Skip to main content

9789401444453

Page 1

L. Fastré • V. Tulleneers • K. Vlayen

Vakdidactiek voor leraren economie Een praktijkgerichte benadering

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 3

08-05-17 17:22


D/2017/45/303 – ISBN 978 94 014 4445 3 – NUR 846

Vormgeving omslag: Keppie & Keppie Vormgeving binnenwerk: 5NUL8 Grafische Producties

© De auteurs & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017.

Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv.

Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Uitgeverij LannooCampus Erasme Ruelensvest 179 bus 101 3001 Leuven België www.lannoocampus.be

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 4

08-05-17 17:22


inhoud

Voorwoord Hoofdstuk 1 - inleiding 1.1 1.2 1.3

Stand van zaken 1.1.1 Waarom is economie-onderwijs nodig? 1.1.2 Hoe ziet het economie-onderwijs eruit? 1.1.3 Kritische bedenkingen Waar naartoe? Hoe de doelstellingen bereiken?

Hoofdstuk 2 - Hoe maak ik een les economie? 2.1 2.2 2.3 2.4

Denken en dan pas doen! 2.1.1 Lesdoelstellingen Leerinhouden 2.2.1 Waar informeren? 2.2.2 Hoe voorbereiden? 2.2.3 Expert in alles? Beginsituatie Een duidelijke opbouw 2.4.1 Probleemstelling of onderzoeksvraag 2.4.2 Motivatiefase 2.4.3 Analysefase 2.4.4 Synthese en naverwerking

Hoofdstuk 3 - Didactische fiches 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Inductie - case: koopkracht (eerste graad) Aanschouwelijkheid - case: veiligheid in de logistieke omgeving (derde graad) Aanschouwelijkheid - case: verzekeringen (derde graad) Leerlingenactiviteit - case: marktvormen (derde graad) Herhaling - case: fasen van het aankoopproces (eerste graad) Actualiteit - case: fusie, overname of joint venture? (tweede graad)

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 5

9 11 11 11 12 17 17 19 23 24 24 30 30 31 31 32 33 33 36 42 53 57 58 60 61 64 66 68

08-05-17 17:22


6

Vakdidactiek voor leraren economie

3.7 Het onderwijsleergesprek (OLG) - case: arbeidsproductiviteit (tweede graad) 3.8 Doceren - case: de Europese Unie (tweede graad) 3.9 Groepswerk - case: vennootschapsvormen (derde graad) 3.10 Rollenspel - case: deskundig klantenonthaal (derde graad) 3.11 Bordgebruik - case: de bankkaart (tweede graad) 3.12 ICT-gebruik - case: rendementsanalyse van een investering (derde graad) 3.13 Boekhouden - case: boeken van verkoopfactuur (tweede graad)

Hoofdstuk 4 - Ook nog aandacht voor ... 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Economie en taalgericht vakonderwijs 4.1.1 Context 4.1.2 Interactie 4.1.3 Taalsteun Bedrijfsadministratie – boekhouden 4.2.1 Leerlijn in een meerjarig curriculum 4.2.2 Consequente opbouw van een meerjarig curriculum Bedrijfsbezoek - excursie 4.3.1 Afbakening van de doelen 4.3.2 Algemene voorbereiding 4.3.3 Tijdens het bedrijfsbezoek 4.3.4 Na het bedrijfsbezoek Werkplekleren 4.4.1 Werkplekleren: een definitie 4.4.2 Welke vormen van werkplekleren zijn er? 4.4.3 Wat zegt de wetgeving over werkplekleren? 4.4.4 Een visie op werkplekleren? 4.4.5 Hoe het werkplekleren voorbereiden? 4.4.6 Hoe het werkplekleren begeleiden? 4.4.7 Hoe het werkplekleren evalueren? Onderzoekscompetenties 4.5.1 Waarom onderzoekscompetenties? 4.5.2 Wat zijn onderzoekscompetenties? 4.5.3 Een leerlijn en een didactiek voor onderzoekscompetenties 4.5.4 Werken met een onderzoekscyclus 4.5.5 Een aantal aanbevelingen voor de praktijk Evaluatie 4.6.1 Waarom evalueer je? 4.6.2 Wat evalueer je?

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 6

70 72 74 76 78 80 82 85 85 86 89 91 94 94 95 104 105 106 107 108 109 109 110 112 112 113 115 116 116 116 116 117 118 120 121 123 125

08-05-17 17:22


inhoud

4.7

7

4.6.3 De evaluatie van competenties 4.6.4 Hoe evalueer je? 4.6.5 Zijsprongetje: het belang van feedback 4.6.6 Wanneer is evaluatie kwaliteitsvol? 4.6.7 Wanneer evalueer je? 4.6.8 Wie evalueert? 4.6.9 Enkele voorbeelden van toetsen Duurzaam ondernemen in het onderwijs 4.7.1 Wat is duurzaam ondernemen? 4.7.2 Duurzaam ondernemen en onderwijs?

Bijlage: inspiratiegids

1 2 3 4 5 6 7 8

Ondernemingszin en ondernemerschap Ethiek en duurzaamheid Logistiek en retail Inflatie en monetair beleid De Europese Unie FinanciĂŤle geletterdheid Democratie en politiek Actualiteit en varia

126 129 130 131 137 138 139 146 146 148 155 155 157 159 161 162 163 165 166

Bibliografie

169

Dankwoord

173

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 7

08-05-17 17:22


Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 8

08-05-17 17:22


Voorwoord

Een halve eeuw geleden (1968) … Uit Inleiding tot de didactiek der economische wetenschappen, dr. A. Luwel, docent aan de Vrije Universiteit Brussel, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij/Antwerpen-Utrecht: Noodzaak der speciale didactiek ‘Men heeft lange tijd onvoldoende aandacht geschonken aan de absolute noodzaak van een meer theoretisch gericht speciale didactiek. Men huldigde veelal de opvatting dat de kwaliteit van het gegeven onderwijs grotendeels terug te brengen is tot de spontane uiting van de persoon van de leraar, gezien in het licht van diens aanleg en ervaring. Dit leidde tot een spontaniteits­opvatting omtrent de geschiktheid tot het onderwijs, die tegenwoordig echter globaal moet worden verlaten. Wetenschappelijke kennis en onderwijsaanleg zijn twee zaken die niet noodzakelijk en simultaan in dezelfde persoon aanwezig zijn. Het efficiënt aanleren van elke stof vereist eigen technieken van onderwijs, die niet meer berusten op intuïtief aanvoelen. Het opdoen van onderwijskennis door ervaring is voortaan ondoelmatig en onproductief. Het onderwijzen als routine is definitief voorbij, evenals het terugbrengen van de vakdidactiek tot een samenstel van kunstige trucjes of knepen. Vandaar de dringende behoefte aan een speciale didactiek die uitgegroeid is tot een wetenschappelijk geheel van principes en technieken, die aan rationeel onderricht van een bepaald vak ten grondslag liggen.’

Een pleidooi dus, een halve eeuw geleden al voor een KWALITEITSVOLLE VAKDIDACTIEK! Het jarenlang werken met startende leerkrachten economie in de lerarenopleiding heeft ons een halve eeuw later nog steeds de noodzaak doen voelen om aan studenten een sterk basiswerk vakdidactiek economie aan te bieden. We zijn er namelijk van overtuigd, ook door onze ervaring in het secundair onderwijs, dat je enkel vanuit een stevige vakdidactiek als leraar kunt voorzien in degelijk onderwijs. Onderwijs dat een goede economische vorming kan waarmaken voor leerlingen in onze scholen, want, zoals Loesje zegt: Het is onze ambitie als auteurs om daarin een rol van betekenis te spelen … Lucien Fastré –Veerle Tulleneers – Karolien Vlayen

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 9

08-05-17 17:22


10

Vakdidactiek voor leraren economie

Hoofdstuk 1 inleiding

Hoofdstuk 2 Hoe maak ik een les economie?

1.1 Stand van zaken 1.2 Waar naartoe? 1.3 Hoe de doelstellingen bereiken?

Hoofdstuk 3 Didactische fiches

Hoofdstuk 4 Ook nog aandacht voor ...

Bijlage: inspiratiegids

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 10

08-05-17 17:22


hoofdstuk 1

INLEIDING

1.1 Stand van zaken 1.1.1 Waarom is economie-onderwijs nodig? Als onderwijs in het algemeen neerkomt op het voorbereiden van jongeren op hun deelname aan de maatschappij, dan is het nodig dat ze die maatschappij ook begrijpen. Die maatschappij krijgt namelijk vorm in een complex – vooral economisch – weefsel. Recente financieel-economische crisissen hebben (op een pijnlijke manier) duidelijk gemaakt dat onze hele maatschappij gebouwd is op economische fundamenten die ieders leven in al zijn aspecten raakt en vormgeeft. Je kunt met andere woorden niet meer functioneren zonder ‘economie’. Elke dag staat de krant vol met artikels, grafieken, opiniestukken en verslagen die binnen het ruime (bedrijfs)economische en/of handelsgebeuren vallen. Het lijkt dan ook logisch en noodzakelijk dat we onze jongeren voldoende economische bagage meegeven tijdens hun onderwijsloopbaan zodat ze vlot kunnen participeren aan de samenleving en dat we ze wapenen om de valkuilen en verleidingen ervan te herkennen. Daarnaast erkent eenieder ook het belang van ondernemerschap en de kracht van ondernemers als een motor van onze economische samenleving. De creatie van jobs staat met stip vooraan op de to-dolijst van elke overheid, overal ter wereld. Ook dat is economisch onderwijs: mensen uitrusten met kennis én vaardigheden om risico’s te durven nemen, om van ideeën projecten te maken die onze welvaart op de een of andere manier (direct en vaak ook indirect) verhogen. Het is dus voor elke achttienjarige toekomstige bankier, toekomstige schrijnwerker of gewoonweg toekomstige ‘burger’ een must om een stevige basis aan financieel en/of (bedrijfs)economisch inzicht te hebben. Dat zou dan impliceren dat er voor eenieder een vorm van economische opleiding standaard voorzien is in ons onderwijssysteem. Later in dit boek zal blijken dat ons Vlaams onderwijssysteem op dat vlak zeker kansen laat liggen.

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 11

08-05-17 17:22


12

Vakdidactiek voor leraren economie

1.1.2 Hoe ziet het economie-onderwijs eruit? Ons onderwijslandschap is zeer divers, met verschillende niveaus, onderwijsnetten en opleidingsvormen. Het aanbod binnen ons vakgebied krijgt dus ook op erg verschillende wijzen vorm binnen de scholen en onderwijsinstellingen. In het lager onderwijs is er enkel binnen het vak wereldoriëntatie wat ruimte gemaakt voor een inleiding op de economie. Leerlingen maken erg beperkt kennis met een aantal sociaal-economische verschijnselen en komen in contact met wat politieke en juridische elementen. Dit zijn de relevante doelstellingen binnen het leergebied ‘mens en maatschappij’ (Onderwijs Vlaanderen, 2015): De leerlingen • kunnen illustreren dat verschillende vormen van arbeid verschillend toegankelijk zijn voor mannen en vrouwen en verschillend gewaardeerd worden; • kunnen met een zelfgekozen voorbeeld illustreren hoe de prijs van een product tot stand komt; • kunnen met een zelfgekozen voorbeeld het nut en het belang aangeven van een collectieve voorziening, waarvoor de overheid zorg draagt; • kunnen illustreren dat welvaart zowel over de verschillende landen in de wereld als in België ongelijk verdeeld is; • beseffen dat hun gedrag beïnvloed wordt door de reclame en de media; • kunnen het belang illustreren van de fundamentele Rechten van de Mens en de Rechten van het Kind. Ze zien daarbij in dat de rechten en plichten complementair zijn; • kunnen op een eenvoudige wijze uitleggen dat verkiezingen een basiselement zijn van het democratisch functioneren van onze instellingen; • kunnen illustreren op welke wijze internationale organisaties ernaar streven om het welzijn en/of de vrede in de wereld te bevorderen; • weten dat Vlaanderen één van de gemeenschappen is van het federale België en dat België deel uitmaakt van de Europese Unie. Ze weten daarbij dat elk een eigen bestuur heeft waar beslissingen worden genomen; • kennen de erkende symbolen van de Vlaamse Gemeenschap (met name feestdag, wapen, vlag, volkslied en memoriaal). In het secundair onderwijs wordt de economische vorming, net zoals alle andere vakken, binnen verschillende graden (leeftijdsgroepen) en op verschillende niveaus (finaliteiten) ingedeeld en georganiseerd. De eerste graad voorziet geen economische vakken binnen de uren algemene vorming. Die economische vorming kan echter wel gerealiseerd worden binnen de door leerlingen te kiezen basisoptie ‘economie en organisatie’.

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 12

08-05-17 17:22


inleiding

13

Vanaf de tweede graad zijn er wel erg specifieke economische studierichtingen, elk met hun eigen benaming en inhoud, geclusterd binnen een studiedomein ‘economie en organisatie’. Die studierichtingen kunnen een doorstroomstudierichting zijn met een focus op het abstract-theoretische. Ze bereiden de leerlingen voor op verder studeren in het hoger onderwijs. Er zijn ook studierichtingen binnen ons studiedomein met een dubbele finaliteit, waarbij leerlingen voorbereid worden op zowel het hoger onderwijs als op een rechtstreekse intrede op de arbeidsmarkt. Ten slotte zijn er de arbeidsmarktgerichte studierichtingen die erg concreet en praktisch opgevat zijn. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de economische studierichtingen binnen ons domein. Tweede graad: studiedomein economie en organisatie Finaliteit doorstroom Dubbele finaliteit

Finaliteit

arbeidsmarkt Domeinoverschrijdend Domeingebonden aso

tso/kso

tso/kso bso

Economische

Bedrijfswetenschappen

• Bedrijf en

wetenschappen

organisatie

Organisatie en logistiek

• Toerisme

Derde graad: studiedomein economie en organisatie Finaliteit doorstroom Dubbele finaliteit naar academische en of professionele bachelor

Finaliteit

naar gerichte

arbeidsmarkt

PBA / HBO5 /

HBO5/

arbeidsmarkt

arbeidsmarkt

Domeinoverschrijdend

Domeingebonden

aso

tso/kso

tso/kso bso

• Economie-wiskunde

Bedrijfswetenschappen

• Bedrijfsorganisatie • Distributie

• Economie-moderne talen

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 13

• Internationale

en logistiek

handel en logistiek • Organisatie • Marketing en

en onthaal

ondernemen • Toerisme

08-05-17 17:22


14

Vakdidactiek voor leraren economie

Het studiedomein ‘economie en organisatie’ vormt binnen het secundair onderwijs dus een inhoudelijk samenhangend thematisch geheel, dat van abstract tot praktisch geordende studierichtingen bevat (Onderwijs Vlaanderen, 2017). Binnen het secundair onderwijs vraagt het Ministerie van Onderwijs scholen ook in te zetten op vakoverschrijdende competenties en inhouden. Die doelstellingen moeten dus over de vakken heen gerealiseerd worden, meestal in projecten of thematisch aangeboden lesinhouden. Ook daarin zijn er economische contexten aanwezig die alle leerlingen, ongeacht hun gekozen studierichting, moeten doorlopen. Verder zijn er binnen het Vlaamse onderwijslandschap ook nog de Se-n-Se opleidingen. Die opleidingen secundair-na-secundair (Se-n-Se) zijn korte opleidingen binnen de derde graad technisch en kunstsecundair onderwijs waarmee je je verder kunt specialiseren. Een Se-n-Se-opleiding bereidt voor op een beroep: een groot deel van de opleidingstijd bestaat uit leren op een werkplek. Ook in die context zijn er veel economische studierichtingen. Dat geldt eveneens voor de HBO5-opleidingen (hogere beroepsopleidingen van het volwassenenonderwijs) en het ‘gewone’ volwassenenonderwijs. Ten slotte is er het erg ruime economische aanbod binnen de professionele en academische bacheloropleidingen aan de verschillende hogescholen en universiteiten (Centrum voor leerlingenbegeleiding, 2015). Het is duidelijk dat ons vakgebied zich uitstrekt over een groot aantal studierichtingen, gaande van economische wetenschappen en bedrijfswetenschappen over internationale handel en marketing tot onthaal, distributie, logistiek ... Het vak ‘economie’ komt dus onder verschillende benamingen en gedaantes voor in ons onderwijs. Wanneer we het in dit boek hebben over economie, is het duidelijk dat het veel meer is dan ‘economie’. Voor verdere informatie en actuele gegevens omtrent de studierichtingen verwijzen we naar de website van onderwijs Vlaanderen (www.onderwijs.vlaanderen.be). Interessant vanwege de gemeenschappelijke taal is de manier waarop Nederland haar economisch onderwijs heeft vormgegeven. Hieronder geven we een zeer beknopte samenvatting:

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 14

08-05-17 17:22


inleiding

15

Universiteit

vwo (6 jaar)

HBO

MBO VMBO (4 jaar)

HAVO (5 jaar)

theoretische leerweg

gemengde leerweg

kader beroepsgerichte leerweg

basis beroepsgerichte leerweg

Praktijk onderwijs (6 jaar)

basis vorming primair onderwijs

Figuur 1: De onderwijsstructuur in Nederland Na het volgen van primair onderwijs (basisschool) stroomt een leerling door naar één van de vier vormen van vervolgonderwijs: • • • •

PrO (praktijkonderwijs); VMBO (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs); HAVO (hoger algemeen voortgezet onderwijs); VWO (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs).

Praktijkonderwijs Voor leerlingen die naar verwachting de leerwegen niet met een VMBOdiploma zullen afsluiten, is er het praktijkonderwijs. Dat is een gewone school voor voortgezet onderwijs met extra faciliteiten en speciaal onderwijs met veel praktijkvakken. Praktijklessen en stage staan centraal en de theorie is ondersteunend. De praktijkschool biedt veel scholing en training die helpt om later zelfstandig in de maatschappij een plek te vinden. De leerlingen verlaten de school met een landelijk erkend getuigschrift. De meeste leerlingen gaan na de praktijkschool naar een betaalde job of een job met een scholingstraject. Om praktijkonderwijs te kunnen volgen heeft een leerling een beschikking nodig van de Regionale Verwijzingscommissie (RVC). Het vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs Het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (VMBO) bereidt voor op het middelbaar beroepsonderwijs (MBO). Met het VMBO-diploma kun je bijgevolg naar een beroepsopleiding. Het VMBO duurt vier jaar. De eerste twee jaren vormen de onderbouw en omvatten een breed vakkenpakket.

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 15

08-05-17 17:22


16

Vakdidactiek voor leraren economie

In het VMBO zijn er vier sectoren waaruit je tijdens je opleiding een keuze kunt maken. Elke sector heeft een vast vakkenpakket dat hoort bij de beroepen binnen die sector. De vier sectoren zijn de sector Techniek, de sector Zorg en Welzijn, de sector Economie en de sector Landbouw. Als je naar een school gaat voor VMBO, is het belangrijk om te weten wat het aanbod is van de school, welke leerwegen er zijn en welke sectoren. Niet elke school voor VMBO biedt hetzelfde onderwijsprogramma aan. Leerlingen krijgen in het VMBO het vak economie meestal voor het eerst aangeboden in leerjaar 2 (onderbouw) en als examenvak indien ze kiezen voor de sector Economie. Daarnaast wordt de leerling bij de basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte leerweg en de gemengde leerweg geconfronteerd met een beroepsgerichte afdeling. Uit de tien profielen die daar aangeboden worden, kan een leerling kiezen voor ‘economie en ondernemen’. HAVO en VWO Het hoger algemeen voortgezet onderwijs (HAVO) duurt vijf jaar en is vooral bedoeld als voorbereiding op het hoger beroepsonderwijs (HBO). Het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (VWO) duurt zes jaar en is vooral bedoeld als voorbereiding op het wetenschappelijk onderwijs, de universiteit. In het VWO kun je naar een atheneum of een gymnasium. Vanaf het vierde leerjaar in de bovenbouw van het HAVO en het VWO kun je kiezen uit vier profielen: 1 natuur en techniek; 2 natuur en gezondheid; 3 economie en maatschappij; 4 cultuur en maatschappij. Welk profiel je ook kiest, elke leerling in de bovenbouw volgt een aantal gemeenschappelijke vakken die voor alle leerlingen belangrijk zijn. Verder zijn er natuurlijk de vakken die horen bij het profiel dat je hebt gekozen. Daarnaast is er een vrije ruimte die je gebruikt om vakken te volgen uit een ander profiel. In de bovenbouw van het HAVO en het VWO kun je dus meer je eigen belangstelling volgen door te kiezen voor een van de vier profielen en de vrije ruimte te benutten. Binnen het HAVO en VWO is er naast het vak economie (bij het profiel economie en maatschappij) ook het vak M&O (management en organisatie) waarvoor leerlingen een examen kunnen afleggen (Koolen, 2015).

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 16

08-05-17 17:22


inleiding

17

1.1.3 Kritische bedenkingen Het overzicht van het Vlaamse onderwijssysteem met daarin de plaats van ons vak, maakt al onmiddellijk duidelijk dat we onze start missen. In het basisonderwijs, waar andere vakken hun grondslag hebben, is er weinig tot geen plaats voor economische vorming. Hier en daar is er binnen het vak wereldoriĂŤntatie ruimte om wat economische fundamenten te leggen, maar een echte start binnen het economisch onderwijs van onze jongeren kun je dat echt niet noemen. Een volgend gemis dat we vaststellen, is dat niet iedereen economie krijgt aangeboden. Het is perfect mogelijk, en voor heel wat leerlingen een spijtige realiteit, om op je achttiende levensjaar, na vijftien jaar onderwijs, af te studeren zonder ook maar enige economische vorming gehad te hebben. Die leerlingen stappen als jongvolwassenen de maatschappij in met een rugzak vol allicht zinvolle en waardevolle kennis en vaardigheden op velerlei domeinen, maar zonder enige notie van de wetenschap waar die maatschappij op/om draait. De poging van de overheid om dat op te vangen aan de hand van vakoverschrijdende eindtermen, is zeker geen volwaardig alternatief voor degelijk economie-onderwijs voor iedereen.

1.2 Waar naartoe? Waar moeten we nu naartoe met ons vak? Het is uiteraard geen optie om zelf invulling te geven aan de verschillende vakken. Waar je als leerkracht moet uitkomen met je leerlingen, is met andere woorden zeer duidelijk voorgeschreven. Elk vak heeft immers een bijbehorend en richtinggevend leerplan. Een leerplan omvat op herkenbare wijze de (specifieke) eindtermen of de beroepskwalificaties van elk vak. De school en de leerkracht hebben bijgevolg de garantie dat ze bij realisatie van het leerplan ook de eindtermen bereiken of de beroepskwalificaties nastreven. Als leerlingen naast de eindtermen ook de uitbreidingsdoelen van hun richting behalen, wordt het voor hen mogelijk om van een meer praktisch gerichte studierichting te schakelen naar een meer abstract gerichte. Dat is het zalmmodel. Al de voorgaande eindtermen, kwalificaties en doelen die samenkomen in een leerplan, zijn bepalend voor wat wij als leerkracht in de klas met de leerlingen doen. Ze zijn een leidraad naar het beoogde eindpunt. Zonder een grondige studie van het leerplan weten we dus eigenlijk niet waar we naartoe moeten met een vak. De manier waarop leerplannen richting geven verschilt binnen ons

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 17

08-05-17 17:22


18

Vakdidactiek voor leraren economie

onderwijslandschap, maar steeds sturen ze van eerder breed en algemeen naar meer concreet. Enkele voorbeelden van (specifieke) eindtermen voor onze vakken in de tweede en derde graad (Onderwijs Vlaanderen, 2015): • de leerlingen kunnen de rol van de marktprijs bij de ruiltransacties beschrijven; • de leerlingen kunnen illustreren dat aan economische groei positieve en negatieve aspecten verbonden zijn; • de leerlingen kunnen de wederzijdse afhankelijkheid van markten illustreren en verklaren; • de leerlingen kunnen economische groei en indicatoren van economische groei kritisch beoordelen en vergelijken; • de leerlingen kunnen over een economisch vraagstuk een onderzoeksopdracht voorbereiden, uitvoeren en evalueren. Enkele voorbeelden van algemene doelstellingen: • het doel van handelseconomie is de leerlingen een grondige kennis en een dieper inzicht te verschaffen in de economische mechanismen met haar onderscheiden entiteiten, markten en instellingen, hun begrippen en relaties (tweede graad, Gemeenschapsonderwijs (GO!)); • de leerinhouden zijn erop gericht de leerlingen de onderlinge verwevenheid te laten herkennen van de elementen die de economische werkelijkheid constitueren (tweede graad, Katholiek Onderwijs Vlaanderen). Enkele voorbeelden van leerplandoelstellingen: • de leerlingen kunnen het gebruik van de verschillende betalingsmogelijkheden beschrijven (eerste jaar, Katholiek Onderwijs Vlaanderen); • de leerlingen kunnen verschillende soorten arbeid en hun vergoedingen onderscheiden en illustreren aan de hand van voorbeelden uit de eigen leefwereld (tweede graad, Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG)); • de leerlingen kunnen een eenvoudige inventaris opstellen aan de hand van beschikbaar cijfermateriaal (tweede graad, Gemeenschapsonderwijs (GO!)); • de leerlingen kunnen de controle van de goederen (food en/of non-food) en van de leveringsdocumenten toelichten en uitvoeren (derde graad, Katholiek Onderwijs Vlaanderen). Leerplannen bieden bovendien, naast de te bereiken doelstellingen, nog veel meer informatie. Info omtrent de beginsituatie van de klas, suggesties betreffende evaluatie, voorwaarden inzake de materiële uitrusting van het lokaal

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 18

08-05-17 17:22


inleiding

19

worden immers ook vaak opgenomen. Daarnaast kan het ook de basis vormen voor het jaarplan omdat het soms ook een richtinggevende indeling aanbiedt omtrent de lestijden doorheen het jaar. Het is dus een erg waardevol document dat leerkrachten begeleidt bij hun onderwijsopdracht. En er zijn nog hulplijnen. Voor nagenoeg elk leerplan zijn er handboeken/ leerboeken op de markt. Meestal volgen die boeken de voorschriften van een leerplan nogal strikt en dus kunnen ze een belangrijke ondersteuning bieden. Vergeet echter niet dat het ook niet meer is dan dat. Uiteindelijk zet het leerplan de bakens uit en niet een handboek.

1.3 Hoe de doelstellingen bereiken? In het vorige deel werd het duidelijk dat we ons als leerkracht te houden hebben aan de leerplannen wanneer we onze vakken een invulling geven. De doelen zijn strikt voorgeschreven en helder. Het eindpunt is duidelijk. Hoe dat bereikt wordt, ligt in handen van de leerkracht, die het leren van leerlingen door middel van krachtige leeromgevingen kan optimaliseren. Het gaat over het ontwerpen van sterke lessen én over het stevig vertolken ervan. Het gaat ook over een kwaliteitsvolle vakdidactiek … De inspiratiegids voor een kwaliteitsvolle vakdidactiek plaatst vakdidactiek in het samenkomen van kennis, didactiek en praktijk, om zo te komen tot het vak3dactisch model: ‘In de vakdidactiek komen drie domeinen samen: de didactiek, de praktijk en de vakkennis. De vakdidactiek is meer dan de som van die drie domeinen: het is het unieke geheel dat ontstaat wanneer op basis van deze drie domeinen de juiste elementen worden uitgewerkt. We noemen die elementen de bouwstenen van een vakdidactiek. Deze bouwstenen van vakdidactiek zijn als blokken: elementen die uitnodigen om telkens weer nieuwe en uitdagende combinaties te maken. Met die blokken kan een vakdidacticus flexibel aan de slag’ (Ardui, et al., 2011). Figuur 2: Het vak3dactisch model

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 19

08-05-17 17:22


20

Vakdidactiek voor leraren economie

Het is dus duidelijk dat vakdidactiek het complexe samengaan is van een aantal kernelementen die je als leerkracht moet bezitten. Een goede leerkracht dient bijgevolg een vakexpert te zijn. Zeker in een dynamisch vak als economie is de essentie van lesgeven: begeesterd bezig zijn met het vak, constant bijleren en jezelf blijven verdiepen. Een stevige vakkennis typeert goede leerkrachten en dwingt respect af bij leerlingen. In dit werk gaan we ervan uit dat die kennis aanwezig is of dat er de reflex is om op dat vlak bij te sturen indien nodig. In het denkschema dat later in dit boek als hulpinstrument wordt aangeboden, krijgt de leerstofbeheersing terecht een prominente plaats. De praktijk van het lesgeven vormt eveneens een belangrijk onderdeel. Leren vanuit de praktijk is zonder twijfel de belangrijkste en meest efficiënte leerschool. Mogen vallen en opstaan in de klas is voor veel goede leerkrachten dé manier geweest om hun competenties te ontwikkelen, te verfijnen en aan te scherpen. Maar laten we toch liever niet te ongewapend op pad gaan. Een goede (vak)didactische opleiding en/of een goed handboek daaromtrent zorgen ervoor dat de eerste stappen voor de klas onmiddellijk relatief succesvol kunnen zijn en dat kan zowel voor de (beginnende) leerkracht als voor de leerling alleen maar positief zijn. Om de praktijkcomponent toch de plaats te geven die het verdient, hebben we bij het schrijven van dit handboek volop gebruikgemaakt van de expertise die aanwezig is in het werkveld. De didactische fiches die terug te vinden zijn in de volgende hoofdstukken, zijn aangevuld en bijgestuurd door sterke mentoren binnen het vakgebied. Op die manier krijgt de praktijk, de échte klassituatie, een belangrijke plaats in dit boek. Ten slotte is er nog de algemene didactiek, die uiteraard niet kan of mag ontbreken. Talloze onderzoeken zijn gebeurd inzake het leren van leerlingen, het hanteren van werkvormen, het verbeteren van het leerrendement ... Het is evident dat we ook die knowhow inzetten wanneer we een didactiek voor het vak beschrijven. Het komt er eigenlijk op aan om de algemene didactische thema’s te vertalen naar het vak. Bij het schrijven van dit werk zijn we in eerste instantie vertrokken vanuit onze eigen ervaringen als leerkrachten economie en als lerarenopleiders, met onze eigen (vak)didactische expertise. Anderzijds hebben we ook bewust input gevraagd van onderwijskundigen om ervoor te zorgen dat ook de inzichten uit de algemene didactiek en onderwijskunde stevig verankerd zitten in dit boek.

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 20

08-05-17 17:22


Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 21

08-05-17 17:22


22

Vakdidactiek voor leraren economie

Hoofdstuk 1 inleiding

Hoofdstuk 2 Hoe maak ik een les economie?

Hoofdstuk 3 Didactische fiches

2.1 2.2 2.3 2.4

Denken en dan pas doen! Leerinhouden Beginsituatie Een duidelijke opbouw

Hoofdstuk 4 Ook nog aandacht voor ...

Bijlage: inspiratiegids

Opm. Handboek vakdidactiek voor leraren.indd 22

08-05-17 17:22


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook