Skip to main content

9789401450188

Page 1

Gent… steengoed!

BW DEF.indd 1

5/10/17 11:49


Uitgeverij Academia Press Prudens Van Duyseplein 8 9000 Gent België WWW.ACADEMIAPRESS.BE Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ISBN 978 94 014 5018 8 D/2017/45/700 NUR 933 Veerle Cnudde, Jan Dewanckele, Marleen De Ceukelaire, Guido Everaert, Patric Jacobs, Marie Christine Laleman (red.) Gent… Steengoed! Gent, Academia Press, 2017, 412 p. Tweede, ongewijzigde druk, 2017 Vormgeving cover: Keppie & Keppie Vormgeving binnenwerk: Marleen De Ceukelaire en drukkerij Verraes Redactie: Hilde Pauwels © De auteurs en Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

BW DEF.indd 4

5/10/17 11:34


INHOUD Voorwoord

3

Natuursteen in Gent: Materiële getuigen en geschreven bronnen

6 7 10 16 38 62 76 86 94 104 109 114 119 124 129 134 139 143 147 152 156 160 163 169 174 178 183 187 194 198 203

Geologische context

222

Inleiding Rustenburg Basalt van Fuding Natuurleien Chinese oölitische steen Belgische porfier Lappia Green Waalse marmers Psammieten van de Condroz Blauwe Hardsteen Doornikse kalksteen Maaskalksteen van Vinalmont

223 237 239 243 248 251 255 257 263 266 275 280

Gent ... Steengoed! Inhoud

Inleiding Natuursteen, maar nog geen bouwsteen Doornikse kalksteen Witte natuurstenen Blauwe hardsteen Natuurleien Andere natuurstenen in Gent Vloeren van natuursteen Sint-Jorishof Het 15de-eeuwse Schepenhuis van de keure Het 16de-eeuwse schepenhuis aan de Hoogpoort Schepenhuis van gedele Marmeren stadhuis Berg van Barmhartigheid Het Huis van de Jezuïeten ‘Twee schoonen steenen draghende t’carnatioen ende t’jaer XVJ.C vierendertich’ Een Corps de Garde of Hoofdwacht ‘Eenen schoonen ghevel van witten ende blauwen orduyn met sijn ciraeten’ Natuursteen voor een 18de-eeuws hotel De marmercollectie van graaf Pierre Emmanuel d’Hane De ‘Porte Napoléon’ Een Aula Academica of paleijs der hooge school De Gentse Opera: un des plus beaux monuments de la ville Het Bisschopshuis De Koninklijke Nederlandse Schouwburg Een Museum voor Schone Kunsten Het vergroten, geschikt maken en herstellen van de Oude Lakenhalle Een brug van natuursteen uit 1906 Het bisschoppelijke seminarie De restauratie van de Bijloke

1

V000.indb 1

28/04/2009 9:47:32


Gent ... Steengoed! Inhoud

Mondariz graniet Italiaanse porfier Luxemburgse zandsteen GeĂŻmporteerde kalksteen uit het Jura Bentheimer zandsteen Franse steen - Turoniaan Avesnessteen Steen van Maastricht Silex Kwartsiet - Boven-Landeniaan Ieperiaanse steen Veldsteen Brusseliaanse steen Gobertange steen Ledesteen Bateig IJzerzandsteen Basaltlava en tufsteen van de Eifel

283 285 291 297 309 314 318 322 325 331 338 344 350 355 359 368 370 374

Over de auteurs Met dank aan Plaatsen in Gent Natuursteensoorten in Gent

403 407 409 411

2

V000.indb 2

28/04/2009 9:47:32


VOORWOORD

Gent ... Steengoed! Voorwoord

De aandachtige wandelaar in Gent kan eigenlijk niet anders dan onder de indruk komen van de vele gevarieerde monumenten die Gent rijk is. Hij of zij zal daarbij trouwens opmerken dat de meeste van deze openbare en private gebouwen recentelijk werden gerestaureerd waardoor ze hun oude grandeur terugkregen. Oorspronkelijk gebouwd om te imponeren, doen deze gebouwen dit nog steeds. Zij getuigen nu nog steeds van de belangrijkheid van hun bouwheren en van de invloed die zij uitoefenden op hun medeburgers en bezoekers. Toch heeft de restauratiepolitiek van dit ‘steengoed’ geenszins geleid tot een ‘verstening’ van de atmosfeer die in Gent heerst. De stad is niet geëvolueerd tot een stenen museum, maar is daarentegen uitgegroeid tot een levendige en bruisende gemeenschap. In dit weefsel heeft de Universiteit Gent zich van bij haar ontstaan in 1817 ingebed. Zij is als het ware deel gaan uitmaken van zowel het materiële als immateriële patrimonium van Gent. Het is duidelijk dat met stadsinbreiding en renovatie het belang van een verantwoorde restauratie van historische gebouwen aanzienlijk is toegenomen. Dit vereist niet alleen een grondige kennis van de gebruikte materialen en van hun toepassingen, maar ook van de historische context van hun aanwending. De laatste decennia heeft de beleidsgemeenschap zich aanzienlijke onderzoeksinspanningen getroost om deze restauratie wetenschappelijk te ondersteunen. De Universiteit heeft hier in belangrijke mate in bijgedragen door deelname van Gentse geologen in Vlaamse en Europese onderzoeksinspanningen. Voor geologen vormen natuurlijke bouwstenen immers een uitdagend onderzoeksdomein waarvan de toepassing en het impact op het stadsgezicht nauwelijks kan onderschat worden. Ook binnen de administratie van de stad Gent zelf is bij de dienst Monumentenzorg en bij het stadsarchief ‘De Zwarte Doos’ een schat aan informatie en kennis inzake restauratie en zijn historische context opgebouwd. Universiteiten hebben dezer dagen een drieledige opdracht: verrichten van academisch onderwijs en onderzoek, en verschaffen van dienstverlening aan de maatschappij. Daarbij vormt het onderzoek in de sector van de natuurlijke bouwstenen een geschikt doorgeefluik van wetenschappelijke kennis naar toepassing in de maatschappij. Dit onderzoek laat immers toe om de theoretische en fundamentele bevindingen en inzichten te toetsen aan de dagdagelijkse realisaties van de restauratie. Daardoor vloeit een groot deel van de geleverde onderzoeksinspanningen terug naar de maatschappij. De sociale en economische relevantie van dit onderzoek wordt op deze manier duidelijk zichtbaar. Dit is cruciaal in een sector zoals cultuur waarvan het belang steeds meer en meer wordt gemeten in termen van economische en financiële opbrengsten en terugverdieneffecten. De auteurs zijn afkomstig zowel uit de academische wereld als uit de beleidsondersteunende administratie. Zij hebben er resoluut voor gekozen om hun over de loop der jaren verzamelde kennis te delen met het geïnteresseerde publiek. De toeristische interesse heeft het laatste decennium zeer brede vormen aangenomen, gaande van pure ontspanning tot de dieper gravende beleving van stads- en regiogeschiedenis. Daarbij komt de culturele identiteit van een stad of regio een steeds prominenter rol opeisen. Het wekt dan ook hoegenaamd geen verwondering dat Gent zijn rijke culturele geschiedenis hierbij nadrukkelijk op het voorplan plaatst. Ook het bouwkundig erfgoed hoort hier ongetwijfeld bij gezien zijn grote visibiliteit en zijn monumentaal karakter. Een boek dat de Gentse gebouwen, de natuurstenen waaruit ze zijn opgetrokken en hun restauratie in zijn geschiedkundige context plaatste, kon dus ook niet uitblijven. Deze wetenschapspopularisatie kadert trouwens in het ‘Internationaal Jaar van de Planeet Aarde’ (2007-2009) waarmee onder de vlag van UNESCO de Internationale Unie van Geologische Wetenschappen de rol wil belichten die de geologie speelt in het dagdagelijkse leven (www.yearofplanetearth.org) (www.jaarvandeplaneetaarde.be).

3

V000.indb 3

28/04/2009 9:47:33


Gent ... Steengoed! Voorwoord 4

V000.indb 4

28/04/2009 9:47:36


De auteurs hebben getracht om de stenen van de Gentse monumenten hun verhaal te laten vertellen aan de geïnteresseerde voorbijganger. ‘Welke steen ben ik en van waar kom ik? Waarom zit ik nu juist in deze muur? Waarom zie ik en mijn buur eruit zoals we eruit zien?’ Deze en nog andere vragen hebben we gepoogd te beantwoorden in de hoop uw wandeling doorheen het monumentale Gentse patrimonium zo instructief en aanschouwelijk mogelijk te maken. Hopelijk zijn we daarin geslaagd … Veerle Cnudde

Jan Dewanckele

Patric Jacobs

Marleen De Ceukelaire

Gent ... Steengoed! Voorwoord

5

V000.indb 5

28/04/2009 9:47:41


Natuursteen in Gent:

MateriĂŤle getuigen en geschreven bronnen V000.indb 6

Guido Everaert Marie Christine Laleman Daniel Lievois

28/04/2009 9:47:42


Natuursteen in Gent

Gent ... Steengoed! Inleiding

INLEIDING Gent is een stad van stenen, een stenen stad. Bij elke stap zijn stenen te zien, stap- en stootstenen voor de wandelaar of de gehaaste Gentenaar van vandaag, stenen uit lang vervlogen tijden voor nieuwsgierige bezoeker of toerist. Welke stenen zijn het? Van waar komen ze? Waarom werden ze hier gebruikt? Wie bestelde ze? Wie kapte de stenen, wie vervoerde en bouwde? Talrijke bouwstenen kunnen zo een verhaal vertellen dat meerdere eeuwen of pas enkele decennia oud is? Iedere steen heeft eigenlijk wel iets te vertellen. De bouwstenen in Gent waren nog niet eerder het hoofdonderwerp van een boek. De verschillende soorten kwamen wel al vaak aan bod in algemene werken, architectuuroverzichten, archeologische verslagen of wetenschappelijke bijdragen en in publicaties over vensters, deuren en poorten. Die erg verspreide en zeer verscheiden kennis is moeilijk toegankelijk, reden dus om er een boek over samen te stellen. In de verschillende hoofdstukken worden gegevens samengebracht over de natuursteen die in Gent werd verbruikt, voornamelijk in de bouwwerkzaamheden. In een eerste luik zijn gegevens te vinden over toepassingen van natuursteen in Gent. De meer algemene inlichtingen, samengevat in de eerste hoofdstukken, waarin ook de oudste voorbeelden aan bod komen, worden gevolgd door tweeĂŤntwintig

7

V000.indb 7

28/04/2009 9:48:03


Natuursteen in Gent

Gent ... Steengoed! Inleiding 8

V000.indb 8

28/04/2009 9:48:05


Natuursteen in Gent

Een boek over natuursteen mag niet doen vergeten dat er ook gebouwd werd met andere materialen: leem, huiden, hout, baksteen, dakpannen, ijzer, beton, zink, staal, petroleumderivaten, kunststoffen, en zo meer. Deze manieren van bouwen worden hier niet uitgewerkt. Natuursteen in al zijn varianten en variëteiten vormt het centrale onderwerp. In een korte tijdsspanne werd getracht om zo veel mogelijk gegevens te verwerken, waarbij de stenen zelf of de materiële bronnen het uitgangspunt waren. Ook het onderzoek op die bronnen en de kennis die daaruit af te leiden is, werden als bron gebruikt, naast eigentijdse geschreven bronnen zoals rekeningen, contracten of bestekken die concrete inlichtingen geven over het betrekken en verwerken van natuursteen op tal van plaatsen in Gent. Het boek biedt een eerste overzicht en nodigt uit om deze kennis dagelijks met nieuwe gegevens aan te vullen.

Voor elke periode van het verleden geeft natuursteen maatschappelijke aanwijzingen: over de politieke context, over economische mogelijkheden, over sociale verhoudingen, kortom over het hele maatschappelijke bestel. Het gebruik van natuursteen is immers anders voor elke tijd en elke plaats. Een essentieel gegeven is de beschikbaarheid van natuursteen als geschikt bouwmateriaal: ter plaatse, op nabije of verre afstand. Sommige natuurstenen ‘etaleren’ zich, laten zich gemakkelijk zien of herkennen. Andere vragen meer inspanning. Er is het primaire gebruik en er zijn de talrijke vormen van hergebruik. Zo zijn er heel wat gebouwen of bouwwerken waar talrijke natuursteensoorten met elkaar werden vermengd, zoals de Sint-Michielsbrug, of waar door het verloop van de geschiedenis een bonte samenhang aan onze tijd wordt overgeleverd. In dit opzicht zijn het Stadhuis en het Gravensteen juweeltjes, maar boven alles ook de ruïnes van de Sint-Baafsabdij. In het scenario voor een klank- en lichtspel met als titel Van de Vikings tot Keizer Karel vertolkte Hugo Claus deze stenenrijkdom in 1957 als volgt: De verspreide stenen die, uit de duisternis van die tijd ontrukt, dit bouwwerk vormden dat de geest van de mens heeft gericht naar wat hem uit zichzelf onthief, zij zijn bedreigde stenen geweest sedert zij voor het eerst laag voor laag, in de vorm van de visgraat werden opgericht. (…). Het verval van deze stille muren heeft zich na jaren van verstofte tijd een schoonheid aangemeten die de kenmerken draagt van haar sterkste deugden: de inkeer en het betrouwen. Voorgoed draagt de abdij het spoor van de groten dezer aarde die er traden. Vanaf Karel de Grote met zijn baard als een stroom over de Gentenaar van Spanje, Keizer Karel, die zijn stad nog het meest plaagde tot de vorsten waarover niemand spreekt en die gehuld zijn in de zwijgzame trots van het dagelijks leven: de mensen zonder naam die bouwden en versierden en werkten in hun menselijke staat.

Gent ... Steengoed! Inleiding

hoofdstukken over gebouwen waar de studie van het gebouw zelf en van documenten die er over werden teruggevonden, toelaat een meer gedetailleerd inzicht te geven. De gekozen gebouwen bieden een panorama van de 15de tot het begin van de 20ste eeuw. Deze inlichtingen, uit geschreven bronnen of afgeleid uit goed onderzochte gebouwen, krijgen als tweede deel van het boek een soort van catalogus, met de geologische en petrografische kenmerken van alle tot op heden bekende natuursteensoorten in Gent. Via deze inhoud krijgt men een inzicht in het bouwen in Gent, vanaf zowat de 10de eeuw tot vandaag. In de stad zelf wordt natuursteen meestal eerst geassocieerd met muren, buitenarchitectuur en met het openbare domein zoals straatstenen, straatmeubilair, standbeelden. De verzamelde gegevens zetten ook deuren open, laten de lezer of bezoeker tevens mee gluren achter de ‘façades’, waar eveneens heel wat natuursteen te ontdekken valt. Verschillende natuursteensoorten kenden andere toepassingen buiten het bouwbedrijf. Prachtvoorbeelden zijn er te zien in de Gentse verzamelingen van het Stadsmuseum STAM, de ruïnes van de Sint-Baafsabdij, de Kunsthal Sint-Pietersabdij, de universitaire musea of De Zwarte Doos.

Werken met en over natuursteen vertelt niet alleen iets over bouwen en architectuur.

9

V000.indb 9

28/04/2009 9:48:07


Natuursteen in Gent

Gent ... Steengoed! Natuursteen...

NATUURSTEEN, MAAR NOG GEEN BOUWSTEEN

De oudste sporen van menselijke aanwezigheid in Gent zijn vuurstenen werktuigen. Ze verwijzen naar het MiddenPaleolithicum (ca. 70.000-ca. 35.000 voor onze tijdrekening) toen rondtrekkende Neanderthalmensen ook onze regio bezochten en er leefden van jacht, visvangst en voedsel verzamelen. De steentijden zijn de oudst bekende prehistorische cultuurperiodes. Ze worden gekenmerkt door het gebruik van natuursteen, vooral vuursteen of silex, als grondstof voor de vervaardiging van harde en snijdende werktuigen. Er worden drie hoofdperioden onderscheiden: het Paleolithicum of de Oude Steentijd, het Mesolithicum of de Midden-Steentijd en het Neolithicum, de Nieuwe of Jonge Steentijd.

Vuistbijl van vuursteen, gevonden bij diepe graafwerken aan de Blaarmeersen, Midden-Paleolithicum, ca. 55000 voor onze tijdrekening. Stad Gent, Dienst Stadsarcheologie.

10

V000.indb 10

28/04/2009 9:48:16


Natuursteen in Gent

Kleine, fijn bewerkte vuurstenen met een veelal geometrische vorm worden microlieten genoemd en zijn kenmerkend voor het Mesolithicum (ca. 8.000-ca. 4.000 voor onze tijdrekening). Sommige dienden als schrabber of mesje, andere werden op houten of benen schachten gemonteerd om als pijlbewapening of harpoen dienst te doen. De meeste microlieten uit de Gentse regio werden uit vleksilex vervaardigd. Het is niet meteen duidelijk waar deze grondstof vandaan kwam. Men neemt aan dat de waarschijnlijk veelal kleine silexknollen in de omgeving zelf werden verzameld. De lithische concentraties die getuigen van de tijdelijke verblijfplaatsen van mesolithische en neolithische jagers, vissers en voedselverzamelaars bevatten

hoofdzakelijk jacht- en werktuigen van lokale vuursteen. Regelmatig komt er ook een klein percentage artefacten in gesteenten van elders voor. Het meest herkenbaar is het Wommersomkwartsiet uit de omgeving van Tienen (Vlaams-Brabant), beter aangeduid als het microkwartsiet van Wommersom, dat behoort tot het Boven-Landeniaan. Gedurende het hele Mesolithicum kende het microkwartsiet een asymmetrische verspreiding naar de verschillende windstreken. In het vroege Mesolithicum kwam dit ge-

Gent ... Steengoed! Natuursteen...

De meeste gebruiksvoorwerpen uit de Steentijd zijn jacht- en werktuigen uit silex. Silex of vuursteen is een kiezelzuurrijk gesteente dat in kalkafzettingen is ontstaan. Door transport in zee en rivier werden de knollen afgerond. In onze streken komen ze voor als keienlagen op de grens tussen tertiaire en kwartaire afzettingen. Deze meestal eenvoudige keien leverden de belangrijkste grondstof voor de oudste stenen gebruiksvoorwerpen in de Gentse regio. De vuurstenen artefacten tonen veelal een zwarte, licht gevlekte, grofkorrelige vuursteen, ook vleksilex genoemd. De grootste concentraties vuurstenen artefacten in Gent kwamen aan het licht bij opgravingen aan de Tweekerkenstraat. In totaal werden daar 1300 stuks vuursteen opgegraven die verwijzen naar menselijke aanwezigheid op die plek. In afwachting van verdere studie kunnen de vuurstenen werktuigen geplaatst worden op de overgang van Epipaleolithicum naar Mesolithicum, omstreeks 9600-9000 jaar voor onze tijdrekening.

Stenen getuigen uit het Mesolithicum. Stad Gent, Dienst Stadsarcheologie.

Mesolithische artefacten, onder meer uit Wommersom, van een site langs de Moervaart in het noorden van Gent. Stad Gent, Dienst Stadsarcheologie.

11

V000.indb 11

28/04/2009 9:48:18


Natuursteen in Gent steente alleen in groot getal voor op sites tot zowat 30 kilometer van het ontsluitingscentrum. Verder daar vandaan zijn de percentages beduidend kleiner en in sites meer dan 100 kilometer van het ontsluitingscentrum verwijderd, zoals de Gentse regio, gaat het meestal slechts om enkele fragmenten. Vanaf het Midden-Mesolithicum was de verspreiding veel belangrijker om dan met het Neolithicum weer af te nemen, althans wat de westelijke uitstraling betreft.

Gent ... Steengoed! Natuursteen...

Andere prehistorische werktuigen werden vervaardigd in een glauconiet- of micahoudende zandsteen. Die glimmerzandsteen kan zowel uit het Zuid-Vlaamse heuvelland als uit de Condroz (omgeving Dinant) afkomstig zijn. Doorgaans minder vertegenwoordigd zijn de artefacten in ftaniet, afkomstig uit de streek van Ottignies en Céroux-Mousty (Waals-Brabant). Uit enkele detailstudies blijkt het preferentiële gebruik van kwartsiet en andere ‘vreemde gesteenten’ voor de vervaardiging van sommige types werktuigen. Er bestond een levendige handel in stenen werktuigen. Ze worden soms tot 1000 kilometer van hun herkomstgebied teruggevonden. De jagers, vissers en voedselverzamelaars waren immers niet sedentair en verplaatsten zich in groepen op korte of zelfs middellange afstand en zo konden ook werktuigen van andere herkomstgebieden migreren. Mogelijk waren die verplaatsingen seizoengebonden. Misschien waren er ook grenzen die een afbakening vormden tussen al dan niet rivaliserende groepen die objecten uitwisselden. Ten slotte was er nog de (ruil)verhandeling tussen individuen en groepen.

Fragment van een gepolijste vuurstenen bijl, Dobbelslot. Stad Gent, Dienst Stadsarcheologie.

Het Neolithicum zag de wellicht geleidelijke overgang van het nomadisme naar een sedentaire levenswijze met de introductie van onder meer landbouw, veeteelt en potten bakken. Dit had gevolgen voor het gamma werktuigen. Artefacten van gepolijste vuursteen wonnen aan belang: bijlen, beitels en dissels. Vooraleer de term Neolithicum algemeen werd, noemden Franse archeologen deze cultuurperiode L’âge de la pierre polie. Uitzonderlijk zijn de pijlspitsen in vuursteen van Spiennes. Omstreeks 4300 voor onze tijdrekening wrikten middenneolithische mensen met vuurstenen mijnwerkershouwelen krijt los en recupereerden zij vuursteenknollen. Via diepe schachten en gangen werd de silex uit de krijtlagen opgediept en massaal geëxploiteerd. Met hamer en beitel werden ze verder verwerkt tot halffabrikaten die vanuit de omgeving van Spiennes, Mesvin en Obourg (Henegouwen) hun weg vonden naar andere nederzettingen,

Vuurstenen kling opgegraven op het Goudenleeuwplein. Stad Gent, Dienst Stadsarcheologie.

onder meer naar de Gentse regio. Rond de putschachten of de al opgevulde schachten van Spiennes ontstonden ateliers die wellicht gespecialiseerd waren in de fabricage van een bepaald type van werktuig: spitsen, hakken, messen, beitels, pijlpunten. Het hele productiegebied strekte zich uit over een oppervlakte van zowat 150 hectare. Gespecialiseerde mijncentra van vuursteen zoals in Spiennes (Henegouwen) en Rijkholt (Nederlands Limburg) kenden een belangrijke bloei en illustreren een vorm van toenemende arbeidsspecialisatie, wat ook gevolgen had voor de (ruil)handel. Spiennes produceerde zeker tot in de Bronstijd. Uitzonderlijk werden bij de materiële relicten uit deze periodes ook artefacten in andere steensoorten gevonden, zoals strijd-

12

V000.indb 12

28/04/2009 9:48:20


Natuursteen in Gent hamers in porfier. Vuurstenen artefacten en gepolijste bijlen kwamen ook na het Neolithicum voor bij de materiële cultuur van mensen in Gent en omgeving, onder meer in de Bronstijd en de IJzertijd.

Toen de Gentse regio in de 1ste eeuw voor onze tijdrekening in het Romeinse Rijk werd opgenomen, bleven de traditionele bouwtechnieken, namelijk het gebruik van hout en huttenleem doorleven. Hoewel de meeste plekken waar sporen van Romeinse nederzettingen in de Gentse regio werden ontdekt, kleine blokken natuursteen (breuksteen) van diverse herkomst opleveren, werden er tot nog toe geen stenen gebouwen opgegraven. De losse stenen kunnen als versteviging voor funderingen of wegtracés, voor huiselijke activiteiten of ambachtelijke bedrijvigheden benut zijn. De aanwezigheid van natuurstenen in de Gallo-Romeinse nederzettingen wordt vaak

Gent ... Steengoed! Natuursteen...

Een in Mendonk teruggevonden dolk is vervaardigd uit een doorschijnende, honingkleurige vuursteen die vermoedelijk afkomstig is uit Grand-Pressigny nabij het Franse Tours. Dergelijke dolken die veelal samen worden aangetroffen met versierde bekers van het type All Over Ornamented (AOO), kunnen een aanwijzing zijn voor het bestaan van een grafheuvel uit het Laat-Neolithicum, chronologisch te situeren tussen omstreeks 2200 en 2000 voor onze tijdrekening.

aangegeven door handmolenstenen of maalstenen met op een van de vlakken regelmatig gehakte groeven om het malen van bijvoorbeeld graan te bevorderen. Er waren twee types roterende handmolenstenen. De onderste of de ligger werd meestal vastgezet. De bovenste, of de loper, wordt doorgaans gekenmerkt door een opstaande rand, een centrale opening voor de graantoevoer en enkele gaten die met een handvat te maken hadden. Deze handmolen- en maalstenen werden in zeer verscheiden steensoorten vervaardigd. Talrijke fragmenten werden petrografisch geïdentificeerd door Prof. Dr. Paul De Paepe. Op de meeste Romeinse nederzettingen in Noord-Gallië worden molenstenen ontdekt in tefrietische lava, gekenmerkt door een blazige structuur en hoofdzakelijk afkomstig uit de kwartaire vulkanische streek rond de Lacher See in het Eifelgebied, onder meer Niedermendig en Mayen. Hoewel tefriet de wetenschappelijke naam is, vindt men in talrijke archeologische verslagen de foutieve benaming basaltlava terug. Van in de late prehistorie tot in de middeleeuwen ontstond er een bloeiende productie aan dergelijke molenstenen, die tot ver in Noord- en West-Europa werden verhandeld. De determinatie van de steensoort verschaft derhalve ook inlichtingen over het handelsverkeer in de Romeinse tijd. Opvallend is ook dat fragmenten van handmolenstenen in funderingen van gebouwen, ook houtbouw, werden aangetroffen. Misschien moeten ze behalve als een stevige fundering ook als een soort van bouwoffer worden geïnterpreteerd. Andere handmolenstenen werden vervaardigd in een zandsteen van lokale of regionale herkomst. Meestal gaat het om een ijzerhoudende zandsteen die wellicht afkomstig is van de laattertiaire Diestiaan heuvels in zuidelijk Vlaanderen, onder meer uit de omgeving van Flobecq, Ronse of Kemmel.

Handmolensteen opgegraven in de Gallo-Romeinse nederzetting binnen het plangebied The Loop in Sint-Denijs-Westrem, vermoedelijk 2de eeuw. Projectarcheologie N.V. Grondbank The Loop, Gent.

Ook goed vertegenwoordigd zijn de handmolenstenen van conglomeraat. Conglomeraat staat voor een sedimentgesteente dat samengesteld is door aaneengekitte, afgeronde mineraal- en

13

V000.indb 13

28/04/2009 9:48:22


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401450188 by Uitgeverij Lannoo - Issuu