No Man’s Land H E N K
V A N
D E S M O N D
M O R R I S
R E N S B E R G E N |
P E T E R
V E R H E L S T
W O O R D D E S M O N D
V O O R A F M O R R I S
Ongewone beelden. Beklijvend, biologerend, maar vooral: met een belangrijke boodschap. De homo sapiens wordt eraan herinnerd dat zijn ongelooflijk succesvolle soort niet ontsnapt aan de krachten van de natuur. Zoals andere dominante soorten in het verleden kan ook hij uitsterven. Sommige mensen lijken te denken dat wij in tegenstelling tot andere dieren niet onderhevig zijn aan de wetten van de natuur. Ze vergissen zich. Ik heb het al vaker gezegd: wij moeten onszelf niet zien als gevallen engelen, maar als opgestane apen. We zijn even kwetsbaar als andere soorten als ons milieu ons niet meer in stand kan houden. Die cruciale les krijg je in dit boek bladzijde na bladzijde ingehamerd. In No Man’s Land gaat Henk van Rensbergen uit van de premisse dat een catastrofe de mensheid van de aardbodem heeft weggeveegd. We zien de afbrokkelende ruïnes van onze verloren beschaving. Ze worden bewoond door dieren waarop de catastrofe blijkbaar geen vat heeft gehad. Dit is een nieuwe, angstaanjagende versie van het einde van de dinosaurussen. Ook zij heersten over de aarde tot een ramp hun definitieve einde betekende. Ze maakten plaats voor andere, minder imposante soorten, waaruit na miljoenen jaren onze voorouders voortkwamen. Wij werden de nieuwe dominante soort. In No Man’s Land zijn wij de nieuwe dinosaurussen. Onze beenderen vergaan in de grond tot stof. Sommige zullen verstenen en overblijven als een verre herinnering aan het feit dat wij hier ooit rondliepen. Het lijdt geen twijfel dat wij vóór deze totale verdwijning de meest succesvolle diersoort ooit waren. Er liepen zevenenhalf miljard specimens van onze soort over het aardoppervlak. Overal waren er grote steden waar de bewoners zich veilig en beschut voelden tegen de gevaren van de buitenwereld. Opgesloten achter beton en staal verloren ze iedere voeling met de natuur, en hoorden haar
onheilspellende waarschuwingen niet. De mens leek altijd vindingrijk genoeg om slimme oplossingen te bedenken voor gelijk welke nieuwe uitdaging. Maar tegenover drie bedreigingen stond hij machteloos. We zijn er niet in geslaagd de exponentiële bevolkingsgroei af te remmen. Tweeduizend jaar geleden, in de tijd van Christus, leefden er op aarde slechts 255 miljoen mensen. Ondanks oorlogen, epidemieën en hongersnoden bleef dat aantal jaar na jaar groeien. Nooit was er een neerwaartse trend. In mijn eigen leven heb ik het aantal zien toenemen van twee tot zevenenhalf miljard. Ik kan nauwelijks geloven dat het aantal aardbewoners sinds mijn geboorte met vijf miljard is toegenomen, maar het is wel zo. Andere soorten dan de menselijke kunnen zo een onnatuurlijk hoge overbevolking niet aan. Zorgvuldig uitgevoerde dierenproeven waarbij de bevolkingsdichtheid kunstmatig opgevoerd werd, hebben aangetoond dat hun sociale organisatie na korte tijd instort om plaats te maken voor complete chaos. Gedurende meer dan een miljoen jaar evolueerden onze voorouders zelf ook in kleine stammen. De moderne mens is echter zo vindingrijk en flexibel dat hij kan leven in grote, dicht opeengepakte groepen. We hebben het probleem niet opgelost door een vorm van sociale organisatie te ontwikkelen zoals die van mieren of termieten, maar door een leefwijze te bedenken die het mogelijk maakt om in grote stadsgemeenschappen het soort relaties te handhaven dat binnen de kleine stammen gold. We hebben nog steeds honderd tot tweehonderd vrienden en kennissen. De rest van onze stadsgenoten die we op straat tegenkomen, behandelen we als vreemdelingen met wie we geen persoonlijk contact zoeken. Als we iedereen die we in een druk stadscentrum tegenkwamen, zouden aanspreken om kennis te maken en vriendschap aan te knopen,
7
zou het raderwerk van onze samenleving binnen de kortste keren vastlopen. Terwijl er in de stammen van weleer geen buitenstaanders waren, maken vreemdelingen nu deel uit van het sociale leven van elke dag. Dat te accepteren is de slimme oplossing die mensen overal op aarde bedacht hebben om te voorkomen dat het stadsleven een niet-aflatende nachtmerrie zou worden. Zo kunnen we nu leven in gemeenschappen waarvan het ledenaantal ver boven het natuurlijke gemiddelde uit ons evolutionaire verleden ligt. Er is echter een limiet aan dit soort omgang met overbevolking. Er is een toenemend risico dat we op een bepaald moment met zo veel zullen zijn dat we de stress niet meer aankunnen en ons immuunsysteem instort. Op dat moment staan we voor de tweede grote bedreiging voor onze soort. Die betreft onze gezondheid. Overbevolking maakt ons op twee manieren kwetsbaar voor pandemieën: door stress worden we vatbaarder voor infecties en doordat we zo dicht op elkaar leven kan een nieuwe ziekte zich sneller verspreiden. De geneeskunde levert onophoudelijk strijd tegen de veroorzakers van de meeste van onze ernstige kwalen: bacteriën en virussen. Er is veel vooruitgang geboekt en sommige van de schadelijkste micro-organismen zijn verslagen, maar virussen hebben de sluwe gewoonte te muteren en terug te vechten door voortdurend hun eigenschappen te wijzigen. In een overbevolkte wereld zou een onbekend, dodelijk en besmettelijk virus de bevolking kunnen uitschakelen voor er een geneesmiddel is gevonden. Zo zou de menselijke soort van de aardbol kunnen verdwijnen.
Het is hoopgevend dat wereldleiders het probleem beginnen te zien en te bestrijden. Maar als we zelf zouden verstikken in de stroom vuilnis die we op de aardbodem en in de oceanen achterlaten, dan kan ook dat het begin van het einde van de mensheid betekenen. Misschien overwint onze buitengewone vindingrijkheid toch de epidemieën en slagen we erin de vervuiling te stoppen, dan nog blijft er een derde manier waarop onze soort kan worden uitgeroeid. Elke schaamteloze uitvinding van de moderne oorlogsvoering – de chemische, biologische en nucleaire wapens – kan ons moeiteloos vernietigen als we er de controle over verliezen. Bij een grote atoomoorlog ontstaat een radioactieve wolk die het hele aardoppervlak bedekt. Waar het regent, sterft de mens. Alleen een handvol woestijnnomaden zou de ramp overleven. Dat zijn de drie manieren waarop onze soort in een oogwenk van de aardbodem zou kunnen verdwijnen: epidemieën, pollutie en radioactiviteit. Dit is geen sciencefiction, dit zijn heel reële mogelijkheden. Met No Man’s Land brengt Henk van Rensbergen in beeld wat in een posthumane wereld het uitzicht van de aarde zou kunnen zijn. Uit de foto’s blijkt dat andere soorten de ramp overleefd hebben. Die kan dus niet veroorzaakt zijn door een radioactieve wolk, want in dat geval zouden ook zij niet meer bestaan. Dit niemandsland is dus waarschijnlijk het gevolg van een pandemie, van een dodelijk virus dat alleen de homo sapiens trof – en zelfs niet zijn dichtste verwanten, de chimpansees en de orang-oetans, want die zien we her en der in en op de ruïnes van de mensenwereld zitten.
Overbevolking leidt nog tot een andere grote bedreiging: vervuiling. Nu al neemt die zo’n omvang aan dat ecosystemen zich niet meer kunnen herstellen.
Bij het doorbladeren van dit boek moet je goed voor ogen houden dat de foto’s geen wetenschappelijke documenten zijn, maar een poëtische
8
visie op de werkelijkheid. Bij al hun pracht roepen ze het akelige gevoel op dat je rondwaart in een – op z’n minst voor ons – verloren wereld. Eén belangrijk kenmerk van onze aarde na de vernietiging van onze soort is echter bewust weggelaten: er ligt niet één menselijk geraamte te rotten. Onmiddellijk na de grote ramp zou het aardoppervlak ermee bezaaid zijn. Het verregaande verval van de gebouwen wijst erop dat de foto’s beelden oproepen van een hele tijd na de apocalyps. Misschien zijn de lijken al helemaal weggerot en liggen er hooguit hier en daar nog wat gebleekte beenderen. Het is interessant te overwegen wat er zou kunnen gebeuren na zo’n grote pandemische aanval. Om te beginnen zou het aantal insecten explosief toenemen. Gigantische zwermen zouden zich storten op onze overblijfselen. Op hun beurt vormen zij een feest voor de vleermuizen, hun belangrijkste belagers. Die gaan niet alleen smullen van deze onuitputtelijke voedselvoorraad, zij vinden ook een nieuw onderkomen in de miljoenen ruïnes, vol veilige plekjes waar ze hun kleine klauwtjes kunnen inhaken en zich vrolijk voortplanten. Tussen het afval krioelt het ondertussen van snuffelende knaagdieren. In de lege gebouwen rennen overal ratten heen en weer. En de aarde is als nooit tevoren vergeven van de meest rampbestendige van alle insecten: de kakkerlak. Allerhande roofdieren doen zich te goed aan de rijke oogst die de nieuwe toestand oplevert. Zonder de mens eist de natuur weer haar rechten op. Nadat de laatste restjes rottend vlees van onze beenderen verdwenen zijn, vindt de posthumane fauna geleidelijk een nieuw evenwicht. Het is dan aan de grote apen – die door ons toedoen op de rand van de uitroeiing hadden gestaan – om opnieuw de lange weg op te gaan naar
een nieuw stadium in de evolutie en misschien wel de staat te bereiken die we kennen van De Apenplaneet van Pierre Boulle. Terwijl we in onze verbeelding de hele cyclus van veranderingen doorlopen mogen we één categorie niet uit het oog verliezen: de gedomesticeerde dieren. Voor wij van de aardbol verdwenen, waren miljarden hoeve- en huisdieren voor hun voedsel en huisvesting afhankelijk van de mens. Wat gebeurt er met hen? Verdwijnen zij ook? Kunnen ze zonder ons overleven? Sommige zitten allicht hulpeloos gevangen in huizen, stallingen of omheiningen en sterven een vreselijke hongerdood. Andere kunnen uitbreken en in verstilde landschappen op zoek gaan naar voedsel. Herbivoren zoals paarden, runderen, geiten, schapen en varkens vinden in het welig tierende groen eten in overvloed. Ze gedijen als nooit tevoren en keren geleidelijk terug naar de wilde staat en de constitutie van de dieren waarvan ze afstamden. Omdat het aantal knaagdieren ontzettend is toegenomen, doen ook de vleeseters, met name de miljoenen katten en honden, het bijzonder goed. De hondenrassen kruisen onderling en dat levert na verloop van tijd een dier op dat weer dicht bij hun voorouder, de wolf, staat. Van huiskatten bestonden er nooit zo veel rassen als van honden, maar de opzichtige kleuren van hun vacht wijken stap na stap voor de camouflagekleuren van de oerkat. Op het platteland vergroeit de lappendeken van netjes afgebakende akkers en velden tot een ruige wirwar zonder de minste geometrie. Landbouwgewassen moeten optornen tegen in het wild groeiende planten. Er ontstaan nieuwe stukken grasland en de bossen breiden uit. Dat heeft een grote invloed op het weer: de jaarlijkse neerslag zal toenemen en het land wordt langzaam vruchtbaarder. Zonder vissers en allerlei vervuiling komt het zeeleven weer tot ongeziene bloei. Het
9
is een harde waarheid, maar onze ondergang zou een zegen zijn voor fauna en flora. De foto’s in dit boek tonen ons een periode vóór deze heropbloei van de natuur. De dieren in de lege ruïnes zien er triest en eenzaam uit, als waren ze nog verdwaasd door de plotse afwezigheid van hun vroegere meesters. Het is alsof ze denken dat wij achter de hoek het moment afwachten waarop we ons opnieuw kunnen doen gelden. Maar zoals ik al zei: deze verbazingwekkende fotocomposities zijn geen wetenschappelijke verslagen, maar een krachtige poëtische kijk op het ondenkbare: het einde van de mensheid. Bij elke bladzijde van dit boek die je omslaat, word je een stukje nederiger en ga je dieper nadenken over de manier waarop we de toekomst tegemoet moeten treden. Tot slot is er de vraag hoe Henk van Rensbergen er in godsnaam in geslaagd is zulke taferelen op de gevoelige plaat te krijgen. Waar vond hij de indrukwekkende verlaten gebouwen en hoe overtuigde hij olifanten, hyena’s en andere wilde dieren om er te poseren? Of bedrijft hij zijn magie met de computer? Ik wil de trucs van de goochelaar niet kennen, de betovering niet verbreken. Ik laat me leiden door de beelden, zonder de technologie achter deze foto’s te analyseren. Van Rensbergen biedt ons de kans om onder ogen te zien dat onze soort kan verdwijnen. Ik hoop dat hij ons daarmee stimuleert om die ramp te vermijden door eens te meer een beroep te doen op onze vindingrijkheid. Ik heb decennialang het menselijk gedrag bestudeerd. Geen wonder dus dat mensen mij dikwijls vragen of ik onze toekomst optimistisch dan wel pessimistisch tegemoet zie. Een deel van mijn tienerjaren viel
10
samen met de Tweede Wereldoorlog. Dat gaf mij een pessimistisch wereldbeeld. Mijn jonge hersenen hadden de indruk dat volwassenen niets anders wilden dan elkaar doden. In een schoolopstel noemde ik mensen ‘apen met zieke hersenen’. Toen er vrede werd gesloten en ik ouder werd, veranderde ik van mening. Ik ontdekte de grenzeloze creativiteit van het menselijke vernuft. Ik heb in de loop van mijn leven uitvindingen als de tv en het internet tot stand zien komen. Geen enkele 19de-eeuwse wetenschapper had zich zulke dingen kunnen inbeelden. Zo kunnen ook wij ons nu niet voorstellen welke verbazende uitvindingen de 21ste eeuw in petto heeft. We kunnen de wildste veronderstellingen maken – een antizwaartekrachttoestel dat in de lucht zweeft en ons naar eender welke bestemming brengt, een reis in de vierde dimensie... – maar in werkelijkheid hebben we niet het minste idee waar onze vindingrijkheid ons naartoe zal brengen. In plaats van onszelf te vernietigen en te eindigen als een zielige hoop lijken, tillen we ons beter naar een nieuw bestaansniveau. Niemand weet wat dat inhoudt, maar mogelijkheden zijn er genoeg. En net dat stemt mij optimistisch. Als ik het mis heb, verandert Henk van Rensbergens No Man’s Land van een poëtische visie in een vreselijke werkelijkheid.
13
14
15
17
19
20
21
23
25
C O L O F O N
MARKED is een initiatief van Uitgeverij Lannoo. www.marked-books.com www.henkvanrensbergen.com Concept en fotografie Henk van Rensbergen Voorwoord Desmond Morris Epiloog Peter Verhelst Vertaling Wouter Meeus Redactie Ann Brokken Vormgeving Jelle Maréchal Met dank aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (Brussel)
@booksbymarked Registreer u op onze newsletter op www.marked-books.com en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken over kunst, design, interieur, mode en fotografie en met interessante, exclusieve MARKED aanbiedingen en events. Als u opmerkingen of vragen hebt, dan kunt u contact nemen met onze redactie: markedteam@lannoo.com. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017 D/2017/45/412 – NUR 653 ISBN: 9789401446105 www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. #AREYOUMARKED
191