Skip to main content

9789401446914

Page 1

DE REIS VAN

DO BE DO

EN VAN DE AREND MET HOOGTEVREES

een concept van dr. GRIET DUPONT door PETER VERHELST met werken van GERHARD RICHTER en OLAFUR ELIASSON


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen

Beelden Gerhard Richter

Beelden Olafur Eliasson

Cover & p. 7, p. 14, p. 22, p. 40

p. 46, p. 47, p. 50, p. 52

Untitled, 2010

Spheres of power and care series, 2016

Lacquer on paper

Watercolour, Indian ink, and pencil on paper

19 x 13 cm

40,5 x 47,5 cm

Photo credit: Steven Decroos

Photo credit: Jens Ziehe

© Gerhard Richter 2017 (07062017) Forest (  IV/VIII  ), 2008 Overpainted photograph

Courtesy the artist; neugerriemschneider, Berlin; Tanya Bonakdar Gallery, New York © 2016 Olafur Eliasson

Oil on colour photograph 18,5 x 12,5 cm

© Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017

Photo credit: Bart Van Leuven

Tekst: Griet Dupont, Peter Verhelst

© Gerhard Richter 2017 (07062017)

Beeld: Gerhard Richter, Olafur Eliasson

21. Dec. 2006 Overpainted photograph

D/2017/45/701

Oil on colour photograph

NUR 270/370

10 x 15 cm

978 94 014 4691 4

Photo credit: Bart Van Leuven © Gerhard Richter 2017 (07062017)

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze

15. Nov. 2014

uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen

Overpainted photograph

in een geautomatiseerd gegevensbestand

Oil on colour photograph

en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op

18,5 x12,6 cm

enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch

Photo credit: studio Gerhard Richter

of op enige andere manier zonder voorafgaande

© Gerhard Richter 2017 (07062017)

schriftelijke toestemming van de uitgever.


Met De reis van Dobedo en van de arend met hoogtevrees stellen wij u een vraag en nodigen wij u uit. Elk boek is nu eenmaal een vraag die de wereld in gestuurd wordt. En elke vraag is natuurlijk een uitnodiging tot een antwoord. Zo ontstaan gesprekken. En tijdens gesprekken worden meningen gevormd en uitgesproken. Naar aanleiding van De reis van Dobedo hebben wij, Griet Dupont en Peter Verhelst, vele uren gepraat. We waren het erover eens dat het boek een gezelschapsspel moest worden; we droomden ervan dat het verhaal zou worden voorgelezen en dat de bijbehorende vragen het begin zouden vormen van gesprekken. Uit haar jarenlange ervaring als kinderpsychiater destilleerde Griet Dupont twee problemen van onze tijd: dat van identiteit (Wie ben ik? Waar droom ik van? Wat wil ik?) en dat van zelfvertrouwen (Ben ik sterk genoeg om creatieve oplossingen te vinden voor problemen?). Er is met andere woorden behoefte aan creativiteit. Niet verwonderlijk dat Griet Dupont bij kunst uitkomt en dat er kunstwerken in het boek staan van twee van de belangrijkste kunstenaars ter wereld, Gerhard Richter en Olafur Eliasson. Wie kunst bekijkt en wil ervaren, moet de eigen verbeelding op een creatieve manier gebruiken om tot een gesprek te komen met het werk. Kunst laat ons kennismaken met dingen die de hele tijd veranderen, dingen die we nog niet weten, onzekerheden. Een weg vol hindernissen. Zoals het leven zelf. En net door een creatief gesprek aan te gaan met het kunstwerk, groeit de mentale kracht, het zelfvertrouwen. De reis van Dobedo en van de arend met hoogtevrees is een boek dat op zichzelf staat, maar tegelijk is het ook een onderdeel van een grotere droom: de Dobedo-academie, een project van Griet Dupont, waarin creatief gewerkt wordt met tekst en beeld, met beweging, muziek, theater, yoga en circus. De kinderen gaan niet alleen op zoek naar hun wortels, maar gaan ook naar een museum, waar ze zelf iets moeten creĂŤren wat te maken heeft met hun dromen. Ter afsluiting wordt er (net als in het boek) feestgevierd. Omdat niet alleen schoonheid, maar ook vriendschap en zelfvertrouwen van en voor iedereen zijn. Griet Dupont Peter Verhelst


‘Art is the highest form of hope.’ — Gerhard Richter — ‘Kunst is de hoogste vorm van hoop.’


I Thuis Waar je ook kijkt, overal lopen boomwortels onder en over en door elkaar. Ik kan eronderdoor lopen zonder door iemand te worden gezien, zo groot en dik zijn ze. Het is heerlijk donker en stil in de holtes tussen die boomwortels. Wat lig ik er graag in m’n eentje in het zachte mos te luisteren naar de geluiden van ons bos. Met mijn ogen dicht. Plots wip ik op van de schrik omdat ik iets hoor ademen. Hoe ik mijn ogen ook opensper, ik kan in het donker niets zien, maar ik voel wel een warme adem. Van iets groots. Dichterbij komen. ‘Do-be-do’, hoor ik vlak bij mijn oor. Hoewel ik de stem van opa Zwarte Beer heb herkend, schop en sla ik om me heen. ‘Hoe-hoe-hoe-ho-ho-ho-ho-ha…’ Lachend komt hij helemaal over me heen liggen, waardoor ik niet langer kan slaan en schoppen, maar alleen nog mijn hoofd kan schudden. ‘Pas o-ho-ho-hop’, hakkelt hij. Van het lachen. ‘Pas op, straks verpletter ik je nog.’ Ik wentel me onder hem vandaan en ga met mijn rug naar hem toe op mijn zij liggen, met mijn armen gekruist. Tot hij eindelijk klaar is met lachen. Stilte. Een tikje op mijn schouder. Ik sla mijn armen iets vaster om me heen. Stilte. Een tweede tikje. ‘Heyyyyyyy, luister eens goed naar mij.’ Zwarte Beer zegt dat met die diepe, luie bromstem van hem. ‘Luissssster eens goed.’

9


10

Ik hou mijn ogen stijf dicht. En dan begint hij nog zachter te praten – ik heb mijn opa, Zwarte Beer, nog nooit van mijn hele leven horen fluisteren. ‘Moet je echt eens goed luisteren naar me, Dobedo. Vandaag heb ik besloten…’ Hij zucht diep. ‘Vandaag heb ik besloten om afscheid van je te nemen’, fluistert hij. Ik heb mijn armen nog altijd om me heen, maar met een ruk draai ik mijn hoofd opzij. Wat? Hij van mij? Afscheid nemen? ‘Ik kan je niet zien’, zeg ik. Ik probeer zo normaal mogelijk te klinken. ‘Dat komt doordat hier zo weinig plaats is tussen de wortels’, zegt hij met zijn normale stem. Ik zeg: ‘Hoe bedoel je, dat je afscheid van me gaat nemen, ga je dan weg?’ ‘Nee, nee, nee’, zegt hij. ‘Jij bent het die weggaat.’ ‘Ik ga weg?’ ‘Kijk eens naar jezelf, Dobedo. Het is nu tijd om te groeien. Denk aan wie je zou kunnen worden. Wat je zou kunnen doen! De keuzes die je kunt maken! De kansen! Het leven dat je kunt leiden! Wat is je grote droom?’

De grote reis Ik weet dat de dag is gekomen waar ik altijd naar heb uitgekeken en waar ik tegelijk bang voor ben geweest. De dag van de grote reis die ieder kind ooit moet maken om zijn droom te vinden. De dag waarop elk van ons zijn eigen grootboom beklimt. Ik sla mijn armen om Zwarte Beer heen. Hij slaat zijn zware armen om mij heen. ‘Ik zie je graag’, zegt Zwarte Beer. ‘Daarom wil ik dat je voor jouw droom gaat.’ ‘Maar dan moet ik weggaan’, zeg ik. ‘Hm’, zegt hij. ‘Hoe doe je dat, weggaan?’ vraag ik. ‘Door te klimmen’, zegt hij. ‘En hoe doe je dat, klimmen?’ ‘Het is als zwemmen’, zegt Zwarte Beer. ‘Het duurt misschien een tijd voor je het kunt, maar als je eenmaal zover bent, kun je je niet voorstellen dat je dat ooit niet hebt gekund. Wat je nodig hebt, is de moed om te beslissen de eerste stap te zetten, en vertrouwen om de tweede en de derde stap te zetten. Moed en vertrouwen! Soms zul je vallen, maar dat is niet erg. Helemaal niet. Wie nooit is gevallen, zal nooit kunnen klimmen.’ ‘Ik zal alleen zijn’, fluister ik. Zwarte Beer zegt: ‘Ja, jij zult het zelf moeten doen. Maar wees gerust,


overal is er wel iemand die jou wil helpen. Je hart en verstand moeten alleen maar openstaan om die helpende handen te zien en toe te laten.’ Achterwaarts kruipt Zwarte Beer onder de boomwortels vandaan, waardoor het licht weer naar binnen valt. ‘Moed en vertrouwen’, fluister ik. ‘Moed en vertrouwen.’ Zwarte Beer rekt zich uit. ‘Zo doe je dat’, zegt hij. Hij sluit zijn ogen en legt zijn handen op zijn hart. Hij knikt een paar keer. En hij ademt diep in. En ademt traag uit. ‘Nu jij’, zegt hij. Ik sluit mijn ogen en leg mijn handen op mijn hart – ik voel hoe hard het klopt. Ik knik. Ik adem diep in en adem traag uit. Zwarte Beer lacht, zijn diepe lach rolt tegen de boomstam op. Hij staat nu helemaal rechtop. ‘Adem in’, zegt hij, en ik adem in. ‘Adem uit’, zegt hij, en ik adem uit. Hij knikt goedkeurend. ‘Adem in’, zegt hij en hij zwaait zijn rechterhand in de hoogte. ‘Adem uit!’ Rechterhand naar beneden. ‘In! En uit! Denken met je lichaam, hart en geest, Dobedo! In… En uit!’ En elke keer dat hij ‘in’ zegt, denk ik: moed. En bij elke ‘uit’ denk ik: vertrouwen. Zwarte Beer staat met zijn arm te zwaaien alsof hij een orkest dirigeert. En dan doet hij iets wat ik hem nooit eerder heb zien doen. Hij gaat op de stam van de grootboom af en stapt erop. Echt stappen, bedoel ik. Hij beklimt de stam niet zoals een klimmer dat doet, maar hij stapt rechtdoor, omhoog, op de stam. Alsof hij op de grond loopt, maar dan omhoog! ‘IN! EN UIT! IN! EN UIT!’ Zwarte Beer wenkt me met zijn arm. En voor ik het weet, doe ik mijn eerste stap omhoog. De allereerste verticale stap van mijn hele leven. Op de boomstam. Ik glijd uit. Probeer opnieuw. Moed, denk ik. Ik glijd uit. Opnieuw. ‘Zet je eerste stap!’ zeg ik tegen mezelf. De eerste stap. Ja! De tweede stap. Verticaal. Hop! Omhoog! Hop! MOED! VERTROUWEN! MOED! VERTROUWEN! En nu de derde stap.

11


De treden in de boom Zwarte Beer en ik liggen op onze rug op een tak enkele meters boven de grond. ‘Hèhè’, zegt hij. ‘Kijk hoe mooi alles is als je hoger zit.’ En hij wijst om zich heen. ‘Wow’, zeg ik. ‘Wat een reis.’ ‘Neenee, de echte reis begint pas. Wat is je droom, Dobedo?’ Ik zeg: ‘Ik wil boven de wolken kijken.’ Opa Zwarte Beer glimlacht. ‘Weet je wat ik zie?’ zegt hij en hij wijst met zijn rechtervoet naar een plek tussen de takken. Hij doet zijn ogen dicht en fronst zijn wenkbrauwen. ‘Ik zie, ik zie…’ Zijn stem klinkt plechtig, alsof hij wil dat iedereen het hoort. Hij kijkt me met opengesperde ogen aan: ‘Ik zie een nieuwe vriend die jou boven de wolken zal brengen. Een grote, nieuwe vriend!’ 12

Zwarte Beer vertelt me over de treden die in de boom verborgen zitten. ‘Het is een trap waar je het einde niet van kunt zien,’ zegt hij. ‘De eerste treden werden door onze voorvaderen uit het hout gehakt, nu zijn het de eerste treden van jouw trap. Bij elke stap maak jij telkens een nieuwe trede. Heel belangrijk,’ bromt Zwarte Beer. ‘Iedereen maakt zijn hoogstpersoonlijke trap met zijn hoogstpersoonlijke treden. Zo kom je tot boven de wolken.’ Een lichtstraal laat zijn gezicht gloeien. Hij klopt op het hout van de boom: ‘En vergeet nooit dat hier je wortels liggen.’ ‘Voor je vertrekt heb ik nog een geschenk voor je’, zegt Zwarte Beer. Hij geeft me een platte steen. ‘Je merkt zelf wel waar en wanneer je die kunt achterlaten.’ Ik stop de steen in mijn broekzak. ‘Je reis is begonnen’, zegt Zwarte Beer. ‘Vanaf hier moet je alleen verder.’ Ik wil niet van je weg, denk ik. Zwarte Beer zegt: ‘Moed.’ En vertrouwen, denk ik. We komen overeind. Zwarte Beer legt zijn hand op mijn schouder. ‘Ik ben trots’, zegt hij. En dan iets luider, alsof er anderen meeluisteren: ‘Hierbij geef ik, Zwarte Beer, aan Dobedo mijn zegen voor zijn grote droom.’ En dan, heel zacht: ‘En mijn liefde.’ Zwarte Beer legt zijn handen in mijn rug tot ik in de lucht hang. ‘Zie je die trede daar?’ vraagt hij. Ik zie alleen een holte in de stam waar mijn voet net in past. ‘Doe maar’, zegt hij.


Ik adem diep in en zet mijn voet in de holte. ‘Ja’, zegt hij. ‘Moed’, antwoord ik. En ik duw me op. En op dat moment ontstaat onder mijn voet een tweede trede. Ik zweet. Zwarte Beer strekt zich verder uit bij elke kleine stap die ik doe. Zijn handen in mijn rug. En dan geeft hij me een zetje. Niet naar beneden kijken, denk ik. Derde en vierde stap. ‘Ja!’ roept Zwarte Beer. En dan voel ik zijn hand niet langer in mijn rug. De vijfde en de zesde en de zevende stap. Niet uitglijden! Tot ik mijn stappen niet langer tel. Het gaat almaar beter. Mijn lichaam begint voor mij te denken: mijn handen vinden blindelings de juiste takken en mijn tenen grijpen in de juiste holtes. Ik ben mijn eigen trap aan het maken! En dan plots glijd ik uit en grijp ik in de lucht en… Zijn het de takken die mij onder mijn oksels vastgrijpen? En die mijn voet in de juiste holte zetten? En mij optrekken? ‘Denk je nu echt dat ik je helemaal alleen zou laten?’ roept mijn opa, Zwarte Beer, me na. Hij klinkt ver weg.

V R AG E N B I J

HOOFDSTUK I Op pagina 47 vind je vragen en inspirerende overwegingen rond de thema’s die in hoofdstuk I aan bod komen.

13


Ii Het bos in de boom Ik klem mijn tanden op elkaar en zet een volgende stap. En weer word ik onder mijn oksels gegrepen. Ik ben niet alleen. ‘Laat me los, lossss’, sis ik. Ik zet nog een stap, maar mijn voet glijdt weg. Nog voor ik val, word ik vastgegrepen en op een tak gezet. En dan pas zie ik een gezicht. Breed lachend. Van een mannetje. ‘Ben jij de grote, nieuwe vriend waarover mijn opa het had?’ vraag ik. ‘Ik ben Pos’, zegt het mannetje en hij schudt me de hand. ‘Ik ben je gids.’ Hij is kleiner dan ik. Pos wijst naar de boom, die zich in drie stammen opsplitst. ‘Welke weg wil je nemen: de eerste weg, steil naar boven, die tweede weg in het midden, of…’ zegt Pos. ‘Welke is volgens jou de beste?’ vraag ik. ‘Dat moet jij beslissen, daarom ben je hier’, zegt Pos. ‘Welke weg is volgens jouw gevoel de beste? Die stam links is de weg voor wie van spannende, bijna onbeklimbare stukken houdt en van de scherpe snavels van arenden en…’ Ik schud mijn hoofd en kijk naar de twee andere stammen. De middelste stam lijkt volkomen veilig en aan de rechterstam groeien bloemen en vruchten die er dik en lekker uitzien. Ik weet onmiddellijk dat ik het middenpad wil, maar begin even snel weer te twijfelen. Ik kijk naar die lekkere, dikke bloemen en vruchten. ‘Je tijd is om. Welke heb je gekozen?’ vraagt Pos. ‘Het pad rechts’, zeg ik. ‘Die van de vruchten en de bloemen? Je houdt dus van het zoete leven?

15


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401446914 by Uitgeverij Lannoo - Issuu