Karine Van Doorsselaer Els Du Bois
Ecodesign Ontwerpen voor een duurzame en circulaire economie
Š Academia Press Ampla House Coupure Rechts 88 9000 Gent info@academiapress.be www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Vormgeving: Press Point.be Cartoons: Simon De Meulenaer Karine Van Doorsselaer & Els Du Bois Ecodesign. Ontwerpen voor een duurzame en circulaire economie Gent, Academia Press, 2018, 260 pp. Eerste editie, 2015 Tweede, herziene editie, 2018 ISBN 978 94 014 4592 4 D/2017/45/393 NUR 964
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgeverij.
Inhoud
INHOUD Leeswijzer 1 Inleiding
5 7
2 Noodzaak van ecodesign 2.1 Problemen 2.1.1 Explosieve toename van de wereldbevolking 2.1.2 Aantasting van het ecosysteem 2.1.3 Uitputting van grondstoffen 2.2 Grenzen aan de groei 2.2.1 Milieugebruiksruimte 2.2.2 Ecologische voetafdruk 2.3 De alarmklok luidt reeds lang! 2.4 Aanpak milieuproblemen door de jaren heen 2.5 Stakeholders in een duurzame maatschappij 2.6 Besluit
9 11 11 12 13 16 17 19 20 24 25 27
3 Begrippen 3.1 Duurzame ontwikkeling 3.2 Eco-efficiëntie 3.3 Ecodesign 3.4 Stappen van de levenscyclus van producten (Design for X) 3.4.1 Grondstoffen en materialen 3.4.2 Technieken (Design for Manufacturing) 3.4.3 Assembleren (Design for Assembly) 3.4.4 Verpakking en distributie (Design for Logistics) 3.4.5 Gebruiksfase
29 31 34 35 37 37 39 40 41 43
3.4.5.1 Gedrag van de gebruiker (Design for Sustainable Behaviour) 44 3.4.5.2 Energieverbruik (Design for Energy Efficiency) 48 3.4.5.3 Verbruiksgoederen 50 3.4.5.4 Verlenging van de levensduur 50 3.4.6 Afdankingsfase 51 3.4.6.1 Preventie 53 3.4.6.2 Hergebruik 53 3.4.6.3 ‘Remanufacturing’ of ‘Refurbishing’ 54 3.4.6.4 Recycleren 56 3.4.6.5 Composteren 65
1
2
Ecodesign. Ontwerpen voor een duurzame en circulaire economie
3.4.6.6 Verbranden 3.4.6.7 Storten
4
Duurzaam ondernemen 4.1 Drijfveren om duurzaamheid/ecodesign te integreren in het bedrijf 4.1.1 Interne en externe stakeholders 4.1.2 Kosten en baten 4.2 Integratie op verschillende niveaus 4.2.1 Beleidsniveau: duurzaamheid als bedrijfsstrategie 4.2.1.1 Maatschappelijk verantwoord ondernemen 4.2.1.2 Global Reporting Initiative 4.2.1.3 Andere duurzaamheidsanalyses 4.2.1.4 Tools voor strategisch denken
4.2.2 Procesniveau: schoner produceren 4.2.3 Productniveau: ecodesign 5
Hulpmiddelen voor ecodesign 5.1 Kwantitatieve tools 5.1.1 Life Cycle Assessment (LCA) 5.1.1.1 Aanpak 5.1.1.2 Besluit
5.1.2 Eco-indicatoren 5.1.2.1 Aanpak 5.1.2.2 Besluit
5.1.3 (Product) Carbon Footprint 5.1.3.1 Aanpak 5.1.3.2 Besluit
5.1.4 Energiebalansen 5.1.5 Exergetic life cycle analysis (ELCA) 5.1.6 Life cycle sustainability assessment (LCSA) 5.2 Kwalitatieve tools 5.2.1 MET-matrix 5.2.2 ERP-matrix 5.2.3 LiDS-wiel 5.2.3.1 Opbouw 5.2.3.2 Gebruik
5.2.4 Eco-Ster 5.2.4.1 Opbouw 5.2.4.2 Gebruik
5.2.5 Checklist
68 70 71 73 73 76 78 78 79 81 83 84 87 88 91 94 94 95 104 105 107 111 112 113 115 116 118 121 124 125 129 130 130 137 137 138 139 142
Inhoud
5.2.6 Ecodesign-vuistregels voor een circulaire economie
150 150 152
5.2.6.1 Algemene vuistregels 5.2.6.2 Focus op hergebruik door dezelfde consument 5.2.6.3 Focus op hergebruik door verschillende consumenten 153 5.2.6.4 Focus op opwaarderen/herfabricatie (remanufacture/refurbish) 153 5.2.6.5 Focus op recycleren 153 5.3 Keuze ecodesign-tools 154
6
Ecodesign integreren in het ontwerpproces 6.1 Fase 1: strategische keuze 6.2 Fase 2: productideeĂŤn genereren 6.3 Fase 3: productdefinitie 6.4 Fase 4, 5 en 6: systeem-, concept- en detailontwerp 6.5 Besluit
157 162 163 165 165 166
7
Ecodesign-stimuli 7.1 Cradle to cradle 7.2 Circulaire economie 7.2.1 De principes van de circulaire economie 7.2.2 De relatie ecodesign - circulaire economie 7.2.3 Ecodesign-vuistregels voor de implementatie van de circulaire economie 7.3 Bio-gebaseerde economie 7.4 Biomimicry 7.5 Blue Economy 7.6 Green Economy 7.7 Product-dienstcombinaties 7.8 Leren van het verleden 7.9 Systeemdenken 7.10 Industrie 4.0 7.11 Besluit
169 172 177 179 181
Duurzaam besturen 8.1 Normen 8.1.1 ISO-normen
203 205 206 208 208 210 211
8
8.1.1.1 8.1.1.2 8.1.1.3 8.1.1.4
ISO 9000-familie ISO 14000-familie en EMAS ISO 26000-familie ISO 14080
182 184 186 189 192 193 195 197 198 200
3
4
Ecodesign. Ontwerpen voor een duurzame en circulaire economie
8.1.2 Europese normen
212
8.1.2.1 Technische Specificatie ‘Mechanische producten – Methodologie voor het optimaliseren van milieuinvloeden in productontwerp en -ontwikkeling’ 212 8.2 EU-richtlijnen 212 8.2.1 Ecodesign voor energieverbruikende producten 213 8.2.2 Product Environmental Footprint (PEF) 216 8.2.3 REACH 216 8.2.4 WEEE 218 8.2.5 RoHS 219 8.3 Stimuli van de Vlaamse overheid 219 8.3.1 Vlaams materialenprogramma/Vlaanderen circulair 219
8.3.2 Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in het afvalbeleid
8.4 Duurzame overheidsopdrachten
220 221 222 223 224
Duurzaam consumeren 9.1 De duurzame consument, feit of fictie? 9.2 Stimuleren duurzaam aankoopgedrag 9.2.1 Ecolabels 9.2.2 Stimuli vanuit de overheid en consumentenorganisaties 9.2.3 Design for Sustainable behaviour
227 230 232 232 233 234
8.3.2.1 Aanvaardingsplicht 8.3.2.2 Collectief plan 8.3.2.3 Terugnameplicht
9
10 Besluit
237
Epiloog 243 De geschiedenis van Paaseiland als metafoor voor onze toekomst 245 Referenties
247
5
LEESWIJZER Deze leeswijzer gidst je door het boek. Afhankelijk van je reeds aanwezige expertise kan je sommige hoofdstukken overslaan, zodat je je onmiddellijk kan verdiepen in de begeerde kennis en informatie. Dit boek is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 geeft een inleiding op het boek. We schetsen waar het vakgebied ecodesign zich bevindt in het kluwen van begrippen gerelateerd aan duurzaamheid en de circulaire economie. Ook duiden we kort en bondig de opzet van dit boek en wat je ervan mag verwachten. Als je je na het lezen van dit hoofdstuk niet aangesproken voelt en niet geboeid bent, mag je het boek doorgeven. Hoofdstuk 2 kadert de noodzaak om ecodesign te implementeren in het ontwerpproces binnen de milieuproblemen waar de huidige en komende generaties mee geconfronteerd (zullen) worden. Je mag dit hoofdstuk overslaan als je je reeds volledig van deze noodzaak bewust bent en niet meer overtuigd moet worden om zelf stappen te zetten. Hoofdstuk 3 legt het begrip ecodesign klaar en duidelijk uit. We starten met de plaats van ecodesign binnen het containerbegrip ‘duurzame ontwikkeling’ te duiden. Ecodesign staat voor levenscyclus-denken, en dus worden alle stappen van de levenscyclus van een product grondig besproken (Design for X-aanpak). Na het lezen van dit hoofdstuk ken je alle begrippen die aan ecodesign gerelateerd zijn. Hoofdstuk 4 staat in het teken van duurzaam ondernemen, de actor in de transitie naar een duurzame wereld en circulaire economie. Allereerst wordt geschetst wat de drijfveren zijn voor een bedrijf om duurzaamheid te integreren in de bedrijfsvoering en op welke niveaus dit kan gebeuren. Op productniveau tonen we aan dat het implementeren van ecodesign voor een bedrijf geen bedreiging hoeft te vormen, maar een stimulans tot innovatie kan zijn. Hoofdstuk 5 bekijkt de diverse hulpmiddelen die de ontwerper ondersteunen om ecodesign op een gestructureerde manier te integreren in het ontwerpproces. We bespreken de mogelijkheden en beperkingen, de voor- en nadelen van de kwantitatieve en kwalitatieve tools, zodat de keuze en het gebruik van de tools op een doordachte manier kan gebeuren. In Hoofdstuk 6 gaan we dieper in op het ontwerpproces met de focus op waar en wanneer welke ecodesign-hulpmiddelen kunnen ingezet worden.
6
Ecodesign. Ontwerpen voor een duurzame en circulaire economie
In Hoofdstuk 7 worden diverse aanpakken geschetst die elk vanuit een eigen visie streven naar de transitie naar een duurzame maatschappij, zoals biomimicry en blue economie. Ruime aandacht gaat naar de principes van de circulaire economie. We bespreken concrete vuistregels om vanuit ecodesign aan de slag te gaan bij het ontwerpen van producten en diensten die passen in een circulaire economie. Op het einde van dit hoofdstuk weet je precies welke vlag welke lading dekt en kan je inspiratie putten uit elk van deze benaderingen gelinkt met ecodesign. In Hoofdstuk 8 richten we het vizier op de tweede actor in duurzame ontwikkeling, namelijk de overheid. Na dit hoofdstuk heb je zicht op de relevante normen, richtlijnen, wetgevingen en labels die gerelateerd zijn aan ecodesign. In Hoofdstuk 9 gaan we dieper in op de rol van derde spilfiguur in de transitie naar een duurzame maatschappij, met name de consument. De focus ligt op de mogelijkheden die de ontwerper/ingenieur heeft om via ontwerpstrategieĂŤn het consumentengedrag te sturen naar meer zorg voor het ecosysteem. Hoofdstuk 10 besluit met de boodschap dat er nog werk aan de winkel is en moedigt je aan om zelf aan de slag te gaan. Opmerkingen en suggesties zijn steeds welkom op: karine.vandoorsselaer@uantwerpen.be of els.dubois@uantwerpen.be.
1 Inleiding Ecodesign, milieugerichte productontwikkeling (MPO), milieuvriendelijke productontwikkeling, Design for Environment (DfE), eco-efficiëntie, duurzaam ontwerpen, duurzame productontwikkeling, … Allemaal termen met een belangrijk gezamenlijk uitgangspunt, namelijk ontwerpen met zorg voor het milieu. Toch is er een zekere diversiteit aangaande de lading die de termen dekt. We stellen vast dat de begrippen met betrekking tot duurzaam ontwerpen door elkaar gebruikt worden en niet steeds in de correcte context. Het doel van dit boek is dan ook om hierin duidelijkheid te scheppen en dieper in te gaan op al deze termen. De term ecodesign roept meestal het beeld op van stoelen uit karton, lampenkappen uit hout, afgedankte LP’s die omgevormd zijn tot fruitschalen, spullen voor mensen die ‘in boomhutten wonen’, kortom ‘geitenwollensokken’-voorbeelden en dat is wat ecodesign niet is. De term design heeft voor de doorsnee-consument betrekking op de vorm, kleur, uitstraling en dergelijke van het product. Binnen de context van ecodesign is de term design synoniem van productontwikkeling en gaat het veel verder dan het ontwerpen van producten die er goed uitzien. Een product moet vooral functioneel, produceerbaar, ergonomisch, betaalbaar … zijn. Kortom, productontwikkeling houdt in dat men producten ontwerpt die een meerwaarde bieden, rekening houdend met alle technische, economische en menskundige aspecten. Ecodesign neemt het milieu mee als copiloot in het ontwerpproces. De aandacht tijdens het ontwerpen gaat, naast alle andere eisen, ook naar zorg voor milieu. Voor sommige bedrijfsleiders (en gelukkig langsom minder) roept echter aandacht schenken aan de milieuaspecten de kwalijke connotatie op van ‘investeren’, ‘problemen’, ‘economisch niet rendabel’. Een antwoord op deze misvatting is eco-efficiënt ontwerpen. Eco-efficiënt ontwerpen houdt in dat men economie en ecologie naast elkaar plaatst met als bedoeling een win-winsituatie te creëren. Dit inzicht is voor bedrijven een grote stimulans om ecodesign te integreren in het ontwerpproces.
8
Ecodesign. Ontwerpen voor een duurzame en circulaire economie
De term duurzame productontwikkeling (sustainable design) wordt ook gebruikt. Deze term is afgeleid van het begrip duurzame ontwikkeling (sustainable development). Duurzame (product)ontwikkeling is gebaseerd op drie pijlers: economie, ecologie en de sociale aspecten. Hierbij heeft men, naast de economische en ecologische pijlers, ook ruime aandacht voor sociale aspecten zoals werkomgeving, verloning, betrokkenheid van de werknemers, leefruimte en noord-zuidrelatie. De integratie van de sociale aspecten in het duurzaam ontwerpproces staat weliswaar nog in de kinderschoenen. De uitdaging voor de toekomst is de evaluatie en meting van deze aspecten uit te werken en te optimaliseren. Deze publicatie staat in het teken van ecodesign en richt zich op de ecologische pijler van duurzame productontwikkeling. Het opzet van dit boek is dubbel. Ten eerste willen we de talrijke begrippen en aanpakken verwant aan ecodesign schetsen en situeren ten opzichte van elkaar. Ten tweede willen we de ontwerper/ ingenieur een leidraad aanbieden om ecodesign te integreren in het ontwerpproces. De in Nederland en Vlaanderen meest gebruikte hulpmiddelen/tools om bestaande producten te screenen op hun milieu-impact en/of als checklist bij het ontwerpen van nieuwe, innovatieve, ecologische producten worden besproken. Tevens wordt aandacht besteed aan de diverse aanpakken die richting geven aan een duurzame samenleving en die gerelateerd zijn aan ecodesign. Zoals reeds aangehaald in het voorwoord, wordt in deze herwerkte versie de link tussen ecodesign en de circulaire economie besproken. De kennis en aanpak van ecodesign vormt de basis voor de implementatie van de principes van de circulaire economie in het ontwerpproces. Ontwerpers/ingenieurs hebben een grote verantwoordelijkheid voor de milieuimpact van de producten die ze ontwerpen. Neem deze verantwoordelijkheid en laat dit boek je leiden en inspireren!
2 Noodzaak van ecodesign
Hoofdstuk 2
2.1
Noodzaak van ecodesign
problemen
De huidige generatie wordt geconfronteerd met drie immense problemen die een bedreiging vormen voor ons ecosysteem: 1.
De explosieve toename van de wereldbevolking.
2.
De aantasting van het ecosysteem door emissies in lucht, water en bodem.
3.
De uitputting van de grondstoffen.
2.1.1 Explosieve toename van de wereldbevolking Onderstaande grafiek (Figuur 2.1) toont het verloop van de wereldbevolking doorheen de loop der tijden. De pijl geeft de tijdspanne aan waarin de wereldbevolking verdubbelt. 9000 8000
45
Wereldbevolking (in Miljoen)
7000 6000
Verdubbelingstijd van de populatie in jaren
5000 4000
90
3000 330 2000
750 750
1000 0 0
500
1000
1500
2000
Jaar
Figuur 2.1
Evolutie van de wereldbevolking [1]
Anno 2018 bedraagt de wereldbevolking ruim 7,6 miljard mensen [2] en verdubbelt het aantal in een tijdspanne van ĂŠĂŠn generatie! Wetenschappers stellen dat de wereldbevolking slechts zal stagneren en afnemen indien in de derde wereldlanden de vrouwen op dezelfde trede van de sociale ladder staan als de mannen en ze van dezelfde educatie kunnen genieten. [3]
11
12
Ecodesign. Ontwerpen voor een duurzame en circulaire economie
Eenzelfde scenario heeft zich afgespeeld in de Westerse landen. Pas sinds vrouwen voldoende geĂŤmancipeerd werden, daalde het aantal grote gezinnen drastisch. Andere modellen die de toekomst van de ontwikkeling van de wereldbevolking voorspellen, stellen dat de populatie zal afnemen naarmate de energieproductie vermindert als gevolg van de verminderde of uitgeputte aardolievoorraden. [4] Bijkomend aan de explosieve bevolkingsgroei is de toenemende consumptie van de wereldburgers. Niet alleen het consumptiegedrag in de Westerse wegwerpmaatschappij, maar ook de toenemende consumptie in de ontwikkelingslanden zet enorme druk op onze grondstofreserves en ons ecosysteem. Een scenario dat zich nu volop afspeelt, is dat de ontwikkelingslanden een inhaalmaneuver maken om te komen tot de levensstandaard van de Westerse consumptielanden. In eerste instantie kunnen we hierbij verwijzen naar de BRICS-landen (BraziliĂŤ, Rusland, India, China en Zuid-Afrika), maar we kunnen ervan op aan dat andere landen zullen volgen. Indien deze landen eenzelfde consumptie- en productiepatroon zullen aannemen als de Westerse consumptielanden, dan stevent ons ecosysteem af op een regelrechte crash. Voorspellingen over de evolutie van de wereldbevolking laten we verder over aan de demografen. Wat we concluderen is dat de explosieve groei van de wereldbevolking en de wereldwijde ontwikkeling van de levensstandaard, naar analogie met het Westerse model, een enorme aanslag op ons ecosysteem betekent.
2.1.2 Aantasting van het ecosysteem Als gevolg van onze huidige levensstandaard, worden we mondiaal en lokaal geconfronteerd met tal van milieuproblemen zoals klimaatverandering, aantasting van de ozonlaag, fotochemische luchtverontreiniging (ozon), verontreiniging van lucht, water en bodem met giftige of schadelijke bestanddelen, vermesting, verzuring, afvalproblematiek, hinder door lawaai, geur en licht, ioniserende straling en nood aan drinkbaar water. De diverse milieuproblemen worden niet besproken in dit boek. We verwijzen hiervoor naar de literatuur.
Hoofdstuk 2 Noodzaak van ecodesign
Meer info Vlaanderen: www.lne.be www.milieurapport.be statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/leefmilieu
»» »» »»
Europa:
» europa.eu/pol/env » www.eea.europa.eu/: Europees Milieuagentschap Wereldwijd: www.unenvironment.org: organisatie van de Verenigde Naties die de milieuactiviteiten van de VN coördineert www.oecd.org: organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
» »
2.1.3 Uitputting van grondstoffen De gevolgen van de huidige lineaire economie, waarbij grondstoffen onttrokken worden aan de aarde, gebruikt en gedumpt worden, zijn meetbaar. Vele grondstofbronnen zijn niet onuitputtelijk. Volgens diverse voorspellingen en berekeningen stevenen we af op een dramatische uitputting van onze grondstoffen als we het huidig productie- en consumptiepatroon blijven aanhouden. In dit boek citeren we één van de vele studies hierover. Het onderzoek is uitgewerkt door de experts van Plan C, het voormalig Vlaamse transitienetwerk voor duurzaam materialenbeheer, nu ‘Vlaanderen circulair’. De onderzoekers zochten het antwoord op de vraag ‘Stel dat iemand werd geboren in 2010, hoeveel jaar zijn volgende grondstoffen nog beschikbaar?’ Twee scenario’s werden berekend (Figuur 2.2):
»»De korte tijdspanne komt overeen met het scenario dat de snelheid van pro-
duceren/consumeren evenredig blijft toenemen. Dit zijn de brede balken in de grafiek.
»»De langere tijdspanne staat voor het scenario indien de snelheid vanaf 2010 constant blijft. Dit zijn de smalle balken in de grafiek.
De grafiek spreekt voor zich: wanneer iemand die geboren werd in 2010 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt heeft, zijn reeds vele grondstoffen uitgeput.
13
14
Ecodesign. Ontwerpen voor een duurzame en circulaire economie
2010 Energie
2020
2030
2040
2050
2060
Olie
2070
2080
2090
2100 2136
Steenkool Gas Uranium
Materialen Antimoon voor hernieuwbare Lood energieIndium bronnen
2856
Zeldzame aardmetalen
Andere industriële metalen
Zink Zilver Goud
goudproductie is dalend
Koper
Resterende jaren als de productie blijft groeien aan het huidige tempo Resterende jaren als de productie statisch blijft
Figuur 2.2 Uitputbaarheid van diverse grondstoffen in kaart gebracht (gebaseerd op [5])
Een opmerking die bij deze berekening dient gemaakt te worden is dat men uitgaat van bekende economisch winbare hoeveelheden die aanwezig zouden zijn in de aardkorst. De economisch én technisch haalbare mogelijkheden om grondstoffen te ontginnen zijn echter variabel in de tijd. Als voorbeeld kunnen we de voorspellingen van de aardolievoorraden aanhalen. Door de ontwikkeling van de technologie en de mogelijkheid om schaalolie te ontginnen, is het mogelijk om steeds nieuwe olievoorraden aan te boren en schommelt het aantal jaren voor uitputting al 50 jaar tussen de 35 en 50 jaar. Het is wel een feit dat de aardkorst als grondstofbron eindig is én de ontginning van grondstoffen zijn impact heeft op lucht-, water- en bodemverontreiniging. Aansluitend op de diverse studies over de uitputting van grondstoffen heeft de Europese commissie in 2008 een lijst opgesteld met ‘kritieke grondstoffen’ (Europese Ruwe Grondstoffeninitiatief (RMI), Critical Raw Materials (CRM)). Deze kritieke grondstoffen zijn relatief schaars en hebben een grote economische waarde daar ze heel veel gebruikt worden in alle mogelijke technologische toepassingen. Voorbeelden hiervan zijn indium en tantaal, twee metalen die in veel elektronica worden gebruikt – van zonnecel tot smartphone. In 2017 werd de lijst nogmaals uitgebreid: momenteel zijn 27 kritieke grondstoffen opgenomen. [6] De economische wetmatigheid van ‘vraag en aanbod’ zal er tevens toe leiden dat de prijzen van de grondstoffen bij toenemende schaarste zullen stijgen. Een bijko-
Hoofdstuk 2 Noodzaak van ecodesign
mend probleem voor Vlaanderen en Nederland is dat de grondstofvoorraden zich buiten de grenzen van Europa bevinden. De Europese bedrijven zullen dus wat betreft grondstoffen sterk afhankelijk worden van de wereldeconomie. Grondstoffen vertegenwoordigen tussen de 30 en de 45% van de kostenstructuur van Vlaamse KMO’s. [7] De materiaalkost is dus een hele hap uit het budget. In het licht van voortdurend stijgende prijzen van grondstoffen is het zuinig omspringen met materialen een zeer doeltreffende manier om de efficiëntie en het concurrentievermogen van bedrijven te vergroten. De grote uitdaging van de huidige generatie en komende generaties is het realiseren van een succesvolle transitie van een lineaire economie (‘take, make and waste’-aanpak) naar een circulaire economie (Figuur 2.3), waarbij materialen in gesloten kringlopen gehouden worden, hetzij via recycleren, hetzij via composteren. Lineaire economie
Circulaire economie
Figuur 2.3 Transitie van de lineaire economie naar de circulaire economie
De ontwerper kan in de evolutie naar een circulaire economie een belangrijke rol spelen door rekening te houden met tal van ecodesign-richtlijnen die het sluiten van materiaalkringlopen bevordert. In Hoofdstuk 7.2 gaan we dieper in op het begrip circulaire economie en worden de relevante ecodesign-richtlijnen verder besproken.
15
16
Ecodesign. Ontwerpen voor een duurzame en circulaire economie
[ It’s a waste to waste the waste ! ] Meer info
»»Leonard Annie, The Story of Stuff, A.W. Bruna Uitgevers B.V., Utrecht, 2010. »»Stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa: eur-lex.europa.eu/ legal-content/NL/TXT/?uri=celex:52011DC0571 »»Stand van zaken over de uitputting van kritische grondstoffen: eur-lex.europa.eu/ legal-content/EN/ALL/?uri=COM:2017:0490:FIN
2.2 Grenzen aan de groei
[ Too much and for too long, we seemed to have surrendered personal excellence and community values in the mere accumulation of material things. ] Robert Kennedy
De toenemende wereldbevolking, het wereldwijd overnemen van het verspillend Westers consumptiepatroon en het roekeloos omspringen met allerhande chemicaliën leidt tot verloedering van het milieu en de uitputting van grondstoffen. Deze ecologische crisis heeft ook economische en sociale gevolgen. De drie pijlers van duurzaamheid interageren namelijk sterk met elkaar. Op het World Economic Forum (Wereld Economisch Forum of WEF) worden jaarlijks de grote sociale en economische problemen van de aarde besproken. Het WEF is een bijeenkomst van de CEO’s van de grootste bedrijven ter wereld, internationale politici (presidenten, ministers-presidenten en anderen), intellectuelen en journalisten. Elk jaar wordt aansluitend op het forum een rapport, het Global Risk Report, opgesteld met de grootste risico’s en hun impact die een bedreiging vormen voor de wereld. In het Global Risk Report 2017 zijn de 5 belangrijkste risico’s geselecteerd die een grote bedreiging vormen voor de wereldwijde sociale én economische omstandigheden. Een daarvan is klimaatverandering gepaard gaande met extreme weersomstandigheden, verlies van biodiversiteit, instorten van het ecosysteem en door de mens geïnitieerde natuurcatastrofes. [8]
Hoofdstuk 2 Noodzaak van ecodesign
De mensheid belast de natuur en het vermogen tot herstel heeft grenzen. De kunst bestaat erin om, te streven naar evenwicht tussen vraag en aanbod. Eens de vraag (= belasting door de maatschappij) het aanbod (= herstel van het milieu) overstijgt dan loopt het mis. Het is van belang om de grenzen van het ecosysteem in kaart te brengen. Enerzijds om de huidige situatie te kunnen inschatten in relatie tot de absoluut ecologische grens én anderzijds om met gestaafde, wetenschappelijke informatie iedereen in de maatschappij, wereldwijd, bewust te maken van de noodzaak om in te grijpen. We gaan dieper in op twee modellen die de relatie tussen de roofbouw op ons beperkt ecosysteem en de economische expansie in cijfers uitdrukt: de milieugebruiksruimte en de ecologische voetafdruk.
2.2.1 Milieugebruiksruimte De Amerikaanse bioloog Paul Ehrlich wees in zijn controversiële boek ‘The Population Bomb’ uit 1968 reeds op de impact van de exponentiële bevolkingsgroei. [9], [10] Hij ontwikkelde de IPAT-vergelijking om de impact van de mens op de natuur uit te drukken: Environmental Impact (I) = Population (P) X Affluence (A) X Technology (T) (‘Affluence’ staat voor de welvaart van de bevolking gekoppeld aan het consumptiegedrag, ‘Technology’ staat voor de productie van die welvaart) Deze formule vormt een denkkader om de impact van de mens op de natuur te begrijpen en vooral om tijdig te kunnen anticiperen. Deze IPAT-vergelijking ligt ook aan de basis van het begrip ‘milieugebruiksruimte’. De factor ‘technology’ wordt vervangen door de factor ‘milieugebruiksruimte’. Milieu-econoom Hans Opschoor definieert milieugebruiksruimte als: ‘… de mogelijkheden die natuur en milieu aan de maatschappij nu bieden voor benutting, zonder afbreuk te doen aan toekomstige gebruiksmogelijkheden. De “basis” voor dat milieugebruik, die intact moet blijven, wordt gevormd door onder andere:
»»Het zelfreinigend vermogen van het milieu. »»Het vermogen om hulpbronnen voort te brengen. »»De draagkracht voor menselijke activiteiten. Menselijke activiteiten leiden tot beslag op de milieugebruiksruimte. Het milieu heeft tot op zekere hoogte het vermogen tot herstel dankzij een aantal buffers, waaronder de genoemde, die samen de veerkracht of opvangcapaciteit van het milieu bepalen.’ [8]
17
18
Ecodesign. Ontwerpen voor een duurzame en circulaire economie
De milieudruk (MD) wordt bepaald door het aantal wereldburgers (B), hun welvaart (W) (uitgedrukt in materiële welstand) en het beslag op de milieugebruiksruimte per persoon (M). In een formule uitgedrukt: MD = B x W x M De huidige milieudruk mag niet toenemen en moet zelfs liefst verkleinen. Aangezien zowel de wereldbevolking toeneemt alsook de welvaart zal de milieugebruiksruimte per persoon moeten dalen om de milieudruk over de tijd heen niet te doen toenemen. De milieugebruiksruimte per persoon wordt bepaald door hun leefpatroon en de producten die ze hierbij gebruiken. Stel dat het gedrag van de consument niet verandert en dat de reductie van de milieu-impact enkel kan gerealiseerd worden door de verminderde milieu-impact van de producten, dan kan men de gewenste impactreductie van producten over één generatie tijd (50 jaar) als volgt berekenen: MD = B x W x M Stel situatie nu: 1 = 1 x 1 x 1 MD De milieudruk die de huidige wereldeconomie op het globale ecosysteem uitoefent mag zeker niet toenemen (MD blijft 1). Het is wenselijk dat dit halveert (MD wordt 1/2). B
Over 50 jaar zal de wereldbevolking ongeveer met een factor 1,5 tot 2 toegenomen zijn.
W
Ook de economische welvaart neemt toe, op globale schaal gezien is dit 2,5 tot 4% (westerse landen 2%, ontwikkelingslanden 5% per jaar). Gezien over 50 jaar is dit dus een toename met factor 3,5 tot 7,5.
Dan is de situatie over 50 jaar: 1 = 1,5 x 3,5 x M => M = 1/5 tot 1 = 2 x 7,5 x M => M = 1/15 Dit betekent dus dat als de milieudruk gelijk moet blijven over een periode van 50 jaar, dan zullen de producten een factor 5 tot 15 keer minder milieubelastend moeten zijn. Willen we echter de huidige milieudruk halveren, dan zullen de producten een factor 10 tot 30 keer minder milieubelastend moeten zijn. 1/2 = 1,5 x 3,5 x M => M = 1/10 tot 1/2 = 2 x 7,5 x M => M = 1/30 Algemeen streefdoel voor de vermindering van de milieubelasting van producten is een reductie met factor 10: