Skip to main content

9789401445856

Page 1

Marc vande Gucht

Down under Toen Joke uit het leven stapte

3


Dit boek zou nooit tot stand zijn gekomen zonder de stimulerende gesprekken met Jan. Meer dan mijn bijzondere dank aan Jan dus. Onze wegen kruisen elkaar nog. Dat staat in de sterren geschreven.

www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp Studio Lannoo Omslagfoto Greg Hawken © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2004 D/2017/45/387 – ISBN 978 94014 4585 6 – NUR 740 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, internet of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

4


Inhoud

deel i afscheid van joke Woord vooraf De voorgeschiedenis Jokes verblijf in Australië De euforie Terug thuis Het overlijden van Joke, onze dochter – 27 mei 2003 Na het overlijden Hadden we dit aan zien komen? Het eerste jaar na het afscheid Eén jaar na de begrafenis De vraag om inzage in het medisch dossier De vraag om inzage in het juridisch dossier Bedenkingen van nabestaanden

7 7 9 14 26 36 54 61 69 74 78 82 92 96

deel ii de verwerking Komen we dit te boven? Professionele hulp Plannen voor de toekomst Mensen onder elkaar Pleidooi voor het geluk Sociologie van het geluk

100 100 110 126 134 144 167

5


deel iii kritische beschouwingen bij de sector psychiatrie Bedenkingen omtrent de sector psychiatrie De visie van een personeelslid uit de psychiatrische sector De wet van informatie voor patiënten en nabestaanden De steunmogelijkheden in de samenleving Kunnen we het beter doen? Tot slot Nawoord

169 169 175 181 184 189 203 219 222 222 230 233

deel iv informatief deel Life is bright! Nuttige adressen Lectuur

6


Afscheid van Joke

Woord vooraf Op 27 mei 2003 beroofde onze jongste dochter Joke zich in een psychiatrische instelling van het leven. Joke was twintig, en maakte een periode van zware depressie door toen ze zelf de beslissing nam niet op deze manier verder te kunnen gaan. Joke was van jongs af aan al een heel gevoelig type, dat zich andermans problemen sterk aantrok. Anderzijds was ze ook een sprankelende, enthousiaste, vlotte persoonlijkheid, gedreven om te experimenteren, te proeven en uit te proberen. Ze was in alle opzichten open en extravert, op één uitzondering na tenminste. Over haar lesbische geaardheid kon en wilde ze niet praten. De problemen die ze had met de aanvaarding daarvan, zijn ongetwijfeld een van de factoren die tot haar suïcide hebben geleid. Dit boek is het verhaal van wie Joke was en van de gebeurtenissen die tot haar dramatische beslissing leidden. Maar het vertelt net zo goed over onze zoektocht naar verklaringen en naar verwerking, over het omgaan met de vele vragen die een suïcide oproept, en over het opnieuw zoeken naar geluk met een gemis dat nooit weg zal zijn.

7


Mocht dit verhaal één patiënt kunnen weerhouden, mocht het voor ten minste één gezin dat is getroffen door suïcide tot meer rust en misschien tot een beetje meer begrip kunnen leiden, mocht wie dan ook er maar één goede reden in vinden om het straks beter te doen, mocht er voor iedereen, al was het maar één strohalm, kans op meer licht in de duisternis zijn, mocht een ieder die anders geaard is dan wat de ‘regel’ is, zich morgen minder zorgen hoeven te maken, mocht de maatschappij er alles aan doen om kansen te vergroten, mocht iedereen tot rust kunnen komen, mochten we er met zijn allen meer zin in hebben, mochten we gewoon toleranter zijn, mochten we niemand uitsluiten, mochten we opnieuw leren proeven van de goede momenten op aarde… dan verkleinen we de kansen dat sommigen het voor bekeken houden. Want ondanks alle ellende is er hoop, hoop op beterschap, hoop op een leven waar de zon voor ieder individu schijnt. We dragen dit boek op aan Joke – ze is een fantastische dochter. Voor eeuwig… En we dragen het ook op aan allen die van nabij met suïcide in aanraking kwamen.

8


De voorgeschiedenis Joke werd geboren op 6 april 1983, twee jaar na haar zus Ilke. Ze kwam een maand te vroeg ter wereld, maar dat leverde geen noemenswaardige problemen op. Van nature was ze groot en fors gebouwd, en ze bleef altijd wat te groot en stevig voor haar leeftijd. Ze bleek een opgewekt, blij, actief, grappig kind dat eigenlijk probleemloos opgroeide. Al zeer snel was duidelijk dat zij behoefte had aan mensen om zich heen. Lang alleen spelen was er nooit bij: Joke had al van kinds af aan de aandacht en de aanwezigheid van anderen nodig. Ook fysiek bleek ze heel actief. Op haar vierde stond ze al op de skilatten en zwemmen deed ze binnen de kortste keren als de beste. Op de lagere school kwam ze in een klein klasje terecht, met amper zeven kinderen die snel een hecht groepje vormden. Haar lagere schooltijd was uitgesproken gelukkig: het clubje was altijd samen, bouwde kampen in de tuin en schoot uitstekend met elkaar op. Joke, van nature actief en ondernemingsgezind, was niet bang om van alles en nog wat te organiseren. Ze was enigszins vroegrijp, zoals we op ouderavonden telkens te horen kregen, en nam graag het woord. Als ze het voor iemand anders kon opnemen, twijfelde ze niet. Zo ook in het zesde leerjaar. De juf was toen zwanger en vertrok met zwangerschapsverlof. In haar plaats kwam een meester die zich ietwat overdreven concentreerde op de godsdienstles en de andere vakken maar wat liet aanmodderen. Joke klaagde hier thuis meermaals over, tot haar moeder de zaak ernstig nam en contact opnam met de pas bevallen juf, die een paar straten verderop woonde. De actie leidde ertoe dat de juf be-

9


sloot vroeger van zwanger­schapsverlof terug te keren, omdat ze inzag dat haar klas een achterstand aan het oplopen was die ze misschien nog moeilijk zou bijbenen. Achteraf bekeken is het toch wel merkwaardig dat een twaalfjarige dit probleem tijdig inzag en ook nog de moed had om het aan te kaarten. Maar de anekdote typeerde Joke wel. Haar bekommernis was vooral dat haar juf voor een onmogelijke opdracht zou staan indien ze het had laten begaan. Joke, van nature een heel gevoelige persoonlijkheid, trok zich dat aan, was altijd meer begaan met de anderen dan met haarzelf. Joke werd lid van verschillende sportclubs en van de jeugdbeweging, waar ze leidster werd. Ze zwom een tijdje in competitieverband, maar dat werd te zwaar en later ging ze volleyballen en basketballen. Het was haar daarbij niet om de eerste plaats in de rangschikking te doen, maar de ploeg amuseerde zich wel rot en er werd wat afgelachen, zoals overal waar Joke kwam. Na de lagere school ging ze met een paar andere meisjes van haar klas naar een strenge school. Ook hier haalde ze prima resultaten, was ze erg actief bij buitenschoolse activiteiten. Kortom, Jo ontpopte zich als het middelpunt van een groepje opgroeiende jongeren, die haar zonder uitzondering zagen als een enthousiasteling, een durver, een beslisser. Joke experimenteerde ook graag, wilde van alles proeven. Achteraf bekeken is dat ongetwijfeld gelukkig, gezien het korte traject dat ze maar heeft kunnen afleggen. Tot haar achtste beperkten we onze gezinsvakanties tot Europa, maar daarna kregen Joke en haar oudere zus andere horizonten te zien. Met het hele gezin maakten we reizen naar Canada (Jokes eerste verre reis), de USA en Bali. Kort na die laatste

10


bestemming bezochten we Cebu, het Filippijnse eiland waar onze Plan-dochter woont. Het was een onvergetelijke reis voor ons allemaal én voor het gezin van ons Plan-kind. Later reisden we nog met Joke naar Kenia. In het vierde humaniorajaar van haar middelbare school voelde Joke zich overduidelijk minder goed thuis op haar school. Ze kwam in opstand tegen de weinig eigentijdse mentaliteit die er op de school heerste, begon te roken… Rond die periode gebeurde er iets in een hechte vriendschap met een meisje, iets wat haar diep raakte. Pas achteraf hebben we ons gerealiseerd dat Joke toen wellicht haar eerste echte verliefdheid meemaakte: een verliefdheid die geen enkele toekomst had, maar die haar wel heel bruusk en pijnlijk heeft geconfronteerd met haar anders zijn. Joke vluchtte voor die verwarrende gevoelens. Met aandrang vroeg ze ons om de laatste twee jaren van haar middelbare school elders te mogen afwerken: ‘Ik kan daar niet blijven’, zo zei ze letterlijk. We stemden daarmee in omdat ze zo vastbesloten was, en ze koos een andere strenge school. Daar sprong men duidelijk iets handiger om met pubers en Joke voelde zich er goed in haar vel. Naast de school zette ze haar actieve leven voort: ze was leidster in de jeugdbeweging, volgde een cursus tot monitrice (kampbegeleidster), ging enthousiast mee op onze verre reizen en skivakanties. Ze was dol op kinderen en ging vaak babysitten. Door haar joviale persoonlijkheid trok ze overal als vanzelf vrienden aan: waar Joke was, werd er gelachen en je hoorde haar eigen lach tot ver schallen. Geen wonder dat het zo moeilijk was om boos op haar te zijn. Dat lukte zelfs haar leraar aardrijkskunde niet, toen ze op een zonnige vrijdagmiddag het

11


laatste lesuur op een terras doorbracht in plaats van in de klas te zitten. Joke werd in het openbaar gestraft voor dat vergrijp – want ze werd gezien door haar leraar lichamelijke opvoeding én door een hele klas die langs het café marcheerde – maar de leraar leek het geen halsmisdaad te vinden. De volgende maanden plaagde hij haar herhaaldelijk maar goedmoedig en later, toen ze al in Australië verbleef, stuurde hij haar zelfs nog een vriendschappelijk briefje. Tijdens haar laatste humaniora- of eindexamenjaar gaf Joke de wens te kennen een jaar in het buitenland door te brengen, als uitwisselingsstudente. Ze besliste dit tijdens een week dat wij niet thuis waren, en sprak ons er onmiddellijk over aan bij onze thuiskomst. Wij stonden meteen zeer positief tegenover haar wens. Mijn vrouw heeft wel nadrukkelijk aan Joke gevraagd of ze dit echt wenste. Maar als dat voor haar echt ‘de max’ was, dan kon het natuurlijk en we begonnen samen met haar uit te kijken naar een organisatie die dergelijke programma’s organiseert. Na enig zoeken kwamen we terecht bij de Rotary. Joke voelde een grote voorkeur voor Afrika en Australië. Het zou uiteindelijk Australië worden. Tegen eind 2000 moest Joke haar dossier bij de Rotary indienen. Daarin moest ze onder meer uitleggen waarom ze deze keuze maakte. In haar presentatie staat dat ze na het uitwisselingsjaar graag verder wil studeren, en dat zij vooral geboeid wordt door mensen. Menselijk gedrag interesseert haar uitermate en in het bijzonder dat van kinderen. Waar ze niet van houdt, staat als volgt in haar kandidatuur genoteerd: ‘Waar ik het moeilijk mee heb, zijn mensen die niet uitkomen voor hun mening en van wie je niet weet wat je eraan hebt. Voor

12


mij is het heel belangrijk dat iedereen zijn mening zegt. Ik vind het niet prettig als mensen zich anders voordoen dan ze zijn.’ Als ‘zwakheid’ omschrijft ze voor zichzelf: ‘Soms maak ik me te veel zorgen als ik een vriend of vriendin met problemen niet kan helpen. Dan kan ik erg emotioneel zijn.’ Verder vinden we opnieuw haar bezorgdheid terug ten aanzien van anderen: ‘Ik geef veel om andere mensen en doe mijn best om te zorgen dat ze zich prettig voelen, zeker als ze in de knoei zitten. Ik heb nogal veel verantwoordelijkheidsgevoel. Ik probeer altijd de positieve kant te zien en ben optimistisch ingesteld.’ Tijdens dat laatste jaar middelbare school had Joke pech: kort voor de kerstvakantie liep ze mononucleose (ziekte van Pfeiffer) op en ze moest haar examens uitstellen tot januari. De ziekte liet nog een tijdje haar sporen na. Joke voelde zich snel uitgeput maar moest toch snel aan de nieuwe examenperiode beginnen, en intussen bereidde ze haar verblijf in Australië voor. Voor ons was het duidelijk dat ze tegen het einde van het schooljaar gespannen en een beetje oververmoeid was, en we vroegen haar meermaals of ze zich wel klaar voelde voor de grote trip naar ‘down under’. Maar ze wuifde onze bezorgdheid weg. Zo vertrok Joke in augustus 2001 naar Australië.

13


Jokes verblijf in Australië Begin augustus 2001 reisde Joke af naar Australië. Het duurde even voor het e-mailcontact goed op poten stond en tot dan behielp Joke zich met de ‘slakkenpost’. In een briefje naar een vriendin verwees ze naar een brokje muziek waar ze allebei dol op zijn. Het is het nummer ‘My Way’ van Limp Bizkit. Hierna volgt de tekst van dit nummer, dat ik sindsdien grijsdraai waar ik maar kan. Je moet deze tekst eigenlijk lezen terwijl je de muziek beluistert. Het is loeiharde muziek. In combinatie met de tekst bezorgen deze klanken me nog steeds kippenvel. Ik vind het een prachtig nummer, en meer dan toepasselijk in het verhaal van onze dochter. Maar wat ik me vooral afvraag: beseffen jongeren wat er in deze tekst staat? …Artist: Limp Bizkit Album: Chocolate Starfish…, Title: My Way Check, check, check check… out my melody Special, You think you’re special, You do I can see it in your eyes, I can see it when you laugh at me, look down on me You walk around on me, just one more fight about your leadership And I will straight up, leave your shit, cause I’ve had enough of this And now I’m pissed Yeah. This time I’m ‘a let it all come out, this time I’m ‘a stand up and shout I’m ‘a do things my way, it’s my way, My way, or the highway

14


Check out, check check… out my melody Just one more fight, about a lot of things and I will give up everything To be on my own again, free again Yeah. This time I’m ‘a let it all come out, this time I’m ‘a stand up and shout I’m ‘a do things my way, it’s my way, my way, or the highway Some day you’ll see things my way, cause you never know Where, you never know, where you’re gonna go Check out, check check… out my melody Just one more fight and I’ll be history, yes I will straight up, leave your shit And you’ll be the one who’s left, missing me Yeah. This time I’m ‘a let it all come out, this time I’m ‘a stand up and shout I’m ‘a do things my way, it’s my way, my way, or the highway Some day you’ll see things my way, cause you never know Where, you never know, where you’re gonna go Check out, check check… out my melody Na een goede week werkte de internetverbinding eindelijk optimaal en vanaf dat moment kwam er een gestage stroom van e-mails op gang, niet alleen naar ons, maar natuurlijk ook naar Jokes vriendinnen op het thuisfront. Op 10 augustus viel haar eerste e-mail binnen bij ons. Ze klonk enthousiast en positief daarin. ‘Mijn eerste dag zit er nog niet op en ik ben al naar mijn eerste etentje van de Rotary geweest. Ik werd daar

15


uitgenodigd om iemands verjaardag te gaan vieren de volgende dag, en dat was echt gezellig. Maandag ga ik voor het eerst naar school, niet om les te volgen, maar om wat administratieve zaken te regelen.’ Een week later begon ze ‘down under’ aan haar eerste echte schooldag. Schitterend vond ze dat ze zich ter plaatse volop zou kunnen uitleven in een prachtige oceaan. Joke was van jongs af aan een echte waterrat: op haar tiende deed ze al mee aan de zwemtrainingen van haar club en sindsdien was ze nooit uit het water weg te slaan. In Australië werd ze al snel ‘redder in zee’. ‘Denk aan ‘Baywatch’, zo schreef ze in een van haar e-mails. ‘Ik ga dus binnenkort ook in zo’n rood badpakje rondhuppelen, maar dan met een iets minder sexy body! De cursus houdt theorie in, maar ook mond-op-mondbeademing, walkietalkie, signs, first aid en een run-swim-run-test… Crazy! De eerste keer dat we dat deden, dacht ik dat het gedaan was met mij. Maar ik was niet de enige met problemen: twee van onze groep zijn al uit het water gehaald met de rescueboot. Dat was best wel grappig…’ Zo te horen kon het gewoon niet stuk. Alle berichten die we die eerste maanden uit Australië van Joke kregen, stonden bol van haar enthousiasme. Maar ook haar omgeving ter plaatse was gelukkig. De mensen bij wie ze in die eerste periode logeerde, hadden niets dan lof voor haar. Jokes agenda stond ook in Australië constant propvol activiteiten en ze was daarginds net zo druk bezig als ze thuis was. Kortom, ze voelde zich in die eerste maanden van haar jaar in het buitenland uitstekend in haar vel, dat was in elk geval toch de indruk die we hier hadden.

16


Begin oktober 2001 kwam er een eerste signaal dat niet alles was zoals het hoorde. Wij vernamen rechtstreeks en onrechtstreeks, onder andere van Jokes zus, dat er het een en ander fout zat. Joke voelde zich niet goed in haar vel. Aanvankelijk leek het alleen maar om heimwee te gaan, en we raadden haar aan er met de gastfamilie over te praten. Natuurlijk wilden wij haar ook steunen, maar de afstand maakte dat niet gemakkelijk. In haar dagboek, dat we uiteraard pas na haar dood inkeken, schreef ze op 6 oktober het volgende: ‘Ik wil niet echt meer leven. Iedereen staat achter mij, maar niemand kan me helpen. Ik weet niets meer zeker. Ik zou toch zo graag weten wat ik zelf wil.’ Op dat ogenblik wisten en beseften we hier in België uiteraard niet hoe ernstig Jokes mentale ‘dip’ wel was. Ook in haar Australische leefomgeving werd dit signaal gemist. Het gastgezin waar ze verbleef, stelde ons meer dan eens gerust. Joke integreerde zich goed en leek zich uitstekend te amuseren, zij het dat ze moeite had om vriendschapsbanden te smeden met haar klasgenoten. Maar dat was niet zo vreemd, meende het gastgezin: er stonden voortdurend allerlei Rotary-activiteiten op het programma, waardoor Joke meer niet in de klas aanwezig was dan wel. Natuurlijk merkten ze daarginds wel dat het dipje er was, maar ze gingen ervan uit dat ze haar thuis en familie miste. ‘Dat Joke vanuit België erg veel wordt opgebeld, was misschien niet zo goed voor haar’, meenden ze ginder. Maar we hoefden ons zeker geen grote zorgen te maken. Het kwam wel in orde. Ze voegden er nog aan toe dat Joke in korte tijd al een halve Aussie was geworden… tot haar gevoel voor humor toe! Het gastgezin beloofde de komende weken nauw contact te houden met ons.

17


Thuis hebben we ons in die periode suf gepiekerd over de problemen waarmee Joke worstelde. Ze leek alles te hebben om gelukkig te zijn: een gezonde basis in ons gezin, een ruime vriendenkring, groeikansen te over. Tot we ons realiseerden dat Joke eigenlijk nooit echte verliefdheden met jongens had gehad. Ze had altijd een ruime vriendenkring en daar waren natuurlijk ook jongens bij, maar hechte vriendschappen waren er alleen met meisjes. Was dat soms waar ze mee worstelde? Had ze problemen met haar seksuele geaardheid? Toen mijn vrouw haar aan de telefoon de vraag heel direct stelde, gaf Jo dat toe. Het was de eerste keer dat we daarover praatten: we hadden tot dan niet het minste vermoeden gehad. Maar we verzekerden haar wel dat we achter haar stonden, dat we haar aanvaardden zoals ze was, en dat we in de eerste plaats wilden dat ze gelukkig werd. We drukten haar op het hart dat ze dat zelf ook moest aanvaarden. En indien ze daar problemen mee had, zouden we er met zijn allen aan werken. Heel even hebben we overwogen om Joke terug naar huis te laten komen. Dat ze zo ver weg was en we haar niet konden helpen terwijl ze zich niet lekker in haar vel voelde, deed ons verdriet en dat hebben we haar vaak op het hart gedrukt. We hebben ook duidelijk gesteld dat ze terug naar huis mocht komen als het echt niet ging. Maar zij geloofde zelf niet dat de afstand het verschil zou maken. Om die reden verkoos ze in Australië te blijven. Eind oktober stuurde ze een e-mailtje naar een paar vriendinnen in België waaruit heel duidelijk blijkt waarmee ze worstelde. Uiteraard hebben we ook dit bericht pas na haar overlijden ingekeken. Joke schrijft in dit bericht dat ze in de knoop zit met verschillende zaken. ‘Het is niet één probleempje,

18


het is van alles samen en het is supermoeilijk om voor mezelf te achterhalen wat me nu het meeste dwarszit. Ik heb problemen met mezelf en het zijn sociaal gezien niet echt aanvaarde problemen… being a lesbian… Ik zeg niet dat ik het al volledig aanvaard, want als dat het geval was, dan zou iedereen het toch al weten, en zou ik er hier en back home niet over hoeven te liegen… Maar het ligt echt niet alleen bij mij… Mensen bekijken je gewoon anders als ze het weten, maar voor mij zou het al een grote stap zijn om het openbaar – stom woord! – te maken…’ Moeten doen alsof noemt ze dan weer verschrikkelijk frustrerend. Zelf zou ze liever hebben dat dit niet hoefde. Ze stelt zich op dit moment erg veel vragen over haar toekomst, maar wil proberen zichzelf terug te vinden. ‘En dan is er nog een probleem: being fat. Je zult wel zeggen, “Allez Jo, jij bent toch niet dik”, maar het is verdomd moeilijk om in bikini country te leven met een non-bikini-body! Een ander ding dat me bezighoudt, is de toekomst. Jullie hebben alles zo onder controle, maar ik weet niet meer wat ik wil en wat ik niet wil.’ De opmerking over haar lijn was een oud zeer bij Joke. Groot en fors gebouwd van nature, en voorzien van een gezonde eetlust, stond ze voor een verloren strijd. Ze deed niets liever dan samen met haar moeder in de keuken staan en, als we gingen kamperen, samen de boodschappen doen en koken op het campingvuurtje. Haar gebogen lijnen frustreerden haar echter wel. Ze was veel liever kleiner en smaller geweest. Ook op dit vlak, zoals op vele andere, keek ze op naar haar oudere zus. De volgende weken ging het verder bergafwaarts. Wij, haar ouders en zus, voerden in die periode lange gesprekken met Joke via e-mail en telefoon om haar te steunen. We drukten

19


haar ook op het hart dat ze zichzelf moest en kon zijn, en dat ze haar leven kon invullen zoals zij het wenste. ‘Wie anders dan Jo is enthousiast, aangenaam, intelligent, fun, realistisch, busy bee, met open geest en mind… allez, eigenlijk te veel positiefs om op te noemen? Just don’t give up – en dat zou ons van jou ook verwonderen – en doe je eigen ding.’ Maar Joke bleef zich depressief en in de war voelen. Uiteindelijk bezorgde ze een elf pagina’s lange, geschreven tekst aan de plaatselijke Rotary-voorzitter, die tevens haar host-vader en dokter was, waarin ze duidelijk maakte dat ze hulp nodig had. Het document is een bijzonder grondige analyse van hoe ze zich de laatste jaren mentaal voelde wegglijden, en werpt, als we het nu nalezen, meer licht op de gedachten die in haar laatste halfjaar door haar hoofd gingen en op de redenen van haar wanhoopsdaad. *** Joke beseft voor zichzelf dat het misgaat en verzoekt om hulp. Voor buitenstaanders lijkt het alsof zij de laatste persoon is die hulp nodig heeft (en ze beschouwt dat zelf als een ernstig probleem). Zij denkt ontzettend veel na over zichzelf. Zij beseft dat het zeer complex is. Hoe meer ze over zichzelf nadenkt, hoe minder zelfvertrouwen ze overhoudt. Als zij terugdenkt aan de redenen voor haar vertrek naar Australië, herinnert ze zich die niet meer. Zij weet nog dat wij duidelijk hebben gevraagd of ze er zeker van was. Of dit werkelijk haar keuze was, of het geen vlucht was. Achteraf vraagt Joke zich ook af of het een vlucht kan zijn geweest, maar zonder

20


meteen te weten waar ze voor wegvluchtte. In de paar maanden dat ze in Australië verblijft, heeft ze veel tijd gehad om na te denken. Zij stelt daar vast dat er een patroon in haar leven terug te vinden is, en ze is niet gelukkig met het ontdekken ervan. Zij zegt dat zij nooit in staat is geweest om lang vriendschappen, hobby’s of interesses te houden. Het is inderdaad opvallend dat ze graag van sport, school en vriendinnen verandert en dat gebeurt steeds onder het motto: ‘Ik ontmoet graag nieuwe mensen’. Maar telkens blijft er van de vorige omgeving bijna niemand over in haar vriendenkring, met uitzondering dan van de Chiro-contacten (de jeugdbeweging) en enkele medestudenten. Tijdens de humaniora, haar middelbare schoolperiode, is ze van school veranderd, duidelijk wegens relationele problemen. Voor Joke was dat een heel pijnlijke ervaring, die haar een zeer fikse klap heeft gegeven. Dat komt meermaals in haar verhalen terug. Uiteindelijk concludeert Joke dat ze misschien nooit of zelden echt doet waar ze zin in heeft. Ze voelt zich mentaal gezien zeer dikwijls afwezig, hoewel de omgeving dit niet merkt. Zij weet niet wat ze echt wil. Zij heeft een groot probleem om haar aandacht blijvend op iets te vestigen. Ook in gesprekken met de omgeving gebeurt het vaak dat zij stukken niet opneemt. Zij vindt dat ze te weinig interesse toont, dat ze te weinig gevoel heeft. Waarom is Joke zo gesloten? Waarom doet ze dingen zonder ze echt te beleven? Als ze zich afvraagt wat ze nu echt leuk vindt, weet ze het niet goed. Waarom zit ze toch zo vast?

21


Zij vermeldt dat wij, als ouders, ten volle in haar geloofden en bereid waren maximaal in haar ontplooiing te investeren. In ons gezin en bij de opvoeding waren er geen noemenswaardige problemen. Dus eigenlijk had ze toch alles om op een goed pad terecht te komen? Maar Joke voelt zich niet van deze wereld. In haar nieuwe school, op een festival, op weekend, … Steeds worstelt ze met die afwezigheid. Joke beseft dat iedereen haar als zeer open beschouwt. Als Joke vriendschapsbanden met iemand aanknoopt, zou ze de rest van de wereld vergeten. Zij zegt er spijt van te hebben dat plots al haar aandacht dan even naar één persoon gaat, terwijl de rest in de kou staat. Als ze het zo bekijkt, vindt Joke dat ze niet beseft wat ze doet, of dat ze niet doet wat ze zegt. Haar afwezigheid is wat haar echt het meest van alles stoort. Zij krijgt constant hoofdpijn. Ze huilt veel. Ze beseft dat iedereen haar wil helpen, maar vindt dat het alleen aan haar ligt. Ze heeft een kans uit de duizenden om die ervaring in Australië mee te maken, maar eigenlijk voelt ze het zo niet. Ze wil zo niet verder. Joke voelt zich ziek in haar hoofd. Ze leeft in een droomwereld. Ze wenst een ander vooruitzicht voor de rest van haar leven. Ze kan het niet langer verdragen. Ze eindigt het lange document zo: ‘…omdat ik weet dat ik het probleem ben. Help me asjeblieft. Ik heb voor mezelf de hoop opgegeven.’ ***

22


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401445856 by Uitgeverij Lannoo - Issuu