beperk je tot de hoofdwegen, want deren. Hun vruchtbaarheid, zo wordt kleinere weggetjes zijn zeer slecht verteld, staat op het spel en bovendien van kwaliteit. dienen zij zich in te snoeren om er zo En vergeet Annie ‘Londonderry’ Cohen Kopchovsky niet! Deze ondernemende dame stapt al in 1894 op de fiets voor een reis rond de wereld. Ze doorkruist Amerika, Europa, Afrika en Azië en pakt uiteindelijk in Japan de boot terug naar huis. Haar bagage? Naast haar rijwiel gaan extra ondergoed en een revolver mee. Terug bij haar man en drie kinderen voelt zij zich een ‘new woman, if that term means that I believe I can do anything that any man can do’, schrijft ze. De glorietijd van de fiets ligt in de jaren twintig en dertig van de 20ste eeuw. In 1937 en 1938 maakt Jan Cremer senior – jazeker, de vader van – een reis per fiets van Nederland naar Palestina. Als deze smid, koopman en elektricien weer eens reiskriebels krijgt, hangt hij
© Portret van Aletta Jacobs, geschilderd door Isaac Israels in 1920.
24 |
een bord aan de deur van zijn werk- ¢ Annie Londonderry ervaart hoe bevrijdend fietsen voor een vrouw kan zijn. plaats ‘voor onbepaalde tijd gesloten’. Zoon Jan vindt, jaren na zijn vaders dood, een zware zeemanskist vol opgetekende belevenissen. Samen met talloze foto’s worden deze deels gebun- Twentse streekgenoot en veel ervarener deld in het boek ‘Op de fiets de wereld reiziger Toon timide vraagt of hij misin’. Een andere fietsklassieker uit die schien zin heeft in een fietsreis naar tijd is ‘Met fiets en tent naar de Oriënt’ Palestina en Egypte, antwoordt deze: van Gerard Monnink. Hilarisch is de ‘Joa, dan konk wa metgoan. Wanneer?’ beschrijving van de eerste ontmoe- ‘Aanstaande zaterdag.’ Ook dat is geen ting tussen Monnink en diens fiets- punt. Geregeld. Op zaterdag 22 augusgezel Toon Damhuis. Als Gerard zijn tus 1936 vertrekken ze. | 25
INTERVIEW
Een kwestie van tijd
Het verschil tussen fietsen in de jaren zestig en zeventig en nu
N
elly en Henny Barelds hebben het nodige afgefietst op deze aardbol. En dat in een tijd waarin het nog geen gemeengoed is. Zeker niet buiten Europa. Hoe komen ze op het idee? Nelly vertelt:
‘Henny en ik ontmoeten elkaar in 1968 in Sydney. Niet echt een voor de hand liggende plaats voor een Staphorster en een Maastrichtse, maar we zijn onafhankelijk van elkaar met een jongerenemigratieprogramma naar Australië gegaan. Reislust en nieuwsgierigheid naar de wereld zit er kennelijk bij ons allebei al in. Ook hebben we wat fietsvakanties in Europa achter de rug, ik met een vriendin, Henny met een neef. Dat is in die dagen heel normaal, geld voor luxere vakanties is niet voorhanden. Maar ik krijg zo wel de smaak te pakken. Na een jaar werken en rondliften om Australië beter te leren kennen, borrelt het idee boven om met de fiets terug te gaan. Het voorstel komt van mij, als meisje droom ik er al van om naar Australië te fietsen. Henny heeft er ook wel oren naar en als een vriend besluit mee te gaan, krijgt hij er fiducie in. Voorbereiden is er niet bij, behalve het aanschrijven van een paar ambassades – één ervan antwoordt ‘er is ook busvervoer, hoor, jullie hoéven niet te fietsen!’ – en de aanschaf van de gids ‘Golden Guide of South East Asia’. De fietsen worden vanuit Nederland naar Singapore gestuurd, zodat we op het vasteland kunnen beginnen. Paar bruine canvas achterfietstasjes erbij, een stuurtas voor de camera’s en gaan.’ Hun fietsavontuur is begonnen. In zo’n 26 |
20.000 kilometer trekken ze huiswaarts van Singapore, via Maleisië, Thailand, Bangladesh, India, Pakistan, Afghanistan, Iran en Turkije naar Europa. Een aantal van deze landen zet je vandaag de dag niet bepaald boven aan je fietsverlanglijstje. Nelly: ‘Nee, dat klopt. Afghanistan doorfietsen is nu bijvoorbeeld onmogelijk. In 1969 kon dat heel goed. Het is dan een rustige tijd met een koning aan het bewind.
Alleen voor de Khyberpas heeft iedereen ons gewaarschuwd; veel te hoog, te eenzaam en te veel bandieten. Uiteindelijk wordt het een hele mooie rit en ook de bergen voor Kabul zijn weliswaar moeilijk, maar prachtig. In de plaatsen Jallalabad, Kandahar en Herat wanen we ons net in het land van Arretje Nof – stripboekjes die ze in die tijd verstrekken bij Calvé-producten, waarin een oosters fantasiefiguur de hoofdrol speelt. Stoere getulbande krijgers te paard, vrouwen in boerka en heel veel karavanen in de zuidelijke woestijn, waar we doorheen moeten trekken. Slapen gebeurt daar in karavanserais, dat zijn speciale halteplaatsen waar kamelen en hun begeleiders overnachten op de grote karavaanroutes, ook al zo
iets middeleeuws. Pauzeren doe je in duikers onder de weg. Een weg die overigens in goede staat is, deels aangelegd door Amerikanen en deels door Russen. De Russen stellen er wegwerkers bij aan. Dan zie je zo’n man staan die in alle eenzaamheid steentjes bij elkaar bezemt of schaarse polletjes begroeiing moet verwijderen. Zij zijn natuurlijk stomverbaasd als er fietsers opduiken. Een van hen gooit zijn armen in de lucht en begint luid te gillen als hij mij ziet. Een fata morgana, zo’n vrouw op de fiets! Dat is overigens wel het enige incident, voor de rest zijn de mannen uitermate beleefd en voorkomend. Als ik een keer denk ongezien in bikini in een rivier te baden en gauw onder water schiet bij het zien van een groepje
| 27
mannen, weten deze niet hoe snel zij discreet het hoofd af moeten wenden.’ Indertijd verloopt de communicatie met het thuisfront niet zo gladjes als nu. Er is geen sprake van mobiele telefonie, Skype of e-mail. Ze moeten daar in Staphorst en Maastricht lang wachten op nieuwe berichten. Een brief neemt gemiddeld een maand in beslag. Nelly kan er sappig over vertellen: ‘Als de postbode van Henny’s moeder weer eens met zo’n felbegeerde enveloppemet-inhoud op de stoep staat, vraagt hij: ‘Woa bint ze nou, vrouw Barelds?’ De brieven worden zorgvuldig opgeborgen, want ze vormen tezamen het reisverslag. Wie wil reageren, stuurt op zijn beurt een handgeschreven epistel naar een Nederlandse ambassade, want poste restante laat vaak te wensen over.’ ‘Een ander groot verschil is, dat er veel minder verkeer is dan nu, en je dus vrijwel overal van de hoofdwegen gebruik kan maken. Hierdoor kan je goed uit de voeten met plaatselijke kaarten, je sprokkelt ze ter plekke bij elkaar. Daarnaast is er de dagelijks terugkerende zoektocht naar een slaapplaats. In grote steden kom je wel backpackers tegen, die adressen uitwisselen, maar in dorpen zie je ze nooit. Ook naar de kwaliteit van de wegen is het vaak gissen. In
28 |
India komen we een Duits koppel tegen dat in tegengestelde richting fietst, zodat we elkaar wederzijds met kaarten en informatie kunnen helpen. In Iran rijdt een Japanner een tijdje met ons op. Alleen spreekt hij geen woord over de grens, waardoor het bij glimlachen blijft. Bovendien is hij zo zwaar bepakt, dat hij beduidend langzamer vooruit komt, dus die vreugde is van korte duur.’ In die dagen is fietsen in verre landen op zijn minst opmerkelijk, de fietser een rariteit. ‘Kan je nagaan, we zijn kennelijk zo uitzonderlijk, dat we wel eens opduiken in het wereldnieuws’, zegt Nelly hierover. ‘Zo stappen we een keer in een dorp bij een Nederlandse arts binnen die net over ons op de Wereldomroep heeft gehoord. Het ambassadepersoneel is ook altijd even hartelijk, vooral omdat we ze van tevoren schrijven dat er post voor ons naar hen onderweg is. Hoe vaak we daar wel niet zijn aangeschoven voor een dinertje … En er verschijnen krantenartikelen over ons in landen die we passeren. Zoiets zal nu niet meer zo snel gebeuren. Het is gewoner geworden. Toch is het fietsen zelf niet wezenlijk veranderd.’ Die vlieger gaat niet op voor het materiaal. Nelly en Henny hebben veel, heel veel moeten repareren onderweg. Het
is vaste prik. Tegenwoordig fiets je duizenden kilometers zonder pech en dat is een stuk aangenamer. Zij rijden hun grote fietsreizen destijds bijna allemaal op randonneurs met hele dunne banden. Niet ideaal, met name op slechtere wegen. Talloze keren breken de spaken. De tegenwoordige antilekbanden stemmen Nelly vrolijk: ‘Wat een verademing, stel je voor, in de jaren zeventig in Afrika hebben we soms over de dertig lekke banden per dag door doorns op de weg. Tijdens onze laatste grote reis door China slechts twee lekken in drie maanden! Flessenwater is ook niet te krijgen. Meestal vullen we onze bidons met thee. Die eerste reis zitten we zonder kooktoestel en dat is vooral in India een groot probleem, omdat daar weinig restaurantjes zijn. Het is geen uitzondering als we met alleen bananen als proviand vertrekken. Gelukkig kunnen we in Iran een kleine primus kopen.’ ‘Al met al hebben wij weinig sores op onze reizen. En een gebroken achterwiel levert een leuke avond op bij een plaatselijke fietsenmaker. Een gebroken voorvork is lastiger, een van ons moet met de bus naar de stad om hem te laten lassen, de ander blijft achter met alle spullen. Maar ook dan heeft het een warme ervaring tot gevolg, want de mensen openen de school zodat de achterblij-
ver alvast kan gaan slapen. Met ziekte zijn we gelukkig weinig geconfronteerd. Behalve die keer dat Henny geelzucht oploopt in Iran door het slechte eten. Ik ben dan natuurlijk degene die in zijn uppie de straat op moet om aan medicijnen te komen. Het lukt niet doordat ik van alle kanten door mannen word belaagd. Ik moet halsoverkop terug naar ons hotel. En in Sudan zijn we bijna de gevangenis in gevlogen. Het is er toentertijd verboden het noordelijke woestijndeel te bereizen. Als Henny zich dan tegen een politieman die ons met fietsen-al aanhoudt laat ontvallen, dat het er niet veel wegheeft van een vrij land, volgt een woede-uitbarsting. Onze fietsen worden in beslag genomen en wij worden op de trein gezet.’ Alle lekke banden, knappende spaken en benarde momenten weerhouden Nelly en Henny er niet van opnieuw in het zadel te stappen. Na die eerste reis vertrekken ze in 1972 weer op de fiets, nu om Oost-Europa, Afrika, Zuid- en NoordAmerika te leren kennen. Later doorkruisen ze met hun gezin heel Europa en ook daarna blijft het fietsen rond de globe bij hun leven horen. Duitsland, Cuba, Tunesië, Oekraïne, Sumatra … ‘Tot we echt te oud zijn om in verre landen te fietsen’, aldus Nelly.
WAAROM FIETSEN VOLGENS NELLY EN HENNY • Je leert de wereld kennen. • Je leert relativeren. • Je kijk op de wereld wordt positiever, je ziet dat alle ellende uit de kranten maar een deel is van het geheel en soms knap is overdreven. • Het conditie opbouwen gaat al fietsend vanzelf. • Mensen treden de fietser overal prettig tegemoet. • Je leert omgaan met tegenslagen, want die horen erbij. • Je krijgt een inkijkje in hoe andere culturen die van jou zien.
| 29
From: Pim en Marja To: Vrienden en familie Subject: Toprit
Lieve allemaal, Gezond en wel zijn we aanbeland in het toeristische mekka van Nieuw-Zeeland: Queenstown, een uit de krachten gegroeid dorp met dure motels en een service in restaurants die erop is gericht klanten zo snel mogelijk de deur uit te werken. Kassa. Elders is dat niet zo, het tempo is rustiger, de mensen zijn uiterst behulpzaam en minder in aantal. Wij verblijven graag Elders. Dat voerde ons hiervoor naar de meest zuidelijke stad in NZ, Invercargill, waarvan een inwoner vertelde dat de rest van het land denkt dat er ijsberen in de tuinen lopen. Zuidelijker fietsen kon niet, tenzij je via een ketting van kleine eilanden richting Antarctica hopt. Dus trappen we nu weer in noordelijke richting, waar gisteren een werkelijke toprit op het programma stond. We schakelen een zekere Alan in om ons met fiets en al in the middle of nowhere te droppen. Hij haalt ons op met zijn 4WD en stelt zich voor: ’De mensen van onze organisatie doen voornamelijk groepstochten. I do the weird stuff.’ Kennelijk zijn wij dat. Stel je een outdoorman voor en je ziet Alan; ruige baard, vilten cowboyhoed, houthakkersbloes en knalblauwe, scherpe ogen. Hij vist een groezelig stuk rekverband van de achterbank om de fietsen mee vast te binden. ‘Zo, dat deel van de EHBO-kit is gebruikt. Laten we hopen geen ongelukken te krijgen.’ Hij zal ons afzetten op een onverharde binnenweg langs de Mavora Lakes, vandaar fietsen we verder. Het is een gebied waar veel Lord-of-the-Ringsfilmopnames zijn gemaakt. Herinneren jullie je het shot van de nasmeulende
30 |
orks? (Sorry, even geen florissanter voorbeeld voorhanden.) Dat was hier. ‘Ze gebruikten er grote gasbranders voor’, vertelt Alan. ‘En naderhand werd minutieus gecontroleerd of ze de natuur onaangetast achter lieten. Geen graspol mocht de dupe worden.’ Zodra we de verharde weg verlaten, wordt het prachtig. Tot twee keer toe krijgen we een kudde schapen voor de wagen en Alan crost door de eerste van een aantal rivieren die we moeten passeren. ‘Deze is het diepst. De rest kun je goed over met de fiets. Tenminste, ik gelóóf dat dit de diepste is.’ Aan de overkant stappen we uit en laden de fietsen af. Bagageberg op de grond ernaast. ‘Thanks!’ ‘My pleasure!’ Hij keert – splash door het water – en rijdt weg. Alleen op de wereld, we gaan op in een brede vallei, geschapen door een gletsjer en een rivier, waarvan de laatste het hele gebied heeft doorgekronkeld. Rotsen in alle denkbare kleurschakeringen van diepbruin tot grijs en zwart, verstopte plekjes sneeuw bovenop, goudgeel tussockgras eronder. Zon en schaduw spelen een spel in alle richels, nu eens veraf, dan weer dichterbij, afhankelijk van de mate waarin de vallei zich opent en sluit. Een afdaling door canyons voert naar een etage lager, die groener is. Met het zakken verschijnen bomen en struiken en klinken weer vogelgeluiden. Lager en lager. De geciviliseerde wereld breekt door; loslopende koeien, een eerste schapenschuur, een wei en uiteindelijk het blauw van Lake Wakatipu. Het mondaine Queenstown ligt aan de overkant. Wat een contrast! We worden er tot diep in de nacht getrakteerd op een er lustig op los hakkende deejay en een bovenbuurman die zo dronken is dat hij de juiste deur niet meer vindt. Vanaf straat klinkt the ‘f-word’ in een frequentie waarbij Gordon Ramsey verbleekt. We gaan zo pakken, snel weer naar Elders … Alle goeds voor iedereen, Pim en Marja
| 31