Het geheim van de Octopus
Reina Ollivier en Karel Claes
wwww.lannoo.com www.ketnet.be Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Tekst Reina Ollivier en Karel Claes Foto frontcover: © Joost Joossen Foto’s flappen: © Joost Joossen en Jens Bogaerts Grafische vormgeving: Studio Lannoo en Mieke Smalle © Uitgeverij Lannoo nv / Ketnet, 2017 ISBN 978 94 014 4465 1 D/2017/45/480 NUR 283/284
Surfen is geweldig ‘Wie het eerst bij de surfplanken is?’ roep ik naar Hassan terwijl ik een sprintje inzet. ‘Dat is een valse start, Dries!’ protesteert hij. ‘Zo kun je gemakkelijk winnen!’ ‘Oké, we doen het opnieuw’, zeg ik. ‘Eén, twee, drie… Go!’ Ik loop mijn benen uit mijn lijf, want Hassan is een snelle sprinter. Ik hoor zijn hijgende ademhaling vlakbij en we gaan gelijk op. Met een uiterste inspanning pers ik er het laatste restje energie uit en… ik win! Ik plof naast onze surfplanken in het zand. ‘Wat heb jij gegeten vandaag?’ hijgt Hassan. ‘Geheim krachtvoer van oma?’ ‘Nee, de zalige warmte van de eerste lentezon’, zeg ik. ‘Die geeft me extra energie!’ ‘Ja, de winter heeft lang genoeg geduurd’, beaamt Hassan. ‘Ik werd wanhopig van die grijze luchten!’ Hassan Saïdi is mijn beste vriend en we kennen elkaar al sinds de kleuterklas. Ik herinner me nog goed de dag dat de juf hem aan ons voorstelde. ‘Dit is Hassan’, zei ze. ‘Hij spreekt nog geen woord Nederlands, maar daar 5
gaan wij hem bij helpen!’ Hassans vader moest vluchten omdat hij in opstand kwam tegen de politieke situatie in zijn land. Zo belandde Hassan met zijn familie in België. Het klikte meteen tussen ons en we gaan nog steeds voor elkaar door het vuur. Ook al zijn we op heel wat punten totaal verschillend. Hassan heeft een hekel aan problemen en hij is bang voor alles wat ook maar een béétje naar avontuur ruikt. Maar hij is geniaal met computers en een kei op de surfplank. Bovendien heeft hij een hart van goud. Ik ben één brok leven en denk niet altijd na over wat ik doe. Daardoor kom ik geregeld in de problemen. Computers zijn niet echt mijn ding, maar op de surfplank doe ik niet onder voor Hassan. We duwen onze surfplanken in het water, gaan erop liggen en peddelen de hoge golven tegemoet. ‘Zie je die kanjers, Dries?’ roept Hassan. ‘Geweldig om op te surfen!’ ‘Dat gevoel van vrijheid als je over het water scheert’, schreeuw ik. ‘Dat beleef je nergens anders!’ Het spel met de wind en de golven maakt me onwaarschijnlijk gelukkig. Ik zou mijn surfplank voor niets willen ruilen, zelfs niet voor het luxueuze motorjacht dat verderop vaart. Een uurtje op zee met zo’n ding kost al een fortuin aan brandstof en de motor maakt een hoop lawaai. Nee, als ik ooit geld zou hebben, dan nog liever een zeiljacht: de wind waait gratis! Daar komt nog zo’n lawaaimaker aan: een jetskiër. ‘Hé, weg hier!’ roep ik zo hard ik kan. ‘Dit gebied is alleen voor surfers!’
6
Met doffe klappen hopt de jetski op de golven. Hij omhult zich met een muur van opspattend water en nadert razendsnel. ‘Hé!’ roep ik. ‘Hé!’ Tot mijn verbijstering gaat de jetskiër geen centimeter opzij. Alsof zijn motor op automatische piloot staat, vaart hij pal in mijn richting. Niet denken, maar doen, Dries! Met een felle ruk aan mijn plank voorkom ik op het laatste nippertje een aanvaring. Maar de wilde golfslag die de jetskiër veroorzaakt, brengt me uit evenwicht en ik plons het water in. ‘Idioot! De zee is toch groot genoeg!’ schreeuw ik verontwaardigd zodra ik met mijn hoofd boven de golven kom. ‘Wat was dat?’ roept Hassan. ‘Let op je surfplank!’ Met een paar slagen heb ik mijn surfplank weer te pakken en ik klim erop. Waar is die verdomde jetskiër? Ik zie hem recht naar het motorjacht varen, of is het andersom? Er is echt iets mis met die kerel! ‘Kijk uit, man!’ schreeuw ik, maar het is te laat. Het volgende ogenblik knallen ze tegen elkaar aan. Ik zie hoe de man van zijn jetski loskomt en door de lucht schiet. Tien meter verder kletst hij op het water neer. ‘Vreselijk, wat een klap!’ zegt Hassan geschokt. ‘We moeten ernaartoe!’ zeg ik. ‘Hij heeft hulp nodig!’ ‘Maar Dries!’ roept Hassan. ‘Hij heeft je net geramd! Dat motorjacht zal wel…’ Ik wacht niet tot hij is uitgepraat en surf naar de jetskiër in het water. De bemanning van het motorjacht heeft al een rubberboot uitgezet en probeert de man op te vissen. ‘Voorzichtig, hij is misschien zwaargewond!’ roep ik.
7
De jetskiër hangt als een vaatdoek over de rand van de rubberboot. Hij is bewusteloos. ‘We moeten de kustwacht bellen’, zeg ik. ‘Die zal een helikopter sturen om hem op te halen.’ ‘Dat is niet nodig!’ antwoordt een kille stem. Een rijzige vrouw aan de reling van het luxejacht kijkt op ons neer. Ze draagt een grote zonnebril en heeft kort, zwart haar. Haar lippen zijn felrood gestift. De man in de rubberboot sleurt de gewonde verder aan boord tot hij met een plof op de bodem belandt. Zijn been ligt in een vreemde hoek. ‘Dat is gebroken’, zeg ik. ‘Er is een ziekenhuis in de stad. Die man heeft medische hulp nodig.’ ‘Daar zorgen wij wel voor’, zegt de vrouw kortaf. ‘Hij is een vriend van ons, dus dat komt in orde!’ ‘Zal ik aan boord komen en de reddingsdienst oproepen?’ stel ik voor. ‘Ik woon hier en ik ken de redders persoonlijk.’ Met een ongeduldig gebaar wuift de vrouw me weg. ‘Zorg voor jezelf!’ zegt ze heel onvriendelijk. Aarzelend kijk ik hoe de bemanning de bewusteloze jetskiër aan boord van het jacht tilt. Meer dan hulp aanbieden kan ik niet doen. ‘Jullie kunnen ook terecht bij surfclub Beaufort op het strand!’ roep ik nog voordat ik vertrek. ‘BO4 staat er op het uithangbord. Vanaf daar kan hij met een ziekenwagen naar het ziekenhuis worden gebracht.’ Wanneer Hassan en ik onze surfplank op het strand hebben neergelegd, kijk ik opnieuw naar het motorjacht. Ze
8
hebben het bootje en de jetski aan boord gehesen en alles is weer rustig. Niets wijst er nog op dat er net een zwaar ongeluk is gebeurd. ‘Een raar zaakje, als je het mij vraagt’, zeg ik. ‘Heb jij gezien waar die jetski vandaan kwam?’ ‘Nee’, antwoordt Hassan. ‘Toen wij met onze surfplank weggingen, was het stil op het water. Maar ik zag hem ongeveer een uur daarvoor vanaf hier vertrekken. Kijk!’ Een eind verderop in het zand ligt de aanhangwagen waarmee de jetski naar zee getrokken werd. ‘Wordt hier nog gewerkt vandaag?’ roept iemand vanuit de cafetaria van de surfclub. ‘Ik betaal je niet om met je vrienden te surfen!’ Een nors kijkende man van middelbare leeftijd steekt vermanend zijn hand op. Tony Carpaccio, de eigenaar van de surfclub, is Hassans baas. Hassan serveert niet alleen in de cafetaria, hij zorgt ook voor het surfmateriaal, geeft surflessen… Hij moet bijna alles doen in de club. Tony Carpaccio is geen gemakkelijke baas. Hassan werkt hard en toch klaagt Tony de hele tijd. Hassan zegt dat het allemaal niet zo erg is als het lijkt, maar ik zou het niet lang volhouden met zo’n baas. ‘Ik kom eraan’, roept Hassan. ‘Mijn dienst begint pas over vijf minuten, ik ben dus netjes op tijd.’ ‘Op weg naar je werk in je surfpak?’ moppert Tony. ‘Dan ben ik zeker op weg naar mijn surfplank?’ ‘Heb jij dan een surfplank?’ zegt Hassan terwijl hij doet alsof hij verbaasd is. Tony wil iets zeggen, maar gooit met een radeloos gebaar zijn armen in de lucht.
9
‘Nog een paar woorden en hij ontploft’, zeg ik. ‘Wat een slavendrijver! Als ik jou was, zocht ik een beter betaald baantje.’ ‘Het betaalt redelijk, maar voor mij genoeg’, antwoordt Hassan. ‘En de fooien maken veel goed. Alles bij elkaar verdien ik behoorlijk en vergeet niet dat ik gratis lid ben van de surfclub. Ik mag al het materiaal gebruiken en ik hoef geen euro uit te geven om mijn favoriete sport te beoefenen.’ In de verte klinkt vaag het geluid van een motor. Ik grijp Hassan bij zijn arm. ‘Kijk daar eens!’ wijs ik. Een zwarte helikopter vliegt naar het motorjacht en blijft erboven hangen. ‘Ze hebben blijkbaar toch naar je geluisterd’, grijnst Hassan. ‘Hm, niet helemaal’, antwoord ik. ‘Dat is niet de helikopter van de kustwacht, maar een privétoestel.’ ‘Het belangrijkst is dat de gewonde naar het ziekenhuis wordt gebracht’, zegt Hassan. ‘En dat gebeurt.’ Er wordt een kabel neergelaten en even later zie ik hoe ze twee personen aan boord van de helikopter hijsen. Het is te ver weg om iemand te herkennen, maar ik neem aan dat een van hen de jetskiër is. ‘Alles in orde’, zegt Hassan, terwijl hij naar de cafetaria loopt. ‘Laten we het hopen’, zeg ik. ‘Veel plezier met Tony!’ Roos, iets speciaals meegemaakt vandaag! Later meer. Dries
10
Roos Marijnissen ken ik nog niet zo lang als Hassan, maar ze heeft minstens een even grote plaats in mijn hart. Roos is fantastisch. Ze is grappig, slim, lief en nog knap ook. Ik vind het jammer dat ze zichzelf niet kan zien, want Roos is blind. Maar ze gaat daar zo soepel mee om dat ik soms vergeet dat ze niets kan zien. Eigenlijk ziet Roos veel dingen duidelijker dan ik. Ze hoort, ruikt en voelt beter dan ieder ander. En ze praat iedereen onder de tafel. Roos is met haar warme stem de populairste dj van onze lokale radio Sjeeker, de zender waar we allemaal naar luisteren. Ze heeft op haar telefoon een functie waarmee berichten automatisch worden omgezet in een gesproken boodschap. Erg handig. En zij spreekt haar berichten altijd in. Daardoor klinkt haar bedwelmende stem bijna elke dag in mijn oren. Heerlijk! Ik bof met zulke vrienden, dat besef ik goed. Bovendien zijn Roos en Hassan net zo dol op de zee als ik en dat vind ik geweldig. Want je passie delen met je vrienden, dat is toch het fijnste wat er is? ‘Joehoe, ik ben er!’ roep ik wanneer ik de flat binnenkom waar mijn moeder en ik wonen. Maar ik krijg geen antwoord. Ik trek de koelkast open en pak een bekertje yoghurt. Op tafel ligt een briefje.
Driesje, ik zal rond 19 uur thuis zijn. Begin alvast aan je huiswerk. Knuffel, mama. 11
‘Ik zal mijn best doen’, lach ik, terwijl ik het briefje verfrommel. ‘Maar mijn best is soms niet goed genoeg!’ Op mijn kamer zet ik automatisch de radio aan. Ik verlang ernaar om de stem van Roos te horen. Heb jij ook zo genoten van dit nummer? Het zit vol positieve vibes en doet de energie door je lichaam stromen. Dat komt vast van pas! Veel huiswerk? Daar bestaat maar één remedie voor: er meteen aan beginnen! Met het volgende nummer lukt dat zeker!
Ik moet erom grinniken, want het lijkt of Roos het tegen mij heeft. Met een zucht pak ik mijn wiskundeschrift uit mijn tas. Waarschijnlijk heeft ze gelijk, maar ik heb er echt geen zin in. Eerst nog even mijn bedenkingen noteren bij dat ongeluk van daarstraks. − Ik ben getuige van een aanvaring tussen een jetskiër en een luxejacht.
−D e bemanning van het luxejacht zet een bootje uit om de gewonde jetskiër op te pikken.
−D e vrouw op het jacht wil geen helikopter om hem te vervoeren. − E ven later cirkelt er toch een helikopter boven het jacht en die pikt iemand op.
−N iets aan de hand? Ik weet het niet. 12
Eerst kwam die jetskiÍr zo agressief naar me toe in een gebied waar hij niet mag varen. Dat was niet normaal. En dan die onvriendelijke vrouw op het motorjacht! Ik kan me niet op mijn wiskunde concentreren. Onmogelijk. Ik wil meer weten over de man op de jetski‌ We hadden natuurlijk zijn trailer moeten bekijken. Want bij een trailer hoort een auto en die geeft informatie over de eigenaar, bijvoorbeeld via zijn nummerplaat. Wat stom dat we daar niet aan hebben gedacht! Hassan, morgenvroeg om acht uur samen die trailer checken! Roos, je draait weer te gekke muziek! Bel je me als je programma afgelopen is?
13