EDEn
Frank Van de Winkel
HAZARD TussEn DE lijnEn
EDEn
HAZ
Frank Van de Winkel
ARD TussEn DE lijnEn
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Coverontwerp | Studio Ron van Roon Coverbeeld | Photonews Grafisch ontwerp | Studio Ron van Roon zetwerk | Mediactief Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact nemen met onze redactie: redactielifestyle@lannoo.com © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018 D/2018/45/656 – NUR 480-491 ISBN: 978 94 014 4603 7 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
4
‘Hoe ik herinnerd wil worden? Als iemand die op het veld plezier probeerde te hebben en die Âprobeerde plezier aan de mensen te geven.’ Eden Hazard (Sport/Voetbalmagazine, 11 juli 2018)
5
Inhoudstafel DEEL EEN: OP ZOEK NAAR ANKERPUNTEN 13 Hoofdstuk 1: De ziel van 's-Gravenbrakel
15
Hoofdstuk 2: Leven in de tuin van Eden - de kinderjaren
26
DEEL TWEE: ALSMAAR BETER LEREN VOETBALLEN 53 Hoofdstuk 3: Speelse jaren bij RS Brainois en AFC Tubize
55
Hoofdstuk 4: De lokroep van het Franse Rijsel
90
Extra: Wie is Eden Hazard? Filmpje 1: De Lotus-speculoosjes
137
Hoofdstuk 5: Zo jong al zo goed als Jeugd-Rode Duivel
138
Extra: Wie is Eden Hazard? Filmpje 2: Hier is de Nivea-man
169
DEEL DRIE: PROFVOETBALLER IN FRANKRIJK EN ENGELAND 173 Hoofdstuk 6: Onverwachte successen met LOSC
175
Extra: Wie is Eden Hazard? Filmpje 3: De wezen van Makala
212
Hoofdstuk 7: Naar de Engelse top met Chelsea FC
215
Extra: Wie is Eden Hazard? Filmpje 4: De kolderkerstvideo's van Chelsea FC
264
Hoofdstuk 8: V an moeizaam begin tot kapitein van de Rode Duivels 268 Extra: Wie is Eden Hazard: Filmpje 5: In bed met de ploegmaats
303
Extra: Wie is Eden Hazard? Filmpje 6: Volg de gids
320
DEEL VIER: TOT IN ZIJN VEZELS GEWORTELD 339 Hoofdstuk 9: De familie Hazard in België en Zuid-Frankrijk
341
Hoofdstuk 10: Lief en leed van vierhonderd jaar Hazards
355
Extra: Wie is Eden Hazard? Besluit: Het belang van humor
369
Uitleiding: De hazard van Hazard
377
Dankwoord en oproep
381
7
Voorwoord
N
ee, dat beeld op die mooie lentedag zal ik nooit vergeten. Hoe ik in april 2018 na meer dan anderhalf jaar schrijven voor het eerst Eden Hazards ouders Carine Vanderbecq en Thierry Hazard ontmoette. Twee minuten voor onze af-
spraak in de cafetaria van voetbalclub Royal Stade Brainois kwam er heel in de verte vanaf het voetpad aan hun huis een paartje mijn richting uit, hand in hand. Ik dacht aan twee verliefde tieners die voorbijkwamen. Het bleken Edens ouders te zijn. Het bevestigde wat ik na veel zoeken en tasten ontdekt had: dat de familie Hazard er een is uit één stuk. Dat het mensen zijn die ook hun slechte dagen hebben, zeggen ze zelf, maar dat het wel goed zit. Na biografieën over duatleet Benny Vansteelant, Kim Clijsters, Vincent Kompany en Roger Federer viel de keuze op Eden Hazard. Ik hanteer twee criteria om over iemand te schrijven: het moet om wereldtoppers gaan en ze moeten maatschappelijk iets te vertellen hebben. Hazard fascineert omdat hij romantiek uitstraalt door de schoonheid van zijn spel en zijn visie op voetbal, maar ook omdat hij als mens een aantal waarden koestert. Humor kenmerkt hem, hij blijft met zijn twee voeten redelijk op de grond en vertelt doorgaans zinnige praat. Op zijn 24ste was hij al vader van drie kinderen. De Hazards leven niet voor zichzelf alleen. Ik heb Eden laten weten dat ik een boek over hem zou maken, er is namelijk persvrijheid in België, en heb hem gevraagd om mee te werken. Zijn ouders vertelden me dat hij het er nog wat te vroeg
9
voor vond, maar dat zijzelf wilden helpen om ervoor te zorgen dat het zo foutloos mogelijk zou zijn. Ze hadden maar één eis: wees correct. Doe niemand tekort en hemel niet op. U, lezer, hebt recht op een verhaal dat respectvol, evenwichtig en zonder sensatie, maar objectief, onafhankelijk en kritisch is geschreven. Dit boek is journalistiek, geen public relations; het is een werk van anderhalf jaar geworden waarin ik geprobeerd heb om Eden als een mens van vlees en bloed te portretteren. Al die tijd heb ik me twee vragen gesteld: hoe en waarom is Eden Hazard de mens en voetballer geworden die hij is? Daarom was het belangrijk om in Braine-le-Comte of ‘s-Gravenbrakel, waar Eden is opgegroeid en zijn familie geworteld is, de sfeer op te snuiven. Het gaf me als Nederlandstalige ook de kans om de Franstalige cultuur beter te leren kennen. Een haarfijn portret van de uitgebreide familie Hazard samenstellen was een volgende stap, net als het onderzoek naar waar de naam Hazard vandaan komt en de speurtocht naar zijn stamboom, die meer dan vierhonderd jaar teruggaat. De filmpjes met hem die op het internet circuleren, zijn dan weer een goede bron om te ontleden hoe zijn humor, manier van communiceren en persoonlijkheid functioneren. Natuurlijk komen ook de beste psychologen aan bod: Edens leerkrachten in België en Frankrijk. Een twintigtal sleutelfiguren bij Edens voetbalclubs beschrijven hem als voetballer en als mens. Het gaat om coaches, spelers en begeleiders bij Royal Stade Brainois, AFC Tubize, de Brabantse selectie, de vooropleiding, opleiding en profafdeling van Lille Olympic Sporting Club, de Jeugd-Rode Duivels (U15, U16, U17 en U19), de Rode Duivels en Chelsea FC. Zelfs clubs voor wie hij niet
10
speelde maar die hem wel wilden inlijven, komen aan bod, zoals Anderlecht en Ajax. U hebt een kleine vierhonderd bladzijden voor de boeg en zult ontdekken hoe hard het leven van een voetballer kan zijn, zowel tijdens zijn opleiding als tijdens zijn profcarrière. Want, neen, Eden Hazards carrière is geen verhaal van alleen maar rozengeur en maneschijn. Hij is meer dan eens met zijn hoofd tegen de muur gelopen. Tientallen verhalen tonen dan weer aan hoe boeiend het leven als begaafd profvoetballer en als echtgenoot, vader, familielid en gewoon mens natuurlijk is. Veel leesplezier! Frank Van de Winkel Schepdaal, 1 oktober 2018
11
OP ZOEK NAAR ANKERPUNTEN
DEEL
1 13
14
Hoofdstuk 1: De ziel van ’s-Gravenbrakel
O
p zoek naar Eden Hazard! Ik rijd vanuit mijn woonplaats in Schepdaal, een Vlaamse gemeente op de lijn Brussel-Gent, een goed halfuur op de N6-gewestweg voorbij Anderlecht, Halle en Tubize. Stilaan zal er een industrieel kerkhof op-
duiken met kraters, fabrieksskeletten, ontwortelde bomen en citéhuizen met gebarsten ramen waaruit onkruid groeit. Denk ik. Met stinkende rook van brandend plastic en nozems op opgefokte brommers. Een troosteloze filmset van de broers Dardenne, quoi. Nee dus. Niet in Steenkerque, een deelgemeente van Braine-leComte. Evenmin in de andere deelgemeenten. Ik kijk uit op een golvend landschap met waterlopen, weilanden, akkers en vergezichten over berg en dal. Zangerige vogelklanken komen me tegemoet terwijl ik te voet een heuvel opklauter. Ook hier geen industriële maanlandschappen te bespeuren. Wel een holle weg, met een dak van bladeren. Is dit Henegouwen? Dit is ook Henegouwen. Wat een vredigheid! Dit is geen filmset van de broers Dardenne, maar eentje voor gezapige Franse plattelandsfilms uit de jaren zestig. In de dunbevolkte deelgemeenten Hennuyères en zeker in Henripont, Petit-Roeulx-lez-Braine en Steenkerque is wie van rust en ruimte houdt aan het juiste adres. Zelfs het volgebouwde centrum van Braine-le-Comte is nooit gek veel veranderd. In deze stad, in een bijna huizenloze buurt
15
naast de spoorweglijn, is het dat Eden Hazard als uk in de tuin en op het voetbalveld op een bal trapte, op zijn fiets met dikke banden in het gras reed, op de speelplaats op school in de rue Père Damien rondrende tijdens tikkertje spelen, aan een chocoladehoorntje likte dat hij van opa in een glacerie kreeg en in het doolhof van de bibliotheek aan Fabienne-met-de-blonde-krullen met een voorzichtige bonjour de boekjes gaf die hij wilde ontlenen. Braine-le-Comte, ’s-Gravenbrakel. Het klinkt alsof je er over de ene edelman na de andere struikelt. Waar het immense Bois de la Houssière zich bevindt, het grootste woud van Midden-België, een beukenbos. Waar je langs het kanaal Brussel-Charleroi op de prima onderhouden wegen van het Ravel-netwerk kunt fietsen. Waar kunstsculpturen op straat aan de ragfijne beeldjes van Alberto Giacometti doen denken. Het is wachten op een Eden Hazard-route. ‘Zo’n route waarbij een toerist Edens eerste voetbalterrein en school kan bezoeken?’ lacht Nancy Allard, die het bureau de tourisme leidt. ‘Ik denk dat Eden noch zijn familie daarop zit te wachten.’ Geen moeite is ’s-Gravenbrakel te veel om het de toeristen naar de zin te maken. Het rekje met wandelingen en fietstochten puilt uit. ‘Meer en meer mensen met een camper bezoeken ons’, zegt Allard. ‘Ze stoppen in Ronquières, bezoeken het Hellend Vlak en ontdekken dat er nog zoveel meer is. Braine is een dynamische stad. Vroeger sprak men al eens over een slaapstad, maar dat verdwijnt. Nous sommes une ville qui bouge. Mensen uit het Brusselse komen hier wonen voor de groene long die we zijn, voor de rust en het platteland, wegens de levenskwaliteit en de snelle toegang tot hun werk in Brussel met de trein. Maar het is hier geen métro-
16
boulot-dodo: vertrekken-werken-slapen. Er is een cultureel centrum, een nieuw zwembad en er vinden evenementen plaats zoals het gloednieuwe Rising Moon Festival, ons Tomorrowland, en het Ronquières Festival, waarop we meer dan dertigduizend mensen verwelkomen. Liefhebbers van geschiedenis komen aan hun trekken met interactieve media die de slag bij Steenkerque uit 1692 weergeven.’ ‘EEN GROOT DORP’
Braine-le-Comte telt met de deelgemeenten inbegrepen 21.000 inwoners. Wie er de landkaart bijneemt, kan het best links onder Brussel kijken, in Henegouwen. Als ’s-Gravenbrakel zich meer oostwaarts zou bevinden, lag het pal in het midden van het land. Ik zal het leren kennen als groot voor een dorp maar te klein voor een stad, omdat je er nooit verloren loopt. Een zeventiger vertelt: ‘Braine is een groot dorp, en dat bedoel ik positief. Je kunt geen tien meter rondstappen of je ontmoet iemand die je kent. Maar weet wel dat de Brainois vreemden niet zomaar in hun hart sluiten. Ze wachten wat af.’ Wie de stad langs de hoofdader binnenrijdt, de rue de Bruxelles, zou het liefst rechtsomkeer maken. Zo troosteloos. De brede tweebaansweg loopt evenwijdig met velden, maar zodra het centrum nadert, wordt het een steenweg omringd met grauwe werkmanshuisjes en verouderde weginfrastructuur. Vrachtwagens, bussen en auto’s denderen voorbij. Het is wachten op vieze rookwalmen uit fabrieksschoorstenen. Of niet? Daar gaat het net om: ’s-Gravenbrakel is géén industriestad en géén poel van misère. Zelfs al zijn de stadsfinanciën onder voogdij van het Centre Régional
17
d’Aide aux Communes gesteld, de financiële zuurstoffles van de Waalse overheid. De bestuurders met de liberalen van de MR en socialisten van de PS zitten verveeld met de lege stadskas. Kent u Bernardino ‘Nino’ Manzini? Nee, geen Waals chansonnier, al had het met zijn uitstraling gekund. Hij is de fractieleider van de groene partij Ecolo. Manzini ziet het op de oppositiebanken in de gemeenteraad geamuseerd aan. ‘Il n’y a plus de sous’, zegt de kleinzoon van een Italiaanse gastarbeider me in zijn lage huis. ‘En daarom verhogen ze de belastingen. We hebben behoefte aan een park in het centrum, niet aan een betonnen parkeerterrein op de Grand’ Place. Het gemeentebestuur zou beter de buurtwinkels ondersteunen in plaats van warenhuizen aan de stadsrand toe te laten. Houd het kleinschalig, met producten van hier ook, met veel activiteiten zoals markten en buurtinitiatieven.’ SOEP MET BOTERHAMMEN
Hij staat op en blijft rechtop staan; dat vindt hij makkelijker praten: ‘Il n’y a pas de vision de la gestion. Het stadsbestuur wil meer inwoners, omdat die geld in het laatje brengen. Daarom zijn bouwpromotoren graag gezien. Maar denk je dat er plaats is voor sociale woningen als we niet op tafel kloppen? Weet u dat hier voedselpakketten nodig zijn? Vraag maar aan Nicole.’ Nicole Vanhoof is een kordate zestiger en lid van de OCMW-raad voor Ecolo. Ze ontvangt ons in haar rijtjeshuis met un bisou. Omdat ze constructief is, krijgt ze wel wat gedaan, zegt ze, terwijl ze koekjes en koffie klaarzet. Het is nochtans allesbehalve allemaal slecht wat het gemeentebestuur doet. Van een kaalslag is geen sprake. ‘Er werken 26 mensen voor het OCMW. Dat wil wat zeggen.’ Ze vertelt hoe
18
de stad inwoners ophaalt om hen naar een soep-met-boterham ontmoeting te brengen. Dat initiatief doorbreekt de eenzaamheid en bevordert de cohésion sociale. ‘Het aantal armen neemt toe. Men bouwt de familiale hulp en andere dienstverlening af terwijl er almaar meer inwoners zijn.’ Manzini: ‘Als het van de burgemeester afhangt, is “privatiseren” het toverwoord. Maar dan geldt de wet van de sterkste en mogen de pechvogels het vergeten. We staan onder financiële voogdij, omdat er meer geld is uitgegeven dan er binnenkwam. Dat is een bewijs van slecht beheer. Zelfs al is het gat in de kas er vooral gekomen omdat steden en gemeenten minder geld van de hogere overheden krijgen. Maar toch. Braine-le-Comte verdient beter.’ Hij zegt het gelaten. De vechtlust en verbondenheid staan onder druk, menen ze. Nicole Vanhoof: ‘We hebben hier in de wijk een buurtcomité proberen op te richten, maar dat is mislukt. De dynamiek van vroeger is weg. Natuurlijk ademt Braine-le-Comte vergane glorie, zoals meer Waalse steden. Wie houdt van weemoed en verhalen over teloorgang komt hier aan zijn trekken. Het doet pijn om de kankerplekken als gapende oorlogswonden te zien. Zowat de volledige industrie is van de kaart geveegd, legt het 86-jarige kwieke geheugen van de stad Edmond Rustin uit: katoenfabrieken, de glasnijverheid, drukkerij Zech, papierwaren Catala, locomotievenatelier ABT, brouwerij Deflandre… Als we door de stad rijden, wijst Nino Manzini om de vijf voet een voormalige fabriek aan. Het verleden getuigt elke dag. Gebleven zijn de werkmanshuizen, schouder aan schouder, als soldaten in het gelid. Ik smacht naar bomen, een park, ademruimte. Maar het lijkt erop dat er geen centimeter
19
bouwruimte verloren mag gaan. Eden Hazard kent dit stadsdeel van haver tot gort, maar wonen deed hij elders. HUISELIJKE CHARME
Vecht de stad tegen de demonen uit het verleden? Ja. Je stoot op tekens van een nieuwe lente en een nieuw geluid, zoals een hip ingerichte winkeletalage, een gezandstraalde voorgevel, een grappige muurschildering of vernieuwende architectuur. En natuurlijk blijven de façades vol krullen, slingers en frutsels met natuurelementen van de art nouveau zoals in de rue Henri Neuman boeien. Net als de art deco met zijn strakke lijnenspel dat sinds 1930 in huizen opduikt en zijn schoonheid nooit verliest. Brainele-Comte straalt een vertederende, huiselijke charme uit. Ach, hoe kun je kwaad zijn op een stad die door fabrieksbazen en industriÍlen groot gemaakt werd, maar later weggegooid lijkt zoals een stuk speelgoed waar een kind niet meer naar omkijkt? Een stad die knock-out gemept is, heeft tijd nodig heeft om rechtop te krabbelen. Op vele gebouwen ligt een laag stof en zure neerslag. De bestofte en aftandse aanblik is geen toeval. Braine-le-Comte telt goed 9200 gebouwen, waarvan de helft meer dan zeventig jaar oud. Het stationsgebouw is pas een voorbeeld van hoe een monument eeuwig jong blijft. De ballerina van de stad. Een krasse dame uit 1841, een van de oudste stationsgebouwen ter wereld. Friswit. Met een sierlijke luifel die de sobere neoklassieke stijl met zijn boogvensters allure geeft. Met bloembakken, boompjes en bebloemde lantaarnpalen. Hier is het fijn toeven en flaneren. Of Eden hier veel rondliep op weg naar een trein? Ik betwijfel het. Eden en treinen, nee.
20