BW DEF.indd 3
26/03/18 14:07
D/2018/45/5 – ISBN 97 894 014 4712 6 – NUR 841, 846 Vormgeving omslag: Peer De Maeyer Vormgeving binnenwerk: Keppie & Keppie Illustraties: Eveline Vanparys © Stefaan Vanparys & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Uitgeverij LannooCampus Erasme Ruelensvest 179 bus 101 3001 Leuven België www.lannoocampus.be
BW DEF.indd 4
26/03/18 14:07
Inhoud
Voorwoord
7
Inleiding
9
HOOFDSTUK 1: VERTROUWEN
11
Onderzoek relatie leerkracht-leerling
12
Kijken vanuit vier rollen
13
ROL 1: De leerkracht als boekhouder
15
ROL 2: De leerkracht als vriend
18
ROL 3: De leerkracht als brandweerman
20
ROL 4: De leerkracht als profeet
22
Opdracht
25
Samenvatting
26
HOOFDSTUK 2: OBSERVEREN 1. Meer zien in een les
30
2. Voeling houden: formeel of informeel?
31
3. Observeren op het juiste moment. Het badkuipmodel
34
Opdracht
38
Samenvatting
39
HOOFDSTUK 3: INSTALLEREN
BW DEF.indd 5
29
41
1. Installeren met de afspraakcocktail
43
Het eerste ingrediënt: zinvol
44
Het tweede ingrediënt: concreet
46
Het derde ingrediënt: positief
49
Het vierde ingrediënt: herhaling
51
26/03/18 14:07
2. Installeren van stilte
relaxed voor de klas
6
53
3. Installeren van routines
55
4. Installeren van een mooie rij
56
Opdracht
59
Samenvatting
60
HOOFDSTUK 4: STIMULEREN
63
Appreciatie en sfeer
64
Afspraken verinnerlijken
64
Stimuleren in gradaties
65
1. Non-verbaal stimuleren
67
2. Verbaal stimuleren
69
3. Stimuleren met materiaal
72
4. Stimuleren met een activiteit
75
Samenvatting
79
HOOFDSTUK 5: CORRIGEREN
81
1. Corrigeren om te gidsen
82
2. Structuur van een tussenkomst
85
3. Stil corrigeren
86
4. Luid corrigeren
98
Samenvatting
105
SLOTWOORD 107 DANKWOORD 108 OVER DE AUTEUR
109
OVER DE ILLUSTRATOR
109
BRONNEN 110
BW DEF.indd 6
26/03/18 14:07
Voorwoord 7
‘Je neemt nu je agenda en je gaat naar je plaats!’, roep ik woedend naar Lesley. Hij is negen jaar en twee koppen kleiner dan ik. We staan aan weerszijden van de lange instructietafel achteraan de klas. Hij klemt de tafel met beide handen vast en maakt schijnbewegingen naar links en naar rechts. Mijn hart raast als een trein terwijl mijn bloed zijn kookpunt bereikt. Op dat ogenblik gaat de klasdeur open. De directrice en twee collega’s hadden me door de dikke muren heen horen roepen … Haast elke leerkracht herkent de situatie waarin zelfbeheersing plaats ruimt voor een gevoel van woede en onmacht. Het voorval met Lesley vond plaats toen ik drie jaar lesgaf en erop vertrouwde dat ik voldoende boekenwijsheid en praktijkervaring had verworven om dergelijke situaties makkelijk de baas te zijn. De praktijk leerde dat dit niet onverdeeld het geval was en daar sta je dan als leerkracht, in je hemd gezet. Je wordt overmand door emoties en je vergeet op slag alle pedagogische theorieën. Vanaf dat moment wilde ik weten hoe het verloop van het voornoemde tafereel te sturen valt. Ik zal toch niet de eerste leerkracht zijn die in een ongemakkelijke of zelfs onhandelbaar ogende klassituatie gezeten heeft. Zuivere antwoorden waren toch niet makkelijk te vinden. Van de ene collega kreeg ik te horen dat je vooral positief moet bekrachtigen, de andere vertelde me dat je van in het begin moet laten voelen wie de baas is. Sommige bronnen gaven me degelijke theorieën zonder de aanpak ervan te omschrijven. Andere bronnen gaven dan weer een receptenlijst met technieken maar sloegen het didactische en pedagogische vaak door elkaar. Met steeds meer kennis van zaken lukte het me uiteindelijk om vanuit knelpuntsituaties een degelijke samenhorigheid en een positieve werkingesteldheid te bereiken. In Relaxed voor de klas teken ik enkel krijtlijnen uit voor het pedagogische onderwijsvraagstuk. Die reiken je het vijfdelig ‘relaxed-model’ aan
BW DEF.indd 7
26/03/18 14:07
relaxed voor de klas
8
BW DEF.indd 8
waarin de leerkracht en zijn inschattingsvermogen in de ruimste zin van het woord centraal staan. De vijf bouwstenen behandelen naast de waarom-vraag vooral de hoe-vraag. De verhalen helpen je te herbronnen tijdens een rustig weekend, de tools helpen je je te herpakken na een stormachtige donderdagnamiddag. Dit boek is voor al wie net als ik relaxed voor de klas wil staan, ogen in zijn rug wil hebben, handen uit de mouwen wil steken en leerlingen in hun hart wil dragen.
Stefaan
26/03/18 14:07
Inleiding 9
Het boek Relaxed voor de klas is in de eerste plaats bedoeld voor de leerkracht zelf, ongeacht of het nu gaat om een aspirant-leerkracht, een beginnende of een ervaren leerkracht. Het praktijkgerichte model dat in het boek wordt omschreven, biedt een constructieve en stelselmatige leidraad die in het lager onderwijs, maar eveneens in het kleuter- of secundair onderwijs kan worden gehanteerd. De kern van het model kan zelfs in andere sectoren dan de onderwijssector worden toegepast maar dat valt buiten de reikwijdte van het boek. Het onderstaande ‘relaxed-model’ reikt een methodologie op klasniveau aan om als leerkracht ontspannen voor de klas te kunnen staan en dat bovendien in iedere klassituatie te kunnen blijven. Het is opgebouwd uit vijf lagen aan de hand van de vijf werkwoorden vertrouwen, observeren, installeren, stimuleren en corrigeren. Je kunt de vijf hoofdstukken chronologisch lezen om de globale samenhang beter te vatten maar je kunt ook beginnen met het thema dat je nu bezighoudt, want elk hoofdstuk staat evenzeer los op zichzelf. ◊ Vraag je je af waarom het met de ene leerling minder goed botert dan met de andere? In het eerste hoofdstuk vertrouwen leer je de behoeften van je leerlingen te herkennen. Dit is een startpunt om een band met je klas op te bouwen op meer dan een enkele wijze. ◊ Hoe detecteer je sneller kleine ruzies of overtredingen? In het onderdeel observeren schets ik hoe je voeling houdt met wat er in een leerlingengroep leeft. Drie methodes helpen je op weg om structureel te werk te gaan. ◊ Eens je genoeg info over je groep hebt, kun je inschatten wat je mag verwachten. Waarom wordt de ene verwachting beter ingelost dan de andere? Waarom blijft de ene regel hangen en vervaagt de andere al na enkele uren? In het hoofdstuk installeren geef ik vier criteria waaraan een afspraak best voldoet.
BW DEF.indd 9
26/03/18 14:07
relaxed voor de klas
10
BW DEF.indd 10
â—Š Hoe zorg je ervoor dat leerlingen zich deze afspraken verinnerlijken? In het onderdeel stimuleren krijg je zowel voor de hand liggende als originele toepassingen mee om gedrag in vier gradaties te bekrachtigen: non-verbaal, verbaal, materieel en met een activiteit. Om deze juist in te zetten, worden de voor- en nadelen telkens op een rijtje gezet. â—Š Wat als leerlingen ondanks duidelijke afspraken en positieve bekrachtiging nog steeds spookrijden? In het laatste deel van het boek leer je corrigeren op zowel subtiele als directe wijze. Je leert zowel met een kleine beweging als met een stevige opmerking leerlingen bij de les te houden. Relaxed voor de klas staan, vraagt oefening en daadkracht. Daarom kom je enkele opdrachten tegen die je uitnodigen je plan voor de klaspraktijk op papier te zetten. Aan het einde van elk hoofdstuk vat je de kern van het hoofdstuk in een samenvatting.
26/03/18 14:07
HOOFDSTUK 1
Â
BW DEF.indd 11
26/03/18 14:07
relaxed voor de klas
12
‘Ik ken een raadseltje’, zei oma. Ze roerde in haar thee en keek ons allemaal aan met een milde glimlach om haar lippen. ‘Als je het doet, ziet niemand het. Als je het niet doet, ziet iedereen het.’ Ik nam een hap van de chocoladetaart en dacht diep na. ‘Je tanden poetsen!’ riep een van mijn oudere neefjes. Oma lachte. ‘Bijna juist!’ ‘Zeg het maar’, zei ik wat ongeduldig en ik nam nog een hap taart, waarbij ik de helft op het witte tafelkleed morste.‘Het huishouden’, zei ze, en iedereen aan tafel knikte. Vertrouwen opbouwen met je leerlingen heeft veel weg van het huishouden doen. Niemand ziet hoeveel energie je er als leerkracht in steekt. Vertrouwen is de verwachting van de leerling dat alles wat je doet, ten goede van hem of haar is. Het is de lijm die mensen bij elkaar houdt. Eenmaal verworven, wordt het als iets vanzelfsprekends gezien. Het tegendeel valt daarentegen meteen op. Lak aan vertrouwen van leerlingen is duidelijk voelbaar in elke interactie. Het vraagt dus je permanente aandacht om dit kostbare goed te koesteren.
ONDERZOEK RELATIE LEERKRACHT-LEERLING John Hattie, een professor uit Melbourne, is een van de grootste autoriteiten op vlak van onderwijsonderzoek. Hij bundelde een enorm aantal onderzoeken waarin meer dan 250 miljoen leerlingen betrokken waren. Daarin onderzocht hij de impact van verschillende invloeden zoals huiswerk of zittenblijven. Van de meer dan 150 onderzochte invloeden, is de relatie leerkracht-leerling een van de sterkste. Cornelius White toont in 229 onderzoeken een grote impact aan van de leerkrachtstijl op het welbevinden van leerlingen. De meer warme, empathische, aanmoedigende leerkrachtstijl haalt het glansrijk van de puur directieve houding. In een van die onderzoeken wordt er aan leerkrachten gevraagd om drie leerlingen uit te kiezen: Een leerling met wie hij of zij een goede band had, een leerling met wie hij of zij een normale verstandhouding had en een leerling met wie de relatie eerder verzuurd was. Die drie leerlingen dienden ze simpelweg een à twee keer per les aan te spreken. Wanneer ze de leerling in kwestie toevallig tegenkwamen in de gang of op de speelplaats, konden ze een babbeltje slaan over leerstof, medeleerlingen of zelfs iets triviaals als hun T-shirt. De impact die deze actie had op de leerlingen was verbluffend. Ze voelden zich een pak beter en hun gemiddelde leerwinst verdubbelde. De impact
BW DEF.indd 12
26/03/18 14:07
was het grootst voor de leerling met wie de leerkracht voordien een slechte band had. Je kunt dus stellen dat het een professionele plicht is om de relatie met je leerlingen te optimaliseren.
KIJKEN VANUIT VIER ROLLEN 13
1 vertrouwen
BW DEF.indd 13
hoofdstuk
Welke behoeften, welke rollen? Leerlingen hebben onder meer nood aan structuur, vriendschap, veiligheid en leiding. Dat zijn verschillende behoeften, die ook verschillende acties vragen. Om aan deze behoeften tegemoet te komen, kun je verschillende rollen opnemen. In dit hoofdstuk beschrijf ik de rol van boekhouder, vriend, brandweerman en profeet. Als je vooral gericht bent op warmte en vriendschap in je relatie met leerlingen, zul je bij negatieve interacties misschien steeds opnieuw de vriend willen zijn, terwijl de leerling in die situatie misschien eerder nood heeft aan overzicht en structuur. Je kunt niet met dezelfde sleutel de harten van alle leerlingen openen.
26/03/18 14:07
relaxed voor de klas
14
Rollen zijn geen persoonlijkheidskenmerken Het is een keuze om te spreken over ‘rollen’ en niet over ‘persoonlijkheidskenmerken’. Persoonlijkheidskenmerken zijn eigenschappen die moeilijk te veranderen zijn. Rollen daarentegen nodigen je uit om keuzes te maken over wat je kunt dóén. Ze zijn flexibel inzetbaar. Het gaat hier dus niet om het reflecteren over je eigen vaardigheden of kenmerken, maar wel om het herkennen van de behoeften die leven bij de leerling en daar dan als leerkracht zo goed mogelijk aan te beantwoorden. Rollen nodigen uit tot actie. Een experiment Hou terwijl je dit hoofdstuk doorneemt drie van je eigen leerlingen in gedachten: een leerling met wie je een goede band hebt, een leerling met wie je nog geen goede band hebt en een willekeurige leerling. Na dit hoofdstuk gelezen te hebben, breng je de centrale behoefte van deze leerlingen in kaart. Bij de volgende verhalen staan telkens drie vragen die de leerling stelt vanuit zijn of haar behoefte. Vul de namen hieronder in: 1. Met deze leerling heb ik een goede band 2. Met deze leerling heb ik nog geen goede band 3. Willekeurige leerling
BW DEF.indd 14
26/03/18 14:07
ROL 1: DE LEERKRACHT ALS BOEKHOUDER
15 hoofdstuk
1 vertrouwen
Vincent houdt niet van vergeetkousen Vincent is elf jaar en zit in de klas van juf Bieke. Hij houdt van de grapjes die juf Bieke maakt, de goudvis in haar klas en de bloemenspeld in haar haar. Op het einde van de dag ziet hij juf Bieke eindelijk naar de brieven en flyers grijpen die op haar bureau liggen. Een van die flyers gaat over een straattheater waar hij al weken naar uitkijkt. Gretig leest Vincent alle informatie. Zijn gezicht vertrekt wanneer hij de datum ziet staan. Hij roept: ‘21 oktober! Dit festival ging vorig weekend door!’ Juf Bieke realiseert zich dat ze hier een beetje tekortschiet. In het hoofd van een leerling zijn dit grote fouten. De boekhouder die in orde is en alles onthoudt, straalt consequentie en zorgzaamheid uit. In deze rol beantwoord je als leerkracht aan de behoefte van leerlingen aan duidelijkheid, overzicht en structuur. Die behoefte kun je vertalen in drie vragen: ◊ Heb jij tijd voor mij? ◊ Wat moet ik doen? ◊ Wat zullen we vandaag gaan doen? Vraag 1: Heb jij tijd voor mij? De takendraak temmen Het takenpakket van een doorsnee leerkracht is behoorlijk veelzijdig en goed gevuld. Dit om het eufemistisch uit te drukken. Zo moet je niet alleen leerlingen monitoren, maar ook taken verbeteren, verschillende werkgroepen opvolgen, communiceren met ouders, informatie meegeven, geld inzamelen, agenda’s in orde houden enzovoort. Voor juf Bieke en vele andere leerkrachten voelt het takenpakket soms aan als een meerkoppige draak die regelmatig grote happen neemt uit hun werkplezier en motivatie. Vroeg of laat merken leerlingen dat op en voelen ze dat de leerkracht meer met zijn of haar planlast bezig is dan met hen. Om alle taken in goede banen te leiden, maak je als leerkracht het best gebruik van een goed systeem.
BW DEF.indd 15
26/03/18 14:07
Een combinatie van post-its op je computer, een to-dolijst in je boekentas en een kalender aan de koelkast zorgen meestal alleen maar voor meer drukte en rommel. Wat mentale rust brengt, is het gebruik van één goed uitgebouwd systeem, waarin je alle taken en afspraken beheert. Wanneer je verschillende systemen gebruikt, dien je ze ook nog eens te combineren en coördineren, waardoor je weer mentale energie verliest. relaxed voor de klas
16
Of je nu digitaal of handmatig werkt, het komt erop neer dat je volgende zaken leert onderscheiden: een jaarplan, een weekplan en een takenlijst. Het liefst hou je die drie zaken op eenzelfde plaats bij. In dit boek wil ik geen cursus timemanagement aanbieden, maar wel het belang van een goed systeem onderstrepen. Er zijn tal van cursussen die je kunnen aanleren om beter om te gaan met alle taken en verwachtingen en ze zijn de investering zeker waard. Deze tips hielpen mij alvast: ◊ Schrijf dingen op. Wat je enkel in je hoofd houdt, kost mentale energie en wordt sneller vergeten. ◊ Hanteer één overzichtelijk systeem, waarin je taken en afspraken noteert. Afspraken horen thuis in een agenda. Taken zijn meestal minder tijdsgebonden en zet je op een takenlijst. Met een digitaal systeem (zoals Outlook) kun je makkelijk categorieën maken en prioriteiten stellen. ◊ Zorg voor goede gewoontes. Alles wat via routine gaat, kost minder mentale energie. Zorg dus voor efficiënte routines in je dag. Leg altijd alles op dezelfde plaats. ◊ Werk in tijdsblokken: een blok voor e-mail, een blok voor verbeteren enzovoort. Zo voorkom je dat je uren verliest met minder prioritaire taken. Het vraagt moed, oefening en geduld om in het onderwijs de takendraak te leren temmen. Zoek daarom alle mogelijke hulpmiddelen om je hierin te ondersteunen. Het zal niet alleen meer rust brengen in je hoofd, maar ook in de klas. Leerlingen weten zo dat jij het overzicht bewaart. Op die manier bouw je vertrouwen op. Vraag 2: Wat moet ik doen? Taken uit handen geven Wie een goed overzicht heeft, kan makkelijker kleine taken delegeren. Vooral bij leerkrachten van jonge kinderen zie je soms prachtige voorbeelden van effectief delegeren. De leerling is blij, want hij of zij kan helpen, en de leerkracht heeft een taakje minder omhanden. Sommige kleuterjuffen
BW DEF.indd 16
26/03/18 14:07
1 vertrouwen
BW DEF.indd 17
17 hoofdstuk
en -meesters zijn organisatorisch zo sterk dat al hun leerlingen perfect weten wat hen te doen staat. Hoe meer opdrachten ze uit handen geven, des te meer ruimte er is om te coördineren en om andere zaken op te nemen. In het secundair onderwijs tref je bij praktijkleerkrachten soms een erg doordachte organisatie aan. Een leerkracht in houtbewerking omschreef het eens als volgt: ‘Sinds mijn rugklachten ben ik een betere leerkracht geworden. Ik geef nu veel meer verantwoordelijkheid aan de leerlingen zelf.’ Men hoeft het niet ver te zoeken. Een vaste leerling die de klasagenda bijhoudt, de beamer aan de laptop aansluit of de magneten weer in het potje steekt. Het zijn kleine zaken, maar zoals het spreekwoord zegt: Vele handen maken licht werk. Vraag 3: Wat zullen we vandaag gaan doen? Zorgen voor structuur Een kwartier voordat de deelnemers toekwamen voor een nascholing, maakte ik een bordschema op een klassiek krijtbord. Alles kwam op het groene vlak: programma, doelstellingen, praktische zaken om aan te denken … Die vijftien minuten gaven me de rust en ruimte om structuur te bieden aan mijn deelnemers. Zij zagen op slag dat het die dag wel goed zou zitten. Ook in de klas is het aan te raden om je materiaal en werkbladen te ordenen in de volgorde waarin je ze zult gebruiken. Een duidelijk bordschema voor je les en een helder dagschema geven je leerlingen het gevoel dat ze in goede handen zijn. Aan het einde van de dag zou je samen met de leerlingen ook al een voorzet kunnen geven voor het overzicht van de volgende dag. In een effectieve flexibele leeromgeving zonder een centraal bord, gelden dezelfde principes. Hier wordt het overzicht besproken en gedeeld met de leerlingen. Leerlingen zijn zo meer georiënteerd en zelfverzekerd om aan de slag te gaan.
26/03/18 14:07
ROL 2: DE LEERKRACHT ALS VRIEND
relaxed voor de klas
18
Spot de geest Juf Doenia loopt met haar klas naar boven en vraagt Thomas simpelweg of hij nog een broer of zus had. Thomas is voorlopig de meest schuchtere jongen. Hij is het gewoon dat niemand hem iets vraagt. De bleke jongen keek verrast en zei: ‘Ik heb nog een jongere broer en twee jongere zussen.’ Juf Dounia breide hier een kort gesprek aan. Een week later zit Thomas met een treurige blik wat in elkaar gedoken in de klas. ‘Niet zo goed geslapen?’ vraagt juf Dounia. De jongen schudt zijn hoofd en staarde een paar tellen naar zijn handen, die gevouwen op zijn tafeltje liggen. Hij fluisterde: ‘Mijn zusje heeft gisteren een epilepsieaanval gekregen.’ De vriend wil weten hoe het met je gaat en geeft je het gevoel dat je erbij hoort. In deze rol speel je als leerkracht in op de behoefte van leerlingen aan aandacht, erbij horen en zichzelf mogen zijn. Die behoefte vind je terug in de volgende vragen: ◊ Vind jij dat ik erbij hoor? ◊ Vind je me de moeite waard? ◊ Heb je interesse in mijn leven? Vraag 1: Vind jij dat ik erbij hoor? De drijfveer vinden Onderdeel uitmaken van de groep, is voor leerlingen een drijfveer om moeite te doen in de klas. Thomas was door de jaren heen gewend geraakt aan het feit dat leerkrachten niet veel aan hem vroegen en was min of meer onzichtbaar voor anderen. De rol van vriend zorgt ervoor dat een leerling zich goed kan voelen in de groep. Dit doet de leerkracht door in dialoog te gaan zodat hij meer over de leerlingen te weten komt.
BW DEF.indd 18
26/03/18 14:07
Een goede vriend vertelde dat hij zich na twintig jaar nog herinnerde dat een leerkracht hem op de speelplaats kort aansprak en vroeg waarom hij zo stil was de laatste weken. Oprechte aandacht is een kostbaar geschenk in een proces van wederzijds vertrouwen.
1 vertrouwen
Niet enkel de blije of de rebelse leerlingen verdienen je aandacht. De stille, teruggetrokken leerlingen in je groep kunnen je steun hard gebruiken. Ook al zullen ze de eerste keer niet meteen een uitgebreid gesprek voeren, je aandacht laat hen niet koud.
19 hoofdstuk
Vraag 2: Vind je me de moeite waard? Gesprekken aanknopen Wanneer je met stillere of minder populaire leerlingen zoals Thomas een gesprek aanknoopt, geef je het signaal dat iedereen erbij hoort. Het zijn vooral de sociaal vaardige kinderen die uit zichzelf contact leggen met volwassenen. De namen van rebelse leerlingen zijn ook onmiddellijk gekend en leer je snel kennen.
Vraag 3: Heb je interesse in mijn leven? Iets persoonlijks weten Zoals de vraag van juf Dounia over broers en zussen aantoont, is de inhoud van de conversatie minder van belang. Het gaat om het gebaar dat je tijd vrijmaakt om te luisteren naar wat hen bezighoudt, dat je oprechte interesse toont in wie ze zijn en wat ze doen. Vragen als ‘Hoe was de hockeywedstrijd gisteren?’ of ‘Heb jij nog broers of zussen?’ en ‘Wat is de naam van je hond?’ kunnen ervoor zorgen dat er een sterkere verbinding tussen jou en de leerling ontstaat. Zo’n verbinding sterkt de motivatie om naar school te komen en inzet te tonen, zowel bij leerlingen als bij leerkrachten. Pas na enkele oppervlakkige vragen, komt er meer ruimte voor andere vragen. ‘Wat maakt dat je graag naar school gaat?’ of ‘Wat wil je later worden?’ De uitgelezen kansen om je rol als vriend op te nemen zijn uitstapjes en busreizen, een momentje waarbij je vijf minuten voor de bel al naar beneden gaat, het einde van de dag of terwijl je samen ergens staat te wachten.
BW DEF.indd 19
26/03/18 14:07
ROL 3: DE LEERKRACHT ALS BRANDWEERMAN
relaxed voor de klas
20
BW DEF.indd 20
De blus van vijf minuten Ze naderen het einde van het schooljaar. Vandaag gaat de klas van juf Els op excursie naar de grotten van Han. De heenreis verloopt prima. Tijdens de anderhalf uur durende busreis, loopt ze enkele keren bij de kinderen langs om te vragen of alles goed gaat. Jongens en meisjes knikken of steken hun duim in de lucht. De leerlingen lachen, doen woordspelletjes met elkaar, praten een beetje, kijken uit het raam of volgen de film die in de bus wordt afgespeeld. De terugreis verloopt net iets minder gesmeerd. De bus vertrekt te laat, het is bloedheet, er is geen airco en tot ieders grote frustratie belanden ze in een bijzonder zware file. Sommige leerlingen veranderen van plaats, andere beginnen zeer luid te roepen en twee kinderen proberen elkaar uit de stoel te duwen. Juf Els besluit om in te grijpen en spreekt de klas aan: ‘Kijk allemaal naar hier, ik wil iets vertellen.’ De bus wordt stil. Alle leerlingen kijken met een ernstig gezicht haar richting uit. ‘Ik ben niet tevreden over deze terugreis. Zowel achteraan, middenin als vooraan zie ik gedrag dat ik niet wil zien. Wij gaan nu allemaal drie minuten stil zijn. Daarna kunnen we weer met diegene die naast ons zit praten.’ Ze laat haar horloge zien om aan te geven dat dit daadwerkelijk de drie volle minuten zullen worden … De brandweerman is bereid om in te grijpen bij een crisis. In deze rol beantwoord je als leerkracht aan de behoefte van leerlingen aan rust, stabiliteit en veiligheid. Die behoefte vind je terug in de volgende vragen: ◊ Zul jij voor mij opkomen? ◊ Kun jij ingrijpen wanneer ik over de schreef ga? ◊ Kun jij ‘stop’ roepen en het ook menen?
26/03/18 14:07
Vraag 1: Zul jij voor mij opkomen? Heldin van de dag Op korte termijn is het makkelijker om niet tegen uit de bol gaande kinderen in te druisen. Een oogje dichtknijpen is na een vermoeiende trip een aantrekkelijke optie. Op lange termijn zul je hierdoor nog maar weinig vertrouwen inboezemen bij de leerlingen. Als je leerlingen wilt leren hoe ze zich horen te gedragen in de bus, zul je ondanks vermoeidheid en hoofdpijn het best door die zure appel heen bijten.
1 vertrouwen
Vraag 2: Kun jij ingrijpen als ik over de schreef ga? Zoektocht naar grijs De warmte, de lange dag en de sociale overprikkeling waren genoeg om voor één keer in de bus uit de bol te gaan. Zelfs bij een welwillende leerling kan groepsdruk of impulsiviteit de overhand krijgen. Op dat moment hebben leerlingen iemand nodig die duidelijke grenzen stelt. Je kunt daarnaast stellen dat grenzen aftasten deel uitmaakt van de ontwikkeling van een kind. Laat leerlingen zelf het grijs zoeken tussen het zwart en het wit. Een mooi voorbeeld hiervan speelde zich af op zeeklassen. Omdat het nog koud was, mochten de leerlingen nog niet in de zee springen. Ze vroegen of ze dan maar met de voeten in het water mochten. Mijn collega liet dit toe, ook al is de kans dan groter dat er dan toch een leerling in het water sprong. Met grenzen omgaan is een leerproces.
hoofdstuk
Ik herinner me een uit de hand gelopen ruzie op de speelplaats over knikkers toen ik klein was. Leerkrachten kwamen toen zelden of nooit tussenbeide. Ze keken de andere kant op en deden alsof er niets aan de hand was. Alleen juf Marianne kon een onverbeterlijke knikkerjatter de gestolen knikkers laten terugbezorgen. Zij was mijn heldin van de dag.
21
Vraag 3: Kun jij ‘stop’ roepen en het ook menen? Wijsheid van een leeuw Net als in de situatie op de bus, wordt de rol van brandweerman meestal een beetje boos ‘gespeeld’. Zich veilig voelen is een recht voor alle leerlingen en het is van belang voor alle leeftijden. Leerlingen waarderen het enorm wanneer iemand de boel durft stil te leggen om de zaak in de hand te nemen. Uiteraard is het raadzaam zuinig te zijn met dramatische demonstraties van overwicht. Zoals de wijsheid die leeuwenkoning Mufasa aan zoonlief Simba openbaarde nadat deze onnodig enkele hyena’s had opgehitst: ‘I’m only brave when I have to be.’ – ‘Ik ben enkel moedig wanneer het nodig is.’
BW DEF.indd 21
26/03/18 14:07
ROL 4: DE LEERKRACHT ALS PROFEET
relaxed voor de klas
22
De knop omdraaien Roeland is de natuurlijke leider van de groep van juf Maaike. Iedereen kijkt naar hem op. Hij heeft de nieuwste snufjes en reageert op alles kalmpjes en cool. Het enige knelpunt is dat die stoerheid zijn ontwikkeling stevig in de weg staat. Meezingen is voor kleuters, Frans praten is voor onnozelaars en waarom zou je je vinger in de lucht steken als je zelf het antwoord weet? Hij is onder alle omstandigheden ‘chill’ en houdt zich afzijdig. Ieder jaar gaat de school van juf Maaike naar fuifzaal de Carré in Willebroek ter afsluiting van een megaproject. Het gaat om een initiatief van de gemeente dat bewustmaking tot stand wil brengen met betrekking tot alcohol, drugs en weerbaarheid bij jongeren. Als het alfamannetje van een roedel staat Roeland op het verhoogde dansblok te freestylen met alle jongens van de klas achter zich aan. Hij gaat helemaal uit de bol, lacht, zingt en danst alsof zijn leven ervan afhangt. Met ongeloof gaapt juf Maaike naar het spektakel. Wanneer de leerlingen naar buiten moeten, spreekt juf Maaike hem aan. ‘Zoals ik jou hier zie dansen, zo zou ik jou ook in de klas willen zien. Hoe kun je Frans leren als je nooit iets zegt? Hoe kun je je stem leren gebruiken als je nooit voluit zingt? Je hebt te veel potentieel om zo weinig bij te leren.’ Na dit gesprek nam zijn houding een enorme wending. Roeland trok plots de beste foto’s in de les over optische illusies, ging tijdens het zwemmen voor het groepsrecord en hij zong op het einde van het jaar uit volle borst het afscheidslied mee. Wat de meeste mensen willen, is waardering en erkenning voor wat ze kunnen en wie ze zijn. Juf Maaike kroop in de rol van de profeet en liet Roeland weten dat hij een groot potentieel had om te groeien, op voorwaarde dat hij het anders aanpakte. De profeet ziet iets in jou, moedigt aan tot leren en boezemt vertrouwen in voor de toekomst. Deze rol speelt in op de behoefte van leerlingen aan inspiratie, geloof in zichzelf en mogelijkheden voor de toekomst. Die behoefte vind je terug in volgende vragen:
BW DEF.indd 22
26/03/18 14:07