HMGOG2016_LXX.book Page 3 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
HANDELINGEN DER MAATSCHAPPIJ VOOR GESCHIEDENIS EN OUDHEIDKUNDE TE GENT
HMGOG 2016 – LXX
HMGOG2016_LXX.book Page 1 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
I NHOUDSTAFEL Een historisch-archeologisch onderzoek naar middeleeuwse landelijke bewoning rond Gent. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
3
Ewoud Deschepper
Wat als…? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Een vroegmoderne denkoefening over de unie van de Gentse kapittels van Sint-Veerle en Sint-Baafs
47
Annelies Somers
De buren van het Sint-Veerleplein . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Een microstudie naar de organisatie, participatie en interactie van een Gentse gebuurte in de zeventiende en achttiende eeuw
63
Josie Vranken
Celui qui a le malheur de survivre . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Rechten van weduwes en weduwnaars in het Gent van de overgangstijd ancien régime – Belgische onafhankelijkheid (archiefbronnenstudie van de huwelijkscontracten verleden door de Gentse notaris F.P. Coussement)
93
Els Vyncke
“t’hunnen koste af te breken en er op te bouwen een huys staende in het Beggijnhof” . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De onverwachte bouwgeschiedenis van het Gentse Sint-Elisabethbegijnhof tijdens de 19de eeuw
131
Daan Declercq
De muurschilderingen van de Gentse Aula Academica (1858-1881) . . .
157
Sofie Marchand
De ‘Affaire Renard’ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Reacties in de Belgische liberale opinie op het (anti-)modernisme: de casus Gent Jan Art 1
189
HMGOG2016_LXX.book Page 2 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
I NH OU DSTAF EL
In debat over de decoratieve kunsten op de wereldtentoonstelling van Gent. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
209
Eline Stoop
Het glazen plafond doorbroken? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De eerste generatie vrouwelijke professoren aan de UGent (1960-2014), een oral history project
241
Lore Goovaerts
Medewerkers aan dit nummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
2
267
HMGOG2016_LXX.book Page 3 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
E EN
HISTORISCH - ARCHEOLOGISCH
ONDERZOEK NA AR MIDDELEEUWSE LANDELIJKE B E W O N I N G RO ND
G ENT 1
Ewoud Deschepper
1.
Inleiding
Adriaan Verhulst leverde met zijn doctoraatsonderzoek in 1958 een waar titanenwerk af.2 Hij bestudeerde het grondbezit van de Gentse Sint-Baafsabdij op een enorm diepgaande manier, en tot op de dag van vandaag is dit werk ongeëvenaard. Ondanks het vooral institutioneel-beschrijvende karakter is het ook een enorm belangrijk werk voor de middeleeuwse nederzettingsgeschiedenis, aangezien Verhulst de bezittingen van de abdij historisch en geografisch situeerde. Daarnaast is dit werk ook onmisbaar voor de middeleeuwse abdijgeschiedenis, landschapsgeschiedenis, de landbouweconomie en haar socio-economische structuren.3 In deze bijdrage echter is vooral de enorme schat aan informatie die Verhulst verzamelde over de nederzettingen, van belang. Andere voorbeelden van dergelijk onderzoek binnen het onderzoeksgebied vormen de studie van Ganshof over het Gentse domein van de Sint-Pietersabdij,4 de studie van Vermaere over het grondbezit van de Sint-Pietersabdij en haar organisatie in de 13de eeuw,5 en de studie van Elias over het grondbezit ten noordoosten van Gent in het laatste kwart van de 16de eeuw.6 Voor het kustgebied is het werk van 1
2 3
4 5 6
Allereerst wil ik graag promotoren Prof. dr. Wim De Clercq en dr. Koen De Groote bedanken voor de vele hulp bij het schrijven van de thesis die de basis vormt van dit artikel. Daarnaast verdienen ook de vele archeologen en historici die graag hun onderzoek deelden een woord van dank. Ten slotte bedank ik graag de redactie en de anonieme lezers voor de kans om dit onderzoek te publiceren en voor de waardevolle opmerkingen. A. Verhulst, De Sint-Baafsabdij te Gent en haar grondbezit (VIIe – XIVe eeuw). Bijdrage tot de kennis van de structuur en de uitbating van het grootgrondbezit in Vlaanderen tijdens de Middeleeuwen, Brussel, 1958. Voor een overzicht van het historisch ruraal onderzoek, zie E. Thoen en G. Dejongh, ‘The rural history of Belgium in the Middle Ages and the Ancien Régime: sources, results and future avenues for research’, in E. Thoen, L. Van Molle (eds.), Rural history in the North Sea area. An overview of recent research (Middle Ages – twentieth century), CORN Publication Series 1, Turnhout, 2006, pp. 177-216. F.-L. Ganshof, ‘Le domaine gantois de l’Abbaye de Saint-Pierre-au-Mont-Blandin à l’époque carolingienne’, Revue belge de philologie et d’histoire, 26, nr. 4 (1948), pp. 1021-1041. J. Vermaere, Abdijorganisatie en Domeinexploitatie van de Gentse Sint-Pietersabdij gedurende de 13de eeuw, onuitgegeven licentiaatsverhandeling Rijksuniversiteit Gent, Gent, 1974. E. Elias, ‘Grondbezit en uitbatingen ten noord-oosten van Gent tijdens het laatste kwart der 16de eeuw’, Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, Nieuwe Reeks XIII (1959), pp. 179-204.
3
HMGOG2016_LXX.book Page 47 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
W AT
ALS …?
Een vroegmoderne denkoefening over de unie van de Gentse kapittels van Sint-Veerle en Sint-Baafs Annelies Somers
1.
De aanleiding: de beeldenstormen van de tweede helft van de 16 de eeuw en hun gevolgen voor de Sint-Veerlekerk
De politiek-religieuze turbulenties die de tweede helft van de 16de eeuw kenmerkten, zorgden ervoor dat heel wat kerken en religieuze instellingen in de Nederlanden het zwaar te verduren kregen.1 Ook de Gentse cultusplaatsen vielen bij herhaling ten prooi aan de woede van hervormingsgezinde menigten. Deze uitbarstingen van antikatholiek geweld zijn beter gekend als de beeldenstormen van 1566 en 1578-1579. Uit eigentijdse getuigenissen en verslagen komt als gevolg van deze gebeurtenissen een beeld van de stad naar voor dat zich nog het best laat samenvatten als een katholiek ruïnelandschap. Naast kloosters en parochiekerken bleven ook de twee Gentse kapittelkerken, de Sint-Baafskathedraal en de kerk van Sint-Veerle, niet gespaard van de woede van de brekers.2 Zeker voor deze laatste instelling betekenden de aanslagen een beslissend moment in haar geschiedenis. Het verlies van goederen en inkomsten – een proces dat reeds in de 15de eeuw aanving – werd in de 16de eeuw aangevuld met infrastructurele problemen, waardoor het materiële degeneratieproces van de kerk in de aanloop naar de 17de eeuw in een stroomversnelling belandde. 1 2
Zie hiervoor onder meer het recente themanummer van BMGN “Beeldenstorm 1566”. Zie hiervoor de getuigenissen van onder meer Marcus van Vaernewijck, kerkmeester van de SintJacobskerk, Justus Billet, stadsambtenaar, advocaat Philips de Kempenaere en de broers Cornelis en Philips van Campene. M. Van Vaernewijck, Van die beroerlicke tijden in die Nederlanden en voornamelick in Ghendt 1566-1568, I, p. 110, 156 en II, p. 140 e.v.; J. Billet, Den gheestelijcken gheduerighen grooten calendrier, 17de eeuw (Gent, Universiteitsbibliotheek, BIB.G.006179); Ph. Blommaert, Vlaemsche kronijk, of dachregister van al het gene gedenkweerdig voorgevallen is, binnen de stad Gent, sedert den 15 juli 1566 tot 15 juni 1585; onderhouden in ’t Latijn door Ph. De Kempenare, overgezet door J.P. Van Male, pastor van Bovekerke, thans voor de eerste mael uitgegeven door Ph. B., Gent, 1839; F. De Potter, Dagboek van Cornelis en Philip van Campene behelzende het verhaal der merkwaardigste gebeurtenissen, voorgevallen te Gent sedert het begin der godsdienstberoerten tot den 5en april 1571, Gent, 1870.
47
HMGOG2016_LXX.book Page 63 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
DE
BUR EN V A N HET
S INT - V EERLEPLEIN
Een microstudie naar de organisatie, participatie en interactie van een Gentse gebuurte in de zeventiende en achttiende eeuw Josie Vranken Het stedelijk leven was in de vroegmoderne tijd doorvlochten van allerlei inclusieve en exclusieve processen.1 Gentenaren hadden een gelaagde identiteit, die ze onder meer opbouwden met bouwstenen van verwantschap, afkomst, politieke instituties, beroep, socio-economische status, gender, leeftijd en religie. Via het verenigingsleven organiseerden ze zich in gemeenschappen, zoals ambachten, gilden, rederijkerskamers of broederschappen.2 Een bijzonder type gemeenschap vormde zich op basis van geografische criteria. De stad Gent was sinds de late middeleeuwen in territoriale eenheden georganiseerd. Ze bestond uit zeven parochies, die vanaf 1572 tot aan het eind van het ancien régime in achttien wijken waren verdeeld.3 Deze wijken waren op hun beurt in gebuurten opgedeeld, die vastgelegde eenheden vormden op het straatniveau.4 Ze waren zelden groter dan een straat met bijhorende steegjes en soms bestond één straat zelfs uit meerdere gebuurten.5 Tijdens de 16de eeuw namen ze in aantal toe en besloegen ze steeds kleinere geografische oppervlaktes. Vanaf de 17de eeuw werden het aantal en de omvang van de gebuurten meer stabiel en was heel de Gentse stad in gebuurten verdeeld.6 Het totaal schommelde rond de 200 gebuurten.7 Het is deze kleinste geografische eenheid die het onderwerp van dit artikel vormt. 1 2 3 4 5 6
7
A. S. Brett, Changes of state: nature and the limits of the city in early modern natural law, Princeton, 2011, p. 5. M. J. Halvorson en K. E. Spierling, ‘Introduction’, in M. J. Halvorson en K. E. Spierling (eds.), Defining community in early modern Europe, Alderschot, 2008, pp. 1-10. J. Decavele, Gebuurtenleven en dekenijen in Gent, 14de-20ste eeuw, Gent, 1992, pp. 13-16. G. Van Severen, Het gebuurte- en dekenijleven te Gent. Vroeger en nu, Gent, 1977, p. 32. Decavele, Gebuurtenleven, pp. 19-29. R. Bruijnje, ‘De gebruiker aan zet: zoektocht doorheen de archieven van de Gentse gebuurten’, masterproef, Vrije Universiteit Brussel, 2015, pp. 21 en 27. Het aantal gebuurten was niet stabiel tijdens de vroegmoderne tijd. Tijdens de 17de en 18de eeuw liet het stadsbestuur enkele tellingen uitvoeren. Remco Bruijnje merkt op dat deze tellingen niet steeds geheel betrouwbaar waren, daar ze vooral de gebuurten telden die zich in de kuip van Gent bevonden en die door de stad erkend waren via een reglement. De uitkomsten zijn: 1605: 190 / 1692: 209 / 1697: 194 / 1709: 197 / 1732: 200 / 1766: 214 / 1777: 217/ 1786: 217. Decavele, Gebuurtenleven, p. 27.
63
HMGOG2016_LXX.book Page 93 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
CELUI
Q UI A L E MALHEUR D E S U R V I V R E 1
Rechten van weduwes en weduwnaars in het Gent van de overgangstijd ancien régime – Belgische onafhankelijkheid (archiefbronnenstudie van de huwelijkscontracten verleden door de Gentse notaris F.P. Coussement)2 Els Vyncke
Inleiding Toen de Gentse notaris Franciscus Petrus Coussement3 op 26 februari 1833 voor de laatste keer inademde, stond hij op de rand van de meest ingrijpende overgang van zijn bestaan. Nochtans had hij gedurende zijn professionele loopbaan heel wat overgangen meegemaakt. Het politieke landschap werd in zijn 55 jaren als notaris immers meerdere keren danig omgeploegd. Daarmee samenhangend was ook zijn werkveld, het recht, grondig getransformeerd. Zo heeft hij geen halve eeuw aan een stuk dezelfde uitleg kunnen geven aan aanstaande echtgenoten die wilden weten hoe de wet de langstlevende van hen zou beschermen.4 Het antwoord op die vraag wordt bepaald door het huwelijksvermogensrecht en het erfrecht. Deze twee rechtstakken vormen samen het familiaal vermogensrecht.5 Aan het begin van de hier besproken overgangsperiode was deze rechtstak geworteld in de Gentse samenleving zelf. Tot het einde van de 18e eeuw golden immers de op schrift gestelde plaatselijke gewoonten als rechtsbron.6 Deze geho-
1 2 3
4 5 6
“La mort ne rompt pas le lien des âmes, elle ne doit rien changer à la position pécuniaire de celui qui a le malheur de survivre”, citaat uit F. Laurent, Principes de droit civil, IX, Des successions, Brussel, 1873, p. 184. Ik wil graag prof.dr. Georges Martyn bedanken, die dankzij zijn enorme kennis en aanstekelijk enthousiasme dit onderzoek mede mogelijk gemaakt heeft. In dit artikel worden persoonsnamen in de officiële, Latijnse versie vermeld, tenzij er geen bron werd gevonden die deze officiële benaming gebruikt. Soms wordt de Franse, dagdagelijkse naam eveneens vermeld. Er werd ervoor gekozen om in dit onderzoek de beschermingsmechanismes met hedendaagse terminologie te benoemen, omdat het duidelijker is om in het eigen denkkader te werken. J. Monballyu, Geschiedenis van het familierecht van de late middeleeuwen tot heden, Leuven, 2006, p. 187. J. Gilissen, Historische inleiding tot het recht, Antwerpen, 1981, pp. 537 en 630; G. Martyn en R. Opsommer, Geschiedenis van de politiek en van het publiekrecht, Brugge, 2008, p. 198.
93
HMGOG2016_LXX.book Page 131 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
“ T ’ HUNNEN
K O ST E AF T E BREKEN EN
ER OP T E BOUWEN EEN HUYS STAENDE IN HET
B EGGIJNHOF ”
De onverwachte bouwgeschiedenis van het Gentse Sint-Elisabethbegijnhof tijdens de 19de eeuw Daan Declercq
1.
Inleiding
Het Sint-Elisabethbegijnhof is gelegen in het noordwesten van de historische stadskern van Gent. Dit hof, ooit het grootste van drie begijnhoven in deze stad, omvatte op haar hoogtepunt het gebied dat bij benadering wordt omsloten door de huidige Begijnengracht, Rabotstraat en Begijnhoflaan. Net als zovele instellingen met een eeuwenlang bestaan kende ook het Sint-Elisabethbegijnhof een erg bewogen geschiedenis met zowel periodes van bloei als verval. Opgericht in 1242 als eerste begijnhof van Gent zou het door de eeuwen uitgroeien tot een ware miniatuurstad binnen de stadsmuren. Haar macht rijkte tot ver buiten de muren en haar infirmerie, de belangrijkste instelling van het Sint-Elisabethbegijnhof, was één van de rijkste in haar soort. Zoals kenmerkend is voor een stadsbegijnhof bezat het hof een regelmatige opbouw waarbij de kerk en aansluitend de dries centraal staan. Van hieruit vertrokken verscheidene smalle parallelle en haaks lopende straten die waren afgelijnd met de tuinmuren van de achterliggende begijnenhuizen en conventen. Op haar hoogtepunt telde het SintElisabethbegijnhof meer dan 100 woonhuizen en 18 conventen.1 Voorts beschikte het hof over economische voorzieningen zoals wasserijen, blekerijen en stallen die de uitbating van nijverheidsactiviteiten op de bleekweiden mogelijk maakten.2
1 2
Stad Gent, De Zwarte Doos, Stadsarchief, SAG_IC_AG_L60_1. Voor meer informatie betreffende de architecturale en typologische kenmerken van begijnhoven verwijzen we naar: J. Baldewijns en M.C. Laleman, ‘De architectuur van de Gentse begijnhoven’, in Werken & Kerken, 750 jaar begijnhofleven in Gent, Gent, 1984, p. 53-92.
131
HMGOG2016_LXX.book Page 157 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
DE
MUURSCHILDERINGEN V A N
DE
G ENTSE A ULA A C A D E M I C A (1858-1881) Sofie Marchand
Van 1819 tot 1826 wordt in de Voldersstraat te Gent de Aula Academica gebouwd naar het ontwerp van de neoclassicistische architect Louis Roelandt (1786-1864). De Aula Academica is op dat ogenblik het paradepaardje van de jonge Rijksuniversiteit Gent, die net als de Rijksuniversiteiten van Luik en Leuven onder impuls van koning Willem I van Oranje-Nassau (1772-1843) werd opgericht. Na de onafhankelijkheid van BelgiĂŤ wordt deze zegepraal van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden het toneel voor wat een zegepraal voor onze jonge natie moest worden. Onder impuls van Charles Rogier (1800-1885), de liberale minister van Binnenlandse Zaken, wordt de traphal van de Aula Academica gedecoreerd met een prestigieuze reeks muurschilderingen die de culturele identiteit en de liberale signatuur van de jonge staat moesten versterken. Van de eerste conceptie in 1858 tot de uiteindelijke voltooiing in 1881 zijn er maar liefst drie toonaangevende kunstenaars aan het werk aan dit ruim 290m2 tellende opus. Het betreft Louis De Taeye (18221890), Victor Lagye (1825-1896) en Alfred Cluysenaar (1837-1902). Tot voor kort was er bitter weinig bekend over dit titanenwerk. Door doorgedreven archiefonderzoek konden de historiek en de betekenis van dit project nauwgezet worden gereconstrueerd. Daarnaast werd de iconografie, de stijl en de techniek bestudeerd. Ten slotte werd getoetst of die beantwoordden aan de oorspronkelijke patriottische en liberale belangen en hoe ze zich verhielden tot contemporaine tendenzen in de schilderkunst.1
1
Dit artikel is een neerslag van de gelijknamige masterproef die de auteur schreef voor het behalen van de graad Master in de Kunstwetenschappen aan de Universiteit Gent (2016). Deze masterproef werd bekroond met de Prijs van het Gentse Historische Onderzoek door de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent (2016). De auteur haar uitdrukkelijke dank gaat uit naar haar promotor prof. dr. Marjan Sterckx en haar gewezen promotor prof. dr. Anna Bergmans voor hun vele goede raad en geduld bij het schrijven van deze masterproef.
157
HMGOG2016_LXX.book Page 189 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
D E ‘A FFAIRE R ENARD ’ Reacties in de Belgische liberale opinie op het (anti-)modernisme: de casus Gent1 Jan Art
In de Belgische historiografie rond het modernisme werd tot nu toe vooral aandacht gewijd aan de impact ervan op de faculteit theologie van de KULeuven en het Bollandistengezelschap, aan de rol van kardinaal Mercier, en aan de Belgische betrokkenheid in het antimodernistische La Sapinière.2 Over de reacties binnen de liberale opinie op de discussie tussen modernisten en antimodernisten en op de pauselijke maatregelen genomen tegen al wie van modernisme kon verdacht worden is minder geweten. Nochtans maakte de liberale propaganda dankbaar gebruik van de geboden kans: ieder ‘schandaal’ werd als het zoveelste bewijs gezien ter ondersteuning van de stelling dat het rooms katholicisme en moderne wetenschapsbeoefening onverzoenbaar waren, en dat iedere katholieke wetenschapper die naam waardig geen andere uitweg had dan zijn kerk de rug toe te keren. Tegelijk werd ook ingegaan op de implicaties van de nieuwe geologische en historische inzichten voor de interpretatie van de verhalen uit de Bijbel. Dat blijkt wanneer men de persstemmen te Gent nagaat: Gent, de uitvalbasis ook van het Belgisch ultramontanisme en het blad Le Bien Public, maar tezelfdertijd een bakermat van het socialisme, een bastion van het liberalisme en zijn krant La Flandre libérale, en, last but not least, een stad met een Rijksuniversiteit binnen haar muren, dezelfde universiteit die in 1910 Franz Cumont 1
2
Onder modernisme wordt hier de secularisering verstaan van de godsdienstwetenschappen, met name wat de exegese, kerk-, dogma- en godsdienstgeschiedenis aangaat. Die tendens lokte een hevige, intransigente reactie uit van het katholieke leergezag, dat met de encycliek ‘Pascendi’ (1907) het “immanentisme” en “agnosticisme” van de moderne wetenschap veroordeelde, en in bepaalde intransigente milieus een ware heksenjacht ontketende. Lieve Gevers, ‘Belgium and the modernist crisis: main trends in the historiography’, in Alfonso Botti & Rocco Cerrato, Il Modernismo tra cristianità e secolarizzazione. Atti del convegno internazionale di Urbino 14 ottobre 1997, Urbino, 2000 (Studi e testi, 6) pp. 285-294; L.Courtois, ‘Panorama de la crise moderniste en Belgique (1898-1914)’, in L.Kenis & E.Van Der Wal Religion and modernism in the Low Countries 1840-1940. A Comparative approach, Leuven, 2013; L. Courtois, ‘Les jésuites belges et la crise moderniste (1903-1914): le cas du père Alphonse Delattre’, in A. Deneef & X.Rousseaux ed., Quatre siècles de présence jésuitique a Bruxelles, Brussel, 2012, pp. 575-587. Recent: C. Bonnet, J. De Maeyer en D. Praet ed., Science, Religion and Politics during the modernist crisis, Brussel-Rome 2017.
189
HMGOG2016_LXX.book Page 209 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
IN
DEBAT OVER DE DECORATIEVE KUNSTEN OP DE WERELDTENTOONSTELLING VAN
G ENT 1
Eline Stoop
De Gentse wereldtentoonstelling opent op 26 april 1913 haar deuren om tot aan haar sluiting op 3 november van datzelfde jaar meer dan negen miljoen bezoekers te verwelkomen. Op de Expo-site worden deze bezoekers overdonderd door nieuwe en exotische producten, technologische innovaties, kunst en vermaak. Zo leren de bezoekers op een wereldtentoonstelling de stand van de vooruitgang van de beschaving kennen: via diorama’s, tekeningen, prenten en statistische modellen wordt er informatie aan de al dan niet opgeleide bezoeker meegegeven, arbeiders krijgen er morele en sociale lessen mee, de burgerij leert er de nieuwste producten en de laatste trends kennen en de industriëlen worden op de hoogte gebracht van de nieuwste technologische ontwikkelingen. De geïnteresseerde bezoeker kan eveneens deelnemen aan allerhande congressen die in de marge van de Expo georganiseerd worden. Deze congressen sluiten dan ook aan bij één van de hoofdmotieven voor de organisatie van wereldtentoonstellingen: het onderricht van de bezoeker.2 Het congres dat in dit artikel behandeld wordt, is het eerste internationaal congres over de decoratieve kunsten dat door de Franse Union provinciale des Arts Décoratifs (UPAD) georganiseerd wordt. Dit congres, dat van 21 tot 25 juli 1913 in zaal zes van het ‘Feest- en tuinbouwpaleis’ op de Gentse Expo-site
1
2
Dit artikel is een herwerking van een hoofdstuk uit de masterproef ‘De decoratieve kunsten op de wereldtentoonstelling van Gent in 1913’, voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent voor het behalen van de graad van Master of Arts in de Kunstwetenschappen. Dit onderwerp werd aangeleverd door de promotor van deze thesis, prof. dr. Marjan Sterckx. (Stoop, Eline. “De decoratieve kunsten op de wereldtentoonstelling van Gent in 1913.” Master Thesis, Universiteit van Gent, 2016.) In deze masterproef wordt de rol en de plaats van de decoratieve kunsten op de Gentse wereldtentoonstelling onderzocht. Momenteel is een ander artikel dat specifiek dit aspect belicht in voorbereiding. J. Laurencic, Gand et l’Exposition Universelle 1913: La Ville des Fleurs. The City of Flowers. Die Blumenstadt, Gent, 1913, p. 10; G. Drèze, Le livre d’or de l’exposition universelle et internationale de Gand en 1913, Gent, n.d., p. 97; ‘L’inauguration solonnelle de l’Exposition’, Gand-Exposition 3, nr. 12 (1913), pp. 133143; W. Adriaenssens et al., Europa in euforie: De tijd van de wereldtentoonstellingen, 1851-1913, Brussel, 2001, p. 131; E. Mattie, Wereldtentoonstellingen, Wommelgem, 1998, p. 8; F. Pinot de Villechenon, Les expositions universelles, Parijs, 1992, pp. 9-10, 16-18.
209
HMGOG2016_LXX.book Page 241 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
H ET
G LA Z E N PLAFOND DOORBROKEN ?
De eerste generatie vrouwelijke professoren aan de UGent (1960-2014), een oral history project1 Lore Goovaerts
1.
Inleiding
Vandaag beginnen meer vrouwen aan universitair onderwijs dan mannen. In het academiejaar 2014-2015 bedraagt het aantal vrouwelijke studenten aan de UGent 55% van het totale studentenaantal. Toch kan hetzelfde niet gezegd worden over het professorenkorps, waar slechts 21% van alle professoren – het zelfstandig academisch personeel of ZAP – een vrouw is.2 Hoe hoger het niveau, hoe lager het aantal vrouwen – de zogenaamde verticale segregatie – blijkt de regel aan veel Vlaamse universiteiten.3 Mannen groeien makkelijker door naar het niveau van hoogleraar of gewoon hoogleraar. Vrouwen lijken te stoten op een ‘glazen plafond’, een onzichtbare barrière die hen tegenhoudt om hogerop te raken. De m/v-verhouding aan de UGent, zowel op vlak van studies als in de uitbouw van een academische carrière, kent een lange geschiedenis.4 Wie zijn de vrouwen die er in het recente verleden toch in slaagden om het glazen plafond te doorbreken? Hoe zag de situatie eruit voor vrouwen aan de UGent tijdens de tweede helft van de 20e eeuw? Aan de hand van interviews met dertig vrouwelijke professoren met pensioen, wordt geprobeerd om een antwoord te vinden op deze vragen. De mondelinge getuigenissen van de emeritae vormen de historische bronnen en zijn de rode draad door dit artikel. Met emeritae doel ik niet alleen op de ‘officiële’ emeritae van de UGent, maar ook op de 1
2 3 4
Dit artikel is een samenvatting van de onderzoeksresultaten in L. Goovaerts, Het glazen plafond doorbroken? De eerste generatie vrouwelijke hoogleraren aan de UGent, een oral history project, Gent (onuitgegeven masterscriptie Universiteit Gent), 2016, 155 p. (promotor: G. Deneckere). Deze scriptie kreeg de eervolle vermelding bij de Prijs voor het Gents Historisch Onderzoek, uitgereikt op de Dag van het Gentse historische onderzoek in het STAM (Stadsmuseum Gent) in november 2016. S.n., Beleidsplan Gender UGent, Gent, 2014, pp. 6-7. K. Vercoutere, Wetenschappelijke onderzoek en de genderproblematiek, Brussel, 2002, pp. 22-23. De Universiteit Gent heette voor het jaar 1991 ‘Rijksuniversiteit Gent’. Aangezien dit artikel ook dikwijls melding maakt van de hedendaagse situatie, wordt – om verwarring te vermijden – ervoor gekozen om steeds de naamgeving ‘UGent’ en ‘Universiteit Gent’ te gebruiken doorheen dit artikel.
241
HMGOG2016_LXX.book Page 267 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
MEDEWERKERS
A A N DIT N U MM E R
Jan Art (1947) is ere-gewoon hoogleraar geschiedenis UGent. Hij publiceerde over kerk- en cultuurgeschiedenis van de 19de en 20ste eeuw en was jarenlang voorzitter van de redactieraad van het Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis. Daan Declercq is historicus (UGent) met een specialisatie in conservatie en restauratie (Raymond Lemaire International Centre for Conservation, KUL). Bij het Agentschap Onroerend Erfgoed werkt hij als erfgoedonderzoeker bouwkundig erfgoed in functie van beschermingen. Daarnaast is hij ook actief als freelance bouwhistoricus. Ewoud Deschepper (1994) studeerde in 2016 af als Master of Arts in de Archeologie aan de Universiteit Gent. Sindsdien werkt hij als archeoloog bij SOLVA, een intercommunale voor ruimtelijke ontwikkeling en archeologie in ZuidOost-Vlaanderen. Ondertussen werkt hij ook aan een doctoraatsvoorstel omtrent vroegmiddeleeuwse landelijke nederzettingen in Kust- en BinnenVlaanderen. Zijn interesses liggen voornamelijk bij de middeleeuwse landelijke bewoning- en landschapsevolutie. Lore Goovaerts (1994) studeerde in 2016 af in de opleiding geschiedenis aan de Universiteit Gent. Met haar masterscriptie: “Het glazen plafond doorbroken? De eerste generatie vrouwelijke hoogleraren aan de UGent, een oral history project�, kreeg ze de eervolle vermelding bij de Prijs voor het Gents Historisch Onderzoek, de eervolle vermelding bij de DiverGent Scriptieprijs en won ze de Johanna Naberprijs. Momenteel rondt ze haar master in de algemene economie aan de Universiteit Gent af. Sofie Marchand (1986) studeerde Ingenieurswetenschappen: architectuur aan de KULeuven (2004-2009) en Kunstwetenschappen aan de UGent (2012-2016). Haar masterproef over de muurschilderingen van de Gentse Aula Academica werd bekroond met de Prijs van het Gentse Historische Onderzoek (2016). Sofie werkte enkele jaren als architect bij o.a. architectenbureau Bart Dehaene. Momenteel werkt ze als medewerker databeheer bij het agentschap Onroerend Erfgoed, waar ze hoofdzakelijk instaat voor de GIS-actualisatie van de inventaris bouwkundig erfgoed. 267
HMGOG2016_LXX.book Page 268 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
M EDEW ERK ERS
AAN DI T NUMM ER
Annelies Somers (1984) studeerde Geschiedenis aan de Universiteit Gent en Archivistiek aan de Vrije Universiteit Brussel. In 2016 verdedigde ze haar proefschrift over de Gentse Sint-Niklaaskerk en het Sint-Veerlekapittel, een onderzoek dat werd uitgevoerd binnen het Rijksarchief Gent, met steun van het Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO). Eline Stoop (1990) is in 2016 afgestudeerd als Master in de Kunstwetenschappen. Tevens heeft zij een masterdiploma in de Toegepaste Economische Wetenschappen behaald. Momenteel is zij bezig met het voorbereiden van een doctoraatsaanvraag over de paradoxale houding van de modernisten tegenover behangpapier. Het artikel voor de Handelingen van de MGOG is haar eerste publicatie. Josie Vranken (1994) studeerde van 2012 tot 2016 aan de Universiteit Gent en behaalde in 2016 de graad Master of Arts in de Geschiedenis met grote onderscheiding. Deze eerste publicatie is een herwerking van haar masterscriptie, die begeleid werd door promotoren Gerrit Verhoeven en Anne-Laure Van Bruaene. Els Vyncke (1992) is alumna van de Universiteit Gent, waar ze zowel haar rechtenopleiding (2010-2015) als de master-na-masteropleiding notariaat (20152016) genoten heeft. Voor haar masterproef in de rechtenopleiding kreeg ze een eervolle vermelding bij de Prijs van het Gentse Historische Onderzoek van de MGOG. Haar thesis in het notariaat won de prijs van de stichting Oost-Vlaams notariaat voor de beste masterproef in het notariaat. Ze werkt nu als notarieel jurist voor de geassocieerde notarissen Herinckx en Devos te Brussel.
268
HMGOG2016_LXX.book Page 2 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
HANDELINGEN DER MAATSCHAPPIJ VOOR GESCHIEDENIS & OUDHEIDKUNDE TE GENT Bestuur van de vzw Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent: Voorzitter: Prof. dr. MARC BOONE (Universiteit Gent) Secretaris: Prof. dr. ANNE-LAURE VAN BRUAENE (Universiteit Gent) Penningmeester: Prof. dr. CHRISTOPHE VERBRUGGEN (Universiteit Gent) Redactiesecretariaat: Dr. TIM DE DONCKER (Universiteit Gent) Bestuursleden: Prof. dr. GITA DENECKERE (Universiteit Gent), CHRISTINE DE WEERDT (Stam Gent), Prof. dr. JELLE HAEMERS (KU Leuven), PIETER-JAN LACHAERT (Archief Gent), MARIE CHRISTINE LALEMAN (Stadsarcheologie Gent en Archief Gent), Prof. dr. THIJS LAMBRECHT (Universiteit Gent), Prof. dr. MARJAN STERCKX (Universiteit Gent), CHANTAL VANCOPPENOLE (Rijksarchief Gent) Gelieve uw correspondentie te richten aan Anne-Laure Van Bruaene, Sint-Pietersnieuwstraat 35, B-9000 Gent (AnneLaure.VanBruaene@UGent.be). Auteurs kunnen terecht bij het redactiesecretariaat (Tim.DeDoncker@UGent.be). De artikels van deze Handelingen zijn opgenomen in het Vlaams Academisch Bibliografisch Bestand voor de Sociale en Humane Wetenschappen, aangezien experten in het vakgebied de artikels ter publicatie beoordelen d.m.v. peer review. www.mgog.be Lidmaatschap: Jaarlijks lidgeld: 20 euro; prijs van de Handelingen voor niet-leden: 22,5 euro. Om lid te worden van de MGOG of uw adresgegevens aan te passen kunt u contact opnemen met dr. Tim De Doncker (e-mail: tim.dedoncker@ugent.be / brief: Sint-Pietersnieuwstraat 35, 9000 Gent). Het lidmaatschap kost 20 euro. Bij ontvangst van de Handelingen zal Academia Press u een factuur bezorgen. Voor verdere vragen kunt u tevens contact opnemen met onze secretaris (AnneLaure.VanBruaene@UGent.be, Sint-Pietersnieuwstraat 35, 9000 Gent).
HMGOG2016_LXX.book Page 269 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
Uitgaven van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent Volgende uitgaven zijn nog voorradig en kunnen worden besteld bij prof. dr. A.-L. Van Bruaene of via de website. Een korting van 30 % wordt toegestaan aan leden en studenten. HANDELINGEN, jaarlijks tijdschrift I – 1944 tot en met LXVII – 2013 (nieuwe reeks) De Handelingen zijn online te consulteren op de website van de Centrale Bibliotheek van de Universiteit Gent. VERHANDELINGEN, boekenreeks van de MGOG 13.
K. DE VINCK, De metamorfosen van een stadsgezicht. De Graslei en de Korenlei te Gent van de middeleeuwen tot vandaag (1976), € 10.
14.
J. ART, Herders en parochianen. Kerkelijkheidsgegevens betreffende het bisdom Gent, 1830-1914 (1979), € 10.
15.
M. BOONE, Geld en macht. De Gentse stadsfinanciën en de Bourgondische staatsvorming (1384-1453) (1990), € 10.
16.
P. TRIO, De Gentse broederschappen (1182-1580): ontstaan, naamgeving, materiële uitrusting, structuur, opheffing en bronnen (1990), € 10.
17.
M. CHERRETTÉ, Historische ontwikkeling van de instellingen in het Land van Aalst tijdens Middeleeuwen en moderne tijden, inzonderheid van het landscollege (1992), € 5.
18.
M. BERCKMOES, M. STRUYFS, Honderd jaar geschiedenis van de Maatschappij – Indices op de Handelingen (1993), € 10.
19.
V. LAMBERT, Chronicles of Flanders (1200-1500): chronicles written independently from Flandria Generosa (1993), € 10.
20.
K. DEVOLDER, Gij die door ’t volk gekozen zijt… De Gentse gemeenteraad (18301914) (1994), € 15.
21.
H. CAILLIAU, Soo geluckigh als een beggijn: het begijnhof OLV-Ter Hooie te Gent (1584-1792) (1995), € 10.
22.
A.-L. VAN BRUAENE, De Gentse memorieboeken als spiegel van stedelijk historisch bewustzijn (14de-16de eeuw) (1998), € 15.
23.
H. BOUCKENOOGHE, Meisjesopvoeding en sekse-ongelijkheid: het Gentse meisjesonderwijs tijdens het Ancien Regime (1998), € 10.
24.
L. DERYCKE, De Sint-Michielswijk (1480-1520): een sociaal-topografische reconstructie (1999), € 15.
HMGOG2016_LXX.book Page 270 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
25.
K. MESTDACH, Het Gentse Sint-Elisabethbegijnhof op het elan van de Contrareformatie (1598-1795) (2000), € 15.
26.
J. DAMBRUYNE, Mensen en centen. Het 16de-eeuwse Gent in demografisch en economisch perspectief (2001), € 20.
27.
S. MEERSSEMAN, Gent van den oudsten tijd tot heden. Registers op het werk van F. De Potter (2002), € 15.
28.
J. DAMBRUYNE, Corporatieve middengroepen. Aspiraties, relaties en transformaties in de 16de-eeuwse Gentse ambachtswereld (2002), € 30.
29.
J. BACKS, Mortaliteit in Gent (1830-1950) (2003), € 20.
30.
K. LAMONT, Het wereldbeeld van een zestiende-eeuwse Gentenaar Marcus van Vaernewijck: een ideeën- en mentaliteitshistorische studie op basis van zijn kroniek, Van die beroerlicke tijden… (2005), € 20.
31.
W. RYCKBOSCH, Tussen Gavere en Cadzand. De Gentse stadsfinanciën op het einde van de middeleeuwen (1460-1495) (2007), € 20.
32.
M. MERTENS, Een liberale zuil in Gent? Aspecten van het Gentse (georganiseerde) liberalisme tijdens het interbellum (2008), € 15.
33.
L. VANDERSTEENE, De Geschiedenis van de Rechtenfaculteit van de Universiteit Gent. Van haar ontstaan tot de Tweede Wereldoorlog (1817-1940) (2009), € 20.
34.
H. LOWAGIE, Met brieven an de wet. Stedelijk briefverkeer in het laatmiddeleeuwse graafschap Vlaanderen (2012), € 25.
35.
T. VAN HAVERE, De droom van een archivaris. De uitbouw van het Gentse stadsarchief en zijn collectie (1800-1930) (2015), € 25.
36.
J. SCHEERDER, J. DECAVELE, G. JANSSENS, Het Wonderjaar te Gent 15661567 (2016), € 20.
HISTORISCHE MONOGRAFIEËN VLAANDEREN, boekenreeks uitgegeven in samenwerking met het ‘Genootschap voor Geschiedenis te Brugge’ 1.
F. BUYLAERT, Repertorium van de Vlaamse adel, ca. 1350 – ca. 1500 (2011), € 30.
2.
J. HAEMERS, De strijd om het regentschap over Filips De Schone. Opstand, facties en geweld in Brugge, Gent en Ieper (1482-1488) (2014), € 30.
HMGOG2016_LXX.book Page 4 Friday, June 9, 2017 2:33 PM
Uitgegeven met de steun van de provincie Oost-Vlaanderen en van de Vlaamse Overheid. Met de medewerking van de Stad Gent, Stadsarcheologie en Stadsarchief, De Zwarte Doos, Dulle-Grietlaan 12, B-9050 Gentbrugge, stadsarchief@gent.be.
Uitgeverij Academia Press Prudens Van Duyseplein 8 9000 Gent België www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ISSN 0774-286# ISBN 978 94 014 4770 6 D/2017/45/543 NUR 680 Tim De Doncker (red.) Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent 70 (2016) Gent, Academia Press, 2017, iv + 270 p.
Vormgeving cover: Studio Eyal & Myrthe Vormgeving binnenwerk: Punctilio Afbeelding kaft: Dwarsdoorsnede door de traphal van de Gentse Aula Academica – Aquarel door Louis De Taeye, ca. 1861 (Universiteitsbibliotheek Gent, BIB.TEK.004726, © CC-BY-SA-4.0, http://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)
© De afzonderlijke auteurs & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.