Skip to main content

9789401451130

Page 1

de Happel jaren WIM DEGRAVE


Inhoud

GEVREESD DOOR ELKE TOPCLUB

.

EEN SLAPENDE REUS WORDT WAKKER

inleiding.

h o o f d st u k 1

h o o f d st u k 2 .

MET VALLEN EN OPSTAAN

h o o f d st u k 3 .

‘MIRAKELSCORE TE BRUGGE!’

h o o f d st u k 4 .

DOUBLE TROUBLE

h o o f d st u k 5 .

WEM-BE-LEY

h o o f d st u k 6 .

HET BEGIN VAN HET EINDE

epiloog.

DE ERFENIS VAN HAPPEL

DE HELDEN VAN HAPPEL

BRONNEN

DANKWOORD

5


INLEIDING

Gevreesd door elke topclub


D

it is het verhaal van een klein Belgisch clubje dat eind jaren 1970 plots het op een na beste team van Europa werd. Een verhaal van legendarische voetbalavonden, intense euforie en onverzettelijke teamspirit, maar ook van grote ontgoochelingen en menselijke tragedies. Van een ongelooflijke tijd die weliswaar nooit meer terugkeert, maar voor altijd gegrift staat in het geheugen van iedere Clubsupporter. Want vraag het aan iedereen die oud genoeg is om de Happeljaren te hebben meegemaakt: dat was dé tijd! Het Belgische clubvoetbal beleefde gouden jaren: Club Brugge en Anderlecht speelden tussen 1976 en 1978 samen liefst vijf Europese finales en twee Supercups, alles bij elkaar goed voor tien Europese finalewedstrijden. In twee jaar tijd! En hoe anders had de vaderlandse voetbalgeschiedenis er niet uitgezien als het doelpunt van Jan Verheyen op 18 november 1973 tegen Nederland niet onterecht was afgekeurd voor buitenspel? Dan was niet Nederland, maar België naar het WK in West-Duitsland getrokken. Met de spelers waarover bondscoach Raymond Goethals toen beschikte, was een stunt allerminst uitgesloten. In de zes kwalificatiewedstrijden incasseerde België geen enkel tegendoelpunt, maar toch mocht Nederland met een beter doelsaldo naar de wereldbeker.

Tot op vandaag is Club Brugge de enige Belgische ploeg die de finale van de Europabeker voor Landskampioenen speelde. Het ziet er niet naar uit dat daar snel verandering in zal komen. Was Club in 1978 dan echt het op één na beste team van Europa? Vermoedelijk niet. Critici zullen opwerpen dat het andere tijden waren, dat er een flinke portie geluk mee gemoeid was, en dat de weg naar de finale toen veel korter was dan de calvarietocht die Belgische clubs tegenwoordig moeten ondernemen in de Champions League. (Dat gold in 1978 overigens nog meer voor FC Liverpool, dat in de eerste ronde gewoon bye was en met­ een door mocht naar de 1/8ste finales.) Dat is allemaal waar. Maar het doet niets af van de uitzonderlijke prestaties van dat kleine provincieploegje, dat enkele jaren daarvoor nog op de rand van het faillissement had gestaan en met de weinige middelen die het ter beschikking had, gedurende vier en een half jaar vriend en vijand verbaasde. Gevreesd door elke topclub en zelf van niemand bang. Een ploeg die, zeker thuis, van iedereen kon winnen.

8 MEI 1977. Voor aanvang van Club Brugge Hamburger SV. V.l.n.r.: Eddie Krieger, Birger Jensen, Roger Van Gool, Jos Volders, Georges Leekens, René Vandereycken. Onder: Julien Cools, Raoul Lambert, Dirk Hinderyckx, Ulrik le Fèvre en Fons Bastijns.

7


KEIN GELOEL! Het brein achter deze tour de force: Ernst Happel. De Weense sfinx die enkel sprak als het echt niet anders kon. Legendarisch is zijn persconferentie na een 0-0-gelijkspel: ‘Gutes Spiel. Leider keine Tore. Ich danke.’ Zeven woorden, waarna hij weer opstapte. Wellicht de kortste persconferentie ooit. Of zijn wedstrijdbespreking voor de WKfinale in Argentinië, die uit één zin bestond: ‘Meine Herren, zwei Punkte.’ Of die keer toen hij trainer was van Oranje en zijn assistent Jan Zwartkruis hem vroeg: ‘Ernst, daar loopt Wildschut, maak effe een afspraak voor een gesprek, omdat ie weer in de tribune moet nu Neeskens weer kan spelen.’ Happel stapte op de speler in kwestie af en keerde enkele seconden later terug. Zwartkruis: ‘En, afspraak gemaakt?’ Waarop Happel: ‘Das war das Gespräch.’ Of, of, of… Iedereen die Ernst Happel van dichtbij heeft meegemaakt, heeft wel een bijzondere herinnering aan de Oostenrijkse succescoach. Een bullebak en eenzaat, maar met een bijzonder teer hart. Iemand die de kunst begreep om bij iedereen de juiste snaar te raken – of toch bij bijna iedereen. Charisma in een bontjas. Of op slippers. Eén ding is zeker: wie hem gekend heeft, vergeet hem nooit. In zekere zin draagt elke speler van Club Brugge zijn erfenis nog steeds met zich mee. ‘No sweat, no glory’ heette toen nog ‘Kein geloel, Fussbal spielen!’ En of ze dat deden.

8

Een volgepakt Olympia wacht in spanning op het laatste fluitsignaal. Of Club nu 3-0 voorstaat of 0-3 in het krijt: aan het gezicht van Ernst Happel valt het niet af te lezen.


9


HOOFDSTUK 1

Een slapende reus wordt wakker


it verhaal begint op 23 januari 1974. Om tien uur, om precies te zijn. Het is de eerste werkdag van Ernst Happel bij zijn nieuwe werkgever Club Brugge, dat er een aantal woelige jaren op heeft zitten.

D

weliswaar niet veel meer te bieden had dan het nieuwste type strijkijzer en het laatste model naaimachine. Maar een Brugse delegatie die de zaak voor een selectiecomité in Genève ging bepleiten, maakte blijkbaar indruk.

Club had namelijk aan het begin van de jaren zeventig nog lang niet de status van traditionele topclub in het Belgische voetbal. Laat staan dat het een grote naam was in Europa. Er was weliswaar een titel in 1920, maar wie herinnerde zich dat nog? Daarna kon FC Brugeois zich nooit handhaven aan de top van de hoogste afdeling: tussen 1920 en 1967 eindigde Club geen enkele keer bij de eerste drie van het klassement. Tot 1959 speelde Club zelfs geregeld in tweede klasse. Stap voor stap knokte blauw-zwart zich echter een weg terug naar de top. Onder impuls van de legendarische doelman Fernand Boone eindigde Club in 1967 op een knappe tweede plaats, en mocht het zich voor het eerst in de geschiedenis opmaken voor Europees voetbal. Niet dat het ene met het andere te maken had. Toen heette de Europa League nog de Beker der Foorsteden. Alleen steden die een gerenommeerde jaarbeurs organiseerden, kwamen voor deelname in aanmerking. Ook Brugge had elk jaar een jaarbeurs, die

DE GOLFPLATEN VAN DE KLOKKE En zo waren 13.573 enthousiaste supporters op woensdag 13 september 1967 getuige van een historische avond op De Klokke: de eerste Europese wedstrijd van Club Brugge. Voetballen aan de Torhoutse Steenweg was sowieso een belevenis: de supporters zaten er bijna óp het veld. Stoelen werden dan aangerukt tot net voor de afsluiting. Soms moest de scheidsrechter het publiek zelfs aanmanen om plaats te ruimen, zodat een hoekschop gegeven kon worden. Het waren andere tijden, zoveel is zeker. Op wedstrijddagen stonden twee agenten aan de ingang van het stadion het verkeer te

8 APRIL 1973. Het elftal van Club vlak voor de kampioenenwedstrijd in Anderlecht. V.l.n.r. Johny Thio (geblesseerd), Fons Bastijns, Erik De Mey, Johnny Velkeneers, Georges Leekens, Erwin Vandendaele, Pierre Carteus. Onder: Raoul Lambert, Ruud Geels, Henk Houwaart, Ulrik le Fèvre en Luc Sanders.

11


regelen. Meer niet. Maar zelden of nooit waren er problemen. Het wisselgeld voor braadworsten werd van hand tot hand doorgegeven. En ja, supporters klommen al eens in de lichtmasten of op het dak van de tribunes om een beter zicht op het veld te krijgen. Af en toe gebeurde het daarbij dat er eentje door de golfplaten naar beneden zakte. De kunst was immers om op, en niet tussen de liggers te gaan zitten. Club had met het Portugese Sporting meteen een grote naam geloot. Maar op het veld was van een groot klassenverschil geen sprake. Blauw-zwart hield meer dan gelijke tred en de wedstrijd eindigde, onder meer dankzij enkele uitstekende reddingen van Fernand Boone, op 0-0. Niemand in het stadion die er dan nog maar durfde aan te denken dat Club Brugge negen jaar later de finale van de UEFA Cup zou spelen. Twee spelers die het Europese debuut in 1967 meemaakten, zullen dan zelfs op het veld staan: Alfons ‘Fons’ Bastijns en Raoul ‘Lotte’ Lambert. 1967 is hoe dan ook een kanteljaar voor Club Brugge, dat volop bezig is een profclub te worden. In het begin krijgen de spelers 400 frank (10 euro) als ze winnen en 200 voor een gelijkspel. Veel geld, in die tijd. Als ze verliezen, krijgen ze niks. Een jaar later, in 1968, wint Club Brugge voor het eerst de Beker van België. Een tweede beker volgt in 1970. Ook in de competitie wordt blauw-zwart een ploeg om steeds meer rekening mee te houden. Op een eerste naoorlogse titel blijft het echter nog vijf jaar wachten, tot in 1973.

12

In 1972 is Club er nochtans bijzonder dicht bij. Op de laatste speeldag van het seizoen heeft het genoeg aan een overwinning tegen Racing White om de langverhoopte titel binnen te halen. Club heeft 29 van de 30 speeldagen aan de leiding van het klassement gestaan. In de heenronde loopt het zelfs tot zeven punten uit op de rest – een kloof van vier wedstrijden in het toenmalige tweepuntensysteem. Maar na Nieuwjaar stokt de machine en ziet Club zijn voorsprong week na week slinken. Jos Volders, (toen nog) verdediger bij Anderlecht: ‘Wij hadden die eerste plaats al lang opgegeven. Club zou kampioen worden, daar twijfelde niemand nog aan. Maar plots verloren ze van Waregem en Cercle, en gingen wij zeven speeldagen voor het einde met 0-2 winnen op De Klokke. Twee doelpunten van Rob Rensenbrink, die het jaar ervoor van Club naar Anderlecht was gegaan.’ Club struikelt in de daaropvolgende weken ook nog in Sint-Truiden, Lier en thuis tegen Antwerp, waardoor Anderlecht op de slotspeeldag nog steeds niet helemaal uitgeteld is. Club heeft zijn lot weliswaar nog steeds in eigen hand, maar dan moet het wel winnen van Racing White. Het is de eerste wedstrijd met dokter Michel D’Hooghe op de bank. Alhoewel,

8 APRIL 1973. Na 53 jaar wachten is Club Brugge eindelijk nog eens kampioen. Georges Leekens, Ruud Geels, Henk Houwaart, Ulrik le Fèvre en Erik De Mey (v.l.n.r.) groeten de Brugse fans in het Anderlechtstadion.


‘dokter’: D’Hooghe komt nog maar net van de schoolbanken en zal zijn doktersdiploma pas enkele weken later behalen. Maar alle hulp is welkom voor de levensbelangrijke kampioenschapswedstrijd. Het mag echter niet baten. Die zondagmiddag staan de voetbalgoden niet aan de kant van Brugge. Club raakt in het Fallonstadion in Sint-Lambrechts-Woluwe niet verder dan 1-1. Het belegert het doel van Racing White, maar de thuisploeg weet kranig stand te houden. De aanmoedigingspremie die kersvers Anderlechtvoorzitter Constant Vanden Stock beloofd heeft aan de spelers van Racing White – een praktijk die later verboden zal worden – mist zijn effect niet. Op hetzelfde ogenblik wint Anderlecht in eigen huis met

5-1 van Sint-Truiden. Club en Anderlecht beëindigen het seizoen met evenveel punten, maar omdat Anderlecht één wedstrijd meer heeft gewonnen, moet Club de titel alsnog in Brussel achterlaten. ‘Dat kwam aan als een echte mokerslag’, herinnert Henk Houwaart zich, een van de draaischijven op het Brugse middenveld van toen. ‘Ik zie ons na afloop nog zitten in de kleedkamer. Allemaal stikkapot. “Gaat het dan nooit lukken?”’

TITELFEEST IN MINEUR Toch wel dus. Een jaar later is de eerste naoorlogse titel van Club een feit, de tweede pas uit de clubgeschiedenis.

13


‘Populaire Picasso overleden’ is dé krantenkop op de voorpagina van Het Nieuwsblad van maandag 9 april 1973, maar dat zal de Clubsupporters worst wezen. ‘Triomf in het Astridpark, zegeklokken in Brugge’ is voor hen het enige nieuws van de dag. Uitgerekend op het veld van Anderlecht verwerft Club in 1973 zekerheid over de langverwachte titel. Een zoete wraak voor wat zich een jaar eerder heeft afgespeeld. Trainer Leo Canjels wordt op de schouders van de spelers door het Anderlechtstadion gedragen, en in de bezoekerskleedkamer van het Astridpark knallen de champagnekurken alle richtingen uit. Maar de kater zal algauw volgen. Enkele dagen na het behalen van de titel worden de spelers en de technische staf feestelijk ontvangen op het Brugse stadhuis. Maar op de club zelf is van euforie al een tijdje geen sprake meer. Integendeel: het voetbal was, zeker na de winterstop, vaak erg voorzichtig en een kampioen in spe onwaardig. Canjels was bang geworden na het debacle een jaar eerder en koos in het kampioenenjaar voor een radicaal andere aanpak: eerst verdedigen en daarna pas denken aan aanvallen.

14

Alleen maar blije gezichten in de bezoekerskleedkamer van Anderlecht. Aanvoerder Johny Thio (geblesseerd afgevallen voor de kampioenschapswedstrijd) heeft de champagne in de kleedkamer kunnen binnensmokkelen.


16

Ulrik le Fèvre en Georges Leekens genieten met volle teugen.


Na het titelfeest in Anderlecht worden de spelers door de hoofdsponsor getrakteerd op een etentje. Ruud Geels, Ulrik le Fèvre, Nico Rijnders en Henk Houwaart heffen op de voorgrond het glas.

17


Bovendien wordt Club geteisterd door heel wat tegenslag: Raoul Lambert is regelmatig onbeschikbaar wegens blessures – helaas een rode draad door zijn carrière. En in november valt Nico Rijnders uit, nadat hij in de wedstrijd tegen FC Luik in elkaar is gezakt. Dokter Michel D’Hooghe kan hem maar op het nippertje van de dood redden. Voetballen zal Rijnders nooit meer doen. De Brugse supporters kunnen Canjels’ catenaccio hoe dan ook maar matig appreciëren en trakteren hun ploeg geregeld op een fluitconcert. Als ze al komen: de toeschouwersaantallen zijn in heel België in vrije val, en aan die neerwaartse tendens ontsnapt ook Club Brugge niet. En zo wordt het eerste titelfeest in 53 jaar toch ook een beetje een feest in mineur.

‘WAT WILT GIJ VERDIENEN?’ In de aanloop naar het nieuwe seizoen wordt de kern versterkt met een opvallende naam: de dan toch al 26-jarige Julien Cools wordt weggeplukt bij Beringen FC. Cools herinnert zich de overgang naar Club nog erg goed. Hij had er eigenlijk een jaar eerder al moeten spelen. Julien Cools: ‘Leo Canjels zocht een moderne verdediger die ook offensief meedacht, en via Jef Vliers, mijn trainer bij Beringen, ben ik toen bij Club gaan testen. Een soort proeftraining met Fons Bastijns en Gaby Savat. Ik moest wat spurtjes trekken, passes geven… Toen ik na die training weer thuiskwam, heb ik meteen naar mijn trainer gebeld om te zeggen dat ik niet wilde gaan. Waarom? Ik weet het niet. De Kempische mentaliteit, zeker?

18

Het jaar erna, in 1973, trok Club Brugge opnieuw aan mijn mouw. Op de laatste dag van de transferperiode ben ik toen met mijn vrouw naar De Klokke gereden. Eigenlijk opnieuw met het idee om er te gaan zeggen dat ik het niet zag zitten. We hadden net bouwgrond gekocht in Kasterlee, onze oudste dochter Griet was net geboren, en ik kon mijn job als boekhouder in Retie prima combineren met het voetbal bij Beringen. Maar de besprekingen liepen niet zoals we hadden verwacht. Op een bepaald moment vroeg Jozef Hutsebaut, de manager van Club: “En, wat wilt gij verdienen?” Ik had met mijn vrouw afgesproken dat we een veelvoud zouden vragen van wat ik op mijn werk verdiende, zodat Club van een transfer zou afzien. Wist ik veel. We hadden geen idee van wat de gangbare salarissen waren in het topvoetbal, en we hadden ook geen makelaar die ons daarbij hielp. Hutsebaut zei niks. Even later werd ik weggeleid om wat medische tests te doen op de hometrainer. Toen ik daarna terugkwam in de kamer, in de veronderstelling dat de onderhandelingen afgelopen waren, bleek mijn contract klaar te liggen. Ik heb dan maar getekend. Mijn carrière is eigenlijk erg bizar gelopen, nu ik erop terugkijk. Op mijn 21ste speelde ik nog in tweede provinciale bij Retie. Aan de muur van de kantine hingen er foto’s van spelers als Van Himst en Lambert. Geen haar op mijn hoofd dat er toen aan dacht dat ik daar zelf ooit tussen zou hangen. Maar enkele jaren later was ik bij Club en de nationale ploeg gewoon een van hen. Ik heb dat altijd absurd gevonden.’


BAKKEN BIER IN DE KLEEDKAMER Lang zal Cools niet samenwerken met de coach die hem naar Brugge heeft gehaald. Het nieuwe seizoen moet nog beginnen, maar tussen Canjels en het bestuur zit het al behoorlijk scheef. Dat verbetert er niet op wanneer de trainer in volle voorbereiding op het nieuwe seizoen, tijdens de zomerstage in het Nederlandse Hoogeveen, zijn hart lucht bij een journalist van Voetbal International. Canjels hekelt het reilen en zeilen bij zijn werkgever, verwijt het bestuur ronduit amateurisme en steekt niet onder stoelen of banken dat hij na het lopende seizoen zal opstappen als er geen beterschap komt. ‘Onze medische en technische afdelingen steken schril af tegen het gebrek aan niveau in de begeleiding’, klinkt het scherp. ‘Kijk, als het bestuur zich gaat bemoeien met de samenstelling van mijn oefenprogramma door wedstrijdpartners te kiezen die absoluut niet mijn goedkeuring hebben omdat een en ander zakelijk interessant is, dan heeft zulks uiteraard vele bezwaren. Of vindt u het verantwoord dat Club Brugge in de maand augustus aan huis speelt tegen landskampioenen als Atlético Madrid en Benfica, twee ploegen die we ook in de 1/8ste finales van de Europacup voor Landskampioenen kunnen ontmoeten? Ik zie dat niet zo zitten.’ En nog: ‘Een Kessler bijvoorbeeld, die perfectionistisch is ingesteld, zal het bij Club geen zes maanden uithouden.’ Henk Houwaart: ‘Club was toen helemaal nog niet zo professioneel. Toen ik in 1969 op De Klokke aankwam, stonden na training de bakken bier bijvoorbeeld nog

klaar in de kleedkamer. Gaandeweg is dat wel veranderd.’ Oud-voorzitter en voormalig clubarts Michel D’Hooghe: ‘Het professionalisme is er natuurlijk niet van de ene dag op de andere gekomen. De eerste die daarin stappen zette, was Norberto Höfling. Hij was de eerste die in de namiddag training begon te geven. Daarna kwamen ook de eerste profspelers, zoals Kurt Axelsson, maar pas onder Happel is iedereen echt volwaardig prof geworden. De sportgeneeskunde stond in die tijd nog nergens, een ramp! Toen ik bij Club aankwam, vond ik er een krakkemikkige massagetafel, een kapot dynamiektoestel en een groot plakkaat aan de deur van de medische dienst met daarop “docteur”. Dat hangt nu bij mij thuis aan de deur van mijn zolderkamer – de enige diefstal die ik ooit heb gepleegd in mijn leven. Verder was er niets. Samen met Eddy Warrinnier, de kinesist, hebben we dan heel hard gewerkt om een infirmerie op te bouwen. Er was geen geld, dus moe­st­en we alles zelf doen. Zo hebben we bijvoorbeeld zelf het dokterskabinet geschilderd en organiseerden we benefietwedstrijden met oud-spelers om een ecg-toestel te kunnen kopen.’ Eddy Warrinnier, kinesist en vertrouwenspersoon in de Brugse kleedkamer van 1966 tot 1995: ‘Toen Michel D’Hooghe bij Club kwam, stond ik eigenlijk op het punt om mijn ontslag in te dienen. Ik was maar parttime in dienst en kon mijn taken als verzorger bij Club maar moeilijk combineren met mijn job in het onderwijs. Gelukkig heeft Michel D’Hooghe mij kunnen overtuigen om toch te blijven.’

19


1973-1974

TRANSFERS

In

Out Julien Cools  beringen fc Ralf Rüssmann  schalke 04, wdu Ernst Happel  fc sevilla, spa

7/’73 7/’73 1/’74

6/’73 6/’73 6/’73

Ralf Rüssmann  schalke 04, wdu Kurt Axelsson  as oostende Willy De Mey  vg oostende John Vercammen  as oostende

COMPETITIE W

G

V

+

-

DS

Ptn

1

RSC Anderlecht

30

17

7

6

72

38

34

41

uefa

2

Antwerp FC

30

15

9

6

48

33

15

39

uefa

3

RWDM

30

13

13

4

50

25

25

39

4

Standard Luik

30

12

10

8

43

30

13

34

5

CLUB BRUGGE

30

13

6

11

61

43

18

32

6

FC Luik

30

11

9

10

42

42

0

31

7

KV Mechelen

30

10

11

9

34

35

-1

31

8

Cercle Brugge

30

8

11

11

46

48

-2

27

beker

9

SV Waregem

30

8

11

11

38

49

-11

27

10 SK Beveren

30

7

13

10

24

30

-6

27

11

30

9

8

13

29

48

-19

26

12 KFC Diest

30

8

10

12

44

51

-7

26

13 Beerschot

30

8

10

12

36

47

-11

26

14 Berchem Sport

30

7

12

11

33

45

-12

26

degradatie

15 Lierse

30

6

13

11

35

51

-16

25

degradatie

16 Sint-Truiden

30

6

11

13

30

50

-20

23

doelpunten *

P kampioen

30

12/’73

Beringen FC

Devrindt Geels Houwaart Le Fèvre Cools Lambert Carteus Hinderyckx

12 12 3 3 2 2 1 1

BEKER VAN BELGIË

Uitgeschakeld voor de komst van Happel

EUROPA

Niet geplaatst * Vanaf 23 januari 1974 onder het roer van Happel


ALFONS BASTIJNS

JULIEN COOLS

‘FONS’

Retie, 13 februari 1947

†

Meer, 28 januari 1947 Brugge, 15 november 2008

Rechtsachter 502 wedstrijden voor Club • 11 goals Speelde 215 van de 218 wedstrijden onder Happel. Jarenlang aanvoerder, boegbeeld en publiekslieveling bij blauw-zwart. spelerscarrière

65-67 67-81 81-82

Racing White CLUB BRUGGE USL Dunkerque fra

Middenvelder 261 wedstrijden voor Club • 44 goals Onvermoeibaar en een onmisbare schakel voor de ploeg. Zorgde er in zijn eentje voor dat één op de twee Kempenaren nog steeds voor Club Brugge supportert. spelerscarrière

69-73 73-79 79-81 81-83 84-86

Beringen FC CLUB BRUGGE Beerschot Dessel KVC Westerlo

palmares

3 caps 4x Belgisch kampioen 1x Beker van België 1x Belgische Supercup daarna

Werd in 1982 even manager van KV Mechelen, waar hij herenigd werd met oud-trainer Leo Canjels en oud-ploegmaat Jos Volders. Werd daarna voltijds kantoorhouder bij Argenta. Overleed op 61-jarige leeftijd aan de gevolgen van de spierziekte ALS.

palmares

35 caps 3x Belgisch kampioen 1x Beker van België 1x zilver EK 1980 Gouden Schoen 1977 daarna

Beëindigde zijn carrière in 1986 in Westerlo. Tegenwoordig assistent-trainer van Gert Verheyen bij de Belgische U19, samen met Franky Van der Elst. Woont in Kasterlee.

31


GEORGES LEEKENS

RAOUL LAMBERT

Meeuwen, 18 mei 1948

‘LOTTE’

Verdediger 351 wedstrijden voor Club • 6 goals Een van de steunpilaren achterin. Moest door de offensieve speelstijl van Club geregeld de meubelen redden en/of de noodrem bovenhalen. spelerscarrière

69-70 70-72 72-81 81-84

Dessel Sport Crossing Schaarbeek CLUB BRUGGE Sint-Niklaas

Steenbrugge, 20 oktober 1944 Aanvaller 458 wedstrijden voor Club • 270 goals Clubmonument bij uitstek en door de supporters verkozen tot Beste Brugse Speler Ooit. Kreeg in zijn hele loopbaan maar twee gele kaarten: eentje voor een vermeende fout op Wilfried Van Moer, en een bij de Rode Duivels voor protest, toen de Russische ref een geldig doelpunt van Jan Verheyen afkeurde en Nederland onterecht naar het WK 1974 mocht…

palmares

3 caps • 5x Belgisch kampioen 1x Beker van België • 1x Belgische Supercup

spelerscarrière

62-80

CLUB BRUGGE palmares

daarna

Ging na zijn spelersloopbaan aan de slag als trainer van achtereenvolgens Cercle Brugge, Anderlecht, KV Kortrijk, Club Brugge, KV Mechelen, Trabzonspor, Cercle Brugge (bis), Charleroi, Moeskroen, België, Lokeren, Roda JC, Algerije, Moeskroen (bis), AA Gent, Lokeren (bis), Al-Hilal, KV Kortrijk (bis), België (bis), Club Brugge (bis), Tunesië, Lokeren (tris), Algerije (bis) en Hongarije.

32

33 caps 5x Belgisch kampioen • 3x Beker van België 1x brons EK 1972 • 1x topschutter Eerste Klasse daarna

Werkte tot aan zijn pensioen als geldtransporteur voor de BBL. Was ook nog jeugdtrainer en scout bij Club en ontdekte zo onder meer Jean-Pierre Papin. Mist nog steeds geen enkele thuiswedstrijd van Club Brugge.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook