Skip to main content

9789401452649

Page 1

ECONOMIE VANDAAG


eCampus LEARN

GA AAN DE SLAG MET DE ONLINE STUDIEHULP Gebruik je unieke code om je te registreren op www.economievandaag.be 3

PRIJSVORMING

Zolang de collectieve vraag- en aanbodcurve niet verschuift, blijft de evenwichtsprijs echter onveranderd. In hoofdstuk 1, 1.2.4 zagen we dat een verschuiving van de collectieve vraagcurve o.a. het gevolg kan zijn van een verandering van:  de preferenties van de vragers,  de prijzen van andere goederen,  de inkomens van de vragers,  het aantal vragers.

Hiermee heb je voor het academiejaar 2018-2019 gratis toegang tot de online studiehulp met oefeningen,

Veronderstellen we dat er een reële inkomensdaling optreedt (bv. in periodes met hoge werkloosheid). Hierdoor verschuift de collectieve vraagcurve naar links. Bij alle prijsniveaus vraagt men daardoor minder dan voorheen. Als gevolg hiervan daalt de evenwichtsprijs van 0,75 EUR naar 0,50 EUR. De evenwichtshoeveelheid daalt dan van 12 000 eenheden naar 7 000 eenheden (cf. figuur 3.2).

figuren en een digitale versie van het boek.

FIGUUR 3.2 P (x EUR) 1,25

Voor de student     

  

Stel je eigen cursus samen en vul aan met eigen tekst-, video- en beeldmateriaal Maak klasgroepen aan en wijs opdrachten toe aan je studenten Volg de vooruitgang van je studenten op en ontdek waar de moeilijkheden zitten Bekijk de laatste geactualiseerde cijfers in het digitale boek

E1

0,75

Meer dan 500 zelftoetsen met automatische feedback Meer dan 100 opgaven, volledig begeleid uitgewerkt Interactieve grafieken en figuren met didactische ondersteuning E-book: studeren, notities nemen, markeren en delen Toegang tot het meest actuele cijfermateriaal in één klik

Voor de docent

A

1,00

Figuur 3.2 Wijziging in het marktevenwicht bij volkomen concurrentie naar aanleiding van een verschuiving van de collectieve vraagcurve naar links.

-

E2

0,50

V1

0,25 V2 0

1

5

7

-

12

15 16

18

20

Q (x 1 000 eenheden)

In hoofdstuk 2, 2.6.4 zagen we dat een verschuiving van de collectieve aanbodcurve o.a. het gevolg kan zijn van een verandering van:  de productiviteit,  de prijzen van de productiemiddelen,  het aantal aanbieders. Als voorbeeld voor een verandering aan de aanbodzijde nemen we een productiviteitsstijging van de arbeiders. Hierdoor verschuift de collectieve aanbodcurve naar rechts. Bij alle mogelijke prijzen biedt men dus meer aan. Als gevolg hiervan daalt de evenwichtsprijs van 0,75 EUR naar 0,50 EUR en stijgt de evenwichtshoeveelheid van 12 000 eenheden naar 15 000 eenheden (cf. figuur 3.3).

90

Economie Vandaag 2018

Figuur 3.2 Wijziging in het marktevenwicht bij volkomen concurrentie naar aanleiding van een verschuiving van de collectieve vraagcurve

TOET TS JEZE E LF

WAAR ST


WAAR STA JE?

STUDEER EFFICIËNTER DOOR HET BOEK TE COMBINEREN MET DE ONLINE STUDIEHULP 

Grasduin door de meest actuele economische cijfers

ZELF DOEN 

Ontdek of je volledig mee bent met de leerstof

TOETS JEZELF 

WAAR STA JE?

TX.X

Oefen de leerstof online in

OPGAVEN 

ACTUELE DATA

ZX.X

MET UITWERKING

Krijg meer inzicht in de figuren uit het boek dankzij een interactieve, stapsgewijze uitleg

OX


Uitgeverij Academia Press Coupure Rechts 88 Ampla House 9000 Gent www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ISBN 978 94 014 5264 9 D/2018/45/190 NUR 780 Ivan De Cnuydt & Sonia De Velder Economie Vandaag 2018 Gent, Academia Press, 2018, XVI + 389 p. Vormgeving: Goedhart Ontwerp & Jurgen Leemans Grafieken en illustraties: Jeroen van Ingen Š Ivan De Cnuydt, Sonia De Velder & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


INHOUD

Woord vooraf XIV

00

Inleiding 1 0.1

Het doel van de economische wetenschap 2 0.1.1 Behoefte 2 0.1.2 Schaarse middelen 3 0.1.3 Nuttigheid en keuzeprobleem 3

0.2

Welvaart en welzijn 4

0.3

Soorten goederen 5

0.4

Consumptie en productie 7

0.5

De methode 8

0.6

De ceteris paribus-clausule 8

0.7

Micro-, meso- en macro-economie 8

Wat moet je weten 10 Wat moet je kunnen 11

01

Consumenten 13 1.1

De keuze van de optimale goederencombinatie (= evenwicht van de consument) 14 1.1.1 1.1.2

1.2

De preferenties 14 Budget en prijzen 16 Het opstellen van de budgetlijn 16 Gevolgen van inkomensveranderingen 17 Gevolgen van prijsveranderingen 18

De prijsvraagcurve 19 1.2.1 De aeiding van de individuele vraagcurve 19 1.2.2 Een beweging langs de individuele vraagcurve 21 1.2.3 Verschuivingen van de individuele vraagcurve 21 Veranderingen in het inkomen 21 Veranderingen in de preferentieschaal 23 Veranderingen in de prijs van andere goederen 23 1.2.4 De collectieve of marktvraagcurve 25

1.3

De elasticiteit van de vraag 28 1.3.1 De prijselasticiteit van de vraag 28 1.3.2 De kruiselingse prijselasticiteit van de vraag 32 1.3.3 De inkomenselasticiteit van de vraag 34

1.4

Het consumentengedrag in BelgiĂŤ 37 Het bestedingspatroon van de Belgische particulieren 37 Evolutieschets van de particuliere consumptie 2011-2017 37 Het bestedingspatroon van de Belgische gezinnen: een vergelijkende studie 38 1.4.2 Het spaargedrag van de Belgische particulieren 40 Begrip 40 1.4.1

Economie Vandaag 2018

V


INHOUD

Factoren die het spaargedrag van de gezinshuishoudingen bepalen 41 Factoren bepalend voor het spaargedrag op lange termijn 41 Factoren bepalend voor het spaargedrag op korte termijn 43 Verloop van de spaarquote van de Belgische huishoudens (2011-2017) 43

1.5

Meting van de prijzen, de consumptieprijsindex 45 1.5.1

Voorwaarden waaraan de consumptieprijsindex als inatiemeter moet voldoen 45 1.5.2 De consumptieprijsindex 48 Wat moet je weten 50 Wat moet je kunnen 51 Opgaven 51

02

Producenten 53 2.1

De bepaling van de optimale productiegrootte 54

2.2

De wet van de toe- en afnemende meeropbrengst 55

2.3

Het kostenverloop 58 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4

De totale constante kosten 58 De totale variabele kosten 60 De totale kosten 62 De gemiddelde en marginale kosten 63

2.4

Het opbrengstenverloop bij volkomen concurrentie 66

2.5

De optimale productiegrootte bij volkomen concurrentie (= evenwicht van de producent) 69

2.6

De afleiding van de aanbodcurve bij volkomen concurrentie 72 2.6.1 2.6.2 2.6.3 2.6.4

De individuele aanbodcurve 72 Een beweging langs de individuele aanbodcurve 75 Verschuivingen van de individuele aanbodcurve 76 De collectieve of marktaanbodcurve 76

2.7

De breakevenanalyse 78

2.8

De prijselasticiteit van het aanbod 80

Wat moet je weten 83 Wat moet je kunnen 84 Opgaven 84

03

Prijsvorming 85 3.1

Markt en marktvormen 86

3.2

De volkomen concurrentie 87 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4

VI

Economie Vandaag 2018

Kenmerken 87 Het marktevenwicht bij volkomen concurrentie 88 Dynamische vraag- en aanbodrelaties (= spinnenwebtheorema) 91 Ingrijpen van de overheid in de prijsvorming 92


INHOUD

3.3

De onvolkomen concurrentie 94 3.3.1 Het monopolie 95 Kenmerken 95 Het evenwicht van de monopolist 96 3.3.2 Het oligopolie 100 Kenmerken 100 Het evenwicht van de oligopolist 101 3.3.3 De monopolistische concurrentie 102 Kenmerken 102 Het evenwicht van de monopolistische concurrent 103

3.4

Het prijsbeleid in België 104

3.4.1 Het rechtstreeks overheidsingrijpen op het gebied van prijsvorming 105 3.4.2 Bijzondere prijsregelingen 106 Wat moet je weten 107 Wat moet je kunnen 108 Opgaven 108

04

Macro-economische grootheden 109 4.1

De economische kringloop 110

4.2

De berekening van de economische activiteit 111 4.2.1 ‘Bruto’ en ‘netto’ 111 4.2.2 ‘Tegen marktprijzen’ en ‘tegen factorprijzen’ 116 4.2.3 ‘Nationaal’ en ‘binnenlands’ 120

4.3

Het reële en het nominale bbp 125

4.4

Het bbp als maatstaf voor onze welvaart 126

4.5

De nationale rekeningen 128 4.5.1 De praktijk 128 4.5.2 De betekenis van de nationale rekeningen 129

4.6

Macro-economische gegevens van de Belgische economie 130

4.6.1 De oorsprong van het bruto binnenlands product volgens de activiteitsklasse 131 4.6.2 De verdeling van het bruto binnenlands product over de productiefactoren 132 4.6.3 De besteding van het bruto binnenlands product 133 De particuliere consumptie 133 De overheidsconsumptie 134 De brutokapitaalvorming 134 De investeringen van vennootschappen 134 De particuliere investeringen 135 De overheidsinvesteringen 135 De netto-uitvoer 135 Wat moet je weten 136 Wat moet je kunnen 137 Opgaven 137

Economie Vandaag 2018

VII


INHOUD

05

Nationaal inkomen en werkgelegenheid 139 5.1

De hoogte van het nationaal inkomen 140 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6

5.2

De macro-economische consumptie- en spaarvergelijking 140 De investeringsvergelijking 142 Het evenwichtsinkomen 143 De investeringsmultiplicator 145 De accelerator 148 De hoogte van het nationaal inkomen en de tewerkstelling 149

De arbeidsmarkt 155 5.2.1 Aanbod van arbeidskrachten 155 5.2.2 Vraag naar arbeidskrachten 158 Meer werkgelegenheid in BelgiĂŤ 159 Europa 2020-strategie 159 Stijging werkgelegenheidsgraad blijft beperkt 160 5.2.3 Werkloosheid over de periode 2011-2017 163 5.2.4 De werkloosheid: soorten en oorzaken 169 5.2.5 Bestrijding van de werkloosheid 170

5.3

Concurrentievermogen, loonvorming en innovatie 173

5.3.1 Concurrentievermogen 173 5.3.2 Loonvorming 175 Het principe van de Belgische loonindexering 176 Centrale akkoorden voor de bepaling van de loonnorm 178 5.3.3 Innovatie 180 Doelstellingen 180 Instrumenten om innovatie-voortgang te meten 181 Wat moet je weten 183 Wat moet je kunnen 184 Opgaven 184

06

Geld, monetair beleid en inflatie 185 6.1

Het geld 186 6.1.1 Functies van het geld 186 6.1.2 Betalingsverkeer vandaag 186 Het chartaal geld 186 De munten (= metaalgeld) 186 Het papiergeld 188 Het giraal geld 188 Het quasi-geld 191 6.1.3 Geldsubstitutie - geldschepping 192 6.1.4 Vraag naar en aanbod van geld 194 Vraag naar geld 194 Aanbod van geld 194 De vermogensmarkt 195 6.1.5 Het monetaire evenwicht 195

VIII

Economie Vandaag 2018


INHOUD

6.2

De monetaire politiek van het eurosysteem 197 6.2.1 Doelstelling en taken 197 6.2.2 De monetaire beleidsinstrumenten 200 De openmarktoperaties 200 De permanente faciliteiten 203 De monetaire reserve 204

6.3

Het inflatieverschijnsel 204

6.3.1 Begrip 204 6.3.2 Oorzaken van inflatie 205 Conjuncturele oorzaken van inflatie 205 Structurele oorzaken van inflatie 205 Monetaire oorzaken van inflatie 206 6.3.3 Gevolgen van inflatie 206 6.3.4 Bestrijding van inflatie 208 6.3.5 De inflatie 2011-2017 209 6.3.6 Deflatie? 211 Wat moet je weten 213 Wat moet je kunnen 214 Opgaven 214

07

Internationaal betalingsverkeer 215 7.1

De wisselmarkt 216 7.1.1 Begrip 216 7.1.2 De hoogte van de wisselkoers 217 De vraag naar en het aanbod van vreemde valuta’s 217 Hoe ontstaat de wisselkoers? 218 Factoren die de vraag naar en het aanbod van vreemde valuta’s bepalen 219 7.1.3 Wisselkoerssysteem 223 7.1.4 Van Bretton Woods… 227 7.1.5 …tot Economische en Monetaire Unie (EMU) 228 Van EMS naar EMU 228 De Economische en Monetaire Unie 229 1999 en later 229 Argumenten pro en contra EMU 229 EMS-II 231 De euro: waardige tegenspeler van de Amerikaanse ‘greenback’? 232 7.1.6 Naar een sterkere eonomische en monetaire unie 233 Bankenunie 233 Economische unie 234 Begrotingsunie 235 Wetgeving 235 Begrotingssolidariteit: noodfinanciering en nieuwe mechanismen voor crisisbestrijding voor eurolanden 238

7.2

De betalingsbalans 239 7.2.1 Begrip 239

Economie Vandaag 2018

IX


INHOUD

7.2.2 De deelrekeningen van de betalingsbalans van België 240 Het lopend verkeer 240 Het kapitaal- en financieel verkeer 243 7.2.3 Evenwicht op betalingsbalansen wereldwijd verstoord 243 7.2.4 Oorzaken van een betalingsbalansonevenwicht 245 Oorzaken van conjuncturele aard 245 Oorzaken van structurele aard 246 Oorzaken van toevallige aard 246 7.2.5 De gevolgen van een betalingsbalansonevenwicht 247 7.2.6 Het herstel van het evenwicht op de betalingsbalans 248 Volgens de klassieke leer (= prijsbenadering) 248 Volgens de keynesiaanse leer (= inkomensbenadering) 249 Volgens de moderne theorie 249 Het voeren van een aangepaste handelspolitiek 249 Het voeren van een aangepast monetair, budgettair, productie- en/of inkomensbeleid 249 Het devalueren van de nationale munt 250

7.3

Mondiale samenwerking: internationaal betalingsverkeer 250 7.3.1 Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) 250 7.3.2 De Wereldbank (World Bank) 253

7.4

Internationale beleidscoördinatie 253

Wat moet je weten 256 Wat moet je kunnen 257 Opgaven 258

08

Internationaal handelsverkeer 259 8.1

Betekenis en beschrijving van het Belgische handelsverkeer 260 Internationale context 260 De invoer- en de uitvoerquote 261 De openheidsgraad 261 8.1.2 De buitenlandse handel van België 2011-2017 262 Globale resultaten 262 Geografische oriëntaties van de buitenlandse handel van België 263 Sectorale oriëntaties van de buitenlandse handel van België 265 De nettoruilvoet (= terms of trade) 265 8.1.1

8.2

De werking van het systeem van vrij internationaal handelsverkeer 266 8.2.1 8.2.2 8.2.3 8.2.4

8.3

De theorie van A. Smith: absolute kostenverschillen 266 De theorie van D. Ricardo: relatieve kostenverschillen 267 De voordelen van de internationale vrijhandel 269 Ongebreidelde vrijhandel of toch niet? 270

Handelspolitiek 272 8.3.1 Tarifaire belemmeringen 272 8.3.2 Niet-tarifaire belemmeringen 273

X

Economie Vandaag 2018


INHOUD

8.4

Mondiale samenwerking: internationaal handelsverkeer 273 8.4.1 De Wereldhandelsorganisatie (WTO) 273 8.4.2 De United Nations Conference on Trade and Development (Unctad) 276 8.4.3 De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) 277

8.5

Vormen van economische integratie 277 8.5.1 8.5.2 8.5.3 8.5.4 8.5.5

8.6

Vrijhandelszone 278 Douane-unie 279 Gemeenschappelijke markt 280 Economische unie 281 Monetaire unie 283

Ontwikkelingslanden 286

8.6.1 Enkele kenmerken van ontwikkelingslanden 286 Wat is een ontwikkelingsland? 286 Inkomen als ontwikkelingsmaatstaf 286 Alternatieve maatstaven van maatschappelijk welzijn 291 8.6.2 Een aantal oorzaken van het lager ontwikkelingstempo van veel ontwikkelingslanden 294 Koloniale uitbuiting en politiek-economische dominantie van de rijke industrielanden 294 Politieke instabiliteit inclusief een slecht functionerend openbaar bestuur 294 Ontbreken of onvoldoende beschikbaar zijn van een of meer productiefactoren 294 8.6.3 Evolutie in het ontwikkelingsbeleid 296 8.6.4 De ofďŹ ciĂŤle ontwikkelingshulp (DAC-leden) 298 8.6.5 De Millenniumontwikkelingsdoelen van de VN 300 Wat moet je weten 301 Wat moet je kunnen 302 Opgaven 302

09

Conjunctuur, groei, milieu en duurzame ontwikkeling 303 9.1

De conjunctuur 304 Beschrijving 304 De conjunctuurbeweging 304 Indicatoren van de economische activiteit 305 Het bbp 305 Andere conjunctuurindicatoren 306 9.1.2 Verklaring 309 Exogene verklaringen 309 Endogene verklaringen 310 9.1.3 De conjunctuurpolitiek 312 9.1.1

9.2

De economische groei 313 9.2.1 Begrip 313 9.2.2 Determinanten van de groeibeweging 313 9.2.3 De voor- en nadelen van de economische groei 314

Economie Vandaag 2018

XI


INHOUD

9.3

Milieu 315 9.3.1 Wereldwijde ongelijkheid in beslag op het milieu 315 9.3.2 Het milieubeleid 319 Milieuinstrumenten 319 Nationaal en regionaal milieubeleid 320 Internationaal milieubeleid 321 Van Kyoto... 322 ...naar het Akkoord van Parijs 322 Wat doet EU intussen? 325

9.4

Duurzame ontwikkeling: groei en milieu 328

9.4.1 Wat is duurzame ontwikkeling? 328 9.4.2 Naar een meer duurzame maatschappij? 329 9.4.3 Duurzame Ontwikkelingsdoelen 330 Wat moet je weten 335 Wat moet je kunnen 336 Opgaven 336

10

Overheid 337 10.1 Overheidstussenkomst of toch niet? 338 10.2 Doelstellingen van de economische politiek 339 10.3 Vormen van economische politiek 342 10.4 De overheidsfinanciën 342 10.4.1 De overheidsbegroting 342 10.4.2 Het budgettair beleid (= fiscal policy) 343 10.4.3 De overheidsuitgaven 346 Begrip 346 Een terugblik 346 Recente evolutie 346 De vergrijzing 348 Vooruitzichten voor de vergrijzing in België 348 Wat kost ons de vergrijzingsfactuur? 349 Welk antwoord op de vergrijzing? 350 Armoede 351 Hoe wordt armoede in de EU gemeten? 351 Hoeveel mensen lopen een risico op armoede en/of sociale uitsluiting? 353 Hoe wordt armoede in België bestreden? 357 10.4.4 De ontvangsten van de overheid 357 Begrip 357 Een terugblik 357 Recente evolutie 358 10.4.5 Het financieringssaldo van de overheid 360 Begrip 360 Een terugblik 360 Evolutie sinds begin de jaren tachtig 360 10.4.6 De overheidsschuld en het rentesneeuwbaleffect 363

XII

Economie Vandaag 2018


INHOUD

Samenstelling van de overheidsschuld 363 Een terugblik 364 Recente evolutie 364 Wat moet je weten 367 Wat moet je kunnen 368 Opgaven 368 Lijst van symbolen 369 Lijst van afkortingen 369 Lijst van ďŹ guren 373 Lijst van tabellen 375 Bronnenlijst 375 Enkele nuttige internetsites 381 Index 383 Herkomst van de illustraties 389

Economie Vandaag 2018

XIII


WOORD VOORAF

Economie Vandaag is een handboek Algemene Economie voor het Hoger Onderwijs dat als voornaamste uitgangspunt heeft een brug te slaan tussen economische theorie en actualiteit. In dit boek verwerft de student op een gestructureerde wijze kennis van en inzicht in het economisch leven en zijn samenhangen. Het boek is gestructureerd rond tien belangrijke kernthema’s:          

Consumenten Producenten Prijsvorming Macro-economische grootheden Nationaal inkomen en werkgelegenheid Geld, monetair beleid en inflatie Internationaal betalingsverkeer Internationaal handelsverkeer Conjunctuur, groei, milieu en duurzame ontwikkeling Overheid

Dit handboek biedt de meest complete en uitgebalanceerde inleiding tot het opleidingsonderdeel Economie in het hoger onderwijs.

Economie Vandaag: modulair In het snel veranderende landschap van het hoger onderwijs dienen keuzes te worden gemaakt, ook en vooral in een opleidingsonderdeel Economie. Het is niet mogelijk en niet wenselijk alles te behandelen. Uit de jarenlange ervaring blijkt dat sommige docenten bv. meer de nadruk leggen op een micro-economische aanpak, anderen willen een macro-economische weg inslaan. Afhankelijk van de voor de specifieke opleiding geformuleerde leerdoelstellingen kan men hierbij minder ver of nog verder gaan. In sommige opleidingen kunnen grafieken en berekeningen achterwege gelaten worden. De modulaire opbouw van het handboek Economie Vandaag komt hieraan tegemoet. Ieder onderdeel staat op zich. De docent kan zelf kiezen welke onderdelen hij wel of niet uitgebreid wenst te behandelen. Waar nodig kan door interne verwijzing en door gebruik van het register onmiddellijk het verband gelegd worden met andere onderdelen die niet uitgebreid in de les kunnen worden behandeld. Zo biedt het boek kansen tot zelfstudie of tot verdere verdieping maar evenzeer tot beperking of inkrimping van de leerstof. Via het dashboard op www.economievandaag.be kan de docent een kant-en-klaar digitaal boek samenstellen volledig op maat van zijn studenten. De docent kan dit

XIV

Economie Vandaag 2018

digitaal boek bovendien verrijken met toetsen, video- en beeldmateriaal… Zo zien de studenten perfect wat ze moeten kennen en kunnen.

Economie Vandaag: actueel De economische realiteit verandert vlug, dat is het voorbije jaar nog maar eens gebleken. De noodzaak om de theorie aan de praktijk te toetsen is bijgevolg bijzonder groot. Economie Vandaag kent een jaarlijkse actualisatie en neemt de meest recente cijfers op, die tot net voor publicatie nog worden aangepast. In het digitale boek op www.economievandaag.be zijn talrijke links aangebracht zodat één klik volstaat om toegang te krijgen tot het meest actuele cijfermateriaal. Bovendien krijgt het digitale boek in de loop van de maand februari een update van cijferreeksen. Daardoor kunnen we steeds inspelen op nieuwe tendensen, die economie precies tot een boeiend vak maken. Heel wat cijfermateriaal is overigens uniek. Tal van economische en financiële instanties verlenen hieraan hun medewerking.

Economie Vandaag: didactisch De gestructureerde aanpak maakt het mogelijk om de te verwerven competenties te behalen en de reeds verworven competenties verder uit te diepen. Kernwoorden in de marge van het boek bouwen verder op de gestructureerde aanpak. Economie Vandaag stimuleert de zelfwerkzaamheid van de studenten. Iedere module eindigt met een overzicht van wat de student moet weten en wat hij moet kunnen. Opgaven en zelf doen helpen de student daarbij. Via een ‘toets jezelf’module op www.economievandaag.be kan de student steeds zijn eigen vooruitgang in kaart brengen. Online studiehulp (dynamische grafieken, (uitgewerkte) opgaven met digitale begeleiding…) vertrekt vanuit de didactiek om te kunnen inzetten in het leerproces. Vooral bij de voorbereiding van het examen blijken deze dynamische grafieken, (uitgewerkte) opgaven en ‘toets jezelf’ in een behoefte te voorzien. Het dashboard biedt een overzichtelijke weergave van alle resultaten. Zo ziet u in één oogopslag de voortgang van iedere student. Docenten die het boek gebruiken kunnen beschikken over een docentenpakket met ondersteunend materiaal.


WOORD VOORAF

Economie Vandaag: fris en jong Economisch onderwijs mag best in een aantrekkelijk kleedje zitten. De auteurs streven er steeds naar zich aan te passen aan de noden en de wensen van het doelpubliek. Een aantrekkelijke en telkens weer vernieuwde vormgeving doet jongeren zin krijgen om zich te verdiepen in de materie. Grafieken, tabellen en illustraties passen zich ook visueel aan de heersende trends aan. Uitgangspunt daarbij is: een functionele vormgeving. Economie Vandaag is op dit vlak een trendsettend handboek, zonder daarbij de essentie uit het oog te verliezen.

het boek zonder twijfel te bestempelen als ‘de beste koop’ in de categorie handboeken Algemene Economie.

Economie Vandaag: competenties Geen specifieke begincompetenties vereist. 

Kennis – Begrippen van de micro- en macro-economie. – Fundamentele economische principes. – Economische denkwijzen. – Kennis economische actualiteit. – Ruim referentiekader m.b.t. economische actualiteit.

Vaardigheden – Inzicht verwerven in de wisselwerking van de economische grootheden. – Grafieken en tabellen lezen, begrijpen en interpreteren. – Economische theorie aan de actualiteit koppelen. – Actuele informatie in een meertalige omgeving over economische onderwerpen verzamelen vanuit relevante en betrouwbare bronnen. – Actuele economische informatie analyseren, structureren, uitleggen en verklaren. – Inzicht verwerven in het dagelijks economisch leven. – In concrete situaties aangeven welk beleid er wordt gevoerd.

Attitudes – Kritisch omgaan met bronnen. – Kritisch staan t.a.v. economische problemen en de gevoerde economische politiek. – Nadenken over maatschappelijk relevante thema’s. – Kennis permanent actualiseren. – Analytische ingesteldheid. – Zin voor nauwkeurigheid. – Zin voor volledigheid. – Zin voor systematiek. – Zelfstandigheid. – Zin voor samenwerking. – Opdrachten kunnen uitvoeren tegen een gestelde deadline.

Economie Vandaag: online Via het volledig geïntegreerde interactief leerplatform www.economievandaag.be biedt Economie Vandaag heel wat digitale ondersteuning: voor de docent:  klasgroepen aanmaken en opdrachten toewijzen aan de klasgroepen;  een kant-en-klaar digitaal boek samenstellen op maat van uw studenten;  leervorderingen van de studenten opvolgen en ontdekken waar studenten mee worstelen;  tussentijdse update cijferreeksen; voor de student:  e-book: – studeren, notities nemen, markeren, bewaar en deel digitale aantekeningen met medestudenten en docenten; – op maat aangemaakte digitale cursus; – met één klik toegang tot het meest actuele cijfermateriaal;  uitgebreide ‘toets jezelf ’-module met automatische feedback;  dynamische figuren met didactische ondersteuning om de opbouw te herhalen en beter te begrijpen;  online begeleiding bij het oplossen van opgaven om meer inzicht te verwerven.

Economie Vandaag: waar voor uw geld Met Economie Vandaag heeft de student een inhoudelijk en vormelijk kwaliteitsboek dat hij zowel tijdens als na zijn studies verder zal gebruiken en consulteren. Bij al deze troeven komt bovendien nog de billijke prijszetting. Met de hoger geschetste kwaliteiten en een verkoopprijs van 32,50 euro is

Economie Vandaag 2018

XV


WOORD VOORAF

Economie Vandaag: belangrijkste wijzigingen nieuwe editie    

    

 

Herwerking en actualisering van het volledige handboek. Restyling grafieken. Visuele aanpassing van cijferreeksen. Online begeleiding bij het oplossen van opgaven om meer inzicht te verwerven en varianten om zelf verder te oefenen. Aangepaste zelftoetsmodule met meer zelftoetsen op www.economievandaag.be. Eurocrisis, rol van de ECB (bv. QE), brexit. Europese Pijler van Sociale Rechten en sociaal scorebord. Armoede-indicatoren ontwikkelingslanden (Wereldbank, VN). Environmental Performance Index 2018, ecologische balans 2013, klimaatverdrag van Parijs en EU-klimaatplan 2030. Duurzame Ontwikkelingsdoelen: waar staan we? Europa 2020-strategie (werk, milieu, armoede…): waar staat België in een vergelijking met de EU?

Economie Vandaag: dankwoord Reeds meer dan 25 jaar gebruiken ieder jaar opnieuw duizenden studenten in de meest uiteenlopende opleidingen dit handboek. De jaarlijkse actualisering en vernieuwing doen de titel alle eer aan. We hopen dat deze geheel herziene druk en het volledig geïntegreerd interactief leerplatform www.economievandaag.be op een even ruime respons mag rekenen. Uiteraard zullen wij ook nu dankbaar gebruik maken van suggesties voor verbetering om de kwaliteit van het handboek en het interactief leerplatform in de toekomst nog te optimaliseren. Alle studerenden wensen wij veel succes met hun studies. De auteurs, Sint-Niklaas/Melle, juni 2018

XVI

Economie Vandaag 2018


Economie Vandaag 2018

INLEIDING

0.1

Het doel van de economische wetenschap

0.2

Welvaart en welzijn

0.3

Soorten goederen

0.4

Consumptie en productie

0.5

De methode

0.6

De ceteris-paribusclausule

0.7

Micro-, meso- en macro-economie

0


INLEIDING

0

0.1 HET DOEL VAN DE ECONOMISCHE WETENSCHAP Je hebt de beslissing genomen verder te studeren. Economisch gezien is dit niet zonder betekenis. Studeren brengt nogal wat uitgaven mee (inschrijvingsgeld, boeken, verplaatsingskosten, kot). Je ouders gaan misschien nog een paar jaartjes met twee uit werken, of zul je een centje bijverdienen in het studentenrestaurant? Vergeet echter niet dat de overheid een groot deel van je studiekosten voor haar rekening neemt. Hoe zul je de opgedane kennis ten dienste stellen van de gemeenschap? Bij bijna alle menselijke handelingen komt een economisch gezichtspunt om de hoek kijken. Het FIGUUR 0.1economisch aspect van het handelen bestaat in het kiezen. Welke zijn de elementen van deze keuze?

? BEHOEFTEN veelvuldig

€100

MIDDELEN schaars en nuttig

KEUZEPROBLEEM = met gegeven middelen een maximale behoeftebevrediging bereiken = economisch principe

Figuur 0.1 De elementen van de keuze

0.1.1 BEHOEFTE Behoefte

Een behoefte is het aanvoelen van een tekort en het streven dit tekort te bevredigen (subjectief karakter).

Primaire of levensnoodzakelijke (behoefte) Immateriële (behoefte) Collectieve of gemeenschappelijke (behoefte) Individuele behoeften

2

De menselijke behoeften zijn talrijk en van allerlei aard. In eerste instantie denken wij daarbij aan de primaire of levensnoodzakelijke behoeften (voeding, kleding en huisvesting). De behoeften zijn trouwens niet steeds van materiële aard. Naarmate een maatschappij zich ontwikkelt, komen meer en meer de behoeften van immateriële aard op de voorgrond (onderwijs, ontspanning, geneeskundige verzorging). Collectieve of gemeenschappelijke behoeften zijn gelijkaardig voor een groot aantal personen en worden normaal door de gemeenschap als geheel bevredigd (onderwijs, wegen, bejaardenzorg, recreatiezones). Individuele behoeften zijn subjectiever en worden normaal bevredigd dankzij de inspanningen van personen of van hun gezin (voeding, kleding, huisvesting, ontspanning).

Economie Vandaag 2018


INLEIDING

0

0.1.2 SCHAARSE MIDDELEN De middelen – goederen en diensten – waarover de consument beschikt om zijn talrijke behoeften te bevredigen, zijn maar in beperkte mate beschikbaar. Deze goederen en diensten noemen we daarom economische of schaarse goederen.

Schaars middel

Schaars is echter geen synoniem van zeldzaam. Voedingsmiddelen zijn in onze winkels in overvloed aanwezig. Waarom spreekt de economie dan van schaarse goederen? Indien ze door de winkels gratis ter beschikking werden gesteld, zouden de voorraden vlug uitgeput zijn. Een schaars middel kan men dan ook definiëren als een middel waarvan de verlangde hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou overtreffen indien het gratis ter beschikking stond. Hierdoor ontstaat dan ook het waardeverschijnsel (wij moeten er een prijs voor betalen). Schaarsheid duidt dus niet op de hoeveelheid goederen en diensten maar op de beperktheid van ons inkomen. Met ons inkomen kunnen we niet tegelijk aan al onze behoeften voldoen.

0.1.3 NUTTIGHEID EN KEUZEPROBLEEM

Nut

Economisch principe

Uit het voorgaande volgt dat we verplicht zijn te kiezen. Een goed of dienst komt slechts in aanmerking voor de bevrediging van een bepaalde behoefte in de mate dat het/hij voor de mens nuttig is. Goederen en diensten zijn dus nuttig omdat ze behoeften bevredigen. De behoeftebevrediging (nut) die ontstaat bij het eten van bv. mosselen met frieten, is niet voor iedereen hetzelfde. Een mens die rationeel handelt, moet derhalve volgens de graad van bevrediging of nuttigheid een waardeschaal of voorkeurschema opstellen afhankelijk van zijn subjectief nut, d.i. het economisch principe. De mens tracht met zijn beschikbare middelen zó te kiezen, dat hij volgens zijn schatting een maximale behoeftebevrediging bereikt. Deze behoeftebevrediging vindt plaats in gezinnen die geld (inkomen) uitgeven aan goederen en diensten. Deze worden geproduceerd door de bedrijven en de overheid, die daarvoor gebruikmaken van productiemiddelen en daarvoor geld betalen aan de gezinnen. Ook bedrijven en overheid moeten kiezen. Een werknemer kan niet gelijktijdig in de landbouw en in de dienstensector werkzaam zijn. Een stuk grond kan men niet gelijktijdig voor wegenaanleg en als natuurgebied gebruiken. De overheid kan niet aan ontwikkelingshulp uitgeven wat ze aan defensie heeft besteed. Steeds moet men kiezen hoe men de beperkte middelen zal gebruiken. Kiezen uit alternatieve mogelijkheden is dus steeds noodzakelijk; gebruikt men de beperkte middelen voor een bepaald goed, dan kan men ze niet meer inzetten bij de productie van een ander goed.

Economie

De economie kunnen we bijgevolg definiëren als de studie van het menselijk streven naar bevrediging van behoeften met behulp van schaarse middelen.

Economie Vandaag 2018

3


0

INLEIDING

Met vrienden op zoek gaan naar voorwerpen, toverspreuken leren en magische personages tegenkomen. Economisch keuzeprobleem of niet?

TOETS JEZELF

WAAR STA JE?

T0.1

0.2 WELVAART EN WELZIJN Welvaart

Welzijn

De mate waarin mensen met de beschikbare schaarse middelen in hun behoeften kunnen voorzien, noemt men de welvaart. Als we erin slagen die schaarste te verminderen, zeggen we dat de welvaart is gestegen. Dit betekent niet alleen dat welvaart om veel geld en om veel inkomen gaat, maar ook over bijvoorbeeld vrije tijd, kwaliteit van het leefmilieu, humanisering van de arbeid en opheffing van allerlei vormen van discriminatie. Verwezenlijking van deze wensen betekent meestal dat beslag moet worden gelegd op schaarse middelen. Welzijn heeft een ruimer karakter. Welzijn is je gevoel van ‘welbevinden’ en betekent ook bevrediging van verlangens (vriendschap, liefde) die geen beslag leggen op schaarse middelen. Welvaart en welzijn hoeven niet samen te vallen: als je drie keer per jaar op reis kunt gaan, dan beschik je over een hoge mate van welvaart, maar als je veel liever thuis in je tuin je favoriete boek leest, hebben we het over welzijn.

TOETS JEZELF 4

Economie Vandaag 2018

WAAR STA JE?

T0.2


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401452649 by Uitgeverij Lannoo - Issuu