Skip to main content

9789401444286

Page 1

Luc Vanacker

De Britten aan de Belgische kust De Noordzee als frontlijn (1914-1918)


Inhoud

Voorwoord 7 Inleiding 9 Hoofdstuk 1 Van Antwerpen to de IJzer 13 Hoofdstuk 2 Een voorbeeldige medische samenwerking 29 Hoofdstuk 3 De Dover Patrol 41 Hoofdstuk 4 Een artillerieduel zonder weerga 61 Hoofdstuk 5 De geboorte van een nieuw wapen 87 Hoofdstuk 6 Operatie Z & O 101 Hoofdstuk 7 Een groene kathedraal 111 Epiloog 121 Register 129


13

HOOFDSTUK 1

Van Antwerpen tot de IJzer

Z

oals God meevocht in elk kamp, zo dook in de aanloop naar het referendum over het eu-lidmaatschap in juni 2016 ook de grootste Brit aller tijden weer op. Zowel bij voor- als tegenstanders. Boris Johnson, oud-burgemeester van Londen en boegbeeld van de Brexit-beweging, beweerde dat ‘de Europese Unie er wellicht anders had uitgezien, Angelsaksischer, democratischer’ als Churchill in 1948 aan de macht was geweest. De historicus Felix Klos beklemtoonde dan weer het vaderschap van Churchill bij de geboorte van Europa, maar ook hoe die droom ontspoorde door kortzichtige politici. In de zomer van 1914 was Winston Churchill minister van Marine (toen nog ‘First Lord of the Admiralty’ genoemd) en een voorstander van Britse deelname aan de oorlog in Europa. Het kleine Britse expeditieleger (b.e.f. of British Expeditionary Force) werd door de Duitse keizer misprijzend ‘het verachtelijke kleine leger van generaal French’

genoemd. Dit kleine beroepsleger, amper 120.000 man sterk, werd in de strijd gegooid bij Bergen (Mons, 23 augus­tus 1914) en nadien onder meer bij Ieper (oktober-november 1914). De weinigen die het eerste oorlogsjaar overleefden, namen die belediging als eretitel aan en noemden zichzelf ‘the Old Contemptibles’. Hoewel minder bekend, was er ook een kleine Britse aanwezigheid in het noorden van België. Toch was die aanwezigheid cruciaal voor het wel­ slagen van de IJzerslag en voor het behoud van de Kanaalhavens. Winston Churchill doorzag dit als een van de eersten. Het Belgische leger had vanuit de Versterkte Plaats Antwerpen een paar aanvallen uitgevoerd op de rechterflank van het Duitse leger en daardoor ook bijgedragen aan het welslagen van ‘het mirakel van de Marne’, waar Fransen en Britten de Duitse opmars begin september konden stoppen.


van antwerpen tot de ijzer

Toen was de ‘race naar de zee’ begonnen en namen de Duitsers de Noordzeekust in het vizier. Daarom moest eerst Antwerpen vallen. Deze stad was weliswaar beschermd door een dubbele gordel van forten, maar die was nog gebouwd in een tijd toen de zwaarste artillerie 210 mm als kaliber had. De nieuwe Duitse houwitsers, zoals de Dikke Bertha, vuurden 420 mm-granaten af, zwaarder en verder dan de geallieerde artillerie. Dat was boksen tegen iemand die harder kon meppen en ook nog eens langere armen had. Op 2 oktober liep op het Britse Oorlogskabinet een Belgisch tele­gram binnen met de mededeling dat de koning en het veld­leger zich uit de Versterkte Plaats Antwerpen terug gingen trekken. Daar­op vroegen de Britten aan de Belgen om het nog wat langer vol te houden. Er zou versterking komen. In een tweede telegram werd gevraagd om te wachten tot Churchill in Antwerpen zou aankomen. Churchill vertrok op 3 oktober om 2 uur ’s nachts met een speciale trein en na de middag was hij al ter plaatse. De dag erop kwam al een bescheiden troepenmacht van vier bataljons van de Royal Marine Brigade uit de Noord-Franse stad Cassel aan. Ze namen

t Britse mariniers waren al eind augustus geland bij Oostende, na geruchten over Duitse ulanen in de buurt.

15

meteen de stellingen over van het Belgische Eerste linieregiment bij Lier in de bedreigde zuidelijke sector. De Britten maken het onderscheid tussen marines, de infanterie van de zeemacht, en seamen of naval troops op zee. Op 6 oktober wordt de brigade marines versterkt met twee naval brigades, die amper een maand opleiding achter de rug hadden. Samen werd dat de Royal Naval Division. Die divisie zal de hele oorlog als infanteriedivisie ingezet worden. Aanvankelijk viel die divisie niet onder het bevel van French maar onder dat van het Oorlogskabinet. Daarom vraagt Churchill, die net als Napoleon ‘voor de oorlog geboren’ was, of hij in Antwerpen het bevel mag voeren! Premier Asquith weigert en stuurt generaal Rawlinson. Een matroos bij de Royal Naval Division was de dichter Rupert Brooke. Bij aankomst in Antwerpen schreef hij: ‘Iedereen was blij met onze komst en vloog ons om de hals met appels, chocolade en kussen.’ Deze veelbelovende jonge dichter overleed aan de gevolgen van een geïnfecteerde muggenbeet, toen de Royal Naval Division in april 1915 op weg was naar het schiereiland Gallipoli in de Dardanellen. Dat was op 23 april, St. George’s Day, en tevens de verjaardag van het overlijden van Shakespeare en Wordsworth! Het openingsvers uit zijn gedicht The Soldier vinden we op menige grafsteen terug: ‘If I should die, think only this of me / That there’s


16

britten aan de belgische kust – de noordzee als frontlijn

some corner of a foreign field / That is forever England (…).’ Er was de Belgen op 3 oktober nog meer versterking beloofd. De Britten zouden immers nog de 7e infanteriedivisie en de 3e cavaleriedivisie sturen. De Fransen beloofden de 87e Territoriale divisie, een brigade marinefuseliers en 2.000 zoeaven. Alles samen zo’n 53.000 man. Deze beloofde extra versterkingen zullen Antwerpen echter nooit bereiken. Op 3 oktober was ook gezegd dat de Belgen vrij waren om te vertrekken als de beloofde versterking langer dan drie dagen op zich liet wachten. Op 7 oktober zijn ‘de drie dagen geduld’ verstreken en van de beloofde 53.000 man versterking is alleen de Britse 7e divisie aangekomen … in Brugge. Op 8 oktober wordt na overleg besloten om de Naval division, de 2e Belgische divisie en de vestingtroepen uit Antwerpen terug te trekken over de Schelde. De Britse 7e divisie wordt van Brugge naar Oostende gestuurd om de ontscheping van de 3e cavaleriedivisie te beschermen. Op 9 oktober wordt een deel van die Britse 7e divisie naar Gent gestuurd om de aftocht van de terugtrekkende troepen te dekken. Ook de Franse brigade marinefuseliers van admiraal Ronarc’h gaat naar Gent. De Franse 87e Territoriale divisie strijkt die dag neer in … Poperinge. Bij de terugtocht uit Antwerpen was door communicatieproblemen een deel van de Naval Division achtergebleven en op Duitse troepen gestoten, die

al op 7 oktober over de Schelde waren geraakt bij Schoonaarde (in de buurt van Dendermonde). Een deel (936 man) werd gevangengenomen en een deel (1.479) vluchtte over de Nederlandse grens en werd geïnterneerd. Na Antwerpen telde deze Britse divi­ sie ook al 57 gesneuvelden en 138 gewonden. Een deel van die gesneuvelden wordt vermeld op het Missing Memorial te Nieuwpoort. De Britse 7e infanteriedivisie valt op 9 oktober niet langer onder het bevel van het oorlogskabinet, maar onder dat van de Britse bevelhebber French, die ze twee dagen later naar Ieper stuurt. De Belgen stellen zich op in de buurt van de IJzer, waar de slag op 18 oktober losbrandt. Diezelfde dag krijgen de Belgen al Britse steun vanuit zee. Twee monitors en een aantal andere oorlogsbodems beschieten de Duitse stellingen. Dat ligt niet voor de hand, want de zeemacht kan alleen op zichtbare doelen schieten en daarvoor liggen de duinen in de weg. Er worden waarnemers geïnstalleerd op de St.-Laurentiustoren in Nieuwpoort (ook wel Tempeliers- of Duiventoren genoemd). De Britten noemden die oude versterkte kerktoren Shoppee’s Tower, naar Navy-luitenant Dennis Shoppee die daar helemaal boven lange tijd waarnemer voor de artillerie was. Later installeerden de Britten ook nog waarnemingsposten in de duinen en in Ramskapelle. Tijdens de IJzerslag hing er ook een waarnemings-


van antwerpen tot de ijzer

17

t Ruïne van de Sint-Laurentiustoren in Nieuwpoort, een oude versterkte kerktoren. De Britten gebruikten hem als waarnemingstoren voor de artillerie en noemden hem Shoppee’s Tower. q Britse scheepsgranaat, gevonden in Wulpen. (Foto Abdijmuseum Ten Duinen, A. Lehouck, 2009)

ballon boven Koksijde-Bad. Een Duitse batterij bij St.-Pieterskapelle, zo’n tien kilometer landinwaarts, werd zelfs vanuit zee beschoten na waarneming door een vliegtuig. In het begin verliep dit indirect vuren echter nogal chaotisch. Zo werd Nieuwpoort per ongeluk beschoten en in het niet-bezette dorp Wulpen overleden vier van de zestien burgerslachtoffers ten gevolge van Britse scheepsgranaten. Op 20 oktober vragen de Belgen de steun van een groep met machinegeweren. Twintig man van de monitor Severn, onder leiding van luitenant Edward Wise, komen aan land en willen zich verschansen in de Grote Bamburghoeve. Ze weten echter niet dat die al bezet is door Duitsers en ze worden vrijwel meteen uitgeschakeld. Luitenant Edward Wise ligt begraven op Ramscappelle Road Military Cemetery in Nieuwpoort. De Britten waren dus al in oktober 1914 in de sector Nieuwpoort actief vanuit zee, te land en in de lucht. De coast lice irriteerden de Duitsers in die mate dat ze op 27 oktober hun beschietingen concentreerden op de Britse vloot voor de kust. Daarbij werd de


van antwerpen tot de ijzer

t Churchill in Nieuwpoort in 1917.

hms Falcon geraakt door twee granaten en sneuvelden de bevelvoerder, zeven bemanningsleden en de kanonnier. De Britse steun had tot gevolg dat de Duitsers de IJzer bij Nieuwpoort niet overstaken. Vrijwel de hele oorlog lang zullen er monitors voor de westkust liggen, niet alleen om Duits artillerievuur van antwoord te dienen, maar ook om een invasie vanuit zee te beletten. In De Panne verbleef het Belgisch koningspaar immers in een villa met uitzicht op zee! Churchill De Duitse publicist Sebastian Haffner vindt van Churchill dat hij ‘de enige man was in Engeland die in 1914 de militaire situatie in haar geheel overzag’. Hij zag ook meteen het belang in van het behoud van Antwerpen om de Duitsers de toegang tot de Kanaalkust te versperren. Ook zijn latere voorstellen voor een landship (tank) en het openen van een nieuw front in de Balkan, werden aanvankelijk op scepsis onthaald, maar de tijd heeft hem gelijk gegeven. Het idee van de tank is volgens Churchill ontstaan uit de gepantserde wagens die de vliegtuig­ basissen in de buurt van Duinkerke moesten be-

19

schermen toen het front nog in beweging was en er her en der ulanen konden opduiken. Die Royal Naval Armoured Car Division was door Churchill in oktober 1914 opgericht naar Belgisch voorbeeld. Churchill mag dan ook deze paragraaf afsluiten. We danken aan Antwerpen de overwinning aan de IJzer en bij “Ever Glorious” Ieper. Een een­ voudig onderzoek van de feiten maakt de om­ vang duidelijk van het gevaar waar de Geallieerde zaak aan ontsnapte. Antwerpen viel 24 uur na­ dat de laatste divisie van het Belgische veldleger de stad verlaten had. Indien dit op 3 of 4 oktober was gebeurd, dan had de stad zich op 4 of 5 okto­ ber overgegeven, zonder Britse Vierde Korps of Marinefuseliers in Gent om de Belgische terug­ tocht te dekken. In de veronderstelling dat het Belgische leger daar zonder hulp in geslaagd was, dan waren zij en hun Duitse achtervolgers bij de IJzer aangekomen op 10 oktober. (…) Indien het Duitse belegeringsleger van start had kunnen gaan op 5 oktober, gevolgd door grote versterkingen, dan had niets Duinkerke en misschien zelfs Calais of Boulogne kunnen redden.

Churchill bracht nog een bezoek aan koning Albert op 18 maart 1915. Door het mislukken van de campagne in de Dardanellen, diende hij ontslag te nemen


20

britten aan de belgische kust – de noordzee als frontlijn

uit de regering in november 1915. Pas in juli 1917 keerde hij terug als minister van Munitie. De reddende inundatie De zes dagen die Britten en Belgen langer Antwerpen gehouden hebben, zorgden ervoor dat de Duitsers later aan de IJzer verschenen, maar dat heeft hen niet gestopt. Over het idee om de Duitsers aan de IJzer te stoppen met een inundatie, hangt ook nog een rookgordijn. En ook in deze kwestie brengen de Britten redding. Maar voor we het in een aparte kadertekst over de eerste grote inundatie hebben, stellen we eerst de Britse militaire attaché kolonel Tom Bridges voor. Tom Bridges was sinds 1911 Brits militair attaché te Brussel en hij werd door de Britse opperbevelhebber French op 3 oktober 1914 als verbindingsman naar Antwerpen gestuurd. Als hoofd van de Britse missie bij het Belgisch hoofdkwartier volgde hij de zaken op de voet. Over de inundatie schrijft hij: ‘Inundatie was een complex probleem en de Belgen verklaarden dat het onuitvoerbaar was, hoewel Sir John French me van in het begin de opdracht gegeven had om hen aan te sporen om er gebruik van te maken.’ Bridges had op 10 oktober aan sluiswachter Geraard Dingens gevraagd of een inundatie van de

IJzervallei mogelijk was, waarop hij een bevestigend antwoord had gekregen. Daarop vroeg Bridges aan de Belgen om zelf de job te mogen doen met Britse vrijwilligers. Over Tom Bridges getuigt prinses Marie-José vrank en vrij: De afgevaardigde van maarschalk French, kolo­ nel Bridges, bewonderen we ten zeerste, want hij was vrolijk, levendig en knap. Hij raakte ge­ wond tijdens de slag van Bergen (Mons) en zou later ook nog een been worden afgezet, hetgeen hem achteraf niet belette toch nog bedreven paard te rijden, te zwemmen, te dansen en zelfs tennis te spelen. Ook gravin de Caraman [een gezelschapsdame van koningin Elisabeth] was weg van dit mooie specimen van het Britse ras.

Bridges raakte op 11 april 1915 te Nieuwpoort gewond aan de schouder en werd door dokter Depage van l’Océan geopereerd. In december van dat jaar kreeg hij het bevel over de Britse 19e divisie, maar hij bleef contact houden met het Belgische koningspaar, ook na de oorlog. Tijdens de slag bij Passendale raakte hij zwaar gewond, waardoor hij inderdaad zijn rechterbeen verloor. Aan het hoofd van de Britse missie werd hij opgevolgd door Alexander van Teck, de broer van Mary van Teck, de gemalin van de Britse koning George v.


24

britten aan de belgische kust – de noordzee als frontlijn

Een anglofiele koning De grootvader van koning Albert i, Leopold i van Saksen-Coburg en Gotha, was in 1816 gehuwd met de Britse kroonprinses Charlotte, de dochter van koning George iv. Maar bij de geboorte van hun eerste kindje liep het mis. De dokter liet de bevalling 57 uur aanslepen zonder in te grijpen. Een uur voor de geboorte leefde het kind nog. Vijf uur later was ook de moeder overleden. Leopold huwde later met een Franse prinses, maar hij bleef goede contacten houden met het Britse hof. Hij regelde het huwelijk van de ouders van zijn nicht Victoria, maar de kroon op zijn werk als ‘makelaar in macht en liefde’ is het huwelijk (in 1840) van Victoria met prins Albert zelf. Ook als koningin zal Victoria een drukke briefwisseling blijven onderhouden met haar oom en raadsman. Op 13 augustus 1915 wordt koning Albert i benoemd tot erekolonel van een Brits regiment, het 5th Dragoon Guards, een eer die zijn grootvader in 1816 al te beurt was gevallen. Beide families laten ook hun Duitse naam vallen. De Britse koning tijdens de Eerste Wereldoorlog is ‘George v of Saxe-Coburg and Gotha’. Hij was de kleinzoon van Victoria en tevens de grootvader van koningin Elisabeth ii. Op 11 juli 1917 kiest hij voor de nieuwe naam ‘Windsor’. Zijn schoonbroer Alexander van Teck kiest voor ‘Cambridge’, de naam van zijn moe-

der. De Belgische vorsten nemen pas in 1920 de titel ‘Koning der Belgen’ aan, de prinsen en prinsessen dragen sinds 1927 de titel ‘van België’. Dat ook koning Albert anglofiel is, staat als een paal boven water. Zo onderhoudt hij vriendschappelijke contacten met vele vooraanstaande Britten achter het front: kolonel, later generaal Tom Bridges, Lord Curzon, Alexander van Teck/Cambridge, admiraal Keyes enzovoort. Maar ook zijn keuzes op militair vlak wijzen in die richting. Na de val van Antwerpen vragen de Fransen dat het Belgische leger zich terugplooit in de regio Deinze-Tielt, maar het wordt Brugge-Oostende. Na crisisoverleg in Oostende op 10 oktober, stelt de Franse opperbevelhebber Joffre de Belgen voor om zich op te stellen in de regio Ieper-Poperinge, maar de koning kiest voor Nieuwpoort-DiksmuideVeurne. Als staatshoofd en opperbevelhebber van het leger, een unieke combinatie, kiest Albert i dus telkens voor de kust. Hij gelooft ook in de zogenaamde Wet van Brück, die stelde dat het leiderschap van de wereld van Frank­rijk op Groot-Brittannië overgegaan was. Boven­dien waren de Britten hem als enigen van de garanten in Antwerpen te hulp gesneld. Koning Albert zal ook zijn contacten in GrootBrittannië aanspreken om de vrede een kans te geven. Zo vraagt hij de prins van Teck om via zijn zus, George v tot vrede te bewegen. Maar Frank-


van antwerpen tot de ijzer

rijk houdt hem in de gaten. Een gepland officieus contact tussen enerzijds Duitsland en anderzijds Groot-Brittannië en België gaat niet door vanwege Frans verzet. Het Britse gedenkteken en het Koning Albertmonument in Nieuwpoort vormen samen een mooi symbool van de Brits-Belgische vriendschap tijdens de Eerste Wereldoorlog. Omdat er op dat Britse monument voor de vermisten namen staan van gesneuvelden van Antwerpen tot Nieuwpoort vormt het ook een symbool voor de Britse aanwezigheid aan de kust gedurende de hele oorlog.

Bij Lord Curzon De koninklijke familie verbleef in Antwerpen toen een zeppelinaanval in de nacht van 24 op 25 augustus 1914 tien mensen doodde. Daarop werd besloten om de kinderen naar Groot-Brittannië te sturen. Ze mochten er verblijven op de residentie van Lord Curzon in Basingstoke, ten zuidoosten van Londen. Prinses Marie-José vertelt over hun eerste ontmoeting. ‘Lord Curzon, gewezen onderkoning van Indië en toekomstig minister van Buitenlandse Zaken, was een opmerkelijk personage. Hij zag er erg

25

Memorial for the Missing en Albertmonument.

zelfingenomen uit en had een groot voorhoofd en bakkebaarden. Zonder een minuut te verliezen – hij was altijd erg gehaast – stopte hij ons, na de hand van mijn moeder te hebben gekust, in een auto. Aangetrokken door haar charme en vriendelijkheid, had hij al vrij snel alleen aandacht voor haar en hij omringde haar met alle mogelijke zorgen. Ze slaagde er dus vrij snel in om die grote man met dat moeilijke karakter voor zich te winnen, wat haar rol als boodschapster tussen mijn vader en de toekomstige baas van het ­Foreign Office zou vergemakkelijken.’ De vrijpostige Marie-José (8 jaar in 1914)


26

britten aan de belgische kust – de noordzee als frontlijn

beleeft er met haar broers kroonprins Leopold (bijna 13 jaar) en Karel (bijna 10 jaar) ‘een zorgeloze en gelukkige tijd’, al moesten ze thee leren drinken en bezorgden ze hun gastheer wellicht grijze haren door zijn ‘meubels te teisteren en zelfs onze kamers te besmeuren met olieverf’. Prins Leopold zal in Groot-Brittannië studeren aan het befaamde Etoncollege. Hij keert in april 1915 terug voor zijn militaire dienst. Karel gaat naar een privéschool in Wokingham (Berkshire) en volgt later een opleiding bij de Navy. Albert en Elisabeth hadden Lord Curzon circa 1912 aan de Azurenkust leren kennen. George Curzon werd ‘lord’ genoemd omdat hij van adel was en zodoende in het Hogerhuis (House of Lords) zetelde. Hij was onderkoning (Viceroy) van de kolonie India geweest (1899-1905). Tijdens de oorlog was hij lid van het Oorlogskabinet en in 1919 was hij minister van Buitenlandse Zaken geworden. Koning Albert onderhield met Lord Curzon een drukke briefwisseling en beide mannen zagen elkaar ook geregeld in De Panne of in GrootBrittannië. In februari 1916 polste koning Albert Lord Curzon naar de mogelijkheid van een overeenkomst tussen Groot-Brittannië en Duitsland. Tijdens dat gesprek werd het Albert duidelijk dat een compromisvrede niet mogelijk was.

In het voorjaar van 1918 wankelt het geallieerde front onder de Duitse voorjaarsoffensieven en de Fransen stellen voor om het Belgische leger achter de Somme op te stellen. De koning schrijft naar Lord Curzon en ook naar de Britse bevelhebber Haig over het belang van het behoud van de Belgische en de Noord-Franse kust. De koning kiest dus opnieuw voor de kust; de Britten treden hem bij en zullen de Kanaalhavens behouden. Deze keer hadden de Belgen wel voorzorgsmaatregelen getroffen en onder meer de bovenloop van de IJzer geïnundeerd.


van antwerpen tot de ijzer

27

Selecte bibliografie bij de Inleiding en Hoofdstuk 1

KEIGER J., ‘Crossed Wires, 1904-14’, in R. Tombs & E. Chabal (ed.), Britain and France in two world wars. Truth, Myth & Memory, Bloomsbury, 2013. KLOS F., Winston Churchill, vader van Europa, Hollands Diep, Amsterdam, 2016. MARIE-JOSE VAN BELGIË, Albert en Elisabeth. Mijn ouders, Lannoo, Tielt, 2016. PERRETT B. & LORD A., The Czar’s British Squadron, William Kimber, Londen, 1981. SIMOENS T., De chaos van het slagveld. Het Belgisch leger in de loopgraven 1914-1918, Horizon, 2016. THIELEMANS M.-R., Albert Ier. Carnets et correspondance de guerre 1914-1918, Duculot, 1991. VAN OVERSTRAETEN R. (uitg.), Les carnets de guerre d’Albert i, roi des Belges, Dessart, 1953. WILSON K., Problems and Possibilities. Exercises in ­Statemanship 1814-1918, Stroud, 2003.

BOURGOIGNIE M.L., Les inondations de l’Yser en octobre 1914. Rapport de mission, Brussel, 1923. BRIDGES T., Alarms & Excursions. Reminiscences of a Soldier, Longmans, Londen, 1938. CHURCHILL W., The World Crisis 1911-1918, Odhams, Londen, 1938. CORBETT J. S., Naval Operations. History of the Great War based on Official Documents, Imperial War ­Museum, 1938, Deel i. DENECKERE G., Leopold i. De eerste koning van Europa, De Bezige Bij, Antwerpen, 2011. HAFFNER S., ‘Churchill’, Knack, 1967. JERROLD D., The Royal Naval Division, Naval & Military Press, 1923. JOHNSON B., De Churchill factor. Hoe één man ­geschiedenis schreef, Spectrum, Antwerpen, 2015.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook