Parler-vrai
Parler Nieuwe theaterteksten van
PIET ARFEUILLE
-vrai
7 Met stijl door het moeras Piet Arfeuille en Dirk De Wachter in gesprek
23 Scènebeelden met commentaar van Piet Arfeuille
48
Vincent. Arthur. Marcel. naar Philippe Besson
80
Herfstsonate
naar Ingmar Bergman 106 Ivanov naar Anton Tsjechov
144
Hele dagen in de bomen naar Marguerite Duras
164 Europa in de herfst (Oedipus in Kolonos/Antigone) naar Sophocles
198
Appendix – Lenz naar Georg Büchner
5
Een muzikale, swingende foto die het feest van de liefde bezingt tegen het decorum van de Groote Oorlog. Met klassiekers van Lyn Lydell, Etta James, Ella Fitzgerald en Wayne Newton werden de lyrische zinnen van Philippe Besson doorsneden. Het verhaal van de modder in de loopgraven werd door scenograaf Bart Clement vertaald in kilo’s vaseline die op een Jackson Pollockachtige manier tegen een plastic achterwand aangekliederd werden. Aan het eind van de voorstelling werd de wand ingezet als projectiescherm:
2 4 — VIN CE N T. ART H U R. MARCE L.
Danke schoen, darling, danke schoen Thank you for seeing me again Though we go on our separate ways Still the memory stays, for always My heart says: Danke schoen
25 — VIN CE N T. ART H U R. MARCE L.
2 6 — VIN CE N T. ART H U R. MARCE L.
Het blijft voor een moeder onbegrijpelijk dat het lichaam van haar zoon samengaat met dat van een andere jongen.
27 — VIN CE N T. ART H U R. MARCE L.
Voor Herfstsonate van Ingmar Bergman zochten we de inspiratie voor zowel decor als kostumering in onze fantasieĂŤn over Scandinavische winters. Scenograaf Jozef Wouters trok op dichte afstand van het publiek een gigantische wand van paardendekens op, Lieve Pynoo zette dat grofstoffige idee door in haar kostumering. Je kon zowel de kilte van buiten als de warmte van de kleren voelen. Bijzonder was dat alle zitmeubels achter het doek opgesteld werden, waardoor de acteurs in het canvas opgenomen werden als ze gingen zitten.
2 8 — H E RFSTSON AT E
Vincent. Arthur. Marcel.
naar Philippe Philippe Besson Besson
LI E F D E A LOM 1.
Blijf, alstublieft. Ik wil u iets zeggen. Met u spreken. Eén keer met u spreken. En daarna zwijgen. Begrijpt u dat? Op z’n minst één keer zeggen wat ik al die jaren heb verzwegen. Zolang ik kan zwijgen, zal ik zwijgen. Dat zei ik tegen mezelf. Het heeft me bijna m’n zoon gekost. En nu ben ik hem alsnog kwijt.
BLA NC HE
Ik wist dat Arthur verliefd op u was, nog voordat hij het zelf wist. De tekenen van de liefde bedriegen niet. We hebben er nooit over gesproken. Niet dat het een probleem was. Het was gewoon geen onderwerp van gesprek. En daarbij, ik zag dat hij gelukkig was. Hij sprak meer over u dan over wie dan ook. Ik heb wel lange tijd gevonden dat u te jong was. Veel te jong. Maar ik begreep het ook wel. U moet niet denken dat ik een moeder ben die in alles toegeeft. Ik heb alleen maar het geluk gezocht voor mijn kind. Toen hij de eerste nacht niet thuiskwam heb ik gehuild. Het blijft voor een moeder onbegrijpelijk dat het lichaam van haar zoon samengaat met dat van een andere jongen. Er is iets wat ik u moet vragen. Iets intiems, misschien zelfs indiscreet. Maar ik heb er behoefte aan uw antwoord te horen, de waarheid te kennen. Hield u net zo veel van hem als hij van u? Ik zou niet graag horen dat het voor u misschien maar een avontuurtje was, ook al zou ik dat kunnen begrijpen.
50
We zijn gelukkig geweest, alleen maar gelukkig. Het geluk heeft al het andere verdrongen.
V I NC ENT
2.
Mijn naam is Vincent de l’Étoile. Ik ben zestien jaar en tegelijk met deze eeuw geboren. Mijn moeder heeft het meer dan eens gezegd: tegelijk met de eeuw geboren zijn, is als een teken van God, een zegen, een bestemd zijn voor het geluk. Ik hou van deze eeuw waarvan ik veel verwacht en waarvan ik denk dat het mijn eeuw zal zijn. Ik weet heel goed dat het iets triomfantelijks heeft om zestien jaar te zijn, misschien nog meer in tijden van oorlog. Omdat ik aan de oorlog ontsnap en de andere jongens, die iets ouder zijn dan ik en die mij uitlachten, er niet aan ontsnappen.
V I NC ENT
Het is zomer als ik u ontmoet. We zeggen niets tegen elkaar. U bent een belangrijk man, terwijl ik niets ben. Ik zou niet weten wat ik tegen u zou moeten zeggen. ‘Dag, meneer. Zeer vereerd. Aangenaam.’ Toch blijft u naar me kijken. U kijkt naar me. En ondertussen doet u alsof dat volstrekt toevallig is. Ik ga naar het balkon. U komt achter me aan, zonder dat ik u zie, maar ik voel het. Verstrooid, bijna afwezig, zegt u: ‘Hoe heet je eigenlijk?’ ‘Vincent.’ En ik weet wat u gaat zeggen. ‘Wat een mooie naam.’ ‘Ik heet Marcel.’ Ik ben blij dat u slechts uw voornaam noemt. Zeker voor iemand met uw naam. Het feit dat u slechts uw voornaam noemt, verandert de zaak. Het brengt ons dichter bij elkaar, het zorgt ervoor dat u geen 45 meer bent. Ik weet dat u het niet zult kunnen laten naar mijn leeftijd te vragen. Ik ken de volgende vraag. ‘Hoe oud ben je, Vincent?’ ‘Zestien. Ik ben zestien jaar.’ ‘De hitte verdraag ik, maar niet het licht’, zegt u. U gaat naar binnen. En ik volg u. Zonder schaamte. Zonder trots. Het is allemaal niet zo belangrijk. Niets is belangrijk. We staan naast elkaar. Onder de blikken van de aanwezigen, ons zeer bewust van het gefluister dat op al uw bewegingen volgt, zoeken we naar wat we kunnen doen, kunnen zeggen. U houdt uw hoofd onbeweeglijk stil. Mijn ogen dwalen over de vloer. We
51
blijven zwijgen. Ik denk dat het niet aan mij is om als eerste te spreken. Dan begrijp ik dat zich in dit eindeloze stilzwijgen iets anders afspeelt. Het is het begin van onze verhouding die gestalte begint te krijgen. Een band die tot stand komt en het stilzwijgen van iets gênants tot iets intiems maakt, tot een bekentenis. Ten slotte zegt u: ‘Ik zou je willen weerzien.’ En ik zeg: ‘natuurlijk.’ ‘Natuurlijk’, zeg ik. Als ik ooit naïef ben geweest, dan is daar toch al heel snel een eind aan gekomen. Ik had de spelletjes van de volwassenen tamelijk snel door. Hun fluistergesprekken, hun toespelingen. Van mij wordt gezegd: ‘Hij is een prachtkind. Echt een prachtkind. Blond haar. Blauwe ogen. De huid van een meisje.’ Ik zeg: ‘Ze vergissen zich, ik ben geen kind meer.’ Toch ben ik niet pervers. Perversiteit vereist inspanningen waartoe ik niet bereid ben. Ik laat gebeuren. Zestien jaar is de leeftijd waarop alles mogelijk is. Ik ontzeg me niets. Waarom zou ik? U bent in dit gezelschap misschien de enige die dat heeft aangevoeld. U hebt iets opgemerkt in mijn houding, mijn gebaren. U hebt gezien wat anderen niet kunnen zien omdat ze het niet proberen te zien, terwijl dat het enige is waarnaar u op zoek bent. U weet dat ik geen kind meer ben en toch nog het beeld van die kinderjaren te zien geef: een manier om op alle fronten te winnen. Ik ben uw laatste band met de jeugd op het moment dat uw leven gevaarlijk begint te korten. Ook dat bevalt u aan mijn zestien jaar. U moet weten, Marcel, dat ik niet aarzel te zijn wat van mij wordt verwacht. Dat ik elke nieuwe situatie met open armen ontvang. Ik heb niets gewild, niets bedacht, maar ik sta klaar om alles te verwelkomen. 3.
Hierboven woont een pianiste… Er bestaat niets wat zoveel ergernis kan verwekken als een piano. Het leven in een Parijs flatgebouw is een hel, vooral als er boven je iemand muziek zit te oefenen. En hiernaast wordt er verbouwd. De werkmannen
M A R C EL
52
arriveren om zeven uur ’s morgens en vinden het blijkbaar nodig om onmiddellijk uiting te geven aan hun goede ochtendhumeur door oorverdovend te gaan timmeren en pal achter mijn bed te staan zagen, waarna ze een tijdje niets doen, om vervolgens elk halfuur weer een paar oorverdovende hamerslagen uit te delen zodat ik niet meer in slaap geraak. Ik slaap erg weinig en altijd op uren dat anderen weer wakker worden. En nu gaat mijn buurvrouw een nieuwe wastafel en een wc in haar toilet plaatsen, dat precies aan mijn slaapkamer grenst. En ze hebben al drie keer een ander model wc moeten plaatsen omdat die koe er anders niet op kan. Maanden aan een stuk zijn daar – dagelijks – twaalf werklieden bezig… Zijn ze daar de piramide van Cheops aan het reconstrueren of zo? Ik hou het niet meer uit en mijn dokter adviseert me weg te gaan. Ken je het Grand Hotel in Cabourg? Wat zou ik je daar graag ontmoet hebben. Dat is ook een heerlijke plek voor een ontmoeting. Ook daar zou ik je hebben meegenomen naar mijn slaapkamer. Dat zou je moeten zien, het Grand Hotel in Cabourg. De indrukwekkende hal, de vrouwen met hun gezicht achter een parasol, de blauwe hemel… Ik heb mijn hele leven in slaapkamers doorgebracht. Ik eet er, schrijf er, lees er, ontvang er gasten, slaap er. Buitengewoon, de Calvados, Normandië. Weet je dat ik acht zomers in Cabourg heb doorgebracht? Acht. Het is nu zomer. Ik zou eigenlijk daar moeten zijn. Ik had je daar moeten ontmoeten. Ken je Cabourg? Ah, de betovering van Cabourg, de magie van die kleine badplaats, die een metamorfose heeft ondergaan door de bouw van het indrukwekkende en luxueuze Grand Hotel. En dan die promenade, het fijne zand, ja, het zand in Cabourg is fijner dan elders, dat is bekend, zeer fijn zand… Ik zou uw vriend kunnen zijn als u ermee instemde alleen maar Marcel te zijn en geen rol te spelen. MA R C EL Ik wil graag je vriend zijn. V I NC ENT
[Vincent kust Marcel op de wang.]
Dat is dan geregeld.
V I NC ENT
53
Met dank aan
Wouter Hillaert, Dirk De Wachter, Theater Malpertuis Tielt
Fotografie
Fred Debrock, Paul De Cloedt, Luk Monsaert
Grafisch ontwerp Studio Lannoo (Mieke Verloigne) Bronteksten
Ingmar Bergman © Bergman Estate Marguerite Duras © Éd. Gallimard Philippe Besson © Éd. Robert Laffont © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018 en Piet Arfeuille ISBN 978 94 014 5126 0 D/2018/45/386 NUR 307/671 www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.