INHOUD HOOFDSTUK :
Kokkie glijdt uit
11
HOOFDSTUK :
Ontmoeting met een draak
34
HOOFDSTUK :
Hoe ik een giraf raak met een noot 53
HOOFDSTUK :
De regels van Het Instituut
68
HOOFDSTUK :
De klas van meester Weetal
84
HOOFDSTUK :
Het spruitengevecht
95
HOOFDSTUK :
Als je honger hebt, moet je cake bakken
120
HOOFDSTUK :
Hoe El Sid bij Het Instituut belandde Of: Het bijzonder droevige verhaal van El Sid 134
HOOFDSTUK :
Gestraft met chocolade
144
HOOFDSTUK :
Het ontsnappingsplan
160
Het hoofdstuk waarin we rennen voor ons leven
173
Het Instituut voor Zeer Ongehoorzame Kinderen
195
HOOFDSTUK :
De grote ontsnapping
202
HOOFDSTUK :
Een blij weerzien
220
HOOFDSTUK :
Op bezoek bij Kokkie
226
HOOFDSTUK :
Loket 867
234
HOOFDSTUK :
Zoeken naar een speld in een hooiberg
256
HOOFDSTUK :
HOOFDSTUK :
HOOFDSTUK :
Met z’n zessen op een motorfiets 268
HOOFDSTUK :
Gronda Gribbel zit in de problemen 281
HOOFDSTUK :
Hoe het verder ging…
289
Hallo! Ik ben Max. Voluit:
Mijn vader is namelijk een prins. Niet die van Nederland of BelgiĂŤ natuurlijk. Hij is de prins van Mocano. Waar dat precies ligt, weet ik niet, maar het is heel ver weg en je kunt er moeilijk komen. Mijn moeder is ontdekkingsreiziger. Daarom is ze er niet, ze heeft het erg druk met het ontdekken van onontdekte plekken op de aarde. 6
Omdat geen van mijn ouders in de buurt is, woon ik in de gevangenis. Nee, niet in een cel! Ik woon in de keuken van de gevangenis. Daar heeft mijn tante Kokkie een voorraadkamer voor me leeggemaakt. Het is een kamertje waarin net een bed, een tafel en een kleerkast passen. Het is heel klein, maar ook heel gezellig. Ik deel de kamer met Stefaan, mijn eekhoorn. Hij woont in de la van mijn kleerkast.
7
Af en toe help ik Kokkie in de keuken wanneer ze kookt voor de meer dan tweehonderd gevangenen. Iedereen is dol op Kokkies kookkunsten! Zo dol dat sommige gevangenen hier zelfs helemaal niet weg willen! De Reus bijvoorbeeld. Hij helpt soms in de keuken, net als Speedy Sam en Bob met de Vlugge Vingers.
Kokkie is dolverliefd op Gustaaf. Hij brengt elke dag groenten, fruit, eieren en andere dingen langs met zijn vrachtwagen.
8
Naar school ga ik niet. Gelukkig is er Trixie, de dochter van de gevangenisdirecteur en mijn aller-รกllerbeste vriendin. Ze is ontzettend slim en leert me alles wat kinderen normaal op school leren. Trixie is geweldig!
Of het saai is in de gevangenis? Nee hoor! Er gebeurt altijd wel wat. De ene keer vind ik een sleutelgaatje in de achterkant van een fornuis dat naar een geheime gang leidt; een andere keer komt de koningin op bezoek en wordt ze gekidnapt. Af en toe gaan we zelfs op reis. Naar het Hoge Noorden bijvoorbeeld, om Kokkies vader te zoeken. Die avonturen vertel ik aan Mathilda, die ze opschrijft zodat jullie ze kunnen lezen. Ik hoop dat je er veel plezier aan beleeft!
9
HOOFDST U K 1
Kokkie glijdt uit
BAM
Wat! Een! Klap! Was! Dat!
AUWAUWAUW AUW AU AUWAUW
Het geluid kwam uit de keuken. Het ging door merg en been. Het ging zo diep dat ik het in mijn kleine teen voelde. 11
Ik liet me van mijn stoel glijden en rende mijn kamer uit. In de keuken lag Kokkie op de grond in een enorme rode plas.
12
13
Mijn hart bleef een paar seconden stilstaan. Wat was er gebeurd? Was dat bloed? Ik knielde naast Kokkie neer. Toen zag ik de honderden gehaktballetjes die we die ochtend samen gerold hadden. Wat verder lag een ketel op de grond. Zo te zien was Kokkie uitgegleden met een soepketel in haar handen. Het rode spul was tomatensoep met balletjes. ‘Kokkie?’ vroeg ik. ‘Is alles goed met je?’ Kokkie antwoordde niet. Ze bewoog zelfs niet. Ze lag doodstil op de grond. Haar ogen waren gesloten en ze maakte geen geluid. Haar gezicht was even wit als haar overall en haar koksmuts. ‘Kokkie!’ riep ik wat luider. ‘Kokkie! Word wakker!’ Maar er gebeurde niets. Kokkie bleef roerloos liggen. Ik probeerde haar op te tillen, maar dat lukte niet. Kokkie was veel te groot en te zwaar voor mij. Ik kwam weer overeind. Kokkies been lag in een rare hoek onder haar lichaam gebogen. Ik probeerde me voor te stellen hoe het daar terechtgekomen was. Het moest verschrikkelijk veel pijn doen.
14
Toen zag ik mijn eekhoorn Stefaan door de rode plas heen en weer rennen. Hij viste noten tussen de balletjes uit. Dat was vreemd. Kokkie en ik hadden helemaal geen noten in de soep gedaan. In mijn hoofd begon iets te tikken en te klikken. Ik voelde een paar radertjes verspringen. Wat deed Stefaan in de keuken? Hij mocht hier niet zijn. Kokkie had me streng verboden om de eekhoorn uit mijn kamer te laten wanneer zij aan het koken was. Ik keek naar de plank waarop de noten stonden. De pot was omgevallen. Alle noten waren op de grond gerold. KLIK ging een radertje in mijn hoofd. Die omgevallen pot moest het werk van Stefaan zijn. De eekhoorn hield een noot tussen zijn pootjes en schudde er even mee. Hij luisterde ingespannen en gooide de noot toen op de grond. KLIK ging weer een radertje. De machinerie in mijn hoofd begon op volle toeren te draaien. Ik kon bijna zien wat er gebeurd was. 15
Stefaan was ontsnapt uit mijn kamer. Hij had geprobeerd de pot noten open te maken, maar dat was niet gelukt. Toen had hij de pot van de plank geduwd zodat alle noten over de grond waren gerold. En daarover was Kokkie uitgegleden.
‘Stefaan!’ riep ik boos. ‘Kijk nu toch wat je gedaan hebt!’ De eekhoorn keek me een paar seconden aan. Hij was het niet gewend dat ik boos op hem was. Snel griste hij een paar noten bij elkaar en rende naar mijn slaapkamer. 16
Ik hoorde hem in de la van mijn kast kruipen.
Ik knielde weer naast Kokkie. ‘Kokkie!’ probeerde ik opnieuw. ‘Word wakker! Doe je ogen open! Zeg iets!’ Er gebeurde niets. Ik wuifde met mijn hand voor haar gezicht. Ik duwde zachtjes tegen haar arm. Ik kneep in haar linkerwang. Ik kneep in haar rechterwang. Ik trok haar linkeroog open. Ik trok haar rechteroog open. Ik blies in haar linkeroor. Ik blies in haar rechteroor.
17
Ik kneep haar neus dicht. Ik kietelde onder haar kin. Ik riep een paar keer heel luid: ‘Kokkie!’ Maar niets hielp. Kokkie bleef roerloos liggen. Ik voelde tranen achter mijn ogen prikken.
De deur van de keuken ging open. Magere Jan, het keukenhulpje, kwam binnen. Toen hij Kokkie op de grond zag liggen, slaakte hij een gil en sloeg zijn handen voor zijn mond. ‘Max!’ riep hij. ‘Wat is er gebeurd? Wat heb je gedaan?’
18
19
Ik keek Magere Jan aan en begon te snikken. Was Kokkie dood?
‘Kokkie is uitgegleden’, snikte ik. ‘Over noten…’ Ik veegde de tranen weg met mijn hand, maar ze bleven komen. ‘Denk je dat ze dood is, Magere Jan?’ vroeg ik met een bange stem. ‘Dat kan toch niet?’
Magere Jan knielde naast Kokkie neer. Hij snoof diep. 20
‘Soep!’ zei hij opgelucht. ‘Het is tomatensoep! Ik dacht dat het bloed was.’
Hij legde zijn oor op Kokkies borst. Toen sloot hij zijn ogen en luisterde ingespannen. Ik wachtte ademloos af. ‘Ze is niet dood’, zei Magere Jan. ‘Ik hoor haar hart kloppen. Waarschijnlijk is ze bewusteloos.’
Bewusteloos? Ik had geen flauw idee wat bewusteloos betekende. Was het erg? Had het iets te maken met Kokkies been dat in een rare hoek lag? 21
‘Ga vlug de directeur halen’, zei Magere Jan. ‘Kokkie moet zo snel mogelijk naar het ziekenhuis.’
22
Ik rende zo snel mijn benen me dragen konden naar het deel van de gevangenis waar de directeur woonde. Ik bonkte met beide vuisten op de deur en riep luid: ‘Doe open! Vlug! Doe open!’
23