1
I. Publiekrecht
TO E R I SM E C O DE X
3
I.1. Basiswetgeving
• Europees basisverdrag — STATUS IN DE TOERISMECODEX: Verkorte weergave in deze codex; enkel weergave van de belangrijkste artikelen — + voluit: Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, P.B. 26 oktober 2012, verkort ‘Europees basisverdrag’ genoemd EUROPEES BASISVERDRAG – Dit verdrag is de gewijzigde versie van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG). In dit verdrag worden o.m. de bevoegdheden van de Europese Unie opgesomd. Door het Verdrag van Lissabon werd een heus toerismehoofdstuk (Titel XXII, art.195) aan het basisverdrag toegevoegd. Toerisme behoort hierdoor tot de zogenaamde aanvullende bevoegdheden van de Unie. Dit betekent dat de Unie enkel mag optreden om het beleid van lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen. Deze codex bevat de belangrijkste bepalingen voor wat het toerisme betreft uit de geconsolideerde versie van dit Verdrag (met inbegrip van dezelfde bepalingen die ook weergegeven worden in het handvest van de grondrechten van de Europese Unie). Zo voorziet artikel 23 in een ‘Diplomatieke en consulaire bescherming’. Hierdoor kan een Belg die zich in een noodsituatie bevindt in een land waar België geen vertegenwoordiging heeft, zich wenden tot de ambassade (of consulaat) van een andere lidstaat van de Europese Unie.
INHOUD Enkele artikelen over de bevoegdheden van de Unie ........................................................................3 Enkele artikelen over het burgerschap van de Unie...........................................................................5 Enkele afzonderlijke hoofdstukken (titels)............................................................................................5 Enkele artikelen over de bevoegdheden van de Unie Artikel 3 1. De Unie is exclusief bevoegd op de volgende gebieden: a) de douane-unie; b) de vaststelling van mededingingsregels die voor de werking van de interne markt nodig zijn; c) het monetair beleid voor de lidstaten die de euro als munt hebben;
TO E R I SM E C O DE X
4
PUBLIEKRECHT
d) de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid; e) de gemeenschappelijke handelspolitiek. 2. De Unie is tevens exclusief bevoegd een internationale overeenkomst te sluiten indien een wetgevingshandeling van de Unie in die sluiting voorziet, indien die sluiting noodzakelijk is om de Unie in staat te stellen haar interne bevoegdheid uit te oefenen of indien die sluiting gevolgen kan hebben voor gemeenschappelijke regels of de strekking daarvan kan wijzigen. Artikel 4 1. De Unie heeft een met de lidstaten gedeelde bevoegdheid in de gevallen waarin haar in de Verdragen een bevoegdheid wordt toegedeeld die buiten de in de artikelen 3 en 6 bedoelde gebieden valt. 2. De gedeelde bevoegdheden van de Unie en de lidstaten betreffen in het bijzonder de volgende gebieden: a) interne markt; b) sociaal beleid, voor de in het onderhavige Verdrag genoemde aspecten; c) economische, sociale en territoriale samenhang; d) landbouw en visserij, met uitsluiting van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee; e) milieu; f) consumentenbescherming; g) vervoer; h) trans-Europese netwerken; i) energie j) de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht; k) gemeenschappelijke veiligheidsvraagstukken op het gebied van volksgezondheid, voor de in het onderhavige Verdrag genoemde aspecten. 3. Op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en de ruimte is de Unie bevoegd op te treden, met name door programma’s vast te stellen en uit te voeren, zonder dat de uitoefening van die bevoegdheid lidstaten belet hun eigen bevoegdheid uit te oefenen. 4. Op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp is de Unie bevoegd op te treden en een gemeenschappelijk beleid te voeren; de uitoefening van die bevoegdheid belet de lidstaten niet hun eigen bevoegdheid uit te oefenen. Artikel 5 1. De lidstaten coördineren hun economisch beleid binnen de Unie. Daartoe stelt de Raad maatregelen vast, met name globale richtsnoeren voor dat beleid. Voor de lidstaten die de euro als munt hebben, gelden bijzondere bepalingen. 2. De Unie neemt maatregelen om te zorgen voor de coördinatie van het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, met name door de richtsnoeren voor dat beleid te bepalen. 3. De Unie kan initiatieven nemen ter coördinatie van het sociaal beleid van de lidstaten.
TO E R I SM E C O DE X
5
BASISWETGEVING
Artikel 6 De Unie is bevoegd om het optreden van de lidstaten te ondersteunen, te coรถrdineren of aan te vullen. Dit geldt voor de volgende gebieden wat hun Europese dimensie betreft: a) bescherming en verbetering van de volksgezondheid; b) industrie; c) cultuur; d) toerisme; e) onderwijs, beroepsopleiding, jongeren en sport; f) civiele bescherming; g) administratieve samenwerking. Enkele artikelen over het burgerschap van de Unie Artikel 21 1. Iedere burger van de Unie heeft het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij de Verdragen en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld. 2. Indien een optreden van de Unie noodzakelijk blijkt om deze doelstelling te verwezenlijken en de Verdragen niet in de daartoe vereiste bevoegdheden voorziet, kunnen het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure bepalingen vaststellen die de uitoefening van de in lid 1 bedoelde rechten vergemakkelijken. 3. Ter verwezenlijking van dezelfde doelstellingen als in lid 1 genoemd en tenzij de Verdragen in de daartoe vereiste bevoegdheden voorzien, kan de Raad, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, maatregelen inzake sociale zekerheid en sociale bescherming vaststellen. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement. Artikel 23 Iedere burger van de Unie geniet op het grondgebied van derde landen waar de lidstaat waarvan hij onderdaan is, niet vertegenwoordigd is, de bescherming van de diplomatieke en consulaire instanties van iedere andere lidstaat, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die lidstaat. De lidstaten treffen de nodige voorzieningen en beginnen de internationale onderhandelingen die met het oog op deze bescherming vereist zijn. De Raad kan, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Europees Parlement, richtlijnen aannemen tot vaststelling van coรถrdinatie- en samenwerkingsmaatregelen die nodig zijn om die bescherming te vergemakkelijken. Enkele afzonderlijke hoofdstukken (titels) Titel VI: Vervoer Artikel 90 De doelstellingen van de Verdragen worden, wat het in deze titel geregelde onderwerp betreft, nagestreefd in het kader van een gemeenschappelijk vervoerbeleid.
TO E R I SM E C O DE X
6
PUBLIEKRECHT
Artikel 91 1. Ter uitvoering van artikel 90 stellen het Europees Parlement en de Raad, met inachtneming van de bijzondere aspecten van het vervoer, volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, vast: a) gemeenschappelijke regels voor internationaal vervoer vanuit of naar het grondgebied van een lidstaat of over het grondgebied van één of meer lidstaten; b) de voorwaarden waaronder vervoerondernemers worden toegelaten tot nationaal vervoer in een lidstaat waarin zij niet woonachtig zijn; c) de maatregelen die de veiligheid van het vervoer kunnen verbeteren; d) alle overige dienstige bepalingen. 2. Bij de vaststelling van de in lid 1 bedoelde maatregelen wordt rekening gehouden met gevallen waarin de toepassing ervan ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de levensstandaard en de werkgelegenheid in bepaalde regio’s, en voor de exploitatie van de vervoersfaciliteiten. Artikel 100 1. De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren. 2. Het Europees Parlement en de Raad kunnen, volgens de gewone wetgevingsprocedure, passende bepalingen vaststellen voor de zeevaart en de luchtvaart. Zij besluiten na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s. Titel VII: Gemeenschappelijke regels betreffende de mededinging, de belastingen en de onderlinge aanpassing van de wetgevingen Hoofdstuk 1: Regels betreffende de mededinging Eerste afdeling: Regels voor de ondernemingen Artikel 101 1. Onverenigbaar met de interne markt en verboden zijn alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke de handel tussen lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden en ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging binnen de interne markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst en met name die welke bestaan in: a) het rechtstreeks of zijdelings bepalen van de aan- of verkoopprijzen of van andere contractuele voorwaarden; b) het beperken of controleren van de productie, de afzet, de technische ontwikkeling of de investeringen; c) het verdelen van de markten of van de voorzieningsbronnen; d) het ten opzichte van handelspartners toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging;
TO E R I SM E C O DE X
7
BASISWETGEVING
e) het afhankelijk stellen van het sluiten van overeenkomsten van de aanvaarding door de handelspartners van bijkomende prestaties welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten. 2. De krachtens dit artikel verboden overeenkomsten of besluiten zijn van rechtswege nietig. Artikel 102 Onverenigbaar met de interne markt en verboden, voor zover de handel tussen lidstaten daardoor ongunstig kan worden beĂŻnvloed, is het, dat een of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de interne markt of op een wezenlijk deel daarvan. Dit misbruik kan met name bestaan in: a) het rechtstreeks of zijdelings opleggen van onbillijke aan- of verkoopprijzen of van andere onbillijke contractuele voorwaarden; b) het beperken van de productie, de afzet of de technische ontwikkeling ten nadele van de verbruikers; c) het toepassen ten opzichte van handelspartners van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging; d) het feit dat het sluiten van overeenkomsten afhankelijk wordt gesteld van het aanvaarden door de handelspartners van bijkomende prestaties, welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten. Tweede afdeling: Steunmaatregelen van de staten Artikel 107 1. Behoudens de afwijkingen waarin de Verdragen voorzien, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beĂŻnvloedt. Titel XV: Consumentenbescherming Artikel 169 1. Om de belangen van de consumenten te bevorderen en een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, draagt de Unie bij tot de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en de economische belangen van de consumenten alsmede tot de bevordering van hun recht op voorlichting en vorming, en hun recht van vereniging om hun belangen te behartigen. 2. De Unie draagt bij tot de verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstellingen door middel van: a) maatregelen die zij op grond van artikel 114 in het kader van de totstandbrenging van de interne markt neemt; b) maatregelen om het beleid van de lidstaten te ondersteunen, aan te vullen en te controleren.
TO E R I SM E C O DE X
8
PUBLIEKRECHT
3. Het Europees Parlement en de Raad nemen volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal ComitĂŠ de maatregelen, bedoeld in lid 2, onder b), aan. 4. De uit hoofde van lid 4 aangenomen maatregelen beletten niet dat een lidstaat maatregelen voor een hogere graad van bescherming treft of handhaaft. Deze maatregelen moeten verenigbaar zijn met dit Verdrag. Zij worden ter kennis van de Commissie gebracht. Titel XXII: Toerisme Artikel 195 1. De Unie zorgt voor aanvulling van het optreden van de lidstaten in de toerismesector, met name door bevordering van het concurrentievermogen van de ondernemingen van de Unie in die sector. In dit verband is het optreden van de Unie gericht op: a) het bevorderen van een klimaat dat gunstig is voor de ontwikkeling van bedrijven in deze sector; b) het stimuleren van de samenwerking tussen de lidstaten, met name door uitwisseling van goede praktijken. 2. Het Europees Parlement en de Raad stellen, volgens de gewone wetgevingsprocedure, de bijzondere maatregelen vast ter aanvulling van de acties die in de lidstaten worden ondernomen om de in dit artikel genoemde doelstellingen te verwezenlijken, met uitsluiting van enige harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten.
TO E R I SM E C O DE X
9
BASISWETGEVING
• Belgische Bijzondere wet van 1980 — STATUS IN DE TOERISMECODEX: Verkorte weergave in deze codex; enkel weergave van de belangrijkste artikelen — + voluit: Bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, B.S. 15 augustus 1980 en navolgende wijzigingen (tot 1 juli 2014) verkort ‘Belgische Bijzondere wet van 1980’ genoemd, gewijzigd door vlinderakkoord 19 december 2013.
BELGISCHE BIJZONDERE WET VAN 1980 – De Bijzondere wet van 1980 regelt in hoofdzaak de bevoegdheidsdelegatie naar de gemeenschappen en de gewesten. Bij de eerste staatshervorming viel toerisme onder de bevoegdheid van de gemeenschappen namelijk bij de culturele aangelegenheden onderdeel van vrijetijdsbesteding. In het akkoord over de zesde staatshervorming (Vlinderakkoord genoemd) werd toerisme in hoofdzaak een aangelegenheid van de gewesten. Al kunnen de gemeenschappen en de federale overheid nog beperkte toeristische initiatieven nemen bijkomstig aan hun hoofdbevoegdheid. Voortaan zijn de gewesten bevoegd voor toerisme en voor de vestigingsvoorwaarden inzake het toerisme. De federale wetgever is bevoegd inzake de bescherming van de consument en voor handelspraktijken.
INHOUD Titel I: Inleidende bepalingen ..................................................................................................................9 Titel II: De bevoegdheden ...................................................................................................................... 10 TITEL I: Inleidende bepalingen Artikel 1. § 1. Het Parlement en de Regering van de Vlaamse Gemeenschap, hierna genoemd "het Vlaams Parlement" en de "Vlaamse Regering", zijn bevoegd voor de aangelegenheden bedoeld in in de artikelen 127 tot 129 van de Grondwet. Zij oefenen in het Vlaamse Gewest de bevoegdheden van de gewestorganen uit voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet, onder de voorwaarden en op de wijze bepaald door deze wet. § 2. Het Parlement en de Regering van de Franse Gemeenschap, hierna genoemd "het Parlement van de Franse Gemeenschap" en de "Franse Gemeenschapsregering", zijn bevoegd voor de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 127 tot 129 van de Grondwet.
TO E R I SM E C O DE X
10
PUBLIEKRECHT
§ 3. Er is voor het Waalse Gewest een Parlement en een Regering, hierna genoemd "het Waals Parlement" en de "Waalse Gewestregering", die in het Waalse Gewest bevoegd zijn voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet. § 4. … Artikel 2. Het grondgebied van het Vlaamse en het Waalse Gewest wordt afgebakend als volgt: Het Vlaamse Gewest omvat het grondgebied van de provincies Antwerpen, Limburg, OostVlaanderen en West-Vlaanderen, alsook het grondgebied van de administratieve arrondissementen Halle-Vilvoorde en Leuven. Het Waalse Gewest omvat het grondgebied van de provincies Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, alsook het grondgebied van het administratief arrondissement Nijvel. Onder het grondgebied van de hierboven genoemde provincies en arrondissementen wordt verstaan het grondgebied van die provincies en arrondissementen zoals dit bestond op 1 oktober 1979. TITEL II: De bevoegdheden Artikel 4. De culturele aangelegenheden bedoeld in artikel 127, § 1, 1° van de Grondwet zijn: 1° De bescherming en de luister van de taal; 2° De aanmoediging van de vorming van navorsers; 3° De schone kunsten; 4° Het cultureel patrimonium, de musea en de andere wetenschappelijk-culturele instellingen met uitzondering van de monumenten en landschappen; 5° De bibliotheken, discotheken en soortgelijke diensten; 6° De inhoudelijke en technische aspecten van de audiovisuele en de auditieve mediadiensten met uitzondering van het uitzenden van mededelingen van de federale regering; 6°bis De hulp aan de geschreven pers; … 10° De vrijetijdsbesteding; (…) Artikel 4bis. De bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap omvatten de bevoegdheid om Brussel te promoten op nationaal en internationaal niveau. Artikel 6. § 1. De aangelegenheden bedoeld in artikel 39 (gewesten) van de Grondwet zijn: (…) VI. Wat de economie betreft: 1° Het economisch beleid; 2° De gewestelijke aspecten van het kredietbeleid met inbegrip van de oprichting en het beheer van de openbare kredietinstellingen;
TO E R I SM E C O DE X
11
BASISWETGEVING
3° Het afzet- en uitvoerbeleid, onverminderd de federale bevoegdheid: a) om waarborgen te verstrekken tegen uitvoer-, invoer- en investeringsrisico's; de vertegenwoordiging van de gewesten in de federale instellingen en organen die deze waarborgen verstrekken, wordt verzekerd; b) inzake het multilaterale handelsbeleid, onverminderd de toepassing van artikel 92bis, § 4bis; 4° De in-, uit- en doorvoer van wapens, munitie, en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie evenals van producten en technologieën voor tweerlei gebruik, onverminderd de federale bevoegdheid inzake de in- en uitvoer met betrekking tot het leger en de politie en met naleving van de criteria vastgesteld in de Gedragscode van de Europese Unie op het stuk van de uitvoer van wapens; 5° De natuurlijke rijkdommen; 6° De vestigingsvoorwaarden, met uitzondering van de voorwaarden voor toegang tot gezondheidszorgberoepen en tot dienstverlenende intellectuele beroepen; 7° De specifieke regels betreffende de handelshuur; 8° De activiteiten van het Participatiefonds, met inbegrip van de inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein; 9° Het toerisme. De nationale overheid is met dit doel bevoegd om algemene regels vast te stellen inzake: 1° de overheidsopdrachten; 2° de bescherming van de verbruiker; 3° de organisatie van het bedrijfsleven; 4° de maxima voor hulp aan ondernemingen op het gebied van de economische expansie, die slechts gewijzigd kunnen worden met het akkoord van de Gewesten. Bovendien is alleen de federale overheid bevoegd voor: 1° het muntbeleid, zowel intern als extern; 2° het financieel beleid en de bescherming van het spaarwezen, met inbegrip van de reglementering en de controle op de kredietinstellingen en andere financiële instellingen en op de verzekeringsmaatschappijen en daarmee gelijkgestelde ondernemingen, de holdings en de gemeenschappelijke beleggingsfondsen, het hypothecair krediet, het consumptiekrediet, het bank- en verzekeringsrecht, alsmede de oprichting en het beheer van haar openbare kredietinstellingen; 3° het prijs- en inkomensbeleid, met uitzondering van de regeling van de prijzen in de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de gewesten en de gemeenschappen behoren, onder voorbehoud van hetgeen bepaald is in artikel 6, § 1, VII, tweede lid, d); 4° het mededingingsrecht en het recht inzake de handelspraktijken, met uitzondering van de toekenning van kwaliteitslabels en oorsprongbenamingen van regionale of lokale aard; 5° het handelsrecht en het vennootschapsrecht; 6° …; X. Wat de openbare werken en het vervoer betreft: (Gewestbevoegheid) 1° de wegen en hun aanhorigheden;
TO E R I SM E C O DE X
12
PUBLIEKRECHT
2° de waterwegen en hun aanhorigheden; 2°bis het juridisch stelsel van de land- en waterwegenis, welke ook de beheerder ervan zij, met uitzondering van de spoorwegen beheerd door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen; 3° de havens en hun aanhorigheden; 4° de zeewering; 5° de dijken; 6° de veerdiensten; 7° de uitrusting en de uitbating van de luchthavens en de openbare vliegvelden, met uitzondering van de luchthaven Brussel-Nationaal; 8° het gemeenschappelijk stads- en streekvervoer, met inbegrip van de bijzondere vormen van geregeld vervoer en het taxivervoer en het verhuren van auto's met chauffeur; Artikel 6sexies. De gemeenschapsbevoegdheden omvatten de bevoegdheid om de toeristische infrastructuur te financieren op het grondgebied van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
TO E R I SM E C O DE X
13
I.2. Belastingrecht
I.2.A. B.T.W.- regelgeving voor reizigers • Folder: belastingvrijstelling voor reizigers — STATUS IN DE TOERISMECODEX: Integrale weergave in deze codex — + voluit: Folder federale overheidsdienst financiën, belastingvrijstelling voor reizigers (geactualiseerde weergave 2013), verkort ‘Folder: Belastingvrijstelling voor reizigers’ genoemd FOLDER: BELASTINGVRIJSTELLING VOOR REIZIGERS – Hoe zit het met de douane? ‘Iets aan te geven’? Welke douanevrijstellingen (vrijstelling van vervoersrechten) gelden er voor reizigers? Hoeveel farden sigaretten mag u ‘taxvrij’ aankopen buiten de EU en vervolgens binnenbrengen? De hiernavolgende ‘folder’ voor reizigers geeft u antwoord.
INHOUD 1. Reizigers die komen uit een land dat niet behoort tot de Europese Unie of uit een gebied met een speciaal fiscaal statuut ................................................................................ 13 2. Reizigers komende uit een lidstaat van de EU.............................................................................. 15 3. Inlichtingen.............................................................................................................. ……………………….16 1. Reizigers die komen uit een land dat niet behoort tot de Europese Unie of uit een gebied met een speciaal fiscaal statuut Als u uit een land komt dat niet behoort tot de Europese Unie of uit een gebied met een speciaal fiscaal statuut moet u altijd een douanecontrole ondergaan. Als u goederen aan te geven hebt, gebruik dan de rode uitgang. Gebruik alleen de groene uitgang als u er zeker van bent dat u geen goederen aan te geven hebt of als u niet meer goederen bij u hebt dan de wettelijk voorziene vrijstellingen. Opmerking Als u door de lucht reist en u komt uit een land dat niet behoort tot de Europese Unie via een luchthaven van de Europese Unie, dan zal u op de transferluchthaven alleen de goederen moeten aangeven die u in uw handbagage vervoert. Op de definitieve bestemming moet u de goederen in uw ruimbagage aangeven.
TO E R I SM E C O DE X
14
PUBLIEKRECHT
Uitgesloten goederen Goederen bestemd voor de uitoefening van een beroep of voor de voortverkoop of goederen die worden ingevoerd in grotere hoeveelheden dan normaal in eenmaal door particulieren worden aangekocht, zijn uitgesloten van de vrijstelling. Invoer boven de met vrijstelling toegelaten hoeveelheden of waarde Wanneer u meer invoert dan de toegelaten vrijstellingen dienen de goederen aan de douane te worden aangegeven om te vermijden dat u naast de verschuldigde belastingen eveneens een boete moet betalen. Wanneer de ingevoerde hoeveelheden tabaksfabricaten en/of alcoholische dranken groter zijn dan de met vrijstelling toegelaten hoeveelheden, worden enkel de hoeveelheden boven de maxima belast. Wanneer “andere goederen” worden ingevoerd waarvan de waarde het maximumbedrag van de vrijstelling te boven gaat (€ 430 of € 300), worden de belastingen geïnd op de totale waarde van het voorwerp. Goederen zonder handelskarakter die deel uitmaken van uw persoonlijke bagage worden met vrijstelling toegelaten binnen de volgende beperkingen Tabaksproducten: Sigaretten Cigarillo’s Sigaren Rooktabak
of of of
200 stuks 100 stuks 50 stuks 250 gram
Alcohol en alcoholische dranken: Niet-mousserende wijn
4 liter
EN bieren
16 liter
EN gedistilleerde en alcoholhoudende dranken met een 1 liter alcoholgehalte van meer dan 22% vol; niet gedenatureerde ethylalcohol van 80% vol en hoger
De vrijstelling voor “tabaksproducten” en “alcohol en alcoholische dranken” wordt niet verleend aan reizigers beneden de 17 jaar.
OF gedistilleerde en alcoholhoudende dranken, aperi- 2 liter tieven op basis van wijn of van alcohol, tafia, saké of soortgelijke dranken met een alcoholgehalte van ten hoogste 22% vol; mousserende wijnen, likeurwijnen Andere goederen dan de hierboven genoemde: Totale maximumwaarde per persoona – lucht- en zeereizigers; € 430a – andere reizigers (landreizigers of particuliere ple- € 300a zier-, lucht- of zeevaart)a a.
De vrijstelling wordt beperkt tot € 175 voor reizigers jonger dan 15 jaar.a
Deze bedragen kunnen worden gewijzigd: voor meer inlichtingen neem contact op met de inlichtingendiensten waarvan de telefoonnummers in deze brochure zijn vermeld.
TO E R I SM E C O DE X
15
BELASTINGRECHT
De vrijstellingen worden verleend ongeacht of de goederen in die landen werden aangekocht onder de voorwaarden van de binnenlandse markt of met terugbetaling of vrijstelling van de belastingen wegens hun uitvoer (bijv.: aankopen in een taksvrije winkel op een luchthaven). 2. Reizigers komende uit een lidstaat van de EU Het gaat hier om goederen aangekocht onder de voorwaarden van de binnenlandse markt in een lidstaat van de EU (alle belastingen zijn betaald in het land van aankoop). De reizigers komende uit een lidstaat van de EU mogen de aangekochte goederen in België binnenbrengen zonder beperkingen inzake hoeveelheden of waarde. Nochtans blijven de accijnzen verschuldigd voor tabaksproducten en alcoholhoudende dranken die binnengebracht worden voor commerciële doeleinden. Om vast te stellen of de door de reiziger binnengebrachte producten voor commerciële doeleinden zijn bestemd, zal onder meer rekening gehouden worden met de commerciële status en de beweegredenen van de belanghebbende, de plaats waar deze producten zich bevinden, de wijze van vervoer, elk document betreffende deze producten alsook de aard en hun hoeveelheid volgens de hierna vermelde indicatieve beperkingen. a) Tabaksproducten (4): • sigaretten ...................................................................... 800 stuks • cigarillo’s ....................................................................... 400 stuks (sigaren met een maximumgewicht van 3g/stuk) • sigaren ........................................................................... 200 stuks • rooktabak ................................................................................ 1 kg b) Alcoholhoudende dranken: • gedistilleerde dranken ....................................................10 liter • tussenproducten...............................................................20 liter (bv. Port, Pineau des Charentes, ...) • wijn ......................................................................................90 liter (waarvan maximaal 60 l mousserende wijn) • bier.................................................................................... 110 liter Er wordt opgemerkt dat afstand van accijnsgoederen onder bezwarende titel tussen particulieren, zelfs zonder winst, geacht wordt voor commerciële doeleinden te zijn gedaan. Aankopen in taxfree winkels +
+
U reist binnen de Europese Unie: – U kan in de taksvrije verkooppunten alleen nog kopen met betaling van de accijnzen en de BTW. – Als u reist naar één van de gebieden met een speciaal fiscaal statuut, dan gelden de regels voor derde landen zoals hieronder vermeld. U vertrekt naar een derde land: – U reist met een rechtstreekse vlucht of een vlucht met een tussenstop (zonder overstap) in een EU-lidstaat. In dat geval kan u onbeperkt aankopen. Bij uw terugkeer in de Europese Unie heeft u evenwel slechts recht op de vrijstellingen die vermeld zijn in de tabel in cijfer 1 hiervoor bedoeld.
TO E R I SM E C O DE X
16
PUBLIEKRECHT
3. Inlichtingen Informeer u bij de douane wanneer u bij uw vertrek naar niet EU-landen waardevolle voorwerpen meeneemt zodat u bij uw terugkeer deze goederen met vrijstelling kan wederinvoeren. Hierna vindt u het internetadres en van de inlichtingendiensten van de gewestelijke directies waar u terecht kunt voor meer inlichtingen over de vrijstellingen: Administratie der douane en accijnzen http://customs.fgov.be http;//fiscus.fgov.be Zie ook: Richtlijn vnr. 2007/74 van 20 december 2007 betreffende de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde en accijnzen op goederen die worden ingevoerd door reizigers komende uit derde landen, PB 29 december 2007 Deze richtlijn (nr. 2007/74/EG) bepaalt de voorwaarden waaronder de lidstaten vrijstelling van BTW en accijnzen kunnen verlenen bij de definitieve invoer van goederen die deel uitmaken van de bagage van de reizigers. Zij werd omgezet in de Belgische wetgeving door het koninklijk besluit van 10 december 2008 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 19 december 2008, tweede editie, blz. 67235 e.v.). In de hierboven weergegeven folder wordt deze regelgeving evenwel op een heldere wijze uitgelegd waardoor wij ervoor hebben geopteerd de inhoud van de folder in deze codex op te nemen. Voor wie evenwel de letter van de wet prefereert kan de betreffende KB’s gemakkelijk opzoeken op de website van het Belgisch Staatsblad.
TO E R I SM E C O DE X
17
BELASTINGRECHT
• BTW-KB nr. 18 (art. 8&9): Vrijstelling voor niet EU-burgers — STATUS IN DE TOERISMECODEX: Integrale weergave in deze codex van de artikel 8&9— + voluit: Artikelen 8 & 9 van het Koninklijk besluit nr. 18 van 29 december 1992, met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Gemeenschap, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd bij KB van 4 juli 2016 (BS 7 juli 2016) verkort ‘BTW-KB nr. 18 (art. 8): ‘Vrijstelling voor niet EU- burgers’ genoemd BTW-KB NR. 18 (ART. 8): VRIJSTELLING VOOR NIET EU- BURGERS – Deze regel beoogt het recupereren van BTW voor kopers uit niet- EU staten. Dit systeem van Tax free for export voor reizigers van buiten de EU is aan strenge voorwaarden onderworpen. Het KB van 4 juli 2016 heeft de globale waarde van de goederen vastgelegd op 50 euro. De basisvoorwaarden staan weergegeven in dit KB nr. 18.
Artikel 8. De levering van goederen aan een niet in de Gemeenschap gevestigde reiziger, die deze goederen in België in bezit neemt en ze in zijn persoonlijke bagage uitvoert naar een plaats buiten de Gemeenschap uiterlijk op het einde van de derde maand volgend op de maand waarin de levering plaatsvond, is van de belasting vrijgesteld met inachtneming van de hierna gestelde beperkingen en voorwaarden: 1° aan de aankoop moet elk handels- of beroepskarakter vreemd zijn; 2° de globale waarde van de goederen, belasting inbegrepen, moet per factuur hoger zijn dan 50 euro; 3° de verkoper moet de echtheid van de uitvoer aantonen aan de hand van een exemplaar van de factuur bekleed met het visum van het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap. Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan worden bepaald dat de verkoopfactuur onder de door hem vastgelegde voorwaarden mag worden vervangen door een als zodanig geldend stuk. 4° de verkoper moet de echtheid van de uitvoer aantonen aan de hand van een exemplaar van de factuur bekleed met het visum van het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap. Door of vanwege de Minister van Financiën kan worden bepaald dat de verkoopfactuur onder de door hem vastgelegde voorwaarden mag worden vervangen door een als zodanig geldend stuk. Artikel 9. § 1. Als aankoop waaraan elk handels- of beroepskarakter vreemd is, wordt aangemerkt de aankoop die een incidenteel karakter heeft en uitsluitend betrekking heeft op goederen bestemd voor persoonlijk gebruik van de reiziger dan wel voor gebruik door leden van zijn gezin of bestemd om ten geschenke te worden aangeboden, mits blijkens de aard en de
TO E R I SM E C O DE X
18
PUBLIEKRECHT
hoeveelheid van de goederen aan die aankoop geen commerciÍle of professionele overwegingen ten grondslag liggen. § 2. Wordt beschouwd als een niet in de Gemeenschap gevestigde reiziger, de reiziger wiens woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats zich niet in de Gemeenschap bevindt. Onder woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de reiziger wordt verstaan de plaats die als zodanig op zijn reispas, op zijn identiteitskaart of, bij ontstentenis daarvan, op een als identiteitsbewijs erkend stuk is vermeld.
TO E R I SM E C O DE X
19
BELASTINGRECHT
I.2.B. B.T.W.- regelgeving voor toeristische ondernemingen • BTW-KB nr. 1 (art. 22): verplicht ontvangstbewijs/factuur voor hoteliers — STATUS IN DE TOERISMECODEX: Integrale weergave in deze codex van het artikel 22 — + voluit: Koninklijk Besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de BTW, laatst gewijzigd op 1 april 2017, verkort het ‘BTW-KB nr. 1 (art. 22): verplicht ontvangstbewijs/factuur’ genoemd
BTW-KB NR. 1 (ART 22): VERPLICHT ONTVANGSTBEWIJS/FACTUUR VOOR HOTELIERS – De hotelhouder is uiteraard ‘BTW- belastingplichtig’. Hij dient niet alleen 6 % BTW aan te rekenen aan zijn klantena. Bovendien dient hij hiervoor aan zijn klant een ontvangstbewijs of een factuur te overhandigen. Dit principe wordt opgelegd in dit eerste BTW-KB. a.
Het BTW-tarief dat gehanteerd wordt voor de hotelprestaties (‘het verschaffen van gemeubelde logies met of zonder ontbijt’) en kampeerprestaties (‘de terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen’) bedraagt 6%. Uitbaters van gastenkamers zijn eveneens principieel BTW-plichtig.
22. § 1. De belastingplichtige of het lid van een BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek is gehouden aan zijn klant een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken voor de volgende handelingen: 1° het verschaffen van gemeubeld logies dat al dan niet gepaard gaat met het verschaffen van spijzen en dranken of met bijkomstige diensten, door de exploitant van een hotelinrichting of, meer algemeen, door al wie een inrichting drijft waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft; 2° het verschaffen van maaltijden en van dranken die bij die maaltijden worden verbruikt, door de exploitant van een inrichting waar maaltijden worden verbruikt of door de traiteur die cateringdiensten verricht wanneer de voorwaarden bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, niet zijn vervuld; (…) De belastingplichtige of het lid van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek is er evenwel niet toe gehouden de rekening of het ontvangstbewijs op te maken voor zover hij op het tijdstip van de voltooiing van de dienst een factuur uitreikt waarop de vermeldingen vervat in artikel 5, § 1, zijn aangebracht of een kasticket uitreikt overeenkomstig artikel 21bis. § 2. De rekening of het ontvangstbewijs moet onder meer de volgende vermeldingen bevatten: de datum en het bedrag, belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen, verschuldigd of betaald door de klant. Voor de handelingen bedoeld in § 1, 2°, moet de rekening of
TO E R I SM E C O DE X
20
PUBLIEKRECHT
het ontvangstbewijs eveneens het aantal verbruikte maaltijden vermelden en onderscheid maken tussen het bedrag voor het verschaffen van de maaltijden en het bedrag voor het verschaffen van de dranken. Dit stuk wordt in tweevoud opgemaakt op formulieren die de belastingplichtige of het lid van de BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, op zijn kosten moet laten drukken door een door of vanwege de Minister van Financiën erkende drukker en waarop de naam of de maatschappelijke benaming en het adres van de belastingplichtige of van het lid van de BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, moeten voorkomen, alsook zijn BTW-identificatienummer bedoeld in artikel 50 van het Wetboek. De formulieren worden genummerd per reeksen van 00.001 tot 99.999. Iedere reeks wordt aangeduid door één of meer letters van het alfabet. Op ieder exemplaar van de rekening of het ontvangstbewijs moeten, in een kader, de volgende gedrukte vermeldingen voorkomen "Belasting over de toegevoegde waarde" en, naargelang het geval, "Rekening" of "Ontvangstbewijs", alsook een waarmerk, het volgnummer van het stuk, de naam of de maatschappelijke benaming van de drukker en ieder ander gegeven door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen. § 3. De inschrijvingen op het origineel van de rekening of van het ontvangstbewijs dat aan de klant wordt overhandigd, moeten tegelijkertijd door middel van carbonpapier of van een laag carbon op de keerzijde van het origineel of door enig ander procédé worden overgebracht op het exemplaar dat als dubbel moet dienen. (…) § 9. Door of vanwege de Minister van Financiën kan in de gevallen bedoeld in paragraaf 1, 1° en 3°, onder de door of namens hem te stellen voorwaarden, vergunning worden verleend om de rekeningen of de ontvangstbewijzen te vervangen door bons van kasregisters of door een procédé dat gebruik maakt van informaticatechnieken.
TO E R I SM E C O DE X