Skip to main content

9789401445030

Page 1

Is dat iets voor mij, juf ? Leerlingen versterken in het keuzeproces van basis naar secundair

Karin Goosen & Simon Boone


Dit boek werd gerealiseerd met de steun van IWT-Vlajo D/2017/45/333 – ISBN 978 94 014 4503 0 – NUR 840 Vormgeving omslag: HolonCom Vormgeving binnenwerk: Fulya Toper Tekstbegeleiding: Jan De Mets © Karin Goosen, Simon Boone & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en /of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Citeerwijze: Goosen, K., Boone, S., Dehertogh, B., Kavadias, D., Mahieu, P., Van Avermaet, P., Vanhoof, J., Van Houtte, M. & Van Kerckhove, C. (2017), Is dat iets voor mij, juf? Leerlingen versterken in het keuzeproces van basis naar secundair. Leuven: LannooCampus.

Uitgeverij LannooCampus Erasme Ruelensvest 179 bus 101 3001 Leuven België www.lannoocampus.be


Inhoud Dankwoord 9 5

1

Keuzes en het Vlaamse onderwijssysteem Prestaties bepalen de keuze Latijn is het referentiepunt Hoog mikken, laag vallen

24 25 30

Verschillend aanbod van basisopties

30

Gevolgen van hoog mikken

31

Verschillen tussen schoolprofielen

31

B-stroom is geen keuze

2

23

Ik kies zelf. Hoe leerlingen de overgang naar het secundair onderwijs beleven De stap naar het secundair brengt heel wat teweeg Geen welomlijnd toekomstbeeld Lijdend voorwerp in studie- en schoolkeuze Ouders bepalen het speelveld

Een bijwijlen verwarrend plaatje van het secundair onderwijs

34

39 40 42 42 43

47

Schoolbezoeken maken indruk

47

Wat ouders en naaste familie weten

49

De leerkracht geeft info over het secundair

49

Sociale verschillen in het gebruik van informatiebronnen

54

Het watervaldenken is hardnekkig aanwezig

57

‘Latijn is ’t moeilijkste’

58

‘Boven de 70 is goed’

60

‘Onder de 70 weet je dat je lager moet gaan’

60

‘BSO is handen, KSO is voor creatievelingen’

61

‘Een moeilijke school is een goede school’

Gevoelens van futiliteit

62

64

Inhoud

Inleiding 11


3 Ouders zoeken houvast. Hoe ouders het keuzeproces aanpakken 71 Elke ouder wil het goed doen 72 Het kind kiest binnen de ‘veilige’ bakens 75 De invloed van sociale en culturele bagage op het keuzeproces van ouders 77 6

Veilige en vertrouwde keuzes

78

Vroege of late keuzes

79

IS DAT IETS VOOR MIJ, JUF?

Middenklassenouders pakken het keuzeproces proactief en trefzeker aan

80

Ouders uit lagere sociale klassen ervaren veel drempels

82

Verschillende ouders, verschillende verwachtingen van de basisschool 91

4

Hoge verwachtingen versus kritisch realisme

91

Ouders met de grootste noden blijven onder de radar

96

De leerkracht als geïsoleerde raadgever. Hoe leerkrachten de overgang naar het secundair onderwijs begeleiden 103 Er zit meer in een advies dan je denkt Breed gamma aan argumenten voor een advies Sommige argumenten wegen meer door voor bepaalde leerlingen

108

Minder zichtbare argumenten die ook meetellen

112

Impact van een advies is beperkt

115

Adviezen en werkelijke keuzes

115

Ouders beslissen

116

Leerkrachten missen ondersteuning

118

Onduidelijkheid over de rol van de leerkracht

118

Complex onderwijssysteem

122

Het advies is sterk afhankelijk van de leerkracht en de basisschool

5

104 105

124

Persoonlijke kenmerken van de leerkracht

124

Verwachtingen van alle leerkrachten

127

Samen op weg naar het secundair. Hoe basisscholen hun leerlingen voorbereiden op de overgang 133 Focus op praktijkervaringen Leerlingen coachen in hun studie- en schoolkeuze Versterken van eigenaarschap

134 135 136


Leefwereld verbreden

138

Schriftelijke en mondelinge loopbaantaal ontwikkelen

140

Leerlingen en hun ouders grondig informeren over het secundair onderwijs

143

Correct inlichten door breed ĂŠn specifiek te durven gaan

143

Gericht informeren ĂŠn samen op zoek gaan naar relevante info

145

Uitdagen om kritisch te zijn

147

150

Een proactieve school maakt voor ouders het verschil

151

Omwegen om ouders te betrekken

152

Op zoek gaan naar bondgenoten

154

Schoolcultuur, een optelsom van leerkrachten met een eigen kijk

154

Aanleidingen genoeg om bondgenoten te vinden

156

Voorbeeld: van kwaliteiten tot onderwijsloopbaanbegeleiding

158

Studie- en schoolkeuze als resultaat van een gedeeld proces

159

Nawoord door Bruno Vanobbergen, Vlaams Kinderrechtencommissaris

163

Meer lezen?

167

De praktijktools op een rijtje

169

Auteurs en promotoren

172

Inhoud

Samen met ouders: zoveel ouders, zoveel soorten samenwerking

7


Dankwoord

9 DANKWOORD

Het Transbaso-team wil graag iedereen bedanken die op welke manier dan ook bijdroeg tot het onderzoek, de ontwikkeling van tools voor de praktijk en het schrijven van dit boek. Onze dank gaat in de eerste plaats uit naar alle leerlingen, ouders, leerkrachtenteams en schooldirecties die meewerkten aan het (interventie)onderzoek. Ook danken we alle organisaties en hun medewerkers die in de loop van ons project via de gebruikersgroep en participatietrajecten hun kennis ter beschikking stelden. Verder wensen we onze oud-collega’s, Charlotte De Kock, Nele Willems, Sarah van Hoof en Eva Verstraete, die ondertussen andere professionele wegen ingeslagen hebben, te bedanken voor hun belangrijke bijdrage. Net als Jan De Mets en Mie Bruyninckx, voor hun medewerking aan de realisatie van het boek. En Rob Marcelis en de medewerkers van HolonCom voor de grafische vormgeving van de cover en titelbladen. Ten slotte bedanken we het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Techniek voor de financiering van dit Strategisch Basisonderzoek.


Inleiding

IS DAT IETS VOOR MIJ, JUF?

De overgang van basis- naar secundair onderwijs laat niemand onberoerd. Iedereen die in Vlaanderen is opgegroeid, stond ooit voor de keuze van een studieoptie en een secundaire school. Elke Vlaamse ouder wordt op een dag geconfronteerd met deze belangrijke stap voor zijn of haar kind. De commotie die bij tal van ouders, leerkrachten en politici ontstond rond de hervormingsplannen voor het secundair onderwijs toont aan hoe gevoelig deze kwestie ligt. De overgang naar het middelbaar onderwijs is dan ook het eerste belangrijke scharnierpunt in de schoolloopbaan van een kind. Hoewel het leeuwendeel van de Vlaamse leerlingen deze stap zonder al te veel kleerscheuren zet, betekenen foute of weinig doordachte keuzes door hen en hun ouders voor een niet onbelangrijk deel van de kinderen het begin van een moeilijke studiecarrière. Bovendien is het een ingrijpend moment in het gevoelsleven van leerlingen, een eerste stap richting volwassen worden. In 2010 verschenen de conclusies van het onderzoek Sociale ongelijkheid bij de overgang van basis- naar secundair onderwijs: een onderzoek naar de oriënteringspraktijk, uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse minister van Onderwijs. Deze studie toonde vijf pijnpunten in de transitie tussen basis en secundair aan. Ten eerste bleek dat de keuzes van leerlingen nog steeds ten dele bepaald worden door de sociale herkomst van hun ouders. Kinderen uit gezinnen met een hoge Socio-Economische Status (SES) zijn meer geneigd te kiezen voor studieopties als Latijn en moderne – tegenover techniek, sociaal-technische vorming, enzovoort – dan leerlingen uit gezinnen met een lage SES, zelfs al zetten deze laatsten vergelijkbare prestaties neer in het basisonderwijs. Ten tweede kwam naar voren dat keuzes voor een technische optie in het eerste jaar A vaak uitgesproken negatief waren. Leerlingen kozen hiervoor omdat ze ervan uitgingen dat andere studies te moeilijk zouden zijn, eerder dan dat ze

INLEIDING

Aanleiding voor dit boek

11


IS DAT IETS VOOR MIJ, JUF?

12

oprecht geïnteresseerd waren in de aangeboden vakken. Een derde vaststelling was dat bepaalde groepen van ouders, namelijk zij met een lage opleiding of een migratieachtergrond, minder gemakkelijk bereikt worden door de basisschool, om hen te informeren over de overgang naar het secundair onderwijs. Ten vierde bleek dat er erg weinig contact is tussen het basis- en middelbaar onderwijs, wat leidt tot wederzijds onbegrip en soms zelfs frustraties. Tot slot stelden de onderzoekers vast dat in heel wat basisscholen een duidelijk en gedragen beleid inzake studie- en schoolkeuze ontbreekt. Leerkrachten gaven vaak aan het gevoel te hebben er alleen voor te staan en niet altijd te weten wat er van hen verwacht werd. De opgesomde pijnpunten verwijzen meteen naar de drie belangrijkste actoren bij de overgang naar het secundair onderwijs, met name de leerlingen, de ouders en de leerkrachten uit het basisonderwijs. De overstap draait uiteraard in de eerste plaats om de leerlingen zelf. Het zijn zij die aan het begin staan van het tweede deel van hun schoolloopbaan, het zijn zij die in het beste geval een bewuste keuze maken voor de school en de studies die hun voorkeur wegdragen. De jonge leeftijd waarop dit moet gebeuren – doorgaans in het kalenderjaar waarin ze twaalf jaar worden – zorgt er echter voor dat ook de ouders een heel belangrijke rol spelen in het proces. Die beslissen mee en zijn daarom een heel belangrijke partner in het keuzeproces. Tot slot zijn er de leerkrachten in de basisschool. Zij zijn de enige onderwijsprofessionals tot wie alle ouders en leerlingen potentieel toegang hebben. Daarom vormen ze een echte steunpilaar in het hele keuzeproces.

Waarom dit boek? Met dit boek willen we de inzichten uit het eerder vermelde onderzoek verder uitdiepen en, steunend op deze kennis, aanzetten tot reflectie en suggesties voor de onderwijspraktijk meegeven. We baseren ons hiervoor op onderzoek dat werd gevoerd in het kader van Transbaso, een grootschalig onderzoeksproject dat leerlingen bevroeg die op het punt stonden een studie- en schoolkeuze te maken, net als hun ouders en hun leerkrachten. We willen hier het perspectief van elk van deze actoren op de overgang van basis- naar secundair onderwijs voor het voetlicht brengen. Daarbij houden we telkens voor ogen dat de studie- en schoolkeuze bij de transitie basis-secundair een zaak is van deze drie actoren samen.


Voor wie geschreven? Dit boek richt zich in de eerste plaats tot leerkrachten, zorg- en SES-leerkrachten, directies, CLB-medewerkers en andere onderwijsprofessionals die van dichtbij of verderaf betrokken zijn bij studie- en schoolkeuzes. Via inspirerende verhalen (Kleine Helden) vertalen we in elk hoofdstuk de opgedane kennis naar praktijken die op de werkvloer hun nut hebben bewezen. We bieden ook reflectievragen aan, die je uitdagen om kritisch te kijken naar jouw huidige praktijk. Zo willen we je wijzen op de uitdagingen die de overgang basis-secundair aan onderwijsprofessionals stelt, zonder evenwel de vertaalslag naar de onderwijspraktijk van alledag uit het oog te verliezen. Dit boek wil immers een prikkelend verhaal brengen, dat het belang van werken rond studie- en schoolkeuze bij de transitie basis-secundair onderstreept.

13 INLEIDING

De overgang van het basis- naar het middelbaar onderwijs gaat voor leerlingen in eerste instantie over het kiezen van een school en studies die bij hen passen. Doorheen dit boek zal duidelijk worden dat dit lang niet voor elke leerling een evidente klus is. De onderwijsstructuur in de eerste graad van het secundair onderwijs is weinig transparant. Het vraagt dus behoorlijk wat kennis van het systeem om goed te kunnen inschatten wat de gevolgen van een keuze zijn. Bovendien zorgt de jonge leeftijd waarop leerlingen moeten kiezen ervoor dat ze dit niet altijd even bewust doen. Leerlingen steunen in belangrijke mate op informatie die ze krijgen van ouders, broers of zussen, leerkrachten, vrienden en andere personen in hun omgeving. De kwaliteit van die informatie en de manier waarop ze wordt aangebracht, hebben een grote invloed op de kijk van kinderen op het secundair onderwijs. Niet alle leerlingen kunnen terugvallen op ouders die het onderwijssysteem goed kennen. Voor hen is het essentieel dat ze op de basisschool goed geĂŻnformeerd worden over de verschillende mogelijkheden in het secundair en over de gevolgen van hun keuzes. Leerkrachten kunnen dus een cruciale rol spelen in het wegwijs maken van leerlingen en hun ouders in het secundair onderwijs, hetgeen echter ook voor hen geen evidente zaak is. In dit boek proberen wij hen aan de hand van reflectievragen en inspirerende verhalen op weg te zetten.


HET TRANSBASO-ONDERZOEK Doel van het onderzoek

IS DAT IETS VOOR MIJ, JUF?

14

Vooraleer je in de hoofdstukken duikt, willen we graag ingaan op de onderzoeksgegevens die aan de basis van dit boek liggen. Onze bevindingen zijn het resultaat van drie jaar intensief onderzoek in 36 basisscholen in Antwerpen en Gent. Het onderzoek in het kader van dit Transbaso-project had een dubbel doel. Ten eerste wensten we de kennis over studie- en schoolkeuzeprocessen bij de overgang van basis- naar secundair onderwijs uit te diepen. Ten tweede gingen we in een beperkter aantal basisscholen na hoe interventies, opgezet om studie- en schoolkeuzeprocessen te versterken en te verbeteren, effectief veranderingsprocessen in gang zetten. De onderzoeksactiviteiten vielen ruwweg uiteen in drie grote luiken. Het eerste bevatte een reeks van grootschalige bevragingen van leerlingen, hun ouders en hun leerkrachten in alle 36 scholen. In het tweede luik organiseerden we kleinschaligere bevragingen, door leerlingen, leerkrachten en ouders te interviewen. Ten slotte voerden we een reeks van procesevaluaties uit bij de interventiescholen. In dit kader namen we interviews met directeurs af en organiseerden we focusgroepen en groepsgesprekken met leerkrachten(teams) en leerlingen.

De Transbaso-scholen Transbaso beperkte zich tot basisscholen in Antwerpen en Gent. De keuze voor deze steden is niet toevallig. Het project had immers tot doel om in uiteenlopende schoolcontexten de studie- en schoolkeuze te bestuderen bij een diverse groep leerlingen, zowel wat betreft het al dan niet hebben van een migratieachtergrond als wat betreft de socio-economische achtergrond van de ouders. De Transbaso-scholen moesten ook voldoende variatie in schoolprofielen vertonen. Zo werd er bij de selectie rekening gehouden met het onderwijsnet en het percentage leerlingen met een laagopgeleide moeder. Voor elke stad werden de onderwijsinstellingen eerst per onderwijsnet opgedeeld in een lijst van vrije scholen enerzijds en scholen van het officieel, gesubsidieerd onderwijs en het gemeenschapsonderwijs (GO!) anderzijds. Daarna werd elk van deze vier lijsten – twee voor Antwerpen en twee voor Gent – verder opgedeeld in drie lijsten, naargelang het aantal leerlingen met een laagop-


geleide moeder: een eerste groep met de 33% scholen met het laagste percentage leerlingen met een laagopgeleide moeder, een groep met de 33% scholen met een gemiddeld aantal leerlingen met een laagopgeleide moeder en een groep met de 33% scholen met het hoogste aantal leerlingen met een laagopgeleide moeder. Uit deze twaalf lijsten (zie tabel 0.1) trokken we vervolgens toevalssteekproeven. 15

Gent

Antwerpen

TOTAAL

Laag # indicatorleerlingen

3

3

6

Midden # indicatorleerlingen

2

3

5

Hoog # indicatorleerlingen

3

3

6

Vrij onderwijs

GO! en OGO Laag # indicatorleerlingen

3

3

6

Midden # indicatorleerlingen

4

3

7

Hoog # indicatorleerlingen

3

3

6

TOTAAL

18

18

36

Vervolgens bevroegen we in deze 36 scholen drie opeenvolgende groepen leerlingen en hun ouders aan de hand van vragenlijsten, vlak voor de overgang naar het secundair onderwijs. Om ons een beeld te kunnen vormen van de schoolcultuur in de onderzochte onderwijsinstellingen, namen we ook enquĂŞtes af bij de leerkrachten en directies. De eerste twee groepen leerlingen gaven we ook een vragenlijst na het eerste semester van hun eerste jaar in het secundair. In onderstaande tabel (0.2) geven we een overzicht van de bevragingen en het aantal deelnemende leerlingen per bevragingsronde. In totaal werden in het kader van de grootschalige bevragingen ruim 3000 leerlingen bevraagd over hun keuzeproces.

INLEIDING

TABEL 0.1 Gerealiseerde steekproef


TABEL 0.2 Overzicht van de bevragingen van leerlingen, totaal aantal bevraagde leerlingen (in vet) en totaal aantal bevraagde ouders (in cursief) in de 36 Transbaso-scholen

IS DAT IETS VOOR MIJ, JUF?

16

Groep 1

Groep 2

Groep 3

Meting

Meting

Meting

Meting

Einde 5de

Begin 6de

Einde 6de

Einde 1ste

leerjaar*

leerjaar

leerjaar*

semester

mei-juni '14

april-mei '15

februari-april '16

1116

1049

597

962

960 september-

april-mei '16

februari-april '17

oktober '15

1128

565

1131

1044

september-

april-mei '17

oktober '16

1152

1181

984

Op meetmomenten aangeduid met een * werden ook ouders, directies en leerkrachten bevraagd.

Interviews Naast de herhaaldelijke enquêtes met vragenlijsten namen drie Transbaso-onderzoekers ook een reeks interviews af met de drie voornaamste actoren in het keuzeproces: leerlingen, ouders en leerkrachten van het zesde leerjaar. Onderstaande tabel (0.3) biedt een overzicht van het aantal interviews. TABEL 0.3 Overzicht van het aantal afgenomen interviews en de observaties van oudercontacten

Leerlingen

Aantal geïnterviewde leerlingen/

Aantal keren geïnterviewd

ouders/leerkrachten

en tijdstip van interview

interviews: 23 leerlingen

2x

6de leerjaar uit 2 scholen

eerste ronde: februari ’16 tweede ronde: juni ’16

focusgroepen: 1 x 7 leerlingen 6de leerjaar 1 x 8 leerlingen 6de leerjaar uit 2 scholen

april ’16


Aantal geïnterviewde leerlingen/

Aantal keren geïnterviewd

ouders/leerkrachten

en tijdstip van interview

interviews:

eerste ronde:

32 ouders

november ’15 - februari ’16

Ouders

14 ouders

tweede ronde:

25 ouders

februari ’16 – april ’16

uit 4 scholen

derde ronde:

Leerkrach-

interviews:

1x

ten

15 leerkrachten 6de leerjaar

mei ’15 – juni ’15

uit 11 scholen Oudercon-

observaties:

tacten

36 oudercontacten

februari ’15 – juni ’15

in 6 scholen 204 oudercontacten doorheen 6de

oktober ’15 - april ’16

leerjaar in 4 scholen

Procesevaluaties In 24 van de 36 Transbaso-scholen vond ook een interventie-onderzoek plaats. In de helft van deze scholen – zes in Gent en zes in Antwerpen – zetten twee projectmedewerkers trajecten op rond de zes Transbaso-doelstellingen: (1) het in kaart brengen en communiceren van competenties van leerlingen, (2) het vergroten van de kennis over het secundair onderwijs, (3) het veranderen van negatieve percepties over technisch en beroepssecundair onderwijs, 4) optimaliseren of stimuleren van communicatie tussen alle betrokkenen, (5) het professionaliseren van de onderwijsloopbaanbegeleiding en tot slot (6) het netwerken tussen verschillende betrokkenen. De projectmedewerkers doorliepen na een intakegesprek met twaalf scholen drie schooljaren lang een actief traject en evalueerden op die manier continu het proces dat plaatsvond. Eenmaal per jaar voerde een van de Transbaso-medewerkers ook een procesevaluatie uit, in de vorm van een (groeps)interview met directie en/of (een team van) leerkrachten. In enkele interventiescholen hielden we bovendien focusgroepsgesprekken met leerlingen, om te peilen naar de manier waarop zij de interventies ervaarden.

17 INLEIDING

februari ’17 – april ’17


IS DAT IETS VOOR MIJ, JUF?

18

In de overige twaalf basisscholen vond geen actieve interventie plaats. Ze kregen wel het materiaal aangeboden dat ontwikkeld werd bij de ondersteuning van de interventiescholen. We kozen samen met de scholen een doelstelling waarrond ze wilden werken, met daaropvolgend een halfjaarlijkse evaluatie: één keer telefonisch en één keer via een (groeps)interview met directie en/of leerkrachten(teams) aan het eind van het schooljaar. De meeste interventie-scholen werkten gedurende het project (zie tabel 0.4) rond meerdere doelstellingen. TABEL 0.4 Transbaso-doelstellingen waarrond interventie-scholen werkten Doelstelling

Aantal

Acties

scholen In kaart brengen van

13

Werken met talenten, breed evalueren, port-

en communiceren over

folio’s en interactieve werkvormen gebruiken,

competenties

differentiëren, ateliers organiseren, klasdoorbrekend werken, zelfevaluatie van leerlingen gebruiken als vorm van evaluatie …

Verhogen van de ken-

5

Organiseren van schoolbezoeken op basis van

nis over het secundair

interesse, snuffeldagen in de B-stroom voor

onderwijs

leerkrachten en themadagen voor hen; leerkrachten secundair die een vak komen geven, IT, informatiebeurs over het secundair opzetten, verklarende infografiek gebruiken …

Veranderen van nega-

5

Techniekdag en ateliers organiseren, oud-

tieve percepties over

leerlingen uitnodigen die vertellen over hun

technisch en beroeps-

richting, leerlingen een les laten volgen in tech-

secundair onderwijs

nische of beroepsscholen, leerkrachten bewust maken van hun eigen kijk op leerlingen …

Communicatie tussen

8

Ouders betrekken bij het studie- en schoolkeu-

alle betrokkenen bevor-

zeproces, werkmomenten met hen organise-

deren

ren, kindcontacten opzetten, aanklampend werken bij ouders, ouders van kinderen uit het 4de en 5de jaar betrekken …


Doelstelling

Aantal

Acties

scholen Professionaliseren rond

11

Studie- en schoolkeuzetraject in de derde graad

onderwijsloopbaanbe-

expliciteren, beleid rond zittenblijven opzet-

geleiding

ten en afwegingskader rond het overdoen van een jaar gebruiken, onderwijsloopbaanbeleid bespreken en verder verfijnen met het hele

Netwerken tussen verschillende betrokkenen

4

Atelierwerking met de buurt opzetten, ouders betrekken via een netwerk met hen …

INLEIDING

team …

19


OPBOUW VAN HET BOEK Dit boek is ingedeeld in vijf hoofdstukken.

IS DAT IETS VOOR MIJ, JUF?

20

In het eerste hoofdstuk gaan we in op de huidige situatie in Vlaanderen. Daarbij behandelen we het aanbod aan studieopties en scholen, welke leerlingen in welke studierichtingen terechtkomen en hoe keuzes gemaakt aan het begin van het secundair onderwijs gevolgen kunnen hebben op langere termijn. Het tweede hoofdstuk laat de stem van leerlingen luid weerklinken. We gaan in op hoe leerlingen de overgang van basis naar secundair beleven, we bekijken de bronnen die ze gebruiken om zich over het secundair onderwijs te informeren en de manier waarop ze uiteindelijk een keuze maken. Verder staan we uitgebreid stil bij de rol van stereotiepe ideeÍn over het secundair onderwijs in het keuzeproces, en bij hun nefaste invloed op het beeld dat leerlingen over zichzelf hebben. Voor het derde hoofdstuk zoomen we in op de ouders. Eerst bekijken we de cruciale rol die ouders spelen in het keuzeproces. Die is zeer belangrijk, gezien de jonge leeftijd waarop de leerlingen kiezen. Vervolgens focussen we op verschillen tussen de vaardigheden van ouders om hun kind bij de keuze te begeleiden. Hun mogelijkheden daartoe verschillen volgens de culturele en sociale achtergronden. Nadien bespreken we kort de motieven voor studie- en schoolkeuze. Tot slot gaan we in op de verwachtingen die ouders koesteren ten aanzien van de basisschool, met betrekking tot de overgang van basis naar secundair. In het vierde hoofdstuk focussen we op de rol van de leerkracht en het schoolteam in het studie- en schoolkeuzeproces van leerlingen en ouders. We belichten de rol die leerkrachten zichzelf toedichten in dit proces en de manier waarop ze adviseren, maar ook de hinderpalen die ze ervaren. In het vijfde hoofdstuk bekijken we wat basisscholen ondernemen, en delen we ervaringen over welke interventies werkten en over welke keuzes scholen kunnen maken. We geven een inkijk in hoe scholen aan de slag gingen met leerlingen, ouders en leerkrachten/collega’s, om vaster in hun schoenen te staan bij de begeleiding van een studie- en schoolkeuzeproces en de onder-


wijsloopbaan van leerlingen. We blikken geregeld terug op wat we in de vorige hoofdstukken hebben vastgesteld. De conclusies en succeservaringen rond de zes Transbaso-doelstellingen vormen hier het uitgangspunt. De eerste vier hoofdstukken worden aangevuld met enkele inspirerende verhalen en praktijktips. De inspirerende verhalen brengen praktijken voor het voetlicht van leerkrachten uit scholen die bij het Transbaso-onderzoek betrokken waren. Het gaat om doorgaans kleine praktijken die, in de specifieke context van de school waarin ze tot ontwikkeling kwamen, een verschil maken voor ouders en leerlingen. Met de kaders met praktijktips willen we je aanzetten om de manier waarop je leerlingen voorbereidt op de overgang naar het secundair kritisch onder de loep te nemen. Hiervoor stellen we gerichte vragen, die stimuleren om nieuwe praktijken uit te proberen. Hier en daar verwijzen we ook naar onze website: www.vanbasisnaarsecundair.be. Deze biedt concrete praktijken en handvatten over hoe je als leerkracht specifieke uitdagingen in verband met studie- en schoolkeuze kunt aanpakken. Het vijfde hoofdstuk verschilt van de vorige delen, omdat het vertrekt vanuit doorleefde praktijkervaringen, die we koppelen aan de onderzoeksresultaten uit de eerste vier hoofdstukken. We eindigen het boek met een ‘uitsmijter’ van kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen, die onze onderzoeksresultaten kritisch onder de loep neemt. Wie zich verder wil verdiepen in processen van studie- en schoolkeuze, vindt achteraan in dit boek een leeswijzer met bronnen. Hierin namen we zowel bronnen op waarnaar we in de hoofdstukken verwijzen, als extra lectuur. We doorspekken het geheel met citaten uit de vele interviews met leerlingen, ouders en leerkrachten. Daarbij gebruiken we fictieve namen. Alle citaten zijn afkomstig van leerlingen en leerkrachten uit het zesde leerjaar, tenzij anders aangeduid. We wensen je een aangename leeservaring en een behouden overtocht!

21


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook