Skip to main content

9789401444897

Page 1

Lilly en Max

in  de  wereld van  oma Kathleen Aerts

met illustraties van Jeroen Ceulebrouck


Oma is verdwaald ‘Ik wil nooit meer naar oma!’ roept Max terwijl hij uit de auto stapt. Met een harde klap gooit hij het portier van de auto dicht. ‘Ze heeft helemaal niks gezegd. Zelfs niet over de tekening die ik voor haar heb gemaakt. En daar had ik zo lang aan gewerkt!’ De bal die voor zijn voeten rolt, moet eraan geloven. Met een luide knal schopt hij hem naar de andere kant van de tuin. ‘Ze weet zelfs niet meer hoe ik heet’, zegt hij zachtjes voor hij overstuur naar binnen loopt. Mama loopt hem achterna, maar Max zit binnen al in een hoekje op de grond tussen zijn speelgoed. ‘Laat me met rust!’ schreeuwt hij terwijl hij zijn armen en benen stokstijf tegen zijn lijf aantrekt. Alsof dat harnas van ledematen hem kan beschermen tegen zijn ontgoocheling. Mama gooit haar tas op de grond en laat zich naast Max zakken. Ze ziet er ineens heel moe uit. Ze streelt Max’ haren en kust zijn voorhoofd. Maar Max duwt zijn moeder van zich af, veegt haar kussen van zijn gezicht en begraaft zijn hoofd nog dieper tussen zijn armen. Max’ zus Lilly komt nu ook binnen. Van bij de deur bekijkt ze het tafereel. ‘Ik wil eigenlijk ook niet meer mee.’ Ze schrikt zelf van de woorden die uit haar mond rollen. Hoewel ze nog steeds onbewogen op datzelfde plaatsje bij de voordeur staat, zijn alle ogen in de kamer ineens op haar gericht. Beschaamd kijkt Lilly naar de grond. Haar wangen voelen plots heel warm aan. ‘Ik vind het erg voor oma’, stamelt ze. ‘Maar het is echt niet meer fijn om bij haar op bezoek te gaan. Ze is zo stil en ze kijkt zo raar. Soms vind ik het zelfs een beetje eng als ze naar mij staart. Dan lijkt ze zelfs niet meer op oma.’ Een dikke traan rolt over haar wang.

9


‘Kom eens bij mij, lieve schatten’, zegt mama, terwijl ze naast Max op de grond gaat zitten en haar armen om haar kinderen slaat. Lilly nestelt zich dicht tegen mama aan. ‘Dit is allemaal niet gemakkelijk. Niet voor jullie, niet voor mij en voor tante Mieke. En niet voor oma.’ Mama haalt diep adem voor ze verder gaat: ‘Oma houdt heel veel van jullie. Dat weet ik heel zeker. Dat heeft ze altijd gedaan. Vanaf het moment dat jullie geboren zijn, was zij jullie grootste fan.’ Mama probeert te glimlachen, maar haar mond trilt. Lilly en Max luisteren met grote ogen. ‘Ik wéét dat ze blij is om jullie te zien. En ik wéét ook dat ze jouw tekening helemaal geweldig vond, Max. Maar in haar hoofd is het soms een beetje donker. Zoals vandaag. Dan gaat het licht uit en verdwaalt ze in haar eigen wereld. Dan vindt ze geen woorden meer en is ze helemaal de weg kwijt. Dan vindt ze zelfs ons niet meer. Ook al zitten we vlak naast haar…’ ‘Ik mis haar, mama’, zegt Lilly zacht. ‘Ik vond het altijd zo leuk om samen met haar te tekenen en te zingen. En ze streelde altijd nog eens door mijn haren, vlak voor we naar huis gingen. Dat doet ze nooit meer.’ ‘Ik mis haar ook’, snikt Max. ‘De lekkere warme chocolademelk die ze voor ons maakte. Mijn lievelingssnoepjes die ze altijd kocht…’ ‘Snoepjes heb ik niet, maar zal ik eens proberen of ik ook zo’n lekkere warme chocolademelk kan maken?’ glimlacht mama. ‘Met slagroom?’ vraagt Max ondeugend. ‘Ja, natuurlijk. Met slagroom’, lacht mama. En een paar minuten later dopen ze een reep chocola in hun warme chocolademelk en likken ze de slagroom van hun lippen.

11


Het is donker Die zaterdagochtend zijn Lilly en Max, net als elke zaterdagochtend, vroeg uit de veren. Terwijl mama nog lekker ligt te slapen, zijn ze al druk in de weer om de hele woonkamer om te toveren tot één megagroot tentenkamp. Alle dekens en handdoeken die ze konden vinden, hebben ze uit de kast gehaald om het allergrootste én het allermooiste kamp te bouwen uit de geschiedenis van de kindheid. ‘Jongens, wat heeft dit allemaal te betekenen? De woonkamer is één grote puinhoop. Straks breek ik mijn benen nog’, zegt mama, terwijl ze voorzichtig in haar pyjama slalomt langs stoffen muurtjes die vrolijk gedrapeerd zijn over stoelen en banken. ‘We bouwen een kamp!’ roepen Lilly en Max in koor. ‘Kom je straks bij ons op de koffie?’ ‘Een kamp?’ geeuwt mama. ‘Dit lijkt wel een heel kampendorp. Als jullie het straks maar allemaal netjes weer opruimen.’ ‘Natuurlijk’, giechelen de kinderen. ‘Dit is echt wel het allergrootste kamp dat we ooit gebouwd hebben’, zegt Max trots. Vanaf een stoel aanschouwt hij zijn mini-imperium. ‘We moeten alleen nog een geheime tunnelgang bouwen van jouw tentenhuisje naar dat van mij. Dan hebben we altijd een ontsnappingsroute voor als er indringers komen.’ Lilly luistert maar met een half oor. Met een mooie strik en kleurrijke kussentjes onder haar arm kruipt ze langs de smalle doorgang naar binnen. De hele ochtend bouwen Max en Lilly ijverig verder aan hun tentenkamp. En zodra hun eigen tentenhuisje helemaal is ingericht , slepen ze nog een paar extra stoelen uit de garage om een geheime doorgang tussen hun huisjes te bouwen. Een lange, smalle gang die een paar abrupte bochten maakt onderweg. ‘Ik haal snel mijn deken’, zegt Max en hij loopt naar zijn kamer. Met één ruk trekt hij zijn donsdeken van zijn bed. Hij loopt er trots de trap mee af alsof hij een echte schat vol robijnen en diamanten onder zijn arm draagt. ‘Eén. Twee. Drie. Ja!’ Opgetogen spreiden ze Max’ donsdeken over de stoelen. ‘Helemaal klaar’, glimlacht Max. ‘Tijd om onze tunnel uit te testen.’ ‘Oké’, zegt Lilly. ‘Jij vertrekt vanuit jouw huisje. Ik vanuit dat van mij en dan kruipen we zo naar elkaar toe.’ Zo gezegd, zo gedaan. Heel langzaam vertrekken Lilly en Max elk vanuit hun eigen kamp. Ze kruipen trager dan slakken, want ze willen hun zelfgemaakt paleis onderweg natuurlijk niet stuk maken. ‘Lilly, is het bij jou ook zo donker?’ fluistert Max. Lilly hoort de angst in zijn stem. ‘Rustig, Max. Blijf gewoon waar je bent.

12


Ik kom naar jou toe. Ik ben vlakbij.’ Max blijft stilletjes op zijn knieën zitten en staart in het donker. ‘Lilly?’ fluistert hij plots. ‘Wat is er?’ ‘Denk je dat het in oma’s wereld ook zo donker is?’ Lilly’s adem stokt. Ze had al een paar dagen niet meer aan oma gedacht. ‘Max, daar moet je nu niet aan denken. Ik ben er bijna’, zegt ze haastig en ze kruipt in een razend tempo haar broer tegemoet. Maar Max kan niet stoppen met aan oma te denken. ‘Ze moet wel bang zijn, Lilly. We moeten haar helpen.’ Terwijl Max die woorden uitspreekt, komt Lilly er al aan gekropen. En op het moment dat haar vingertoppen die van Max raken, gebeurt er iets onvoorstelbaars. Een enorme bliksemschicht vult het tentenkamp met het felste licht. Een wind – zo krachtig als een orkaan – rukt de muren bijna uit elkaar. Terwijl Lilly Max’ handen stevig probeert vast te houden, begint de wereld om hen heen te draaien. De kinderen worden met honderd kilometer per minuut meegesleurd in een tollende draaikolk. Ze gillen het uit. Tot ze met een enorme smak op de grond landen. ‘Wat is er gebeurd, Lilly?’ vraagt Max in paniek.

14


‘Ik weet het ook niet, Max. Maar blijf rustig. Ik ben bij je. Er kan niets gebeuren.’ Lilly wrijft haar broertje troostend over zijn schouder en trekt zijn hoofd zacht tegen zich aan, maar vanbinnen is ze zelf ook doodsbang. Ze voelt haar hart slaan in haar keel. Om hen heen is alles nog steeds even donker als eerst, maar zelfs in die duisternis ziet ze dat het plafond opeens veel hoger is. In de ruimte waar ze nu zijn, kun je rechtop staan en rondwandelen. Zo hoog was hun geheime tunnel helemaal niet! En dat schreeuwerige geluid dat steeds feller klinkt, jaagt haar ook de stuipen op het lijf. Hysterisch gehuil, uitbundig gelach, luid geschreeuw en mensen die allemaal door elkaar aan het praten zijn in een taal die niemand begrijpt. Het geroezemoes van een klas wanneer de leerkracht even het leslokaal verlaat, schuifelende stoelen, duizend tv-programma’s die tegelijkertijd spelen en toeterende auto’s. Max drukt zijn handen op zijn oren en schuift dicht tegen zijn grote zus aan. ‘Wat is dat geluid, Lilly? Ik ben bang.’ De paniek rolt in dikke tranen over Max’ wangen. ‘Waar zijn we, Lilly? Waar zijn we?’

15


Wollige geitjes en pannenkoekenbomen ‘Kom op, Max. We kunnen hier niet gewoon blijven zitten. We moeten zo snel mogelijk uitzoeken waar we zijn en hoe we weer thuiskomen’, zegt Lilly, terwijl ze haar broer overeind trekt. Met tegenzin staat Max op. ‘Maar wat gaan we doen, Lilly? Welke kant gaan we uit? Ik zie echt helemaal niets. Had ik mijn zaklamp nu maar bij me.’ Lilly kijkt om zich heen. Ook zij kan in de duisternis die hen omringt helemaal niets ontwaren: geen straten, geen gangen, geen mensen. Helemaal niets. Of toch. ‘Max, zie jij dat ook?’ Lilly wijst naar een heel klein sterretje dat oplicht, ergens in de verte. Maar nog voor ze met haar vinger in de juiste richting kan wijzen, is het lichtje alweer verdwenen. ‘Ja! Een vallende ster. Ik heb het ook gezien!’ schreeuwt Max blij. ‘En daar is er nog één. En nog één. Het lijkt wel alsof de sterretjes ons de weg willen wijzen. ‘Kom, Lilly. Laten we de sterretjes volgen’, zegt hij vastberaden. ‘Maar laat mijn hand niet los, hé.’ ‘Nee, Max. Ik laat jou nooit los.’ Lilly plant een dikke zoen op zijn neus.

16


Met hun handen stevig in elkaar verstrengeld, gaan ze op weg. De sterretjes achterna. Eerst ietwat aarzelend en onzeker, maar met elke stap die ze zetten, groeit hun vertrouwen. ‘Lilly. Ik zie helemaal niets, maar het ruikt hier wel heerlijk’, zegt Max. ‘Alsof iemand pannenkoeken aan het bakken is. Ik krijg er een reuzehonger van.’ Lilly steekt haar neus in de lucht. ‘Ik ruik het ook, Max. Mjammie, pannenkoeken. Dat is oma’s lievelingseten.’ En terwijl ze die woorden uitspreekt, krijgt ze een idee. Als vanzelf stoppen haar voeten met lopen. ‘Max, ik heb het gevoel dat we misschien wel eens heel dicht bij oma kunnen zijn.’ Haar stem klinkt plots heel ernstig: ‘Wat als we in oma’s wereld beland zijn?’

17


Maar Max deelt haar ernst niet. Hij zit in gedachten al helemaal in pannenkoekenland. ‘Dat zou geweldig zijn’, lacht hij vrolijk. ‘Dan hoop ik dat we oma snel vinden, want dan kan ik meteen een hele grote pannenkoek eten met aardbeien, chocoladesaus en slagroom. En dan nog eentje met stroop, en eentje met bruine suiker. En…’ Het water loopt hem al in de mond als opeens een pannenkoek recht op zijn hoofd valt. Na de eerste schrik proesten ze het uit. ‘Waar komt die zo ineens vandaan? Vallen er nu echt pannenkoeken uit de lucht?’ Max kijkt omhoog. Lilly knijpt haar ogen tot spleetjes om beter te kunnen zien. Ze lijkt te wennen aan het duister. ‘Max’, zegt Lilly plotseling. ‘Ik denk dat ik het weet. Volgens mij groeien pannenkoeken hier aan een boom.’ ‘Een pannenkoekenboom?’ stamelt Max verbaasd. ‘Ik wist niet eens dat zoiets bestond.’ Lilly lacht. ‘Dat bestaat ook niet echt, gekkie. Maar in deze wereld kan blijkbaar alles. Dit moet echt de wereld van oma zijn.’ ‘Dan vind ik de wereld van oma heel lekker.’ Max tast rond en plukt in één ruk drie pannenkoeken tegelijkertijd van de boom. Gulzig propt hij veel te grote stukken zoetigheid in zijn mond. En terwijl hij dat doet wiegen de bladeren van de boom nog een flinke portie poedersuiker eroverheen. En over hun haar. Lilly likt de poedersuiker van haar lippen. ‘Nu lijken we zelf wel twee grote pannenkoeken.’ ‘Dit zijn echt de lekkerste pannenkoeken die ik ooit gegeten heb. Proef zelf eens, Lilly’, zegt Max terwijl hij de poedersuiker uit zijn haren schudt. En hij rolt speciaal voor haar een vers geplukte pannenkoek op.


19


Drie sterretjes aan de hemel twinkelen een paar seconden lang zo krachtig dat het hele landschap heel even oplicht. In die gouden sterrenschijn ziet Max hoe Lilly’s mond letterlijk openvalt. Ze brengt geen woord uit, maar wijst met haar vinger naar de verte. ‘Oma? Is dat oma die daar zit op dat bankje?’ stottert Max. Verbaasd laat hij de pannenkoek op de grond vallen. En nog voor Lilly kan antwoorden op zijn vraag, begint hij heel hard in de richting van oma te rennen. ‘Oma. Oma. Wij zijn hier’, schreeuwt hij van ver. Lilly loopt haar broertje achterna. ‘Oma! Oma!’ Lilly en Max roepen nu samen. Maar oma kijkt niet op. Ze blijft gewoon voor zich uit staren. ‘Waarom reageert ze niet, Lilly? Kan ze ons niet horen?’ vraagt Max ongerust. ‘Oma, oma. Wij zijn het. Lilly en Max!’ schreeuwt hij loeihard in haar oor. Maar er gebeurt nog steeds niets. Oma blijft roerloos op het bankje voor zich uit staren. Zelfs alle pannenkoekenbomen in de wereld kunnen Max’ ontgoocheling niet wegnemen.

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401444897 by Uitgeverij Lannoo - Issuu