PROFESSOR
KLEINBREIN
amfoor Dionysos
kottabos sater
chiton
Wonderlijke weetjes en fascinerende feiten over de
OUDE GRIEKEN SARAH DEVOS met illustraties van HELEEN BRULOT
TIJDLIJN
ongeveer 2800-1450 v. Chr.
MINOÏSCHE BESCHAVING
800-479 v. Chr.
1100-800 v. Chr.
DE DUISTERE PERIODE rond 1600-1100 v. Chr.
Opkomst én teloorgang van de MYCEENSE BESCHAVING. Val van Knossos.
10
ARCHAÏSCHE PERIODE Topperiode voor de oude Grieken!
336-30 v. Chr.
HELLENISTISCHE PERIODE Toptijd voor wiskunde met Archimedes.
479-323 v. Chr.
KLASSIEKE PERIODE Sparta heerst, de vijfde eeuw is de gouden eeuw voor de Grieken. De tijd van Socrates, Plato en Aristoteles.
11
rond 1450 voor Christus Veel Minoïsche paleizen en steden verwoest. rond 800 voor Christus De ‘typische’ oude Grieken kwamen aan de macht. 776 voor Christus De Olympische Spelen worden voor het eerst georganiseerd.
750-490 voor Christus Griekse stadstaten komen op. vanaf 750-508 voor Christus Beginselen van de democratie. Griekse kolonies worden gesticht. 404 voor Christus Athene wordt verslagen door Sparta: einde Peloponnesische Oorlog.
12
338 voor Christus Koning Philippus II van MacedoniĂŤ, vader van Alexander de Grote, heeft na jarenlang oorlogvoeren de macht over heel Griekenland.
Magna Graecia
323 voor Christus Alexander de Grote sterft. 200-30 voor Christus Onrust en oorlogen, Griekenland is in chaos. 146 voor Christus De Romeinen veroveren Griekenland, dat nu deel wordt van het Romeinse Rijk.  
13
Hoe het begon Als mensen het hebben over ‘de’ Grieken, bedoelen ze meestal de Grieken die leefden tijdens de klassieke periode, van ongeveer 500 tot 300 jaar voor Christus. Toch zouden deze klassieke Grieken niet dezelfde zijn geweest zonder hun betoveroveroverovergrootouders, de Myceners en de Minoërs. Deze twee volkeren woonden allebei in Griekenland en ze beleefden ongeveer tegelijk hun topjaren.
1. DE MINOÏSCHE BESCHAVING: LEVEN ALS GOD IN… GRIEKENLAND De Minoërs dankten hun naam aan de befaamde koning Minos. Die Minos zou ooit echt bestaan hebben, maar hij was vooral een legende, een mythe. De Minoërs waren het eerste grote, Griekse volk. Vanuit hun woonplaats – het eiland Kreta – dreven 14
Koning Minos
Kreta
ze vooral handel via de zee. Aan dat zonnige eiland dankt de Minoïsche beschaving ook zijn andere naam: de Kretenzische beschaving, van Kreta dus. Koning Minos zou dus echt bestaan hebben en zou toen zo’n beetje de baas zijn geweest over alles waar je maar de baas over kon zijn: het volk, het eiland Kreta, de handelaars… Bovendien was hij priester, rechter én koning – de baas van alles, zeg maar, een soort god op aarde. Het verhaal gaat dat die legendarische koning Minos na een tijdje regeren over Kreta ook weleens de baas over andere mensen wilde zijn. (Zo gaat dat met machtige mensen: hoeveel ze ook hebben, het is 15
GRIEKENLAND
EGEÏSCHE ZEE TURKIJE
Mycene
Kreta
Knossos Malia Phaistos
nooit genoeg.) Volgens de mythe zorgde hij ervoor dat de zeemacht van Kreta – het leger met schepen dus – ook andere eilanden in de Egeïsche Zee ging veroveren. De Egeïsche Zee is het stukje van de Middellandse Zee tussen Griekenland en Turkije. Zo kreeg koning Minos langzaam maar zeker een nog groter gebied in handen. Ook met de handel ging het goed, daar op Kreta. Minoërs waren namelijk sympathiek en slim tegelijk. Dat is een goede combinatie als je rijk wilt worden, 16
wat dan ook gebeurde. Ze hadden toch eten in overvloed, dus ze konden net zo goed al die olie, die wijn en dat graan uitvoeren over zee en er nog flink wat aan verdienen ook. Op een bepaald moment waren ze zo rijk dat ze zin kregen om een paleisje te gaan bouwen. Nou ja, paleisje… Zeg maar PALEIS! Het bekendst is het paleis van het stadje Knossos, in het midden van het eiland Kreta. Naar het schijnt gaf koning Minos himself de opdracht om dit megabouwwerk neer te poten. Ook op andere plaatsen, zoals Malia en Phaistos, vond je prachtig versierde paleizen. Sommige archeologen denken dat het ‘gewoon’ een paleis was. Anderen beweren dat het ook een tempel was, of een enorme opslagplaats voor eten, drinken en olijfolie. Nog anderen zeggen dat het paleis van Knossos dat allemaal in één moet zijn geweest. Aan het gigantische bouwsel zag je in elk geval meteen hoe slim de architecten uit die tijd waren, want het paleis telde honderden kamers en gangen. Het gekke is dat niemand precies weet hoe dat paleis van Knossos vernietigd werd. Rond 1630 voor Christus was er een vulkaanuitbarsting, waardoor het paleis weer opgebouwd moest worden. Bijna 17
twee eeuwen later werd het wéér getroffen, nu door een brand, die waarschijnlijk werd aangestoken door een bende woestelingen. Onderzoekers denken dat het de Myceners waren, die jaloers waren en alle mooie paleizen op Kreta vernielden. Met het paleis werd ook het succes van de Minoërs omvergeworpen en zo kwam er, ergens rond 1450 voor Christus, heel plotseling een einde aan de succesvolle Minoïsche beschaving.
2. DE MYCEENSE BESCHAVING Toen de welvaart van de Minoërs af begon te nemen, traden de Myceners naar voren. Deze twee volkeren 18
begonnen ongeveer tegelijk aan hun bloei: de Minoërs op het eiland Kreta en de Myceners op het vasteland. Maar terwijl de Minoërs rond 1500 voor Christus hun toptijd beleefden (en meteen daarna ook hun ondergang), moest het toen nog beginnen voor de Myceners. Zij kenden hun gouden tijd van ongeveer 1600 tot 1100 voor Christus. En als die Minoërs een prachtig paleis neerzetten in Knossos, konden de Myceners natuurlijk niet achterblijven! In hun hoofdstad Mycene bouwden ze ook een gigantisch paleis. Dat beveiligden ze met een legendarische leeuwenpoort, gemaakt van enorme blokken steen.
19
Een onbevreesde, sterke, jonge man
moest een zware, gevaarlijke tocht naar het nieuwe land overleven,
waar hij vervolgens probeerde alle mensen van het land dat hij wilde veroveren naar hem te laten luisteren.
Als hij het vriendelijk vroeg en ze luisterden nog steeds niet, mocht hij (veel) geweld gebruiken.
Zo hielp hij Griekenland groter te maken
en de Griekse ideeĂŤn, producten en voedselvoorraden zo ver mogelijk te verspreiden.
24
Tegen 770 voor Christus liep de kolonisatie als een trein. Dankzij het voedsel dat de Grieken vanuit deze kolonies naar Griekenland brachten, hadden alle inwoners van het land weer meer dan genoeg te eten. Dat was namelijk soms weleens een probleempje, want in Griekenland vind je vooral rotsen en het is niet makkelijk om daar groenten en fruit op te laten groeien. De Grieken konden dus opgelucht ademhalen: er brak weer een stralende tijd voor hen aan! Rond de vijfde eeuw voor Christus beleefden de Grieken een van hun allerbeste tijden: dat was hun gouden eeuw.
25
Dagelijks leven Toen de duistere periode ein-de-lijk voorbij was, ging het alsmaar beter met de Grieken. Hoe beter het ging in Griekenland, hoe meer mensen erbij kwamen en hoe meer monden er dus te voeden waren. Na een tijdje hadden ze niet meer genoeg te eten. Bovendien was het leven op de boerderij erg hard. Als je al met je schop door de rotsige grond kwam, was die niet bepaald vruchtbaar te noemen. Het klimaat in Griekenland was wel prima geschikt voor wijn- en olijfgaarden (druiven, rozijnen, wijn, olijven en olijfolie), uit de zee haalde je een voorraad
26
vis en met wat geluk liepen er enkele schapen, geiten of kippen rond op je erf. Maar dan had je het meestal wel gehad. Daarom namen veel Grieken het zekere voor het onzekere en riepen ze wat hulp in van buitenaf: ze brachten regelmatig offers aan hun goden om zeker te zijn van een goede oogst. (Dat offeren hadden ze wel slim bekeken, want het meeste van wat ze offerden, aten ze erna zelf op. Ha!) Net als de Egyptenaren kenden ook de Grieken geen vier, maar drie seizoenen:
november tot februari
maart tot juni
juli tot oktober
REGENSEIZOEN
BLOEISEIZOEN
HET DROGE SEIZOEN
Maar ze moesten nog steeds gewoon wachten tot het regende om hun gewassen water te geven – als de grond al vruchtbaar was tenminste. Daarom voerden ze ook veel eten in vanuit hun kolonies. 27
1. EEN DAG IN HET LEVEN VAN EEN OUDE GRIEK Dat eten kocht je op de agora, het centrale markt plein. Daar was het elke dag een drukte vanjewelste! Koelkasten waren immers nog niet uitgevonden, dus moest je1 dag in, dag uit de deur uit om verse goud een nieuw kapsel
zilver
olie
parfum vazen, kruiken en grote amforen
leren sandalen
tijdverdrijf met dansers en acrobaten
28
wijn
groenten, fruit, vlees en vis te kopen. En je kon er nog veel meer krijgen:
VETTE RODDELS
specerijen
μάγειρος διδάσκαλος
slaven (yep, die kon je gewoon kopen op de markt)
de laatste politieke afspraken op het informatiebord (een soort krant uit de oudheid)
1 Je mocht elke dag naar de markt – tenminste, als je een man was! Voor een rijke vrouw was het ten strengste verboden op de agora te komen. Boodschappen deed haar man of een slaaf voor haar. Armere vrouwen mochten wel naar de markt. Gelukkig maar, want zij runden vaak een kraampje waar ze voedsel verkochten.
29
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Š Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018 Tekst: Sarah Devos Vormgeving: Studio Lannoo Illustraties: Heleen Brulot Revisie: De Witregel D/2018/45/13 NUR 212 978 94 014 4855 0 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.