Skip to main content

9789401445078

Page 1

Hoofdstuk 3

Algemene situering van het auteursrecht 3.1.

Algemene situering

Het auteursrecht maakt deel uit van de “intellectuele eigendomsrechten”. De intellectuele eigendomsrechten bieden een juridische bescherming aan creaties of voortbrengselen van de geest, die het gewone of banale overstijgen. Deze bescherming is: – exclusief (exploitatie monopolie); – beperkt in tijd; – vatbaar voor overdracht. Binnen de groep van de intellectuele rechten onderscheidt men de categorie van de industriële eigendom en het auteursrecht. Het auteursrecht behoort, net als de andere intellectuele rechten, tot de bevoegdheid van de Minister van Economie. Door de integratie van het auteursrecht in het Wetboek Economisch Recht (WER) is nu definitief bevestigd dat auteursrecht een economische aangelegenheid is en daarmee op dezelfde lijn wordt geplaatst als de andere intellectuele eigendomsrechten. Het WER is ingedeeld in 18 boekdelen en is de verzamelplaats voor de economische wetgeving, die voorheen versnipperd was. Dit zijn de 18 delen van het wetboek: BOEK I. BOEK II. BOEK III. BOEK IV. BOEK V. BOEK VI. BOEK VII. BOEK VIII.

Definities Algemene beginselen Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen Bescherming van de mededinging De mededinging en de prijsevoluties Marktpraktijken en consumentenbescherming Betalings- en kredietdiensten Kwaliteit van producten en diensten

29


Handboek Auteursrecht

BOEK IX. BOEK X. BOEK XI. BOEK XII. BOEK XIII. BOEK XIV. BOEK XV. BOEK XVI. BOEK XVII. BOEK XVIII.

Veiligheid van producten en diensten Handelsagentuurovereenkomsten, commerciële samenwerkingsovereenkomsten en verkoopconcessies Intellectuele eigendom Recht van de elektronische economie Overleg Marktpraktijken en consumentenbescherming betreffende beoefenaars van een vrij beroep Rechtshandhaving Buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen Bijzondere rechtsprocedures Maatregelen voor crisisbeheer

Het WER bundelt dus de wetgeving inzake intellectuele eigendom maar heeft bepalingen die relevant zijn voor de intellectuele eigendomsrechten in bepaalde gevallen in andere boeken dan Boek XI opgenomen. Hierna volgt een schematisch overzicht van de boeken die relevante bepalingen voor dit domein bevatten: Figuur 1: Wetboek Economisch Recht en relevante bepalingen voor de intellectuele eigendomsrechten Boek I: Definities • Titel 2: Hoofdstuk 9: Definities eigen aan boek XI

30

Boek XI: Intellectuele eigendom

Boek XII: Recht van de elektronische economie

Boek XV: Rechtshandhaving

Boek XVII: Bijzondere rechtsprocedures

• Titel 1: Uitvindingsoctrooien • Titel 2: Aanvullende beschermingscertificaten • Titel 3: Kwekersrecht • Titel 4: Merken en tekeningen of modellen • Titel 5: Auteursrecht en naburige rechten • Titel 6: Computerprogramma's • Titel 7: Databanken • Titel 8: Topografieën van halfgeleiderproducten • Titel 9: Burgerrechtelijke aspecten van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten • Titel 10: Aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten

• Hoofdstuk 6: Aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden

• Titel 1, Hoofdstuk 2: Afdeling 4: De bijzondere bevoegdheden voor de toepassing van boek XI • Titel 1, Hoofdstuk 4, Afdeling 1 (Algemeen) en 3 (Namaak en piraterij) • Titel 2, Afdeling 3: Auteursrecht en naburige rechten • Titel 3, Hoofdstuk 2, Afdeling 8 (Boek XI) en 12 (Belemmering van toezicht)

• Titel 1: Vordering tot staking, Hoofdstuk 4: Boek XI


Algemene situering van het auteursrecht

3.2.

Vormvrije bescherming

Men hoeft vooraf geen formaliteiten te vervullen om de auteursrechtelijke bescherming op een werk te kunnen inroepen 27. Het auteursrecht ontstaat door de loutere creatie van een werk. De Berner Conventie bepaalt uitdrukkelijk dat het genot en de uitoefening van het auteursrecht aan geen enkele formaliteit onderworpen zijn. De vermelding van een copyright notice 28 © is dus zeker niet verplicht, maar het kan wel een rol spelen voor het vermoeden van auteurschap (cf. infra) en het is ook nuttig om op deze manier te verwittigen dat er auteursrecht rust op het desbetreffende werk. Wanneer een copyright notice wordt aangebracht, doet men dit best op volgende wijze: © + naam van de rechthebbende + aanduiding van het jaar van de eerste openbaarmaking (bijv. © Tom Lanoye 2017). Bepaalde rechthebbenden zullen ook overgaan tot het deponeren van hun werk (online of offline) bij een beheersvennootschap zoals SABAM of deAuteurs. Ook het i-depot bij het Benelux Bureau voor Intellectuele Eigendom (BBIE) is populair 29. Een registratie van het werk bij de notaris of bij het registratiebureau van de Federale Overheidsdienst Financiën behoort ook tot de mogelijkheiden om een vaste datum te verlenen aan de creatie. Een dergelijk depot is geen verplichting en wordt enkel verricht om een vaste datum te registreren, zodat de auteur in een eventueel later geschil zou kunnen bewijzen dat zijn werk eerder bestond. Dit bewijs van auteurschap en/of datum kan echter ook door andere middelen aangetoond worden. Vanaf het ogenblik dat het werk origineel is, kan de auteur een beroep doen op de auteursrechtelijke bescherming.

27 28

29

Brussel 3 oktober 2013, AM 2014, 29. Art. 3 UAC bepaalt dat werken in landen die niet zijn toegetreden tot de Berner Conventie en waar een registratieverplichting geldt, zullen beschermd worden ook zonder depot of registratie als de copyright notice maar wordt vermeld. Tot 1989 had dit nog een redelijk groot belang omdat de VS nog niet toegetreden waren tot de Berner Conventie. Voor meer informatie: www.boip.int.

31


Handboek Auteursrecht

3.3.

Het auteursrecht in een notendop

Wat wordt beschermd door het auteursrecht? Originele creaties met persoonlijke stempel van de auteur Geen bescherming voor ideeën: wel voor concrete vormgeving Wie wordt beschermd door het auteursrecht? De auteur (natuurlijke persoon) die het werk creëert Hoe ontstaat het auteursrecht? Van rechtswege = vormvrije bescherming: geen formaliteiten Hoe lang duurt de exclusieve bescherming? Tot 70 jaar na overlijden van de auteur Welke rechten heeft de auteur? Exclusieve verbodsrechten: toestemming vragen aan auteur om werk te mogen gebruiken i. Vermogensrechten (exploitatierechten) – Reproductierecht (kopiëren van dvd, fotokopie van tijdschriftartikel, bewerken van boek naar film, vertaling, huur- en leenrecht) – Publiek mededelingsrecht (vertonen van een film in de bioscoop, werk ter beschikking stellen op internet, opvoeren van een toneelstuk, uitzenden van een televisieprogramma) ii. Morele rechten (persoonlijkheidsrechten) Welke uitzonderingen zijn er op het auteursrecht? i.

Gesloten lijst van uitzonderingen (zoals citaatrecht, uitzonderingen onderwijs) ii. Sommige uitzonderingen: van verbodsrecht naar vergoedingsrecht: wettelijke licenties (privé-kopie, reprografie, openbare uitlening, onderwijsuitzondering)

32


Algemene situering van het auteursrecht

3.4.

De auteursrechtelijke driehoek

Prof. Alberdingk Thijm 30 hanteert het begrip auteursrechtelijke driehoek om het spanningsveld van het auteursrecht te omschrijven waar de drie categorieën actoren/belanghebbenden van het auteursrecht gestalte krijgen: A. De auteur: Zijn rol is van zelfsprekend: de auteur creëert. Zonder auteur, geen werk. B. De exploitant: Degene die het auteursrecht exploiteert. Om het recht te exploiteren moeten deze actoren de rechten verkrijgen van de auteur door overdracht (licentie of vervreemding). Voorbeelden van exploitanten zijn: uitgevers, filmproducenten, platenmaatschappijen, toneelgezelschappen, ... De exploitant zal investeren in het werk van de auteur en de werken (trachten) op de markt (te) brengen. Voor een auteur is het niet evident om zonder tussenkomt van een exploitant zijn werk op de markt te brengen en te verspreiden, alhoewel het internet hier wel verandering in heeft gebracht. Dankzij het internet zijn uitgaven of muziek in eigen beheer mogelijk en wordt de rol van exploitant in sommige gevallen overbodig. C. De gebruiker, waarbij twee types moeten worden onderscheiden: a.

b.

30

De intermediair: te vergelijken met de exploitant maar in tegenstelling tot de exploitant, bezit de intermediair zelf geen auteursrechten. Bijv. boekhandels, bibliotheken, omroepen, bioscopen, Internet Service Providers (ISP’s). De intermediairen zullen in sommige gevallen rechten moeten “clearen” (toestemming verwerven en vergoeding betalen), zoals bijvoorbeeld de betaling aan Sabam voor de muziek bij vertonen van een film in de bioscoop. De consument: eindgebruiker van de auteursrechtelijk beschermde werken. Veel exploitatiehandelingen die de consument zal stellen, zijn meestal niet-commercieel en zullen onder de “uitzonderingen op het auteursrecht” kunnen worden ondergebracht. Dan is er dus geen toestemming vereist van de rechthebbenden. In sommige gevallen zal wel een vergoeding worden gevraagd, bijv. op een blanco C.A. ALBERDINGK THIJM, “Auteursrecht tussen auteur, exploitant en consument”, in X., De toekomst van het auteursrecht. Bijdragen symposium 15 oktober 2004, Amsterdam, XS4ALL, 2005, 14-21.

33


Handboek Auteursrecht

drager of -apparaat wanneer de consument in familiekring een film wil opnemen op dvd. Met de komst van het internet is de consument een nieuwe rol gaan spelen in het auteursrecht. Voor handelingen die niet onder de uitzonderingen vallen, zal de consument zijn verantwoordelijkheid moeten opnemen en het exclusieve recht van de auteur respecteren en bijgevolg toestemming moeten vragen.

3.5. – –

34

Test uw kennis en inzicht Situeer het auteursrecht in het kader van de intellectuele rechten en duid de belangrijkste kenmerken aan van het auteursrecht. Bespreek de auteursrechtelijke driehoek.


Hoofdstuk 4

Het object van het auteursrecht: het auteurswerk Het auteursrecht en de naburige rechten worden sinds 1 januari 2015 geregeld in boek XI WER. De specifieke sui generis bescherming van computersoftware en databanken komt verder aan bod. AUTEURSRECHT

letterkunde, kunst, wetenschap en databanken auteur/maker

NABURIGE RECHTEN

nevenrechten, verwant aan het auteursrecht rechten van uitvoerders, producenten en omroeporganisaties

bescherming van werken

bescherming van prestaties

4.1.

Wat wordt beschouwd als een “werk”?

4.1.1.

In het WER

Art. XI.165 WER: “werk van letterkunde of kunst” Onder werken van letterkunde wordt verstaan “de geschriften van welke aard ook, alsmede lessen, voordrachten, redevoeringen, preken of andere mondelinge uitingen van de gedachten” (art. XI.172 WER).

4.1.2. – –

In de Berner Conventie

art. 1: “letterkundige en kunstwerken” art. 2: niet-limitatieve opsomming (!): De term “werken van letterkunde en kunst” omvat “alle voortbrengselen op het gebied van letterkunde, wetenschap en kunst, welke ook de wijze of de vorm van uitdrukking zij, zoals boeken, brochures en andere geschriften; voordrachten, toespraken, preken en andere werken van dien aard; toneelwerken of dramatischmuzikale werken; choreografische werken en pantomimes; muzikale composities met of zonder woorden; cinematografische werken, waarmee volgens een soortgelijke werkwijze uitgedrukte 35


Handboek Auteursrecht

werken worden gelijkgesteld; werken van teken-, schilder-, bouw-, beeldhouw-, graveer- en lithografeerkunst; fotografische werken, waarmee volgens een soortgelijke werkwijze uitgedrukte werken worden gelijkgesteld; werken van toegepaste kunst; illustraties en aardrijkskundige kaarten; tekeningen, schetsen en plastische werken, betrekking hebbende op de aardrijkskunde, de topografie, de bouwkunde of de wetenschappen”.

4.1.3.

Geen duidelijke afbakening?

De vaststelling is dat zowel in het WER als in de Berner Conventie open omschrijvingen worden gehanteerd of niet-limitatieve opsommingen worden gegeven. Dit heeft als voordeel dat telkens ook nieuwe kunst- of cultuuruitingen en nieuwe vormen en informatieproducten voor bescherming via het auteursrecht in aanmerking kunnen komen. De belangrijkste criteria om te bepalen of een werk bescherming geniet zijn ontwikkeld door de nationale en Europese rechtspraak. Het gaat om originele creaties die op een concrete manier zijn vormgegeven.

4.2.

Geen bescherming van ideeën: enkel concrete, waarneembare vorm is beschermd

Een zeer belangrijk basisprincipe van het auteursrecht is dat er geen bescherming wordt verleend aan abstracte ideeën 31. Concepten op zich worden niet beschermd door het auteursrecht, de uitwerking van het concept kan echter wel beschermd zijn. Het auteursrecht beschermt dus enkel de concrete vorm, de veruitwendiging van de ideeën. Artikel 2 van het WCT-verdrag en artikel 9.2 van de TRIPS-overeenkomst bevestigen dit principe. Enkele voorbeelden uit de rechtspraak kunnen dit illustreren. Het concept om een knikkerbaan te ontwerpen die de fantasie en de motoriek van kinderen stimuleert is niet beschermd, de uitwerking ervan in een concrete vorm daarentegen wel 32. Het idee om gratis kranten te verdelen in stations van trein en metro is niet beschermd 33.

31 32 33

36

Brussel 3 oktober 2013, AM 2014, 29. Brussel 24 april 2001, IRDI 2001, 308. Voorz. Rb. Brussel 18 december 2000, AM 2002, 148.


Het object van het auteursrecht: het auteurswerk

Het idee om een gids op de markt te brengen die wegwijs maakt in het aanbod van golfbanen is op zich niet beschermbaar. Alleen de concrete vormgeving en lay-out mag niet worden nagemaakt 34. Men kan concurrenten niet verbieden om ook een golfgids op de markt te brengen, wanneer zij een verschillende vormgeving hanteren. Het idee om speciale artistieke effecten te bereiken door een collage van verschillende foto’s kan iemand niet verhinderen om dezelfde techniek te gebruiken om een resultaat te bekomen dat qua vorm geheel verschilt van het werk van de uitvinder van de techniek 35. De choreograaf Flamand liet bij “de val van Icarus” een vertoning zien van een quasi naakte danser met vleugels op de rug en aan de voeten waren televisies vastgemaakt waarop beelden werden geprojecteerd. Maurice Béjart gebruikt hetzelfde “idee” in zijn stuk “Le presbytère”, op grond van de redenering dat het om een idee ging en deze niet beschermd is door het auteursrecht. De rechter oordeelt hier anders over en zegt dat deze vertoning een concrete vorm betreft die niet zomaar door iedereen mag worden overgenomen. 36 Ook historische feiten en gebeurtenissen worden niet beschermd door het auteursrecht. Dit werd bevestigd in de “Little Black Spiders-zaak” 37. Het auteursrecht biedt geen bescherming aan ideeën, principes, methodes, feiten, gebeurtenissen, historische context. Dit is overigens ook logisch. Feiten en gebeurtenissen maken geen werken uit. Zij vloeien niet voort uit een intellectuele inspanning, zij geschieden gewoon. Niemand kan deze feiten of gebeurtenissen monopoliseren of zich toeëigenen. Hier anders over oordelen zou verstrekkende en onaanvaardbare gevolgen hebben en leiden tot de absurde situatie dat een auteur plots auteursrechtelijke bescherming zou krijgen voor waar gebeurde feiten of gebeurtenissen. Dit zou het onmogelijk maken om nog boeken te schrijven, films te maken of andere werken te creëren waarin feiten vermeld worden die reeds voordien opgetekend waren. Op feitelijke gegevens kan niemand een alleenrecht eisen.

34 35 36 37

Brussel 2 februari 2001, AM 2002, 412. Voorz. Rb. Brussel 8 juli 2002, AM 2004, 255. Brussel 18 september 1998, AM 1999, 60, noot V. CASTILLE. Kh. Brussel 3 juni 2014, C.H. t. Prime Time Audiovisual Entertainment and Communication BVBA en Davidsfonds Uitgeverij NV, onuitg.

37


Handboek Auteursrecht

De wijze waarop deze feiten of historische gebeurtenissen verwerkt worden tot een film of een verhaal, kunnen echter wel aanleiding geven tot auteursrechtelijke bescherming als dit getuigt van een zeker intellectuele inspanning en de creatieve keuzes of de persoonlijke stempel van de maker er in terug te vinden zijn. Auteurs kunnen dus zeker inpiratie vinden in bestaande feitelijke gebeurtenissen om een – al dan niet fictief – verhaal te schrijven.

4.3.

Originaliteit

Het begrip “originaliteit” of “oorspronkelijkheid” is zeer belangrijk in het auteursrecht. In de auteurswet vinden we geen algemene definitie terug van het begrip “originaliteit”. Er is sprake van originaliteit als de maker van het werk eigen of subjectieve keuzes heeft gemaakt bij de schepping of de creatie van het werk. Voor drie categorieën van werken vinden we wel de omschrijving van oorspronkelijkheid in het WER terug, met name voor foto’s (art. XI.166 § 5 WER), computerprogramma’s (art. XI.295 WER) en databanken (art. XI.186 WER). De oorspronkelijkheidvereiste wordt hier telkens omschreven als “een eigen intellectuele schepping van de auteur” 38. Het criterium van oorspronkelijkheid of originaliteit werd verder uitgewerkt door de rechtsleer en in de rechtspraak: – het werk moet de uitdrukking zijn van de intellectuele inspanning van de maker ervan; – het betreft een activiteit van de menselijke geest. De cassatiearresten van 27 april 1989 39 en 10 december 1998 40 vereisen een “individueel karakter waardoor er een schepping ontstaat”. – het werk moet de persoonlijke stempel van de auteur dragen 41. De eigen inbreng van de auteur moet terug te vinden zijn in het werk.

38

39 40 41

38

Deze definities vinden hun oorsprong in Europese richtlijnen die in Belgisch recht moesten worden omgezet, nl. art. 6 van de Richtlijn beschermingstermijn van 29 oktober 1993 voor foto’s, art. 1 van de Software-Richtlijn van 14 mei 1991 voor computerprogramma’s en art. 3.1 van de Databanken Richtlijn van 11 maart 1996 voor databanken. Op deze manier wenst Europa een geleidelijke harmonisatie van het oorspronkelijkheidsbegrip door te voeren en de verschillen hieromtrent in de nationale lidstaten weg te werken. Cass. 27 april 1989, RW 1989-1990, 362. Cass. 10 december 1998, AM 1999, 355, noot N. IDE en A. STROWEL. Cass. 25 oktober 1989, Arr.Cass. 1989-1990, 272; Cass. 10 december 1998, AM 1999, 355, noot N. IDE en A. STROWEL.


Het object van het auteursrecht: het auteurswerk

Voormelde criteria werden ook herhaald door het Hof van Cassatie. 42 In het arrest van 11 maart 2005 ging het onder meer over afbeeldingen van katten en muizen waarvan het thema geregeld voorkomt in stripverhalen en cartoons, in illustraties van kinderboeken en op verpakkingen. Het Hof van Cassatie benadrukt dat “het geheel, noch enig onderdeel, noch de combinatie van de onderdelen, noch het feit dat de respectievelijke tekeningen op een karpet zijn uitgedrukt, het geheel origineel maken.” In het Artessuto-arrest van 26 januari 2012 43 over de bescherming van “stadsgezichten” bevestigt het Hof van Cassatie de voorwaarde van “eigen intellectuele schepping van de auteur” maar “de persoonlijke stempel van de auteur is niet vereist”. Dit was een wat vreemde uitspraak omdat deze interpretatie indruist tegen reeds eerdere beslissingen van het Hof en tegen de Europese rechtspraak hieromtrent. In de rechtsleer sprak men over een “accident de parcours” 44. Eind 2013 kwam het Hof hier echter op terug en verduidelijkte het begrip oorspronkelijkheid als volgt: “Het auteursrecht geldt slechts met betrekking tot materiaal dat oorspronkelijk is in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van de auteur ervan. Een intellectuele schepping is een eigen schepping van de auteur wanneer zij de uitdrukking vormt van diens persoonlijkheid. Dit is het geval wanneer de auteur bij het maken van het werk zijn creatieve bekwaamheden tot uiting heeft kunnen brengen door het maken van vrije en creatieve keuzen. Het onderdeel van het cassatiemiddel dat ervan uitgaat dat de voorwaarde van een eigen intellectuele schepping niet vereist dat het werk het stempel draagt van de persoonlijkheid van de auteur, faalt naar recht” 45. Dit werd opnieuw bevestigd in een uitspraak van 17 maart 2014 in verband met de originaliteit van foto’s van muntstukken in een catalogus 46. De originaliteit van een werk moet beoordeeld worden: – los van de esthetisch-artistieke evaluatie; – los van het doel (kan puur commercieel);

42 43 44

45 46

Cass. 25 september 2003, IRDI 2003, 214; Cass. 11 maart 2005, AM 2005, 396. Cass. 26 januari 2012, AM 2012, 336. F. BRISON in een korte noot bij dit arrest, AM 2012, 336 en F.GOTZEN, “Het Hof van Cassatie en het begrip oorspronkelijkheid in het auteursrecht”, IRDI 2012/2, 203-204. Cass. 31 oktober 2013, RW 2014, nr. 37, 1464, met noot H. VANHEES. Cass. 17 maart 2014, ICIP 2014, 251 en AM 2015, 65. Zie eveneens Antwerpen 28 april 2014, www.ieforum.be.

39


Handboek Auteursrecht

– – –

los van de bestemming (advertentieblad of poëziebundel, beeldhouwwerk of industriële machine 47); los van de drager; los van inhoud.

Een aantal voorbeelden uit de Belgische rechtspraak: In de zaak Sofam t. Eurofreez 48 waren foto’s van kaaskroketten aan de orde. De rechtbank oordeelde dat de voor de verpakking van kaaskroketten gebruikte foto van intellectuele inspanning getuigde: door de keuze van een bepaalde opnamehoek en de belichting van de kaaskroketten diende de fotograaf een visueel effect te bekomen, dat de eetlust van de consument opwekt. Ook slogans kunnen auteursrechtelijk beschermd zijn. Zo bijvoorbeeld de slogan voor bankautomaten: “un sourire, une carte…et c’est payé!” 49. Ook de slogan “Maten, Makkers, Maes” 50 is auteursrechtelijk beschermd omdat deze deze slogan een unieke combinatie bevat van drie woorden en de alliteratietcniek hier creatief wordt aangwend. De slogan “Zoveel mensen, zoveel schoenen” werd dan weer te banaal geacht om door het auteursrecht beschermd te worden 51. Het concept “City Parade” komt niet in aanmerking voor auteursrechtelijke bescherming, aangezien de elementen waaruit de City Parade is samengesteld niet als origineel of uniek zijn te beschouwen. Een evenement waarbij men met een stoet van wagens in het kader van een bepaald thema door een stad trekt langs een vastgelegde route, is een courant gegeven. Het feit dat de City Parade wordt voorafgegaan door en wordt afgesloten met een party, dat er op grote schaal en via gespecialiseerde media promotie voor dit evenement wordt gemaakt en dat dit alles begeleid wordt door een veiligheidsplan, brengt evenmin enige originaliteit bij aan het concept 52. Gebruiksvoorwerpen kunnen beschermd worden via het auteursrecht. Een voorbeeld hiervan is de meegroeistoel voor kinderen “Tripp trapp” 53 van de Zweedse fabrikant Stokke, waarvan het hof oordeelde dat de stoel origineel is

47

48 49 50 51 52 53

40

Zie J. CORBET, “Het oorspronkelijkheidsbeginsel in het auteursrecht en de toepassing ervan op de vormgeving van een industriële machine”, AM 2006, 127-135. Rb. Brussel 21 november 2003, AM 2004, 156. Brussel 3 juni 1999, IRDI 1999, 172. Antwerpen 29 juni 2009, AM 2010, 187. Brussel 21 september 2001, AM 2002, 414, noot F. BRISON en A. COPPIETERS. Voorz. Rb. Tongeren (Kort Ged.) 22 mei 2006, AM 2006, 460. Gent 6 oktober 2003, IRDI 2004, 222.


Het object van het auteursrecht: het auteurswerk

binnen de technische en functionele vereisten van de kinderstoel. Echter, in een zaak waarin de auteursrechtelijke bescherming van een handtas ter discussie stond, werd door de rechter geoordeeld dat een gebruiksvoorwerp “waarvan naderhand is gebleken dat het een trend, een mode, misschien zelfs een stijl in de markt van de handtassen gecreëerd heeft” niet op bescherming kon rekenen 54. Pralines in de vorm van het Belgisch grondgebied werden voldoende origineel geacht om door het auteursrecht beschermd te worden 55. Concurrerende chocolatiers die deze Belgische souvenirs willen ontwerpen, zullen eerst de toestemming moeten vragen aan de auteur tenzij ze erin slagen om met een verschillende vormgeving op de markt te komen. Het idee om een onderwijsprogramma te besteden aan een specifiek onderwerp, in casu de literatuur van cinema en televisie en in het bijzonder scenariotechnieken, is niet beschermd door het auteursrecht 56. Eender welke universiteit of hogeschool kan bijgevolg dergelijke cursus organiseren. De formulering van de polisvoorwaarden van een verzekeraar komen voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking. De algemene voorwaarden waren in dit geval geformuleerd op een wijze die niet te vergelijken valt met deze van enig andere verzekeraar 57. De titel “De Sterrenplukker” van het Suske en Wiske-album is volgens het hof van beroep van Antwerpen origineel 58. Keukenrecepten 59 over biergerechten zijn niet beschermd door het auteursrecht en een klakkeloze overname van deze recepten is mogelijk. De beschrijving van een streekgerecht is niet origineel wanneer het een loutere opsomming van de ingrediënten betreft en een beschrijving van de verschillende handelingen die nodig zijn om het gerecht te bereiden op een strikt functionele wijze. Het fictieve personage “Pippi Langkous” 60 kan auteursrechtelijk beschermd worden. De combinatie van volgende elementen dient als oorspronkelijk te

54 55 56 57 58 59

60

Gent 20 oktober 2014, IRDI 2015, 91. Brussel 3 mei 2005, AM 2005, 299, noot J. CEULEERS. Brussel 27 april 2006, AM 2006, 333. Antwerpen 5 februari 2007, AM 2007, 352. Antwerpen 25 juni 2007, AM 2007, 461. Kh. Luik 26 november 2009, JLMB 2010/33, 1581. Deze uitspraak werd in beroep bevestigd: Luik 10 juni 2011, 2010/RG/145, AM 2012, 58 met noot M.C. JANSSENS. Voorz. Kh. Antwerpen 20 september 2011, RABG 2011, 1296 met noot S. WUYTS. Zie ook Brussel 31 december 1997, AM 1998, 35 (Kamiel Spiessens, cf. infra).

41


Handboek Auteursrecht

worden beschouwd: rood haar samen gebonden in twee staartjes of vlechten, een schort die als het ware dienst doet als kleedje, twee verschillende gekleurde en lange kousen (cf. de naam “Langkous”) en grote schoenen. Het zijn dus niet de karaktertrekken of het opgeroepen beeld die bescherming genieten, doch wel de concrete vormgeving van een personage dat veruitwendigd wordt in een oorspronkelijke combinatie van lichaams- en kledings-kenmerken. Ook in de Little Black Spiders-zaak 61 werd de originaliteitsvraag opgeworpen. Het onderwerp van dit vonnis betreft een fictie-langspeelfilm “Little Black Spiders” die zich afspeelt in de jaren ’70 en enkele pijnlijke gebeurtenissen in verband met verplichte abortus en illegale adopties uit die periode in beeld brengt, evenals een boekbewerking van het scenario met een gelijknamige titel als de film. De fictiefilm en het boek spelen zich af tegen een feitelijke achtergrond waarvan enkele feiten worden beschreven in een non-fictie boek dat eerder is verschenen. De auteur van het non-fictieboek beschuldigt de auteur van “Little Black Spiders” van plagiaat. Feiten en historische gebeurtenissen kunnen evenwel geen auteursrechtelijke bescherming genieten, aangezien zij geen originele werken zijn die voortvloeien uit een intellectuele inspanning. Een film met een fictief verhaal die dezelfde feitelijke achtergrond heeft als een non-fictie boek, maar grote verschillen vertoont in opzet en uitwerking, maakt dan ook geen inbreuk op de auteursrechten van de auteur van dat boek. Een non-fictie werk kan auteursrechtelijke bescherming genieten; de onderliggende feiten en gebeurtenissen kunnen dat niet, aldus de rechter. De rechtbank oordeelt in casu dat de totaalindruk van de film sterk verschilt van het boek en dat de film geen inbreuk maakt op de auteursrechten van eiseres. Beide werken hebben dezelfde feitelijke achtergrond, maar kozen een zeer verschillende uitwerking. De fictiefilm kent een klassieke verhaallijn en opbouw, terwijl het non-fictie boek geen verhaalstructuur heeft maar het thema opdeelt in verschillende hoofdstukken. Beide werken vertonen grote verschillen op vlak van de plot, de uitwerking, de personages, de ensceneringen en de afloop. De enige gelijkenis betreft de feiten. De makers van de film en van het gelijknamige boek hebben de beschikbare feiten uitgewerkt op een originele manier en hebben creatieve keuzes gemaakt. De enige gelijkenis betreft de feiten, die niet in aanmerking komen voor auteursrechtelijke bescherming.

61

42

Kh. Brussel 3 juni 2014, C.H. t. Prime Time Audiovisual Entertainment and Communication BVBA en Davidsfonds Uitgeverij NV, onuitg.


Het object van het auteursrecht: het auteurswerk

Bij de bespreking van het begrip originaliteit mag zeker niet voorbij gegaan worden aan de communautaire invulling van dit begrip door het Hof van Justitie van de EU. In het zogenaamde Infopaq-arrest van 16 juli 2009 62 formuleert het Hof wanneer in Europa een werk auteursrechtelijk beschermd is 63. Een werk is origineel wanneer het de uitdrukking is van de eigen intellectuele schepping van de auteur ervan. In de Premier League-zaak 64 trekt het Hof van Justitie de lijn van het Infopaqarrest door. In deze zaak moest het Hof zich ondermeer uitspreken over de vraag of een voetbalwedstrijd voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Geen bescherming voor voetbalwedstrijden, waarbij spelregels gelden die geen ruimte laten voor creatieve vrijheid in auteursrechtelijke zin 65, aldus het Hof, wegens gebrek aan intellectuele schepping in de zin van de richtlijn auteursrecht. Om als auteursrechtelijk werk beschouwd te kunnen worden moet het betrokken materiaal oorspronkelijk zijn in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van de auteur ervan. Ook in het Painer-arrest 66 wordt deze voorwaarde van oorspronkelijkheid herhaald en op dezelfde wijze geïnterpreteerd. De portretfoto van het in Oostenrijk ontvoerde meisje Natasha Kampusch is oorspronkelijk wanneer het gaat om een eigen intellectuele schepping van de fotograaf die bij het maken van de foto creatieve keuzes maakt en de uitdrukking is van de creatieve vaardigheden van de auteur. In het arrest van Football Dataco t. Yahoo 67 over de bescherming van kalenders van voetbalkampioenschappen (databanken) vinden we dezelfde interpretatie over het oorspronkelijkheidsbegrip terug.

62

63

64

65 66

67

HJEU 16 juli 2009, C-5/08, Infopaq International t. Danske Dagblades Forening, curia.europa.eu en AM 2009, 521. Zie ook B. MICHAUX, “Le juge national et l’originalité en droit d’auteur après l’arret Infopaq”, noot onder Brussel 1 maart 2011, AM 2013, 89. Voor een uitgebreide analyse, zie: B. MICHAUX, “L’originalité en droit d’auteur, une notion davantage communautaire après l’arret Infopaq”, AM 2009/5, 473-488 en F.W. GROSHEIDE, “Werk in uitvoering”, AM 2012, 280-298. HJEU 4 oktober 2011, C-429/08 en C-403/08, Football Association Premier League Ltd en anderen t. QC Leisure en anderen en Karen Murphy t. Media Protection Services Ltd, curia.europa.eu en AM 2012, 47, met noot E. WERKERS en K. LEFEVER. Ro. 96-97 van HJEU 4 oktober 2011, ibidem. HJEU 1 december 2011, C-145/10, Eva-Maria Painer t. Standard VerlagsGmbH en anderen, curia.europa.eu en AM 2012, 322 met noot D. VOORHOOF. HJEU 1 maart 2012, C-604/10, Football Dataco Ltd en anderen t. Yahoo! UK Ltd en anderen, curia.europa.eu en AM 2012, 331.

43


Handboek Auteursrecht

4.4.

Focus op televisie- en radioformats

De lijn tussen idee en concrete vorm is niet duidelijk te trekken in het domein van de TVformats of de rechten op concepten voor televisieprogramma’s: wanneer zijn deze ideeën voldoende uitgewerkt om door het auteursrecht beschermd te worden? Het staat vast dat om auteursrechtelijke bescherming te genieten het idee voldoende uitgewerkt moet zijn en geconcretiseerd. Hoe meer er beschreven staat, hoe beter 68. Met betrekking tot spelprogramma’s zullen het spelverloop, de spelregels, het decor, de opstelling van het spel, de stijl, de kandidaten of panelleden, de presentator of presentatoren, de tunes, de zinsbouw, het woordgebruik, de rekwisieten etc. vrij duidelijk moeten omschreven zijn en ook in die mate dat ze voor herhaling vatbaar zijn zodanig dat ze door de kijker als bepalend voor dat programma worden ervaren. De omschrijving van het concept moet een beeld geven van hoe het eindproduct er zal uit zien 69. Een mogelijke definitie van format vinden we terug in de Nederlandse rechtsleer. Haeck 70 definieert een format als: “het raamwerk of de structuur bestaande uit een combinatie van elementen op basis waarvan een serie programma afleveringen kan worden geproduceerd voor radio of televisie”. Daarenboven moet het TV-format verder ook voldoen aan de vereiste van originaliteit. En hier knelt dikwijls het schoentje: in welke mate kan men het programma een persoonlijk tintje geven van de auteur? Verschillende scenaristen zullen op basis van eenzelfde abstract idee toch verschillende originele programma’s uitwerken. De vraag of een format al dan niet origineel is, blijft een feitenkwestie en het laatste woord ligt bij de rechter die hierover moet oordelen. Een illustratie uit de rechtspraak in verband met de auteursrechtelijke bescherming van formats van radioprogramma’s betreft het arrest van het hof van beroep te Brussel van 15 oktober 2002 71. Dit arrest hervormt het vonnis van 9 juni 2000, waarbij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg besliste dat de originaliteit niet aangetoond was van de werken en dat er ook geen feiten werden aangebracht waaruit de schending van de rechten van de uitvoerende kunstenaar kon worden afgeleid.

68 69

70 71

44

Zie Brussel 3 oktober 2013, AM 2014, 29. C. DE KEERSMAEKER, “Televisieprogramma’s: auteursrechtelijk beschermd?”, Mediarecht, radio en televisie, 1994, 74. J.F. HAECK, Idee en programmaformule in het auteursrecht, Deventer, Kluwer, 1998, 12. Brussel 15 oktober 2002, AM 2003, 207, noot K. VAN DER PERRE, “Auteursrechtelijke bescherming van radioprogramma’s”, AM 2003, 211.


Het object van het auteursrecht: het auteurswerk

De feiten van deze zaak zijn de volgende: sinds 1988 werd door de VRT een radioprogramma “Golfbreker” uitgezonden op Radio 2. Dit programma wordt sinds 1992 gepresenteerd door Martin De Jonghe en betreft een dagelijkse live uitzending tijdens de vakantiemaanden juli en augustus, behalve op zaterdag. In 1998 kreeg de presentator van de VRT te horen dat er voor de editie 1999 geen beroep meer zou worden gedaan op zijn diensten en in 1999 startte de VRT naar eigen zeggen met een “nieuwe frisse ploeg” met een vernieuwing van het kustproject. Het programma dat bestond uit een aantal elementen zoals de opbouw van een kustdorp aan de Vlaamse kust waar een live publiek kon plaats nemen en een drankje kreeg aangeboden, met een dagelijkse voorstelling van artiesten en interviews over komende evenementen en acties aan de kust, een bezoek van een gastgemeente uit het binnenland die haar troeven en gastronomie voorstelt, samen met een wedstrijd rond nieuw talent en spelletjes, wordt door de VRT bijna letterlijk overgenomen met behoud van dezelfde naam “Golfbreker”. Het programma duurt, net zoals bij Martin De Jonghe, twee uren en heeft een nationaal bereik. In 1999 werden enkele nieuwe elementen aan het programma toegevoegd, met name een zoektocht naar “de tas van Tante Germaine” waar de luisteraars aan de hand van tips naar op zoek moeten gaan. Er wordt eveneens een talentenjacht georganiseerd maar onder een andere naam. De VRT gaat er van uit dat het desbetreffende programma niet origineel is, vermits het inhoudelijk noch vormelijk terug te brengen is tot de intellectuele inspanningen van de maker, i.e. Martin De Jonghe en bijgevolg geen auteursrechtelijke bescherming geniet. De auteur voert uiteraard aan dat de vormgeving van het radioprogramma zijn persoonlijke stempel draagt en bijgevolg als auteurswerk beschermbaar is. Het hof stelt dat de vormgeving van een radioprogramma moet beoordeeld worden als iedere andere vormgeving en dat deze beschermbaar is van zodra zij origineel is, met name uitdrukking geeft aan de persoonlijkheid van de maker, hetgeen betekent dat zijn geleverde intellectuele inspanning doet blijken van originaliteit. De waarneembare vormgeving dient ook niet geheel onveranderlijk te zijn om auteursrechtelijke bescherming te genieten. Het hof beoordeelt het programma in zijn totaliteit en stelt dat de individuele elementen “as such” zoals spelletjes, interviews, evenementenagenda etc., “gemeengoed zijn” maar de wijze van samenstelling, “de wijze waarop ze in hun onderlinge samenhang vorm hebben gekregen verschaft het geheel de nodige originaliteit.” Dezelfde rede-

45


Handboek Auteursrecht

nering wordt gebruikt voor de opbouw van het kustdorp: de wijze waarop het werd opgebouwd en als aantrekkingsfactor werd gebruikt, geeft het de nodige originaliteit. Aangezien het concept van het programma “Golfbreker” na 1999, quasi ongewijzigd bleef en de elementen van het radioprogramma bijna alle aanwezig blijven zonder nieuwe modaliteiten van vormgeving en er bijgevolg geen wezenlijke verschillen aanwijsbaar zijn, besluit het hof tot een schending van de auteursrechten van de auteur. Zowel de morele als vermogensrechten van de auteur werden geschonden: zonder naamsvermelding en zonder toestemming van de auteur werd de originele vormgeving van zijn programma overgenomen. Dit arrest heeft het dus duidelijk over de vormgeving van het programma en niet over het concept. In de praktijk is deze grens niet altijd even duidelijk te trekken. In de zaak Show & Tell/VTM 72 (hof van beroep te Brussel, 18 juni 1996) ging het over het concept “Easy does it” voor een televisieprogramma “Pico bello” over lifestyle en aanverwante thema’s. “Easy does it” zou één van de vaste rubrieken van het lifestyle-programma vormen. De informatie zou op verschillende wijzen aaneengepraat worden door twee dames: mededelend, in de vorm van een gesprek, door een demonstratie, door een reportage of een interview. De vordering werd door de rechter in beroep afgewezen omdat het concept niet voldoende origineel was. Volgens de rechter was de opbouw van het programma volkomen banaal en was er geen persoonlijke stempel van de auteur in terug te vinden. In de zaak “Les carnets d’émeraude” 73 heeft de rechter wel auteursrechtelijke bescherming toegekend aan een format voor een radioprogramma waarbij literaire teksten en muziek werden gemengd. Het format was volgens de voorzitter van de rechtbank voldoende origineel. In de zaak “Come and have a go” versus “De thuisploeg” 74 werd geoordeeld dat het Britse format van “Come and have a go” doet blijken van originaliteit. De verschillende elementen, zoals het aantal deelnemers, het spelverloop, de vorm van vraagstelling, de grafische weergave van vraagstellingen en vooral de integratie van de directe interactiviteit, worden op een originele wijze samen gebracht. In casu werd besloten dat “De thuisploeg” geen plagiaat was van

72 73 74

46

Brussel 18 juni 1996, AM 1996, 60. Brussel 15 februari 1996, AM 1996, 405. Voorz. Rb. Brussel 24 oktober 2005, AM 2006, 58.


Het object van het auteursrecht: het auteurswerk

“Come and have a go” omdat er te belangrijke verschillen waar te nemen waren tussen het format van “Come and have a go” en het televisieprogramma “De Thuisploeg”, zowel op het niveau van de algemene opbouw van beide programma’s, hun interactief karakter, de groepering van deelnemers in teams, het decor en de belichting in de studio, de rol, het type en de stijl van de presentator, als wat het algemene verloop van beide programma’s betreft. In de zaak “Trefpunt” op WTV-Zuid Focus-RMM werd door de rechtbank van eerste aanleg van Kortrijk 75 geoordeeld dat het loutere idee om stadstelevisie te maken onmogelijk beschermd kan worden. Ideeën op zichzelf kunnen niet beschermd worden, zelfs al zouden zij origineel zijn, aldus de rechtbank. Enkel aan de uitdrukking/vormgeving van de idee kan bescherming verleend worden. Toegepast op programma’s voor televisie wordt een format, een bepaald idee om een programma te maken rond een bepaald thema met een bepaald stramien, op zich niet beschermd. Enkel indien op een concrete wijze aan dit format vorm wordt gegeven, kan dit auteursrechtelijk beschermd worden. In de zaak “Eeuwige roem” 76 heeft de leraar Verbraecken de VRT en het productiehuis De Filistijnen gedagvaard omdat hij reeds in 2002 zijn idee en format “Superchamps” aangeboden heeft aan de VRT en verschillende productiehuizen. In januari 2008 zendt de VRT de televisiereeks “Eeuwige roem” uit over topsporters waarbij meest complete sportman wint. Volgens Verbraecken vertoont dit programma grote gelijkenissen met zijn idee en format van “Superchamps”. Volgens de voorzitter van de rechtbank vertoont het document met de omschrijving van de idee van Verbraecken onvoldoende blijk van persoonlijkheid: “het document bevat te weinig concrete vormelementen opdat het als een auteursrechtelijk beschermd format in aanmerking zou kunnen worden genomen”. In een zaak rond korte televisieclips die het bewustzijn van televisiekijkers over gevaarlijke situaties in het verkeer trachten te verhogen, hield het hof van beroep van Brussel rekening met het feit dat er geen geschreven “bijbel” of “format” bestond “waarin de kenmerken van de uitzending worden vastgelegd en dat een producent toelaat een duidelijk beeld te hebben van de stijl, de toon en het verloop van de reeks uitzendingen die hij wil maken” 77.

75 76 77

Rb. Kortrijk 11 juli 2006, onuitg. Voorz. Rb. Brussel 28 februari 2008, AM 2008, 114. Brussel 3 oktober 2013, AM 2014, 29.

47


Handboek Auteursrecht

4.5.

Wat wordt niet beschermd?

Bepaalde publicaties (“officiële akten”) van de overheid (art. XI.172 § 2 WER) worden niet beschermd: publicatie van wetteksten in het Belgisch Staatsblad, verslagen van parlementaire commissies, wetsvoorstellen en wetsontwerpen, vonnissen en arresten. Dit alles mag vrij gekopieerd worden, vertaald worden, publiek worden medegedeeld.

Echter: de bundeling van wetteksten door private personen of uitgeverijen, waarbij de bundeling door de keuze, selectie, rangschikking en presentatie origineel is, geniet wel auteursrechtelijke bescherming. Hetzelfde geldt voor samenvattingen van rechtspraak die een voldoende mate van originele verwerking vertonen. Enkel officiële akten die in verband staan met de uitoefening van de openbare macht zijn uitgesloten van auteursrechtelijke bescherming. Een brochure over de staatshervorming of de werking van Europa, of rapporten geschreven door ambtenaren genieten (in principe) wel auteursrechtelijke bescherming.

Ook de werken die in het “publiek domein” zijn terecht gekomen, zijn uitgesloten van auteursrechtelijke bescherming. Werken komen daarin terecht na het verstrijken van de beschermingsduur (zie hoofdstuk 6).

4.6. – – – –

–

48

Test uw kennis en inzicht Situeer en bespreek het object van het auteursrecht. Geef toelichting bij het criterium van originaliteit in het auteursrecht en illustreer met voorbeelden uit de rechtspraak. Geef toelichting bij de auteursrechtelijke bescherming van idee en concrete vormgeving. Geef met verwijzing naar rechtspraak twee voorbeelden waarbij de rechter oordeelde dat een bepaald werk niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking kwam. Geef ook twee voorbeelden waar wel voldoende originaliteit kon worden aangewezen. Kunnen TV-formats auteursrechtelijk beschermd zijn? Geef toelichting, mede aan de hand van voorbeelden uit de rechtspraak.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401445078 by Uitgeverij Lannoo - Issuu