Skip to main content

9789401452519

Page 1

DANSEN IN DIEP WATER


Laure Van den Broeck

DANSEN IN DIEP WATER

Overleven doe je niet alleen


Een boek schrijven doe je niet alleen. Zoals steeds kon ik rekenen op Tine, Claire, Steven, Lauren, Peter, Lotte, Öznur en Stefanie voor vriendschap en raad. Speciale dank aan Tom, voor al het moois en warms.

www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018 ISBN 978 94 014 5251 9 D/2018/45/453 NUR 284 Omslagontwerp: Studio Lannoo Omslagbeeld: © Charlotte Grimm / Trevillion Images Auteursfoto op flap: © Brune Charvin Vormgeving binnenwerk: Mieke Smalle © Nederlandse editie Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018


Hoezo, met meisjes? Dit

nieuwe verhaal

is een antwoord op een oud verhaal.

In 1954 schreef William Golding een verontrustende roman over een groep Engelse kostschooljongetjes die alleen op een onbewoond eiland strandden en zich binnen de kortste keren als wilden gingen gedragen. Lord of the Flies is rauw en onthutsend gewelddadig. Golding schreef het als een reac足 tie op de avonturenboeken uit zijn jeugd, zoals Het Koraal足 eiland, waarin de hoofdpersonages jongens zijn van een heel fatsoenlijk soort: dapper, netjes op zichzelf en dol op ple足 zier maken. Ze leggen al hun vindingrijkheid aan de dag om op hun eiland te overleven, en als het kwaad opduikt in de gedaante van piraten en kannibalen zijn de helden hen probleemloos te slim af. In Lord of the Flies is er nauwelijks sprake van plezierig avon足 tuur. Het is een zootje, aan het eind zelfs een nachtmerrie. Er

5


gebeurt iets onuitsprekelijks met een varken. Het kwaad valt niet te bestrijden, want het huist in de personages zelf. Het is een grimmige kijk in het hart van de mens. De mánnelijke mens. Toen Golding werd gevraagd of hij Lord of the Flies ook had kunnen schrijven met meisjes in de hoofdrollen, zei hij nee. Natuurlijk niet, want meisjes zijn geen barbaren. Hij bedoelde dat als een compliment: ‘I think women are foolish to pretend they are equal to men, they are far superior and always have been.’ Meisjes vechten minder, dat is waar. Maar is dat omdat ze minder boos worden, of omdat ze van kinds af hebben geleerd dat meisjes niet op de vuist gaan en hun ruzies op andere manieren moeten beslechten? Meisjes zijn naar ver­ luidt tactvoller, maar kunnen we daar echt iets over zeggen, in een samenleving met zo weinig vrouwelijke leiders? In Dansen in Diep Water zijn meisjes de enige overlevenden op het eiland. Ze zijn bang, eenzaam, verliefd en gelukkig. Ze zijn eerlijk en moedig of geniepig en hard. Ze krijgen te maken met het eeuwenoude probleem in elke samen­ leving dat de persoon die de leiding krijgt niet altijd degene is die het het best voorheeft met de groep. Net als de jongens konden ze niet voorspellen hoe het zou aflopen, maar ze

6


wilden het altijd al eens proberen: overleven op een onbe­ woond eiland en zien wat ze ervan terecht zouden brengen. Ze zijn hoopvol.

Laure Van den Broeck

7


tussen de rotsen en het water in. Justine en Marlene hadden

Een fragment uit het boek

zich als eersten uitgekleed, hun armen vol schrammen en hun roodverbrande gezichten en halzen afstekend tegen de gave huid onder hun kleren die beschermd was geweest tegen de zon en de stekelige planten. Justine ging kopje-onder en haalde haar hand door haar zwarte, korte haren zodat die alle kanten uitpiekten, en Marlene lachte om haar. WeWe zwommen allemaal, en en het het heerlijke water onder de zwommen allemaal, heerlijke water onder dromerige avondlucht bracht onsons in een stemming vanvan tede dromerige avondlucht bracht in een stemming vredenheid saamhorigheid. Ik zag hoehoe Sally een een paarpaar van tevredenheidenen saamhorigheid. Ik zag Sally de kleine mango’s in in Olga’s vanrijpe de rijpe kleine mango’s Olga’sschoot schootgooide. gooide.We We hadden ze gevonden vlak bij de plek waar we materialen voor de schuilhut hadden verzameld. We aten, en het fruit was heerlijk – niets van wat ik hier al had geproefd, smaakte als het fletse, bevroren fruit dat je in de supermarkt kon kopen – maar toch liet het een hol gevoel achter, een leegte die alleen gevuld kon worden met een boterham, spaghetti, warme soep, pizza en koekjes. Met natte haren en gezichten die gloeiden van de zon verzamelden we ons op een plek waar de kleinere rotsen een halve cirkel vormden, perfect om onze vergadering te houden. Iedereen ging zitten, alleen Rafa bleef in het midden staan. Haar huid was bronskleurig onder de abrikoostinten van de lucht. 71


Ze begon de vergadering zonder enige omhaal of ceremonie. Ze was direct op een manier waar je eerst van schrok, omdat het agressief leek, of grof, maar al gauw werd haar manier van doen geruststellend. Met Rafa wist je altijd waar je aan toe was. ‘Terwijl de meesten van jullie deze middag een schuilhut hebben gebouwd, zijn January en ik naar het hoogste punt van het eiland geklommen. Het is niet groot, we konden de hele omtrek zien. Er waren nergens sporen van menselijke activiteit. Geen huizen, geen wegen, niks. Het vliegtuig...’ Ze stopte even om diep adem te halen. Het was muisstil. Ik hoorde iemands maag een piepend geluid maken. ‘Het vliegtuig hebben we ook nergens gezien, maar aan de oostkant is het erg dichtbegroeid en vermoedelijk is het daar terechtgekomen. Er zijn wel paden, en dat betekent dat het eiland eerder misschien wel bewoond is geweest, en toen weer is verlaten. De aanwezigheid van de voorraadhut op de klif wijst erop dat hier mensen zijn geweest en dat het buiten een scheepvaartroute ligt. Mijn algemene conclusie is dat we ergens op een afgelegen plek zijn. Dat betekent dat we de aandacht moeten trekken…’ ‘Hé, mag ik even.’ January schudde haar natte haren naar achteren en stak haar arm met de dunne pols omhoog

72


in een spottende imitatie van een kind in de klas. Ze leek de enige te zijn van wie het gezicht niet op de een of andere manier toegetakeld was door de zon. ‘Sorry dat ik je moet onderbreken om nog eens te herhalen wat ik eerder heb gezegd, maar: chillen, babe.’ Ze lachte nu en gooide haar hoofd achterover, zodat ze met beide handen haar haren in een staart kon verzamelen en weer loslaten. Rafa bleef stilstaan, haar gezicht een ondoorgrondelijk masker, en January richtte zich tot ons. ‘We mogen er echt wel van uitgaan dat de wereld weet waar we zijn. Onze redders zijn onderweg. Laten we onze pret niet vergallen door paniek en...’ Ze gebaarde met haar hand, omdat ze de woorden niet meteen kon vinden. ‘… dingen bouwen, je weet wel, woudlopersgedoe! We moeten hiervan genieten. Een heerlijke tijd beleven. Beseffen jullie waar we zijn? Op een prachtig onbewoond eiland. En we kunnen doen wat we willen.’ ‘Hoor eens…’ begon Rafa, maar January was nog niet klaar. ‘Ik weet wat je gaat zeggen! We kunnen nergens zeker van zijn. Maar ik weiger om bang te zijn. We hebben al dat heerlijke fruit gevonden. Ik durf te wedden dat het weer hier altijd zo’n beetje hetzelfde blijft, zoals in Hawaii...’

73


‘Dit is Hawaii niet’, zei Rafa. ‘Misschien is het béter dan Hawaii’, zei January. ‘Het is van ons.’ Ze strekte haar benen en boog ze weer, ze maakte gebaren en was op een gracieuze manier de hele tijd in beweging, in tegenstelling tot Rafa, die stilstond, gespannen, en geen vin verroerde. Rafa liet haar blik even zakken en sloeg haar ogen toen weer op. ‘Ik wil er geen zootje van maken’, zei ze simpel. ‘Dat is alles.’ ‘Ja maar, weet je, je bent nogal heftig’, zei January. ‘Je gaat er hard tegenaan. Go with the flow.’ Ze zat mooi rechtop en strekte haar handen naar de hemel terwijl ze met haar schouders draaide, alsof ze yoga onderwees. Ze liet de lange vingers van de ondergaande zon een moment lang haar hals beroeren, en keek Rafa toen weer aan. ‘Ontspan je. We zijn geen stelletje losers. We zullen iedereen, de hele wereld wanneer ze ons vinden, laten zien dat we héél goed voor onszelf kunnen zorgen.’ ‘We moeten ons organiseren’, zei Rafa. ‘Precies.’ January knikte, en ik was even verbaasd, omdat het leek alsof ze Rafa gelijk zou gaan geven. ‘We organiseren ons, we vinden een nieuwe samenleving uit.’ Er viel even een pauze, waarin ik Justine en Marlene tegen elkaar hoorde fluisteren. 74


Een nieuwe samenleving. Een herinnering overviel me, aan een oefening die we op de basisschool hadden gedaan en waar ik dol op was geweest. Elke leerling kreeg een groot, wit blad papier en stiften, en dan mochten we de wereld tekenen zoals die perfect zou zijn in onze ogen. Ik kon er uren zoet mee blijven. Ik tekende regenbogen, snoepkleurige huizen en kastelen, pony’s, katjes en hondjes, wolken van suikerspin en kindertjes die hand in hand liepen met lolly’s en ballons in hun vrije hand. Het tekenen riep een sterk, bijna pijnlijk verlangen op om die wereld echt te maken, alsof ik de krachten bezat om dat mogelijk te maken, maar daar om de een of andere reden niet in slaagde. Er bestond geen blauwdruk van de wereld die ik realiteit kon laten worden, alleen een kindertekening. ‘Onze nieuwe samenleving draait om fun’, zei January onomwonden, en ze keek rond om te zien wat we daarvan vonden. ‘We gaan onszelf verwennen, en gezond worden door al dat fruit te eten. Daar krijgen we een prachtige huid van. We zullen creatief zijn.’ Rafa keek verslagen, terwijl January haar schitterende ogen langs onze gezichten liet glijden. ‘Hebben jullie daar zin in?’ ‘Tuurlijk’, zei Rafa, maar ik zag haar een vuist maken. Om haar pols droeg ze een gerafeld vriendschapsbandje. ‘Goed 75


idee, we hebben hoop. Maar we mogen geen risico’s nemen. Ik bedoel...’ Haar ogen werden groot en smekend. ‘Echt niet. Mijn voorstel is om een vuur te maken op de top van de berg, en het ’s nachts brandend te houden. Iedereen akkoord?’ Voordat January nog iets kon zeggen, riep ik luid en volmondig ‘ja’. De anderen deden hetzelfde, of ze knikten. Een briesje streek langs onze vermoeide gezichten. ‘We zullen elkaar moeten afwisselen’, zei Rafa. ‘We zijn met elf, dus laten we ons verdelen in drie groepen. We gaan om beurten de berg op om het vuur brandend te houden.’ ‘Kimmy is ziek’, zei Olga. ‘Ze kan helemaal de berg niet op.’ ‘Dat is waarom we groepjes vormen.’ Dat was Sally. Rafa’s en January’s gepraat over samenwerken en een paradijselijk leventje op een eiland vol verwennerij had een fragiele vrede doen verrijzen, en die werd nu aan diggelen geslagen door de manier waarop Sally Olga aankeek. ‘Kimmy kan in het kamp op het strand blijven terwijl jij de berg opgaat’, zei ze. ‘Wat! Dat is niet eerlijk’, zei Olga. ‘Kimmy heeft me nodig, ik ben haar beste vriendin. Hoe zou jij het vinden als je achtergelaten werd op een strand, tussen vreemden, terwijl je ziek was?’ ‘Je moet Kimmy niet altijd als een excuus gebruiken om 76


niks te hoeven doen’, zei Sally. ‘We hebben al een schuilhut gebouwd voor jullie. We kunnen niet álles voor jullie doen.’ ‘Ik heb niet om een schuilhut gevráágd!’ schreeuwde Olga, en we sprongen allemaal op van de schrik. Kimmy verborg haar gezicht in haar handen. ‘Ik vond het een stom idee. Wie bouwt er nu een schuilhut van bladeren als er al één staat, met echte muren en een dak!’ ‘Die is niet groot genoeg!’ riep Sally terug. Olga was klaar om terug te schreeuwen, maar January legde haar het zwijgen op. ‘Hou je kop, Olga. Sally heeft gelijk. De hut op de klif is niet groot en het is smerig binnen. De schuilhut op het strand is oké.’ Olga zond January een woedende blik, maar ze zei verder niets. ‘De schuilhut is prachtig, bedankt Sally’, zei Rafa. ‘Laten we ons dan nu in groepjes verdelen. In de eerste groep zitten Olga, Kimmy, de tweeling en Sue. Marlene, Justine en Sally zijn het tweede team. January, Bess en ik het derde.’ Ik zwol van trots toen ik hoorde dat Rafa mij in haar team wilde, maar ik kreeg niet de kans om ervan te genieten, want Olga barstte weer los. ‘Waarom kunnen wij niet kiezen bij welk team we horen? Waarom moet zij – een felle zijdelingse blik naar Sue – in ons team zitten in plaats van January? January is de aanvoerster van onze dansgroep.’ 77


Sue, bij wie de emoties altijd duidelijk op haar gezicht te lezen waren, werd rood en haar ogen werden vochtig. Ze hapte een paar keer naar adem, met dezelfde verontwaardiging die in Olga’s ogen stond, en wendde zich tot Rafa. ‘Rafa, mogen we zelf kiezen? Ik wil niet...’ Rafa keek naar January, die het amusant leek te vinden dat er om de indeling in teams geruzied werd, en ze schudde haar hoofd. ‘Sorry, ik vind gewoon dat wij twee de... leidsters zijn, en dus moeten we in hetzelfde team zitten.’ Ze keek verveeld en opgelaten, alsof ze liever had gewild dat haar en January’s promotie tot ‘leidsters’ onopgemerkt voorbij was gegaan. Ik vond het eerst vreemd, en jammer. Liever Sue in ons team dan January. Waarom kon Rafa niet de enige leidster zijn? Toen kreeg ik plots weer een inzicht, net als bij de hut op de klif. Tuurlijk. Het was duidelijk voor iedereen die ogen in haar hoofd had dat Rafa en January er bepaald andere ideeën op nahielden wat onze tijdsbesteding betrof. Rafa wilde vermijden dat January en haar groepje de hele dag bij de plas lagen te wachten tot we ze wat fruit brachten, en verder geen vin verroerden. Dat was weer een slimme strategie: door January de helft van de leidersverantwoordelijkheid te geven, zou ze hopelijk inzien dat er werk aan de winkel was, en zouden haar troepen in het gelid blijven. 78


‘Wacht eens even’, zei Olga onheilspellend langzaam. ‘Wie beslist dat jij de baas moet spelen? Hebben wij dan niks te zeggen? Ben jij soms een dictator?’ Rafa keek haar koud aan, maar ze had geen antwoord. ‘Waarom moet jij de baas zijn?’ Voor het eerst zag ik dat Rafa iets van haar kalmte dreigde te verliezen. Ze staarde Olga strak aan. ‘Ik was het eerst bij de hut op de klif. Ik heb de bijl gevonden. Het was mijn idee om de berg op te gaan en het vuur te maken. Ik weet precies – hier kon ze het niet laten om haar trots te laten doorschemeren – wat we moeten doen om gered te worden. En January heeft jullie naar de hut op de klif gebracht, en we zijn samen op verkenning gegaan.’ ‘Dat zal best’, zei Olga. ‘En daarom moeten wij allemaal doen wat jij zegt?’ Sally stak haar hand op, maar ze wachtte niet met spreken. ‘Waarom stemmen we er niet over? Er is niks wat eerlijker is dan stemmen. Ik stem voor Rafa en January. Wie nog meer?’ Ik haastte me om mijn hand op te steken. ‘Ja’, zei Sue zacht, en Justine en Marlene vielen haar bij. ‘De meerderheid beslist’, zei Sally. ‘Rafa en January zijn de leidsters.’ January ging rechtop zitten, ze stak haar handen omhoog en spreidde haar vingers, alsof ze zich plots afvroeg waarom 79


die aan haar lichaam vastzaten. ‘Hey. Ik weet dat ik populair ben, maar ik weet niet of ik dit wel wil. Ik bedoel, meiden, hebben jullie al eens rondgekeken? Doe dat nou eens.’ Ze gebaarde naar de zee, die donker werd in de avondschemer, de gloeiend rode lucht en het slaperige groen van de jungle. ‘We zijn in het paradijs beland. Kunnen we niet gewoon wat rondhangen en gelukkig zijn? Moeten we autoritaire hiërarchische systemen installeren? Dat scoutsgedoe lijkt me nogal stresserend. Ik weet niet of ik dat wel zie zitten. Ik wil gewoon chillen.’ Olga keek nu zuur en triomfantelijk tegelijkertijd. Kimmy zat tegen haar aangeleund en hield nog steeds haar hand voor haar ogen. De tweeling zat glazig rond te kijken, als kinderen voorbij bedtijd. De meeste anderen wierpen vragende blikken naar Rafa, die iets wanhopigs begon te krijgen. ‘We kunnen chillen’, zei ze. ‘Maar laten we ook doen wat we móeten doen om hier weg te komen.’ ‘Dus January zit in ons team?’ vroeg Olga. ‘Dat is wat ik echt wil weten.’ ‘Mij best.’ Rafa staarde over onze hoofden heen naar de zee, en toen zei ze: ‘De zon is onder, we zien al gauw niks meer. Laten we snel het vuur gaan aansteken.’

80


Er was geen plekje op mijn lichaam waar ik geen pijn voel­ de, toen ik de anderen volgde over het afkoelende zand naar de plaats waar we ons vuur wilden gaan maken. Sally had ervoor gezorgd dat het hout niet zomaar was neergegooid, maar dat de takken op grootte lagen gerangschikt, met een klein hoopje aanmaakhout, droge blaadjes en strootjes ernaast. Dat was de manier waarop je volgens de instructies van Sally’s sas-handboek hout hoorde te stapelen. Rafa stond een eindje van het vuur af, terwijl Sally nog een paar stukjes hout beter schikte. Het was behoorlijk donker aan het worden. Sally draaide zich om naar Rafa. ‘We zijn klaar.’ Rafa knikte moe. Ze hield zich afzijdig na de vergadering, alsof ze weer op krachten moest komen. ‘Nou?’ ‘Wat?’ ‘Waar is de aansteker?’ vroeg Sally ongeduldig. Rafa schudde haar hoofd, en zelfs in het duister kon ik zien dat ze bleek werd, ongemakkelijk, dat ze zichzelf voor de kop wilde slaan. Niemand zei iets. We hadden geen aansteker, natuurlijk niet. Sue zuchtte bedroefd, en Olga rolde met haar ogen. ‘Er zijn toch andere manieren om een vuur te maken?’ ‘Vraag maar niet aan mij’, zei January. ‘Ik ben geen 81


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401452519 by Uitgeverij Lannoo - Issuu