Skip to main content

9789401444736

Page 1

Inhoud 7

Woord vooraf MA VIE EN ROSE

13 Augustus 29 Maart 41 April 63 Mei 91 Juni 121 Juli 141 Augustus 143 September 159 Oktober 175 November 197 December 221 Januari MA VIE NOUVELLE

251 Dankwoord


Woord vooraf

Ik ging een jaar in Frankrijk wonen. Dat was het plan, maar zo liep het helemaal niet. Nu moet ik zelfs even nadenken waarom ik alweer een jaar naar Frankrijk wilde. Ja natuurlijk, mijn leven was te vol geworden, te druk, te hectisch. Mijn wiel draaide steeds sneller. Zoals die ton op het speelplein uit mijn kindertijd. Je begon te stappen in die gigantische, houten ton. Ja, het lukte, het ding kwam in beweging. Er kwam ritme in, het stappen ging geweldig. Sneller en sneller, tot je begon te lopen. Heel hard, tot de ton zo snel draaide dat je gewoon tegen de vlakte ging. Begrijp me niet verkeerd, ik deed mijn werk nog altijd erg graag. Maar de ballast, alles wat erbij kwam, dat werd me plots te veel. Ik liep op tegen de files, de vergaderingen – meetings of overlegsessies heet dat nu – de eindeloze stroom mails, het tijdverlies. Ik wilde gewoon mijn werk doen, maar die hele rompslomp wilde ik er niet meer bij. Ook de plichtplegingen werd ik stilaan zó beu. De aanvragen voor interviews: stuur je ons je favoriete boeken, je toprecepten, je geheime uitwaaiplekken? Wie bewonder je het meest? En nog liever: aan wie erger je je het meest? Feestje hier, presentatie daar. Mijn agenda stond altijd propvol. Mijn dag was van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat gevuld met van alles en nog wat. Als ik het zo opschrijf, besef ik best dat het luxeproblemen waren. Maar wat als je zelfs feestjes niet meer leuk vindt? Niet alleen opkijkt tegen meetings, maar op den duur ook tegen een etentje met vrienden? Ik kon de negativiteit ook niet meer aan. De snoeiharde concurrentie in het mediawereldje. De afgunst en het geroddel. En daarbovenop: de 7


aanzwellende stroom van onheilstijdingen. De donkere negativiteit in de berichtgeving: terreur, angst, geweld. En intussen vielen overal rondom mij slachtoffers van die nieuwe ziekte: burn-out. Te snel gelopen, te hard gefietst, te weinig stilgestaan. Soit, wat het ook was, ik wilde het anders. Neen, ik wilde geen sabbatjaar, ik wilde geen jaar in een hangmat liggen. Wat wilde ik dan wel? Meer eenheid van tijd, plaats en ruimte. Ik wilde die warme droom onderzoeken die zovele anderen ook koesteren: ertussenuit knijpen, naar de zon, een jaar in Frankrijk. Geen files en volle agenda’s meer. Vrijheid van komen en gaan. Natuur ook. En stilte. Minder stress. Zoiets. Zeker weten, ik wilde ook werken: schrijven en televisie maken. Maar wél op een andere manier. Geen meetings meer. Geen vaste redactie, zelfs geen werkplek meer op de VRT. Gewoon zo klein en flexibel mogelijk. Samen met cameravrouw-regisseur Kristel ter plekke alles zelf doen: research én productie én opname. In Frankrijk zelf de verhalen sprokkelen. En tijdens de draaiperiodes – met klankman of -vrouw erbij – rondzwerven met de camper. Blijven slapen waar het ons uitkwam, op een camping of bij de mensen thuis. En zo deden we het ook. In geen tijd werden we een mobiele redactie. Overdag zwierven we rond en maakten we onze reportages. Zonder veel woorden installeerden we ons elke avond op een andere plek. We zochten elektriciteit en installeerden ons in een mum van tijd. Tafeltje, stoeltjes errond, kaarsje erbij. Lekkers uit de koelkast. Kaas, tomaten, chocolade, een slaatje, een glas wijn. Daarna klapten we onze computer open en begonnen we verslagen te schrijven, notities te maken, materiaal in te laden. Dan gingen we slapen. Kristel en ik in de camper: zij in het bed boven, onder het uitgeklapte dak; ik op de zetels beneden. De klankman in een tentje naast de camper. Vaak keken onze buren wat vreemd op van het 8


vreemde huishouden dat ze naast zich kregen. Twee late dertigers en een vijftiger. Twee vrouwen en een man. De vrouwen in de camper, de man in de tent. Duidelijk geen koppel, geen familie. Vrienden? Ja, misschien, zo leek het toch. Maar altijd aan het werk? En altijd zo laat arriveren en zo vroeg vertrekken? Eerlijk en simpel was het. En elk van ons genoot er op zijn eigen manier en om zijn eigen redenen van. En neen, we bleven niet het hele jaar door in Frankrijk. Zij – Kristel en de klankman of -vrouw – al zeker niet, dat was ook nooit hun plan geweest. Maar ik ook niet, al was het ooit misschien wel een beetje mijn plan. Ze kwamen wel, mijn kinderen en familie. Tijdens de schoolvakanties stonden ze daar en genoten ze mee van het Franse leven. En als ze weer naar huis vertrokken, ging ik opnieuw aan het werk. Maar nog geen week later stond ik toch ook weer thuis. Want ik kon hen niet missen, en zij mij ook niet. Ik begon gewoon heen en weer te pendelen. Periodes thuis én in Frankrijk wisselden elkaar soepel af. Mijn vader was ziek en moe, duidelijk aan het einde van zijn krachten. Ook hem kon ik niet missen, en hij mij evenmin. Dus bleef ik over en weer gaan en combineerde ik het beste van twee werelden. En ja, uiteindelijk bracht dat jaar mij de dingen waarop ik gehoopt had. Ik was vaak in Frankrijk en leefde meer buiten dan binnen. Ik stond nooit meer in de file, mijn agenda bleef leeg, ik genoot van de vrijheid en ruimte, en van mijn geliefden. Maar mijn vader ging steeds verder achteruit en stierf in juni op een manier die ik nog altijd te gruwelijk vind voor woorden. Na 32 jaar huwelijk gingen mijn man en ik uit elkaar. Ook voor dat verlies heb ik nog steeds geen taal. En door al dat verdriet heen bracht Frankrijk rust en beschutting. 9


Frankrijk was nu eens mijn vluchtheuvel, dan weer mijn plek van troost. Om maar te zeggen, dit boek is niet het boek dat ik een jaar geleden voor ogen had. Het zou een soort dagboek worden over mijn jaar in Frankrijk. Dat is het dus niet geworden. (Ik heb immers geen jaar in Frankrijk gewoond, al blijft die droom wél overeind: ooit wil ik een jaar in Frankrijk gaan wonen.) Wat is dit boek dan wel geworden? Het hoogstpersoonlijke relaas van een jaar dat zich grotendeels in Frankrijk heeft afgespeeld. En, zeker weten, een jaar dat – als ik later terug zal kijken – een van de meest ingrijpende jaren van mijn leven zal blijken te zijn. Dit boek bevat impressies van mijn tijd in Frankrijk. Gedachten en verhalen. Maar vooral ontmoetingen met mensen die mijn leven in Frankrijk niet alleen kleur, smaak en vorm hebben gegeven, maar bovenal: troost, afleiding, kracht en beschutting.

10


Ma vie en rose

11


Augustus

Het was in augustus 2015 dat het idee begon te rijpen om een jaar naar Frankrijk te gaan. Het gebeurde op een zonnige zomerdag. De totale kramp. Ik was thuisgekomen na een week reportage in het casino van Oostende. Een week lang had ik een nachtleven geleid. Het resultaat: een heuse jetlag. Ik kon de slaap niet meer vatten. Wakker liggen, urenlang. Piekeren. Kortom, ik kreeg die jetlag niet verwerkt. Erger nog, ik werd ook letterlijk ziek met koorts, spier- en gewrichtspijnen. Dus ging ik naar de dokter – een nieuwe, jonge vrouw, die zich om de hoek had gevestigd – die een bloedafname voorstelde. Dat vond ik een goed idee. Ze vroeg mij om een week later nog eens langs te komen om de resultaten te bespreken. Maar de week was nog niet om toen ik in de tuin zat en plots het nummer van die arts op mijn gsm zag oplichten. ‘Ik heb geen goed nieuws’, begon ze ernstig. Mijn hart stond stil. ‘Ik heb net de bloedresultaten binnengekregen en die zijn niet goed. Ik zou dit liever persoonlijk met u willen bespreken. En als u komt, neemt u misschien het best iemand mee. Kunt u vandaag nog naar mijn kabinet komen?’ Dit was het dan, dacht ik, ik heb kanker. Hier stopt mijn geluk, dat nu al een leven lang duurt. Wat de boodschap van de dokter ook is, je moet het zo zien: je hebt een ongelooflijk goed leven gehad, meer dan vijftig jaar lang. Je hebt meer gekregen dan waar je bij je geboorte op had mogen hopen. Meer dan waar de gemiddelde mens op aarde ooit van kan dromen. Draag het moedig en waardig. Hoofd rechtop. Oké, misschien ga je binnenkort dood, maar morgen waarschijnlijk nog niet.

13


Achteraf bleek het allemaal geweldig goed mee te vallen. Na een grote golf van ongerustheid bleek al snel dat er iets was misgelopen met het bloedstaal. Het was gewoon te lang in de warmte van een brievenbus blijven liggen, en dus niet op tijd in de koelkast geraakt. Een tweede bloedstaal bracht al snel de totale geruststelling. In mijn hoofd had ik toch een klik gemaakt. Onbewust en razendsnel was ik de dingen op een rijtje beginnen te zetten. En voor het eerst in die twintig hectische mediajaren begon ik de rekensom te maken. Hoeveel verjaardagen van mijn kinderen had ik gemist door mijn werk (buitenlandse reportages)? Hoeveel familiefeesten, huwelijken (zelfs van mijn allerliefste vrienden), begrafenissen (idem) had ik gemist? Op hoeveel gezinsvakanties was ik te laat gearriveerd, of moest ik te vroeg vertrekken? Hoeveel oudercontacten op school had ik gemist? Op hoeveel schoolfeesten, proclamaties, diploma-uitreikingen was ik er niet bij geweest? Gelukkig was ĂŠĂŠn heilig principe altijd overeind gebleven: Home for Christmas. Met kerst zijn we er allemaal. Begrijp me niet verkeerd, ik voel mij daar niet schuldig over en ook mijn kinderen nemen het mij niet kwalijk. In de loop der jaren heb ik systemen ontwikkeld om het altijd weer goed te maken als ik ergens iets gemist had. Dan zorgde ik voor qualitytime en probeerde ik iedereen exclusieve aandacht te geven. Dan gingen we op citytrip, organiseerde ik een etentje of verzon ik een verrassing. Dan ging ik met mijn zonen naar een Anderlecht-voetbalmatch of met de meisjes naar Londen of Parijs. Samen skiĂŤn, uit eten, uitstapjes, brunches, onderonsjes. Maar toch. Ondanks het feit dat ik manieren gevonden had om de boel draaiende te houden, begon ik alles in vraag te stellen. Was dit wel het leven dat ik wilde leiden?

14


Met een hoofd dat de balans opmaakte, vertrok ik een paar dagen later voor een weekje op vakantie naar Frankrijk. 17 augustus 2015

Zoals zo vaak arriveer ik moe in Frankrijk. Uitgeput na een week van slecht slapen, stress op het werk, vergaderen, files, deadlines. Maar hier, in de zon, tussen de bomen, voel ik bijna letterlijk de spanning van mij afglijden. Mijn dochters Josefien (22) en Hope (12) en Flo, een goede vriendin van Josefien, zijn mijn ideale reisgezellen. Drie frisse, jonge, lichte wezens in huis. Ze koken een beetje, kletsen en lachen, zwemmen en zonnen. En met hun lichte stemmen op de achtergrond laat ik eindelijk de vermoeidheid toe. Onder de abri, beschermd tegen de felle zon, voel ik mijn ogen zwaar worden en mijn kramp verandert in een wollen vermoeidheid. De meisjesstemmen verdwijnen naar de achtergrond en ik val in een diepe slaap. Frankrijk. Deze plek tussen de bomen. De stilte. De slaap. Hier ben ik thuis. Al veertien jaar is dit mijn tweede thuis. Hier, ergens ver weg in het zuiden van Frankrijk, waar alle clichés bewaarheid worden. Een idyllisch dorpje met nauwelijks driehonderd inwoners. Een cafeetje met een romantisch terras dat uitziet op een indrukwekkende donjon, drie petanquebanen en een koel riviertje dat opgewekt door het dorp kronkelt, langs de mairie, voorbij de overdekte wasplaats, verder en verder de glooiende, zonovergoten natuur in. Samengevat: une espace de charme exceptionnel, très authentique, très vacancier. Flashback naar 2001. Ik logeer bij vrienden die Vlaanderen hebben ingeruild voor dit stukje paradijs. Enkele jaren geleden kochten ze hier een oerdegelijk maison de campagne, inclusief muren van een meter dik en zes hectare grond. 15


‘De buren beweren dat La Chênaie te koop is’, zeggen die vrienden op een warme avond vol Franse streekgastronomie langs hun neus weg. ‘Laat ons morgen een kijkje nemen.’ En zo geschiedt. De volgende ochtend begrijp ik waarom de dorpelingen dit huis, zo hoog op de heuvel, ‘le petit château’ noemen. Met torentje, zwembad, schitterend uitzicht, bos en weilanden heeft het die naam niet gestolen. Trots en met rammelende sleutelbos, alsof zij de dame des huizes is, leidt een buurvrouw ons rond, van de ene kamer naar de andere, de trap op, door de zolder naar het torenkamertje: de kers op de taart. Alles is perfect onderhouden en op z’n Frans ingericht, met bloemetjesbehang, -gordijnen en -beddenspreien alom. Ik kijk en droom. Onbereikbaar ver is dit huis. In elk geval ver boven ons budget. ’s Avonds komt de buurvrouw naar het huis van onze vrienden en vraagt me de bejaarde eigenares van La Chênaie – die nota bene in NoordFrankrijk woont – op te bellen. Een beetje vreemd, maar nieuwsgierig als ik ben, neem ik de telefoon. Madame R. klinkt lief en moe en triest. ‘Hoe oud ben je?’ wil ze weten. ‘En heb je kinderen? Hoeveel? Hoe oud zijn ze? Ben je gelukkig? Hou je van je ouders en van je echtgenoot?’ Ik beantwoord al haar vragen – ach, waarom niet? – en dan vertelt zij haar verhaal. Hoe zij, dertig jaar geleden, precies op mijn leeftijd, La Chênaie kocht. Hoe zij, net zoals ik op dat moment, ook vier kinderen had: drie zonen en één dochter, een nakomertje, geboren in precies hetzelfde jaar als ik. Hoe haar zonen hun eigen weg gingen, met weinig oog en hart voor hun ouders, maar hoe het meisje alles goedmaakte. Hoe zij la joie de leur vie was. Een droom van een kind dat zorgeloos opgroeide en al haar vakanties in La Chênaie doorbracht. Hoe het meisje trouwde en zelf twee kinderen kreeg. Tot het noodlot toesloeg en de jonge vrouw, na een gewelddadige echtelijke ruzie, zelfmoord pleegde. 16


Hier, in de zon, tussen de bomen, voel ik de spanning bijna letterlijk van mij afglijden. Hier ben ik thuis.

17


Het verhaal van Madame R. grijpt mij naar de keel. Ik zwijg en bijt op mijn lip als ik hoor hoe de vrouw weent, aan de andere kant van de lijn. Als ze mij snikkend vertelt dat haar man na die tragedie kanker kreeg en nu terminaal ziek is. Als ze mij vraagt of ik alstublieft La Chênaie wil kopen om er met mijn gezin de heerlijkste vakanties door te brengen. Ik kan geen woorden van troost bedenken. Ik maak haar duidelijk dat ik het domein natuurlijk onweerstaanbaar vind, maar dat ik niet voldoende geld heb om het te kopen. ‘Hoeveel kun je betalen?’ dringt ze aan. ‘Veel te weinig’, maak ik haar duidelijk. ‘Dat volstaat’, zegt ze beslist. Ik aarzel. Droom en realiteit beginnen door elkaar te lopen. Ongeloof, euforie en twijfel jagen mijn adrenaline de hoogte in. Wat later belt haar notaris mij persoonlijk om uit te leggen dat La Chênaie al een hele tijd te koop staat, maar dat Madame R. elk bod systematisch weigert. En dat zij dit huis, ‘pour des raisons personnelles et emotionnelles’, koste wat het kost aan mij wil verkopen. De rest van het verhaal klinkt, zelfs na veertien jaar, tamelijk onwaarschijnlijk. De volgende dag rijd ik naar Amiens, bezoek ik Monsieur en Madame R., die mij nog dezelfde dag meetronen naar de notaris, waar ik eigenares van La Chênaie word. 18 augustus 2015

Na een lange nacht – twaalf uur ononderbroken slapen – voel ik mij (nu al) als herboren. ‘Hier kom ik thuis,’ zeg ik tegen mijn dochters, ‘dit is mijn medicijn tegen stress.’ ‘Maar hoe moet dat dan, mama?’ vraagt Josefien. ‘Je kan toch niet elke keer als je gestresseerd bent naar hier komen?’ ‘Waarom niet eigenlijk?’ 18


‘Ja, waarom niet eigenlijk? Misschien moet jij hier eens een heel jaar op adem komen. Weg uit de drukte, weg uit de stress van thuis.’ ‘Misschien is dat niet zo’n slecht idee. Een jaar bekomen. In het zuiden. Ma vie en rose.’ ‘Op zoek gaan naar wat je hier wél, en in België niét vindt.’ ‘Maar tegelijk ook meer tijd met jullie doorbrengen.’ ‘Je moet gewoon aan iedereen verkondigen dat je een jaar naar Frankrijk gaat. Dan gaan er heel wat verplichtingen wegvallen.’ ‘Maar wij dan? Ik wil net meer tijd met jullie doorbrengen.’ ‘Dat is toch geen enkel probleem? België en Frankrijk liggen dicht bij elkaar. Jij komt vaak naar huis en wij komen vaak naar Frankrijk. Als je het goed aanpakt, gaan we elkaar zelfs meer zien dan de afgelopen jaren.’ En zo beginnen we te fantaseren. Over een nieuw project in Frankrijk. Een jaar zonder volle agenda. Een halt toeroepen aan de onophoudelijke stroom van mails, vragen, uitnodigingen, berichten, verzoeken, voorstellen. Een jaar zonder files, vergaderingen, stressen, deadlines, snelheid. ‘Zolang wij elkaar maar genoeg blijven zien, is er geen enkel probleem’, glimlachen de kinderen. 19 augustus 2015

Na nauwelijks twee dagen in Frankrijk begin ik al te verslonzen. Geen mascara en oogpotlood meer, wel slippers, een joggingbroek en oude T-shirts. Zalig. 10 september 2015

Na de vakantie begint mijn plan steeds concreter te worden. Een jaar in Frankrijk. Ja, dát is wat ik wil doen.

19


Ik wil niet naar Frankrijk om te niksen, wel om mijn leven anders aan te pakken. Ik heb een geweldig gezin met vijf kinderen, een interessante job en ik bestuur (mede) enkele projecten in Kenia. Ik reis de wereld rond om – vaak heftige – reportages te maken. Besnijdenissen in Kenia, ontvoeringsgevaar in Afghanistan, een kindergevangenis in Afrika, death row in Texas, de palliatieve afdeling in een ziekenhuis. Veel leven, veel dood. Veel vreugde, veel verdriet. Altijd heftig en intens. Nooit gewoon en gezapig. Altijd sterke emoties en verhalen. Maar het is tijd om even stil te staan. Het hoeft niet altijd groots en heftig te zijn. Mooie en ontroerende verhalen vind je overal, ook dichtbij. Dat heb ik altijd geweten. Een jaar lang wil ik het anders aanpakken. Aan de ene kant wil ik minder. Minder files, vergaderingen, drukte, verplichtingen, sociale media en afspraken. Aan de andere kant wil ik meer: meer tijd voor mezelf en mijn geliefden, maar ook meer tijd om te schrijven, te lezen, te beleven, te luisteren. Meer stilte en meer natuur. Meer tijd voor ontmoetingen met andere zoekers en ‘vluchtelingen’. Want het is, niet alleen mijn droom, maar ook die van heel wat andere Vlamingen. Jongeren dromen van een hippiebestaan. Een leven zonder geld, maar van ruilen, delen en hergebruiken; volwassenen dromen van een nieuw leven, een nieuwe – tweede of derde – start; carrièremakers dromen van een leven zonder stress; vluchtelingen zoeken meer dan ooit onderdak in Zuid-Europa. Jong en oud, rijk en arm, zwart en wit, geschoold en ongeschoold: iedereen droomt. Vaak van de zon, een leven in het zuiden van Frankrijk, Spanje, Italië en Portugal. Voor een nieuw tv-project wil ik mijn eigen droom realiseren en daarbij, zwervend van de ene plek naar de andere, mensen ontmoeten en verhalen vertellen van allerlei ‘mededromers-vluchtelingen’ die, elk op hun eigen manier, voor korte of langere tijd uit de ratrace stappen. Tegelijkertijd wil

20


ik mijn ervaringen in een boek gieten, samen met de levensverhalen van de mensen van wie ik het pad kruis. Dat is het plan. 12 september 2015

‘Haha,’ lacht mijn zoon Jasper (27), ‘jij een jaar uit de ratrace? En tegelijk een boek schrijven en een tv-reeks maken? Wat een contradictie!’ ‘Maar dat is helemaal geen contradictie’, reageer ik verontwaardigd. ‘Ik heb toch nooit beweerd dat ik een jaar niks wil doen? Ik wil nog altijd werken, heel graag zelfs – schrijven én televisie maken – maar gewoon op een andere manier. Kleiner, dichter bij mezelf en minder versnipperd. Ik heb het gevoel dat het altijd maar straffer moet. Maar hoeveel straffer kan ik nog gaan na de besnijdenissen, de drugs, de prostitutie, de gevangenissen, de intensieve en de palliatieve afdelingen? ‘Straffer en straffer’ is ook nooit mijn bedoeling geweest. En bovendien vind je overal straffe verhalen.’ Hij glimlacht, mijn zoon. ‘Doen, moeder’, zegt hij ten slotte. ‘Gewoon gaan voor wat je graag doet. Daar gaat het toch om? En vooral, je niets aantrekken van wat Jan en alleman zegt.’

21


29 september 2015

Annemie Struyf 29 september 2015 Droom je van een afgelegen plek ergens in het zuiden, om op te knappen en daar een nieuw leven te beginnen? Heb je met enkele zielsverwanten een gehuchtje gevonden op een berg? Of een ruïne, een vervallen klooster of kasteeltje? Misschien in Frankrijk, Spanje of Portugal? Zoek je de stilte op, de natuur en de rust, ver weg van de drukte? Wie heeft zo’n magische plek gevonden? Heel sober, of net niet? Wie denkt eraan binnenkort te verhuizen, met al zijn hebben en houden, met of zonder kinderen? Wie aarzelt en twijfelt? Wie heeft de stap al gezet, met vallen en opstaan? Met wie mag ik eens bellen of mailen? Bij wie mag ik even langskomen om die zuiderse droom eens van wat dichterbij te bekijken? Annemie

Via Facebook lanceer ik een oproep, waarop honderden mensen reageren met tips en verhalen. Blijkbaar heb ik een gevoelige snaar geraakt. Mijn droom blijkt ook de droom van vele anderen. En de reacties stromen binnen.

22


Mirene D. Mijn dochter woont al dertien jaar in Frankrijk in een oud conciërgehuis van een papierfabriek. Ze zijn nog altijd aan het restaureren. Zij doctoreert daar en haar man is contrabasbouwer. Hun nestje staat in Monistrolsur-Loire, Pont-de-Lignon. Een klein dorpje met één straat.

Emmy S. Ik heb vrienden die naar Frankrijk vertrokken zijn en nu een zeepbedrijfje hebben. Ze zijn momenteel een oud Frans huis aan het opknappen. Ze zouden het wel leuk vinden, denk ik, om over hun ervaringen te vertellen.

Nele en Stefaan Beste Annemie, twee jaar geleden verhuisden wij samen met onze drie dochters naar het mooie Normandië. We kochten een huis dat gebouwd is uit recyclagematerialen, autobanden, glazen flessen, blikjes. Het huis is ook volledig autonoom in energie en beschikt over een natuurlijk ventilatiesysteem. Het huis houdt ons koel in de zomer en warm in de winter. In de zomer verhuren we het en wonen we in een oude bus. We zijn heel blij dat we na vele jaren van denken, dromen, hopen… dan toch ons hart hebben DURVEN volgen.

Nele V. Beste Annemie, wij wonen in de Sud Charente, een minder bekend gebied, en ons huis (de funderingen althans) is van 1200. Dat was hier een klooster (samen met de gebouwen van de buurman), wij hebben het wat opgefrist en zijn bijna klaar met de aanpassingen!

23


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp: Kris Demey Opmaak: Dogma © Foto’s: Liesje Reyskens, Berten Van Steenwegen, Toon, Kristel, Johanna, Annemie Omslagbeeld Liesje Reyskens © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017, Annemie Struyf & Johanna Laurent en VRT D/2017/45/623 - ISBN 978 94 014 4473 6 – NUR 740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401444736 by Uitgeverij Lannoo - Issuu