Skip to main content

9789401447065

Page 1

Lene Kaaberbøl

De wilde heks

Het labyrint van het verleden


de kronieken van de kroon   Lene Kaaberbøl

De

wilde heks Jennifer A. Nielsen

Het labyrint van het verleden Vertaald door Corry van Bree


www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. ISBN 978 94 014 4706 5 D/2018/45/162 NUR 282/283 © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017 Oorspronkelijke titel Vildheks 5 – Fjendeblod Oorspronkelijke uitgever Florlaget Alvilda, Kopenhagen, 2013 Copyright: © Lene Kaaberbøl, Kopenhagen, 2013 Gepubliceerd in overeenkomst met Copenhagen Literary Agency ApS, Kopenhagen © Vertaling Corry van Bree © beelden in cover verwerkt: Shutterstock Vormgeving omslag: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Mieke Smalle


1

DE TIJD STAAT STIL ‘Wat heb je met mijn vader gedaan?’ Kahla stond in de deuropening. Ik had haar niet horen aankomen, maar dat was misschien niet zo vreemd. Ik lag op de bank in de zitkamer en had geslapen als een beer tijdens zijn winterslaap, half onder een van tante Isa’s oude wollen dekens en met de zacht snurkende Katertje op mijn buik. Het was buiten aardedonker en ik had het verwarrende gevoel dat het midden in de nacht was. Het was nog vreemder dat Lobbes niet had geblaft. Hij is altijd dolenthousiast als een van zijn lievelingsperso­ nen de woning nadert, maar dit keer bleef hij midden in de kamer staan en keek verward naar Kahla. Het leek erop dat hij net zo diep had geslapen als ik. Mijn moeder was nog steeds niet terug, merkte ik, maar ze moest natuurlijk mijn vader uit het ziekenhuis 5


ophalen, daarna naar de Mercuriusstraat rijden om Oscar naar huis te brengen en de spullen in te pakken die ze nodig had omdat ze had beloofd om een week in tante Isa’s huis te blijven. Ik wist uit ervaring dat dat veel tijd kon kosten. Kahla was drijfnat en er was iets vreemds aan haar. Ze was niet ingepakt in drie jassen, vier kleurrijke sjaals en minstens twee wollen mutsen, zoals anders. Ze droeg alleen een normale zwarte regenjas en had niets op haar hoofd, behalve haar haar natuurlijk. Kahla heeft raven­ zwart haar, glanzend en dik, en op dit moment was het ook nat. ‘Regent het?’ vroeg ik onnozel. Ik was waarschijnlijk nog steeds niet helemaal wakker. ‘Mijn vader’, zei ze weer, met een stem waarin zowel kilte als woede doorklonk. ‘Waar is hij? Wat is er met hem gebeurd?’ Alles kwam in één keer terug. Hoe moest ik in vredes­ naam aan Kahla uitleggen dat meester Millaconda verstijfd als een standbeeld in een bed in de hal van Westmark lag, net als tante Isa, mevrouw Pommerans, Shanaia en meneer Malkin? De volledige heksenkring van tante Isa lag daar en ik wist niet of ze nog leefden of dood waren. ‘Er… er is iets gebeurd’, zei ik. 6


Kahla was al bleek onder haar anders zo zongebruin­ de huid, maar nu werd ze nog bleker. ‘Wat dan?’ vroeg ze. ‘Vertel!’ Daarna moest ik wel vertellen over het verschrikke­ lijke gevecht in de grot waarbij Bravita Bloedling zich­ zelf uit haar vierhonderd jaar oude gevangenis had bevrijd en had geprobeerd om via mij haar leven terug te krijgen. ‘Ze wilde bezit van me nemen’, zei ik zachtjes, ‘zodat ik verdween en alleen Bloedling zich in mijn lichaam zou bevinden. Kat en tante Isa probeerden haar tegen te houden, maar ze waren niet sterk genoeg. En toen… toen riep ik het woord dat meneer Malkin me geleerd had: Adiuvate. Ze kwamen allemaal, de hele heksen­ kring, en samen hebben ze Bloedling tegengehouden, maar… maar… daarna waren ze… niet dood, dat denk ik tenminste niet, maar helemaal verstijfd. En… dat zijn ze nog steeds.’ ‘Waar zijn ze?’ vroeg Kahla. ‘In Westmark.’ Ze kwam vlak voor me staan. ‘Breng me naar ze toe’, zei ze. Ik werd bijna bang voor haar. Ik wist dat ze soms gesloten en vijandig kon zijn zonder dat het hoefde te betekenen dat ze zin had om iemand in een klamme 7


pad vol wratten te veranderen, maar dat was ook niet zo vreemd als ze op die manier naar iemand keek. Je hebt haar net verteld dat haar vader meer dood dan levend is, sprak ik mezelf vermanend toe. Had je ver­ wacht dat ze alleen zou glimlachen en zou zeggen dat het helemaal niet erg was? ‘Nu?’ vroeg ik. Ik hoorde zelf dat het bijna net zo onno­ zel en onvoorbereid klonk als mijn vraag of het regende. ‘Ja. Nu!’ Ze stak haar hand uit alsof ze me met geweld overeind wilde trekken. Katertje, die als een kleine, nauwelijks zichtbare slapende bult onder de deken had gelegen, kwam tevoorschijn, maakte zich zo groot mogelijk – dat was zo’n twintig centimeter – en blies nijdig naar Kahla. Kahla trok haar hand terug. ‘Wie is dat?’ vroeg ze. ‘Dat is Katertje’, antwoordde ik. ‘Natuurlijk zie ik dat het een katertje is, maar wat doet hij…’ Ze stopte en keek onderzoekend van Katertje naar mij. ‘Waar is Kat?’ vroeg ze ineens. Het gevoel van gemis was zo overheersend dat ik bijna niet in staat was om antwoord te geven. ‘Kat komt niet meer’, fluisterde ik. ‘En nu heb je in plaats van hem dit ongedierte ge­ kregen?’ 8


‘Het is geen… Ik weet dat hij nog niet zo groot is, maar…’ Ze schudde haar hoofd. ‘Het kan me niet schelen, zolang dat ongedierte ons maar niet ophoudt. En ga nu mee.’ Katertje opende zijn bek wijd en blies nog een keer, dit keer bijna geluidloos. Het was duidelijk dat het geen liefde op het eerste gezicht was tussen Kahla en hem. Ik hield Katertje tegen me aan terwijl ik opstond. Ik wilde niet dat hij haar aanviel, dat zou niet goed aflopen voor hem. ‘Waar gaan jullie naartoe?’ vroeg Niks slaperig vanaf haar slaapstok naast de houtkachel. ‘Naar Westmark’, antwoordde Kahla. ‘Ik wil mijn vader zien.’ Meester Millaconda lag op zijn rug en staarde naar het plafond. Hij zag er heel bars uit omdat zijn zwarte wenk­ brauwen zo gefronst waren dat ze elkaar in het midden bijna raakten, maar dat was precies zoals hij in de grot had gekeken. Er was niets veranderd. Geen van hen, ook tante Isa niet, had ook maar een millimeter bewogen na­ dat Oscar en ik hen de vorige dag hadden achtergelaten. De grote hal leek minder groot dan anders nu er vijf bedden in stonden. Het lijkt een ziekenzaal, dacht ik, 9


en ik kon het niet helpen dat ik daarna dacht: of een grafkamer. Kahla stootte een geluid uit dat het midden hield tussen een zucht en een snik. Ze liet zich naast mees­ ter Millaconda vallen en pakte zijn hand vast, maar liet hem meteen weer los. ‘Hij is helemaal koud!’ riep ze. ‘Waarom hebben jullie er niet voor gezorgd dat hij warm is?’ Ik probeerde uit te leggen dat we dat wel degelijk had­ den geprobeerd, met dekens en een vuur in de open haard en warme kruiken. ‘Het maakt geen enkel verschil’, zei ik. ‘Zo is hun toe­ stand nu eenmaal.’ Ze luisterde niet naar me. Ze had de hand van haar vader weer gepakt en haar wildzang stroomde naar buiten, hard en scherp en brandend, bijna als een klap. Mijn hart maakte een hoopvol sprongetje en ik zocht naar een verschil, een teken van leven, als het maar iets anders was dan die verschrikkelijke onbeweeglijkheid. Voor zover ik kon zien gebeurde er niets, behalve dat Kahla steeds vermoeider werd naarmate ze langer bleef zingen. Toch ging ze maar door, ik denk bijna een uur, tot haar stem het begaf en ze zo zwak was dat ik haar overeind moest helpen. ‘Het werkt niet’, zei ze hees. ‘Waarom werkt het niet?’ 10


‘Ik weet het niet’, antwoordde ik. ‘Ik begrijp niet waarom het niet werkt…’ Haar knieën knikten en ik moest haar naar de keuken helpen zodat ze kon gaan zitten. Niks fladderde bezorgd achter ons aan terwijl ze aan één stuk door ‘o nee, o nee, o nee’ riep. Boven de keukentafel hing een haak. Niks keek er onwillekeurig naar en ik zag dat haar veren overeind gingen staan. Aan die haak had een kooi gehangen en in die kooi had ik Niks voor het eerst gezien. Een armzalig, snotterend, vervuild klein wezen dat niet had kunnen voldoen aan wat Chimaera, die haar had gemaakt, van haar verlangde. Daarna was ze in die kooi gezet omdat het Chimaera irriteerde dat Niks haar overal volgde. Ze had niet geweten wat woorden zoals ‘vriendin’ en ‘vrij­ heid’ betekenden. Dat begon ze nu langzamerhand te leren en het was beslist niet prettig voor haar om hier terug te zijn. Hoewel haar veren na een paar minuten gingen liggen, zag ze er toch angstiger uit dan anders. En het was duidelijk dat ze niet alleen bang was voor wat haarzelf kon overkomen. ‘Waarom zijn ze zo stil?’ vroeg ze. ‘Isa’s ogen zijn hele­ maal star. Denk je dat ze pijn heeft?’ ‘Ik weet het niet’, antwoordde ik. ‘Weet jij wat er met ze aan de hand is?’ vroeg ik aan Kahla. Ik hoopte vurig dat zij een antwoord had. Ze was een heel goede wilde 11


heks, veel beter dan ik. Kahla schudde haar hoofd. ‘Ik heb dit nog nooit gezien’, zei ze. ‘Het is alsof… alsof ze verstard zijn. Misschien heeft het iets met de tijd te maken.’ ‘Wat bedoel je?’ ‘Mijn vader heeft een keer verteld dat als je iets doet wat echt heel groots is – iets magisch dus – er iets met de tijd gebeurt. Het is alsof die langzamer verstrijkt of zelfs een paar seconden stil blijft staan.’ Ik dacht terug aan de momenten waarop ik ‘iets heel groots’ had meegemaakt. Ik kon me inderdaad een ge­ voel herinneren dat de tijd stil bleef staan – alsof alles in slow motion plaatsvond. Als Kahla gelijk had, betekende dat dan dat de vijf roerloze lichamen gewoon stil waren blijven staan? Van de ene op de andere seconde, tussen de ene hartslag en de volgende, tussen twee ademhalingen in? Het was op de een of andere manier rustgevend om dat te denken, en in elk geval beter dan me voor te stellen dat ze zich achter de starende blikken en onbeweeglijke spieren overal van bewust waren. ‘Hoe kunnen we de tijd weer op gang krijgen?’ vroeg ik. Kahla keek me aan met een sombere blik in haar ogen. 12


‘Denk je dat ik dat niet allang gedaan zou hebben als ik dat wist? Ik weet niet eens of het iets met de tijd te maken heeft. Ik raad er maar naar.’ ‘Maar wat moeten we dan doen? Denk je dat de raven­ moeders kunnen helpen?’ Kahla zette haar ellebogen op de tafel en legde haar hoofd op haar handen. Ze maakte een zacht geluid dat het midden hield tussen een zucht en een snik, en duw­ de haar zwarte haar een stukje naar achteren. Het viel me op hoe levendig het rond haar vingers draaide. ‘Misschien moeten we dat maar proberen’, zei ze, maar ze klonk niet bepaald optimistisch. Ik dacht aan Lobbes en Ster en de geiten, die alleen thuis waren. In elk geval tot mijn moeder terug was. ‘Ik stuur mijn moeder een sms zodat ze eraan denkt om de dieren te voeren’, zei ik. ‘Kom, Kahla, laten we vertrekken. De ravenmoeders weten vast wat we moe­ ten doen!’ Ik dacht aan Thuja, de belangrijkste van de kring van ravenmoeders. Ze was zo ongeveer de slimste wilde heks die ik kende. Kahla stond op. Ze had een harde en vastberaden uit­ drukking op haar gezicht. ‘Houd dat beest goed vast’, zei ze. ‘We moeten op­ schieten en ik heb geen tijd om door de mist van de 13


wilde wegen te rennen om hem te zoeken als hij ervan­ door gaat.’ Ik wilde net protesteren en zeggen dat Katertje niet zou weglopen, maar hield me in. Wat wist ik eigenlijk over Katertje? Voor alle zekerheid stopte ik hem onder mijn shirt en deed de bovenste knoop dicht. Later zou blijken dat dat een verstandige beslissing was geweest.

14


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook