JEROEN OLYSLAEGERS de Zielhouderij
D/2018/45/10 – ISBN 978 94 014 4778 2 – NUR 740 Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Studio Lannoo Zetwerk binnenwerk: Studio Lannoo © De auteurs Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Academia Press Prudens Van Duyseplein 8 9000 Gent – België www.academiapress.be
In mijn verbeelding zit ze op een troon. Ik ben zeven. Zij is honderd. Het is februari, het moet allicht koud geweest zijn. Ik word acht jaar in oktober van dat jaar. De afstand tussen februari en oktober is voor mij dan al nauwelijks te vatten. Er zal nog een grote vakantie tussen zitten, waarvan elke dag telt en al even eindeloos is. De tijd gaat voor een zevenjarige nauwelijks vooruit, zo traag zelfs dat ik het opgeef om na te denken over mijn achtste verjaardag. Het is simpelweg te veraf. Maar zij, daarboven op die troon, op dat balkon boven dat café, viert haar honderdste verjaardag. Zal ik ooit zo oud worden? Hoe doet een mens dat, al die tijd overleven? Dat is nu net het punt van de stoet die voor haar voorbij trekt. Al de mensen die eraan deelnemen zijn verkleed. De stoet is opgedeeld in de verschillende tijdsvakken van haar leven. Elk gedeelte wordt ingeleid door een grote pancarte, gedragen door twee mensen. Ik herinner me er een van: ‘1914 – De Vlucht naar Holland.’ In de verschillende tijdsvakken doen reuzen mee. In mijn ogen is de stoet eindeloos.
5
Ik heb ook nog nooit zoveel mensen in mijn dorp gezien. Ze juichen, ze lachen. Velen van hen wuiven naar mevrouw Trientje Stevens, de vrouw die net honderd geworden is in het jaar 1975. Daar stapt mijn vader in zijn ribfluwelen pak en met een fluwelen vlinderdas, waarvan je enkel de punten ziet die onder zijn forse baard uitkomen. Allicht sta ik bij mijn moeder en mijn drie jaar jongere broer. Ze houdt ons bij zich en wijst mensen voor ons aan. Ik ben fier, heel fier. Van wat ik heb opgevangen thuis, is het immers mijn vader geweest die deze honderdste verjaardag niet onopgemerkt wilde laten voorbijgaan. In mijn ogen heeft hij de reuzen, die statig voorbij komen, allemaal zelf gemaakt. Mensen in het dorp maken meestal een norse indruk op mij. Ze knikken wel naar elkaar, sommigen doen weleens een babbel op straat. Maar ze lijken over het algemeen gesloten, onleesbaar in mijn ogen. Nu is het anders, overweldigend anders zelfs.
6
Ze lachen, ze zwanzen, ze wuiven. Heel het dorp staat op zijn kop. De politie heeft de straten afgezet, auto’s worden geweerd. Dit dorp is van ons allemaal, een feestende en drinkende bende, omgeven door joelende kinderen die, nadat de stoet is afgelopen, niet meer weten wat ze met al die indrukken moeten doen. Allemaal voor één mevrouw die geboren werd in 1875. Allemaal het werk van mijn vader. Al die afstandelijke mensen heeft hij samengebracht in één vrolijk geheel. Mijn vader is een tovenaar. Dat weet ik zeker.
Allicht is dat de oerscène. Daar heb ik voor het eerst een ritueel beleefd dat een grote indruk op mij heeft achtergelaten. Ik weet nu dat Trientje Stevens in de koude maand februari werd gevierd, want ik heb het opgezocht. Maar in mijn herinnering scheen de zon, was het volop zomer en warm. Dus nee, vermoedelijk heeft mijn vader dat niet allemaal alleen gedaan. Genoeg mensen zullen hem hebben
7
bijÂgestaan. Geheugen filtert van alles weg en zoomt in op de emotie. Tegen studenten die proza willen schrijven zeg ik vaak dat ze af en toe de oerscène van literatuur mogen visualiseren. In mijn ogen is die heel simpel: mensen zitten rond een vuur in een kring en een van hen schraapt zijn of haar keel, waarna iedereen naar haar of hem kijkt en er een verhaal komt. Het heeft me heel wat tijd en heel wat schrijfwerk gekost om het ook voor mij zo eenvoudig voor te stellen. Veel geestelijke bagage heb ik moeten achterlaten, veel illusies ook en aardig wat zelfbegoocheling en allerhande bullshit. En dan kom je dus hierop uit: het gaat over het vertellen. Rituelen gaan over verbinden. Wat ik hier zal vertellen, gaat dus over verbinden. Dit wordt een persoonlijke tekst, allicht de meest persoonlijke die ik tot dusver schreef. Mensen trachten vaak te polsen naar het autobiografische gehalte van mijn romans of theaterteksten. Ik voel me dan als een kok die wordt gevraagd waarom en hoe hij dat kruid gebruikt heeft in de pompoensoep die hij net heeft opgediend. Het gaat niet over dat kruid, denk ik dan. Maar dat klopt natuurlijk niet helemaal. Ik zeg beter dat het niet alleen maar over dat kruid gaat. Gember in pompoensoep werkt perfect, maar het mag niet overheersen.
8
Zodra de gember in balans is met de andere ingrediënten ontstaat het mysterie. Het werkt, maar ik kan als amateurkok niet zeggen waarom. Proef mij, zegt de soep. Deze tekst is dus anders. Hier gaat het wel over het kruid in de soep dat alles verbindt, namelijk mezelf. In mijn ogen is het vrijwel onmogelijk om te schrijven over rituelen zonder dat je jezelf erin betrekt. ‘Op een zekere afstand’ vind ik een typisch Vlaamse uitdrukking en die is hier expliciet onbruikbaar. Er is geen zekere afstand bij het schrijven, bedenken, delen en uitvoeren van rituelen. Alles gebeurt met een onzekere nabijheid, een soms roekeloze onmiddellijkheid, een franke intimiteit en voor sommigen onder u zou de gember kunnen overheersen. Dat is niet simpel. U zult mij toch af en toe rond de pot zien vertellen, o lezer. Soms is de soep te heet, ook voor mij. Soms moet ik zelf blazen en blazen wijsmaken. Het is persoonlijk en tegelijk is het verbeeld. Mijn broer laat me soms weleens weten dat ik niet in staat ben om de waarheid te vertellen. Hij heeft gelijk, ook al was ik gekwetst toen hij me dat de eerste keer zei. Ik voelde me ineens een leugenaar, ontmaskerd als een acteur tijdens een fantastische monoloog, naakt en ineenkrimpend, met mijn handen tussen mijn dijen, betrapt.
9